donatieknop english

Op 2 juni jl. organiseerde Privacy First in het Amsterdamse Volkshotel een paneldiscussie over de toekomst van zorgcommunicatie. Vier deskundigen op het gebied van zorg en gegevensuitwisseling gingen in gesprek over wat er nodig is om dit slepende dossier uit het slop te halen.

Met de vraag “Gegevensuitwisseling in de zorg: waarom werkt het nog niet?” luidde Privacy First-bestuurslid Marc Smits de centrale kwestie van de avond in. Er wordt in Nederland al bijna twintig jaar gewerkt aan digitalisering van communicatie tussen zorgverleners, maar, zo constateert hij: “het werkt nog steeds niet echt”. Na een presentatie waarin Smits kort de probleemstelling van de avond toelichtte, ging een panel van vier deskundigen op het snijvlak van zorg, privacy en technologie in discussie over de toekomst van gegevensuitwisseling in de zorg.

Het panel bestond uit:

Guido van ’t Noordende, informaticus die is gepromoveerd op decentrale systemen en vanuit die achtergrond onderzoeker en voorvechter van decentrale communicatie. Van ’t Noordende is oprichter van Whitebox Systems, een decentraal opererend zorgcommunicatiesysteem.  

Geranne Lautenbach, jurist en consultant op het gebied van gezondheid bij adviesbureau MedicalPHIT. Ze is betrokken bij onder andere het landelijk programma TWIN, een afspraakstelsel voor standaardisatie van berichten en is daarnaast privacy-adviseur bij het Radboud UMC en functionaris gegevensbescherming voor de landelijke prenatale screening.

Herman Pieterman is gepensioneerd radioloog, voormalig secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Radiologen en werkte in het Erasmus MC. De laatste tien jaar was hij daar hoofd patiëntenzorg en liep hij tegen veel problemen aan bij de beschikbaarheid van radiologische beelden. Pieterman werkte aan een systeem waarmee radiologen sneller onderling beelden konden uitwisselen en is na zijn pensionering nauw betrokken gebleven bij dit onderwerp.

Wim Jongejan is gepensioneerd huisarts en publiceert al geruime tijd op de website ZorgICTZorgen kritische stukken over (digitale) ontwikkelingen in de zorg, waarbij privacy en het medisch beroepsgeheim belangrijke thema’s zijn.

De moderator van de avond was Privacy First vice-voorzitter Nelleke Groen.

In de anderhalf uur durende paneldiscussie werd ingegaan op de knelpunten die de huidige zorgcommunicatiesystemen kennen, wat er moet gebeuren om deze op te lossen en welke problemen vooralsnog in de weg stonden van toekomstbestendige zorgcommunicatie. Dit aan de hand van stellingen die inhaakten op dilemma’s bij de wetgeving, de keuze voor technologie en de politiek van de Nederlandse zorgsector:

“Beschikbaarheid van gegevens is belangrijker dan het medisch beroepsgeheim.”
Deze discussie werd in de voorgaande jaren vaak beslecht met het scenario “als je in Leeuwarden onder een bus komt, kennen ze daar je medische dossier niet.’' Maar moet de huisartsenpost dan ook inzien welke huwelijksproblemen je onlangs met je huisarts hebt besproken? Hoe gaan we om met medische noodsituaties waarin patiënten geen toestemming voor het raadplegen van hun gegevens kunnen geven? Op dit moment is het niet mogelijk om bij voorbaat een specifieke set noodgegevens beschikbaar te stellen, maar slechts een samenvatting van het dossier. Een beter systeem zou dan ook moeten zijn ingericht om specifiek bepaalde gegevens beschikbaar te stellen in geval van nood – zonder daarbij niet-noodzakelijke gegevens te delen. Dat is immers in strijd met het beroepsgeheim en levert artsen tuchtrechtelijke problemen op.

“Iedere dokter moet altijd bij alle gegevens kunnen.”
Vanuit de beroepspraktijk van een zorgverlener kan het zeer frustrerend zijn om niet te kunnen beschikken over alle gegevens die je nodig hebt voor een behandeling. Maar toch is het vanuit veiligheidsoogpunt onwenselijk om iedere zorgverlener ‘met één druk op de knop’ inzage te bieden. Hoe breder gegevens toegankelijk worden gemaakt, des te kwetsbaarder wordt een systeem voor hackers en ander misbruik. En hoe controleer je of een zorgverlener die je gegevens opvraagt, ook werkelijk een behandelrelatie heeft? Hedendaagse zorgcommunicatiesystemen als het Landelijk Schakelpunt (LSP) zijn daar niet op ingericht.

“Het is onrealistisch om te denken dat we binnen afzienbare tijd een landelijk dekkend systeem voor zorgcommunicatie hebben dat voldoet aan de eisen van privacy en veiligheid.”
Ondanks torenhoge ambities en dito investeringen is er elf jaar na de eerste poging tot een landelijk dekkende gegevensuitwisseling in de zorg slechts op beperkte schaal uitwisseling gerealiseerd, in een beperkt deel van de zorg. Via het huidige LSP wordt alleen een professionele samenvatting van het huisartsendossier uitgewisseld en wordt medicatie-informatie met de apotheek gedeeld. Het doorsturen van beelden is bijvoorbeeld niet mogelijk; informatie die buiten deze professionele samenvatting valt, kan niet door het LSP worden gedeeld. Er zijn ook nu nog veel obstakels voor een landelijk geharmoniseerde zorgcommunicatie. De zorg in Nederland is geprivatiseerd, wordt geacht met elkaar te concurreren en is daarom sterk gefragmenteerd. Gezamenlijke inkoop is aan banden gelegd, waardoor er veel technische problemen optreden bij het koppelen van verschillende systemen, geleverd door verschillende bedrijven. Organisaties in de zorg werken vaak op hun eigen eilandje, waardoor er ook sterk variërende interpretaties zijn van wet- en regelgeving.

“Het is onverantwoord om patiënten zelf verantwoordelijk te maken voor de afscherming van hun medische gegevens.”
Op verschillende manieren werd en wordt gepoogd om patiënten een sterkere regie te geven in het beheren van hun medische dossiers. Dit gaat van patiëntenportalen waar een afschrift van het dossier kan worden opgevraagd tot initiatieven om patiënten zelf aan te laten vinken welke zorgverleners welke informatie mogen raadplegen. Om verschillende redenen is dit een riskant plan; begrijpen alle patiënten immers wel waar ze toestemming voor geven? Voor veel mensen, vooral mensen met een hoge zorgvraag, is dat niet het geval en zal dit vooral een drempel opleveren. Daarnaast staat het op gespannen voet met het medisch beroepsgeheim, dat niet door de patiënt maar door de arts wordt gewaarborgd. Het biedt derde partijen tevens mogelijkheden om medische gegevens die ze nooit van een arts zouden krijgen, toch via patiënten zelf los te peuteren.

“De ‘corona opt-in’ moet permanent worden voor alle noodsituaties.”
Ondanks het feit dat miljoenen Nederlanders geen toestemming hadden gegeven om hun dossier beschikbaar te stellen via het Landelijk Schakelpunt, werd dit in april 2021 door het Ministerie van Volksgezondheid overruled en konden medewerkers van huisartsenposten en de spoedeisende hulp toch toegang krijgen tot de professionele samenvatting van hun medisch dossier. In Kamerbrieven heeft het Ministerie inmiddels aangegeven dat zij deze maatregel permanent wil maken. In feite is het dan ook geen ‘opt-in’, wat impliceert dat de patiënt hier zelf toestemming voor heeft gegeven. Het is een opt-out naar model van het landelijk EPD dat in 2011 werd verworpen door de Eerste Kamer. Ook hier moesten patiënten onder een ‘wie zwijgt, stemt toe’ regime zelf aangeven dat hun gegevens niet mochten worden gedeeld. Aangezien de corona opt-in werd gerechtvaardigd door de noodsituatie van de coronapandemie, kan deze nu moeilijk als houdbaar worden beschouwd. Het kan zeker nuttig zijn om voor noodsituaties bepaalde noodzakelijke gegevens beschikbaar te stellen, maar dat is binnen de architectuur van het LSP niet mogelijk.

Privacy First voorzitter Paul Korremans sloot vervolgens de avond af met een kort dankwoord aan de aanwezigen en de panelleden. 

PrivacyFirst juni 2022 klein 16e


De Wet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg (Wegiz) ligt op dit moment in de Tweede Kamer en zou een doorbraak kunnen betekenen naar een zorgvuldige, efficiënte en veilige zorgcommunicatie. Lees HIER het commentaar dat Privacy First eerder inbracht op dit wetsvoorstel.

Privacy First is voor de uitvoering van haar dagelijkse werkzaamheden en het voeren van politieke lobby volledig afhankelijk van giften en donaties – zo ook op dit onderwerp. Steun Privacy First met een financiële bijdrage via deze paginaWilt u voortaan een directe uitnodiging voor onze evenementen ontvangen? Mail ons! Dan voegen wij u toe aan onze mailinglist. 

Gepubliceerd in Evenementen

Recentelijk heeft de nieuwe Coalitie Eerlijk Digitaal Onderwijs (CEDO) een manifest en petitie voor privacyvriendelijk onderwijs gelanceerd. Privacy First maakt zich al jaren zorgen over het toenemende gebrek aan privacy van kinderen en scholieren. Privacy First steunt dit initiatief daarom van harte. 

CEDO, een coalitie van ouders, IT'ers, docenten en privacy-voorvechters, maakt zich grote zorgen vanwege de sterk toegenomen invloed van tech-giganten op het publieke domein onderwijs. 

De coalitie constateert dat de huidige digitale leersystemen door techgiganten worden gedomineerd en dat fundamentele rechten - zoals de privacy van kinderen, ouders en leraren - niet voldoende geborgd kunnen worden.

De digitale infrastructuur van het Nederlandse onderwijs is vrijwel volledig in handen van buitenlandse tech-giganten zoals Google en Microsoft. Van de maildienst tot de verwerking en opslag van onderwijsprojecten, van het online kladblok tot de videotool. Dit kan handig zijn – zo kon er tijdens de Corona-crisis snel met thuisonderwijs worden gestart – maar deze leveranciers beperken het recht op privacy en bieden geen openheid over wat er met gegevens gebeurt.

Big Tech in het onderwijs betekent dat de digitale veiligheid door scholen niet kan worden gegarandeerd. Onze kinderen verliezen al vanaf de kleuterklas de controle over hun gegevens. Ze krijgen bovendien slechts beperkte en eenzijdige productkennis aangeboden, in plaats van de (digitale) vaardigheden om kritisch te leren denken.

De coalitie pleit daarom voor een alternatief ontwerp van digitale leeromgevingen, waarin publieke waarden en autonomie in het onderwijs wèl worden gewaarborgd.

Het moet en het kan anders! 

Teken HIER de petitie en steun het manifest!

Gepubliceerd in Kinderen en Privacy

Laat Nederland niet alleen vooroplopen met digitalisering, maar tegelijk koploper zijn op het gebied van digitale privacy en een betere bescherming van mensen. Maak mensen bewust van de risico’s, geef zelf het goede voorbeeld en zorg voor voldoende privacyvriendelijke alternatieven. Die oproep heeft een brede coalitie van organisaties en bedrijven vandaag gedaan aan de Tweede Kamer in een manifest. 

De nieuwe Privacy Coalitie constateert in een gezamenlijk manifest dat steeds meer digitale platforms, diensten en apps de data van gebruikers verzamelen zonder dat die het beseffen. Die data worden doorverkocht en gekoppeld en vervolgens gebruikt om mensen te tracken, hun online gedrag te volgen en te beïnvloeden. “Zo ontstaat een digitaal profiel op basis waarvan bedrijven en zelfs overheden beslissingen nemen die grote impact hebben op onze levens, zonder dat we daar zelf invloed op hebben”, aldus de coalitie. Ze waarschuwt ook voor verdere polarisatie in de samenleving omdat mensen niet meer in de hand hebben welke informatie ze wel en niet online te zien krijgen. 

Keuzevrijheid

Zowel op Europees als nationaal niveau wordt gewerkt aan wetgeving om het ongebreideld gebruik van persoonlijke data aan banden te leggen. Maar met alleen regelgeving en toezicht gaan we het niet redden; de ontwikkelingen gaan zo snel dat we altijd achter de feiten blijven aanlopen, stelt de Privacy Coalitie. 

De Privacy Coalitie vraagt de vaste commissie Digitale Zaken van de Tweede Kamer om veel actiever te werken aan het bewustzijn bij mensen over het belang van digitale privacy. De overheid, maar ook het bedrijfsleven zou hier zelf het goede voorbeeld in kunnen geven door alleen nog digitale platforms en diensten te gebruiken die de privacy respecteren. Ook pleit de coalitie voor meer steun aan privacyvriendelijke alternatieven, zodat mensen keuzevrijheid hebben. 

Hoge prijs

“We zien dat digitale platforms steeds handiger worden in het verzamelen van data van gebruikers, zonder daar transparant over te zijn”, zegt Haykush Hakobyan van Privacy First, één van de initiatiefnemers van de Privacy Coalitie. “Mensen denken dat de diensten gratis zijn, maar ze betalen onbewust een hoge prijs met hun persoonlijke gegevens. Die trend moeten we nu stoppen. Het is een maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven, organisaties en overheden om zich actief in te zetten voor digitale privacy. Er zijn genoeg technologische mogelijkheden om digitaal actief te zijn zonder de privacy te schenden.” 

Hakobyan riep de Tweede Kamer op om een technische briefing te organiseren met aanbieders van privacyvriendelijke oplossingen. “Onlangs hield de Tweede Kamer een hoorzitting met onder andere Google en Facebook. Het is nu tijd om ook partijen aan het woord te laten die de privacy van mensen wél respecteren.” De Privacy Coalitie nodigde de digitale commissie van de Tweede Kamer uit om in gesprek te blijven en oplossingen te zoeken. 

Lisa van Ginneken, die namens D66 deel uitmaakt van de commissie Digitale Zaken: “Wat mij betreft is privacy niet onderhandelbaar. Het is een basisprincipe dat onze vrijheid en ons recht om niet bespied te worden garandeert. In de fysieke ruimte maar ook op internet. Digitale mensenrechten zijn geen sluitstuk maar een startpunt van elke technologische ontwikkeling.” 


Download HIER het actuele manifest van de Privacy Coalitie met alle mede-ondertekenaars (pdf).

Wilt u met uw bedrijf of organisatie de oproep van de Privacy Coalitie steunen? Neem dan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. op met de coalitie! 

https://www.privacycoalitie.org 

petitie privacy coalitie 06a

petitie privacy coalitie 09a

Gepubliceerd in Online Privacy
dinsdag, 14 juni 2022 15:00

Privacy? Het is nu of nooit!

Sinds haar oprichting in 2008 maakt Stichting Privacy First zich dagelijks zorgen om het toenemende gebrek aan privacy in de Nederlandse samenleving, zowel online als offline. Sluipenderwijs wordt ieders persoonlijke levenssfeer steeds verder aangetast en lijkt privacy zoals die vroeger bestond steeds meer een illusie te worden. Tegelijkertijd heeft de invoering van de AVG ervoor gezorgd dat het privacybewustzijn steeds hoger wordt. Voorbeelden van gebrekkige of onzorgvuldige omgang met persoonsgegevens in het nieuws en de impact ervan hebben bijgedragen aan de noodzaak en sterkere behoefte voor de bescherming van ons privacyrecht. In Nederland zijn bovendien de kennis en de techniek aanwezig om onze maatschappij op een privacyvriendelijke manier te kunnen inrichten. Tegelijkertijd komen er vanuit Brussel plannen voor een alomvattend eID op ons af waardoor ieders resterende anonimiteit voorgoed tot het verleden zou kunnen gaan behoren. De vooruitzichten vanuit Den Haag zijn evenmin rooskleurig; zo heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken het eerder verfoeide plan voor een centrale biometrische databank na 11 jaar uit de ijskast gehaald en wil dit alsnog gaan verwezenlijken. Om de surveillance samenleving compleet te maken, dreigen ook de buitenwettelijke praktijken van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) wettelijk te worden verankerd en wordt de NCTV een nieuwe geheime dienst. Van het debacle rond het Systeem Risico Indicatie (SyRI) en de Toeslagenaffaire heeft men in Den Haag evenmin iets geleerd: “Super SyRI” (de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, WGS) is inmiddels in aantocht. Intussen raken burgers, bedrijven en andere organisaties steeds verder ingekapseld door Big Tech, getuige bijvoorbeeld de ijzeren greep van Google op het onderwijs. En zo zijn er nog talloze voorbeelden, teveel om hier te noemen. 

Privacy First kan deze ontwikkelingen niet langer laten voortduren. We staan nu op een historisch kruispunt: welke samenleving willen we? In wat voor maatschappij willen wij onze kinderen en kleinkinderen laten opgroeien? Het is NU tijd voor actie. Actie om het tij te keren en een privacyvriendelijke toekomst af te dwingen. We hebben de kennis. We hebben de technologie. De alternatieven bestaan of zijn in ontwikkeling. “Be the change you want to see in this world.” Alles is mogelijk, maar dat vergt communicatie, solidariteit en samenwerking. Privacy First maakt zich hier dagelijks sterk voor. Wie sluit zich hierbij aan?

Gepubliceerd in Online Privacy

Waar is morgen uw medisch dossier?

“Digitale communicatie in de zorg: waarom is dat nog niet geregeld?!”

Elf jaar na het sneuvelen van het Landelijk Elektronisch Patiëntendossier geldt digitale zorgcommunicatie nog altijd als een chronisch hoofdpijndossier. Hoewel de nadelen van het “dossier met duizend deuren aan de achterkant” helder zijn, bleef een beter alternatief vooralsnog uit. De patiëntenlobby en zorgverlenerskoepels bleven fervent voorstander van de EPD-systematiek, en ook het ministerie van VWS bleef met wet- en regelgeving de werking van een landelijk dekkend, centraal toegankelijk systeem ondersteunen.

Met de Wet Elektronische Gegevensuitwisseling In de Zorg (WEGIZ) lijkt er ruim elf jaar nadat de Eerste Kamer het EPD afschoot, ruimte te komen voor alternatieve systemen. De wet maakt nieuwe technische normen en standaarden mogelijk en moet patiënten meer keuzevrijheid bieden in de manier waarop hun medische gegevens worden uitgewisseld. Tijdens een publieksdebat georganiseerd door Privacy First gaan we op zoek naar kansen die deze nieuwe situatie biedt.

Hoe verschillen alternatieve systemen van het ‘oude EPD’ en bieden deze een oplossing voor eerdere tekortkomingen? Zijn ze in staat om de discussie “toegankelijkheid versus privacy” eindelijk te beslechten?

Welke belangen en politieke tegenstellingen stonden voorheen in de weg aan efficiënte en veilige zorgcommunicatie? Zullen alternatieve systemen een eerlijke kans krijgen tegenover het EPD-systeem dat al elf jaar door zorgverzekeraars wordt gepusht?

Wie kan er allemaal in uw dossier als u zich aanmeldt voor een uitwisselingssysteem? Wie bepaalt dat: de patiënt, diens arts, of de werkwijze van het gebruikte systeem? Hoe kan technologie worden ingezet om het beroepsgeheim ook digitaal te kunnen waarborgen?

Na een korte introductie over het onderwerp en de dilemma’s van digitale zorgcommunicatie zal een panel van deskundigen een open debat houden over de toekomst van het medisch dossier.

Sprekers zijn o.a. Guido van 't Noordende (Whitebox), Geranne Lautenbach (MedicalPHIT), Herman Pieterman (oud-radioloog en voormalig secretaris NVvR) en Wim Jongejan (ZorgICTZorgen, voormalig huisarts).

Iedereen is welkom en toegang is gratis. Donaties aan Privacy First worden echter zeer op prijs gesteld. Aanmelden kan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., maar is niet verplicht.

Datum: donderdag 2 juni 2022, 19.30-22.00u (inloop vanaf 19.00u, borrel na afloop). 
Locatie: Volkshotel, Wibautstraat 150 te Amsterdam (Doka cocktailbar). Een routebeschrijving vindt u op https://www.volkshotel.nl/nl/directions/


In het verleden organiseerde Privacy First regelmatig openbare publieksdebatten rond actuele thema’s. Na twee jaar corona-beperkingen kunnen we nu eindelijk weer een dergelijk evenement organiseren.
Wilt u voortaan directe uitnodigingen voor onze evenementen ontvangen? Mail ons! Dan voegen wij u toe aan onze mailinglist.

Uitnodiging publieksdebat Privacy First 2 juni 2022

Gepubliceerd in Evenementen

Op 28 januari as. (de Europese Dag van de Privacy) worden tijdens de Nationale Privacy Conferentie van ECP en Privacy First de jaarlijkse Nederlandse Privacy Awards uitgereikt. Deze Awards bieden een podium aan bedrijven en overheden die privacy zien als een kans om zich positief te onderscheiden en privacyvriendelijk ondernemen en innoveren tot norm te maken.


Genomineerden

Dit jaar heeft opnieuw een groot aantal organisaties zich met hoogwaardige inzendingen aangemeld voor deelname aan de Nederlandse Privacy Awards. Na een eerste selectie en diverse gesprekken heeft de onafhankelijke vakjury de volgende genomineerden bepaald, in willekeurige volgorde:

Scoor voor je Club

Scoor voor je Club wil graag bijdragen aan de verbinding tussen consumenten, ondernemers, maatschappelijke organisaties, (sport-)verenigingen en goede doelen tot één samenwerkende en elkaar versterkende gemeenschap. Daarbij wordt de privacy van alle deelnemers gerespecteerd. Zo hoeven deelnemers geen account aan te maken en voeren ze zelf de regie over hun gegevens. Motto van Scoor voor je Club is: ‘Koop lokaal, steun je favoriete club en spaar voor jezelf’.

De missie van Scoor voor je Club is het faciliteren van maatschappelijke organisaties, zoals sportverenigingen, culturele instellingen en goede doelen met een digitaal ecosysteem op basis waarvan AVG-proof communicatie en structurele financiering mogelijk wordt. Op die manier wordt het voor iedereen mogelijk bij te dragen aan financieel gezonde clubs en een gezonder en gelukkiger Nederland.

Summitto

Summitto ontwikkelt software voor belastingdiensten om BTW-fraude tegen te gaan. Waar bestaande oplossingen massaal data verzamelen op een gecentraliseerde wijze die vaak in plain text wordt opgeslagen, zorgt deze oplossing ervoor dat BTW-fraude kan worden bestreden zonder daadwerkelijk data op te slaan. Summito maakt daarbij gebruik van moderne cryptografie om de facturatie optimaal te beschermen. 

Privacy Rating 

Hoe weet je of een website of webshop zorgvuldig met jouw data omgaat? En niet jouw gegevens aan derde partijen verkoopt zonder jou als gebruiker te informeren? Privacy Rating geeft daar een antwoord op. Zie het als een Privacy keurmerk, zoals een Energie keurmerk, maar dan als doel om jou te informeren hoe de website of webshop met jouw persoonsgegevens omgaat. Zo kan jij als burger bewust een keuze maken welke website of webshop je gaat gebruiken. Privacy Rating maakt transparant hoeveel aandacht online websites/services besteden aan de privacybescherming. Het initiatief komt voort uit het NWO project ‘Security Requirements for Serious Apps (SERIOUS). Daarin wordt samengewerkt tussen verschillende onderzoeksgroepen van de Universiteit Twente en maatschappelijke partners.

PiM, de Persoonlijke Identiteitsmanager van KPN 

Met de PiM app (powered by KPN) kun je je bij verschillende bedrijven aanmelden, inloggen of identificeren. Zo heb je minder apps op je telefoon en minder pasjes in je portemonnee. Je zet gegevens in de app, deze worden gevalideerd vanuit betrouwbare bronnen waar alleen jij toegang toe hebt. Gegevens van bijvoorbeeld rijbewijs worden pas verstrekt na toestemming in de app. PiM belooft in de algemene voorwaarden geen gebruik te maken van deze gegevens en valt als Nederlands bedrijf onder de AVG. Door met PiM in te loggen op een website krijgt phishing geen kans, wordt ook fraude met wachtwoorden tegengegaan en is de gebruiker verlost van het onthouden van vele wachtwoorden, uiteraard voor zover de bezochte websites en toepassingen erop zijn aangesloten. 

‘Privacy Project’ van Street Art Museum Amsterdam (SAMA) 

Afgelopen jaar realiseerde Street Art Museum Amsterdam (SAMA) met steun van de gemeente Amsterdam drie muurschilderingen over online privacy binnen hun ‘Privacy Project’. De kunstwerken werpen elk op hun eigen manier licht op het thema privacy. Met het Privacy Project wil SAMA thema’s als privacy, digitale rechten, anonimiteit op het internet en de impact van technologie op de samenleving onder de aandacht te brengen. Na een oproep in maart 2021 dienden meer dan 80 kunstenaars een ontwerp in voor één van de drie muren. Uit 3.000 stemmen van buurtbewoners werd per muur een top 3 gemaakt waaruit vervolgens de drie beste ontwerpen gekozen werden door de jury, het zogeheten Privacy Panel. Een belangrijk criterium hierbij was dat het kunstwerk mensen aan het denken zet over het thema privacy.

De jury heeft dit project genomineerd omdat het laat zien dat je via Street Art samen met bewoners bewustwording kunt creëren en het gesprek op gang kunt brengen over het onderwerp privacy.

Quodari

Quodari is een privacyvriendelijk social media platform dat gebruikers zelf de controle geeft over hun data en content. Dat doet Quodari door het mogelijk te maken dat gebruikers verzamelingen van data online kunnen delen met vrienden maar ook openbaar kunnen maken. Quodari wil echt een privacy vriendelijk alternatief vormen voor bestaande social media platforms, werkend vanuit Europese waarden. Het business model van Quodari is gebaseerd op de waarde voor gebruikers, zoals extra opslagruimte en extra functionaliteiten voor zakelijk of persoonlijk gebruik. Quodari maakt geen gebruik van advertenties of exploitatie van persoonlijke data. Op deze wijze worden privacyrisico's gereduceerd en een financieel belangenconflict vermeden. Quodari is een Nederlands initiatief dat in 2021 gelanceerd is. Het bedrijf verwacht dit jaar een Europese rollout en start van een marketingcampagne.

Shuttercam

Het Shuttercam-project onderzoekt het effect van shutters, zogenaamde afschermkappen die over camera’s geplaatst zijn. De onderzoekers hebben zich hierbij afgevraagd wat voor effect het sorteert, als je als voorbijganger duidelijk kunt zien of en wanneer een camera aan of uit staat? En wat als je zo’n camera zelf kunt uitzetten, net zoals bij een webcam? Met behulp van shutters staan camera’s niet onnodig aan en kunnen Amsterdammers zich veilig voelen, maar minder bespied. Het Shuttercam initiatief maakt het bij wijze van pilot voor jou als burger mogelijk om op bepaalde plekken zelf invloed uit te oefenen over hoeveel data er binnen het publieke domein van je wordt opgenomen. Het initiatief komt voort uit het Responsible Sensing Lab: een samenwerking tussen AMS Institute en de gemeente Amsterdam.

 

Jury Nederlandse Privacy Awards

De Awards-jury bestaat uit onafhankelijke privacy-experts uit diverse sectoren, op persoonlijke titel: 
- Wilmar Hendriks, founder Control Privacy, bestuursvoorzitter CUIC en bestuurslid Privacy First (jury-voorzitter) 
- Paul Korremans, voorzitter Privacy First 
- Melanie Rieback, CEO en co-founder Radically Open Security 
- Nico Mookhoek, privacyjurist en oprichter DePrivacyGuru 
- Rion Rijker, privacy- en informatiebeveiliging expert en IT-jurist, partner Fresa Consulting 
- Magdalena Magala, Functionaris Gegevensbescherming gemeente Zaanstad 
- Mathieu Paapst, universitair docent IT-recht Rijksuniversiteit Groningen en projectlead cookiedatabase.org 
- Jaap van der Wel, IT-deskundige en privacyjurist, managing partner Comfort Information Architects 
- Erik Bruinsma, jurist; directeur Strategie en bestuursadvisering, Centraal Bureau voor de Statistiek. 

Uitreiking Awards

Tijdens de Nationale Privacy Conferentie op 28 januari as. worden alle genomineerde projecten door de inzenders aan het publiek gepresenteerd. De Nederlandse Privacy Awards zullen vervolgens worden uitgereikt in vier categorieën: 1) Consumentenoplossingen, 2) Bedrijfsoplossingen, 3) Overheidsdiensten en 4) Aanmoedigingsprijs.

Privacy First organiseert de Nederlandse Privacy Awards met steun van Stichting Democratie & Media en The Privacy Factory, in samenwerking met ECP. Wilt u graag ook (media)partner of sponsor van de Nederlandse Privacy Awards worden? Neem dan contact op met Privacy First!

FG7A4979m

Gepubliceerd in Nederlandse Privacy Awards

Op 28 januari as. (de Europese Dag van de Privacy) worden tijdens de Nationale Privacy Conferentie van ECP en Privacy First de jaarlijkse Nederlandse Privacy Awards uitgereikt. Deze Awards bieden een podium aan bedrijven en overheden die privacy zien als een kans om zich positief te onderscheiden en privacyvriendelijk ondernemen en innoveren tot norm te maken.


Genomineerden

Dit jaar heeft opnieuw een groot aantal inzenders (waaronder meerdere overheidsorganisaties) zich voor deelname aan de Nederlandse Privacy Awards aangemeld. Na een eerste selectie en diverse gesprekken heeft de onafhankelijke vakjury de volgende genomineerden bepaald, in willekeurige volgorde:

NLdigital

NLdigital (voorheen Nederland ICT) is een branchevereniging in de digitale sector. Ze vertegenwoordigt 600 leden van start-up tot multinational. Veel van deze leden behoren tot het MKB en zijn verwerker. NLdigital heeft gezocht naar een manier om hun leden te ondersteunen bij het implementeren van de AVG op een wijze die verder gaat dan alleen het aanbieden van een 10-stappenplan.

Door het beschikbaar stellen van een model verwerkersovereenkomst afgestemd op de branche, de Data Pro Code en het Data Pro Statement, heeft NLdigital een concrete invulling gegeven van de AVG voor verwerkers in de digitale sector. De Data Pro Code is bovendien transparant met een openbare certificering, staat open voor niet-leden en zal toetsbaar zijn door een nog in te stellen onafhankelijk toezichthoudend orgaan. De Data Pro Code is bovendien goedgekeurd door de Autoriteit Persoonsgegevens. Daarmee heeft NLdigital als brancheorganisatie een innovatieve werkwijze gevonden voor het ondersteunen van leden bij de implementatie van de AVG.

Simple Analytics

Simple Analytics heeft een eenvoudige analysetool ontwikkeld om het bezoek aan websites te meten. Met deze betalende dienstverlening respecteren zij de “do-not-track” instelling van gebruikers door niets van hen op te slaan. Er worden geen cookies en advertenties geplaatst tijdens het bezoek aan een website.

Met de dienstverlening voor bedrijven en organisaties doorbreekt Simple Analytics de trend van mondiale aanbieders die gratis een analysetool aanbieden waarbij o.a. trackgegevens worden doorverkocht in de vorm van advertenties. Binnen 2 jaar maken al ruim 500 organisaties gebruik van deze dienstverlening die bewust kiezen om geen persoonsgegevens te verzamelen van bezoekers, maar uitsluitend geaggregeerde data gebruiken om analyses te maken.

Door op deze wijze bezoeksdata te analyseren wordt maximaal de privacy van burgers gerespecteerd die gebruik maken van het internet als informatiebron. Dit verdienmodel heeft bewezen levensvatbaar te zijn.

FCInet & Ministerie van Justitie en Veiligheid

FCInet Secretariat is onderdeel van een internationale samenwerking gericht op het bestrijden van economische misdrijven zoals belastingfraude, corruptie en witwassen. Als uitgangspunt daarbij geldt Connect, don't collect. Daartoe is Ma³tch ontwikkeld.

Via een wiskundig formalisme (hashing) versleutelt organisatie A (bundels van) persoonsgegevens op een zodanige wijze dat een ontvangende partij B de mogelijkheid heeft te controleren of een persoon die bij organisatie B bekend is ook bij organisatie A bekend is. De check vindt plaats in een beveiligde decentrale omgeving, waardoor organisatie A niet weet of er sprake is van een hit of niet. Pas als blijkt dat er een match is vindt de vervolgstap plaats waarbij ook daadwerkelijk informatie over de betreffende persoon door organisatie B bij organisatie A wordt opgevraagd.

FCInet is er in geslaagd om samen met het Ministerie van Justitie en Veiligheid een Privacy by Design toepassing concreet toepasbaar te maken in een internationale samenwerking. Alleen noodzakelijke gegevens worden uitgewisseld. Het toepasbaar maken van de techniek in een bestaand proces van gegevensuitwisseling heeft veel overredingskracht gevraagd binnen traditioneel ingerichte (internationale) overheidsorganisaties. De volharding en de potentie van de gebruikte techniek rechtvaardigen een nominatie voor dit initiatief.

Schluss

Schluss biedt een datakluis aan voor het beheer van persoonlijke gegevens. De datakluis die Schluss in ontwikkeling heeft geeft individuen verregaande mogelijkheden om hun gegevens te beheren en beschikbaar te stellen op basis van hun eigen voorwaarden.

Naast de technische voorziening van een veilige datakluis wil Schluss betrokkenen ook ondersteunen in de wijze waarop ze met hun gegevens om kunnen gaan. Daartoe onderzoekt Schluss de voordelen van een coöperatie bij het beheer van gegevens, en welke spelregels over het beschikbaar stellen van gegevens gebruikt zouden moeten worden.

Op deze wijze zet Schluss niet alleen in op technische innovatie maar ook op een organisatorisch innovatieve manier om de privacy van individuen beter te beschermen.

Nkey

Nkey is een inspirerende Privacy by Design oplossing, die als plug-in voor website en app bouwers gemakkelijk een deel van de privacy voldoende veilig kan inrichten.

De bouwer van je website, bijvoorbeeld een online shop, neemt een abonnement en ‘plugt je site erop in’, je betaalt per maand en je klanten kunnen zelf de beschikbaarheid van hun gegevens zien en bijhouden.

Nkey laat zien dat er goede mogelijkheden zijn om maximaal controle te houden over je persoonsgegevens en deze alleen te laten gebruiken met jouw toestemming.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

De CoronaMelder app is inmiddels al door meer dan 4,3 miljoen mensen in Nederland gedownload. De app waarschuwt je op het moment dat je in de buurt bent geweest van iemand met corona. De app maakt gebruik van de technologie Bluetooth Low Energy. Via dit signaal kan gemeten worden of je in de buurt bent geweest van iemand die later positief is getest. Door de samenwerking met corona apps uit andere EU-landen krijg je ook een melding als je in contact bent geweest met een persoon die een corona-app gebruikt van een ander EU-land.

Gebruikers van de app ontvangen een melding nadat ze:
1. minimaal 15 minuten dicht bij iemand zijn geweest die later corona blijkt te hebben;
2. deze persoon de app ook gebruikt; en
3. deze persoon via CoronaMelder samen met de GGD aangeeft het coronavirus te hebben.

De app is een aanvulling op het bron- en contactonderzoek dat door de GGD wordt uitgevoerd. De app zelf slaat alleen statische gegevens op, zogenaamde wiskundige codes die om de 14 dagen worden verwijderd en niet te herleiden zijn tot een persoon. Mocht blijken dat de app-gebruiker corona heeft dan kan die ervoor kiezen om de wiskundig gegenereerde code op een server op te slaan, zodat andere gebruikers die mogelijk in de buurt zijn geweest geïnformeerd kunnen worden. De melding bevat alleen informatie over het feit dat je in buurt bent geweest van een besmet persoon en niet wie het was of waar dit is geweest.

STER

STER verzorgt alle reclame-uitingen voor de publieke omroep. Voor de online reclames heeft STER radicaal gebroken met de gebruikelijke aanpak om via ´cookies´ advertenties zoveel mogelijk af te stemmen op de kenmerken die over een persoon verzameld worden.

In plaats daarvan is STER overgestapt op een systeem dat uitsluitend gebruik maakt van informatie over het product dat bekeken wordt. Deze contextuele benadering van het aanbieden van advertenties blijkt in de praktijk net zo effectief als de gebruikelijke manier van advertentieselecties en biedt daarnaast nog een aantal extra voordelen, ook voor de adverterende partijen.

STER heeft deze stap gezet omdat duidelijk was dat het gebruik van persoonskenmerken voor het aanbieden van advertenties bij veel mensen irritatie opwekt. De Algemene Verordening Gegevensbescherming gaf het laatste zetje om over te stappen.

Door de nieuwe aanpak verdwijnen er partijen uit de keten die vooral dienden om persoonskenmerken te verzamelen en te verwerken voor adverteerders. Er blijft meer geld over voor de adverteerders. STER beheert de gehele advertentiecampagne in huis. Een door de STER ontwikkelde aanpak voegt automatisch trefwoorden aan de digitale content toe. STER geeft door aan adverteerders wat de effectiviteit van hun campagnes is geweest. Met deze aanpak heeft STER een technisch en organisatorisch model ontwikkeld dat beter aansluit op de privacybehoeften van betrokkenen, ten minste net zo effectief is als het oude systeem en minder kosten met zich meebrengt. Het model is naar andere domeinen buiten de publieke omroep over te brengen.'

4MedBox

4LifeSupport van 4MedBox zet de verhouding tussen bron en betrokkene in een ander daglicht. Het individu, de persoon, wordt als bron en bepaler beschouwd, die bepaalt welke partijen of professionals toegang tot de gegevens verkrijgen. Door het zelfbeschikkingsprincipe dat in het platform is verwerkt stelt het individuen in staat om vervolgens die data naar eigen inzicht bijvoorbeeld te delen of te verkopen aan door hen geselecteerde partijen. Het kan wat van de mensen vragen qua handigheid, begrip en inzicht, maar kan dan ook veel bieden op het vlak van zelfregie. Die heeft zeker te maken met privacy, maar werkt dan ook breder.

4LifeSupport staat nog aan het begin van een langer proces en vraagt nog uitwerking op een aantal onderdelen, maar de jury beoordeelt de aanpak en vorderingen als voldoende om het te nomineren.

Roseman Labs

Roseman Labs is door drie academici opgericht met als doel om moderne privacy technologieën zoals secure multiparty computation (MPC) breed en gemakkelijk toepasbaar te maken.

Multiparty computation stelt meerdere partijen in staat om berekeningen uit te voeren op hun gezamenlijke dataset, zonder deze data onderling te hoeven delen; alleen het resultaat van de berekening wordt bekend.

MPC is met name relevant voor sectoren waarin zowel data-privacy als samenwerking tussen meerdere stakeholders cruciaal is, zoals de financiële sector, de gezondheidssector, geo-informatiediensten, energiebedrijven, e-commerce en cyber-weerbaarheid.

Roseman Labs heeft Cranmera ontwikkeld, een MPC software engine waarmee in korte tijd domeinspecifieke applicaties op basis van MPC kunnen worden gebouwd. Voorbeelden van dergelijke applicaties zijn een enquêtesysteem waarbij de antwoorden van respondenten op basis van MPC versleuteld worden verwerkt, en een pseudonimisatie-oplossing met sterke privacygaranties voor interbancaire transactiemonitoring.

 

Jury Nederlandse Privacy Awards

De jury bestaat uit onafhankelijke privacy-experts uit diverse sectoren:
- Wilmar Hendriks, founder Control Privacy en lid Raad van Advies Privacy First (jury-voorzitter)
- Ancilla van de Leest, voorzitter Privacy First
- Paul Korremans, data protection & security professional, Comfort Information Architects, tevens bestuurslid Privacy First
- Marc van Lieshout, managing director iHub, Radboud Universiteit Nijmegen
- Alex Commandeur, senior adviseur BMC Advies
- Melanie Rieback, CEO en co-founder Radically Open Security
- Nico Mookhoek, privacy jurist en oprichter DePrivacyGuru
- Rion Rijker, privacy en informatiebeveiliging expert en IT-jurist, partner Fresa Consulting.

Uitreiking Awards

Tijdens de Nationale Privacy Conferentie op 28 januari as. worden alle genomineerde projecten door de inzenders aan het publiek gepresenteerd. De Nederlandse Privacy Awards zullen vervolgens worden uitgereikt in vier categorieën: 1) Consumentenoplossingen, 2) Bedrijfsoplossingen, 3) Overheidsdiensten en 4) Aanmoedigingsprijs.

Privacy First organiseert de Nederlandse Privacy Awards met steun van Stichting Democratie & Media en The Privacy Factory, in samenwerking met ECP. Wilt u graag ook (media)partner of sponsor van de Nederlandse Privacy Awards worden? Neem dan contact op met Privacy First!

 

FG7A4979m

Gepubliceerd in Nederlandse Privacy Awards

Nederlandse privacy-activist wint Finse zaak over elektronische sleutels

Bewoners van appartementen in een flatgebouw hebben in beginsel het recht om onbespied hun eigen woning te betreden. Dat heeft de Finse privacy-autoriteit op 29 juli 2020 bevestigd in een zaak die was aangespannen door de Arnhemse privacy-activist Michiel Jonker. De installatie van een elektronisch systeem dat monitort met welke adresgebonden en gechipte sleutel op welk tijdstip welke deur wordt geopend, is volgens de Finse privacywaakhond Tietosuojavaltuutettu (Finnish Data Protection Ombudsman) in strijd met de AVG.

Het gaat om een Fins gebouw met kleine appartementen waarin zowel huurders als eigenaren wonen. In 2018 had de Vereniging van Eigenaren (VvE) besloten om het elektronische bewakingssysteem te installeren op alle externe ingangen van het gebouw. Het voornemen was om ook alle individuele appartementen aan te sluiten op het systeem. Het systeem wordt beheerd door een ingehuurd bedrijf en zou alleen in opdracht van de politie worden geraadpleegd, al dan niet op verzoek van het bestuur van de VvE.

Aanleiding vormden enkele incidenten waaruit volgens het bestuur bleek dat zich voormalige bewoners in de kelder van het gebouw hadden bevonden en daar sporen hadden achtergelaten. Het vermoeden was dat zij gebruik hadden gemaakt van niet-ingeleverde sleutels. Volgens het bestuur van de VvE werden er geen persoonsgegevens verwerkt, omdat de nieuwe, elektronische sleutels weliswaar adresgebonden waren, maar niet persoonsgebonden.

Jonker maakte bezwaar tegen het systeem en stelde dat de noodzaak voor een dergelijke monitoring niet was aangetoond. De VvE had geen wettelijke grondslag gegeven voor de gegevensverwerking. Ook waren de huurders niet geraadpleegd, waardoor een grote groep bewoners geen toestemming had gegeven. Jonker achtte de verwerkte gegevens wel herleidbaar tot personen, in het bijzonder in het geval van eenpersoonshuishoudens.

De Finse privacy-autoriteit stelde Jonker op al deze punten in het gelijk, en wees erop dat de Finse wetgeving met betrekking tot de besluitvorming van VvE's geen vrijbrief vormt voor besluiten die in strijd zijn met de AVG. Ook wees de autoriteit erop dat een verhuurder niet namens een huurder toestemming kan geven voor de verwerking van persoonsgegevens. Voorts wees de autoriteit erop dat een toestemming voor de verwerking van persoonsgegevens door elke betrokkene (ongeacht of dat een huurder of een eigenaar is) op elk moment kan worden ingetrokken, conform de AVG.

De autoriteit benadrukte dat het belang van een derde (bijvoorbeeld de politie) geen rechtvaardiging kan vormen voor gegevensverwerking die onder verantwoordelijkheid van de VvE plaatsvindt. Ten slotte wees de autoriteit erop dat de VvE ten onrechte geen alternatieven had onderzocht die geen of een minder grote inbreuk op de privacy plegen, daarbij inbegrepen een vervanging van analoge sleutels door nieuwe analoge sleutels.

De privacy-autoriteit gaf de VvE opdracht de omgang met persoonsgegevens in overeenstemming te brengen met de AVG.

Jonker: "Het was voor mij een vreemde, nieuwe ervaring om door een privacy-autoriteit in het gelijk gesteld te worden zonder tussenkomst van een rechter. In Nederland heb ik dat met de Autoriteit Persoonsgegevens nog nooit meegemaakt. Ook in Finland ging het trouwens niet zonder slag of stoot. Na twee jaar wachten op de behandeling van mijn zaak, heb ik daar een klacht ingediend bij de zogeheten Parlementaire Ombudsman. Enkele dagen daarna ging de Finse privacy-autoriteit er alsnog mee aan de slag, en nam twee maanden later een beslissing. Ook in Finland is er bij de privacy-toezichthouder een tekort aan personele capaciteit, waardoor de beslistermijnen van de AVG structureel niet worden gehaald. Maar ik ben tevreden over de inhoud van deze beslissing. Natuurlijk is het nu zaak dat de VvE de opdracht van de privacy-autoriteit ook daadwerkelijk gaat uitvoeren."

Contactverzoeken voor dhr. Jonker kunnen worden ingediend via Stichting Privacy First.

Klik HIER voor de volledige uitspraak van de Finse privacy-autoriteit (in het Fins).

Media:
https://www.security.nl/posting/666564/Finse+toezichthouder+noemt+elektronisch+sleutelsysteem+flat+in+strijd+met+AVG
https://frontpage.fok.nl/nieuws/835884/1/1/50/nederlandse-privacy-activist-wint-zaak-over-elektronische-sleutels.html
https://www.is.fi/digitoday/tietoturva/art-2000006600839.html (grote Finse tabloid)
https://www.hs.fi/politiikka/art-2000006601066.html (grootste krant van Finland en Scandinavië) 
https://www.kotitalolehti.fi/sahkolukko-seuraa-liikkeitasi-kuka-tallentaa-tiedot/ (vergelijkbaar met Nederlands tijdschrift Eigen Huis van VEH)
https://www.hameensanomat.fi/kanta-hame/tietosuojavaltuutettu-sahkolukkojen-keraamat-ovenavaustiedot-ovat-henkilotietoja-1451149/
https://www.tivi.fi/uutiset/taloyhtio-asensi-sahkolukot-mutta-mokasi-gdprn-kanssa-nain-paatti-tietosuojavaltuutettu/a7401466-c107-43f3-a3e9-86514efd28d4
https://www.tekniikkatalous.fi/uutiset/onko-teillakin-sahkolukkojarjestelma-tietosuojavaltuutettu-antoi-maarayksen-lainvastaisesti-toimineelle-taloyhtiolle/c868846a-15f5-4903-a8e1-339c3a726747
https://www.is.fi/digitoday/tietoturva/art-2000006616790.html

Gepubliceerd in Woning en slimme meters

Deze week vond in de Eerste Kamer een zeer kritische deskundigenbijeenkomst plaats over een relatief complex maar belangrijk onderwerp: de nieuwe Wet digitale overheid. Door deze wet zal o.a. het verouderde DigiD vervangen worden door nieuwe digitale eID-middelen voor burgers om bij de overheid te kunnen inloggen en zaken te kunnen regelen. Aan de huidige opzet van de nieuwe wet en de bijbehorende infrastructuur kleven echter een aantal privacyrisico's. De Eerste Kamer had daarom Privacy First voor deze gelegenheid uitgenodigd om een position paper in te dienen en spreker te zijn. Klik HIER voor het volledige programma, alle sprekers en position papers. Hieronder volgt de volledige tekst van onze inbreng en het videoverslag van de gehele bijeenkomst:

Position paper:

Geachte Kamerleden,

Dank voor uw uitnodiging om deel te nemen aan de deskundigenbijeenkomst over de Wet digitale overheid (Wdo). Stichting Privacy First heeft een aantal kritische kanttekeningen bij deze wet. Hieronder zullen wij dit kort uiteenzetten.

Allereerst wil Privacy First in dit verband graag benadrukken dat burgers te allen tijde het recht hebben, en zullen moeten blijven hebben, om langs niet-digitale weg met de overheid te communiceren of zaken te doen, hetzij telefonisch, op papier of in persoon. Voor grote groepen in de samenleving is en blijft dit cruciaal voor hun maatschappelijke participatie. Bovendien biedt de ‘klassieke’ analoge ruimte vaak betere privacybescherming dan het digitale domein.

Dit brengt ons op ons voornaamste punt van zorg inzake de Wet digitale overheid, namelijk eID. Bij een gecentraliseerde infrastructuur kunnen eID-bedrijven die de certificaten (sleutels) verstrekken precies zien waar mensen inloggen. Daarnaast zijn er certificaten (digitale handtekeningen) voor het ondertekenen van documenten en bestaat het risico dat bedrijven exact kunnen weten welke documenten mensen ondertekenen. Dit leidt tot talloze privacyrisico’s, zeker waar het privacygevoelige transacties (en dus gevoelige persoonsgegevens) betreft. Wat is het verdienmodel van deze bedrijven? En wat kunnen zij doen met al deze gegevens, ook via platforms zoals Facebook en Google?

Dit pleit voor een decentrale i.p.v. centrale architectuur met dataminimalisatie en privacy by design. Dat brengt ons op een actueel onderwerp dat bij deze wet van belang is, namelijk de invoering van een op attributen gebaseerd stelsel naast het eID-stelsel. Biedt de huidige Wdo meer controle over het afschermen van persoonsidentificatiegegevens en beschermt het de privacy van de burger? Ons antwoord is nee. In 2017 was men daar dichterbij dan nu. De Wdo kent een lange aanloop en is van een uitwerking van een infrastructuur voor digitale overheidsdienstverlening versmald tot een “Wet op de inlogmiddelen”. In 2017 was het streven nog deels om te komen tot een raamwet voor een op attributen gebaseerd stelsel. In de eerdere versie van de wet werd daarom nog duidelijk onderscheid gemaakt tussen identificatie/authenticatiediensten enerzijds en attributendiensten anderzijds. De definitie was eens: “De attributendienst is een partij die ten behoeve van elektronische dienstverlening een verklaring afgeeft over bepaalde kenmerken of gegevens van een natuurlijke persoon (bijvoorbeeld leeftijd of beroep) of een rechtspersoon (bijvoorbeeld erkend bedrijf).”

Tevens zou deze dienst zowel door een overheidsorganisatie als door een private partij geleverd kunnen worden en moest er iets worden geregeld voor erkenning. Men stelde in de Memorie van Toelichting: “Aan attributendiensten worden in op basis van dit wetsvoorstel vast te stellen uitvoeringsregelgeving technische en organisatorische eisen gesteld en er wordt voorzien in een erkenningsstelsel, op gelijke wijze als bij authenticatiediensten. Op dit moment zijn er nog geen publieke en private attributendiensten operationeel, maar met uitbreiding van de digitale dienstverlening zal ook de behoefte aan elektronische ondersteuning van deze functie toenemen. Deze attributendiensten kunnen publiek of privaat zijn. Te denken valt bijvoorbeeld aan een generieke attributendienst die leeftijdsverificatie mogelijk maakt op basis van de basisregistratie personen. Tot nu toe verrichten publieke dienstverleners waar nodig zelf de leeftijdscontrole aan de hand van de eigen klantadministratie (die in de regel is afgeleid van de BRP). Het wetsvoorstel bevat een basis voor het stellen van technische en organisatorische eisen aan publieke en private attributendiensten. Of in de toekomst behoefte bestaat aan een publieke attributendiensten is nog onderwerp van onderzoek.”

De realisatie van die toekomst en behoefte lijkt nu te zijn geblokkeerd. Terwijl die behoefte er inmiddels vooral bij gemeenten wel is. Ook zij waren in 2017 nog overtuigd dat je iemand niet hoefde te identificeren om deel te nemen aan, bijvoorbeeld, een online peiling. De huidige Wdo ondersteunt dat echter niet. De definitie van attributendienst is immers geschrapt uit de Wet en op grond van art. 12 Wdo is de ministeriële aanwijsbevoegdheid beperkt tot het aanwijzen van een attribuut dat naar het oordeel van de Minister van belang is voor de identificatie van ondernemingen of rechtspersonen.

Het idee dat kenmerken/attributen een belangrijke rol spelen in het terugdringen van de online-identificatiedrift van publieke organisaties is in zijn geheel verloren gegaan. Qua privacy en dataminimalisatie is dit een grote misser. Dikwijls volstaat immers dat ik aantoon wat ik ben (inwoner van Amsterdam) in plaats van wie ik ben op basis van mijn BSN. In de huidige afgeslankte Wdo ontbreekt hiervoor het wettelijke kader. Alles is gericht op authenticatie en het verstrekken van persoonsidentificatiegegevens. Dit terwijl de wet eerder wel ruimte bood om met attributen toegang te krijgen tot digitale dienstverlening. Een actueel voorbeeld hiervan is overigens IRMA, dat begin 2018 de allereerste Nederlandse Privacy Award won.

Deze wet is dus een gemiste kans om als aanvulling op de eIDAS-verordening te dienen en een op attributen gebaseerd privacy-centrisch eID-stelsel in Nederland neer te zetten. Integendeel: met deze wet worden met een waaier aan regelingen juist hoge drempels opgeworpen voor private partijen (waaronder stichtingen) om goede, privacyvriendelijke middelen en voorzieningen te laten erkennen en aan te bieden aan burgers.

Privacy First betreurt dit en hoopt dat uw Kamer hier alsnog positieve veranderingen in zal kunnen bewerkstelligen.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First

Mondelinge toelichting:

Geachte Kamerleden,

Nogmaals dank voor uw uitnodiging om aan deze bijeenkomst deel te nemen. Onze voornaamste punten van kritiek op de huidige Wet digitale overheid hebben wij reeds uiteengezet in onze position paper. Kort gezegd gaat het daarbij voornamelijk om de kwetsbaarheden en privacyrisico’s van het nieuwe eID-stelsel, waaronder de volgende aspecten:

- De centrale i.p.v. decentrale opzet van de infrastructuur. Over het algemeen is een centrale opzet riskanter en onveiliger dan een decentrale architectuur. Een decentrale opzet is ook meer in lijn met moderne privacyvereisten zoals dataminimalisatie en privacy by design. Bovendien leent dit zich minder goed voor grootschalige hacks of heimelijke toegang, massale datalekken en function creep, oftewel sluipende doelverschuiving. Niet voor niets is er de laatste jaren in diverse gevoelige domeinen een ontwikkeling van centrale naar decentrale infrastructuren zichtbaar, bijvoorbeeld op het terrein van biometrie en in de medische wereld. Ook bij een uitermate gevoelig persoonsgegeven als het BSN en allerlei gevoelige transacties tussen burgers, bedrijven en overheden zou dus bij uitstek voor een decentrale opzet gekozen moeten worden. Dat zou ook meer passen bij het idee van informationele zelfbeschikking en de slogan ‘Regie op gegevens’ van het ministerie van Binnenlandse Zaken zelf.

- In dit verband is het een gemiste kans dat het wettelijk kader tot op heden onvoldoende gebaseerd is op een stelsel dat werkt aan de hand van minimale attributen (d.w.z. relevante kenmerken) van personen i.p.v volledige identificatie waarbij veel meer persoonsgegevens worden verwerkt dan strikt noodzakelijk is. Een actueel voorbeeld van een dergelijk privacyvriendelijk alternatief is IRMA (I Reveal My Attributes) dat op 28 januari 2018, de Europese Dag van de Privacy, de allereerste Nederlandse Privacy Award won. Vanuit gemeenten, en wellicht ook andere overheden, lijkt daar ook steeds meer behoefte aan. Waarom wordt dit tot op heden niet wettelijk gefaciliteerd?

- Een ander aspect dat wij in onze position paper abusievelijk onvermeld hadden gelaten, is dat eID-middelen open source dienen te zijn. Dat is immers de meest effectieve manier om onbetrouwbare partijen buiten de deur te houden en de veiligheid en privacy te waarborgen. Open source zou daarom als harde eis toegevoegd moeten worden voor de toelating van eID-middelen.

- Tevens zouden wij hier graag nogmaals willen benadrukken dat het eID-stelsel zoals nu in de Wet digitale overheid beoogd is, per definitie enorme risico’s voor de privacy van burgers teweeg zal brengen, gezien de commerciële aard van nieuwe eID-aanbieders, waaronder techbedrijven met dubieuze businessmodellen en schimmige profileringspraktijken. Deze risico’s lijken in dit wetstraject nog niet te zijn geadresseerd. Dit dient alsnog op democratische en toekomstbestendige wijze te gebeuren op het niveau van de parlementaire wet zelf en niet in lagere, bestuurlijke regelgeving.

Dank voor uw aandacht.

(...)

Tijdens de bijeenkomst werden door de Kamerleden talloze kritische vragen gesteld, zie onderstaand videoverslag. Mede naar aanleiding van deze bijeenkomst is de Eerste Kamer voornemens om de verdere behandeling van de Wet digitale overheid tot na de zomer uit te stellen.

Gepubliceerd in Wetgeving

Hoe digitaliseren we de uitwisseling van medische gegevens? Die vraag speelt nu ongeveer vijftien jaar. Voor het eerst heeft de Minister een pragmatische, doordachte en integrale analyse gemaakt van wat er werkelijk nodig is om dit te bereiken. Op hoofdlijnen acht Privacy First dit wetsvoorstel het beste dat we ooit op dit dossier hebben gezien. In de uitwerking zien we nog wel risico’s.

Het succes zal afhangen van het doorzettingsvermogen van het Ministerie van VWS en de mate waarin het in staat is partijen in het zorgveld voorbij hun eigen horizon te laten kijken.

De behandelrelatie staat centraal

Op aangeven van de Patiëntenfederatie besloot Minister Schippers eind 2015 tot ‘regie voor de patiënt’ in het medisch dossier.

Privacy First acht het 'centraal stellen van de patiënt' een fundamentele denkfout. Het doet te weinig recht aan de meerwaarde die een zorgverlener biedt en diens verantwoordelijkheid in het bewaken van de kwaliteit van de zorg. Het is het zorgproces dat centraal dient te staan. Arts en patiënt voeren samen, in onderling vertrouwen, de regie.

Tot onze opluchting slaat de Minister met dit wetsvoorstel een andere weg in (zie concept-memorie van toelichting §2.3.4, p.11). De behandelrelatie wordt de voornaamste grondslag voor de uitwisseling van gegevens, in lijn met het zorgproces en de WGBO. Dit biedt enorme kansen voor een efficiënte en effectieve uitwisseling van gegevens, met de best denkbare privacybescherming.

Patiënten worden verlost van het bijhouden van toestemmingen en het belang van het kopiëren van gegevens naar een PGO neemt af.

Decentrale uitwisseling van gegevens

Het verzet van Privacy First heeft zich de afgelopen jaren vooral gericht tegen de gecentraliseerde wijze waarop de toegang tot medische gegevens is geregeld.

De concept-memorie van toelichting stelt (3.3.2, p.11):

"de norm mag er niet toe leiden dat het uitwisselen van gegevens enkel kan via een elektronisch uitwisselingssysteem als bedoeld in de Wabvpz (art 15a, red.)."

Met deze wet krijgen patiënten straks de keuze voor een decentraal alternatief dat de uitwisseling van medische gegevens eenvoudiger, efficiënter, doelmatiger, veiliger en privacyvriendelijk maakt. Privacy First acht het cruciaal dat de Minister recente initiatieven van marktpartijen (zoals NUTS en Whitebox) gaat ondersteunen, zodat een open en vrij te gebruiken standaard ontstaat.

Trage normering en certificering via NEN

Het ontwikkelen van een NEN-norm is een zwaar geprotocolleerd proces met doorgaans een doorlooptijd van enkele jaren. De NEN-normeringsprocedures kenmerken zich ook niet door grote openheid; hoe bijvoorbeeld werkt het proces van benoemingen van de diverse commissies die in het wetsvoorstel genoemd worden?

Bovendien kunnen de NEN-normeringsprocessen onderdeel van lobby’s worden. Grote geïnstitutionaliseerde IT-leveranciers hebben meer invloed op dit proces en zullen hun dominante marktpositie willen behouden. De vraag is of elke belanghebbende organisatie (zoals burgerrechtenorganisaties, universiteiten en kleinere IT-bedrijven) afdoende bij kan dragen aan de normeringsprocessen.

Het Ministerie zal erop moeten toezien dat de normering een open en transparant proces is, waarin over de volledige breedte van het speelveld stakeholders betrokken worden bij de ontwikkeling van technische standaarden.

Daarnaast wordt software 'agile' ontwikkeld. Korte tijden tussen verschillende releases stellen ontwikkelaars in staat zich aan te passen aan nieuwe technologische ontwikkelingen. Complexe, of te gedetailleerde certificeringseisen kunnen hierdoor innovatie belemmeren. Hierover zou de memorie van toelichting meer duidelijkheid moeten bieden.

De ‘spoedsituatie’ ontbreekt in de wet

Zorgverlening vindt doorgaans plaats op basis van een doorverwijzing: er is een behandelrelatie conform de WGBO. De enige uitzondering op die regel is de 'spoedsituatie'. Belandt een patiënt op de Spoedeisende Hulp (SEH), dan is er nog geen behandelrelatie en derhalve geen grondslag voor toegang tot medische gegevens.

De Minister heeft deze situatie buiten het wetsvoorstel gehouden. In zijn brief van 20 december 2019 wordt duidelijk dat hij geen alternatief heeft voor het gebruik van een gecentraliseerd systeem (zoals het Landelijk Schakelpunt, LSP), met alle risico’s van dien. Een vergelijkbare aanpak zien we nu met de COVID-19 opt-out (door het Ministerie eufemistisch “opt-in” genoemd), waardoor iedere patiënt alsnog standaard in het LSP is opgenomen.

Privacy First vindt deze situatie bijzonder zorgelijk, vooral omdat dit voor patiënten betekent dat zij alsnog (indirect) gedwongen worden deel te nemen aan een ‘uitwisselingssysteem’, zoals bedoeld in Art 15a Wabvpz.

Een alternatieve oplossing met gebruik van een uitgeprinte toegangscode is eenvoudiger, veiliger, goedkoper, privacyvriendelijk en te combineren met zowel een decentrale als een gecentraliseerde architectuur. Alleen de patiënt en het systeem van de arts kennen de code en bij verlies kan eenvoudig een nieuwe worden aangemaakt. Wie toegang heeft tot het spoeddossier en wat daarin staat, kan worden ingesteld in het systeem van de arts.

Minimaal dient dit gat in de wet te worden gedicht, door de ‘spoedsituatie’ expliciet op te nemen in de memorie van Toelichting (§3.3.2, p.11).

De volledige inbreng van Privacy First bij het concept-wetsvoorstel staat op de website internetconsultatie.nl.

Gepubliceerd in Medische privacy
Pagina 1 van 2

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon