donatieknop english

"Alle vingerafdrukken en pasfoto's van alle vreemdelingen in Nederland moeten worden opgeslagen in een database, die het Openbaar Ministerie (OM) mag raadplegen als een strafrechtelijk onderzoek is vastgelopen. De Tweede Kamer stemde gisteren in met een verandering van de Vreemdelingenwet, waarmee de database wordt geïntroduceerd. Wel moet de Eerste Kamer nog akkoord gaan met de wijziging.

Het is de bedoeling dat het systeem tien vingerafdrukken en een pasfoto gaat bevatten van elke vreemdeling die in Nederland woont, en niet afkomstig is uit Europese landen. VVD, PvdA, CDA, PVV, 50Plus en de SGP stemden voor. Ook GroenLinks bracht per ongeluk een positieve stem uit, maar liet weten dit te zullen corrigeren naar een tegenstem. 'Met dit project maakt Nederland vreemdelingen collectief tot potentiële verdachten', reageert Vincent Böhre, jurist van de stichting Privacy First. Hij doelt daarmee op de mogelijkheid dat het OM - weliswaar met toestemming van de rechter-commissaris - de gegevens mag inzien als een onderzoek naar ernstige strafbare feiten is vastgelopen. 'Dit gaat niet alleen over asielzoekers, maar over alle vreemdelingen, dus ook studenten en medewerkers van bedrijven.' Volgens SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen is de nieuwe wet om die reden 'stigmatiserend en discriminerend'. (...) Bij Nederlanders hoef je niet aan te komen met: u heeft niets met deze strafzaak te maken, maar wij gaan toch uw gegevens even nakijken.'

fraude bestrijden

Volgens staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie is de database nodig om de 'identiteit van vreemdelingen betrouwbaar vast te stellen' en om fraude te bestrijden. Met de gegevens zou het niet meer mogelijk zijn dat vreemdelingen zich uitgeven voor een ander. Er zijn echter geen rapporten over hoe vaak deze fraude voorkomt, melden diverse organisaties, waaronder stichting Vluchtelingenwerk. Naar verluidt zou dit in minder dan tien gevallen per jaar voorkomen. 'Wij vinden de wet daarom discriminerend, en vragen ons af of deze maatregel nodig is', aldus een woordvoerder. Vincent Böhre: 'Het gaat om schandalig kleine aantallen. Je kunt deze wet daar niet op baseren.'

Kamer wees database met autochtonen eerder af

(...) Een woordvoerder van de [Nederlandse Orde van Advocaten] laat weten teleurgesteld te zijn. 'Nu is onduidelijk wie er toegang heeft tot het systeem. Bovendien hoeft de noodzaak van die toegang niet te worden aangetoond, enkel en alleen omdat het een vreemdeling betreft. Dit hadden we graag duidelijker gezien, mede omdat er enkele jaren geleden een database om deze vragen niet doorging.' Dat betrof een soortgelijke database met gegevens van alle Nederlanders. Die maakte deel uit van de nieuwe Paspoortwet, die in 2009 werd aangenomen. Enkele jaren later, in 2011, rezen er echter twijfels over de betrouwbaarheid van de techniek en de bescherming van de gegevens. Nadat een meerderheid van de Tweede Kamer het vertrouwen in de database verloor, besloot minister Donner (Binnenlandse Zaken) het project voorlopig te stoppen. De ontwikkeling van de database gaat pas verder als het Europese Hof van Justitie in Luxemburg zich heeft gebogen over de vraag of het verzamelen van deze gegevens is toegestaan. Dat kan nog enkele jaren duren. Volgens jurist Vincent Böhre speelden deze bezwaren nauwelijks een rol in het debat over de verzameling gegevens van vreemdelingen. 'Kennelijk telt het belang van privacy voor hen minder zwaar mee. Ik hoop dat de Eerste Kamer deze ontwikkeling blokkeert.' Maar ook al zou de database volledig veilig zijn, dan nog heeft Böhre er problemen mee. 'Het gaat ons om het principe dat je een hele bevolkingsgroep criminaliseert.' (...)"

Bron: Nederlands Dagblad 31 januari 2013, pp. 1 & 10. Lees HIER het hele artikel bij het Nederlands Dagblad online.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"De Tweede Kamer stemt vandaag in met centrale opslag van vingerafdrukken, van vreemdelingen. Eerder wees ze zo'n database voor Nederlanders af.

De bezwaren waren groot, eind 2010. De apparatuur om vingerafdrukken te herkennen maakte fouten. Er leefden twijfels over privacy. Onduidelijk was welk probleem de overheid eigenlijk met centrale opslag van vingerafdrukken van alle Nederlanders zou oplossen.

En dus kwam die centrale opslag, onderdeel van de Paspoortwet, er niet. De Kamerleden zagen te veel problemen. Ook VVD en PvdA, inmiddels coalitiegenoten, waren behoorlijk kritisch. De PvdA noemde centrale opslag ,,dood en begraven", de VVD zag ,,aanzienlijke risico's".

En toch stemt de Tweede Kamer vandaag  opnieuw in met een wetsvoorstel dat zo'n centrale opslag regelt. Dit keer niet voor Nederlanders, maar voor vreemdelingen. VVD en PvdA zijn voor, net als CDA en PVV.

Volgens staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) is die database vooral nodig om identiteitsfraude te bestrijden. Opslag van vingerafdrukken van vreemdelingen moet een oplossing bieden voor fraude waarbij iemand zich voordoet als een persoon op wie hij of zij lijkt.

Hoe vaak dit soort lookalike-fraude precies voorkomt, is niet duidelijk, geeft Teeven toe. De Immigratie- en Naturalisatiedienst en de marechaussee registreren het aantal vervalste documenten, maar ,,het is niet altijd mogelijk om vast te stellen of sprake is van kwade opzet", zei Teeven vorige week.

Volgens de oppositie, SP en D66 onder andere, is het zonder die aantallen lastig vaststellen of de wet proportioneel is. En cijfers uit onderzoeken bevestigen hun twijfel.  Minder dan tien asielaanvragen worden jaarlijks afgewezen omdat een vreemdeling een paspoort bij zich heeft dat niet van hem is - dat is de lookalike-fraude die deze wet moet tegengaan.

In de wet over de opslag van vingerafdrukken voor vreemdelingen staat uitdrukkelijk dat die afdrukken gebruikt kunnen worden voor opsporing.  Bij de Paspoortwet was het risico dat politie en justitie die vingerafdrukken zouden kúnnen gebruiken, juist reden terughoudend te zijn.

,,Ongeoorloofd onderscheid", noemt SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen dit. ,,Het is discriminerend. Deze maatregel was ondenkbaar als het om Nederlanders zou gaan." Ze krijgt bijval van Vincent Böhre, van belangenorganisatie Privacy First. ,,Een hele bevolkingsgroep, in dit geval vreemdelingen, is hiermee bij voorbaat potentiële verdachte."

Waarom stemmen VVD en PvdA nu wel in met zo'n opslag voor vreemdelingen, terwijl zij het voor Nederlanders niet wilden? Volgens PvdA-Kamerlid Khadija Arib omdat nu ,,echt goed is gekeken of dit technisch kan".   Staatssecretaris Teeven zegt dat binnen de vreemdelingendiensten veel meer expertise bestaat over het gebruik van vingerafdrukken dan bij de gemeentebalies die de paspoorten verstrekken.

De kans dat deze opslag alsnog stuit op bezwaren, zoals bij de Paspoortwet gebeurde, is klein, schat Vincent Böhre. ,,Kennelijk heeft de politiek er minder moeite mee om de privacy van vreemdelingen te schenden."

Vreemdelingen kunnen ook nog eens minder tegen die Nederlandse staat beginnen. Als ze een visum willen, zullen ze hun vingerafdrukken wel moeten geven. Nederlanders daagden de overheid voor de rechter, vóór ze hun vingerafdrukken afgaven. Böhre: ,,Iemand die hier wil werken of studeren, kan hooguit achteraf eisen dat zijn afdrukken weer uit die database verdwijnen."

Regels gaan verder

Asielzoekers die in Nederland aankomen, moeten nu twee vingerafdrukken afgeven. Die gaan in een EU-database, ter controle of iemand ook in een andere lidstaat asiel heeft aangevraagd. Met de nieuwe wet gaat Nederland verder. Vingerafdrukken van asielzoekers, maar ook van 'gewone' migranten die hier langer dan drie maanden willen werken of studeren, gaan in een centrale opslag. Die krijgt zo data van veel meer mensen: in 2011 vroegen  er 58.950 een gewone verblijfsvergunning aan, tegenover 11.300 asielzoekers. Ze moeten straks afdrukken van alle vingers plus pasfoto afgeven."

Bron: NRC Handelsblad 29 januari 2013, p. 8. Tevens gepubliceerd in NRC Next 30 januari 2013, p. 8, onder de titel "Nederland slaat weer vingerafdrukken op, nu van vreemdelingen".

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Per 2 oktober as. zal het nieuwe College voor de Rechten van de Mens (CRM) zijn deuren openen. Onlangs stelde het College i.o. haar speerpunten voor de komende jaren vast, te weten 1) ouderenzorg, 2) vreemdelingen en 3) discriminatie op de arbeidsmarkt. Van alle mensenrechten is het in Nederland de laatste jaren echter het slechtst gesteld met het recht op privacy. In tegenstelling tot bovenstaande speerpunten (waarbij het om kwetsbare groepen burgers gaat), raakt dit iedereen die zich op Nederlands grondgebied bevindt. In wezen is de hele Nederlandse bevolking daardoor een kwetsbare groep geworden, zeker in vergelijking met andere landen waar de privacybescherming veel beter geregeld is. Enkele jaren geleden dreigde het recht op privacy in Nederland zelfs geheel illusoir te worden. In mei 2009 leidde deze constatering tot de oprichting van het Platform Bescherming Burgerrechten waarbij sindsdien diverse maatschappelijke organisaties zijn aangesloten. Deze week verstuurde het Platform onderstaande (door Privacy First mede-opgestelde en ondertekende) oproep aan de voorzitter van het toekomstige College voor de Rechten van de Mens, mw. mr. Laurien Koster:

Geachte mevrouw Koster,

Van alle mensenrechten staat het recht op privacy in deze tijd het meest onder druk. Het is dan ook met zorg dat het Platform Bescherming Burgerrechten onlangs kennisnam van de drie speerpunten van het College voor de Rechten van de Mens voor de komende jaren, te weten 1) ouderenzorg, 2) vreemdelingen en 3) discriminatie op de arbeidsmarkt. Zonder te willen afdoen aan het maatschappelijke belang van deze drie speerpunten, willen wij u middels deze brief in overweging geven om het thema privacy alsnog tot speerpunt van uw College te maken.

De laatste jaren is in Nederland een tendens te bespeuren waarbij ieder maatschappelijk probleem met een standaard-recept lijkt te worden benaderd, namelijk meer digitale registratie, meer koppeling van bestanden en centrale ontsluiting van systemen en databanken die voor steeds meer functionarissen en derde partijen toegankelijk worden, inperking van professionele autonomie, preventieve controle en profiling. Het lijkt erop of men, vooral in de politiek, gevoed door media en de vox populi – voor zover ook weer beïnvloed door de media – in deze instrumenten een beheersing van de samenleving ziet die tot meer orde en rust en veiligheid zou moeten leiden. Naar onze mening is het omgekeerde nu steeds vaker het geval. Digitalisering brengt namelijk met zich mee dat de hoeveelheid gegevens die over iedere burger wordt opgeslagen steeds groter, onoverzichtelijker en onbeheersbaarder wordt. Dit geldt des te meer voor gegevens die foutief zijn ingevoerd, verkeerd gekoppeld of verouderd zijn. Met de exponentiële toename van digitale registraties nemen de risico's van datalekken navenant toe en ontstaan nieuwe vormen van identiteitsfraude en -diefstal. Daarmee wordt de onveiligheid van digitale systemen een onveiligheid die burgers direct bedreigt. Daarnaast is er een risico dat burgers door digitale profilering verworden tot hun digitale 'dubbelgangers'. De autonomie van de vrije en participerende burger die zo belangrijk is in een democratische rechtsstaat komt daarmee ernstig in gevaar.

Terug naar een maatschappij zonder internet of digitale bestanden is iets wat wij geenszins voorstaan (zo dat al mogelijk zou zijn). Echter een verstandig gebruik van technische middelen, waaronder dataopslag en biometrie en andere technische verworvenheden, zal noodzakelijk zijn willen wij onze democratische rechtsstaat met de bijbehorende grondrechten overeind houden. Juist in deze tijd van onvoorziene technische mogelijkheden moeten wij ons eens temeer realiseren hoe belangrijk de grondbeginselen van onze samenleving zijn. Iedere keer zal dan ook een afweging moeten plaatsvinden waar de grenzen van het toelaatbare liggen en hoe eventuele alternatieven in de menselijke sfeer zoals meer persoonlijk contact maar ook hulp en dienstverlening wenselijk dan wel noodzakelijk zijn.

Privacy vormt de basis van onze democratische rechtsstaat. Zonder privacy raken talloze andere mensenrechten in het geding, waaronder het recht op vertrouwelijke communicatie en vrije meningsuiting, non-discriminatie, vrijheid van beweging, vereniging en vergadering, demonstratie, cultuur en religie, persvrijheid en het recht op een eerlijk proces. Daarnaast constateren wij dat het recht op privacy in Nederland slechts fragmentarische bescherming door overheidstoezicht geniet, namelijk voor zover het de bescherming van persoonsgegevens betreft. Van overheidstoezicht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de bredere zin des woords (inclusief het huisrecht en het recht op lichamelijke integriteit) is nauwelijks sprake. Overheidstoezicht op de naleving, bescherming, verwezenlijking en promotie van het recht op privacy in samenhang met andere mensenrechten ontbreekt bovendien geheel. Juist op deze terreinen heeft uw College toegevoegde waarde en kan het 'mensenrechtelijke gat' dat de laatste decennia in Nederland is ontstaan, worden gedicht.

Wij hopen dat uw College het recht op privacy alsnog tot speerpunt zal maken. Desgewenst zullen de organisaties die tezamen het Platform Bescherming Burgerrechten vormen u daarbij graag van informatie en advies voorzien.

Namens de deelnemers aan het Platform Bescherming Burgerrechten verblijf ik,
hoogachtend,

Vincent Böhre
voorzitter Platform Bescherming Burgerrechten

Namens de volgende Platform-deelnemers:
Humanistisch Verbond
Stichting KDVP
Stichting Meldpunt Misbruik ID-plicht
Ouders Online
Stichting Privacy First
Burgerrechtenvereniging Vrijbit
Jacques Barth (vanuit Stichting Brein en Hart i.o.)
Joyce Hes (adviseur Platform Bescherming Burgerrechten)
Kaspar Mengelberg (vanuit DeVrijePsych)

Een pdf-versie van deze brief staat HIERpdf online.

Update: in een schriftelijke reactiepdf laat het College i.o. weten dat er in Nederland inderdaad "nog veel te doen is op het terrein van het beschermen van het recht op privacy." Tevens erkent het College het beperkte mandaat van het College Bescherming Persoonsgegevens. Vooralsnog houdt het College voor de Rechten van de Mens echter vast aan zijn voorgenomen strategische agenda. Desalniettemin "kan en zal" het College "in de toekomst (ook de komende drie jaar) niet wegblijven van problemen bij het realiseren van het recht op privacy." Privacy First zal het College daar in urgente gevallen graag aan herinneren.

Gepubliceerd in Metaprivacy

In het programma Heilige Huisjes op de christelijke zender Groot Nieuws Radio stond op maandagmiddag 18 juni 2012 de volgende stelling centraal: "Ook al heb je niets te verbergen, de overheid heeft niet het recht jou zomaar overal te kunnen bespieden." Namens Stichting Privacy First werd Vincent Böhre hierover uitgebreid geïnterviewd door presentatrice Tjitske Volkerink. Aan het einde van de uitzending nam ook journalist Frank Mulder deel aan het gesprek en gaf duiding aan het onderwerp privacy vanuit christelijk perspectief. Hieronder kunt u de hele uitzending terugluisteren:

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Vanochtend vond in Genève de langverwachte Universal Periodic Review (UPR) van Nederland bij de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties plaats. In de aanloop naar deze 4-jaarlijkse sessie hadden Privacy First en diverse andere organisaties hun privacyzorgen over Nederland uitgebreid kenbaar gemaakt bij zowel de VN als bij vrijwel alle VN-lidstaten; meer hierover kunt u HIER lezen. De Nederlandse delegatie bij de UPR-sessie werd geleid door minister Liesbeth Spies (BZK). Opvallend in het opening statement van minister Spies was de volgende passage over privacy:

"The need to strike a balance between different interests has sometimes been hotly debated in the Dutch political arena, for example in the context of privacy measures and draft legislation limiting privacy. The compatibility of this kind of legislation with human rights standards is of utmost importance. This requires a thorough scrutiny test, which is guaranteed by our professionals and institutions. Improvements in this regard have been made when necessary, especially in the starting phase of new draft legislation. This has been done in the field of privacy, where making Privacy Impact Assessments (PIAs), describing the modalities for the planned processing of personal data, are compulsory now." (pp. 5-6, cursivering SPF)

Een "thorough scrutiny test" en verplichte Privacy Impact Assessments zijn de termen die Privacy First hierin positief opvielen.

Voorafgaand aan de UPR-sessie had het Verenigd Koninkrijk reeds de volgende vraag aan Nederland voorgelegd: "Given recent concerns about data collection and security, including the unintended consequences of cases of identity theft, does the Netherlands have plans for measures to ensure more comprehensive oversight of the collection, use and retention of personal data?" (Bron) Namens Nederland beantwoordde minister Spies deze vraag vanochtend in Genève als volgt: "On the review of our laws on data protection, The Netherlands are currently working on a legislative proposal on data breach notification, following announcements of this proposal in the present coalition agreement. The proposal, which would require those responsible for personal data to notify the data protection authorities in case of "leakage" of personal data with specific risks for privacy (including identity theft), is expected to be tabled in Parliament in the coming months." Dit antwoord is nogal summier en bevat helaas geen nieuws. Wel zal een nieuwe Nederlandse wet met een meldplicht voor datalekken hopelijk ook als best practice voor andere VN-lidstaten kunnen gaan gelden. De credits hiervoor gaan naar onze collega's van Bits of Freedom die zich hiervoor lang hebben ingezet.

Tijdens de UPR-sessie noemde Estland de bescherming van privacy en persoonsgegevens een "human rights challenge of the 21st century". Het onderwerp privacy werd vervolgens kritisch aan de orde gesteld door Marokko: "Quelles sont les mesures concrètes entreprises par les autorités néerlandaises pour sécuriser l'utilisation des donnés personnelles?" De Filippijnen brachten het recht op privacy eveneens ter sprake, maar slechts als volgt: "The Philippine delegation appreciates the frank assessment of the Netherlands of the obstacles and challenges it has to hurdle in the implementation of the right to privacy especially in the area of protection of personal information." Kwalitatief beter was het commentaar van Griekenland, India, Rusland en Oezbekistan. Griekenland stelde preventief fouilleren aan de orde: "We take note of reports regarding the issue of preventive body searches. We recommend that the Netherlands ensure that in its application of preventive body searches, all relevant human rights are adequately protected, in particular the right to privacy and physical integrity and the prohibition of discrimination on the basis of race and religion." India sprak Nederland aan op het etnisch profileren van burgers: "We encourage the Dutch Government to take concrete measures to combat discrimination including discrimination by the Government such as ethnic profiling." Ook Rusland adviseerde Nederland "to introduce measures to stamp out discrimination arising as a result of the practice of racist, ethnic or religious profiling." Oezbekistan sprak Nederland hier eveneens op aan: "We are concerned over the existence of information on the increasingly broad use by the police of racist profiling."

Ter reactie op deze punten verwees minister Spies naar recente Nederlandse onderzoeken door politie, wetenschappers en de Nationale, Amsterdamse en Rotterdamse Ombudsman over preventief fouilleren, discriminatie en 'ethnic profiling'. Over digitale profiling (in het algemeen) verklaarde zij bovendien het volgende: "In its recent proposal for a general Data Protection Regulation, the [European] Commission has included rules on profiling, which can address the problems associated with profiling and the protection of personal data. The Netherlands endorses the need for clear legislative rules with regard to this topic, given the specific challenges for privacy protection that this technique entails. This is also the background against which the Netherlands welcomed in 2010 the Council of Europe Resolution on this topic, which contained a useful definition of profiling that would also be beneficial for inclusion in the [European] Commission proposals. The Netherlands will draw attention to this ongoing discussion in Brussels. The Regulation, once in force, will be directly applicable in the Netherlands." 

Al met al vormt dit een redelijke oogst indien men zich realiseert dat het thema privacy bij de VN-Mensenrechtenraad tot nu toe vrijwel geen rol speelde. Wel is het jammer om te moeten constateren dat de meeste landen dit onderwerp nog altijd nauwelijks durven te benoemen, laat staan er concrete, kritische vragen over stellen. Veel aanbevelingen van Privacy First zijn tijdens de UPR-sessie onbesproken gebleven, terwijl diplomaten in Genève en Den Haag er eerder uitgebreide interesse in hadden getoond. Wellicht is men alsnog "teruggefloten" vanuit de departementen in de diverse hoofdsteden, omdat veel privacykwesties ook in eigen land gevoelig liggen? Wie zal het zeggen... Feit blijft echter dat de internationale gemeenschap ruimschoots door Privacy First over e.e.a. is ingelicht en dat de Nederlandse VN-delegatie onder leiding van minister Spies mede daardoor "op scherp" stond. Dit kan het privacybewustzijn en de privacybescherming binnen en buiten Nederland alleen maar ten goede komen. Uiteindelijk is het ons daar allemaal om te doen.

Update 4 juni 2012: vanmiddag nam een werkgroep van de Mensenrechtenraad een concept-rapportage over de Nederlandse UPR-sessie aan. De definitieve versie van deze rapportage zal in september 2012 door de Mensenrechtenraad aangenomen worden, vergezeld van (onderbouwde) acceptatie of verwerping door Nederland per individuele aanbeveling in het rapport. Ook zal de Tweede Kamer nog over e.e.a. debatteren.

In totaal namen 49 landen aan de Nederlandse UPR-sessie deel. Opvallend was dat België, Italië en Oostenrijk niet aan de sessie deelnamen (België en Italië hadden zich eerder wel aangemeld). Wat Oostenrijk betreft is dit met name jammer omdat van alle VN-lidstaten juist Oostenrijk zich vooraf het meest geïnteresseerd had getoond in de schaduwrapportage van Privacy First en had laten doorschemeren een krachtige, algemene aanbeveling aan Nederland over het recht op privacy te kunnen doen.

Update 21 september 2012: vanochtend besprak de VN-Mensenrechtenraad de aanbevelingen aan Nederland en verklaarde de Nederlandse permanente vertegenwoordiger in Genève welke aanbevelingen door Nederland werden overgenomen of verworpen; zie dit VN-document en deze videoregistratie. De twee aanbevelingen van de Mensenrechtenraad die betrekking hadden op ethnic profiling en preventief fouilleren werden beide door Nederland overgenomen, en wel met de volgende toelichting:

ethnic profiling: "The Dutch government rejects the use of ethnic profiling for criminal investigation purposes as a matter of principle." En over profiling in algemene zin: "In its recent proposal for a General Data Protection Regulation, the European Commission included rules on profiling that address problems that may arise due to the increasing technical possibilities for in-depth searches of databases containing personal data. The Netherlands endorses the need for clear legislative rules on this subject, given the specific challenges for privacy protection that this technology entails." (Bron, 98.57 & n. 75).
- preventief fouilleren: "The power to stop and search is strictly regulated in the Netherlands. The mayor of a municipality may designate an area where, for a limited period of time, preventive searches may be carried out in response to a disturbance of or grave threats to public order due to the presence of weapons. The public prosecutor then has discretion to order actual body searches and searches of vehicles and luggage for weapons." (Bron, 98.74 & n. 95).

Zie tevens dit statement van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) die ochtend (video). Evenals het NJCM betreurt Privacy First het gebrek aan overheidsconsultatie in de aanloop naar de UPR-sessie van vandaag.

Hieronder is de sessie van 31 mei jl. in zijn geheel te zien (klik HIER voor beeldfragmenten per land afzonderlijk):

Gepubliceerd in Wetgeving

Een brede internationale alliantie van maatschappelijke organisaties eist dat er een Europees onderzoek naar de opslag van biometrische gegevens komt. Overheden eisen in toenemende mate biometrische gegevens (waaronder vingerafdrukken) van mensen op, die vervolgens op RFID-chips in paspoorten en identiteitskaarten worden opgeslagen. Sommige landen, zoals Nederland, Frankrijk en Litouwen, gaan nog verder en slaan deze gegevens op in databanken die kunnen worden gebruikt voor opsporing en vervolging.

De alliantie van meer dan 60 organisaties (waaronder Privacy First) heeft Secretaris-Generaal Thorbjørn Jagland van de Raad van Europa dringend verzocht om de betrokken landen zo spoedig mogelijk om uitleg te vragen of hun wetgeving over dit onderwerp overeenstemt met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Volgens de alliantie dient er een diepgaand onderzoek te worden ingesteld of de mensenrechtengaranties en criteria met betrekking tot de noodzaak, proportionaliteit, subsidiariteit en veiligheidsgaranties die het EVRM voor het gebruik van biometrie eist, ook inderdaad worden gerespecteerd. In een recent rapport van de Raad van Europa wordt dit sterk betwijfeld.

Saillant 'detail' is overigens dat het idee voor de huidige Europese afname en opslag van biometrische gegevens mede tot stand is gekomen in de Raad van Europa zelf, namelijk op instigatie van enkele werkgroepen die zich rond 2004 met terrorismebestrijding bezighielden. Eén van deze werkgroepen was de Group of Specialists on Identity and Terrorism (CJ-S-IT) en stond onder Nederlands voorzitterschap. In april 2004 deed deze werkgroep de volgende aanbevelingen:

 "The creation or development of systems which allow identity checks with reference
to civil status records and  registers and population registers to be carried out rapidly
(in particular by means of a centralised system) and in a reliable manner. (…)

Give consideration to and promote research and ongoing cooperation between police
scientists and institutions (…) in order to make greater use of scientific identification
of individuals, especially through the use of biometrics and DNA analysis,
most notably in their use in identity documentation.
" (Bron, pp. 17-18. Overige
documentatie vanaf 2003 tot heden staat HIER online.)

Inmiddels is het dan ook aan diezelfde Raad van Europa om sindsdien al te ver doorgeslagen nationale wetgeving in kaart te gaan brengen. Waar deze wetgeving in strijd is met de mensenrechten dient de betreffende lidstaat tot de orde te worden geroepen. Privacy First ziet de uitvoering van deze taken door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa met vertrouwen tegemoet.

biometricsdigitalmedia-freeofrights

Gepubliceerd in Biometrie
Pagina 23 van 23

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon