donatieknop english

Naar aanleiding van de recente aanslagen in Parijs werd Stichting Privacy First vandaag geïnterviewd door BNR Nieuwsradio. Hoe kan Nederland het beste op dit soort aanslagen reageren? Hoe kan terrorisme worden bestreden zonder dat de privacy van onschuldige burgers wordt opgeofferd? Beluister hieronder het hele interview met Vincent Böhre van Privacy First:



Bron: http://www.bnr.nl/?service=player&type=archief&fragment=20151120113610420 (deel 1) en http://www.bnr.nl/?service=player&type=archief&fragment=20151120114430300 (deel 2).

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Wie in Eindhoven een avondje gaat stappen wordt continu in de gaten gehouden door "slim" cameratoezicht met microfoons en monitoring van social media. De gemeente, de politie en ICT-bedrijf Atos denken Eindhoven op deze manier veiliger te kunnen maken. Privacy First zet hier grote vraagtekens bij en overweegt juridische stappen. Hieronder een eerste reactie van Privacy First voorzitter Bas Filippini bij RTL Nieuws en een radio-interview met Filippini bij Omroep Brabant:

RTL 13nov2015 6

© RTL Nieuws

Interview Omroep Brabant, 12 november 2015:



Hieronder enkele eerdere nieuwsberichten over dit Orwelliaanse project:
http://www.nrcq.nl/2015/08/22/hoe-de-politie-misdaad-opspoort-nog-voordat-die-heeft-plaatsgevonden 
http://www.nrc.nl/handelsblad/2015/10/17/de-slimme-stad-kan-een-dom-idee-worden-1546062 
http://www.nrc.nl/nieuws/2015/10/16/techbedrijven-azen-massaal-op-nederlandse-steden-als-potentiele-klant 
http://www.ed.nl/regio/eindhoven/rennen-en-roepen-voor-test-sensorsystemen-op-stratumseind-1.5430984 

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Cash betalen is een grondrecht." 

Door de Telegraaf werd Privacy First voorzitter Bas Filippini deze week geïnterviewd over het recht op anoniem betalen en de gevaren van een cashloze samenleving. Hieronder het volledige krantenartikel:

"Vroeger was betalen een anonieme handeling. Dankzij het gemak van pinnen, 'pin only'-initiatieven en de opkomst van winkelen op internet laten burgers bij het afrekenen steeds meer sporen na. Maar wat gebeurt er eigenlijk met die gegevens?

In de jacht op zwartspaarders lukte het de Belastingdienst om alle transactiegegevens te bemachtigen van Nederlanders die betaalden met een betaalkaart van een buitenlandse bank. De betalingsgegevens werden drie jaar lang opgeslagen en konden naderhand gekoppeld worden aan klantgegevens van webwinkels of postorderbedrijven die adressen en andere informatie bewaren van hun klanten.

Het gemak waarmee de fiscus bij al die gegevens kon, verontrust Bas Filippini van Privacy First. Hij heeft geen goed woord over voor de methode die de Belastingdienst hanteert om zwartspaarders op te sporen.

„Moet iedereen dadelijk achterom kijken bij elke betaling die je doet?” Filippini vreest dat overheden in hun ijver om belastingontduikers en criminelen op te sporen „de hele maatschappij in een elektronische gevangenis zetten”. Daarom ijvert zijn stichting onder meer voor de bescherming van het fundamentele recht op anoniem betalen. Een recht dat aan alle kanten in het geding is, zo ziet Filippini met lede ogen aan.

Neem de parkeermeters die in steeds meer gemeenten opduiken en die geen muntgeld meer accepteren. Terwijl dat „toch een wettelijk betaalmiddel is”. Filippini bereidt een proces voor tegen gemeenten die muntgeld weigeren. Maar zijn acties tegen de verdringing van cash uit het reguliere betalingsverkeer krijgen nog niet massaal bijval in Nederland. Van de potentiële gevaren, die Filippini schetst, liggen de meeste landgenoten niet wakker.

Hoe anders is het sentiment in Duitsland waar veel burgers nog hangen aan betalen met papiergeld. In de pijnlijke historische wetenschap dat persoonsgegevens in verkeerde handen kunnen komen, is privacy bij de Oosterburen een groot goed. Daar is het niet ongebruikelijk om met een koffertje bankbiljetten een auto aan te schaffen. Maar als het op betalen aankomt is de internationale trend een andere. Steeds meer vooraanstaande economen pleiten voor een cashloze samenleving. En in Zweden denkt de politiek serieus na over een verbod op papiergeld.

Het is de criminalisering van cashgeld die Filippini dwars zit. „Bij de Belastingdienst en de FIOD leeft het hardnekkige misverstand dat zij criminaliteit voor 100 procent moeten oplossen. Maar dat betekent 100 procent controle en dan leef je niet meer in een rechtsstaat.”

Bovendien zijn data te manipuleren en kunnen er fouten sluipen in de databases. „Wie zet de vinkjes achter je naam? Zo creëren we een bureaucratisch monster.”"

Bron: De Financiële Telegraaf, 28 oktober 2015, p. 23; klik HIER voor het artikel bij de Telegraaf online. Een kortere versie verscheen dezelfde dag in het Noordhollands Dagblad, Leidsch Dagblad, IJmuider Courant, Haarlems Dagblad en De Gooi- en Eemlander.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
vrijdag, 31 juli 2015 13:48

Belgische 'opt-in' bij WiFi-tracking

Deze week werd bekend dat, als het aan de Belgische Privacycommissie ligt, in België voortaan een opt-in i.p.v. opt-out geldt bij WiFi-tracking in winkels en andere openbare gelegenheden. Om aan de hand van WiFi-signalen van mobiele telefoons getraceerd te kunnen worden door bedrijven zullen mensen in België dus vooraf geïnformeerd moeten worden en toestemming moeten geven. Dit i.p.v. toestemming of bezwaar achteraf (opt-out) zoals die momenteel in Nederland lijkt te gelden en gedoogd lijkt te worden door het Nederlandse College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). België gaat hiermee dus een stap verder dan Nederland, en dat is goed nieuws. Nieuws dat in Nederland navolging verdient. Hieronder een korte eerste reactie van Privacy First op BNR Nieuwsradio:


Klik HIER voor een eerdere discussie met Privacy First over dit onderwerp op Radio 1.

Gepubliceerd in Online Privacy

Vandaag werd bekend dat, als het aan de Belgische Privacycommissie ligt, in België voortaan een opt-in i.p.v. opt-out geldt bij WiFi-tracking in winkels en andere openbare gelegenheden. Om aan de hand van WiFi-signalen van mobiele telefoons getraceerd te kunnen worden door bedrijven zullen mensen in België dus vooraf geïnformeerd moeten worden en toestemming moeten geven. Dit i.p.v. toestemming of bezwaar achteraf (opt-out) zoals die momenteel in Nederland lijkt te gelden en gedoogd lijkt te worden door het Nederlandse College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). België gaat hiermee dus een stap verder dan Nederland, en dat is goed nieuws. Nieuws dat in Nederland navolging verdient. Hieronder een korte eerste reactie van Privacy First op BNR Nieuwsradio:



Bron: http://www.bnr.nl/?service=player&type=archief&fragment=2015073017205560.
Klik HIER voor een eerdere discussie met Privacy First over dit onderwerp op Radio 1.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Enkele fragmenten uit een artikel door TNO-wetenschapper David Langley in het FD van zaterdag 25 juli 2015:

"Met draadloos verbonden dingen — het 'internet of things'— valt geld te verdienen. Vermijd de valkuil om voor één productvariant te kiezen en smeed allianties buiten de eigen sector. En let op: wetgeving voor privacybescherming biedt kansen.

Wereldwijd zijn technologieontwikkelaars hard bezig met het 'internet of things', waar fysieke objecten als auto's, kleren en zelfs koeien met internet worden verbonden. Ook veel Nederlandse ondernemers hebben het gevoel dat ze de innovatiekansen met beide handen moeten aanpakken. De vraag is alleen: hoe?

(...)

Naast deze zakelijke overwegingen ontstaan er door het internet of things nieuwe maatschappelijke vraagstukken waarmee ondernemers rekening moeten houden. Een daarvan is wetgeving rond het gebruik van de gigantische en almaar uitdijende hoeveelheid data die wordt geproduceerd. In een opmerkelijke rechtszaak, die grote invloed kan hebben, stapte Bas Filippini van het Nederlandse Privacy First naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens om in het geweer te komen tegen privacyschending door een voorloper van het internet of things: de trajectcontroles op snelwegen. Omdat de snelheid van alle automobilisten continu wordt gevolgd, belandt, aldus Filippini, 'iedere automobilist [...] nu in een politiedatabank als potentiële verdachte en Joost mag weten hoe die data gebruikt worden.' Dit is strijdig met het hard bevochten principe van onze democratische rechtsstaat: er mag pas privacyinbreuk worden gemaakt als er een concrete aanwijzing van een strafbaar feit is. Het is een opmerkelijke zaak omdat binnenkort niet alleen ons rijgedrag, maar, door het internet of things, al ons fysiek gedrag door vele organisaties in binnen- en buitenland op de voet zal worden gevolgd, nog veel meer dan nu al, via onze mobiele telefoons, het geval is.

'Privacy is ouderwets'

Sommigen, zoals de futuroloog Jeremy Rifkin, beweren dat privacy een ouderwets idee is, een eigenaardigheid van het industriële tijdperk. Maar toch vinden veel mensen het geen prettig idee wanneer organisaties en onbekenden vrijwel onbeperkt inzage hebben in hun levens.

Er komt nieuwe EU-wetgeving, de Algemene Verordening Gegevensbescherming, die de privacywetgeving bijwerkt naar de kenmerken van digitale technologieën. De toegestane verwerking van gegevens via het internet of things kan daardoor drastisch beperkt worden. Verwerking mag in veel gevallen alleen met toestemming van de burger. Wat blijft er van het internet of things over wanneer burgers deze toestemming massaal weigeren?

Dit probleem biedt ook een innovatiekans voor Nederland. We kunnen met ideeën komen voor toepassingen waarin de bescherming van onze data in het ontwerp ingebouwd is. Waar ieder individu zelf kiest waarvoor zijn of haar data gebruikt worden op basis van de voordelen die de persoon zelf ziet. Dit past niet in het Facebook- en Googlemodel van vrije commerciële toegang tot persoonlijke data, maar het kan wel de toekomst van het internet of things worden.

(...) Zo kan Nederland een voorloper worden, in plaats van dat andere landen ons achter zich laten."

Bron: Financieel Dagblad 25 juli 2015, rubriek Anders denken, p. 5. Het volledige artikel is gratis online beschikbaar op http://fd.nl/fd-outlook/1112133/nieuwste-technologiestap-vraagt-om-aanvalsplan.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Wanneer een politieagent je daarom vraagt, moet je jezelf in Nederland kunnen identificeren door een geldig identiteitsbewijs te laten zien. Ook de kassière bij de supermarkt kan je daarom vragen, maar alleen wanneer je alcohol wilt kopen en er twijfel is over je leeftijd. Met je identiteitsbewijs toon je dan hoe oud je bent en even later loop je tevreden de winkel uit.

Online ontbreekt zo'n middel om jezelf te identificeren en vooral bedrijven vinden dat lastig. Want met wie doen ze eigenlijk zaken? In Nederland hebben we wel DigiD, maar dat wordt eigenlijk alleen gebruikt door de overheid. Bij DigiD kies je zelf een gebruikersnaam en wachtwoord, dat bij de registratie wordt gekoppeld aan jouw burgerservicenummer: het unieke nummer van iedere persoon in de Basisregistratie Personen (BRP). Log je verolgens met je DigiD in op een website van de overheid, dan weet die overheid met wie het op dat moment zaken doet. In 2014 logden de 12 miljoen uitgegeven DigiD's samen 158 miljoen keer in.

DigiD is hiermee voor de overheid een succes, maar alle andere organisaties en bedrijven staan met lege handen. Webshops willen graag weten of hun klant wel de persoon is die hij zegt te zijn, of hij oud genoeg is, en kredietwaardig. Volgens branchevereniging Thuiswinkel.org hebben de ruim 45.000 Nederlandse webwinkels daarom momenteel maar één grote vraag: waar blijft eID? eID Stelsel is de naam voor de opvolger van DigiD, die de Nederlandse overheid nu aan het ontwikkelen is. eID moet alle benodigde manieren van online identificatie tussen burgers, overheid én bedrijven mogelijk maken.

(...)

In het programma eID (www.eid-stelsel.nl) werkt de overheid samen met wetenschappers en bedrijfsleven aan het nieuwe stelsel dat in 2017 klaar moet zijn. (...) Binnenkort starten enkele pilots, waarbij een klein groepje consumenten inlogt bij overheidsdiensten en commerciële diensten met een identificatiemiddel dat voldoet aan het nieuwe stelsel. Het voordeel van dit nieuwe stelsel is dat het identificatiemiddel niet door de overheid uitgegeven hoeft te zijn; bedrijven kunnen ook identificatiemiddelen uitgeven, bijvoorbeeld een klantenkaart of een app op je smartphone. De identiteit van de burger staat daarom online en is op afroep beschikbaar. Een naam voor het nieuwe stelsel is er ook al, Idensys. (...)

Om vaart te maken en omdat bedrijven niet willen investeren in weer een nieuw identificatiesysteem, is besloten het nieuwe stelsel te bouwen als uitbreiding op eHerkenning (www.eherkenning.nl). eHerkenning is 'de DigiD voor bedrijven', maar is anders dan DigiD geen overheidsdienst maar alleen een afsprakenstelsel. De overheid beheert het stelsel, voornamelijk bedrijven voeren het uit.

Hoewel websites straks gewoon een Idensys-login krijgen zoals ze nu een DigiD-knop hebben, werkt het verder helemaal anders dan DigiD én eID ooit was gedacht te werken. Komt bij DigiD de identificatie van de overheid, bij eHerkenning en dadelijk dus ook bij Idensys komt die van een makelaar, een tussenpartij. Deze 'ídentity provider' kent jou en met hem heb je afgesproken hoe jij je wilt identificeren, met een smartcard, je smartphone of toch gewoon gebruikersnaam en wachtwoord. Klopt de identificatie, dan krijgt die makelaar een pseudoniem voor jou en daarmee kan hij vervolgens kijken of jij gemachtigd bent de dienst te gebruiken waarvoor je wilt inloggen. Dat kijken doet hij in het BSN-koppelregister waarin de pseudoniemen gekoppeld zijn aan de Burgerservicenummers. De makelaar is dus allesbepalend inzake de veiligheid en het BSN-koppelregister als het gaat om privacy.

Om Idensys te baseren op eHerkenning is niet onomstreden. Een 'netwerkgebaseerd identiteitsmodel' zoals Idensys kenmerkt zich door veel schakels die allemaal vertrouwd moeten worden. De meest verdachte schakel is de makelaar, een marktpartij en de enige die alle transacties ziet. Weliswaar ziet hij niet wat er in de transactie gebeurt, maar hij weet wel met welke diensten iedere 'pseudoniem' zaken doet. (...) Ook ontbreekt [vooralsnog] de optie om anoniem diensten te gebruiken, iets wat bijvoorbeeld bij online medische diensten zeker wenselijk is. (...)

Waar blijft het debat?

Door de keuzes die bij Idensys worden gemaakt, zou je een publiek debat verwachten, maar dat ontbreekt volledig. Het College Bescherming Persoonsgegevens ontbreekt in de eID-werkgroepen en kon ons niet vertellen bij eID betrokken te zijn. "Ook Privacy First is niet betrokken en ook nog nooit gevraagd", zegt Vincent Böhre van Privacy First. "Blijkbaar wil men eerst een heel project afronden. Terwijl men nu door een privacy-kritische club te laten meepraten, fouten voorkomt en uiteindelijk maatschappelijk draagvlak creëert." Privacy First is voorstander van een opt-in waarbij mensen de keuze houden om het eID-systeem te gebruiken of niet. "De overheid mag niet eisen dat burgers hun zaken digitaal afhandelen en dat via een eID doen, de Algemene wet bestuursrecht verbiedt dat. Veel mensen in Nederland hebben geen computer of internet, de manier zonder eID moet daarom blijven bestaan", zegt Böhre. (...)"

Bron: Computer!Totaal, juli/augustus 2015, pp. 54-58 (openbare preview).

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Fragmenten uit wekelijkse column "De Rechtsstaat" door Folkert Jensma:

"Begin deze maand sprak ik iemand uit de leiding van de Nationale Politie. Op niet al te lange termijn komt 80 procent van alle opsporingsinformatie van ,,sensoren", meent hij. Is de politieman daar wel op voorbereid? Zou die datagolf uit camera's, ontvangers, zenders, voelers en toetsenborden rechtstatelijk geborgd zijn? Hoe lang het bewaard mag worden, wie er bij mag, wanneer precies, hoe lang en met welk doel het mag worden verzameld? En hoe serieus moet de bedreiging zijn om ze überhaupt te mogen verzamelen? Hij was er eerlijk over. Hij dacht niet dat de politie er klaar voor is. Daarvoor gaat de techniek te hard. En de politie te langzaam.

Ziedaar de digitale rechtsstaat waarin iedere burger een wolk van informatie produceert waar de staat een schepnet doorheen haalt. Of er continu op aangesloten is, zodat de overtreder er gericht uit kan worden gevist. Kijk naar het vrachtvervoer. Er zijn al systemen die met detectielussen, laser, camera en warmtemeting gewicht, belading, banden (profiel èn spanning) en remmen controleren. Pas als er iets mis is, gaat de motoragent op pad. Weg met de steekproef dus - welkom honderd procent handhaving. Die motoragent is binnenkort trouwens ook vervangen door een camera.

We maken de laatste restjes mee van de tijd waarin een burger zich anoniem kon bewegen. Al het digitale is kwetsbaar voor meekijken, -luisteren, -lezen en -voelen. Alles wordt digitaal. Alles raakt aan internet gekoppeld, dankzij snellere chips, onbeperkte dataopslag en snellere zoekmachines. Het toezicht gaat mee en zoekt zich voorzichtig een weg.

Eind mei presenteerde het NOS Journaal de RFID-chip voor het kenteken. Op geringe afstand uitleesbaar en dus een full proof garantie dat auto en kenteken echt bij elkaar horen. Gestolen en gekloonde kentekenplaten zouden dan geschiedenis zijn. Op een kleine 8 miljoen auto's zou dat zo'n 40.000 keer voorkomen. Het nieuws-item sloot af met de zin dat de overheid volgend jaar de chip zal invoeren. Dat moet nog wel zo worden beslist, liet de minister de Kamer weten. Maar sinds 2011 pleiten de branche en de handhavers al voor gechipte kentekenplaten. Die komen er dus wel, lijkt me.

Sindsdien kwam er een golfje privacyprotest op gang, met De Telegraaf voorop, die voor de gelegenheid criminaliteit wat minder belangrijk vond. Die krant ziet in het gechipte kenteken een enkelband voor iedere Nederlander. De kernvraag is of we inderdaad aan alle 8 miljoen auto's zwakke zendertjes moeten hangen omdat er met 40.000 kentekens misdrijven worden gepleegd. Zegt u het maar. De belangengroep Privacy First, dat in deze kwesties als schrikdraad functioneert, meent dat de kentekenchip past in een groter overheidsplan om via 'portals' op de snelweg de bewegingen van alle auto's te kunnen volgen. En het systeem zou aanknopen bij een Europese datastructuur waarin lidstaten al hun auto-informatie uitwisselbaar maken. Daarmee is de EU surveillancestaat realiteit en kan niemand zich meer ongezien of anoniem verplaatsen. Of te hard, te dicht op elkaar, te lang of te vervuilend rijden, zonder dat dit gevoeld of gezien wordt.

(...)

Het roept ook de vraag op waarom kentekens überhaupt nog zouden bestaan. Een uitleesbare, gekoppelde chip volstaat; het verkeersnetwerk van lussen, camera's en sensoren doet de rest. Waarom rusten we trouwens auto's net als vliegtuigen niet meteen uit met een transponder, die permanent de locatiegegevens uitzendt? Dan is alles opgelost - centrale verkeersregie en -handhaving liggen voor het grijpen. Zo bezien is een kentekenchip met een zendbereik van slechts 20 meter echt een héle privacyvriendelijke oplossing. Die maar doen dan?"

Bron: NRC Handelsblad, 27 juni 2015. De volledige versie is online beschikbaar via http://www.nrc.nl/handelsblad/van/2015/juni/27/niemand-kan-zich-straks-meer-ongezien-verplaatsen-1510618.

 

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"De politie wil van alle automobilisten het voertuig 'chippen'. Stichting Privacy First noemt dit een elektronische enkelband.

De stichting Privacy First wil dat de Nationale Politie afziet van 'spionagechips' in kentekens van auto's. De politie wil zogenoemde RFID-chips invoeren, waarmee kentekenfraude kan worden opgespoord.

Volgens de politie worden er jaarlijks 40.000 kentekenplaten vervalst, waardoor de daders ongestoord (verkeers)misdrijven kunnen plegen. Een voor iedere automobilist verplichte, op afstand uitleesbare chip die op de openbare weg continu uitgelezen wordt, zou hiertegen de oplossing zijn.

Privacy First ziet echter een groot gevaar in het optuigen van een landelijk controlesysteem om de bewegingen in de openbare ruimte van alle Nederlanders te kunnen volgen. Wij vinden de verplichte spionagechip disproportioneel en niet passen in een fatsoenlijke democratische rechtsstaat , zegt voorzitter Bas Filippini.

Navraag door Privacy First leert dat de kentekenchip onderdeel is van een veel groter plan om alle wegen in Nederland uit te rusten met portals met meetapparatuur. Deze portals registreren 24 uur per dag alle auto's en daarmee de bewegingen van alle burgers in de openbare ruimte."

Bron: Metro 16 juni 2015, p. 7. Tevens in uitgebreidere vorm (inclusief online opiniepeiling) gepubliceerd op http://www.metronieuws.nl/binnenland/2015/06/spioneren-via-chip-in-kenteken-wekt-woede.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Vanavond besteedde het NOS Achtuurjournaal uitgebreid aandacht aan de plannen van de Nederlandse overheid om alle kentekenplaten te gaan voorzien van RFID-chips. Klik HIER voor de hele uitzending, inclusief een interview met Privacy First voorzitter Bas Filippini. De reportage begint vanaf 3m54s.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
Pagina 7 van 10

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon