donatieknop english

Nederlandse bevolking verwerpt nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Deze wet dient nu te worden aangepast. Zo niet, dan volgt een rechtszaak.

Historische streep in het zand

Woensdag 21 maart 2018 is een historische dag: voor het eerst in de geschiedenis heeft een nationale bevolking zich bij referendum tegen een wet op de geheime diensten uitgesproken. Bij dit referendum mocht de Nederlandse bevolking stemmen over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de zogeheten Sleepwet. Inmiddels is bekend dat een overduidelijke meerderheid TEGEN deze wet is. Privacy First beschouwt dit als een historische overwinning en hoopt dat dit tot een sneeuwbal-effect in andere landen zal gaan leiden, tégen de ontwikkeling richting controle-maatschappijen, tégen massa surveillance en vóór betere wetgeving die de vrijheid van onschuldige burgers wél respecteert.

Bezwaren tegen de Sleepwet

De voornaamste bezwaren van Privacy First tegen de Sleepwet richten zich tegen de nieuwe mogelijkheden die de wet biedt om het internetverkeer en de communicatie van onschuldige burgers massaal te kunnen aftappen, deze data jarenlang te kunnen opslaan en zelfs ongezien te kunnen uitwisselen met buitenlandse geheime diensten. Deze en andere bezwaren van Privacy First staan HIER alfabetisch gerangschikt. De vrijheidsbeperkende Sleepwet staat bovendien niet op zichzelf maar is onderdeel van een bredere negatieve tendens, zo is te lezen in deze recente column van Privacy First voorzitter Bas Filippini.

Succesvol referendum

Vanaf het allereerste moment heeft Privacy First de totstandkoming van het referendum tegen de Sleepwet gesteund. Naast Privacy First waren de afgelopen maanden ook talloze andere maatschappelijke organisaties volop actief om de bevolking kritisch over de Sleepwet te informeren. Het meeste werk is echter verricht door de initiatiefnemers achter het referendum zelf: de UvA-studenten die eind 2017 voldoende handtekeningen verzamelden om dit referendum mogelijk te maken. Voor deze unieke prestatie reikte Privacy First begin dit jaar een Nederlandse Privacy Award aan hen uit. Ook heeft Privacy First recentelijk alle lokale politieke partijen in heel Nederland opgeroepen om stelling tegen de Sleepwet te nemen. Wij zijn daarnaast zoveel mogelijk actief geweest om kritische massa te genereren middels interviews op de radio, televisie, kranten, deelname aan publieksdebatten, eigen advertenties en social media. Tevens organiseerde Privacy First in Amsterdam een kritisch publieksdebat over de Sleepwet met diverse prominente sprekers, waaronder onze advocaat Otto Volgenant en Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Dick Schoof. Dit debat is meerdere malen uitgezonden door NPO Politiek en staat ook online op onze website en YouTube. Zelfs volgens voorstanders van de Sleepwet werd dit referendum gekenmerkt door goede inhoudelijke discussies en een scherp geïnformeerd, kritisch publiek. Ook in die zin is dit referendum een groot succes, een feest voor de democratie en voor het Nederlandse privacybewustzijn. Van afschaffing van het referendum mag na vandaag dan ook geen sprake meer zijn.

Wet dient te worden verbeterd. Zo niet: rechtszaak.

De consequentie van het referendum over de Sleepwet is helder: deze wet dient direct te worden aangepast en verbeterd. Zo niet, dan volgt een grootschalige rechtszaak van Privacy First en diverse mede-eisers (organisaties) om de wet op meerdere onderdelen onrechtmatig te laten verklaren en door de rechter buiten werking te laten stellen. Privacy First en coalitiegenoten deden dit eerder met succes bij de buitenwerkingstelling van de Wet telecom-bewaarplicht in 2015. Een vergelijkbare rechtszaak tegen de Sleepwet heeft Privacy First de laatste jaren herhaaldelijk bij zowel het kabinet als de Eerste en Tweede Kamer in het vooruitzicht gesteld. De uitslag van het huidige referendum vormt daarbij een enorme steun in de rug. De dagvaarding tegen de Sleepwet is inmiddels klaar en onze advocaten staan in de startblokken. De keuze is nu dus aan het kabinet: koers wijzigen of bakzeil halen!

Gepubliceerd in Sleepwet

Tijdens een persbijeenkomst over PSD2 is het Privacy keurmerk PSD2-initiatief gepresenteerd. Met het keurmerk moeten financiële aanbieders en fintechs worden gestimuleerd om de privacy van consumenten centraal te stellen.

Volksbank

Als je de eindjes met moeite aan elkaar kunt knopen, krijg je op den duur lichamelijke klachten, aldus twee Utrechtse huisartsen in het AD/Utrechts Nieuwsblad van 7 maart jl. Wie een gezond leven wil, moet daarom ook financieel gezond zijn. Grip hebben op je eigen financiën en alle gegevens die daarbij horen, past daarbij. Op beide gebieden biedt de Volksbank graag een helpende hand.

De nieuwe PSD2-wetgeving maakt de weg vrij voor betaalapps van nieuwe partijen. Banken hebben niet langer het alleenrecht op het aanbieden van betaaldiensten. Dat lijkt goed nieuws voor de consument. Maar er is ook een keerzijde. Een klant die zijn data deelt met zo’n nieuwe aanbieder moet er rekening mee houden dat hij privacygevoelige gegevens deelt. De bank kan deze gegevens niet meer terughalen, dus de consument staat er alleen voor als hij spijt heeft.

De Consumentenbond waarschuwde recentelijk dat er nu al uit commerciële motieven op grote schaal persoonlijke data worden verzameld. Met PSD2 gaat dit alleen maar toenemen. Uiteindelijk is 90 dagen toegang voldoende om een digitaal profiel op te stellen dat verhandeld kan worden. De Volksbank wil dat niet en vindt dat de data van de klant bij de bank veilig moet zijn: "Dat betekent dat we geen data van klanten verkopen, zowel op individueel als geaggregeerd niveau. Wij verdienen ons geld als bank en niet met het verkopen van data van onze klanten."

De Volksbank ziet het als haar taak om klanten in de nieuwe veranderde omgeving te helpen op een veilige en weloverwogen manier met de eigen data om te gaan. Door goed voor te lichten (gratis is nooit echt gratis) maar ook door zelf aanvullende maatregelen te nemen:

  • De hoofdschakelaar die het zelfbewustzijn vergroot; data delen wordt een weloverwogen beslissing. De hoofdschakelaar staat standaard op ‘uit’. Een klant die zijn data wil delen moet eerst de hoofdschakelaar omzetten, voordat hij de eerste keer opdracht aan de bank kan geven zijn data aan individuele partijen door te geven. Vervolgens moet de klant per partij ook apart opdracht geven. De klant kan per partij het delen van data tussentijds stopzetten. Of in één keer met de hoofdschakelaar, waarmee direct de toegang van alle partijen wordt gestopt.
  • Samen met Privacy First, andere banken, KPMG en fintechs wordt er een PSD2-keurmerk ontwikkeld. Hiermee komen deze organisaties tegemoet aan de oproep van DNB die constateert dat dit nog ontbreekt en er behoefte aan is. Bij ons weten zijn we het eerste land dat zich hiermee bezig houdt. Met het PSD2-keurmerk moet het voor consumenten in één keer duidelijk worden aan wie zij hun data wel/niet kunnen toevertrouwen. De Volksbank werkt hard aan de verdere ontwikkeling, zodat het gereed is zodra de Europese PSD2-richtlijn in Nederland van kracht wordt.

Privacy First

Stichting Privacy First steunt het Privacy Keurmerk bij PSD2. Privacy First ziet het graag uitgroeien tot een internationaal keurmerk met draagvlak bij banken, fintechs, aanbieders, toezichthouders en consumentenorganisaties.

PSD2 biedt voordelen maar helaas ook risico's voor de privacy van mensen. Mensen zijn méér dan consumenten. Privacy First betwijfelt of de in PSD2 genoemde maatregelen om de gegevens en daarmee privacy van mensen te beschermen afdoende zullen zijn. Zo steunt PSD2 voor de bescherming van persoonsgegevens erg op de nieuwe Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Deze verordening is momenteel nog niet van kracht en we weten nog niet welke effecten PSD2 in de praktijk zal hebben of hoe het toezicht eruit zal gaan zien. Veel organisaties zijn nog niet klaar om te voldoen aan alle eisen. Ze zullen echter niet wachten met het aanbieden van hun diensten. Ook toezichthouders zijn niet klaar om alle privacyaspecten te handhaven. Met PSD2 wil men gaan vliegen zonder dat de parachute is gecontroleerd.

We hopen dat het keurmerk financiële aanbieders en vooral fintechs stimuleert om verder te gaan en de consument als mens centraal te stellen. We willen dat de eisen van het keurmerk ieder jaar hoger worden. We willen dat aanbieders oog hebben voor de 'informatie achter de informatie':

  • Onthulling van gedrag en gegevens door anderen
  • Diensten met als achterliggend doel gegevens te verzamelen (oneigenlijke toepassing)
  • Het afleiden van gegevens, zoals transactiedata waaruit bijzondere persoonsgegevens afgeleid kunnen worden.

We roepen fintechs op verder te gaan met de mogelijkheden om gegevens te beperken. Denk aan het uitsluiten van transactiedata die kunnen wijzen op religie, politieke voorkeur en gezondheid. Maar ook beperking van de duur van de transactiedata.

 

Tevens gepubliceerd op https://www.privacy-web.nl/nieuws/privacy-keurmerk-psd2-initiatief-gepresenteerd.

Gepubliceerd in Financiële privacy & PSD2
dinsdag, 13 maart 2018 12:16

ABC tegen de Sleepwet

Hieronder treft u de voornaamste bezwaren van Privacy First aan tegen de nieuwe Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten (Wiv2017 of 'Sleepwet'), in alfabetische volgorde:

A. Aftappen 
Door de bevoegdheid van 'onderzoeksopdrachtgerichte interceptie' - in de volksmond ook wel sleepnet genoemd - wordt het mogelijk voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (geheime diensten) om het internetverkeer van grote groepen mensen tegelijk af te tappen. Zo kan er een tap worden geplaatst op een bepaalde gemeente, een wijk, buurt of straat, indien daar een ‘target’ van de geheime dienst woont. Daarbij wordt de communicatie van onschuldige burgers verzameld door middel van een digitaal sleepnet. Privacy First is van mening dat de gegevens van onschuldige burgers niet thuis horen bij de inlichtingendiensten. Bovendien neemt de effectiviteit van de inlichtingendiensten af door de te grote hoeveelheid aan vergaarde data.

B. Buitenland
Gegevens die vergaard zijn met het sleepnet mogen onder de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Sleepwet) ongeëvalueerd met het buitenland gedeeld worden. Dit betekent dat de Nederlandse inlichtingendiensten ongeziene en ongeselecteerde gegevens (van onschuldige burgers) met buitenlandse geheime diensten kunnen delen. Op het gebruik van deze gegevens is vervolgens geen toezicht meer te houden door de Nederlandse diensten.

Bewaartermijnen
Ongeëvalueerde gegevens die door middel van het sleepnet zijn verzameld, mogen drie jaar worden bewaard. Deze ongeëvalueerde gegevens mogen ook ongezien met het buitenland worden gedeeld. Gegevens die de inlichtingen- en veiligheidsdiensten relevant hebben bevonden, mogen bewaard worden zolang deze nog relevant zijn.

C. CTIVD
Het oordeel van de onafhankelijke toezichthouder CTIVD (Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten) die achteraf toetst of de bevoegdheden rechtmatig zijn ingezet, is niet bindend. De minister kan de bevindingen en aanbevelingen naast zich neer leggen en eventueel doorgaan met het onrechtmatig inzetten van bevoegdheden.

Chilling effect
De nieuwe wet kan er voor zorgen dat mensen zich (onbewust) anders gaan gedragen dan ze zich zouden gedragen in een vrije omgeving. Dit kan een negatief effect hebben op de uitoefening van andere grondrechten dan het recht op privacy, zoals de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van vereniging, vergadering en demonstratie.

D. Databanken
De nieuwe wet maakt directe, automatische toegang tot databanken in de gehele private én publieke sector mogelijk. Hiermee kunnen de inlichtingendiensten rechtstreeks toegang krijgen tot allerlei gevoelige databanken bij bedrijven, overheidsinstanties en andere organisaties, hetzij middels informanten of agenten (infiltranten) bij die organisaties, hetzij middels geheime overeenkomsten.  

Decryptiebevel
Door de nieuwe wet dienen versleutelde data bij bedrijven, overheden of particulieren (bijvoorbeeld communicatiedata) op verzoek van de geheime dienst ontsleuteld te worden. Weigering om aan een decryptiebevel te voldoen wordt bestraft met 2 jaar hechtenis.

DNA-databank
Met de invoering van de wet krijgen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten een eigen DNA-databank. Ze mogen het DNA verzamelen van zogenoemde ‘targets’ (doelwitten) en ‘non-targets’ (onschuldige burgers). Om dit DNA te verzamelen mag de inlichtingen- en veiligheidsdienst zich o.a. toegang verschaffen tot een besloten plaats, bijvoorbeeld een kantoor of woning. De Groene Amsterdammer heeft een zeer uitgebreid stuk geschreven over de “DNA Verzameldienst”, dit is hier te lezen.

E. Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)
Het recht op privacy is een mensenrecht: dit recht wordt beschermd door artikel 8 van het EVRM. Privacy First is van mening dat de nieuwe Sleepwet het recht op privacy schendt. Privacy First heeft dan ook een (concept)dagvaarding klaarliggen om de Staat voor de rechter te slepen zodra de Sleepwet in werking treedt. De rechter kan de Sleepwet dan toetsen en (deels) buiten werking stellen wegens schending van art. 8 EVRM.

F. Fake news door Nederlandse overheid
Volgens onze minister van Binnenlandse Zaken Ollongren is het niet noodzakelijk dat de overheid op haar website rijksoverheid.nl neutrale informatie plaatst over het Sleepwet-referendum. Hierdoor wordt er door de overheid geen objectieve informatie verstrekt aan de kiezers.

G. Geautomatiseerde werken
Zoals onder ‘hackbevoegdheid’ en “Internet of Things’ uitgelegd, zullen door de Sleepwet alle apparaten gehackt mogen worden door de geheime diensten.

H. Hackbevoegdheid
Onder de nieuwe wet krijgen de inlichtingendiensten de mogelijkheid om een target te hacken via onschuldige derden. Dit houdt in dat de inlichtingendienst door het hacken van een derde (tante, zus, vriend, vriendin, echtgenoot, opa, collega, buurman, werk, overheid, bedrijf etc.) toegang krijgt tot informatie over het doelwit van de dienst. Dit betekent dat de apparaten van onschuldige burgers gehackt kunnen worden door de diensten. Deze burgers zullen hiervan nooit op de hoogte raken (er geldt hiervoor geen notificatieplicht).

I. Ik heb niks te verbergen
Iedereen heeft recht op een privéleven. De gegevens van onschuldige burgers horen daarom niet thuis bij de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Deze gegevens met onder andere medische informatie, persoonlijke gesprekken, privé emails, zakelijke emails, nieuwsberichten, hobbies, interesses en internet-zoekresultaten dienen daarom goed te worden beschermd. Daarnaast heeft u misschien ‘niets’ te verbergen, maar andere burgers zoals medische professionals, advocaten, activisten, klokkenluiders en journalisten wel.

Internet of Things
Steeds meer apparaten zijn op het internet aangesloten. Al deze apparaten kunnen onder de Sleepwet afgeluisterd of gehackt worden. Te denken valt aan een auto, camera, microfoon, printer maar eventueel ook zelfs een pacemaker. De Sleepwet sluit deze mogelijkheid immers niet uit.

J. Journalisten
De communicatie van journalisten kan met de nieuwe wet worden onderschept, door onder andere de inzet van het sleepnet. De geheime diensten kunnen dan van deze informatie kennis nemen. Dit vormt een bedreiging voor de persvrijheid en het journalistieke brongeheim. Pas achteraf zullen de diensten de informatie die niet noodzakelijk is voor het onderzoek zo snel mogelijk verwijderen.

K. Kabelgebonden interceptie
Onterecht wordt er gespeculeerd dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten momenteel niet op de kabel mogen aftappen en enkel via de ether. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten mogen onder de huidige wet een tap plaatsen op de kabel, wanneer dit gericht is op bijvoorbeeld één individu. Met de nieuwe wet krijgen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten de bevoegdheid om ongericht en grootschalig de kabel af te tappen (sleepnet).

L. Lubach
Arjen Lubach heeft in zijn uitzendingen van Zondag met Lubach drie items gemaakt over de Sleepwet en waarom het goed is om hier kritisch op te zijn. De filmpjes zijn hier te bekijken: Sleepwet 1, Sleepwet 2 en Sleepwet 3.

M. Mensenrechten
Privacy is een mensenrecht. Dit recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer geldt voor iedereen en wordt door talloze internationale en Europese verdragen gewaarborgd. Door de Sleepwet wordt dit recht massaal geschonden, aangezien de data van grote groepen onschuldige burgers door deze wet zullen worden verzameld, opgeslagen en internationaal uitgewisseld.    

Medisch beroepsgeheim
Door de nieuwe wet kan de medische privacy van patiënten en het medisch beroepsgeheim van artsen niet gegarandeerd worden: de geheime diensten mogen bij iedereen, ook bij artsen en ziekenhuizen, relevante gegevens opvragen en toegang tot hun data-systeem (Elektronisch Patiëntendossier) vragen of dergelijke systemen hacken. Dit kan bovendien leiden tot zorgmijdend gedrag bij patiënten en daarmee tot een bedreiging van de volksgezondheid.

N. Notificatieplicht
De notificatieplicht in de nieuwe wet schiet tekort. Vijf jaar na de inzet van een bevoegdheid onder de Sleepwet dient de betreffende persoon hierover in principe te worden geïnformeerd. Dit geldt echter slechts voor enkele van de nieuwe bevoegdheden. Privacy First is van mening dat de notificatieplicht moet gelden voor de inzet van álle bevoegdheden.

O. Onschuldpresumptie
Met de invoering van de nieuwe wet wordt het onschuldbeginsel omgedraaid. Door het sleepnet wordt potentieel elke burger 'verdacht', zonder concrete aanleiding om die burger te volgen. Daarnaast wordt de kans op false positives (onterechte verdenkingen) bij massale datavergaring erg groot.

P. Privacy
De privacy van onschuldige burgers wordt door de inzet van de Sleepwet geschonden. Zie hiervoor alle andere argumenten.

Q. Queeste naar data
Bij de overheid is een hongerlust naar data ontstaan. Waar landen om ons heen teruggaan naar een gerichte aanpak, gaat Nederland voor Big Data. Hierdoor wordt er steeds meer hooi verzameld en zal de speld steeds moeilijker te vinden zijn. Meer data zorgt niet meteen voor meer veiligheid.

R. Rechter
Een gerechtelijke toets vooraf aan de inzet van de bevoegdheden ontbreekt veelal. Zoals onder “TIB’ uitgelegd, mist de nieuwe toetsingscommissie de onderzoeksbevoegdheden voor effectief en onafhankelijk toezicht.

S. Sleepnet
Zie ‘Aftappen’

Strafbare feiten
Geheime agenten zijn zowel onder de huidige als de nieuwe wet bevoegd om strafbare feiten te plegen. De precieze reikwijdte van deze bevoegdheid is tot op heden echter onbekend. Onder de huidige wet kon deze bevoegdheid nader worden gereguleerd middels een (nooit ingevoerde) Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). De Commissie Dessens adviseerde enkele jaren geleden om die AMvB alsnog in te voeren. In de nieuwe Sleepwet is de grondslag voor deze AMvB echter geschrapt, waardoor sprake blijft van een juridisch vacuüm.

T. TIB
Onafhankelijk toezicht op alle fasen van de inzet van bevoegdheden door de diensten (voor, tijdens en achteraf) is onvoldoende gewaarborgd. Aangezien de inlichtingendiensten heimelijk opereren, kunnen burgers waartegen de bevoegdheden worden ingezet niet zelf bezwaar maken. Hiervoor dient de inzet van bevoegdheden onafhankelijk te worden getoetst. De nieuwe Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) toetst vooraf slechts of de minister terecht toestemming heeft gegeven voor de inzet van een relatief zware ('bijzondere') bevoegdheid onder de nieuwe wet. Deze toetsing is met minder waarborgen omkleed dan toetsing door de rechter. Daarnaast heeft de TIB geen eigen onderzoeksbevoegdheden en is compleet afhankelijk van de informatie die hen wordt gegeven. Verscheidene instanties, zoals de Autoriteit Persoonsgegevens, hebben gewaarschuwd dat moet worden voorkomen dat de TIB een ‘stempelmachine’ zal zijn.

T. Terreurschwalbe
Door voorstanders van de Sleepwet zal vaak het argument aangehaald worden dat deze wet aanslagen zal voorkomen, Zondag met Lubach liet dat zien. In andere landen is echter al gebleken dat gericht werken veel effectiever is. De tegenstanders van de Sleepwet zijn het er over eens dat de huidige wet aan vernieuwing toe is, maar eisen ook dat de wet op cruciale punten wordt aangepast en verbeterd.

U. Uitwisseling van gegevens
Zoals onder ‘Buitenland’ omschreven, kunnen de gegevens van onschuldige burgers en journalisten die worden verzameld door de inzet van het sleepnet, ongezien gedeeld worden met buitenlandse geheime diensten.

V. Veiligheid
Onterecht worden privacy en veiligheid tegenover elkaar gezet. In een vrije democratische samenleving gaan privacy en veiligheid hand in hand. Er kan een goede Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten worden opgesteld met goede privacywaarborgen, waarbij de informatie van onschuldige burgers niet bij de inlichtingendiensten terecht komt.

W. Waarborgen
De wet geeft te grote bevoegdheden aan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en te weinig privacywaarborgen voor burgers. Na het referendum dient de wet terug naar de tekentafel te gaan, van fatsoenlijke waarborgen te worden voorzien en op de inzet van bevoegdheden te worden herzien.

Z. Zero-days
De inlichtingen- en veiligheidsdiensten hebben de bevoegdheid om gebruik te maken van onbekende zwakke plekken (zogenaamde zero-days) in software. Voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn deze kwetsbaarheden dan bekend, maar voor de makers of fabrikanten van de software niet. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten hoeven deze kwetsbaarheid niet te melden aan de fabrikant van de software. Hierdoor kunnen eventuele kwaadwillenden (langdurig) misbruik maken van deze kwetsbaarheden. Ook ontstaat hierdoor een zwarte markt voor handel in dergelijke kwetsbaarheden en datalekken.

 

Deze lijst is niet limitatief en kan voortdurend worden aangevuld.

Gepubliceerd in Sleepwet

In het kader van het aanstaande referendum rond de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Sleepwet) verzond Privacy First vandaag onderstaande oproep (pdf-versie) aan alle lokale politieke partijen in heel Nederland:


Geachte lokale politicus,

Op 21 maart 2018 mogen wij naar de stembus, niet alleen om de volksvertegenwoordiging voor de komende vier jaar in de gemeente te kiezen, maar ook om te stemmen bij het referendum over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Privacy First wil u hierbij graag op een aantal cruciale onderdelen van deze nieuwe wet wijzen die ook de inwoners van uw gemeente kunnen treffen.

Sleepnet

U heeft er wellicht al over gehoord: de bijnaam van de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is de Sleepwet. Dit komt door de nieuwe bevoegdheid in de wet om het internetverkeer van grote groepen mensen tegelijk af te tappen. Zo kan er een tap worden geplaatst op een bepaalde gemeente, een wijk, buurt of straat, indien daar een ‘target’ van de geheime dienst woont. Daarbij wordt de communicatie van onschuldige burgers verzameld door middel van een digitaal sleepnet. Privacy First is van mening dat de gegevens van onschuldige burgers niet thuis horen bij de inlichtingendiensten. Bovendien neemt de effectiviteit van de inlichtingendiensten af door de te grote hoeveelheid vergaarde data.

Delen van gegevens met het buitenland

Gegevens die vergaard zijn met het sleepnet mogen onder de nieuwe wet ongeëvalueerd met het buitenland gedeeld worden. Dit betekent dat de Nederlandse inlichtingendiensten ongeziene en ongeselecteerde gegevens (van onschuldige burgers) met het buitenland kunnen delen. Op het gebruik van deze gegevens is vervolgens geen toezicht meer te houden door de Nederlandse diensten.

Toegang tot (gemeentelijke) databanken

De nieuwe wet maakt directe, automatische toegang tot databanken in de gehele private én publieke sector mogelijk. Hiermee kunnen de inlichtingendiensten realtime toegang krijgen tot de Basisregistratie Personen en andere gevoelige lokale databanken. Bovendien dienen versleutelde (communicatie)data op verzoek ontsleuteld te worden. Weigering om aan een decryptiebevel te voldoen wordt bestraft met 2 jaar hechtenis.

Hackbevoegdheid

Onder de nieuwe wet krijgen de inlichtingendiensten de mogelijkheid om een target te hacken via onschuldige derden. Dit houdt in dat de inlichtingendienst door het hacken van een derde (tante, zus, vriend, vriendin, opa, collega, buurman, werk, overheid, etc.) toegang krijgt tot informatie over het doelwit van de dienst. Dit betekent dat de apparaten van onschuldige burgers in uw gemeente gehackt kunnen worden door de diensten. Deze burgers zullen hiervan nooit op de hoogte raken (er geldt hiervoor geen notificatieplicht).

Oproep

Wij roepen u op om Privacy First te steunen in het waarborgen van de mensenrechten van alle inwoners van Nederlandse gemeenten en uw kiezers op te roepen om tegen de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten te stemmen tijdens het referendum op 21 maart. Hiermee moet de wet terug naar de tekentafel en van aanzienlijke mensenrechtenwaarborgen worden voorzien.

Bij voorbaat dank voor uw steun!


Met vriendelijke groet,

Stichting Privacy First

Gepubliceerd in Wetgeving
dinsdag, 27 februari 2018 15:37

Verslag van Nationale Privacy Conferentie 2018

NATIONALE PRIVACY CONFERENTIE 2018 

Op dinsdag 30 januari 2018 organiseerden ECP|Platform voor de InformatieSamenleving en Privacy First in het Amsterdamse Volkshotel gezamenlijk de allereerste Nationale Privacy Conferentie. Met de snelle digitalisering van onze maatschappij staat het recht op privacy in toenemende mate onder druk. Hoe kunnen wij als samenleving digitaliseren én onze privacy behouden en versterken? Hoe zou Nederland zich kunnen ontwikkelen tot internationaal Privacy Gidsland? Tijdens de conferentie probeerden wij gezamenlijk antwoorden op deze vragen te vinden.

SPREKERS

Aleid Wolfsen (Autoriteit Persoonsgegevens)

NPC2018 009 web 1020px

Onze eerste keynote speaker was Aleid Wolfsen, voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens. Hij begon zijn presentatie met het filmpje dat te vinden is op www.hulpbijprivacy.nl, de nieuwe campagne van de Autoriteit Persoonsgegevens over de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die op 25 mei 2018 in werking treedt. Dit is een bewustmakingscampagne voor iedereen over de rechten en plichten die voortvloeien uit de nieuwe Europese privacywetgeving.

De huidige Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) wordt ingetrokken, want die wet is verouderd en niet up-to-date met de huidige digitale samenleving. De Algemene Verordening Gegevensbescherming is technologieneutraal en voorziet in die behoefte.

Het recht op privacy is een grondrecht en is ook in verschillende Europese verdragen opgenomen. Dit recht wordt door de EU uitgewerkt in wetgeving door middel van richtlijnen en verordeningen. De Algemene Verordening Gegevensbescherming heeft directe werking in de lidstaten.

“Als we praten over privacy, dan praten we ook over de fundamenten van de Nederlandse rechtsorde. Als je het privacyrecht van mensen schendt, dan raak je die fundamenten. En die fundamenten van de Nederlandse rechtsorde zijn 1) gelijkheid, 2) solidariteit, 3) de klassieke vrijheidsrechten en als laatste de democratische rechtsstaat.”

Privacy was vroeger een stuk eenvoudiger, je deed bijvoorbeeld de gordijnen dicht en niemand kon zien wat je op tv keek of welke boeken je in de kast had staan. Het privacyrecht wordt alsmaar belangrijker, aangezien alle gegevens kunnen worden opgeslagen en aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Wanneer we zouden kijken in de telefoon van de bezoekers van deze conferentie en zouden opzoeken wat hun laatste zoektermen waren in een zoekmachine, dan zouden we wellicht meer weten over de bezoekers dan zijn/haar partner en ook meer weten over je gezondheid dan je huisarts. Daarom is het zo belangrijk dat er nu in Europees recht is vastgelegd dat je persoonsgegevens worden beschermd.

Waar gaat het nou eigenlijk om bij privacy?
Privacy is bescherming tegen een almachtige, alwetende overheid. Het recht om met rust gelaten te worden, om onbevangen overal jezelf kunnen zijn, zonder dat je gevolgd wordt en bespied wordt of dat overal camera’s hangen. Dat je als vrij burger, in een vrij land, vrij kunt leven. Dat je alleen maar prijsgeeft waarvan jij denkt dat dat prijsgegeven moet worden. Daarom wordt dataprotectie per dag alsmaar belangrijker.

De drie pijlers onder de AVG
De eerste pijler is versterking en verbreding van de privacyrechten van mensen. Zoals het recht op inzage, de toestemming wordt strenger, recht op correctie, recht op vergetelheid, dataportabiliteit en het recht om te kunnen klagen. Als je vanaf 25 mei as. denkt dat je onrecht wordt aangedaan, dan kun je bij de Autoriteit Persoonsgegevens een klacht indienen en die klacht gaat de Autoriteit verplicht behandelen. Want als tweede pijler heeft de Autoriteit Persoonsgegevens als Europese privacytoezichthouder meer bevoegdheden gekregen. Indien de Autoriteit oordeelt dat bepaald handelen onrechtmatig was, dan zal de Autoriteit ook optreden. Dit kan door middel van een waarschuwing, maar ook door het opleggen van (draconische) boetes.

Als derde pijler: meer verantwoordelijkheden voor organisaties. De plicht om gegevensverwerkingen te melden bij de Autoriteit komt te vervallen, want elke overheid en bedrijf verwerkt inmiddels gegevens. Organisaties moeten wel een register bij gaan houden met wat ze verwerken en dit moet je ook kunnen verantwoorden. Elke overheidsinstelling en sommige private organisaties zijn verplicht om een Functionaris Gegevensbescherming aan te stellen. Daarnaast moeten bedrijven en overheden een Privacy Impact Assessment doen. Twee andere belangrijke beginselen voor verwerkingsverantwoordelijken zijn privacy by design – als je iets gaat ontwikkelen dan moet dat privacyvriendelijk worden ontwikkeld – en privacy by default.

Wat betekent de wet voor de toezichthouder?
De Autoriteit Persoonsgegevens is verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving van de wet, krijgt steviger boetebevoegdheden, internationale samenwerking, grensoverschrijdende bevoegdheden, voorlichting voor het algemeen publiek en aan organisaties.

Wanneer is een Functionaris Gegevensbescherming verplicht?
Overheden en publieke organisaties zijn altijd verplicht een functionaris gegevensbescherming te hebben. Daarnaast ook wanneer een organisatie bijzondere persoonsgegevens verwerkt, zoals een zorginstelling, of indien je grootschalig mensen observeert.

NPC2018 015 web 1020px

Antwoorden op vragen uit het publiek:

Wat gebeurt er met het geld van de boetes?
Deze gaan terug naar de Rijkskas, naar de algemene middelen.

Kunt u meer vertellen over de Uitvoeringswet van de AVG en heeft het invloed op Europese samenwerking?
De Uitvoeringswet ligt momenteel nog bij de Tweede Kamer. Nederland probeert de AVG zo neutraal mogelijk te implementeren, want hoe meer we zouden afwijken, hoe moeilijker het zou worden om op Europees niveau samen te werken.

Is er een overgangstermijn voor de handhaving?
Nee, er is geen overgangstermijn, want de inwerkingtreding heeft al heel lang geduurd. In 2016 is er nog twee jaar extra gegeven voor de inwerkingtreding zodat bedrijven compliant met de AVG kunnen worden.

Klik HIER voor de presentatie van Aleid Wolfsen (pdf).

Gerrit-Jan Zwenne (Universiteit Leiden)

NPC2018 017 web 1020px

De tweede keynote speaker was Gerrit-Jan Zwenne, als hoogleraar verbonden aan het eLaw Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden. Zwenne plaatste in zijn betoog een aantal kanttekeningen bij de privacywetgeving en begon met een citaat van Niels Bohr: “It’s hard to make predictions. Especially about the future.” Onze wetgever doet voorspellingen over de toekomst en technologische ontwikkelingen. Wat was het begin van het moderne denken over privacy? In vrijwel alle scripties die Zwenne voorbij ziet komen staat een voetnoot of citaat uit een belangrijke publicatie uit 1890 door Samuel Warren en Louis Brandeis in de Harvard Law Review. Zij schreven een artikel over the right to be left alone naar aanleiding van een technologische ontwikkeling, namelijk het draagbare fototoestel. Een aantal andere ontwikkelingen, zoals de trein en de krantenpers, zorgden ervoor dat een beeld binnen aanzienlijke tijd het hele continent kon bereiken. Hierover dachten Samuel Warren en Louis Brandeis na: zou dit allemaal zomaar mogen, je zou toch het recht moeten hebben om met rust gelaten te worden?

Waar komt onze eigen huidige privacywetgeving vandaan? Ook dat is een reactie op technologische ontwikkelingen en dan denken we vooral aan de computer. Al in de jaren 50 zorgden computers voor vrees over wat er met de gegevens gebeurde. Begin jaren 70 richtte de maatschappelijke discussie zich op het profileren door middel van computers. Moeten we het machtsevenwicht dat is verstoord door computers, doordat gegevens worden vastgelegd, reguleren door middel van wetgeving en de burger rechten geven over wat er is vastgelegd in die computer? In Nederland werd toen de Commissie Koopmans ingesteld, deze heeft een rapport geschreven dat is behandeld in de Tweede Kamer, maar daar is vervolgens niks mee gedaan. In Duitsland is toen wel wetgeving gekomen, als directe reactie op de technologische ontwikkelingen. Uiteindelijk is dat de basis geweest voor de Europese Privacyrichtlijn (95/46/EC) en onze Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Bij nieuwe wetgeving probeer je te voorspellen wat de komende technologische ontwikkelingen zijn, aangezien je wilt dat de wet toekomstbestendig is. In het juridische domein lossen we dat op door open begrippen en vage normen. We bedenken nieuwe rechten en soms zijn die experimenteel. Een gewaagd en interessant experiment is het recht op vergetelheid. Dat is eigenlijk een wat merkwaardig experiment; we hebben nog geen idee wat dat betekent voor onze samenleving. En het is ook te ongenuanceerd. Daarnaast is er dataportabiliteit, waarbij je gegevens van de ene partij kan overdragen naar een andere partij. De partijen moeten de gegevens helder aan de consument verstrekken, vaak zul je hierbij eigen ‘kluisjes’ krijgen bij bedrijven, mijn-telecomprovider, mijn-muziekdienst, mijn-energiedienst. En daaraan kleven ook privacyrisico’s, onder andere qua beveiliging en ook wanneer je van de ene partij wilt overstappen naar een ander. Dit kan al snel via één klik, maar je wilt hierbij ook een sterke authenticatie.

Het recht op vergetelheid
De Chinese keizer Qin Shi Huangdi liet alle boeken van vorige regimes verbranden. Dat is het gevoel dat Gerrit-Jan Zwenne een beetje heeft bij het recht op vergetelheid. Is het een goed idee dat we de geschiedenis op die manier gaan herschrijven? Inmiddels is hij wat genuanceerder, in de tijd van Big Data, dat we iets moeten hebben wat lijkt op het recht op vergetelheid, maar wellicht is het nu nog te absoluut. Misschien moet het vergeetrecht gelden voor vijf of tien jaar en daarna krijg je een jaar van te voren een mededeling, mocht je het langer willen laten gelden, dat je een nieuw verzoek moet doen. We moeten die rechten in balans brengen met het recht op informatie en het recht op vrijheid van meningsuiting. Zo’n absoluut vergeetrecht is niet alleen onhoudbaar, via bijvoorbeeld een VPN in de Verenigde Staten vind je de informatie toch wel weer, maar het is ook niet wenselijk. Het vergeetrecht is nog onvoldoende doordacht.

Er zijn volgens Zwenne nog meer gebreken in de privacywetgeving aan te wijzen. Deze definitie kent u natuurlijk: “’personal data’ means any information relating to an identified or identifiable natural person”. Dit is een kernbegrip uit de AVG en de Wbp en het is toch raar dat mensen met verstand van data, met verstand van informatie, zich afvragen waarom wij dat zo definiëren. Mensen met verstand van informatie definiëren informatie immers aan de hand van data. In de privacywetgeving wordt dat omgedraaid en dat kan helemaal niet, aldus Zwenne.

Klik HIER voor de presentatie van Gerrit-Jan Zwenne (pdf).

 “Onderzoeker”

NPC2018 019 web 1020px

Plots kwam een onderzoeker de zaal binnen. Op een ludieke manier testte hij de bereidwilligheid van aanwezigen om hun mobiele telefoon af te geven aan hun buurman of buurvrouw. Met de vragen die hij stelde probeerde hij in kaart te brengen welke informatie je wel wilt delen en welke niet. Het publiek van deze conferentie was op haar hoede en deelde weinig. De onderzoeker was een acteur van “Wat we doen”; een theatergroep die een maatschappelijk thema (dit keer privacy) onder de aandacht wil brengen van o.a. scholieren. Voor meer informatie hierover verwijzen we graag naar https://watwedoen.nl/.

Jaap-Henk Hoepman (Radboud Universiteit)

NPC2018 028 web 1020px

De derde spreker van de dag was Jaap-Henk Hoepman, directeur van het Privacy & Identity Lab aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hoepman sprak met name over privacy by design:

Voor veel mensen is privacy by design een vaag begrip. Het gaat erom dat je privacyaspecten meeneemt in het hele ontwikkeltraject van systemen. Vanaf het moment dat je gaat nadenken van het concept van het systeem, tot het ontwerp en daarna de implementatie. Dat maakt privacy eigenlijk een soort software quality attribute, vergelijkbaar met security en performance. Daarnaast is privacy by design een proces, omdat het door het gehele ontwikkelproces moet worden meegenomen.

Waarom is privacy by design belangrijk?
Privacy by design beperkt privacy-risico’s en daarmee ook eventuele reputatieschade of herstelkosten. Wie verkleint, vermindert of voorkomt kan deze schade beperken, onder het motto: “Wat je niet hebt kun je ook niet verliezen.” Een ander aspect dat onderbelicht is, is dat het nieuwe business mogelijk maakt, net zoals security by design internetbankieren mogelijk maakt. Privacy by design is noodzakelijk als je dingen in bijvoorbeeld de zorg, Internet of Things of Quantified Self voor elkaar wilt krijgen op een verantwoorde manier. En als laatste waarom privacy by design noodzakelijk is, is omdat het een vereiste is uit de AVG.

In Nijmegen heeft men nagedacht over privacy design strategies waarin vage juridische normen worden vertaald naar een achttal (technische) ontwerpeisen. Dit zijn acht onderwerpen waar je als techneut over moet praten met de business en de juridische afdeling als het gaat om het ontwerp van het systeem.

Data georiënteerde strategieën
Als je kijkt naar een informatieverwerkend systeem als een database, waarbij gegevens worden verzameld over individuen, en over die individuen worden verschillende attributen verzameld, zoals leeftijd, adres, naam et cetera, dan is minimaliseren één van de eerste dingen die je kunt doen, dus niet alle mogelijke attributen verzamelen, maar daar een selectie uit maken. Als tweede kan je attributen in verschillende databases stoppen, zodat data niet gecombineerd kunnen worden. Het derde wat je kan doen is gegevens abstraheren, door bijvoorbeeld te registreren of iemand ouder is dan achttien in plaats van de specifieke leeftijd. En het laatste wat je kunt doen, bij een kleinere database, is deze adequaat te beschermen.

Proces-georiënteerde strategieën
Ten eerste: informeer gebruikers over de verwerking van hun persoonsgegevens. Geef vervolgens gebruikers controle over de verwerking van hun persoonsgegevens. Daarna committeer je aan een privacyvriendelijke verwerking van persoonsgegevens en dwingt dit af. En als laatste toon je aan dat je op een privacyvriendelijke wijze persoonsgegevens verwerkt.

Het scheiden van gegevens
Het is belangrijk om na te denken over het fysiek scheiden van gegevens en na te denken over een ontwerp van een systeem waarin deze gegevens niet centraal worden verzameld, maar op bijvoorbeeld individuele apparaten van gebruikers. Een interessant voorbeeld hiervan is de mogelijkheid op een iPhone om op basis van gezichtsherkenning automatisch mappen aan te laten maken en foto’s te selecteren; dit gebeurt op de smartphone zelf en niet in een centraal systeem. Een ander goed voorbeeld hiervan heeft betrekking op social media. Facebook is centraal georganiseerd: alle informatie staat centraal opgeslagen bij Facebook. Maar als je kijkt naar de functionaliteit, namelijk het directe contact met vrienden en kennissen, dan zou je dit ook peer-to-peer kunnen doen. En dat dan de gegevens die je wilt delen op je eigen smartphone staan en dat je die direct deelt met de smartphone van vrienden en kennissen. Dat is een hele andere manier van denken, en hierover kun je nadenken bij de ontwikkeling van elk systeem.

Gegevens abstraheren
Dit houdt in dat je gegevens niet in detail verwerkt, maar dit meer in abstracto doet. Een van de triviale voorbeelden waarin dit is toegepast is in de slimme energiemeter. Bij de eerste slimme meter was het idee nog dat je gebruik realtime zou worden doorgegeven aan de leverancier. Dit gaf veel ophef, omdat dat veel informatie prijsgeeft over je persoonlijke levenssfeer. Daarom verzamelt de slimme meter nu je verbruik en geeft het totaal elke drie maanden door. Andere voorbeelden zijn leeftijdsverificatie: als je alleen hoeft te weten of iemand ouder is dan achttien, dan heb je niet per se de geboortedatum nodig.

Informeren
Zorg ervoor dat gebruikers direct op een makkelijke manier inzage hebben in de gegevens die jij van hen hebt verzameld. De meeste bedrijven hebben inmiddels wel een portal zoals mijn-internetprovider, mijn-telefoonprovider et cetera, waarbij gebruikers worden geïnformeerd.

Op de latere vraag vanuit de congresorganisatie wat Hoepmans ervaring was van deze middag antwoordde hij: “Goed te zien dat er steeds meer privacyvriendelijke oplossingen op de markt komen. Privacy by design is vooral een kwestie van *willen* en dan doen. Wel is extra aandacht nodig voor een goede uitwisseling van kennis tussen de verschillende partijen: er is in de techniek veel meer mogelijk dan de meeste organisaties weten. Daardoor blijven potentieel super-privacyvriendelijke oplossingen liggen.”

Klik HIER voor de presentatie van Jaap-Henk Hoepman (pdf).

Panel

Moderator Marjolijn Bonthuis (ECP) onderwierp het panel aan een aantal stellingen. De reactie van het publiek op de stellingen was vaak eensgezind, maar soms ook verschillend van mening. Vanuit het panel reageerde Tim Toornvliet (Nederland ICT) later als volgt: “Ik vond het een mooie mix van privacy-experts en privacy voorvechters. Het was inspirerend om te zien hoe de genomineerden met innovatieve technische oplossingen de privacy van gebruikers willen verbeteren”.  “Privacy is springlevend!” is een uitspraak van panellid Lennart Huizing (Privacy Company). Hij vond het heel grappig dat de reactie van de zaal op de stelling ‘privacy is belangrijker dan veiligheid’ massaal was: “dat is een valse dichotomie!” Dan heb je een interessant publiek gevonden... Het tastbare ongemak rondom het afgeven van mobieltjes aan de buurman vond hij ook heel boeiend.

NPC2018 005 web 1020px

NPC2018 033 web 1020px

  

Nederlandse Privacy Awards

NPA logo color horizontal L

Genomineerden

Er zijn 4 categorieën waarvoor inschrijvingen genomineerd konden worden:

1. categorie Consumentenoplossingen (van bedrijven voor consumenten)

2. categorie Bedrijfsoplossingen (binnen een bedrijf of business-to-business)

3. categorie Overheidsdiensten (van de overheid voor burgers)

4. Aanmoedigingsprijs voor een baanbrekende technologie of persoon.

Uit de diverse inzendingen had de onafhankelijke vakjury de volgende genomineerden per categorie bepaald:

Consumentenoplossingen:
IRMA (I Reveal My Attributes)
Schluss

Bedrijfsoplossingen:
TrustTester
Personal Health Train

Overheidsdiensten:
Jeugd Implementatieplan Privacy (gemeente Amsterdam)

Na de discussie met panel en publiek kregen de vijf genomineerden de kans om hun verhaal te vertellen: Schluss, Personal Health Train, IRMA, TrustTester en Jeugd Implementatieplan Privacy (gemeente Amsterdam) deelden hun mooie initiatieven met de zaal.

Presentaties

IRMA (pdf) https://www.youtube.com/watch?v=q6IihEQFPys

Schluss (pdf) https://www.youtube.com/watch?v=f-cU5Izs5EI

TrustTester (pdf) https://www.youtube.com/watch?v=JCivU3LQg-8

Personal Health Train (pdf) https://www.youtube.com/watch?v=Sn-KK4reRGg

Jeugd Implementatieplan Privacy, gemeente Amsterdam (pdf)

Winnaars

Na afloop van de Award-pitches door de genomineerden nam juryvoorzitter Bas Filippini (Privacy First) het woord en kon Bart Jacobs van IRMA de felbegeerde allereerste Nederlandse Privacy Award in ontvangst nemen. IRMA (I Reveal My Attributes) is een state-of-the-art open source identity platform waarin gebruikers zich middels een app kunnen authenticeren op basis van één of meer kenmerken vanuit hun verschillende rollen (contextuele authenticatie). Deze authenticatie is niet identificerend: door gebruik te maken van een 1-op-1 relatie tussen gebruiker en dienstverlener zijn zogenaamde “brokers” niet meer nodig en kan de gebruiker anoniem gebruikmaken van diensten, zonder wachtwoord en met een minimum aan benodigde kenmerken (“attributes’). Het systeem is ontwikkeld door de Digital Security onderzoeksgroep van de Radboud Universiteit Nijmegen. Sinds eind 2016 is IRMA ondergebracht bij de onafhankelijke stichting Privacy by Design.

De jury prijst de ontwikkeling van IRMA vanuit de academische wereld als algemeen bruikbare privacy by design toepassing voor zowel de private als de publieke sector. Als middel voor privacyvriendelijke authenticatie spreken het grote innovatieve vermogen van de gehanteerde open-source techniek, de directe inzetbaarheid en de potentiële maatschappelijke impact van IRMA de jury enorm aan.

In het bredere kader van Nederland Privacy Gidsland is IRMA door de jury daarom unaniem gekozen als winnaar van de Nederlandse Privacy Awards 2018.

‘Sleepwet-studenten’

Op initiatief van vijf Amsterdamse studenten wordt op 21 maart as. een nationaal referendum gehouden over de controversiële nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (‘Sleepwet’). Ongeacht de uitkomst van dit referendum zal dit leiden tot een hoger (en waarschijnlijk kritischer) Nederlands privacybewustzijn. Reeds dit feit vormde voor de jury unaniem reden om deze studenten te belonen met een Nederlandse Privacy Award (Aanmoedigingsprijs).

Klik HIER voor het hele juryrapport (pdf) met deelnamecriteria en toelichting bij alle genomineerden en de winnaars.

NPC2018 043 web 1020px e3

V.l.n.r.: Paul Korremans (jurylid), Luca van der Kamp (referendumstudenten), Esther Bloemen (Personal Health Train), Nina Boelsums (referendumstudenten), Bas Filippini (jury-voorzitter), Bart Jacobs (IRMA), Arjan van Diemen (TrustTester), Marie-José Hoefmans (Schluss) en Wilmar Hendriks (Jeugd Implementatieplan Privacy, gemeente Amsterdam). 

De middag werd afgesloten met een borrel waar de winnaars de felicitaties in ontvangst namen en de sprekers hun verhaal verder toelichtten. Deze editie smaakt naar meer! Binnenkort volgt meer informatie over volgend jaar.

Voor meer informatie over de privacy by design community verwijzen we graag naar https://ecp.nl/community-privacy-by-design.

Tot de volgende editie!

Privacy First en ECP | Platform voor de InformatieSamenleving

FG7A4979m

Privacy First organiseerde deze editie van de Nederlandse Privacy Awards met steun van Stichting Democratie & Media en Adessium Foundation, in samenwerking met ECP. Wilt u ook partner van de Nederlandse Privacy Awards worden? Neem dan contact op met Privacy First!

Gepubliceerd in Evenementen

15 maart 2018: het Privacy First Sleepwet Debat

In het kader van het aanstaande referendum nodigt Stichting Privacy First u graag uit voor een kritisch publieksdebat over de privacy-aspecten rond de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de zogeheten ‘Sleepwet’. Dit debat zal plaatsvinden op donderdagavond 15 maart as. in het Parool Theater in Amsterdam (tegenover onze kantoorlocatie). Voor deze avond hebben wij drie sprekers uitgenodigd: Dick Schoof (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid), Nine de Vries (Amnesty International Nederland) en Otto Volgenant (Boekx Advocaten). De moderator van de avond is Bart de Koning (onderzoeksjournalist op het gebied van privacy en veiligheid). Tijdens het debat is er veel ruimte voor discussie tussen de sprekers onderling en met het publiek, gevolgd door een borrel waar wij samen kunnen proosten op een succesvol referendum!

Iedereen is welkom, toegang is gratis. Aanmelden kan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., maar is niet verplicht.

Datum: donderdag 15 maart 2018, 19.30-21.30u (inloop vanaf 19.00u), borrel na afloop.
Locatie: Parool Theater, Wibautstraat 131D te Amsterdam (naast The Student Hotel).
Een routebeschrijving vindt u hier.

Klik HIER voor de uitnodiging zoals Privacy First die vandaag aan haar netwerk verzond (pdf). Wilt u voortaan directe uitnodigingen voor onze evenementen ontvangen? Mail ons! Dan voegen wij u toe aan onze mailinglist.

uitnodiging Sleepwetdebat PrivacyFirst 15maart2018

 

Update 16 maart 2018: bekijk hieronder de volledige video van het publieksdebat!  

Gepubliceerd in Evenementen

Gisteren heeft de Eerste Kamer bij nipte meerderheid de controversiële nieuwe Wet op de orgaandonatie aangenomen. Tenzij men actief bezwaar maakt (of reeds heeft gemaakt) zal iedere Nederlander hierdoor als orgaandonor geregistreerd worden. Privacy First had de Eerste Kamer vooraf met klem geadviseerd om tegen deze wet te stemmen, aangezien deze flagrant in strijd is met het recht op privacy en lichamelijke integriteit. Het recht op lichamelijke integriteit is onderdeel van het recht op privacy en als zodanig beschermd onder zowel art. 8 EVRM als art. 11 Grondwet. Art. 11 Grondwet geldt ook na de dood. In tegenstelling tot sommige andere privacyrechten heeft het recht op lichamelijke integriteit en fysieke zelfbeschikking bovendien een relatief absoluut karakter; in beginsel heeft iedereen voorafgaande expliciete zeggenschap over zijn/haar eigen lichaam en organen. Slechts met expliciete en specifieke (per orgaan gedifferentieerde) individuele toestemming vooraf kan iemand als orgaandonor geregistreerd worden. Een donor-systeem waarbij iedereen bij voorbaat door de overheid tot donor wordt verklaard is hiermee per definitie in strijd en acht Privacy First tevens moreel verwerpelijk, alle goede bedoelingen achter een dergelijk systeem ten spijt. Privacy First had de Eerste Kamer daarom opgeroepen om de nieuwe Donorwet te verwerpen wegens fundamentele onverenigbaarheid met ieders recht op privacy en lichamelijke integriteit. Privacy First betreurt het dan ook dat zo'n ingrijpende wet als deze Donorwet, waarover zoveel verdeeldheid en gebrek aan breed maatschappelijk draagvlak heerst, nu alsnog is aangenomen.

Gepubliceerd in Wetgeving
vrijdag, 08 december 2017 14:27

Hoge Raad stuurt aan op privacy by design

Sinds 2013 voerde de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen een fundamentele rechtszaak tegen de private opvolger van het Elektronisch Patiëntendossier: het Landelijk Schakelpunt (LSP). Eind vorige week besloot de Hoge Raad dat het LSP vooralsnog niet in strijd is met het huidige privacyrecht. In het oordeel van de Hoge Raad ligt echter de opdracht besloten dat het LSP snel zal moeten gaan voldoen aan het wettelijke vereiste van 'privacy by design'. Dit vormt een belangrijk precedent en legt de lat voor de toekomst hoog.

Private doorstart EPD: Landelijk Schakelpunt

In april 2011 werd het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) door de Eerste Kamer unaniem verworpen, voornamelijk wegens privacybezwaren. Door diverse marktpartijen (waaronder zorgverzekeraars) werd vervolgens echter vrijwel ditzelfde EPD in private vorm doorgestart als Landelijk Schakelpunt (LSP) voor grootschalige, centrale uitwisseling van medische gegevens. Het LSP is sindsdien nationaal ‘uitgerold’: veel huisartsen zijn inmiddels (onder druk van zorgverzekeraars) op het LSP aangesloten. Ook hebben miljoenen Nederlanders inmiddels ‘toestemming’ gegeven voor uitwisseling van hun medische gegevens via het LSP. Probleem met deze ‘toestemming’ is echter dat deze dusdanig breed en algemeen is, dat deze vrijwel onmogelijk rechtmatig geacht kan worden. Dit was dan ook één van de principiële bezwaren waarop de rechtszaak van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VP Huisartsen) tegen het LSP betrekking had. Andere bezwaren tegen het LSP hebben o.a. betrekking op het feit dat de architectuur van het LSP inherent onveilig en privacyschendend is: via het LSP is ieder aangesloten medisch dossier voor duizenden zorgverleners inzichtelijk. Dit is in strijd met het recht op privacy van de patiënt en het medisch beroepsgeheim van behandelend artsen. Bovendien is hierbij geen sprake van privacy by design, bijvoorbeeld middels end-to-end encryptie. In wezen is het LSP hierdoor zo lek als een mandje, ideaal voor function creep (doelverschuiving) en mogelijk misbruik door kwaadwillenden.

Campagne SpecifiekeToestemming.nl

Privacy First heeft hierover de laatste jaren talloze malen alarm geslagen richting politiek en media. Zelfs op VN-niveau heeft Privacy First het Nederlandse LSP actief aangekaart. Op initiatief van Privacy First en het Platform Bescherming Burgerrechten is sinds april 2014 bovendien een grootschalige internetcampagne gelanceerd ter behoud en bevordering van het recht op medische privacy: www.SpecifiekeToestemming.nl. Deze campagne wordt sindsdien gesteund door tal van maatschappelijke organisaties, zorgverleners en academici. Kern van de campagne is dat specifieke toestemming (weer) het leidende principe moet worden bij de uitwisseling van medische gegevens. Bij specifieke toestemming kunnen patiënten voorafgaand aan het delen van hun medische gegevens bepalen of, en zo ja welke, gegevens mogen worden gedeeld met welke zorgverleners voor welke doeleinden. Dat beperkt de risico's en maakt het mogelijk voor patiënten om controle te houden over de uitwisseling van hun medische data. Dit in tegenstelling tot de generieke toestemming die geldt bij het LSP. Bij generieke toestemming is niet te voorzien door wie iemands medische gegevens kunnen worden ingezien, gebruikt, uitgewisseld etc. Generieke toestemming is daarmee per definitie in strijd met twee klassieke uitgangspunten in het privacyrecht: het beginsel van doelbinding en het recht op vrije, voorafgaande en volledig geïnformeerde toestemming bij de verwerking van persoonsgegevens.

Privacy by design

Mede onder druk van onze campagne SpecifiekeToestemming.nl werd het wetsvoorstel Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens in de zorg (wetsvoorstel 33509) door de Tweede Kamer in 2014 aangescherpt en werden door de Eerste Kamer in 2016 twee cruciale moties aangenomen: de motie-Bredenoord (D66) c.s. over de verdere uitwerking van dataprotectie-by-design als het uitgangspunt voor de elektronische verwerking van medische gegevens en de motie-Teunissen (PvdD) c.s. inzake het decentraal (i.p.v. centraal) toegankelijk houden van medische dossiers. Onder deze nieuwe wet wordt specifieke (“gespecificeerde”) toestemming verplicht; dit dient nu geïmplementeerd te worden in alle bestaande en toekomstige systemen voor de uitwisseling van medische gegevens, waaronder het huidige LSP. Bovendien wordt onder de nieuwe Europese privacywetgeving privacy by design een harde juridische plicht: reeds vanaf het allereerste ontwerp dienen privacy en dataprotectie in alle relevante hardware en software te worden ingebouwd. In dit verband zijn er de laatste jaren reeds diverse marktontwikkelingen gaande die er op duiden dat bij nieuwe systemen specifieke toestemming de norm wordt en dat privacy by design de nieuwe standaard wordt. Een goed voorbeeld hiervan in de medische context is Whitebox Systems dat al in 2015 een Nationale Privacy Innovatie Award won.

Rechtszaak VP Huisartsen

Sinds maart 2013 voerde VP Huisartsen een grootschalige civiele rechtszaak tegen de private beheerder van het LSP: de Vereniging van zorgaanbieders voor zorgcommunicatie (VZVZ). Na teleurstellende uitspraken door de rechtbank Utrecht en het Hof Arnhem stelde VP Huisartsen eind 2016 cassatie in bij de Hoge Raad. In cassatie kreeg deze zaak (via Pro Bono Connect, op advies van Privacy First) ondersteuning door advocatenkantoor Houthoff Buruma. Bij de Hoge Raad diende Privacy First vervolgens samen met het Platform Bescherming Burgerrechten een amicus curiae-brief (PDF) in ter ondersteuning van de standpunten van VP Huisartsen, in lijn met onze gezamenlijke campagne SpecifiekeToestemming.nl. In het advies (“conclusie”) van de Advocaat-generaal bij de Hoge Raad werd vervolgens uitgebreid aan deze amicus curiae-brief gerefereerd. Op 1 december jl. heeft de Hoge Raad uiteindelijk uitspraak gedaan. In deze uitspraak sluit de Hoge Raad zich helaas grotendeels aan bij de eerdere argumentatie van het Hof Arnhem. Privacy First kan zich daarbij echter niet aan de indruk onttrekken dat het LSP (zelfs voor de Hoge Raad) blijkbaar “too big to fail” is: dit gebrekkige systeem is inmiddels dusdanig groot dat men het wellicht niet onrechtmatig durft te verklaren. Toch is er ook een belangrijk lichtpunt, en wel in de slotoverweging van de Hoge Raad:

“[Het hof heeft] onderkend dat de zorginfrastructuur ook kan worden ingericht op een wijze waarbij meer onderscheid tussen (soorten) gegevens en (categorieën) zorgaanbieders kan worden gemaakt, en waarbij in het bijzonder gegevensuitwisseling op basis van toestemming bij voorbaat desgewenst kan worden beperkt tot spoedeisende gevallen. In zijn oordeel ligt besloten dat deze inrichting meer en beter in overeenstemming is met de beginselen die aan de Privacyrichtlijn en de Wbp ten grondslag liggen, maar ten tijde van het wijzen van het bestreden arrest nog niet van VZVZ kon worden geëist. Van VZVZ mag volgens het hof wel worden verwacht dat zij, zodra dit voor haar technisch mogelijk en uitvoerbaar is, het systeem aanpast door daarin meer keuzevrijheid te bieden.

Deze overwegingen zijn niet onbegrijpelijk. Daarbij verdient nog opmerking dat gelet op de (...) ambities van VZVZ met het systeem en op de veranderingen in de regelgeving (...), waarbij ‘privacy by design’ en ‘privacy by default’ uitdrukkelijk tot uitgangspunt zijn genomen (art. 25 leden 1 en 2 Algemene verordening gegevensbescherming), eens te meer in de rede ligt wat het hof van VZVZ verwacht.” (5.4.4)

Evenals het Hof Arnhem stuurt de Hoge Raad hiermee duidelijk aan op implementatie van specifieke toestemming en privacy by design in het LSP. De Hoge Raad creëert hiermee een positief precedent dat ook in bredere zin (voor andere systemen) de toon voor de toekomst zet. Privacy First zal de ontwikkelingen hieromtrent actief blijven volgen en e.e.a. indien nodig opnieuw bij de rechter (laten) aankaarten.

 

Lees HIER het hele arrest van de Hoge Raad en HIER de eerdere conclusie van de Advocaat-generaal.
De amicus curiae brief van Privacy First en het Platform Bescherming Burgerrechten vindt u HIER in pdf.

Commentaar VP Huisartsen: http://www.vphuisartsen.nl/nieuws/cassatieberoep-vphuisartsen-verloren-toch-winst/

Commentaar SpecifiekeToestemming.nl: http://specifieketoestemming.nl/werk-aan-de-winkel-na-teleurstellend-vonnis-over-lsp/ .

Gepubliceerd in Medische privacy

Op 21 november jl. nam de Eerste Kamer een controversieel wetsvoorstel aan waardoor de reisbewegingen van iedere automobilist 4 weken in een centrale politiedatabank zullen belanden. Privacy First start een rechtszaak om dit wetsvoorstel onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met het recht op privacy.

Massale privacyschending

Vast beleid van Stichting Privacy First is om massale privacyschendingen bij de rechter aan te vechten en onrechtmatig te laten verklaren. Privacy First deed dit de laatste jaren reeds met succes bij de centrale opslag van ieders vingerafdrukken onder de Paspoortwet en de opslag van ieders communicatiegegevens onder de Wet bewaarplicht telecommunicatie. Een actueel wetsvoorstel dat zich bij uitstek voor een dergelijke rechtszaak leent is het wetsvoorstel van minister Grapperhaus inzake Automatic Number Plate Recognition (automatische nummerplaatherkenning, ANPR). Onder dit wetsvoorstel zullen de kentekens van alle auto's in Nederland (oftewel ieders reisbewegingen) door middel van cameratoezicht vier weken in een centrale politiedatabank worden opgeslagen voor opsporing en vervolging. Iedere automobilist wordt hierdoor een potentiële verdachte. Dit is totaal niet noodzakelijk, volstrekt disproportioneel en bovendien ineffectief. Het wetsvoorstel is daarom in strijd met het recht op privacy en daarmee onrechtmatig.

Oud wetsvoorstel

Het huidige ANPR-wetsvoorstel werd reeds in februari 2013 bij de Tweede Kamer ingediend door voormalig minister Opstelten. Voorheen was ook minister van Justitie Hirsch Ballin al in 2010 van plan om een vergelijkbaar voorstel in te dienen met een bewaartermijn van 10 dagen. Vervolgens verklaarde de Tweede Kamer dit voorstel echter controversieel. De ministers Opstelten en Van der Steur deden er in het huidige wetsvoorstel alsnog drie scheppen bovenop: 4 weken opslag van ieders reisbewegingen. Wegens privacybezwaren lag de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel vervolgens jarenlang stil, maar werd daarna alsnog door de Tweede en Eerste Kamer heen geloodst. Het wetsvoorstel past echter allang niet meer in deze tijd: het is reeds ingehaald door Europese rechtspraak waardoor dit type wetgeving (massale opslag van gegevens van onschuldige burgers) onrechtmatig is verklaard. Bovendien heeft de ANPR-praktijk in binnen- en buitenland reeds uitgewezen dat massale ANPR-opslag niet werkt.

Rechtszaak

Privacy First zal nu (in coalitie met andere maatschappelijke organisaties) een rechtszaak beginnen om de nieuwe ANPR-wet buiten werking te laten stellen. Privacy First heeft daartoe via Pro Bono Connect het gerenommeerde advocatenkantoor CMS ingeschakeld. De eerste formele processtap is gisteren genomen: per brief (PDF) heeft Privacy First aan minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) om overleg ex art. 3:305a BW gevraagd. Mocht dit overleg niet tot intrekking van het ANPR-wetsvoorstel leiden, dan valt onverbiddelijk het zwaard van Damocles: Privacy First c.s. zullen dan de Nederlandse Staat in kort geding dagvaarden om de wet buiten werking te laten stellen wegens strijd met Europees privacyrecht. Gezien de Europese en Nederlandse jurisprudentie terzake achten Privacy First c.s. de kans op een succesvolle rechtsgang buitengewoon hoog.


Update 20 december 2018: vandaag heeft de overheid aangekondigd dat de wet ANPR per 1 januari 2019 in werking zal treden. Het kort geding tegen de wet zal z.s.m. plaatsvinden bij de rechtbank Den Haag.

Gepubliceerd in Rechtszaken

"Het kabinet moet onmiddellijk werk maken van het stoppen met het opnemen van vingerafdrukken in paspoorten. Dat stelt Vincent Böhre van stichting Privacy First in reactie op het nieuws dat vingerafdrukken van Nederlandse burgers momenteel nauwelijks gebruikt worden.

Hoewel het al acht jaar verplicht is om vingerafdrukken af te staan voor in het paspoort, worden die op Schiphol, bij de grens of in het buitenland nooit gecontroleerd, zo bleek gisteren uit navraag van de NOS.

Alleen gemeenten gebruiken de vingerafdrukken in incidentele gevallen, bijvoorbeeld als er twijfel is over iemands identiteit. "Dat gebeurt een of twee keer per jaar", zegt teamleider Jan Jansen van het stadsloket in Breda. "Het kan ook zijn dat de politie ons benadert als de identiteit van een overledene niet vastgesteld kan worden. Dan kunnen we een printje van de vingerafdruk meegeven."

Het opslaan van vingerafdrukken in een chip op de paspoorten gebeurt naar aanleiding van een Europese verordening. De afdrukken worden niet opgeslagen in een centrale database, omdat een wet hierover het in Nederland niet haalde.

Privacyschendingen

Voor privacyjurist Böhre is het niet nieuw dat er verder nauwelijks iets met de vingerafdrukken gebeurt. Hij vraagt al jaren aandacht voor de kwestie. Sinds 2009 is er ongeveer 20 miljoen keer vingerafdrukken afgenomen bij Nederlandse burgers. Volgens Böhre zijn dat "20 miljoen privacyschendingen".

Volgens de wet mag de privacy van burgers door de overheid alleen geschonden worden als er sprake is van noodzaak en proportionaliteit. Het moet aantoonbaar nut hebben. Dat ontbreekt hier volledig, zegt Böhre in het NOS Radio 1 Journaal. "Na acht jaar moet je toch echt conclusies gaan trekken. Het kost verschrikkelijk veel geld, tijd en moeite. En dat allemaal voor niets.""


Bron: https://nos.nl/artikel/2203728-kabinet-moet-stoppen-met-vingerafdrukken-in-paspoort.html, maandagochtend 20 november 2017. Beluister hieronder het hele interview op Radio 1:

Gepubliceerd in Privacy First in de media
Pagina 4 van 33

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon