donatieknop english

"De rechter heeft woensdag bepaald dat de uitwisseling van telecommunicatie tussen de AIVD/MIVD en de Amerikaanse NSA door de beugel kan. De eisers gaan in hoger beroep.

De Nederlandse inlichtingendiensten mogen telecommunicatie blijven uitwisselen met de Amerikaanse collega's van de NSA. Hierdoor krijgen de AIVD/MIVD informatie in handen die ze volgens Nederlandse wetgeving nooit hadden mogen onderscheppen. Het is voor de rechtbank in Den Haag echter geen reden om de internationale uitwisseling te stoppen. Het delen van informatie vinden de rechters belangrijk voor de nationale veiligheid.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de Nederlandse diensten verzamelde telecommunicatiegegevens uitwisselen met onder meer de NSA. Het gaat om gegevens die zowel metadata (gegevens over de communicatie, zoals wie belt en hoe lang, wanneer en waarvandaan wordt gebeld) als gegevens met betrekking tot de inhoud van de communicatie kunnen bevatten.

De rechtszaak was aangespannen door een aantal individuen en de Nederlandse Vereniging voor Strafrechtadvocaten, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, de vereniging Internet Society Nederland en de stichting Privacy First. Zij vinden dat de privacy van burgers te veel wordt aangetast en eisen dat de AIVD/MIVD stoppen met de ontvangst en het gebruik van illegaal verzamelde buitenlandse inlichtingen over Nederlandse burgers.

In een reactie laat Privacy First weten dat de Haagse rechtbank de plank finaal mis slaat, zoals bij het oordeel dat het wettelijke voorzienbaarheidsvereiste (inclusief privacywaarborgen) van art. 8 EVRM in mindere mate zou gelden bij de internationale uitwisseling van gegevens tussen geheime diensten. In Nederland wordt de rechtsbasis voor dergelijke uitwisseling gevormd door een relatief obscure wetsbepaling, namelijk art. 59 Wiv.

"Dit artikel voldoet bij lange na niet aan de moderne eisen die art. 8 EVRM aan een dergelijke bepaling stelt. In wezen vindt de huidige praktijk van uitwisseling tussen AIVD/MIVD en buitenlandse geheime diensten daardoor plaats in een juridisch vacuüm, een legal black hole", aldus Vincent Böhre van Privacy First. Het vonnis van de Haagse rechtbank komt in de optiek van Böhre neer op het juridisch witwassen van deze praktijk. Privacy First verwacht dat hogere rechters deze situatie in strijd met art. 8 EVRM zullen achten en ziet het hoger beroep bij het Hof Den Haag met vertrouwen tegemoet."

Bron: http://www.ravage-webzine.nl/2014/07/23/rechtbank-blundert-inzake-samenwerking-aivdnsa/.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"De Nederlandse inlichtingendiensten AIVD en MIVD mogen gegevens blijven uitwisselen met de Amerikaanse NSA.

Dat heeft de rechtbank in Den Haag besloten na een rechtszaak die verschillende burgers en organisaties hadden aangespannen tegen de Staat.

In de uitspraak erkent de rechtbank dat er een mogelijkheid bestaat dat Nederlandse diensten bij de uitwisseling gegevens ontvangen die in strijd met Nederlandse regels zijn verzameld. (...) De rechtbank stelt vast dat zowel 'metadata' als inhoud van communicaties wordt uitgewisseld met de NSA. Als gegevens worden ontvangen van buitenlandse inlichtingendiensten, weten de Nederlandse diensten doorgaans niet hoe deze zijn verzameld. "Daarom kan niet worden uitgesloten dat die gegevens door de buitenlandse diensten zijn vergaard in strijd met op Nederland rustende internationale verdragsverplichtingen, zoals die op grond van het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mens (EVRM) om het privéleven van het individu te respecteren", aldus de rechtbank. (...)

Verzameling

"Wat het meest in het oog springt is dat de rechtbank een weg openlaat om op grote schaal gegevens van burgers te verzamelen via buitenlandse inlichtingendiensten", zegt Bart Nooitgedagt, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten en een van de eisers in de zaak.

Volgens hem gaat het "een brug te ver" dat de rechtbank het verzamelen van gegevens op grote schaal toestaat, en burgers pas rechtsbescherming biedt als deze in individuele gevallen worden gebruikt.

In de praktijk zal dit volgens Nooitgedagt betekenen dat inlichtingendiensten zich beroepen op hun geheimhoudingsplicht en dus nooit bekend zullen maken wanneer ze uit het buitenland ontvangen gegevens gebruiken.

Dat kan volgens de advocaat vergaande gevolgen hebben, ook op de journalisten die in de coalitie zijn vertegenwoordigd. "Door deze redenering kan het zijn dat bronnen niet meer met journalisten zullen communiceren. Hetzelfde geldt voor communicatie tussen advocaten en cliënten", meent hij.

Beroep

(...) De rechtszaak, die door de eisers werd omgedoopt tot 'Burgers tegen Plasterk', werd aangespannen door een coalitie van onder meer de Nederlandse Vereniging van Journalisten, de Nederlandse Vereniging voor Strafrechtadvocaten en de stichting Privacy First. Ook journalist Brenno de Winter, die onder meer voor NU.nl schrijft, was betrokken bij de zaak.

De coalitie gaat in beroep tegen het vonnis. Daarmee komt de zaak bij het Gerechtshof te liggen."

Bron: http://www.nu.nl/binnenland/3835312/nederland-mag-gegevens-blijven-uitwisselen-met-nsa.html.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Vandaag deed de rechtbank Den Haag uitspraak in de zaak Burgers tegen Plasterk. In deze zaak eist een coalitie van burgers en organisaties (waaronder Privacy First) dat de AIVD en MIVD stoppen met de ontvangst en het gebruik ("witwassen") van illegaal verzamelde buitenlandse inlichtingen over Nederlandse burgers, bijvoorbeeld via het beruchte PRISM-programma van de Amerikaanse NSA. Helaas heeft de rechtbank alle vorderingen in de zaak afgewezen. Hieronder enkele eerste observaties van onze kant.

Positief aspect aan het vonnis is dat de rechtbank alle eisers (burgers en organisaties) ontvankelijk acht. Voor Privacy First vormt dit een belangrijke steun in de rug voor ons Paspoortproces bij de Hoge Raad, waar dergelijke ontvankelijkheid centraal zal staan. Dit lichtpuntje wordt echter overschaduwd door de manier waarop de rechtbank Den Haag de zaak Burgers tegen Plasterk inhoudelijk heeft behandeld. Allereerst was bij de rechtbank sprake van gebrek aan feitelijk onderzoek: door de rechtbank zijn in het geheel geen getuigen en deskundigen gehoord, hoewel dit vooraf wel aan de rechtbank was aangeboden en het recht hier ook voldoende mogelijkheden toe biedt. Opvallend is verder dat de rechtbank in haar vonnis minder strenge rechtswaarborgen nodig acht als het gaat om de massale uitwisseling van ruwe gegevens in bulk. Voor dergelijke uitwisseling zijn echter juist strengere rechtswaarborgen nodig, aangezien deze data vooral onschuldige burgers betreft. Daarnaast maakt de rechtbank ten onrechte onderscheid tussen metadata (verkeersgegevens) en de inhoud van communicatie, terwijl beide typen gegevens vaak overlappen en hetzelfde hoge niveau van rechtsbescherming vereisen. De rechtbank slaat de plank eveneens finaal mis bij het oordeel dat het wettelijke voorzienbaarheidsvereiste (inclusief privacywaarborgen) van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in mindere mate zou gelden bij de internationale uitwisseling van gegevens tussen geheime diensten. In Nederland wordt de rechtsbasis voor dergelijke uitwisseling vooralsnog gevormd door een relatief obscure wetsbepaling: artikel 59 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv). Dit artikel voldoet bij lange na niet aan de moderne eisen die art. 8 EVRM aan een dergelijke bepaling stelt. In wezen vindt de huidige praktijk van uitwisseling tussen AIVD/MIVD en buitenlandse geheime diensten daardoor plaats in een juridisch vacuüm, een legal black hole. Het actuele vonnis van de Haagse rechtbank komt in de optiek van Privacy First neer op het juridisch witwassen van deze praktijk. Privacy First verwacht dat hogere rechters deze situatie in strijd met art. 8 EVRM zullen achten en ziet het hoger beroep bij het Hof Den Haag met vertrouwen tegemoet.

Lees HIER het hele vonnis van de rechtbank Den Haag en HIER het eerste commentaar van onze advocaten bij bureau Brandeis.

Gepubliceerd in Rechtszaken

Patiënten moeten samen met hun arts precies kunnen bepalen wie toegang krijgt tot hun medisch dossier. Alleen op deze manier kan worden voorkomen dat, in een tijd van toenemende digitalisering, medische gegevens van de Nederlandse burger te grabbel komen te liggen. Op initiatief van Stichting Privacy First en Stichting Bescherming Burgerrechten begint een groep bezorgde burgers daarom vandaag een grootschalige internetcampagne voor medische privacy.

Huidige systemen waarmee zorgverleners medische gegevens uitwisselen zijn onveilig, omdat ze geen harde begrenzing stellen aan de toegang tot iemands medische dossier. Wanneer een patiënt toestemming geeft om zijn medische gegevens te delen – bijvoorbeeld via het LSP (Landelijk Schakelpunt, het voormalige Elektronisch Patiëntendossier, EPD) – worden diens gegevens vaak toegankelijk voor vele (mogelijk wel tien- tot honderdduizenden) zorgverleners. Deze kunnen vaak zonder voorafgaande controle van de patiënt of zijn arts inzage krijgen in het medisch dossier.

De toestemming die de patiënt voor deze systemen geeft is generiek, en stelt geen beperkingen aan de toegang tot het medisch dossier. Uitbreiding van toegang met extra zorgverleners in de toekomst is mogelijk, en vaak voorzien. Bovendien is de toegang tot het medisch dossier zo ingericht, dat de arts niet meer zelf kan controleren wie toegang krijgt tot welke gegevens. Zorgverleners kunnen zo nauwelijks meer persoonlijk garant staan voor hun medisch beroepsgeheim en de vertrouwelijkheid van patiëntgegevens.

Ondermijning toegankelijkheid van de zorg

Het risico dat vertrouwelijke gegevens over iemands lichamelijke en geestelijke gesteldheid door onzorgvuldigheid of kwade opzet onder ogen van onbevoegden komen wordt groter naarmate de mate van toegang toeneemt. Als artsen  geen directe controle hebben over en zicht hebben op wat er met medische gegevens gebeurt, kunnen patiënten er op hun beurt niet meer van op aan dat wat ze met hun arts bespreken niet onder ogen komt van derden. Dit ondermijnt de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt en bedreigt daarmee de toegankelijkheid van de zorg.

Zeggenschap terug waar deze hoort: bij arts en patiënt

Een systeem waarbij de zeggenschap van de arts en de patiënt over de toegang tot medische gegevens wel in stand blijft is technisch en praktisch haalbaar. De campagne voert  specifieke toestemming aan als noodzakelijke voorwaarde voor uitwisseling van medische gegevens. Hierbij maken de arts en de patiënt goede afspraken over de uitwisseling van gegevens. Een fijnmazige, specfieke toestemming is essentieel voor het waarborgen van vertrouwen in en toegankelijkheid van de zorg.  Arts en patiënt moeten samen precies kunnen bepalen welke gegevens voor wie inzichtelijk zijn. Zo houden zij de controle over de uitwisseling van gegevens.

Een nieuwe discussie is hard nodig

Bij politiek en bestuurders dient het besef te ontstaan dat ook bij het digitaal uitwisselen van gegevens het recht op zeggenschap van de patiënt over wie welke gegevens kan inzien, gegarandeerd moet en kan worden. En dat een doelmatige uitwisseling van gegevens tussen zorgverleners die bij een behandeling betrokken zijn – maar niet met meer zorgverleners dan nodig – prima mogelijk is. Om een betere garantie van privacyrechten in de praktijk te waarborgen, vraagt de campagne patiënten hun arts aan te schrijven om specifieke toestemming mogelijk te maken. Bij systemen zoals het LSP kan dat niet.

Via de website van de campagne kunnen mensen een zeggenschapsbrief aan hun arts sturen, waarmee zij kunnen aangeven aan welke voorwaarden de uitwisseling van hun medische gegevens moet voldoen. Hiermee kunnen artsen hun belangenorganisaties en ICT-leveranciers oproepen om specifieke toestemming mogelijk te maken. Omdat zorgverleners wettelijk verantwoordelijk zijn voor het medisch beroepsgeheim, verwachten de initiatiefnemers dat zorgverleners aan de oproep in de brief zullen voldoen.

Een Missie Statement, ondertekend door onder andere het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, de Johannes Wier Stichting en Bits of Freedom, roept beleidsmakers, bestuurders en ICT-leveranciers in de zorg op om specifieke toestemming mogelijk te maken en weer het leidende principe bij zorgcommunicatie te maken.

Red uw medische privacy: ga naar SpecifiekeToestemming.nl!

Bekijk hieronder de promo van de campagne:

Gepubliceerd in Medische privacy

Deze maand buigt de Tweede Kamer zich over een wetsvoorstel van minister Opstelten inzake automatische nummerplaatherkenning (ANPR). Onder het wetsvoorstel van Opstelten zullen de kentekens van alle automobilisten voortaan vier weken worden opgeslagen voor opsporing en vervolging. In de optiek van Privacy First vormt dit een flagrante privacyschending. Een Kamerdebat over het wetsvoorstel werd gistermiddag tot nader order uitgesteld. Mocht het parlement het wetsvoorstel binnenkort alsnog aannemen, dan zal Stichting Privacy First de Nederlandse Staat voor de rechter dagen wegens collectieve privacyschending. Privacy First deed die toezegging reeds toen het wetsvoorstel in februari 2013 door Opstelten bij de Tweede Kamer werd ingediend. Hieronder volgt de volledige tekst van de brief die de voorzitter van Privacy First dinsdag 8 april jl. aan de Tweede Kamer verzond: (klik HIERpdf voor het origineel in pdf en HIER voor een media-overzicht)

Geachte leden van de Tweede Kamer,

U wordt gevraagd een wetsvoorstel te accorderen om de overheid het recht te geven alle kentekengegevens (oftewel reisgegevens) van automobilisten voor een periode van 4 weken op te slaan voor opsporing en vervolging. Iedere burger wordt hierdoor een potentiële verdachte. Let wel, de reisgegevens van 16 miljoen mensen over een periode van 4 weken om voornamelijk openstaande boetes te kunnen innen. Dit zal gebeuren middels uitbreiding van automatische kentekenregistratie (ANPR). In de huidige ANPR-praktijk worden alleen met rede verdachte kentekens (zogeheten "hits") bewaard en nagetrokken, overigens zonder dat hier reeds een specifieke, met privacywaarborgen omklede rechtsbasis voor bestaat. In plaats van de huidige praktijk alsnog van een degelijke rechtsbasis te voorzien, gaat minister Opstelten in zijn wetsvoorstel echter meteen 10 stappen verder door voortaan ieders kenteken in een politiedatabank op te slaan. Dit is zijn zoveelste centrale database ICT-project, startend met EUR 4 mln aan kosten, in werkelijkheid gaat dit richting EUR 50-100 mln. Privacy First herkent hierin het volgende patroon:

Technologie gedreven "oplossingen" voor een zogenaamd maatschappelijk probleem, gelobbyd door ICT-leveranciers;
Vervolgens lokaal de uitvoering testen en tijdelijk buiten de wet om proefdraaien (Rotterdam);
Wetgeving aanpassen zonder naar de principes van de rechtsstaat te kijken;
Tweede Kamer als stemvee gebruiken om wetsvoorstel er versneld doorheen te jagen;
Indien Eerste Kamer niet akkoord, dan voorstel voor afschaffen "lastige" Eerste Kamer.

Privacy First verzoekt u met klem deze draconische wet, die lijnrecht ingaat tegen alle basisprincipes van onze rechtstaat NIET te accorderen en wel om de volgende redenen:

Wat is de noodzaak om alle 16 miljoen burgers te controleren voor een kleine "bijvangst" naast de reeds bestaande database voor "hits"?
Deze wet is volledig disproportioneel en leidt tot een maatschappelijk "chilling effect" en zelfcensuur bij burgers vanwege het feit dat de overheid continu over de schouder van de onschuldige burgers meekijkt.
Deze wet zal leiden tot function creep (doelverschuiving) met nieuwe doelstellingen zoals extra belastingheffing, uitbreiding van trajectcontroles, kilometerheffing, milieubelasting en ongeoorloofde en ongebreidelde analyses van het reisgedrag van individuele burgers en groepen (profiling).
De AIVD kan alle ANPR-gegevens opvragen. Navraag van Privacy First bij de AIVD leidt echter tot de conclusie dat de huidige wetgeving hen reeds voldoende ruimte geeft om hun werk te doen.
Als de NSA-affaire en Snowden ons iets geleerd hebben is het wel dat ANPR-gegevens direct gebruikt zullen worden door inlichtingendiensten, uitgewisseld worden en dus volledig oncontroleerbaar worden.
Indien deze wet wordt geaccordeerd is het hek van de dam, dan is met net zoveel reden een nieuw wetsvoorstel te maken waarin alle privébewegingen van alle 16 miljoen burgers in de openbare ruimte worden gemonitord en opgeslagen, eerst voor 4 weken en later onbeperkt, om wellicht ergens een "verdenking" te kunnen vinden.
Gezien de ervaringen in het verleden bieden dergelijke databases geen enkele garantie dat deze niet gehackt worden, dat de toegang en protocollen hierin gewaarborgd worden, dat er geen maandelijkse kopie door inlichtingendiensten wordt gemaakt, etc.
De uitvoering en borging van deze wet is in geen enkel opzicht geregeld, zie ook de onderstaande vragen van Privacy First aan de minister. Aan de Kamer wordt zelfs gevraagd om de wet te accorderen zonder dat reeds sprake is van de bijbehorende Algemene Maatregel van Bestuur.
Nu staan er al zo'n 500 ANPR-camera's, dit aantal zal snel verder groeien en leiden tot een wettelijk geregeld elektronisch concentratiekamp waarin iedere automobilist vanaf de voordeur tot en met alle bestemmingen de gehele dag gevolgd kan worden.
Zelfs in de huidige praktijk bestaan nog hiaten in het recht voor de burger om te weten of hij in een database met "hits" geregistreerd staat, en zo ja, hoe hier weer uit te komen en met welke waarborgen. In de praktijk blijkt vaak één intern telefoontje al voldoende om, zonder enig opsporingsbevel, een "nummertje" even te volgen op de snelweg...

Geachte leden van de Tweede Kamer, dit wetsvoorstel hoort slechts op twee plekken thuis: in een dictatuur of, in onze open democratische samenleving, in de prullenbak. Een minister die eerder in Rotterdam bewees het niet zo nauw met onze wetgeving te nemen en willens en wetens alle ANPR-gegevens 4 maanden op te laten slaan is in mijn ogen niet te vertrouwen. Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten, logisch toch? Mijn advies aan de minister is zijn functie vacant te stellen en te solliciteren bij de NSA waar nog een mooie functie is vrijgekomen na het vertrek van Snowden. Bij aanname van dit wetsvoorstel zal Privacy First direct juridische actie nemen om de hoeksteen van ons rechtssysteem te waarborgen en onschuldige burgers uit de klauwen van de tot controlewaanzin verworden overheid te behoeden.

Hieronder vindt u een aantal vragen welke wij eerder aan de minister hebben gesteld en waarop naar onze mening geen (afdoende) antwoord is gegeven. Na één gesprek met enkele privacy organisaties pretendeert de minister dat er een consultatie op dit wetsvoorstel is geweest en dat er een "Privacy Impact Analyse" (PIA) is uitgevoerd. Niets is echter minder waar. Tevens heeft een niet-onafhankelijke PIA geen enkel nut voor een wetsvoorstel dat sowieso niet voldoet aan de basisprincipes van onze rechtsstaat. Dit hebben wij ook aangegeven. En over deze principes valt niet te onderhandelen, tenzij wordt afgestapt van een democratische rechtsstaat.

Vragenlijst van Privacy First aan de minister:

1) In hoeverre is 4 weken opslag van ANPR-gegevens strikt noodzakelijk (i.t.t. "misschien nuttig" of "wellicht handig") in een democratische, op vrijheid en vertrouwen gebaseerde samenleving (art. 8 EVRM)?

2) Op welke wijze voldoet dit wetsvoorstel aan de algemene mensenrechtelijke plicht van de Nederlandse Staat om het recht op privacy voortdurend te bevorderen i.p.v. dit recht uit te hollen?

3) Hoe versterkt dit wetsvoorstel de vertrouwensrelatie tussen de Nederlandse bevolking en de Nederlandse overheid?

4) Door wie is de Privacy Impact Assessment bij het wetsvoorstel opgesteld? Waarom is dit niet door een externe, onafhankelijke partij gedaan?

5) Hoe waarborgt dit wetsvoorstel het beginsel van dataminimalisatie?

6) Hoe waarborgt dit wetsvoorstel het beginsel van privacy by design?

7) Hoe worden de onschuldpresumptie en het verbod van zelfincriminatie (nemo tenetur) gewaarborgd in dit wetsvoorstel?

8) Hoe waarborgt dit wetsvoorstel het recht om in eigen land vrij en anoniem te kunnen reizen?

9) Hoe waarborgt dit wetsvoorstel de persvrijheid en journalistieke bronbescherming?

10) Hoe waarborgt dit wetsvoorstel de vrijheid van vereniging en de vrijheid van demonstratie?

11) Op welke wijze reguleert dit wetsvoorstel internationale uitwisseling van ANPR-data met buitenlandse overheden en (verdere) uitwisseling met derden?

12) Op welke wijze worden in dit wetsvoorstel function creep en misbruik van ANPR-data op korte, middellange en lange termijn ingedamd? Op welke wijze zijn bijvoorbeeld ANPR-datamining en profiling uitgesloten?

13) Hoe garandeert dit wetsvoorstel dat de opgeslagen ANPR-data niet zullen worden misbruikt door ambtenaren, hackers, criminele organisaties, buitenlandse overheden etc.?

14) Voor welke doeleinden, op welke wijze en met welke bewaartermijnen beoogt de AIVD de opgeslagen ANPR-data te gebruiken?

15) Wanneer zal de beloofde Algemene Maatregel van Bestuur bij dit wetsvoorstel gereed zijn? Waarom wordt de Tweede Kamer bij de opstelling hiervan gepasseerd?

16) Welke stijging in valse nummerplaten en bijbehorende identiteitsfraude zal dit wetsvoorstel naar verwachting veroorzaken? Welke tegenmaatregelen zijn hierbij voorzien?

17) De Europese Commissie was eerder kritisch over het Nederlandse camerasysteem @MIGO-BORAS. Is de Europese Commissie reeds op de hoogte gesteld van de uitbreiding van @MIGO-BORAS met 4 weken ANPR-opslag? Zo ja, wat was de reactie van de Commissie?

18) Hoe draagt dit wetsvoorstel bij aan de herovering van de vroegere internationale positie van Nederland als mensenrechtelijk gidsland? Hoe waarborgt de Nederlandse overheid dat dit wetsvoorstel en bijbehorende technologie niet zullen worden overgenomen en misbruikt door minder democratische regimes in het buitenland? Heeft hierover afstemming plaatsgevonden met het ministerie van Buitenlandse Zaken?

19) Wat zijn de financiële kosten en baten van dit wetsvoorstel (inclusief bijbehorende neveneffecten) op korte en lange termijn?

20) Bestaan de ANPR-referentielijsten uit zwarte en witte lijsten? Zo ja, welke criteria gelden voor plaatsing op de witte lijsten?

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande punten is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Hoogachtend,

drs. L.T.C. (Bas) Filippini,
voorzitter Stichting Privacy First


Update 13 mei 2014: het Kamerdebat over het wetsvoorstel is vandaag opnieuw tot nader order uitgesteld. De Tweede Kamer wacht eerst op nader advies van de Raad van State en het College bescherming persoonsgegevens (CBP).

Gepubliceerd in Wetgeving

"Duizenden camera's vergroten de slagkracht van de politie. Niet alleen op straat, maar overal. Wordt Nederland een politiestaat?

Jaar na jaar groeit het cameratoezicht in Nederland. Filmende burgers en bedrijven worden een potentieel verlengstuk van politie en justitie, zegt Vincent Böhre van stichting Privacy First die strijdt voor het recht op privacy. ,,Dat is een langzame ontwikkeling richting politiestaat.''

De opsporing van criminaliteit is bovenal een overheidstaak, beklemtoont Böhre. Dat burgers worden ingeschakeld bij de opsporing van zware misdrijven is niettemin legitiem, vindt hij. ,,Maar de geschiedenis leert dat nieuwe technologieën in de loop van de tijd ook voor andere zaken kunnen worden gebruikt.''

Leg eens uit?

,,Je kunt particuliere camerabeelden gebruiken voor het oplossen van zware criminaliteit zoals overvallen of andere geweldsmisdrijven. Iedereen zal het daarmee eens zijn. Maar mag je ze ook gebruiken voor bijvoorbeeld het controleren van een gebiedsverbod? Mag je ze gebruiken als je hangjongeren wilt aanpakken?''

,,Stel dat er een boerkaverbod komt. Wordt de burger dan geacht om zo'n verbod mee te handhaven? Is het de bedoeling dat we straks beelden van boerkadraagsters naar de politie sturen? Het is nog theorie, maar over twee, drie jaar misschien niet meer.''

De techniek is er nu eenmaal, hoor je vaak. Die houd je niet tegen.

,,Dat is een onzinargument. Je hoeft niet alle mogelijke technieken in de maatschappij toe te passen. We klonen bijvoorbeeld geen mensen. En in de defensie-industrie zijn bepaalde wapens verboden. We moeten scherp zijn op het gebruik van camerabeelden. We moeten oppassen voor doelverschuivingen.''

Wat zijn doelverschuivingen?

,,Stel je voor dat je in de bijstand zit, maar dagelijks in een dure winkel komt. De camerabeelden uit die zaak kunnen interessant zijn voor de Belastingdienst, of voor het UWV, dat uitkeringen verstrekt. De techniek van cameratoezicht vraagt goede regelgeving. Die vraagt zelfbeheersing van beleidsmakers en een ethisch besef.''

Hoeveel camera's zijn er eigenlijk in Nederland?

,,Dat weet niemand. En dat is storend. We krijgen een transparante samenleving, met een bestuur dat gegevens geheimhoudt.''

De website Sargasso concludeerde vorig jaar september dat er in Nederland 204.000 verifieerbare camera's hangen. ,,Het topje van de ijsberg'', aldus de onderzoekssite. En beelden van particuliere beveiligingscamera's worden bij calamiteiten live 'doorgeprikt' naar de politie. Die techniek staat nog in de kinderschoenen, maar het is de toekomst.

,,De groei van cameratoezicht is een sluipend proces en we zijn ons er amper van bewust. Als straks ook burgers beelden doorsturen naar de opsporingsautoriteiten heeft de politie 17 miljoen oren en ogen op straat. Dan ben je een politiestaat aan het creëren.''

,,Als je de situatie van nu vergelijkt met die van tien, twintig jaar geleden schrik je je rot. Maar het is nog niet echt een onderwerp in Nederland. Onze Duitse buren staan door de geschiedenis veel kritischer tegenover privacyschendingen. Wij lopen achter. Ik denk dat je de vergelijking moet maken met de discussie over het milieu. In de jaren zestig en zeventig zeiden cynici dat het milieu niet te redden was. Ze hebben grotendeels ongelijk gekregen. Milieu is nu een belangrijk onderwerp. Ik denk dat het met privacy ook zo zal gaan. Het recht op privacy is een mensenrecht. Dat moet door de overheid beschermd, bevorderd en gepromoot worden.''
(...)"

Bron: Leeuwarder Courant, 12 maart 2014, p. 30.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
donderdag, 27 februari 2014 12:07

Europees Parlement wil spionagekastje in auto

Privacy First bezint zich op juridische maatregelen.

Tegen alle privacybezwaren in heeft het Europees Parlement deze week gestemd voor verplichte invoering van het eCall-systeem in nieuwe auto's. Dit systeem vormt een directe bedreiging voor de privacy van iedere automobilist. Indien ook de Europese Raad (d.w.z. een meerderheid van EU-lidstaten) met het voorstel van het Europees Parlement instemt, zal eCall per oktober 2015 voor alle nieuwe Europese auto's verplicht worden. Privacy First eist dat eCall vrijwillig i.p.v. verplicht wordt en zal daartoe zonodig een rechtszaak beginnen.

Door eCall worden bij een verkeersongeval automatisch de 112-hulpdiensten opgeroepen. Het eCall-alarmsysteem laat echter ook een spoor van locatiedata achter zonder dat de automobilist daar vooraf toestemming voor heeft gegeven. Het systeem wordt immers verplicht ingebouwd en er zit geen aan/uitknop op, maar laat wel continu sporen (metadata) achter in omringende GSM-netwerken. Dit vormt een flagrante schending van het recht op privacy en anonimiteit in de openbare ruimte. Het systeem zal bovendien voor andere doelen en door andere organisaties kunnen worden gebruikt dan louter voor de verkeersveiligheid, waaronder door politie en justitie, verzekeraars, belastingdienst, geheime diensten en mogelijk zelfs criminele groeperingen. Van maatschappelijk debat rond eventuele invoering van eCall is echter nauwelijks sprake geweest. Verplichte invoering is daarmee niet alleen onrechtmatig, maar ook ondemocratisch. Nadat de Nederlandse bevolking enkele jaren geleden massaal het rekeningrijden met bijbehorende spionagekastjes naar de prullenbak verwees, dreigt diezelfde bevolking nu via een Europese achterdeur alsnog met spionagekastjes in de auto te worden opgezadeld. Dit is een democratische rechtsstaat als Nederland onwaardig.

Privacy First grijpt in zodra het recht op privacy massaal geschonden dreigt te worden. Indien het eCall-systeem in Nederland verplicht wordt ingevoerd zal Privacy First een rechtszaak beginnen om dit ongedaan te maken. Privacy First is bereid om daartoe door te procederen tot aan het Europees Hof van Justitie in Luxemburg en ziet de uitkomst van een dergelijke zaak met vertrouwen tegemoet.

Gepubliceerd in Wetgeving

In een baanbrekende uitspraak heeft het Hof Den Haag vandaag geoordeeld dat de centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet onrechtmatig is. In een zogeheten 'algemeen-belangactie' had Privacy First deze rechtsvraag samen met 19 mede-eisers (burgers) aan het Hof voorgelegd. In februari 2011 achtte de rechtbank Den Haag Privacy First niet-ontvankelijk. De rechtbank kwam daardoor niet aan een inhoudelijk oordeel over de Paspoortwet toe. Het Hof verklaart Privacy First alsnog ontvankelijk en vernietigt het vonnis van de rechtbank. Tevens acht het Hof centrale opslag van vingerafdrukken onrechtmatig wegens strijd met het recht op privacy. Centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet lijkt daarmee voorgoed van de baan.

In mei 2010 dagvaardden Privacy First c.s. de Nederlandse Staat (ministerie van Binnenlandse Zaken) wegens de centrale opslag van vingerafdrukken onder de nieuwe Paspoortwet. Dergelijke opslag was met name bedoeld om kleinschalige identiteitsfraude met paspoorten (look-alike fraude) te voorkomen.

Mede onder druk van de rechtszaak van Privacy First werd de opslag van vingerafdrukken in de zomer van 2011 stopgezet. Door de uitspraak van het Hof Den Haag wordt eventuele toekomstige centrale opslag van vingerafdrukken juridisch onmogelijk gemaakt: het Hof acht de centrale opslag van vingerafdrukken een "ongeschikt middel" om identiteitsfraude met reisdocumenten te voorkomen. Dit kan volgens het Hof "tot geen andere conclusie leiden dan dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer die gevormd wordt door de centrale opslag van vingerafdrukken, niet gerechtvaardigd is. De rechtbank had de vordering van Privacy First in zoverre moeten toewijzen." (Par. 4.4.)

Dit vormt een grote overwinning voor Privacy First en voor alle burgers die zich de laatste jaren tegen centrale opslag van vingerafdrukken hebben verzet. De uitspraak van het Hof maakt tevens de weg vrij voor Privacy First (en andere maatschappelijke organisaties) om in het algemeen belang rechtszaken te kunnen blijven voeren ter behoud en bevordering van het recht op privacy, bijvoorbeeld de nieuwe rechtszaak van Privacy First c.s. tegen de Nederlandse Staat n.a.v. de NSA-affaire. Onlangs achtte de landsadvocaat Privacy First ook in deze zaak ontvankelijk. Deze ontwikkelingen vormen voor Privacy First een belangrijke steun in de rug om de komende jaren rechtszaken te kunnen blijven voeren voor ieders recht op privacy.

Lees HIERpdf de hele uitspraak van het Hof Den Haag (pdf); tevens gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Klik HIER voor het nieuwsbericht van onze advocaten bij bureau Brandeis. Voorheen werd Privacy First in deze zaak vertegenwoordigd door SOLV Advocaten.
NRC Handelsblad kreeg van ons de primeur; klik HIER.

Update 21 mei 2014: de Nederlandse Staat blijkt een slecht verliezer: deze week heeft de landsadvocaat cassatie tegen de uitspraak van het Hof Den Haag ingesteld bij de Hoge Raad; klik HIERpdf voor de cassatiedagvaarding (pdf). De Staat wil dat Privacy First alsnog niet-ontvankelijk wordt verklaard en verzoekt de Hoge Raad tevens om de centrale opslag van vingerafdrukken alsnog rechtmatig te verklaren. Dit mag niet gebeuren. Privacy First beraadt zich over de te nemen stappen ter verweer.

Update 21 november 2014:  vandaag hebben Privacy First c.s. hun verweerschrift tegen de cassatiedagvaarding van de Staat ingediend bij de Hoge Raad; klik HIERpdf voor het document (pdf). In cassatie worden Privacy First c.s. bijgestaan door Alt Kam Boer Advocaten in Den Haag; dit advocatenkantoor is o.a. in civielrechtelijke cassatie gespecialiseerd. Namens de Staat (ministerie van Binnenlandse Zaken, BZK) heeft de landsadvocaat vandaag een schriftelijke toelichting bij de eerdere cassatiedagvaarding ingediend; klik HIERpdf(pdf). Volgende stappen kunnen bestaan uit schriftelijke repliek en dupliek, gevolgd door een advies ("conclusie") van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad (waarop Privacy First c.s. nog kunnen reageren) en een uitspraak ("arrest") van de Hoge Raad medio 2015.

Update 5 december 2014: vandaag hebben Privacy First c.s. een procedureel Sinterklaaskado bij minister Plasterk laten bezorgen: onze schriftelijke reactie ("dupliek") op de recente toelichting van de Staat (BZK) bij de eerdere cassatiedagvaarding. Klik HIERpdf voor het document (pdf). Tevens diende de Staat een korte reactie ("repliek") in op het recente verweerschrift van Privacy First c.s.; klik HIERpdf(pdf). Op 9 januari as. wordt bij de Hoge Raad de datum van het advies van de Procureur-Generaal bepaald.

Update 12 januari 2015: het advies ("conclusie") van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad staat gepland op 10 april 2015.

Update 12 maart 2015: op 20 februari jl. (veel eerder dan verwacht) heeft Advocaat-Generaal Jaap Spier zijn advies ("conclusie") over de zaak bij de Hoge Raad uitgebracht; klik HIERpdf (pdf, 7 MB). Opvallend aan het advies van A-G Spier is vooral de conservatieve inhoud en toonzetting ervan. Bovendien gaat de A-G er abusievelijk vanuit dat de aangevochten bepalingen van de Paspoortwet het stadium van wetgeving nooit hebben bereikt. Weliswaar laat de A-G de ontvankelijkheid van Privacy First in stand, maar hij doet dit op verkeerde rechtsgronden. Tevens laat hij de inhoudelijke privacykwestie geheel links liggen, gaat hij er ten onrechte vanuit dat deze zaak ook bij de bestuursrechter had kunnen worden gevoerd en wil hij Privacy First c.s. alsnog - ten onrechte - in de proceskosten laten veroordelen. Binnen de formele termijn van 2 weken heeft Privacy First dan ook een reactie (zogeheten "Borgersbrief") op het advies van de A-G bij de Hoge Raad ingediend; klik HIERpdf (pdf). Door de landsadvocaat is een dergelijke reactie niet ingediend. Het laatste woord in deze zaak is daarmee aan Privacy First geweest. Het wachten is nu op de uitspraak ("arrest") van de Hoge Raad later dit jaar.

Update 28 mei 2015: tegen alle verwachtingen in heeft de Hoge Raad zowel Privacy First als alle mede-eisers niet-ontvankelijk verklaard. Klik HIER voor de uitspraak en HIER voor ons commentaar.

Gepubliceerd in Rechtszaken

Deze week zond het radioprogramma 'De Ochtend' (KRO/NCRV) op Radio 1 een serie reportages uit over mensenrechten in Nederland. Van alle mensenrechten staat het recht op privacy in Nederland het meest onder druk. Beluister hieronder het straatinterview met Privacy First-medewerker Vincent Böhre:

Gepubliceerd in Privacy First in de media
Pagina 15 van 19

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon