donatieknop english

"De databank met DNA-profielen die de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) bijhield moet worden vernietigd. Voor het bewaren van het celmateriaal en bijbehorende profielen zijn geen richtlijnen vastgesteld en dus is het tegen de wet. Maar de AIVD bouwde toch een database. Kun je de inlichtingendienst nog wel vertrouwen?

Vandaag verscheen een rapport van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (CTIVD). Volgens het rapport werden 'op beperkte schaal' gegevens bijgehouden in een databank. Het betrof namen gekoppeld aan DNA-profielen.

Het onderzoeken van DNA-gegevens is wettelijk geregeld, maar zodra de identiteit is vastgesteld moeten de DNA-profielen en eventueel ander materiaal, zoals vingerafdrukken, worden vernietigd. Het bewaren van DNA-profielen en celmateriaal door de AIVD is momenteel niet geregeld in de wet, en mag dus niet.

De AIVD wil niet zeggen hoeveel DNA-profielen er in de databank waren opgeslagen. In het rapport staat dat 'alle tot dusver opgestelde DNA-profielen zijn bewaard in een DNA-databank van de AIVD'. Volgens de AIVD heeft de minister inmiddels opdracht gegeven om alle DNA-gerelateerde gegevens die opgeslagen waren, te vernietigen. Dat is gebeurd. Dat geldt ook voor de databank.

Kun je de AIVD nog wel vertrouwen?
"Schandalig dat de AIVD op eigen houtje een DNA-databank bijhield, tegen de wettelijke regels in." Vincent Böhre, jurist bij stichting Privacy First, vindt het gedrag van de inlichtingdienst een kwalijke zaak. Hij vraagt zich af wie nog meer toegang kreeg tot de DNA-data. "Zijn deze data ook gedeeld met buitenlandse inlichtingendiensten? En zijn er nog meer databanken met gegevens die de AIVD eigenlijk had moeten verwijderen?"

De stichting wil dat de AIVD alle betrokken personen op de hoogte stelt en excuses aanbiedt. "De Wiv (de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten uit 2002, red.) schrijft voor dat mensen van wie de privacy is geschonden na enige tijd worden geïnformeerd, waar dat kan. De DNA-data zijn vernietigd, dus die zijn kennelijk niet meer relevant, dus zou de AIVD die mensen kunnen vertellen wat hij heeft gedaan."

"Het grappige is: wij hebben best een goede relatie met de AIVD. Het hoofd van de inlichtingendienst, Rob Bertholee, zei in januari nog letterlijk dat privacy voor hem net zo heilig is als voor Privacy First. En in 2012 vertelde hij tijdens een lezing voor ons dat hij ook geen voorstander is van Big Brother. 'Er zijn grenzen aan wat je wel en niet kunt doen', zei hij toen."

Toch vertrouwt Böhre het AIVD-hoofd nog steeds. "Vind ik hem een huichelaar? Nee, absoluut niet. Hij maakte een oprechte en integere indruk op mij. Misschien had hij hier geen zicht op, hoe gek dat ook klinkt."

Wat zou er volgens de CTIVD moeten gebeuren?
De Commissie stelt vast dat in de Wiv geen basis is voor het inrichten van een DNA-databank. "Hiervoor moet dus een eigen, voor het publiek herkenbare regeling komen." Wat wel en niet wordt toegestaan in die regeling moet de Tweede Kamer bepalen.
Volgens de Commissie bestaat ook het risico dat DNA-profielen en lichaamseigen materiaal te lang is bewaard. Het zou explicieter geregeld moeten worden wie verantwoordelijk is voor het bewaren en vernietigen van deze gegevens en hoe dat gebeurt.

Hoe reageerde minister Plasterk?
Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken heeft al laten weten alle aanbevelingen uit het rapport over te nemen. Ook kijkt hij hoe de conclusies van de CTIVD bij de hervorming van de Wiv mee kunnen worden genomen.

Is de Commissie hier tevreden mee?
"Dat is natuurlijk altijd goed om te zien", zegt Hilde Bos, secretaris van de CTIVD.

Het onderzoek werd eind maart 2013 aangekondigd en werd begin januari 2015 afgerond. Duren onderzoeken van de CTIVD altijd zo lang?
"Nee", vertelt Bos. "We proberen meestal om maximaal een jaar te besteden aan onderzoeken. Maar als de minister of de Tweede Kamer andere onderzoeksverzoeken bij ons neerleggen, bijvoorbeeld over de MH17 of Roel van Duijn, kan zo'n onderzoek wel vertraging oplopen. Daarnaast duurt het vrij lang voordat het openbaar wordt, omdat bijvoorbeeld eerst gekeken moet worden of er nog staatsgeheimen in staan."

Materiaal verzamelen
Uit het rapport blijkt verder dat de AIVD bij twee operaties lichaamsmateriaal heeft verzameld met als doel een gezondheidsonderzoek uit te voeren, maar dat mag niet. Dit soort materiaal mag alleen geanalyseerd worden met als doel de identiteit van iemand te achterhalen.

Ook zijn de procedures in een aantal gevallen niet helemaal goed gevolgd: zo was de reden voor onderzoek aan lichaamseigen materiaal in een aantal gevallen niet goed gemotiveerd of was er van tevoren geen toestemming verleend voor DNA-onderzoek, wat wel verplicht is. In twee gevallen was de AIVD ook al op de hoogte van de identiteit van de betrokkene, en mocht de dienst dus geen DNA-onderzoek uitvoeren - maar is dat wel gebeurd.

Voorwaarden

Volgens de wet zijn er twee randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan bij het verzamelen van materiaal voor forensisch biologisch onderzoek.

Ten eerste mag de AIVD alleen onderzoek doen aan voorwerpen met daarop aanwezig lichaamseigen materiaal. Er mag geen materiaal worden afgenomen op het lichaam van de personen zelf, bijvoorbeeld door het heimelijk uittrekken van lichaamshaar. Er mag geen inbreuk worden gemaakt op de lichamelijke integriteit van personen.

Ten tweede moet het vaststellen van een identiteit het doel van het onderzoek zijn. De wet biedt dus geen ruimte om onderzoek te doen als de identiteit al vaststaat. Het is bijvoorbeeld verboden om een DNA-profiel op te slaan om in de toekomst een verdachte opnieuw te kunnen identificeren. Een onderzoek mag ook niet gericht zijn op het vaststellen van een afkomst of de gezondheid van persoon."

Bron: http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/3926188/2015/03/25/Kunnen-we-de-AIVD-nog-wel-vertrouwen.dhtml, 25 maart 2015.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"De campagne Specifieke Toestemming van Privacy First is tegen de nieuwe EPD-wet van minister Schippers van VWS. Volgens Privacy First is het wetsvoorstel van Schippers oude wijn in nieuwe zakken. Vier jaar geleden haalde Schipper's voorstel voor het elektronisch patiëntendossier het niet. Nu wel? En wat is eigenlijk tegen het wetsvoorstel?" Beluister hieronder het hele interview:

Bron: http://www.amsterdamfm.nl/nieuwe-epd-wet-nieuwe-wijn-in-oude-zakken/, 4 maart 2015.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"De nieuwe EPD-wet van minister Schippers laat patiënten toestemming verlenen waarvan ze de gevolgen niet kunnen overzien, wat in strijd is met het recht op privacy en het medisch beroepsgeheim. Daarvoor waarschuwt de campagne Specifieke Toestemming in een brief aan de Eerste Kamer.

Specifieke Toestemming is een initiatief van een groep bezorgde burgers, Privacy First en de Stichting Bescherming Burgerrechten. Volgens het initiatief maakt het wetsvoorstel "Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens" het mogelijk om met een eenmalige toestemming medische gegevens toegankelijk te maken bij elke zorgverlener met wie de patiënt contact heeft gehad.

Geeft de patiënt bij één zorgverlener toestemming, dan kunnen op basis hiervan namelijk ook gegevens bij andere zorgverleners worden ontsloten. De minister noemt dit in haar voorstel "gespecificeerde toestemming", maar het wetsartikel in kwestie laat in feite genoeg ruimte over voor een carte blanche. "Een toestemming met zo'n reikwijdte is zowel vanuit het recht op privacy van de patiënt als het beroepsgeheim van de zorgverlener ondenkbaar", zo stelt Specifieke Toestemming.

Gevolgen

Het initiatief waarschuwt dat een patiënt die bij één zorgverlener toestemming voor het delen van gegevens geeft, niet weet welke informatie vervolgens ook ontsloten kan worden uit de dossiers van andere zorgverleners, van apothekers en huisartsen tot specialistische zorgverleners en ziekenhuizen. "Hij staat daarmee niet in de positie om over het ontsluiten van gegevens een weloverwogen beslissing te maken waarvan hij de gevolgen kan overzien."

Volgens Specifieke Toestemming moet bij het delen van medische persoonsgegevens het voor de patiënt op voorhand duidelijk zijn om welke gegevens het gaat, en wie deze met welk doel kan raadplegen. De nieuwe wet van minister Schippers zou niet aan deze eisen voldoen. De D66-fractie van de Eerste Kamer heeft de regering inmiddels gevraagd om op de brief van Specifieke Toestemming te reageren."

Bron: https://www.security.nl/posting/420746/Eerste+Kamer+gewaarschuwd+voor+nieuwe+EPD-wet, 4 maart 2015.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Als de Tweede Kamer instemt met het massaal aftappen van internetverkeer, stapt organisatie Privacy First onmiddellijk naar de rechter. "We weten hoe het moet, we hebben de overheid al een paar keer eerder aangepakt", zegt voorzitter Bas Filippini.

Privacy First won al eerder rechtszaken tegen de centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet en tegen kentekenparkeren. De onafhankelijke stichting ziet in het huidige voorstel van minister Plasterk om de inlichtingendiensten de bevoegdheid te bieden om alle communicatie van alle burgers continu af te tappen een goede mogelijkheid om dit door de rechter te laten toetsen aan hoger privacyrecht.

Niet te begrijpen

"Het is onbegrijpelijk dat een dergelijk voorstel nu in de Tweede Kamer ligt", aldus Filippini. "Nu de Eerste Kamer al eerder niets in een dergelijk voorstel zag, het Europese Hof van Justitie de bewaarplicht telecomgegevens vorig jaar ongeldig verklaarde en er recentelijk een zeer kritisch rapport van de Raad van Europa over massale surveillance verschenen is, komt Plasterk met een draconische wet die het ongericht en continu tappen van al het internetverkeer van alle Nederlanders mogelijk moet maken."

Kop in het zand

"Edward Snowden heeft ons geleerd hoe overheden met deze gegevens omgaan, maar de Nederlandse politiek doet alsof gerechtelijke uitspraken en een jaar lang onthullingen niet relevant zijn. In dit voorstel is er sprake van een omkering van hoe wetgeving tot stand gebracht zou moeten worden en is privacyschendende technologie leidend", aldus Filippini."

Bron: http://www.automatiseringgids.nl/nieuws/2015/07/als-massale-taps-mogen-stappen-wij-naar-de-rechter, 11 februari 2015.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

De nieuwe EPD-wet van minister Schippers laat patiënten toestemming verlenen waarvan ze de gevolgen niet kunnen overzien. Dat is in strijd met het recht op privacy en het medisch beroepsgeheim, stelt onze campagne Specifieke Toestemming in een brief aan de Eerste Kamer.

Het wetsvoorstel Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens (33509) maakt het mogelijk om met een eenmalige toestemming medische gegevens toegankelijk te maken bij elke zorgverlener met wie de patiënt contact heeft gehad. Geeft de patiënt bij één zorgverlener toestemming, dan kunnen op basis hiervan namelijk ook gegevens bij andere zorgverleners worden ontsloten.

De minister noemt dit in haar voorstel 'gespecificeerde toestemming', maar het wetsartikel in kwestie laat in feite genoeg ruimte over voor een carte blanche. Een toestemming met zo'n reikwijdte is zowel vanuit het recht op privacy van de patiënt als het beroepsgeheim van de zorgverlener ondenkbaar, zo stelt Specifieke Toestemming.

Een brede toestemming met ondoorzichtige reikwijdte

Een patiënt die bij één zorgverlener toestemming geeft voor het delen van gegevens, weet niet welke informatie vervolgens ook ontsloten kan worden uit de dossiers van andere zorgverleners – van apothekers en huisartsen tot specialistische zorgverleners en ziekenhuizen. Hij staat daarmee niet in de positie om over het ontsluiten van gegevens een weloverwogen beslissing te maken waarvan hij de gevolgen kan overzien.

Ook kan een dergelijke toestemming ertoe leiden dat dossiers toegankelijk worden bij toekomstige zorgverleners van de patiënt, zonder dat de patiënt zich daar bewust van is. Het delen van gegevens buiten het zicht van de patiënt kan het vertrouwen van burgers in het beroepsgeheim ondermijnen.

Een toestemming met een dergelijke reikwijdte is bovendien in strijd met de eisen van noodzakelijkheid en proportionaliteit voortkomend uit artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), het fundamentele recht op privacy. Eveneens druist het delen van medische gegevens op basis van een toestemming die elders is gegeven in tegen het beroepsgeheim van de zorgverlener, die informatie over zijn patiënten uitsluitend mag delen voor specifieke, behandelgerelateerde doeleinden en voor het breed ontsluiten van gegevens zélf toestemming aan de patiënt moet vragen.

Bij het delen van medische persoonsgegevens moet het voor de patiënt op voorhand duidelijk zijn om welke gegevens het gaat, en wie deze met welk doel kan raadplegen. Dat is een fundamenteel recht van de patiënt en een plicht van de arts. Aan deze eisen wordt niet voldaan in de nieuwe wet van minister Schippers, die het mogelijk maakt om zonder dat er een medische noodzaak is vastgesteld, op grote schaal medische gegevens toegankelijk te maken voor in principe alle op het systeem aangesloten zorgverleners.

Een opt-out bij uitbreiding van het systeem

Patiënten die ooit toestemming hebben gegeven voor het delen van gegevens, moeten zelf deze toestemming inperken wanneer het systeem wordt uitgebreid en ze het daar niet mee eens zijn, zo valt ook in het wetsvoorstel te lezen. Specifieke Toestemming wijst erop dat een 'stille' uitbreiding van de toestemming, waarbij er wordt uitgegaan van impliciete toestemming van de patiënt, op basis van de eerdergenoemde wets- en verdragsbepalingen nooit rechtmatig kan zijn.

Download de volledige brief aan de Eerste Kamer HIER.

De D66-fractie van de Eerste Kamer heeft de regering gevraagd om op de brief van Specifieke Toestemming te reageren; zie HIER het verslag van de Eerste Kamer dat vandaag is gepubliceerd (pdf, p. 8).

Gepubliceerd in Medische privacy

"Aan de al bijna tien jaar lopende discussie over de bewaarplicht kan een nieuw hoofdstuk worden toegevoegd. Gisteren diende het kort geding van belangenorganisaties tegen de Nederlandse staat over het bewaren van communicatiegegevens. Dat schendt de privacy van Nederlanders buitenproportioneel, aldus de organisaties. Nee hoor, houdt de overheid vol.

De rechten van Nederlandse burgers worden willens en wetens geschonden met de 'mass surveillance' van de Nederlandse Staat. De Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens die dat mogelijk maakt, moet per direct buiten werking worden gesteld. Dat is vrij vertaald de claim van een consortium van belangenverenigingen Privacy First, de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, de Nederlandse Vereniging van Journalisten en enkele telecom- en internetproviders gisteren voor de rechtbank in Den Haag.

Meta-data
De rechtszaak tegen de staat is een zoveelste wending in een discussie die al bijna tien jaar duurt. Mogen overheden telecom- en internetproviders verplichten de communicatiegegevens van al hun klanten op te slaan? De Nederlandse overheid is van mening dat zogenoemde meta-data nodig zijn voor bestrijding van criminaliteit en het voorkomen van terrorisme.

De providers houden daarom sinds 2009 van alle Nederlandse burgers bij wie met wie belt, waar ze dat doen, maar ook met welk uniek ip-adres zij verbinding maken met het internet en wie zij vervolgens e-mailen. Telecomgegevens moeten de providers een jaar bewaren, internetdata zes maanden. Zonder gerechtelijk bevel mogen de data vervolgens worden opgeëist.
(...)
Het kort geding dat het consortium aanspande volgt op een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. In april 2014 concludeerde de hoogste Europese rechter dat de Europese bewaarplicht een ernstige inbreuk is op de privacy en dus fundamentele rechten van de mens schaadt.

Dat de gegevens nuttig kunnen zijn voor justitiële opsporing staat ook voor het Europese Hof als een paal boven water, maar garanties waarmee inmenging in iemand zijn leven beperkt blijven tot het hoogst noodzakelijke ontbreken. Het feit dat overheden van iedere burger - zonder dat er sprake is van een verdenking van een strafbaar feit - dergelijke gegevens bewaart is een te grote inbreuk op het privéleven.

En dus ageren de belangenorganisaties al sinds vorig jaar tegen de Nederlandse wet. Die zou immers indruisen tegen de rechten die in het Handvest van de Grondrechten zijn vastgelegd. Hoewel het kabinet lange tijd volhoudt geen reden te zien om de wet aan te passen, bevestigt minister Opstelten (Veiligheid & Justitie) in november vorig jaar toch dat de bewaarplicht in strijd is met dat Handvest. Voldoende reden voor hem om nu de wet aan te scherpen.
(...)

'Bijna laakbaar'
Hoe vaak de telecom- en internetproviders zijn gevraagd om data en hoe vaak dit direct tot een veroordeling heeft geleid is tot op heden onduidelijk. Jacob Kohnstamm, voorzitter van privacytoezichthouder College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) noemde het eind januari al 'bijna laakbaar' dat de effectiviteit van de bewaarplicht niet is aangetoond. Datzelfde CBP maakte deze week eveneens gehakt van een door Opstelten aangekondigde wetswijziging.

De conceptversie van die wijziging bevat enkele nieuwe waarborgen waarmee hij de wet aanscherpt en tegemoet komt aan de bezwaren van onder andere de privacyvoorvechters. Een rechter moet na aanname van de wijziging eerst toestemming geven voordat een officier van justitie communicatiegegevens mag opvragen. Daarnaast zal ook de ernst van de verdenking meetellen: bij ernstige misdrijven mag verder in het verleden worden teruggezocht.

Het CBP - dat door het Ministerie van Justitie om advies werd gevraagd - noemde de aanpassingen onvoldoende. 'De opsporingsautoriteiten hebben jaren ervaring opgedaan, maar het is kennelijk niet mogelijk gebleken een onderbouwing te leven van de noodzaak van deze bewaarplicht.' Een onevenredige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, zo vatte het CBP maandag samen.

Direct buiten werking
Vincent Böhre van Privacy First vermoedt dat de wijziging om diezelfde reden niet door de Tweede Kamer zal worden aangenomen. Juist omdat de huidige situatie daarmee in stand blijft, roept het daarom woensdag op de bewaarplicht direct buiten werking te stellen.

Böhre: 'Los van wat de overheid ermee doet, is het opslaan van gegevens een schending van de privacy. Dat zegt ook de Europese rechter. Als de rechter de handhaving van de wet opschort mogen providers hun klanten in ieder geval zelf de keuze bieden. Opslaan of niet.'

Of de wet inderdaad van tafel gaat, zal op 11 maart blijken. Dan doet de Rechtbank Den Haag uitspraak."

Bron: http://www.volkskrant.nl/tech/bewaarplicht-buitenproportioneel-of-noodzakelijk-kwaad~a3854766/ , 19 februari 2015.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Een bekende melodie van een telefoon schalt door de rechtszaal in Den Haag. ,,Dit wordt geregistreerd, dat begrijpt u wel,'' grapt de rechter. Hij heeft gelijk. Telecomaanbieders moeten van de wet alle telefoongegevens 1 jaar lang bewaren, zodat een officier van justitie kan opvragen wie wanneer met wie heeft gebeld. De inhoud van de gesprekken of sms'jes wordt niet bewaard, maar wel het nummer van de beller, de duur van het gesprek en de locatie. Net als gebruikte IP-adressen op internet.

En dat moet stoppen, vinden privacy-voorvechters, die de staat gisteren voor de rechter sleepten. Want de overheid weet nog veel meer van ons. Camera's boven de snelweg registreren waar we rijden. Niet alleen de politie gebruikt die gegevens om gesignaleerde boeven te pakken, ook de Belastingdienst kijkt mee. Zo controleert de fiscus of leaserijders zich wel aan de regels houden. Onder dit kabinet is ook het SyRI-systeem ingevoerd. Om uitkeringsfraudeurs te snappen worden de gegevens van onder meer gemeenten, uitkeringsinstantie UWV en de Belastingdienst gekoppeld.

Het kabinet wil nog verder gaan. Opstelten is van plan de locaties van alle kentekens 4 weken op te slaan, zodat de rechercheurs de gang van verdachten kunnen nagaan. Een Kamermeerderheid is daar voor. Dat geldt ook voor het plan van minister Plasterk, die geheime diensten meer mogelijkheden wil geven mobiele telefoons af te tappen.

Privacy
Het gaat privacy-voorvechters allemaal veel te ver. Om te beginnen moeten telecombedrijven direct stoppen met de opslag van telefoongegevens, vinden onder meer stichting Privacy First, advocaten en journalisten Ze spanden gisteren een kort geding aan tegen de staat.

De Nederlandse wet komt voort uit een Europese richtlijn, die vorig jaar nietig is verklaard door het Europees Hof. Gegevens van alle burgers opslaan is een te grote inbreuk op de privacy. Ook de Raad van State en het College Bescherming Persoonsgegevens zijn kritisch.

Het kabinet werkt al aan een nieuwe bewaarplicht, waarbij een rechter-commissaris moet beslissen over toegang tot de telefoondata. Maar tot die tijd weigert de staat de huidige bewaarplicht op te heffen. Anders ontkomen criminelen en terroristen aan hun straf, stelt justitie.
(...)
De privacy-voorvechters vrezen misbruik van de gegevens. De data zijn al op te vragen over een verdachte van een fietsendiefstal, zonder dat er een rechter aan te pas komt. ,,Het is een heel zwaar middel om zo veel informatie te verzamelen van niet-verdachte Nederlanders. Het belang van opsporing weegt daar niet tegen op,'' zei Florian Overkamp van telecombedrijf SpeakUp."

Bron: Algemeen Dagblad, 19 februari 2015.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"De overheid dwingt providers de grondrechten van hun klanten massaal te schenden. Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) lijkt een weloverwogen strategie te voeren om dat zo lang mogelijk door te laten gaan, en lapt daarmee Europese regels aan zijn laars. Dat beweren zeven organisaties die zich hebben verenigd in een poging om de Nederlandse Wet Bewaarplicht Telecommunicatiegegevens buiten werking te stellen. Ze vroegen gisteren in kort geding de rechter om een uitspraak.

Volgens de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, de Stichting Privacy First en vier andere organisaties vormt de bewaarplicht een enorme inbreuk op de privacy van burgers, vooral als die niet worden verdacht van een strafbaar feit. Mensen willen niet bespied worden , aldus de advocaten Otto Volgenant en Fulco Blokhuis.

Boete
De wet dwingt providers gedurende een jaar gegevens over telefoonverkeer te bewaren, en over internetverkeer gedurende een half jaar. Sinds 16 februari hebben zich al 5700 mensen bij hun provider gemeld met het verzoek om te stoppen met het opslaan van hun gegevens. Die kunnen daar nu geen gehoor aan geven, omdat ze per overtreding een boete riskeren van 450.000 euro van het Agentschap Telecom.

Ook advocaten en journalisten worden door de wet ernstig in hun werk belemmerd, omdat ze zich niet vrij voelen om te bellen of te mailen met cliënten of contacten.
(...)
Alleen bewaren van gegevens van verdachten is geen reëel alternatief, aldus de Staat. Dan blijven first offenders buiten schot. [De landsadvocaten] betwisten dat de bewaarplicht in strijd is met de Europese regels. De rechter doet uitspraak op 11 maart."

Bron: Telegraaf 19 februari 2015, p. 14.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"De opsporing van criminelen en terroristen komt in gevaar als telecom- en telefoonbedrijven het bel- en internetgedrag van gebruikers niet hoeven te bewaren. Dat vrezen politie en het OM als ze in verband met privacywetgeving niet langer gebruik mogen maken in hun onderzoeken van opgeslagen telecommunicatiegegevens.
(...)
Vandaag dient in Den Haag een kort geding tegen de Nederlandse Staat, waar een brede coalitie van organisaties en ondernemingen (o.a. Privacy First, de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten en de Nederlandse Vereniging van Journalisten) eist dat de Wet bewaarplicht telecommunicatie buiten werking wordt gesteld, omdat die in strijd is met fundamentele grondrechten die privéleven, communicatie en persoonsgegevens beschermen.
(...)
Politie en justitie zeggen dat alleen gegevens worden opgevraagd als daar een goede reden voor is. (...)"

Bron: Telegraaf 18 februari 2015, p. 10.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Aftrap van zaak over de vraag of bel- en internetgegevens terecht worden opgeslagen

Som je de lijst serieuze critici van het opslaan van het bel- en internetgedrag van alle Nederlanders op, dan lijkt minister Ivo Opstelten van justitie het vandaag nog knap lastig te krijgen in de rechtbank. Het College Bescherming Persoonsgegevens deed eergisteren nog een duit in het zakje met het oordeel dat er sprake is van een te zware inbreuk op de privacy.

Eerder kwam er ook al kritiek vanuit de Eerste Kamer, waar minister Opstelten begin maart uitleg moet komen geven over de kwestie. En van de Raad van State, die de minister adviseerde de bewaarplicht in te trekken.

Die bewaarplicht, in Nederland ingevoerd in 2009, houdt in dat historische bel- en internetgegevens van alle Nederlanders worden opgeslagen door bedrijven als KPN, UPC en XS4ALL. Voert iemand een telefoongesprek, dan worden de duur, de locatie, de telefoonnummers, namen en adressen (als het tenminste geen prepaidtelefoon is) van de gesprekspartners voor twaalf maanden bewaard. Gegevens over e-mailverkeer of een internetsessie staan voor zes maanden op de server van de provider. Eigenlijk wordt alleen de inhoud van de gesprekken en berichten niet opgeslagen. De Nederlandse wet komt voort uit de zogenoemde Europese Dataretentierichtlijn. Maar die richtlijn werd in april vorig jaar door het Europees Hof van Justitie ongeldig verklaard. Met terugwerkende kracht, wat erop neerkomt dat de hoogste rechter in Europa bepaalde dat de bewaarplicht nooit heeft bestaan. Het belangrijkste argument om daartoe te besluiten: het opslaan van gegevens van álle burgers, ook als die niet verdacht zijn van een misdrijf, is een te grote schending van de privacy.

Meteen kwam in Nederland de roep om ook hier de bewaarplicht af te schaffen. Maar Opstelten besloot anders. Hij kondigde een aantal wettelijke aanpassingen aan, waaronder het invoeren van een rechterlijke toets voordat opsporingsdiensten inzage krijgen in de gegevens. Tot die tijd is hij echter niet van plan de bewaarplicht op te schorten.

Een aantal organisaties, waaronder Privacy First, de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, journalistenvakbond NVJ en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, wil daar vandaag via een kort geding alsnog verandering in brengen. Zwaaiend met de uitspraak van het Europees Hof, zijn de partijen ervan overtuigd een goede kans te maken in de rechtszaal: de Nederlandse regelgeving is immers in strijd met de Europese grondrechten.

Waarom houdt Opstelten dan toch stand? Zijn belangrijkste argument: de bewaarde gegevens zijn noodzakelijk voor het opsporen en berechten van zware criminelen. Zo worden ze bijvoorbeeld gebruikt om aan te tonen dat een verdachte op een bepaald moment op een bepaalde plek was. (...) Het is nu aan de rechter in Den Haag om dat belang af te wegen tegen het recht op privacy. Daarmee is de kwestie rond de bewaarplicht een klassiek geval van veiligheid versus privacy geworden. De uitspraak wordt over een enkele weken verwacht."

Bron: Trouw 18 februari 2015, p. 11.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
Pagina 17 van 34

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon