donatieknop english

Vandaag verzoekt Privacy First samen met drie andere Nederlandse mensenrechtenorganisaties en een aantal individuele gebruikers van Facebook, WhatsApp en Instagram aan Mark Zuckerberg om stelling te nemen in het publieke debat over de gevolgen van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaak Schrems.

Het Europese Hof van Justitie vernietigde op 6 oktober 2015 het Safe Harbour-besluit dat de grondslag was voor de doorgifte van persoonsgegevens vanuit de EU naar de VS door Facebook. Het Hof van Justitie oordeelde dat de wetgeving in de VS tekortschiet omdat het geen beschermingsniveau biedt dat vergelijkbaar is met dat in de EU. Zo heeft de NSA toegang tot de Facebook-content van gebruikers in de EU, zonder dat die enige rechtsbescherming hebben. Volgens het Hof van Justitie is dit een inbreuk op de essentie van het fundamentele recht op privacy. Deze problemen zijn nog steeds niet opgelost.

Na de uitspraak is Facebook doorgegaan met de doorgifte van persoonsgegevens vanuit de EU naar de VS. Bas Filippini van Privacy First: "Zolang er geen passend beschermingsniveau is in de VS, is doorgifte duidelijk in strijd met het EU-privacyrecht. Dat is een schending van de privacy van miljoenen gebruikers. Als dit niet binnenkort wordt opgelost, zullen wij juridische stappen ondernemen."

Tot op heden heeft Facebook zich opvallend afzijdig gehouden van het publieke debat na het vonnis van het Hof van Justitie. Ton Siedsma van Bits of Freedom: "Wij verzoeken Facebook om zich publiekelijk te mengen in het debat over de oplossing van dit probleem, en om druk te zetten op de autoriteiten om zo’n oplossing te bereiken. Het zou goed zijn als Facebook haar huidige en toekomstige beleid over de doorgifte van persoonsgegevens publiekelijk bekend zou maken."

Facebook ontving vandaag een sommatiebriefpdf, met als deadline 15 januari 2016 om een oplossing te vinden. Als die niet bereikt wordt, zal een kort geding tegen Facebook aanhangig worden gemaakt bij de Rechtbank Den Haag, met als eis dat Facebook per direct stopt met de doorgifte van persoonsgegevens naar de VS. Dit betreft alle diensten van Facebook, inclusief WhatsApp en Instagram.

"Zo lang de VS geen passende bescherming biedt tegen mass surveillance, mogen persoonsgegevens niet worden doorgegeven naar de VS. Een rechtszaak tegen Facebook onderstreept de urgentie om dit op te lossen", zegt Jelle Klaas van het Public Interest Litigation Project (PILP, NJCM). "Ons doel is niet om de computerschermen van miljoenen gebruikers op zwart te zetten, maar om het niveau van privacybescherming te verhogen. Hopelijk vinden de wetgevers snel een oplossing."

Klik HIERpdf(pdf) voor de volledige sommatiebrief van Privacy First c.s. aan Facebook.

Update 21 januari 2016: vlak voor het verstrijken van de deadline reageerde Facebook per fax op onze sommatiebrief, klik HIERpdf (pdf). Ondanks de ongeldigheid van Safe Harbour bestaat volgens Facebook nog steeds een bruikbare rechtsbasis voor de doorgifte van persoonsgegevens vanuit de EU naar de VS. Privacy First c.s. betwisten dit en hebben vandaag een reactie naar Facebook gestuurd, klik HIERpdf (pdf).

Na onze sommatiebrief nam Facebook publiekelijk stelling in de discussie over een nieuw voorgestelde surveillance-wet in Engeland:

“Governments should not be able to compel the production of private communications content absent authorization from an independent and impartial judicial official. (...) Surveillance laws should not permit bulk collection of information. The principles require that the Government specifically identify the individuals or accounts to be targeted and should expressly prohibit bulk surveillance.” Aldus Facebook.

Precies op deze aspecten schiet de rechtsbescherming in de VS volgens het Europese Hof van Justitie echter tekort. In onze brief van hedenmiddag hebben Privacy First c.s. Facebook daarom verzocht haar standpunt ook uit te dragen in het debat over mass surveillance in de VS. Over dit onderwerp vinden momenteel onderhandelingen plaats tussen de EU en de VS. Het zou goed zijn als Facebook zich daar inhoudelijk in mengt, in lijn met het standpunt dat Facebook heeft over het Engelse wetsvoorstel.

Als er niet op korte termijn een oplossing wordt gevonden voor de fundamentele privacyproblemen waar het Europese Hof van Justitie op heeft gewezen, overwegen Privacy First c.s. om een kort geding aanhangig te maken bij de rechtbank Den Haag.

Gepubliceerd in Rechtszaken

"Worstelen met nieuw systeem

Twintig minuten aan de telefoon om een auto aan te melden, ondernemers die noodgedwongen naar hun winkel lopen. Negen maanden nadat Delft overschakelde op digitaal parkeren staan nog lang niet alle Delftenaren te juichen. Ook vinden inwoners het nog ongemakkelijk dat de gemeente zoveel persoonlijke gegevens opslaat.
(...)
Tegelijkertijd zijn echter ook de parkeerinkomsten die de gemeente ontvangt teruggelopen, mede doordat het nieuwe systeem in het begin flink werd geplaagd door technische storingen. Die storingen zijn ondertussen verholpen, laat de gemeente in reactie weten. Wel waarschuwt de gemeente dat de internetverbinding soms trager is op piekmomenten, wat het aanmelden van auto's soms bemoeilijkt.

Te weinig parkeeruren voor bezoekers en het gedoe om steeds nieuwe klanten aan en af te melden zijn minpunten die Delftse ondernemers het vaakst noemen. (...)

Ook zijn er ondernemers die op eigen creatieve wijze omspringen met het aantal toebedeelde parkeeruren. Bob Junius (48), eigenaar van snackbar De Snek aan de Bieslandsekade, weet wel raad met het nieuwe parkeersysteem. De snackbarhouder blijkt nota bene de broer van voormalig wethouder Milène Junius, die het digitaal parkeren besloot in te voeren.

Het digitale parkeren vindt hij prima werken - en nee, dat zegt hij niet omdat zijn zus toevallig de wethouder was. ,,Je moet gewoon goed weten hoe de regels in elkaar steken. Voor mijn bezoekers vormt het geen probleem, ik kan namelijk de scanauto van ver aan zien komen rijden. Er is dan meer dan genoeg tijd om alle auto's eventjes aan te melden. En wanneer de parkeerwachters voorbij zijn, dan meld ik ze weer af.''
(...)
Delftenaren op straat zijn negatiever gestemd. Opvallend veel ouderen geven toe dat ze nog worstelen met de digitale drempel. Een ander heikel punt dat veel geïnterviewden noemen, betreft de persoonsgegevens die de gemeente nu digitaal opslaat. De gemeente Delft verzekert dat gegevens van iedere auto die juist staat geparkeerd na twee dagen worden gewist. Op straat wordt dat met scepsis ontvangen.

Jurist Vincent Böhre van Privacy First, een stichting die opkomt voor de bescherming van privacy van burgers, is welbekend met deze zorgen. ,,Er is onbehagen tegen het opslaan van zoveel persoonlijke gegevens, vooral onder ouderen die na de Tweede Wereldoorlog zijn opgegroeid. Voor hen ligt dit nog bijzonder gevoelig.''

Ouderen

Naast rechtszaken aanspannen wordt er ook op andere wijze protest gevoerd. Zo verzamelden ouderen in Zaandam afgelopen zomer honderden handtekeningen tegen het digitale parkeren, mede door zorgen over hun privacy. Böhre: ,,Het is eigenlijk triest dat het de ouderen zijn die voor hun rechten opkomen.''

De 73-jarige Leny, die niet met haar achternaam in de krant wil, verwoordt het sentiment onder de oudere Delftse inwoners het scherpst. ,,Ik vind het systeem waardeloos. Het voelt alsof ik constant word gecontroleerd, niet prettig. Je hangt nu soms twintig minuten aan de telefoon om bezoek aan te melden, en soms lukt het dan nog niet. Het is zelfs al een keer voorgekomen dat er ondertussen een parkeerboete was uitgeschreven. Ik heb liever weer een papieren bezoekerskaart.''

Rechtszaken

In verschillende steden waar kentekenparkeren afgelopen jaren is ingevoerd, worden rechtszaken gevoerd tegen het digitale parkeren. Volgens Vincent Böhre van stichting Privacy First laat een recente uitspraak van het gerechtshof in Amsterdam zien dat burgers niet verplicht mogen worden om hun kenteken in te voeren. Het hof behandelde acht zaken van burgers die een onjuist kenteken in een parkeerautomaat hadden ingevoerd, maar die wel netjes hadden betaald. Daarvoor kregen ze een parkeerboete van de gemeente Amsterdam, maar het hof veegde deze boetes weer allemaal van tafel. De gemeente Delft, die eenzelfde parkeersysteem als Amsterdam gebruikt (met een controlewagen), is op de hoogte van de uitspraak, maar laat weten dat het geen verdere gevolgen zal hebben voor de handhaving in de stad. Volgens Böhre kan het echter de bijl aan de wortel van het digitale parkeren zetten. ,,Als mensen massaal weigeren om hun kenteken in te voeren, dan zou je het systeem overladen. Mensen krijgen dan wel eerst een boete opgestuurd, maar die kan je nu succesvol aanvechten. Het is gedoe, maar soms moet je dat voor de bescherming van je privacy over hebben.''"

Bron: AD/Haagsche Courant, zaterdag 12 december 2015, pp. 2-3.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Ruim 20.000 mensen hebben vorig jaar in Nederland een boete gekregen omdat ze geen identiteitsbewijs bij zich hadden of zich weigerden te legitimeren. Vooral jongeren (18 – 30 jaar) worden vaak op de bon geslingerd. Zij kregen 4,5 keer vaker een boete dan dertigplussers.

Maar hoe werkt het nou precies met die identificatieplicht?

Wanneer moet je je ID-kaart laten zien en wanneer ga je op de bon?

Je bent formeel niet verplicht om een ID-kaart bij je te dragen. In Nederland hebben we namelijk een toonplicht, geen draagplicht. "Die keuze is bewust gemaakt, omdat er sinds de Tweede Wereldoorlog veel weerstand is tegen het verplicht bij je dragen van een persoonsbewijs", zegt jurist Vincent Böhre van Privacy First. "Tijdens de oorlog was iedereen verplicht zich te kunnen identificeren."

Böhre vroeg zich vanochtend bij het horen van het nieuws over het aantal boetes als eerste af hoeveel mensen protest hadden aangetekend tegen hun bon. "Het gebeurt vaak dat mensen in de buurt wonen en geen identiteitskaart bij zich hebben. Je kunt dan gewoon zeggen: loop maar even mee, dan laat ik 'm thuis zien. Zo werkt de toonplicht namelijk."
(...)"

Bron: http://nos.nl/op3/artikel/2074560-geen-id-kaart-bij-je-vraag-agent-even-mee-te-lopen.html. Zie ook http://nieuws.nl/algemeen/20151211/geen-id-op-zak-laat-hem-dan-thuis-zien-aan-oom-agent/.

Naschrift Privacy First: naast het onderscheid tussen toonplicht en draagplicht had Privacy First de NOS ook gewezen op het feit dat de politie mensen niet zonder reden om hun identiteitsbewijs mag vragen. Hier dient altijd een objectief gerechtvaardigde aanleiding voor te zijn, bijvoorbeeld een redelijke verdenking van een concreet strafbaar feit. In principe heeft iedereen in Nederland immers het recht op anonimiteit in de openbare ruimte. De overheid mag hier niet zomaar inbreuk op maken. Daarnaast blijkt in de praktijk vaak sprake van discriminatie ('etnisch profileren') en willekeur bij de toepassing van de identificatieplicht door (met name) de politie. Dit vormt een schending van het discriminatieverbod en werkt gevoelens van onveiligheid en stigmatisering van bevolkingsgroepen in de hand. Dit nog afgezien van de risico's die iedereen loopt door de op-afstand-uitleesbare RFID-chips in paspoorten en ID-kaarten, identiteitsfraude met verloren of gestolen identiteitsbewijzen, etc. Het advies van Privacy First blijft dan ook: paspoort of ID-kaart thuis laten en een eventuele boete aanvechten bij de rechter!

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Privacywaakhonden en ict'ers verontrust

Een nieuwe conceptwet geeft de politie verregaande bevoegdheden om in computers te kunnen inbreken. Privacywaakhonden en ict-experts vinden die wet veel te ver gaan. ,,De aanslagen in Parijs worden gebruikt om een politiestaat in te voeren."

Vlak voor het weekend begon, gooide de ministerraad er afgelopen vrijdagmiddag nog snel een belangrijk persbericht uit. Ministers Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) en Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) dienen vier wetsvoorstellen uit het actieprogramma Integrale aanpak Jihadisme in bij de Tweede Kamer. De maatregelen om het Jihadisme te bestrijden, zijn van groot belang, onderstreept de regering.

Onderdeel van die maatregelen is een uitbreiding van de bevoegdheden om onderzoek te doen in computers van criminelen en terroristen. De naam van het wetsvoorstel staat niet vermeld in het persbericht, maar desgevraagd bevestigt het ministerie van Veiligheid en Justitie dat het gaat om de wet Computercriminaliteit III, die al sinds 2013 in de maak is. De omstreden wet kan met steun van VVD en PvdA rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer. Maar die partijen zullen andere partijen nodig hebben om de wet door de Eerste Kamer te loodsen.

Webcams

De conceptwet geeft de politie ongekend veel bevoegdheden. Ze mag stiekem inbreken in computers, data kopiëren, toevoegen en wissen. De politie mag meekijken met webcams, afluisteren via de microfoon van een computer en live meekijken wat iemand typt. Er mag zelfs worden ingebroken bij onschuldige derden om bij een verdachte uit te komen. Privacyorganisatie Bits of Freedom spreekt van de meest verregaande wet ter wereld op dit gebied.

De conceptwet heeft dan ook tientallen bezorgde reacties opgeleverd van hoogleraren, ict'ers en privacywatchers. En ook nu klinkt kritiek. ,,Een overheid die mag inbreken in systemen en computers om zo aan informatie te komen, begeeft zich op glad ijs," meent voorzitter Lotte de Bruijn van branchevereniging Nederland ICT. ,,Stel dat de politie het recht zou hebben om zich zonder toestemming toegang te verschaffen tot woningen, zouden we dat accepteren? Ook al zouden ze daarmee verdachte buren kunnen afluisteren? Ik denk het niet."

Anderen vinden het bezwaarlijk dat de overheid baat heeft bij softwarelekken, om zo andermans computer binnen te komen. ,,Als de overheid te weten komt dat in veelgebruikte software een lek zit, kan ze dat geheim houden zodat de politie dat lek eerst mag misbruiken. Daarmee maakt de minister de hele maatschappij onveiliger, in plaats van veiliger," zegt Rejo Zenger van Bits of Freedom.

Ongepast

Zenger vindt het niet chic dat de wet nu in het kader van terrorismebestrijding aan de Kamer wordt gepresenteerd. ,,Het is absoluut ongepast dat de minister van Veiligheid en Justitie de aanslagen in Parijs gebruikt voor het doordrukken van zijn wetsvoorstel. De minister wil al lang de bevoegdheden van de politie uitbreiden. Dat verdient een grondig debat in het parlement, zonder dat dit heel erg wordt gestuurd door de gebeurtenissen in Parijs." Voorzitter Bas Filippini van Privacy First noemt de maatregelen zelfs het doodknuppelen van de rechtsstaat. ,,Na de aanslagen in Parijs wordt jacht gemaakt op snotneuzen van tussen de 20 en 30 jaar. In plaats van dat politie- en inlichtingendiensten zich schamen dat ze die mannen niet beter in beeld hadden, stelt Nederland voor om 16 miljoen burgers onder de knoet te houden. Een politiestaat, daar moeten we niet naartoe willen.""

Bron: Algemeen Dagblad 30 november 2015, p. 5. Tevens gepubliceerd in AD/Rotterdams Dagblad, AD/Haagsche Courant, AD/Utrechts Nieuwsblad, AD/Amersfoortse Courant, AD/De Dordtenaar, AD/Groene Hart, AD/Rivierenland, BN/De Stem, Dagblad Tubantia/Twentsche Courant, De Stentor/Gelders Dagblad, De Gelderlander, Eindhovens Dagblad, Provinciale Zeeuwse Courant en o.a. online op http://www.ad.nl/ad/nl/1012/Nederland/article/detail/4198274/2015/11/30/Nieuwe-wet-opent-alle-computers-voor-politie.dhtml.

Lees HIER de eerdere kritiek van Privacy First op dit draconische wetsvoorstel.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Al jaren voeren talloze Nederlandse burgers een verwoede strijd tegen de verplichte afname en opslag van hun vingerafdrukken onder de Paspoortwet. Sinds 2009 is de afname van vingerafdrukken voor een nieuw paspoort verplicht. Volgens de Nederlandse regering dienen deze vingerafdrukken ter bestrijding van look-alike fraude met paspoorten. Harde cijfers over dit type fraude zijn door de Nederlandse overheid echter nooit bekendgemaakt. Uit Wob-verzoeken van Privacy First is de laatste jaren gebleken dat het slechts gaat om een relatief gering fenomeen: hooguit enkele tientallen gevallen per jaar. Vandaag voegt Privacy First hier nieuwe cijfers over look-alike fraude aan toe: in Nederland betrof dit in 2014 slechts 7 paspoorten en 3 ID-kaarten. Deze cijfers staan in het Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2014 van de Koninklijke Marechaussee (pp. 38-39). Klik HIER om de hele rapportage te downloaden (pdf, 54 pp, 10 MB).

Gebrek aan noodzaak en proportionaliteit

De afname van de vingerafdrukken van de hele Nederlandse bevolking ter bestrijding van een handjevol look-alikes kan onmogelijk “maatschappelijk noodzakelijk” en “proportioneel” worden geacht. Die noodzaak en proportionaliteit zijn echter wel vereist onder het Europese privacyrecht (art. 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). De afname van ieders vingerafdrukken onder de Paspoortwet is hiermee onrechtmatig en had nooit ingevoerd mogen worden.

Zwijgende rechters

Tot nu toe heeft geen enkele Nederlandse of Europese rechter hier een kritisch, principieel oordeel over willen vellen. Op donderdag 26 november en donderdag 3 december as. vinden bij de Raad van State een zevental rechtszittingen plaats waarbij deze en andere kwesties rond de Paspoortwet (waaronder de RFID-chip in paspoorten en ID-kaarten, gewetensbezwaren en de opslag van vingerafdrukken en gezichtsscans) opnieuw uitgebreid aan de orde zullen komen. Sinds mei 2010 voerde Privacy First samen met 19 mede-eisers (burgers) reeds een uitputtende civielrechtelijke strijd tegen de eerdere centrale en decentrale (gemeentelijke) opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet. In mei dit jaar verklaarde de Hoge Raad dit civiele Paspoortproces echter (onterecht) niet-ontvankelijk en verwees daarbij naar de parallelle, deels vergelijkbare bestuursrechtelijke zaken bij de hoogste bestuursrechter: de Raad van State. Het is nu dus aan de Raad van State om alsnog een kritisch oordeel over (onder meer) de afname en opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet te vellen. Zo niet, dan resteert voor de betreffende burgers een kansrijke rechtsgang naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

Gebrek aan rechtsbescherming

Schrijnend aspect aan de huidige zaken bij de Raad van State is dat de betreffende burgers reeds jarenlang zonder geldig paspoort door het leven gaan. Er kon door hen immers slechts bestuursrechtelijk geprocedeerd worden na afwijzing van hun paspoortaanvraag wegens hun weigering om vingerafdrukken af te staan. Mede om deze reden koos Privacy First er in 2010 voor om civielrechtelijk i.p.v. bestuursrechtelijk te procederen. De Hoge Raad bleek hier echter totaal ongevoelig voor. Nederlanders die geen vingerafdrukken voor een paspoort willen afstaan worden daardoor gedwongen tot een gekunstelde bestuursrechtelijke rechtsgang, met alle maatschappelijke nadelen en risico’s van dien. Privacy First verwacht dat deze situatie bij het Europese Hof in Straatsburg zal leiden tot een veroordeling van Nederland wegens gebrek aan toegang tot de rechter en ineffectieve rechtsmiddelen (art. 6 en 13 EVRM). Het draait in deze zaken dus allang niet meer louter om het recht op privacy, maar tevens om de effectieve rechtsbescherming van de Nederlandse bevolking tegen onrechtmatige wetgeving zoals de Paspoortwet.

Privacy First hoopt dat de Raad van State spoedig een kritisch oordeel zal vellen. Zo niet, dan zal Privacy First de betreffende burgers graag assisteren bij hun verdere rechtsgang richting Straatsburg.

Burgerrechtenvereniging Vrijbit was de laatste jaren actief betrokken bij de bestuursrechtelijke zaken die nu bij de Raad van State dienen. Voor nadere informatie terzake verwijst Privacy First u dan ook graag door naar Vrijbit.

Gepubliceerd in Biometrie
zaterdag, 21 november 2015 16:09

Seminar Privacy in de praktijk

Seminar Privacy in de praktijk 

Nieuwe privacywetgeving vertaald naar uw organisatie 

26 november 2015, Van der Valk Hotel Veenendaal  www.gemeentenucongressen.nl/privacy/ 

Privacybescherming moet in Nederland op een hoger niveau komen te staan.

Die boodschap draagt Privacy First uit in processen zoals tegen het kentekenparkeren en in onze publiekscampagnes. Steeds vaker dagen we bestuurders en beleidsmakers uit de publieke en private sector uit om privacy tot vertrekpunt van hun plannen en dienstverlening te maken.

Ook dat is privacy by design!

Bestuurders helpen betere keuzes te maken doen we bijvoorbeeld op 26 november tijdens het privacy seminar van Reed Business. Privacy First voorzitter Bas Filippini neemt deel aan het plenaire debat 'Zijn we eigenlijk wel klaar voor privacy'? Privacy First Solutions-projectleider Martijn van der Veen daagt de aanwezigen uit na te denken of het mogelijk is dienstverlening zo in te richten dat daadwerkelijk de privacybelangen van burgers op één staan.

Meer informatie en aanmelden voor dit (betaalde) evenement kan via onderstaande link: 
www.gemeentenucongressen.nl/privacy/inschrijven.html.

Verantwoording

Waarom Privacy First bijdraagt aan dit congres: de congressen van Reed Business hebben een sterke naam in de markt. Deelnemers aan dit congres zijn naar verwachting personen uit de publieke sector. Een sector die diep ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van mensen. En waar een wereld te winnen is. Privacy First ontvangt geen vergoeding voor haar bijdrage en heeft geen commercieel belang bij dit congres.

Gepubliceerd in Evenementen

Naar aanleiding van de recente aanslagen in Parijs werd Stichting Privacy First vandaag geïnterviewd door BNR Nieuwsradio. Hoe kan Nederland het beste op dit soort aanslagen reageren? Hoe kan terrorisme worden bestreden zonder dat de privacy van onschuldige burgers wordt opgeofferd? Beluister hieronder het hele interview met Vincent Böhre van Privacy First:



Bron: http://www.bnr.nl/?service=player&type=archief&fragment=20151120113610420 (deel 1) en http://www.bnr.nl/?service=player&type=archief&fragment=20151120114430300 (deel 2).

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Door milieuzones in diverse steden dreigt er een jungle aan wetgeving, waarvan de automobilist uiteindelijk de dupe is. Zo luidt de waarschuwing van Vincent Böhre van stichting Privacy First. ‘Het zou ons daarnaast niet verbazen als er straks veel rechtszaken worden aangespannen door onvoldoende geïnformeerde automobilisten.’

Zorgen om privacy

Privacy First uitte eerder zorgen om privacy bij de kentekenregistratie in de milieuzone van Rotterdam. ‘Wij zijn voorstander van het milieu ontzien, maar de geschiedenis leert dat kentekenregistraties, bij bijvoorbeeld parkeren, uiteindelijk vaak voor andere doeleinden gebruikt worden. Die doelen kunnen onder meer de Belastingdienst, de politie en inlichtingendiensten zijn. Voor deze organisaties zijn kentekens van grote waarde.’ Böhre vindt dat kentekens alleen geregistreerd mogen worden wanneer dat strikt noodzakelijk is. ‘Wanneer deze gegevens lekken, kunnen ook criminelen er veel mee doen. Aan de hand van kentekenregistratie kun je achterhalen wie op welk moment waar is, met alle gevolgen, zoals inbraken, van dien.’

Jungle aan wetgeving

Overheden moeten daarnaast met elkaar optrekken om verschillende regelgeving per milieuzone te voorkomen, vindt Böhre. ‘Na Utrecht en Rotterdam zullen er meer gemeenten met een milieuzone komen. Dat werkt verwarrend voor automobilisten. Met meerdere milieuzones creëer je een lappendeken aan reglementen over het land. Zo ontstaat er een jungle aan regelgeving voor bestuurders, die in iedere stad worden verrast met andere voorwaarden. Het is aan de verschillende overheden om dit gezamenlijk in goede banen te leiden.’

Summier informeren

Wanneer een gemeente een milieuzone wil instellen, moet zij hun inwoners voldoende informeren, stelt Böhre. In Utrecht is er al een milieuzone, die met borden wordt aangegeven. Aan het AD liet gemeente Rotterdam daarnaast weten dat er een pictogram van een camera onder de milieuzoneborden komt. Maar die maatregel vindt Böhre te summier. ‘Leuk en aardig, zo’n pictogram. Maar de automobilist heeft nog steeds geen idee hoe lang zijn kenteken wordt opgeslagen en of deze bij derden kan belanden. Voor Rijkswaterstaat is het lastig om deze informatie langs de snelweg te delen. Ik vrees dat overheden het informeren op elkaar afschuiven en uiteindelijk is de automobilist daar de dupe van.’

Veel rechtszaken verwacht

Gemeenten moeten idealiter alle bewoners in de gemeente en omliggende gebieden per brief informeren over de kentekenregistratie en de regels die binnen de milieuzone gelden, vindt Böhre. Een bericht op de gemeentewebsite en in de media is volgens hem niet voldoende. ‘Wie leest de gemeentelijke website of de plaatselijke krant tegenwoordig nog? Een minimale voorwaarde voor de milieuzone is toch wel dat de bewoners met auto’s die niet aan de voorwaarden voldoen, tijdig per brief worden geïnformeerd. Als ze niet goed geïnformeerd zijn, worden bestuurders onnodig op kosten gejaagd met bekeuringen en daarnaast beperkt in hun bewegingsvrijheid, omdat ze een route moeten omzeilen. Als er door gemeenten niet goed geïnformeerd wordt, zal het ons niet verbazen als er veel rechtszaken komen.’"

Bron: http://www.binnenlandsbestuur.nl/digitaal/nieuws/jungle-aan-wetgeving-dreigt-bij-milieuzones.9501309.lynkx, 19 november 2015.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Dit jaar probeert de Nederlandse regering nieuwe wetgeving voor de geheime diensten (inlichtingen- en veiligheidsdiensten) op te tuigen. In dat kader vond deze zomer een openbare internetconsultatie plaats waarbij iedereen zijn/haar mening over het huidige concept-wetsvoorstel kon geven. Dit wetsvoorstel zou de huidige Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) uit 2002 moeten gaan vervangen.

Privacy First maakt zich grote zorgen over de voorgestelde uitbreiding van bevoegdheden in het wetsvoorstel. Deze bevoegdheden zouden de AIVD en MIVD vrijwel ongelimiteerd zicht kunnen gaan bieden op ieders privéleven.

Geheime diensten staan echter niet boven de wet: net als iedere andere overheidsdienst dienen zij het recht op privacy na te leven, te beschermen, te bevorderen en zelfs te promoten. Dit vloeit voort uit de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de Nederlandse Grondwet. Op basis hiervan stuurde Privacy First deze week een kritisch commentaar op het huidige wetsvoorstel naar het verantwoordelijke ministerie. Klik HIER voor onze brief (inclusief voetnoten) zoals gepubliceerd op internetconsultatie.nl. Hieronder volgt de volledige tekst:

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij geeft Stichting Privacy First graag een eerste reactie op het huidige concept-wetsvoorstel ter herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) 2002. Daarbij herinnert Privacy First allereerst graag aan de inhoud van de openbare toespraak die het hoofd van de AIVD (de heer Rob Bertholee) in september 2012 ten kantore van Privacy First in Amsterdam hield. Het door Privacy First gepubliceerde verslag van deze toespraak is destijds door de AIVD zelf geaccordeerd. Enkele relevante passages uit dit verslag luiden als volgt:

"[Bertholee] kan zich voorstellen dat correlatie (koppeling) en internationale uitwisseling van gegevens door de burger ervaren wordt als "Big Brother" en dat men zich daar zorgen om maakt. Als burger maakt Bertholee zich daar zelf ook zorgen over. (...)
Bij het vragen om informatie door de AIVD aan burgers mag overigens geen sprake zijn van enige vorm van druk. Hetzelfde geldt voor het vragen van informatie aan journalisten: journalisten zijn geheel vrij om daar wel of niet aan mee te werken. "Als een journalist er niet aan wil meewerken, dan is dat jammer voor de AIVD, maar daar houdt het mee op," aldus Bertholee. (...)
Wat eventuele herziening van de Wiv2002 betreft merkt Bertholee op dat de huidige wettelijke ruimte voor de AIVD voldoende is en dat hij niet meer bevoegdheden nodig heeft. (...)
Bertholee eindigt zijn lezing door nog eens te benadrukken dat de AIVD geen dossiers van iedereen bijhoudt, niet iedereen onder de tap houdt, (...) niet elke computer hackt, geen handhavende bevoegdheden heeft [en] geen druk op mensen uitoefent (...)."

De belangrijkste boodschap van Bertholee aan het publiek destijds was dat "hij geen voorstander was van Big Brother." Begin 2015 herhaalde hij deze boodschap ter gelegenheid van het semi-openbare ReuringCafé bij de Vereniging voor OverheidsManagement: "Het recht op privacy is voor mij net zo heilig als voor Privacy First", aldus Bertholee tegenover een zaal vol topambtenaren.

Als het hoofd van de AIVD zélf al vindt dat hij voldoende bevoegdheden heeft en waarschuwt voor Big Brother, dan heeft de Nederlandse regering bij iedere uitbreiding van deze bevoegdheden bij voorbaat de schijn tegen zich. In het licht hiervan kunnen met name de volgende aspecten uit het huidige concept-wetsvoorstel in de optiek van Privacy First niet door de beugel:

Strafbare feiten

Allereerst opvallend is dat de huidige bevoegdheid van agenten om strafbare feiten te plegen vrijwel ongemoeid wordt gelaten en niet nader juridisch wordt ingekaderd. Dit ondanks de reeds bestaande (maar nooit uitgevoerde) opdracht in de huidige Wiv om deze bevoegdheid alsnog van juridische waarborgen te voorzien middels een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Ook de commissie Dessens achtte dergelijke nadere normering – terecht – wenselijk. Desondanks wenst het kabinet de grondslag voor de betreffende AMvB af te schaffen. Het plegen van strafbare feiten door agenten blijft daarmee grotendeels plaatsvinden in een juridisch vacuüm. Privacy First acht dit onwenselijk, riskant en ronduit gevaarlijk.

Hack-bevoegdheid en decryptiebevel

Een tweede verwerpelijk onderdeel van het wetsvoorstel is de bevoegdheid om ieders computer te kunnen hacken en mensen te kunnen verplichten om versleutelde bestanden voor de diensten te ontsleutelen, dit laatste op straffe van 2 jaar hechtenis. Privacy First acht dit volstrekt in strijd met het recht op privacy, want niet noodzakelijk en disproportioneel. Daarnaast is het voorstel in strijd met het verbod van zelfincriminatie (nemo tenetur). Het voorstel legt de basis voor toekomstig machtsmisbruik en vormt in de optiek van Privacy First een typische bouwsteen voor een politiestaat i.p.v. een democratische rechtsstaat. Dit geldt eveneens voor het onderdeel in het wetsvoorstel met betrekking tot de invoering van een massale internettap; deze bevoegdheid is ronduit totalitair. De door het kabinet veronderstelde noodzaak hiervan wordt in het voorstel slechts gesteld en nauwelijks onderbouwd, laat staan aangetoond. In een democratische samenleving is de maatschappelijke noodzaak van een dergelijke bevoegdheid echter überhaupt ondenkbaar. Dit voorstel is daarmee bij voorbaat onrechtmatig.

Datamining & profiling

De bevoegdheden tot het opvragen en gebruiken van gegevens zijn in het huidige wetsvoorstel vrijwel onbegrensd. Het voorstel maakt daartoe zelfs directe toegang tot de databanken van derde partijen (overheid én bedrijfsleven) mogelijk. Bij al deze partijen zullen bovendien complete databanken opgevraagd kunnen worden. Dit alles ten behoeve van koppeling, datamining en profiling, waarmee een uiterst gedetailleerd (zelfs voorspellend) beeld van groepen en individuen kan worden gecreëerd. Deze bevoegdheden zijn volstrekt disproportioneel en zouden in dit wetsvoorstel juist ingeperkt moeten worden, in elk geval waar het gevoelige (bijvoorbeeld medische of biometrische) data betreft.

Notificatieplicht

Een lichtpuntje in het wetsvoorstel is de handhaving van de notificatieplicht. Deze geldt echter slechts jegens individuen en niet jegens organisaties die (als zodanig) evengoed targets kunnen zijn geweest. Privacy First adviseert dan ook om deze bepaling te amenderen in de zin dat de notificatieplicht tevens voor organisaties zal gaan gelden.

Actieve openbaarheid

Privacy First adviseert om de huidige Wiv alsnog te voorzien van bepalingen ter actieve openbaarmaking van (historische) documenten van de diensten. De praktijk van "declassification and transparency" in andere landen (waaronder voorheen de Verenigde Staten) kan in dit opzicht een bron van inspiratie vormen.

Informanten

Privacy First adviseert om de huidige Wiv alsnog te voorzien van een verbod om journalisten als informanten in te zetten. Dit in het belang van een vrije pers en de journalistieke bronbescherming. In het belang van een gezond maatschappelijk middenveld zou een dergelijk verbod eveneens kunnen worden ingevoerd met betrekking tot de inzet van agenten en informanten bij maatschappelijke (non-gouvernementele) organisaties.

Internationale uitwisseling

De rechtsbasis voor internationale uitwisseling van inlichtingen werd de laatste jaren gevormd door het obscure artikel 59 Wiv. Dit artikel voldoet bij lange na niet aan de moderne eisen die art. 8 EVRM aan een dergelijke bepaling stelt. In wezen vindt de huidige praktijk van uitwisseling tussen AIVD/MIVD en buitenlandse geheime diensten daardoor al jaren plaats in een juridisch zwart gat. Het verheugt Privacy First dan ook dat art. 59 Wiv grotendeels wordt herzien en mensenrechtelijk wordt versterkt in de nieuwe artikelen 76-78. Deze herziening vormt grosso modo een positieve stap vooruit. Probleem blijft echter de internationale uitwisseling van ongeëvalueerde bulk-data; dergelijke uitwisseling wordt door het concept-wetsvoorstel en de bijbehorende Memorie van Toelichting (MvT) ten onrechte gelegitimeerd. Deze thematiek speelt sinds eind 2013 een cruciale rol in de rechtszaak Burgers tegen Plasterk van Privacy First c.s. tegen de Staat. De voortzetting van deze zaak in hoger beroep blijft door het huidige wetsvoorstel onverminderd actueel en urgent.

Internationale rechtsorde

Nederland heeft de algemene mensenrechtelijke plicht om het recht op privacy in eigen land voortdurend te bevorderen i.p.v. te beperken. Door dit wetsvoorstel schendt Nederland deze algemene plicht; het recht op privacy wordt hierdoor immers massaal ingeperkt. Dit zet de vertrouwensrelatie tussen de Nederlandse overheid en de Nederlandse bevolking op scherp, wat zal leiden tot een maatschappelijk chilling effect. Dit is funest voor de vrije dynamiek in onze democratische rechtsstaat. Het wetsvoorstel en bijbehorende technologie zullen bovendien worden gekopieerd en misbruikt door minder democratische regimes in het buitenland. Het wetsvoorstel vormt daarmee een internationaal precedent voor een wereldwijde Rule of the Jungle i.p.v. de Rule of Law. Dit is in strijd met de grondwettelijke plicht van de Nederlandse regering om de ontwikkeling van de internationale rechtsorde te bevorderen. In het licht van het Nederlandse buitenlands beleid dient dit wetsvoorstel derhalve verworpen te worden.

Toezicht

In het huidige wetsvoorstel is het toezicht op de diensten te vrijblijvend en te politiek van aard. In de optiek van Privacy First dient dit toezicht te worden versterkt en onafhankelijker te worden gemaakt, hetzij middels bindend rechtmatigheidstoezicht vooraf door de CTIVD, hetzij middels bindend toezicht vooraf door de rechter. Dergelijk toezicht dient te gelden bij de uitoefening van álle bijzondere bevoegdheden van de diensten. Pas dan zal een rechtsstatelijke uitoefening van deze bevoegdheden optimaal gewaarborgd en voldoende toekomstbestendig zijn.

Vingerafdrukken

Saillant detail is tenslotte nog dat op p. 44 van de MvT wordt opgemerkt dat "van een afzonderlijke regeling voor het onderzoek naar vingerafdrukken wordt afgezien, omdat de resultaten van een dergelijk onderzoek in de praktijk niet altijd bruikbaar zijn en als gevolg daarvan de inzet van deze mogelijkheid uitermate beperkt is." Dit sluit aan bij de eerdere bekentenissen van voormalig minister Donner en staatssecretaris Teeven dat bij biometrische verificatie van de vingerafdrukken die de laatste jaren zijn afgenomen t.b.v. Nederlandse paspoorten sprake bleek te zijn van een foutenpercentage van maar liefst 21-30%. Privacy First doet hierbij dan ook nogmaals de oproep om de afname van vingerafdrukken voor paspoorten per direct af te schaffen.

Conclusie

Het huidige concept-wetsvoorstel komt, in de woorden van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, neer op "destroying democracy on the ground of defending it". Dit wetsvoorstel dient dan ook grondig verbeterd danwel verworpen te worden. Bij gebreke hiervan behoudt Privacy First zich het recht voor om dit wetsvoorstel, zodra van kracht, door de rechter te laten toetsen en onrechtmatig te laten verklaren.

Privacy First hoopt u met dit advies van dienst te zijn. Desgevraagd zijn wij graag tot een nadere toelichting op bovenstaande punten bereid.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First

 

Gepubliceerd in Wetgeving

Vandaag werd bekend dat, als het aan de Belgische Privacycommissie ligt, in België voortaan een opt-in i.p.v. opt-out geldt bij WiFi-tracking in winkels en andere openbare gelegenheden. Om aan de hand van WiFi-signalen van mobiele telefoons getraceerd te kunnen worden door bedrijven zullen mensen in België dus vooraf geïnformeerd moeten worden en toestemming moeten geven. Dit i.p.v. toestemming of bezwaar achteraf (opt-out) zoals die momenteel in Nederland lijkt te gelden en gedoogd lijkt te worden door het Nederlandse College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). België gaat hiermee dus een stap verder dan Nederland, en dat is goed nieuws. Nieuws dat in Nederland navolging verdient. Hieronder een korte eerste reactie van Privacy First op BNR Nieuwsradio:



Bron: http://www.bnr.nl/?service=player&type=archief&fragment=2015073017205560.
Klik HIER voor een eerdere discussie met Privacy First over dit onderwerp op Radio 1.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
Pagina 10 van 33

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon