donatieknop english
vrijdag, 31 juli 2015 13:48

Belgische 'opt-in' bij WiFi-tracking

Deze week werd bekend dat, als het aan de Belgische Privacycommissie ligt, in België voortaan een opt-in i.p.v. opt-out geldt bij WiFi-tracking in winkels en andere openbare gelegenheden. Om aan de hand van WiFi-signalen van mobiele telefoons getraceerd te kunnen worden door bedrijven zullen mensen in België dus vooraf geïnformeerd moeten worden en toestemming moeten geven. Dit i.p.v. toestemming of bezwaar achteraf (opt-out) zoals die momenteel in Nederland lijkt te gelden en gedoogd lijkt te worden door het Nederlandse College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). België gaat hiermee dus een stap verder dan Nederland, en dat is goed nieuws. Nieuws dat in Nederland navolging verdient. Hieronder een korte eerste reactie van Privacy First op BNR Nieuwsradio:


Klik HIER voor een eerdere discussie met Privacy First over dit onderwerp op Radio 1.

Gepubliceerd in Online Privacy

Vandaag werd bekend dat, als het aan de Belgische Privacycommissie ligt, in België voortaan een opt-in i.p.v. opt-out geldt bij WiFi-tracking in winkels en andere openbare gelegenheden. Om aan de hand van WiFi-signalen van mobiele telefoons getraceerd te kunnen worden door bedrijven zullen mensen in België dus vooraf geïnformeerd moeten worden en toestemming moeten geven. Dit i.p.v. toestemming of bezwaar achteraf (opt-out) zoals die momenteel in Nederland lijkt te gelden en gedoogd lijkt te worden door het Nederlandse College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). België gaat hiermee dus een stap verder dan Nederland, en dat is goed nieuws. Nieuws dat in Nederland navolging verdient. Hieronder een korte eerste reactie van Privacy First op BNR Nieuwsradio:



Bron: http://www.bnr.nl/?service=player&type=archief&fragment=2015073017205560.
Klik HIER voor een eerdere discussie met Privacy First over dit onderwerp op Radio 1.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Enkele fragmenten uit een artikel door TNO-wetenschapper David Langley in het FD van zaterdag 25 juli 2015:

"Met draadloos verbonden dingen — het 'internet of things'— valt geld te verdienen. Vermijd de valkuil om voor één productvariant te kiezen en smeed allianties buiten de eigen sector. En let op: wetgeving voor privacybescherming biedt kansen.

Wereldwijd zijn technologieontwikkelaars hard bezig met het 'internet of things', waar fysieke objecten als auto's, kleren en zelfs koeien met internet worden verbonden. Ook veel Nederlandse ondernemers hebben het gevoel dat ze de innovatiekansen met beide handen moeten aanpakken. De vraag is alleen: hoe?

(...)

Naast deze zakelijke overwegingen ontstaan er door het internet of things nieuwe maatschappelijke vraagstukken waarmee ondernemers rekening moeten houden. Een daarvan is wetgeving rond het gebruik van de gigantische en almaar uitdijende hoeveelheid data die wordt geproduceerd. In een opmerkelijke rechtszaak, die grote invloed kan hebben, stapte Bas Filippini van het Nederlandse Privacy First naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens om in het geweer te komen tegen privacyschending door een voorloper van het internet of things: de trajectcontroles op snelwegen. Omdat de snelheid van alle automobilisten continu wordt gevolgd, belandt, aldus Filippini, 'iedere automobilist [...] nu in een politiedatabank als potentiële verdachte en Joost mag weten hoe die data gebruikt worden.' Dit is strijdig met het hard bevochten principe van onze democratische rechtsstaat: er mag pas privacyinbreuk worden gemaakt als er een concrete aanwijzing van een strafbaar feit is. Het is een opmerkelijke zaak omdat binnenkort niet alleen ons rijgedrag, maar, door het internet of things, al ons fysiek gedrag door vele organisaties in binnen- en buitenland op de voet zal worden gevolgd, nog veel meer dan nu al, via onze mobiele telefoons, het geval is.

'Privacy is ouderwets'

Sommigen, zoals de futuroloog Jeremy Rifkin, beweren dat privacy een ouderwets idee is, een eigenaardigheid van het industriële tijdperk. Maar toch vinden veel mensen het geen prettig idee wanneer organisaties en onbekenden vrijwel onbeperkt inzage hebben in hun levens.

Er komt nieuwe EU-wetgeving, de Algemene Verordening Gegevensbescherming, die de privacywetgeving bijwerkt naar de kenmerken van digitale technologieën. De toegestane verwerking van gegevens via het internet of things kan daardoor drastisch beperkt worden. Verwerking mag in veel gevallen alleen met toestemming van de burger. Wat blijft er van het internet of things over wanneer burgers deze toestemming massaal weigeren?

Dit probleem biedt ook een innovatiekans voor Nederland. We kunnen met ideeën komen voor toepassingen waarin de bescherming van onze data in het ontwerp ingebouwd is. Waar ieder individu zelf kiest waarvoor zijn of haar data gebruikt worden op basis van de voordelen die de persoon zelf ziet. Dit past niet in het Facebook- en Googlemodel van vrije commerciële toegang tot persoonlijke data, maar het kan wel de toekomst van het internet of things worden.

(...) Zo kan Nederland een voorloper worden, in plaats van dat andere landen ons achter zich laten."

Bron: Financieel Dagblad 25 juli 2015, rubriek Anders denken, p. 5. Het volledige artikel is gratis online beschikbaar op http://fd.nl/fd-outlook/1112133/nieuwste-technologiestap-vraagt-om-aanvalsplan.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Wanneer een politieagent je daarom vraagt, moet je jezelf in Nederland kunnen identificeren door een geldig identiteitsbewijs te laten zien. Ook de kassière bij de supermarkt kan je daarom vragen, maar alleen wanneer je alcohol wilt kopen en er twijfel is over je leeftijd. Met je identiteitsbewijs toon je dan hoe oud je bent en even later loop je tevreden de winkel uit.

Online ontbreekt zo'n middel om jezelf te identificeren en vooral bedrijven vinden dat lastig. Want met wie doen ze eigenlijk zaken? In Nederland hebben we wel DigiD, maar dat wordt eigenlijk alleen gebruikt door de overheid. Bij DigiD kies je zelf een gebruikersnaam en wachtwoord, dat bij de registratie wordt gekoppeld aan jouw burgerservicenummer: het unieke nummer van iedere persoon in de Basisregistratie Personen (BRP). Log je verolgens met je DigiD in op een website van de overheid, dan weet die overheid met wie het op dat moment zaken doet. In 2014 logden de 12 miljoen uitgegeven DigiD's samen 158 miljoen keer in.

DigiD is hiermee voor de overheid een succes, maar alle andere organisaties en bedrijven staan met lege handen. Webshops willen graag weten of hun klant wel de persoon is die hij zegt te zijn, of hij oud genoeg is, en kredietwaardig. Volgens branchevereniging Thuiswinkel.org hebben de ruim 45.000 Nederlandse webwinkels daarom momenteel maar één grote vraag: waar blijft eID? eID Stelsel is de naam voor de opvolger van DigiD, die de Nederlandse overheid nu aan het ontwikkelen is. eID moet alle benodigde manieren van online identificatie tussen burgers, overheid én bedrijven mogelijk maken.

(...)

In het programma eID (www.eid-stelsel.nl) werkt de overheid samen met wetenschappers en bedrijfsleven aan het nieuwe stelsel dat in 2017 klaar moet zijn. (...) Binnenkort starten enkele pilots, waarbij een klein groepje consumenten inlogt bij overheidsdiensten en commerciële diensten met een identificatiemiddel dat voldoet aan het nieuwe stelsel. Het voordeel van dit nieuwe stelsel is dat het identificatiemiddel niet door de overheid uitgegeven hoeft te zijn; bedrijven kunnen ook identificatiemiddelen uitgeven, bijvoorbeeld een klantenkaart of een app op je smartphone. De identiteit van de burger staat daarom online en is op afroep beschikbaar. Een naam voor het nieuwe stelsel is er ook al, Idensys. (...)

Om vaart te maken en omdat bedrijven niet willen investeren in weer een nieuw identificatiesysteem, is besloten het nieuwe stelsel te bouwen als uitbreiding op eHerkenning (www.eherkenning.nl). eHerkenning is 'de DigiD voor bedrijven', maar is anders dan DigiD geen overheidsdienst maar alleen een afsprakenstelsel. De overheid beheert het stelsel, voornamelijk bedrijven voeren het uit.

Hoewel websites straks gewoon een Idensys-login krijgen zoals ze nu een DigiD-knop hebben, werkt het verder helemaal anders dan DigiD én eID ooit was gedacht te werken. Komt bij DigiD de identificatie van de overheid, bij eHerkenning en dadelijk dus ook bij Idensys komt die van een makelaar, een tussenpartij. Deze 'ídentity provider' kent jou en met hem heb je afgesproken hoe jij je wilt identificeren, met een smartcard, je smartphone of toch gewoon gebruikersnaam en wachtwoord. Klopt de identificatie, dan krijgt die makelaar een pseudoniem voor jou en daarmee kan hij vervolgens kijken of jij gemachtigd bent de dienst te gebruiken waarvoor je wilt inloggen. Dat kijken doet hij in het BSN-koppelregister waarin de pseudoniemen gekoppeld zijn aan de Burgerservicenummers. De makelaar is dus allesbepalend inzake de veiligheid en het BSN-koppelregister als het gaat om privacy.

Om Idensys te baseren op eHerkenning is niet onomstreden. Een 'netwerkgebaseerd identiteitsmodel' zoals Idensys kenmerkt zich door veel schakels die allemaal vertrouwd moeten worden. De meest verdachte schakel is de makelaar, een marktpartij en de enige die alle transacties ziet. Weliswaar ziet hij niet wat er in de transactie gebeurt, maar hij weet wel met welke diensten iedere 'pseudoniem' zaken doet. (...) Ook ontbreekt [vooralsnog] de optie om anoniem diensten te gebruiken, iets wat bijvoorbeeld bij online medische diensten zeker wenselijk is. (...)

Waar blijft het debat?

Door de keuzes die bij Idensys worden gemaakt, zou je een publiek debat verwachten, maar dat ontbreekt volledig. Het College Bescherming Persoonsgegevens ontbreekt in de eID-werkgroepen en kon ons niet vertellen bij eID betrokken te zijn. "Ook Privacy First is niet betrokken en ook nog nooit gevraagd", zegt Vincent Böhre van Privacy First. "Blijkbaar wil men eerst een heel project afronden. Terwijl men nu door een privacy-kritische club te laten meepraten, fouten voorkomt en uiteindelijk maatschappelijk draagvlak creëert." Privacy First is voorstander van een opt-in waarbij mensen de keuze houden om het eID-systeem te gebruiken of niet. "De overheid mag niet eisen dat burgers hun zaken digitaal afhandelen en dat via een eID doen, de Algemene wet bestuursrecht verbiedt dat. Veel mensen in Nederland hebben geen computer of internet, de manier zonder eID moet daarom blijven bestaan", zegt Böhre. (...)"

Bron: Computer!Totaal, juli/augustus 2015, pp. 54-58 (openbare preview).

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Fragmenten uit wekelijkse column "De Rechtsstaat" door Folkert Jensma:

"Begin deze maand sprak ik iemand uit de leiding van de Nationale Politie. Op niet al te lange termijn komt 80 procent van alle opsporingsinformatie van ,,sensoren", meent hij. Is de politieman daar wel op voorbereid? Zou die datagolf uit camera's, ontvangers, zenders, voelers en toetsenborden rechtstatelijk geborgd zijn? Hoe lang het bewaard mag worden, wie er bij mag, wanneer precies, hoe lang en met welk doel het mag worden verzameld? En hoe serieus moet de bedreiging zijn om ze überhaupt te mogen verzamelen? Hij was er eerlijk over. Hij dacht niet dat de politie er klaar voor is. Daarvoor gaat de techniek te hard. En de politie te langzaam.

Ziedaar de digitale rechtsstaat waarin iedere burger een wolk van informatie produceert waar de staat een schepnet doorheen haalt. Of er continu op aangesloten is, zodat de overtreder er gericht uit kan worden gevist. Kijk naar het vrachtvervoer. Er zijn al systemen die met detectielussen, laser, camera en warmtemeting gewicht, belading, banden (profiel èn spanning) en remmen controleren. Pas als er iets mis is, gaat de motoragent op pad. Weg met de steekproef dus - welkom honderd procent handhaving. Die motoragent is binnenkort trouwens ook vervangen door een camera.

We maken de laatste restjes mee van de tijd waarin een burger zich anoniem kon bewegen. Al het digitale is kwetsbaar voor meekijken, -luisteren, -lezen en -voelen. Alles wordt digitaal. Alles raakt aan internet gekoppeld, dankzij snellere chips, onbeperkte dataopslag en snellere zoekmachines. Het toezicht gaat mee en zoekt zich voorzichtig een weg.

Eind mei presenteerde het NOS Journaal de RFID-chip voor het kenteken. Op geringe afstand uitleesbaar en dus een full proof garantie dat auto en kenteken echt bij elkaar horen. Gestolen en gekloonde kentekenplaten zouden dan geschiedenis zijn. Op een kleine 8 miljoen auto's zou dat zo'n 40.000 keer voorkomen. Het nieuws-item sloot af met de zin dat de overheid volgend jaar de chip zal invoeren. Dat moet nog wel zo worden beslist, liet de minister de Kamer weten. Maar sinds 2011 pleiten de branche en de handhavers al voor gechipte kentekenplaten. Die komen er dus wel, lijkt me.

Sindsdien kwam er een golfje privacyprotest op gang, met De Telegraaf voorop, die voor de gelegenheid criminaliteit wat minder belangrijk vond. Die krant ziet in het gechipte kenteken een enkelband voor iedere Nederlander. De kernvraag is of we inderdaad aan alle 8 miljoen auto's zwakke zendertjes moeten hangen omdat er met 40.000 kentekens misdrijven worden gepleegd. Zegt u het maar. De belangengroep Privacy First, dat in deze kwesties als schrikdraad functioneert, meent dat de kentekenchip past in een groter overheidsplan om via 'portals' op de snelweg de bewegingen van alle auto's te kunnen volgen. En het systeem zou aanknopen bij een Europese datastructuur waarin lidstaten al hun auto-informatie uitwisselbaar maken. Daarmee is de EU surveillancestaat realiteit en kan niemand zich meer ongezien of anoniem verplaatsen. Of te hard, te dicht op elkaar, te lang of te vervuilend rijden, zonder dat dit gevoeld of gezien wordt.

(...)

Het roept ook de vraag op waarom kentekens überhaupt nog zouden bestaan. Een uitleesbare, gekoppelde chip volstaat; het verkeersnetwerk van lussen, camera's en sensoren doet de rest. Waarom rusten we trouwens auto's net als vliegtuigen niet meteen uit met een transponder, die permanent de locatiegegevens uitzendt? Dan is alles opgelost - centrale verkeersregie en -handhaving liggen voor het grijpen. Zo bezien is een kentekenchip met een zendbereik van slechts 20 meter echt een héle privacyvriendelijke oplossing. Die maar doen dan?"

Bron: NRC Handelsblad, 27 juni 2015. De volledige versie is online beschikbaar via http://www.nrc.nl/handelsblad/van/2015/juni/27/niemand-kan-zich-straks-meer-ongezien-verplaatsen-1510618.

 

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"De politie wil van alle automobilisten het voertuig 'chippen'. Stichting Privacy First noemt dit een elektronische enkelband.

De stichting Privacy First wil dat de Nationale Politie afziet van 'spionagechips' in kentekens van auto's. De politie wil zogenoemde RFID-chips invoeren, waarmee kentekenfraude kan worden opgespoord.

Volgens de politie worden er jaarlijks 40.000 kentekenplaten vervalst, waardoor de daders ongestoord (verkeers)misdrijven kunnen plegen. Een voor iedere automobilist verplichte, op afstand uitleesbare chip die op de openbare weg continu uitgelezen wordt, zou hiertegen de oplossing zijn.

Privacy First ziet echter een groot gevaar in het optuigen van een landelijk controlesysteem om de bewegingen in de openbare ruimte van alle Nederlanders te kunnen volgen. Wij vinden de verplichte spionagechip disproportioneel en niet passen in een fatsoenlijke democratische rechtsstaat , zegt voorzitter Bas Filippini.

Navraag door Privacy First leert dat de kentekenchip onderdeel is van een veel groter plan om alle wegen in Nederland uit te rusten met portals met meetapparatuur. Deze portals registreren 24 uur per dag alle auto's en daarmee de bewegingen van alle burgers in de openbare ruimte."

Bron: Metro 16 juni 2015, p. 7. Tevens in uitgebreidere vorm (inclusief online opiniepeiling) gepubliceerd op http://www.metronieuws.nl/binnenland/2015/06/spioneren-via-chip-in-kenteken-wekt-woede.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Vanavond besteedde het NOS Achtuurjournaal uitgebreid aandacht aan de plannen van de Nederlandse overheid om alle kentekenplaten te gaan voorzien van RFID-chips. Klik HIER voor de hele uitzending, inclusief een interview met Privacy First voorzitter Bas Filippini. De reportage begint vanaf 3m54s.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Via een speciale chip die op dit moment in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie wordt getest wil de overheid een einde aan kentekenfraude maken. De chip wordt ontwikkeld door de Nederlandse chipfabrikant NXP. Via readers boven de weg kan de chip op afstand worden uitgelezen.

"Straks komen er portalen boven de weg met readers waarin ook een antenne zit. Die communiceert met de kentekenplaat op de auto beneden. De reader is verbonden met computers van de RDW en die geeft door of de kentekenplaat correct is", zegt NXP-directeur Maurice Geraets tegenover de NOS. De chip kan zelfs bij een snelheid van 160 kilometer per uur worden uitgelezen. De reader kan ook door tankstations worden gebruikt. Voordat een klant kan tanken kunnen zij eerst controleren of de kentekenplaat van een chip is voorzien.

Het College bescherming persoonsgegevens is kritisch. Volgens woordvoerster Lysette Rutgers moeten burgers zich vrij in hun auto kunnen bewegen. Ze vindt dan ook dat er goed naar de noodzaak van de chip moet worden gekeken. Geraets stelt dat privacyzorgen niet nodig zijn, aangezien patronen in het rijgedrag er niet mee zijn vast te stellen. "De chip genereert continu wisselende codes. Hij is door de reader te identificeren, maar ook als je de auto elke dag zou bevragen, is niet herleidbaar waar hij eerder is geweest", zo merkt hij op. Bas Filippini van Privacy First is er niet gerust op en stelt dat er sprake van een "spionagechip" is, die ook voor andere doeleinden is te gebruiken."

Bron: https://www.security.nl/posting/432020/Overheid+wil+kentekenfraude+bestrijden+via+chip, 13 juni 2015.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Binnen de Nederlandse overheid bestaan momenteel plannen om iedere kentekenplaat te gaan voorzien van een op-afstand-uitleesbare RFID-chip. Dit lijkt vooral bedoeld om kentekenfraude tegen te gaan, maar eenmaal opgetuigd zal het systeem ook voor hele andere doelen gebruikt (en misbruikt) kunnen worden. Beluister hieronder een reportage over dit onderwerp op Radio 1, inclusief een interview met Privacy First voorzitter Bas Filippini:

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"In opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie wordt op een terrein van Defensie bij Oirschot een speciale chip getest. Die moet een einde maken aan fraude met kentekens. Als over een jaar blijkt dat de resultaten goed zijn, wordt de chip ingevoerd.

In Nederland zijn naar schatting 40.000 valse nummerplaten in omloop. Criminelen gebruiken die onder meer als zij zonder te betalen tanken en als ze inbraken plegen. Ook monteren ze valse kentekenplaten op vluchtauto's.

Een van de testers is Maurice Geraets. Hij is de directeur van NXP, het bedrijf dat de chip maakt. Zijn donkere auto staat geparkeerd voor gebouw 46 op de Eindhovense High Tech Campus. Wie de kentekenplaat beter bekijkt, ziet onder de drie letters een vierkant vlakje met een sleufje.

Tankstation

"Die sleuf is een antenne waardoor de kentekenplaat op afstand uitleesbaar is", zegt Geraets. "Straks komen er portalen boven de weg met readers waarin ook een antenne zit. Die communiceert met de kentekenplaat op de auto beneden. De reader is verbonden met computers van de RDW en die geeft door of de kentekenplaat correct is."

Ook houders van tankstations zouden zo'n reader kunnen aanschaffen. Zij kunnen voordat zij de pomp vrijgeven om te tanken, controleren of de kentekenplaat voorzien is van een chip en dus of de auto deugt.

Volgens Geraets is de angst voor schending van privacy niet nodig. "Patronen in het rijgedrag kun je er niet mee vaststellen. De chip genereert continu wisselende codes. Hij is door de reader te identificeren, maar ook als je de auto elke dag zou bevragen, is niet herleidbaar waar hij eerder is geweest."

Vrij bewegen

Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) is kritisch. "Een auto is een zeer persoonlijk bezit en wordt door velen ervaren als een tweede huis", zegt woordvoerder Lysette Rutgers. "Daarin en daarmee moet je je vrij kunnen bewegen. Daarom moet goed gekeken worden naar de noodzaak van de chip."

Kan hetzelfde doel ook op een minder ingrijpende manier worden bereikt, vraagt Rutgers zich af. "Bij de proef moet gekeken worden of de chip echt alleen maar door bevoegde personen en instanties kan worden uitgelezen en of de beveiliging in orde is."

Ook Bas Filippini van de organisatie Privacy First is kritisch. "Het is natuurlijk heel goed dat criminelen worden aangepakt, maar dit gaat veel verder. Wij zijn niet voor een grootschalig controlesysteem waarmee continu in de gaten wordt gehouden waar mensen zijn", zei hij in het NOS Radio 1 Journaal. "Wij noemen het een spionagechip."

Volgens Filippini kan het systeem al snel voor andere zaken worden gebruikt. "Je krijgt een verschuiving van doelstellingen. Kijk naar de trajectcontrole. Die zou voor de veiligheid zijn, maar wordt nu gebruikt om dat omaatje in haar oude diesel uit de binnenstad van Utrecht te weren."

Sneeuw

Hoewel de chip nog in de testfase zit, hoeft Geraets niet meer overtuigd te worden. Wat hem betreft is het geen test, maar meer het leveren van het bewijs dat het systeem werkt.

"We weten dat de chip het doet en dat willen we aantonen aan alle belanghebbenden en aan de politiek. Dat doen we expres vier seizoenen lang, zodat we kunnen aantonen dat de chip het bijvoorbeeld ook doet als er sneeuw op de kentekenplaat zit vastgekoekt. Met cameratoezicht lukt dat echt niet.""

Bron: http://nos.nl/artikel/2041098-chip-moet-einde-maken-aan-fraude-met-kentekens.html, 13 juni 2015.

 

Gepubliceerd in Privacy First in de media
Pagina 7 van 10

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon