donatieknop english

"De gemeente Amsterdam hoeft een inwoonster voorlopig geen paspoort zonder haar vingerafdrukken af te geven. Volgens de Raad van State is niet aangetoond dat de privacy van de vrouw wordt geschaad.

De vrouw weigert haar vingerafdrukken op te laten nemen in de chip op het paspoort, omdat dit in strijd zou zijn met haar recht op privacy. De vrouw spande daarom een spoedprocedure aan bij de Raad van State, waarin ze stelde dat Amsterdam haar een paspoort zonder vingerafdrukken moet geven.

De raad oordeelt dinsdag dat het afgeven van een paspoort zonder vingerafdrukken zou betekenen dat Europese regels niet zouden worden toegepast. Dat kan volgens de raad alleen als 'ernstige twijfel bestaat of die regels in overeenstemming zijn met het recht op privacy'. Die ernstige twijfel is er volgens de Raad van State onvoldoende.

De raad tekent bij het vonnis overigens wel aan dat voor de beantwoording van deze vraag diepgaand onderzoek nodig is, wat bij een dergelijke spoedprocedure niet mogelijk is. In een zogenoemde bodemprocedure doet de Raad van State later een einduitspraak in de zaak. Bij de Raad van State spelen op dit moment nog enkele andere procedures over de opslag van vingerafdrukken in het paspoort.

Vingerafdrukken worden sinds 2009 bij de aanvraag van een paspoort afgenomen. Dat gebeurt op grond van Europese regels. De afdrukken worden opgeslagen in een chip in het reisdocument.

De stichting Privacy First laat weten met verbazing kennis te hebben genomen van de uitspraak. Volgens de privacyorganisatie toont de rechter zich in deze zaak 'vooral een lakei van de Europese Commissie in plaats van een dienaar van de mensenrechten in eigen land'."

Bron: Novum

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Met verbazing nam Stichting Privacy First gisteren kennis van de voorlopige uitspraak van de Raad van State in de zaak waarin een Amsterdamse studente om een tijdelijk paspoort óf identiteitskaart zonder vingerafdrukken (biometrische gegevens) had verzocht; dit o.a. om medische legitimatieredenen i.c.m. biometrische gewetensbezwaren. Tijdens de recente (door Privacy First bijgewoonde) kritische rechtszitting bij de Raad van State d.d. 19 juli jl. was immers duidelijk geworden dat de Nederlandse Staat geen enkel juridisch of feitelijk belang heeft bij de afname van vingerafdrukken voor een Nederlandse identiteitskaart met een geldigheidsduur van één jaar. Juridisch valt een dergelijk document immers niet onder de Europese Paspoortverordening. Tevens is feitelijk sprake van een biometrisch foutenpercentage van 21-25% en worden de in het document opgeslagen vingerafdrukken (mede om die reden) in het geheel niet gecontroleerd of gebruikt. Daarnaast is sinds enkele maanden reeds een wijziging van de Paspoortwet aanhangig om de verplichte afname van vingerafdrukken voor Nederlandse identiteitskaarten z.s.m. te schrappen. Het enige "bezwaar" dat de Staat tijdens de zitting dan ook te berde kon brengen, was dat de gemeentelijke software (nog) niet op e.e.a. zou zijn toegerust. De afwijzing door de rechter "reeds omdat [verzoekster] van meet af aan slechts tegen het niet in behandeling nemen van een aanvraag om een paspoort is opgekomen" is bovendien misplaatst, aangezien zowel de Staat als de rechter (!) hier tijdens de zitting nauwelijks een punt van hadden gemaakt. Daarmee toont deze rechter zich in zijn vonnis vooral een lakei van de Europese Commissie i.p.v. een dienaar van de mensenrechten in eigen land. Het is te hopen dat de Raad van State bij de uitspraak in een drietal vergelijkbare bodemprocedures (uiterlijk op 17 september as.) alsnog juridische ruggengraat zal tonen.

Dit bericht vormt een kopie van onze persreactie d.d. 7 augustus jl.; zie ook Novum, Raad van State: geen paspoort zonder vingerafdruk.

Update 26 augustus 2012: de Raad van State gaat zogeheten 'prejudiciële vragen' over e.e.a. stellen aan het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. Wij houden u op de hoogte...

Update 26 september 2012: op vrijdag 28 september as. doet de Raad van State om 14.00u uitspraak in vier vergelijkbare zaken over vingerafdrukken in paspoorten en ID-kaarten; zie dit persbericht.

Update 28 september 2012: de Raad van State stelt een aantal kritische vragen over de Europese Paspoortverordening aan het Europees Hof van Justitie, lees HIER verder.

Gepubliceerd in Biometrie

Nederland is een democratische rechtsstaat. Dat houdt in dat ieder overheidsoptreden 1) democratisch gelegitimeerd dient te zijn én 2) aan het recht onderworpen is. Het recht bepaalt dus waar de overheid zich aan te houden heeft. Zoals het verbod van eigenrichting voor iedere burger geldt, zo geldt dat ook voor de overheid zelf. In die zin heeft de overheid een belangrijke voorbeeldfunctie. Maar wat nu indien de overheid een rechterlijke uitspraak aan haar laars lapt? Gelukkig kunnen burgers in een rechtsstaat dan opnieuw naar de rechter stappen om de overheid tot de orde te roepen. Dit gebeurde vorig jaar in een rechtszaak tegen de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) over de medische privacy en het beroepsgeheim in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Vorige week oordeelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) dat de NZa een eerder vonnis van het College niet had nageleefd en alsnog dient uit te voeren. Privacy First licht de uitspraak van het College hieronder kort voor u toe.

In 2008 is in Nederland het systeem van de zogeheten Diagnose Behandel Combinatie (DBC) ingevoerd. Dit houdt in dat iedere medische behandeling een speciale code heeft. Die code staat op de factuur voor uzelf en voor uw zorgverzekeraar. Zo kan uw zorgverzekeraar uw declaratie controleren. Daarnaast wordt op de factuur een korte omschrijving (‘lekenomschrijving’) vermeld. Iedere DBC-registratie wordt tevens (gepseudonimiseerd) ingevoerd in een centrale database van de overheid: het DBC Informatiesysteem (DIS). Deze database kan onder meer geraadpleegd worden door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Middels koppeling zijn de DBC-gegevens eenvoudig tot individuele personen te herleiden. Dit alles vormt een schending van de medische privacy (bij patiënten) en het medisch beroepsgeheim (bij medisch specialisten), zo ook in de curatieve geestelijke gezondheidszorg. Enkele jaren geleden trokken een aantal vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten (waaronder Stichting KDVP en DeVrijePsych) hierover terecht aan de noodrem bij de NZa. Hun bezwaren tegen de DBC-systematiek werden door de NZa echter ongegrond verklaard, waarna een procedure bij het CBb volgde. In augustus 2010 stelde het College de psychiaters en psychotherapeuten in het gelijk: de NZa diende hen voortaan van het DBC-systeem uit te zonderen. De NZa bleek echter onwillig om dit vonnis na te leven, waarna begin 2011 opnieuw een procedure bij het College volgde ter bevestiging van het eerdere vonnis. In zijn uitspraak van 8 maart jl. oordeelt het College dat de NZa het eerdere vonnis niet heeft nageleefd:

“Uit het voorgaande volgt dat de vraag of [de NZa] in haar nieuwe beslissing op bezwaar op juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de eerdere uitspraak van het College, ontkennend moet worden beantwoord." (par. 5.33)

De kernoverweging in de eerdere uitspraak van het College luidde als volgt:

“Het verstrekken aan zorgverzekeraars van diagnose-informatie over individuele patiënten maakt inbreuk op de medische privacy van deze patiënten. Appellanten hebben uitvoerig toegelicht welke bezwaren vanuit het perspectief van de patiënt, de behandeling en het beroepsgeheim van de behandelaar zijn verbonden aan het doorgeven van dergelijke informatie aan derden die niet bij de behandeling zijn betrokken. Naar het oordeel van het College zijn deze bezwaren zwaarwegend: het gaat om diagnoses die de kern van het privéleven van de betrokken persoon raken, zodat informatie hierover zeer privacygevoelig is. Daar komt bij dat, zoals appellanten hebben betoogd, vertrouwelijkheid en geheimhouding bij de behandeling van psychische klachten van groot belang zijn.” (par. 2.4.4.3)

In het nieuwe vonnis verplicht het College de NZa tot het maken van een opt-out privacyregeling voor de aanlevering van diagnose-informatie bij de behandeling van psychische klachten in de GGZ:

"Het resultaat van deze wijziging van het declaratiesysteem zal in elk geval dienen te zijn, dat de verplichting tot het vermelden van de diagnose-classificatiecode, alsook de verplichting tot het vermelden van andere gegevens op de declaratie waaruit een diagnose kan worden afgeleid, als zodanig komt te vervallen." (par. 5.42)

Het College concludeert in dit verband  dat de NZa (en VWS) over de bevoegdheden beschikt om dit te realiseren en dat een uitzonderingsregeling (opt-out) zeer goed te verwezenlijken is. Als kersverse winnares van een Big Brother Award vormt het een uitgelezen kans voor minister Schippers om haar privacyblazoen te zuiveren door nauwlettend toe te zien op de uitvoering hiervan door de NZa. Privacy First zal dit graag blijven monitoren.

Update 10 juni 2012: de NZa heeft het vonnis van het College inmiddels nageleefd door aanpassing van haar regelgeving. Per 7 juni jl. gelden 'naar letter en geest' van het vonnis van het College nieuwe NZa-beleidsregels voor de GGZ: 

1. Patiënten in psychotherapeutische of psychiatrische behandeling kunnen ter bescherming van hun privacy diagnosevermelding op de declaratie afwijzen. Wanneer patiënten van hun ziektekostenverzekering gebruik willen maken stellen zij met de behandelaar een 'privacyverklaring' op en sturen deze naar de verzekeraar. Diagnosevermelding op de declaratie is dan niet langer verplicht. Wel kan de medisch adviseur van de ziektekostenverzekeraar onder medisch beroepsgeheim om inlichtingen vragen.

2. Bij zelfbetalende patiënten is diagnosevermelding op de rekening niet langer verplicht. Een privacyverklaring is niet nodig.

3. In deze twee gevallen is ook toezending van DBC-registraties aan het DBC Informatiesysteem (DIS) niet langer verplicht.

Meer hierover vindt u HIER op het weblog van DeVrijePsych. Klik HIER voor het volledige besluit van de NZa d.d. 7 juni jl.

Update 7 juli 2012: Privacy First blijkt te vroeg gejuicht te hebben: Stichting KDVP gaat tegen de nieuwe beleidsregels van de NZa in beroep. "De door de  NZa opgestelde opt-out regeling is onvolledig, niet effectief en bijgevolg onbruikbaar in de praktijk van de verzekerde zorgverlening in de GGZ", aldus KDVP op haar website. De NZa blijkt immers onder meer te hebben "nagelaten om te voorzien in de noodzakelijke voorlichting over de invoering van een privacy opt-out regeling voor de GGZ" en de regeling onvoldoende te hebben uitgewerkt om te verhinderen dat diagnose-informatie (alsnog) kan worden uitgewisseld. Met de huidige opt-out regeling wordt namelijk niet voorkomen "dat uit coderingen en gedeclareerde bedragen alsnog diagnose-informatie te herleiden is." Het volledige standpunt van Stichting KDVP kunt u HIER lezen. Het zou de NZa sieren om de door Stichting KDVP geconstateerde gebreken in de opt-out regeling z.s.m. te repareren.

Gepubliceerd in Medische privacy
zaterdag, 10 maart 2012 16:37

Ophef over identificatieplicht

Het Openbaar Ministerie (OM) tekende onlangs beroep aan tegen de vrijspraak van een orthodox-joodse man die zich niet terstond kon identificeren. De man werd op 8 oktober jl. staande gehouden en verzocht zich te identificeren. De man vertelde de agenten dat hij geen ID-kaart bij zich had omdat het sabbat was. De religieuze regels die hij volgt, verbieden het om tijdens de sabbat iets bij zich te dragen. Wel gaf hij de politie toestemming om zijn rijbewijs thuis op te halen om zo zijn identiteit vast te stellen. Daarmee heeft hij in tegenstelling tot wat het OM beweert, aan de identificatieplicht voldaan. De kantonrechter ontsloeg de betreffende man op 17 februari jl. van rechtsvervolging.

Sinds januari 2005 geldt in Nederland de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht. Burgers moeten op verzoek van een daartoe bevoegd ambtenaar een identificatiebewijs kunnen tonen; er is sprake van een toonplicht. De plicht tot het dragen van een identiteitsbewijs (draagplicht) staat niet in de wet. Dit verschil mag academisch lijken, maar heeft belangrijke consequenties voor de dagelijkse praktijk. Het betekent niets meer en minder dan dat iemand die geen identiteitsbewijs draagt op zich niet in overtreding is. En dat geldt niet alleen voor mensen met een bepaald geloof.

In Nederland is er jaren veel weerstand geweest tegen de invoering van de identificatieplicht. Dat heeft ook te maken met het feit dat in de oorlog door het Nederlandse persoonsbewijs veel joden zijn afgevoerd.

In december 2003 werd de uitbreiding van de identificatieplicht in de Tweede Kamer besproken. Het wetsvoorstel kreeg veel kritiek van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de Orde van Advocaten en het College Bescherming Persoonsgegevens, dat wees op het gebrek aan onderbouwing en de strijdigheid met art. 8 lid 2 EVRM. Privacy International wees er bovendien op dat de plicht tot het dragen van een identiteitsbewijs in strijd is met het VN-verdrag voor de rechten van het kind, art. 16. Kort voor het parlementaire debat werd de draagplicht dan ook uit het wetsvoorstel geschrapt. Minister Donner verklaarde alleen een toonplicht in te willen voeren. Voor de PvdA was deze verandering een argument om voor te stemmen. De ChristenUnie, SGP, GroenLinks en SP stemden tegen de wet. Toen de wet was aangenomen wilde de VVD alsnog een draagplicht. In 2007 deed Henk Kamp (VVD) als Kamerlid opnieuw een poging om via een boerkaverbod de plicht tot het dragen van een identiteitsbewijs in de wet te laten opnemen.

In andere landen met alleen een toonplicht, zoals bv. Duitsland of Luxemburg, betekent dit daadwerkelijk dat men niet verplicht is een identiteitsbewijs bij zich te dragen. Als daar een persoon wordt aangehouden en hij/zij heeft geen identiteitsbewijs bij zich, wordt hij of zij in de gelegenheid gesteld dat op te halen tenzij er een dringende reden is de persoon meteen mee te nemen. In België is er wel een draagplicht en wel vanaf 1919. In Frankrijk is er een toonplicht voor Franse staatsburgers en een draagplicht voor migranten.

In Nederland wordt de toonplicht in de praktijk ten onrechte uitgelegd als draagplicht. Om dit te bereiken spreekt de wet van "aanbieden bij de eerste vordering" en moeten we volgens de Postbus 51-folder altijd een identiteitsbewijs bij ons hebben. Een folder is echter niet hetzelfde als de letterlijke tekst van de wet. De Haagse kantonrechter heeft op dit punt dan ook een juiste uitspraak gedaan.

Het OM lijkt zich hier niet bij neer te leggen, en de plicht om een identiteitsbewijs te dragen alsnog op een oneigenlijke wijze af te willen dwingen. Een woordvoerder van het OM liet weten: "Het is daarom belangrijk dat een hogere rechter zich hierover buigt. Dan weten burgers ook in de toekomst waar ze aan toe zijn." GroenLinks en de PvdA hebben vragen gesteld over deze kwestie.

Update Privacy First 8 februari 2013: de rechtszitting in het hoger beroep in deze zaak vindt plaats op dinsdag 12 februari 2013 (10.00u) bij het Hof Den Haag.

Update Privacy First 12 februari 2013: zoals verwacht deed het OM het tijdens de rechtszitting vanochtend voorkomen alsof sprake zou zijn van een draagplicht. Door de advocaat van de 'verdachte' werd (onder meer) terecht beargumenteerd dat slechts sprake is van een toonplicht, waar in casu aan was voldaan. De meervoudige kamer van het Hof doet uitspraak op dinsdag 26 februari as. (9.00u).

Update Privacy First 26 februari 2013: in een teleurstellende uitspraak heeft het Hof Den Haag vandaag alsnog geoordeeld dat sprake was van overtreding van de identificatieplicht. Daarbij miskent het Hof echter het onderscheid tussen een draagplicht en een toonplicht:

"Uit de Memorie van Antwoord van de minister van justitie aan de Eerste Kamer, zoals deze staat weergegeven onder punt 18 van de pleitnotities, volgt niet dat in het geval de verdachte zijn identiteitsbewijs thuis heeft liggen, steeds van een politieambtenaar verwacht of zelfs geëist zou mogen worden dat hij de verdachte vergezelt naar zijn woonhuis. Dat iets dergelijks in het onderhavige geval uiteindelijk wel is gebeurd, doordat politieambtenaren met verdachtes toestemming en met behulp van een buurvrouw van verdachte, die over zijn huissleutels beschikte, zich de toegang tot zijn huis hebben verschaft om aan de hand van de in verdachtes portemonnee aangetroffen rijbewijs zijn identiteit te kunnen vaststellen, levert naar het oordeel van het hof in de onderhavige zaak in redelijkheid geen grond op voor het openbaar ministerie om niet tot vervolging over te gaan. (...) Het hof is voorts van oordeel dat het feit dat de verdachte zich bereidwillig heeft opgesteld om, met behulp van zijn buurvrouw en de verbalisanten, zijn identiteitsbewijs alsnog ter inzage aan te bieden niet af doet aan het feit dat uit de wet noch uit de onder punt 42 van de pleitnotities genoemde Memorie van Antwoord volgt dat onder deze gegeven omstandigheden geen sprake is van een overtreding van artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht."

Het is te hopen dat de Hoge Raad deze uitspraak spoedig zal corrigeren.

Update 11 december 2015: lees ook NOS op 3, 'Geen ID-kaart bij je? Vraag agent even mee te lopen', met naschrift Privacy First.

Gepubliceerd in Columns

Op vrijdag 15 juli jl. wees de Utrechtse voorzieningenrechter het verzoek van een gewetensbezwaarde om een identiteitskaart zonder vingerafdrukken af. Ter aanvulling op onze eerste reactie bij BNR Peptalk brengt Privacy First in dit verband graag de volgende punten onder de aandacht:

1) Het actuele Utrechtse vonnis betreft het verzoek om een voorlopige voorziening en heeft dan ook slechts een voorlopig karakter. Het vonnis heeft geen bindende werking in de bodemprocedure en kan in die procedure worden teruggedraaid. Dit geldt ook voor vergelijkbare rechtszaken die momenteel voor andere Nederlandse rechtbanken spelen.

2) Opvallend aan het vonnis is dat de rechter zich louter baseert op de Paspoortwetgeving en andere relevante wetgeving geheel buiten beschouwing laat. Zo worden het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten nergens genoemd. Onder deze wetten (respectievelijk art. 126nc Sv. en art. 17 Wivd 2002) kunnen politie, justitie en inlichtingendiensten naar alle waarschijnlijkheid wel degelijk vingerafdrukken opvragen, zo niet bij gemeenten, danwel bij de fabrikant van de paspoorten en ID-kaarten in Haarlem (Morpho, voorheen Sagem). Dit verandert niet nu de bewaartermijn van vingerafdrukken in gemeentelijke databanken sterk wordt verkort.

3) Opvallend is verder dat de rechter de (strijd tegen) fraude met reisdocumenten een "groot belang" noemt zonder dit te onderbouwen. Het afnemen van vingerafdrukken is oorspronkelijk bedoeld als middel tegen zogeheten look-alike fraude met reisdocumenten. Blijkens statistieken van de Koninklijke Marechaussee komt dit type fraude in Nederland met Nederlandse reisdocumenten hooguit enkele honderden keren per jaar voor, voornamelijk door asielzoekers. Deze cijfers zijn door de landsadvocaat nimmer weerlegd. Het afnemen van vingerafdrukken bij alle Nederlandse burgers voor een nieuw reisdocument (paspoort of ID-kaart) is daardoor volstrekt disproportioneel en daarmee onrechtmatig.

4) Tijdens het Algemeen Overleg (AO) met de Tweede Kamer van 27 april jl. heeft Minister Donner gesteld dat biometrische verificatie van de vingerafdrukken in 21-25% van de gevallen niet werkt. Het huidige systeem functioneert dus niet en de wetgeving is daardoor technisch onuitvoerbaar gebleken. Ermee doorgaan is dan ook pure kapitaalvernietiging.

5) Aangezien biometrische verificatie van de vingerafdrukken in technische zin niet werkt, kan de burger daardoor ten onrechte verdacht worden van identiteitsfraude. Bijvoorbeeld in de toekomst, ergens op een vliegveld in het buitenland, met alle gevolgen van dien (gemiste vlucht, onrechtmatige detentie etc.). Doorgaan met het afnemen van vingerafdrukken brengt burgers dan ook actief in gevaar.

6) Minister Donner heeft tijdens hetzelfde AO op 27 april jl. toegezegd dat de Nederlandse identiteitskaart z.s.m. "vingerafdruk-vrij" zal worden. Tegenover de rechtbank Amsterdam verklaarde de landsadvocaat onlangs dat deze toezegging een bindend karakter heeft. Door de toezegging van Donner kan dan ook niet langer worden volgehouden dat de afname van vingerafdrukken voor ID-kaarten noodzakelijk is.

7) Inmiddels is echter tevens duidelijk geworden dat de benodigde wijziging van de Paspoortwet pas medio 2012 door het kabinet aan de Raad van State zal worden voorgelegd. Niet valt in te zien waarom de afname van vingerafdrukken voor ID-kaarten niet eerder kan worden stopgezet, desnoods langs technische weg. Ondanks het feit dat afname momenteel nog 'verplicht' is onder de Europese Paspoortverordening, zal de Europese Commissie eerdere stopzetting door Nederland (gezien de enorme foutenpercentages in de biometrische techniek) naar alle waarschijnlijkheid niet euvel duiden. Dit ook gezien het feit dat Nederland als enige EU-lidstaat de ID-kaart als wettelijk reisdocument i.p.v. als identiteitsdocument heeft betiteld, waardoor de Europese Paspoortverordening (en daarmee de verplichting van vingerafdrukken) naast het Nederlandse paspoort ook – geheel overbodig – op de Nederlandse ID-kaart van toepassing is. Snelle stopzetting levert Nederland bovendien slechts voordelen i.p.v. risico's op door kortere wachttijden aan gemeentebalies, kostenbesparingen en uitsluiting van de risico's die met de huidige afname van vingerafdrukken en RFID-technologie in de chip gepaard gaan.

Gepubliceerd in Biometrie

Naast het civiele Paspoortproces van stichting Privacy First zijn diverse Nederlandse burgers het afgelopen jaar zelf naar de bestuursrechter gestapt om de verplichte opslag van vingerafdrukken onder de nieuwe Paspoortwet aan te vechten. Van al deze individuele rechtszaken is die van de Haagse Louise van Luijk inmiddels het verst gevorderd. Gisteren deed de Haagse bestuursrechter echter een zeer teleurstellende uitspraak: haar zaak werd ongegrond verklaard, voornamelijk omdat de situatie waar Louise bezwaar tegen maakt volgens de rechter nog niet zou bestaan. Deze situatie is momenteel als volgt: bij het aanvragen van een nieuw paspoort of ID-kaart dient u vier vingerafdrukken af te staan. Twee van die vingerafdrukken plus uw digitale gezichtsscan komen vervolgens in een (op afstand uitleesbare) RFID-chip in uw paspoort of ID-kaart te staan. Dit is verplicht onder de Europese Paspoortverordening. Alle vier uw afgenomen vingerafdrukken en uw gezichtsscan worden daarnaast opgeslagen in een gemeentelijke databank. Dit is verplicht onder de nieuwe Nederlandse Paspoortwet van juni 2009. In de toekomst zullen al deze gegevens (vingerafdrukken + gezichtsscans) vanuit de database van uw gemeente worden 'overgeheveld' naar een nieuwe, nationale database. Dat was althans de voornaamste reden voor de invoering van de nieuwe Paspoortwet. De bepalingen in die wet over de nationale database zijn echter nog niet in werking getreden. De nationale database is er namelijk nog niet en zal er waarschijnlijk ook niet meer komen. Immers, de Tweede Kamer is inmiddels tegen ("voortschrijdend inzicht") en de ambtelijke ontwikkeling van de database schijnt enige tijd geleden al te zijn stilgelegd, o.a. wegens problemen bij de technische vormgeving ervan.

De 'decentrale' gemeentelijke opslag van vingerafdrukken en (2D, binnenkort 3D?)gezichtsscans fungeerde oorspronkelijk als 'tussenfase' richting 'centrale' nationale opslag voor een breed scala aan doeleinden, waaronder opsporing en vervolging, terrorismebestrijding, rampenbestrijding, inlichtingenwerk in binnen- en buitenland etc. Het "probleem" is nu dus echter dat die nationale database er waarschijnlijk niet meer komt. Intussen zitten alle Nederlandse gemeenten opgescheept met een enorme lading vingerafdrukken en gezichtsscans van twijfelachtige kwaliteit, in gemeentelijke databases waarvan de veiligheid niet 100% kan worden gegarandeerd. Volgens experts kunnen deze gegevens ook NU al worden opgevraagd door politie, justitie en inlichtingendiensten, namelijk onder reeds bestaande wet- en regelgeving buiten de nieuwe Paspoortwet. (Voor de juristen onder u: zie bijvoorbeeld art. 126nc Sv.) Dit geldt in elk geval voor de gezichtsscans en vermoedelijk ook voor de vingerafdrukken, zo begrepen wij onlangs vanuit nota bene het Ministerie van Veiligheid en Justitie zelf.

De Haagse rechtbank zegt nu: de bepalingen in de nieuwe Paspoortwet over de nationale database, opsporing en vervolging etc. zijn nog niet in werking getreden, dus waar maakt u zich druk om. Hierbij gaat de rechter echter voorbij aan 1) de dreigende schending die uitgaat van inwerkingtreding van de betreffende bepalingen in de nieuwe Paspoortwet en 2) het feit dat de risico's en bezwaren tegen opslag in een nationale database net zo goed gelden voor de huidige opslag bij gemeenten. Beide aspecten had de rechtbank in haar uitspraak kunnen en moeten betrekken: zowel het Nederlandse als het Europese, 'Straatsburgse' recht laten hier alle ruimte toe.

Al met al maakt het vonnis van de rechtbank dan ook een gekunstelde, ontwijkende indruk. Misschien heeft de rechtbank een echt oordeel over de nieuwe Paspoortwet aan de Tweede Kamer willen overlaten? De laatste alinea van het vonnis duidt daar wel op:

"Ten overvloede overweegt de rechtbank dat zij, met eiseres, heeft geconstateerd dat er maatschappelijke discussie bestaat over de wenselijkheid van opslag van en controle aan de hand van vingerafdrukken. Eiseres heeft in dit kader betoogd dat het politieke draagvlak voor de (...) wetgeving is gewijzigd. Deze omstandigheden tasten evenwel de rechtmatigheid van de wetgeving niet aan. Het is niet aan de rechter om over dergelijke omstandigheden te oordelen. Eventuele wijzigingen in het politieke draagvlak dienen tot uitdrukking te worden gebracht binnen het politieke besluitvormingsproces."

Privacy First ziet zowel de komende beraadslagingen van de Tweede Kamer als het hoger beroep van Louise van Luijk bij de Raad van State met vertrouwen tegemoet. Ook de Raad van State heeft op dit terrein immers nog iets goed te maken, getuige bijvoorbeeld het recente WRR-rapport iOverheid waarin leden van de Raad van State zelf blijken toe te geven dat zij dit dossier voorheen onvoldoende scherp hebben gevolgd. In het parlementaire voortraject van de nieuwe Paspoortwet deed de Raad van State er immers slechts het zwijgen toe. Binnenkort zal men alsnog een kritisch oordeel over de Paspoortwet kunnen vellen.


Naschrift: een treffend krantenartikel over het vonnis in de zaak van Louise leest u in de Spits van vandaag (p. 7).

Gepubliceerd in Biometrie
donderdag, 03 februari 2011 14:47

Rechtbank vermijdt oordeel over Paspoortwet

In het civiele Paspoortproces van Privacy First was op 2 februari jl. sprake van een curieuze ontwikkeling: de rechtbank Den Haag verklaarde zowel Privacy First als haar 21 mede-eisers niet-ontvankelijk. Naast de juridisch onbegrijpelijke motivatie valt vooral op hoe kort het vonnis is. Privacy First kan zich dan ook niet aan de indruk onttrekken dat de rechtbank vooral snel van deze zaak af wilde zijn.

De rechtbank motiveerde het vonnis met de mededeling dat Privacy First geen eigen belang in deze zaak zou hebben en dat voor de mede-eisers (burgers) slechts de weg naar de bestuursrechter open zou staan. Dit terwijl Privacy First als ideële stichting terzake juist alle belang bij deze zaak heeft en burgers geen (rechtstreeks) bestuursrechtelijk bezwaar kunnen maken tegen de opslag van hun vingerafdrukken voor een nieuw paspoort of ID-kaart. Dergelijk bezwaar is slechts mogelijk via een lange, omslachtige procedure. Van een dergelijk 'ping-pongen' met burgers is stichting Privacy First niet gediend. Privacy First beraadt zich momenteel op de te nemen civiele vervolgstappen en zal hierover spoedig berichten.

* UPDATE 16 feb. 2011 * Privacy First gaat in hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkheid bij de rechtbank in het Paspoortproces.

Gepubliceerd in Rechtszaken
Pagina 26 van 26

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon