donatieknop english

Targeted surveillance in plaats van mass surveillance is de juiste way forward. Op 31 mei 2017 vond hierover een buitengewoon informatief en overtuigend paneldebat plaats in het Europees Parlement. Aan het debat namen de volgende experts deel: Sophie in 't Veld (lid Europees Parlement), Julian King (buitenlands en veiligheidsbeleid Europese Commissie), Bill Binney (voormalig technisch directeur NSA), Jan van Oort (chief engineer Kivu Technologies) en Federico Fabbrini (hoogleraar rechtsgeleerdheid, Stadsuniversiteit Dublin). Bekijk hieronder de hele video en trek zelf uw eigen conclusies:

Gepubliceerd in Videocorner
donderdag, 30 maart 2017 14:05

Concept-dagvaarding tegen sleepnetwet Wiv

Coalitie waarschuwt Eerste Kamer voor Wet op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

Op initiatief van Privacy First heeft een coalitie van maatschappelijke organisaties vandaag de Eerste Kamer gewaarschuwd: als de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) ongewijzigd wordt aangenomen, betekent dit een massale schending van het recht op privacy en andere fundamentele burgerrechten. Mocht de Senaat het huidige wetsvoorstel desondanks goedkeuren, dan volgt een rechtszaak tegen de Nederlandse Staat. Onder leiding van Boekx Advocaten heeft de coalitie daartoe vandaag een concept-dagvaarding (pdf) bij de Eerste Kamer ingediend. Naast Privacy First bestaat de kopgroep van NGO's vooralsnog uit de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA) en het Platform Bescherming Burgerrechten.

Fundamentele bezwaren

In onze uitgebreide concept-dagvaarding wordt uiteengezet welke fundamentele bezwaren de aangesloten organisaties hebben tegen de bevoegdheden die de diensten zullen krijgen met het nieuwe wetsvoorstel. Als de Wiv ongewijzigd door de Eerste Kamer wordt aangenomen, zal die wet een schending inhouden van het recht op privacy, het recht op vrijheid van meningsuiting en als onderdeel daarvan het recht op vertrouwelijke communicatie, het recht op een eerlijk proces en het recht op effectieve rechtsbescherming. De Grondwet schrijft voor dat de Wiv buiten toepassing moet blijven wanneer deze wet in strijd is met internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het EU Handvest van de Grondrechten. Tenminste zeven onderdelen van het wetsvoorstel voor de Wiv schenden die verdragen:

1) de bevoegdheid tot bulkinterceptie ("sleepnet");

2) de regeling van bronbescherming;

3) de bevoegdheid tot het hacken van derden;

4) de bevoegdheid om derden te dwingen om aan ontsleuteling mee te werken;

5) de regeling van de notificatieplicht;

6) de regeling over samenwerking met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten; en

7) de inrichting van het toezicht.

Dovemansoren

De bezwaren van de coalitie tegen het wetsvoorstel zijn eerder uitvoerig ter kennis van het kabinet en de Tweede Kamer gebracht. Vergelijkbare kritiek is eveneens geuit door o.a. de Raad van State, de Raad voor de Rechtspraak, het College voor de Rechten van de Mens, de Autoriteit Persoonsgegevens, de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en 29 vooraanstaande wetenschappers. Tot nu toe echter tevergeefs. De brede maatschappelijke bezwaren lijken aan dovemansoren gericht. De coalitie heeft daarom besloten om de kritiek op het wetsvoorstel te verwoorden in een dagvaarding, om daarmee zo helder mogelijk te laten zien welke juridische bezwaren er zijn tegen de nieuwe bevoegdheden die de inlichtingen- en veiligheidsdiensten krijgen. De kritiek is gebaseerd op rechtspraak van de hoogste Europese rechters, die de afgelopen jaren meerdere strenge vonnissen hebben uitgevaardigd over wetgeving met betrekking tot geheime diensten.

De coalitie hoopt dat de Eerste Kamer het huidige wetsvoorstel zal verwerpen en dat het niet nodig zal zijn de aangenomen wet aan de rechter voor te leggen.

Oproep

De huidige concept-dagvaarding kan nog worden aangevuld. Privacy First roept alle maatschappelijke organisaties en relevante bedrijven op om zich bij de coalitie aan te sluiten. Daartoe kan contact worden opgenomen met het Public Interest Litigation Project (PILP, t.a.v. Jelle Klaas) in Amsterdam.

Klik HIER voor de gehele concept-dagvaarding (pdf, 51 pp).

Lees ook Netkwesties.nl, 15 februari 2017: 'Rechtszaak dreigt tegen breed aangenomen WIV'.
Villamedia, 31 maart 2017: 'Mogelijke rechtsgang om sleepnetwet Wiv'.

Lees HIER het eerdere commentaar van Privacy First bij het huidige wetsvoorstel.

Gepubliceerd in Rechtszaken

Persbericht bureau Brandeis

Uit de Snowden-onthullingen blijkt niet dat de Amerikaanse en Britse veiligheidsdiensten, de NSA en GCHQ, op ongeoorloofde wijze inlichtingen verkrijgen. Dat heeft het Hof Den Haag geoordeeld in de zaak Burgers tegen Plasterk. Omdat dit volgens het Hof niet is vast komen te staan, worden de vorderingen van de coalitie van burgers en belangenorganisaties afgewezen. De coalitie wil dat de Nederlandse diensten de rechtmatige herkomst van gegevens verifiëren.Volgens de coalitie geven de vele onthullingen, vorige week nog vanuit WikiLeaks, aanleiding om de Nederlandse diensten te verplichten na te gaan hoe gegevens zijn verkregen die zij van buitenlandse diensten ontvangen. Op dit moment wordt geen navraag gedaan. De modus operandi van de diensten is geheim.

Die geheime werkwijze lijkt nu ook de redding te zijn van de Nederlandse Staat. Juist omdat de werkwijze geheim is, is de coalitie er volgens het Hof niet in geslaagd concrete schendingen van grondrechten aan te tonen in de samenwerking tussen de buitenlandse en Nederlandse diensten.

Het Hof onderzoekt niet of de Nederlandse wet, de Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten (Wiv), de diensten voldoende mandaat geven tot hun handelwijze. Die principiële vraag is ook een heet hangijzer in het wetsvoorstel voor een nieuwe Wiv, dat de Tweede Kamer onlangs heeft aangenomen, en blijft nu onbeantwoord. De toezichthouder, CTIVD, vroeg eerder ook aandacht voor het ontbreken van wettelijk mandaat voor het huidige beleid van de diensten.

Christiaan Alberdingk Thijm, een van de advocaten van de coalitie: “Dat uit alle onthullingen niet blijkt dat de buitenlandse diensten in strijd met de wet handelen, is gewoon niet juist. Iedere burger voelt op zijn water aan dat wat de diensten doen niet mag.”

Het arrest bevat ook een aantal goede overwegingen:

  • Het Hof bevestigt dat Nederlandse diensten zich moeten onthouden van het gebruik van gegevens waarvan bekend is of vermoed wordt dat zij door een buitenlandse dienst zijn verworven met een methode die inbreuk maakt op een grondrecht;
  • Het Hof geeft aan dat Nederlandse diensten geen gebruik mogen maken van de zogenaamde “U-bocht” constructie. Zij mogen buitenlandse diensten niet verzoeken activiteiten uit te voeren die zij zelf niet mogen uitvoeren;
  • Indien de Nederlandse diensten systematisch of willens en wetens gegevens van buitenlandse diensten ontvangen die zij zelf niet hadden mogen of kunnen verzamelen, levert dat volgens het Hof strijd op met de wet.

Cassatie

Het arrest betekent een vrijbrief voor de Nederlandse diensten om zonder rechtsbescherming grote hoeveelheden gegevens van haar burgers te verzamelen via buitenlandse inlichtingendiensten. De coalitie Burgers tegen Plasterk is het daar niet mee eens en gaat in cassatie bij de Hoge Raad.

Waar ging het ook alweer over?

Eind 2013 dagvaardt de coalitie “Burgers tegen Plasterk” de Nederlandse Staat, vertegenwoordigd door minister Plasterk van Binnenlandse Zaken. Aanleiding vormen de onthullingen van Edward Snowden over de praktijken van (buitenlandse) inlichtingendiensten. De coalitie eist dat de Staat stopt met het gebruiken van gegevens die niet in overeenstemming met de Nederlandse wet zijn verkregen. In 2014 struikelde minister Plasterk bijna over de zaak omdat hij de Tweede Kamer verkeerd had geïnformeerd over de werkwijze van de buitenlandse diensten in Nederland.

De coalitie is er in deze zaak niet op uit om de samenwerking met buitenlandse diensten als zodanig uit te bannen. Zij vindt wel dat er bij het samenwerken en bij het ontvangen van gegevens, waarborgen in acht moeten worden genomen. Gebeurt dat niet, dan komen gegevens die door de NSA en andere diensten in strijd met de Nederlandse wet zijn verkregen in handen van de Nederlandse inlichtingendiensten. Dit komt volgens de coalitie neer op het witwassen van data.

Coalitie Burgers tegen Plasterk

De advocaten van bureau Brandeis voeren het proces voor de coalitie van burgers en organisaties. Zij doen dat op basis van hun pro deo fonds voor maatschappelijke zaken. De deelnemende burgers zijn: Rop Gonggrijp, Jeroen van Beek, Bart Nooitgedagt, Brenno de Winter en Mathieu Paapst. De aangesloten organisaties zijn: Stichting Privacy First, de Nederlandse Vereniging voor Strafrechtadvocaten, de Nederlandse Vereniging voor Journalisten en Internet Society Nederland.

Bron: persbericht bureau Brandeis 14 maart 2017, https://www.bureaubrandeis.com/buitenlandse-diensten-handelen-niet-illegaal-vergaren-gegevens-burgers/.

Zie voor meer informatie en processtukken ook Hoger beroep en Europese interventie in zaak Burgers tegen Plasterk.

Gepubliceerd in Rechtszaken

"AIVD en MIVD kunnen aan de slag met betere bevoegdheden binnen een nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) indien ook de Eerste Kamer akkoord gaat. Dan verzamelt Privacy First een coalitie voor een rechtszaak om dit te voorkomen.

‘Mocht de Wiv ongeschonden door de Eerste Kamer komen, dan volgt er hoogstwaarschijnlijk een bodemprocedure met een brede coalitie van maatschappelijke organisaties en wellicht ook bedrijven. De eerste oriënterende gesprekken tussen Privacy First en relevante advocatenkantoren zijn daartoe reeds gepland’, zegt Vincent Böhre van Privacy First.

De meerderheid voor de wet tekende zich vorige week al duidelijk af met het grote debat in de Tweede Kamer. VVD, PvdA, CDA, Christenunie, VNL en SGP en ook PVV (ondanks twijfel van Martin Bosma) vinden het van groot belang dat de diensten meer armslag krijgen gezien dreigingen van terrorisme en geweld.

Ze vertrouwen erop dat er voldoende waarborgen zijn dat de AIVD en MIVD de nieuwe bevoegdheden, vooral om massaal data te vergaren zonder concrete verdenking, zonder privacyschending van onschuldige burgers zullen toepassen. Tegenstemmen kwamen van SP, GroenLinks, D66, Partij voor de Dieren en Denk, die menen dat de waarborgen en toezicht ernstig tekort zullen schieten. Dat geldt ook voor scheidend PvdA-kamerlid Astrid Oosenbrug.

Zie hier de stemming over de amendementen. Opvallend is dat bijna alle amendementen verworpen zijn en dat Kees Verhoeven (D66) en Linda Voortman (GroenLinks) de grootste verliezers zijn. Dat bleek al in het debat vorige week. Zo komt er bijvoorbeeld geen uitzondering voor journalisten.

Van de moties is een flink aantal aangenomen, vooral die van Carola Schouten van Christenunie. Echter, moties zijn zachter dan amendementen. Nog even ter herinnering het verschil tussen amendementen en moties:

Amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of een ontwerpbesluit naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen. Motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens, verzoek of opdracht wordt uitgesproken.

Aangenomen:

Amendement nr. 13 (Verhoeven, D66): communicatiebedrijven kunnen niet verplicht worden om hun encryptie te verzwakken of ‘achterdeurtjes’ in hun systemen te bouwen ten behoeve van afluisteren

Amendement nr. 31 (Voortman, GroenLinks): buitenlandse geheime diensten mogen niet zomaar communicatie aftappen op Nederlands grondgebied.

Motie nr. 55 (Recourt, PvdA): AIVD en MIVD worden verplicht om iedere ongerichte internettap (‘sleepnetbevoegdheid’) altijd zo gericht mogelijk in te zetten.

Motie nr. 56 (Recourt, PvdA): de CTIVD rapporteert binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze WIV over de noodzaak en gevolgen van de bewaartermijn van drie jaar voor data, in verband met de privacy en of de interceptie van data zo gericht mogelijk is geschied

Motie nr. 57 (Schouten, Christenunie): 1 miljoen euro extra voor toezichthouder CITVD en de nieuwe toezichthouder (vooraf) TIB

Motie nr. 58 (Schouten, Christenunie): CTIVD gaat onderzoek doen naar risico’s bij de uitwisseling van data met buitenlandse diensten, de mate waarin dergelijke data worden verkregen en de wijze waarop de diensten met deze data omgaan.

Motie nr. 59 (Schouwen, Christenunie): de regering laat een internationaal vergelijkend onderzoek doen naar de vormen van parlementaire controle van het werk van veiligheidsdiensten, en presenteert mogelijke modellen voor versterking van de Nederlandse parlementaire controle op het werk van AIVD en MIVD

Opvallend is dat de moties van Recourt en Schouten aantonen dat er onzekerheid bestaat bij het parlement over de juiste invulling van de wet en van de effecten, maar dat ze deze alvast aannemen in afwachting van evaluaties en nader onderzoek.

Deze gang van zaken en de parlementaire behandeling bevestigen de eerdere analyse dat het vrijwel onmogelijk is voor het parlement om een afdoende controle uit te oefenen op het werk van ‘geheime diensten’. Het komt neer op vertrouwen in de diensten en overtuiging van de noodzaak van meer bevoegdheden voor de veiligheid, en van daaruit zijn de uitgebreide, en ook breed onderbouwde bezwaren tegen de nieuwe wet grotendeels genegeerd."


Zie voor het volledige artikel inclusief hyperlinks en reacties http://www.netkwesties.nl/971/rechtszaak-dreigt-tegen-breed-aangenomen.htm, 15 februari 2017.
Zie ook https://www.computable.nl/artikel/nieuws/security/5955961/250449/tweede-kamer-stemt-in-met-aftapwet.html & https://www.security.nl/posting/503934/Tweede+Kamer+akkoord+met+Wetsvoorstel+veiligheidsdiensten.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Vandaag bespreekt de Tweede Kamer een wetsvoorstel dat zó ingrijpend is, zó ontoereikend en zó belangrijk, dat het beter is als de Kamer het uitstelt tot na de verkiezingen. Op de nieuwe wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten is in de voorfase al veel kritiek geweest en er zijn al zo veel veranderingen aangebracht dat het wetsvoorstel niet kan overtuigen. Doorslaggevend zijn de breedte en de kwaliteit van de adviezen die onder meer de huidige Commissie van Toezicht op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (CTIVD) nog onlangs leverde. Maar ook de open brief die 25 academici aan de Kamer schreven weegt zwaar. Die komt bovenop kritische reacties die eerder al de Raad van State en het College Bescherming Persoonsgegevens gaven. En bovenop de alarmkreten uit het veld. Privacy First sprak van een „totalitair voorstel”, Amnesty noemde het „onnodig en zorgelijk”.

Zolang de CTIVD echter stelt dat de voorgestelde onderscheppingsmogelijkheden van digitaal verkeer onvoldoende zijn ingeperkt, dat de belangen van derden onvoldoende meewegen, de omvang van de afgetapte data niet snel genoeg wordt beperkt en de kwaliteit van de dataverzameling onvoldoende zeker is – dan is aanvaarding van zo’n wetsvoorstel eigenlijk niet goed denkbaar. Althans dat zou zo moeten zijn.

Ook de chaotische manier waarop het toezicht op de nieuwe bevoegdheden zal worden geregeld, schept geen vertrouwen. De CTIVD zegt dat het kabinet een „gelaagd en complex stelsel” introduceert, door toetsing, toezicht en klachtbehandeling bij aparte instanties onder te brengen. De 25 academici adviseerden al één gespecialiseerde rechter aan te wijzen en de mogelijkheid te openen een „publieke advocaat” aan te wijzen. Die zou moeten adviseren over aftappen als er zware publieke belangen een rol spelen, of de belangen van verschoningsgerechtigden, zoals advocaten en journalisten in het spel zijn.

Mogelijk nog zwaarder weegt de veel te ruim geformuleerde macht die de veiligheidsdiensten krijgen om grote hoeveelheden communicatiedata in bulk af te tappen, drie jaar (!) op te slaan, te monitoren en vervolgens uit te wisselen met buitenlandse diensten. Dat zoiets in beginsel moet kunnen, is nog wel enigszins te billijken – de tijden van post, telefoon en telegrafie zijn wel voorbij. Maar het is alleen acceptabel als het is ingesnoerd in een stelsel van vernietigingsplichten, scherpe selectie op relevantie en harde eisen aan doel en duidelijkheid. Naar de mening van de meeste deskundigen ontbreekt dat nu. Dan is het geen schande om een dergelijk wetsvoorstel terug te sturen. Of terug te nemen."

Bron: NRC Handelsblad 8 februari 2017, p. 2; NRC Next 8 februari 2017, p. 30. Tevens online beschikbaar op https://www.nrc.nl/nieuws/2017/02/08/wet-inlichtingendiensten-is-even-ingrijpend-als-onrijp-6588317-a1544947.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Op 8 februari as. debatteert de Tweede Kamer met minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) over een wetsvoorstel waardoor de privacy van iedereen in Nederland geschonden dreigt te kunnen worden: de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. In dat kader verzond Stichting Privacy First vandaag een kritische brief aan de Tweede Kamer met ons commentaar op het huidige wetsvoorstel. Hieronder volgt de gehele tekst van onze brief (klik HIER voor de originele versie in pdf):

Geachte Kamerleden,

Volgende week zult u met de Minister van Binnenlandse Zaken in debat gaan over een – in onze ogen – uiterst totalitair wetsvoorstel: de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv). Zonder acute urgentie wordt dit wetsvoorstel momenteel onder hoge druk door het parlement behandeld.

Talloze bezwaren van gezaghebbende adviesorganen zoals de Raad van State, de Autoriteit Persoonsgegevens, de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), het College voor de Rechten van de Mens, de Raad voor de Rechtspraak en zelfs de continentale Raad van Europa zijn daarbij tot nu toe in de wind geslagen. Waarschuwingen vanuit wetenschap en bedrijfsleven worden structureel genegeerd. Onlangs organiseerde uw Kamer weliswaar een ‘hoorzitting’ rond het wetsvoorstel, maar tegenstanders van het wetsvoorstel waren daarbij niet welkom. Privacy First acht de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel tot op heden dan ook onvoldoende kritisch van opzet.

Wij zullen hieronder onze meest fundamentele bezwaren tegen dit wetsvoorstel daarom opnieuw voor u uiteenzetten en cruciale aanbevelingen doen.

Sleepnetbevoegdheid en bewaartermijn

Onder het huidige wetsvoorstel krijgen AIVD en MIVD de bevoegdheid om het internet grootschalig af te tappen, massaal te monitoren en de vergaarde data jarenlang op te slaan voor eventueel later gebruik of internationale uitwisseling, oftewel een digitaal sleepnet met onvoorzienbare afmetingen, doelen, gevolgen en neveneffecten. In ambtenarenjargon heet deze bevoegdheid “OnderzoeksOpdrachtGerichte interceptie” (OOG). Terecht noemde de Autoriteit Persoonsgegevens dit “het eufemisme van het jaar”. Deze bevoegdheid zal immers het ‘alziende oog’ van de Nederlandse rijksoverheid gaan vormen. Dit past niet in een democratische rechtsstaat.

De internationaalrechtelijk vereiste maatschappelijke noodzaak (art. 8 EVRM) van deze bevoegdheid is tot op heden onaangetoond. Reeds hierom acht Privacy First de invoering ervan onrechtmatig. Naar alle maatstaven is deze bevoegdheid bovendien volstrekt disproportioneel en niet in lijn met het vereiste van subsidiariteit (d.w.z. het verplicht gebruikmaken van het lichtste, meest privacyvriendelijke middel om een legitiem doel te bereiken).

Daarnaast is een dergelijke bevoegdheid tot op heden niet aantoonbaar effectief (laat staan efficiënt) en wellicht juist contra-productief wegens de enorme overload aan irrelevante data. Volstaan zou dan ook kunnen en moeten worden met targeted en tijdelijke surveillance van relevante individuen en groepen, waarbij de rest van de maatschappij met rust gelaten wordt. Dergelijke surveillance dient altijd zo gericht mogelijk te zijn en gepaard te gaan met strikte, bij wet voorziene, concrete waarborgen tegen misbruik. Dergelijke waarborgen ontbreken vrijwel volledig in het huidige wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel dient daarom verworpen te worden.

Illegale bewaartermijn

Onlangs oordeelde het Europees Hof van Justitie dat overheden nimmer gerechtigd zijn om data van onschuldige burgers massaal te (laten) verzamelen en op te slaan voor eventueel later gebruik in het veiligheidsdomein.[1] Het Hof baseerde zich hierbij mede op art. 8 EVRM (het recht op privacy). De opslagtermijn van 3 jaar in het huidige wetsvoorstel is hierdoor juridisch onhoudbaar en dient per direct uit het wetsvoorstel te worden geschrapt. Bij gebreke hiervan verwacht Privacy First dat deze bewaartermijn (evenals de massale tapbevoegdheid zelf) door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens onrechtmatig verklaard zal worden.

Internationale uitwisseling van bulk-data

Privacy First herhaalt hierbij haar fundamentele bezwaar tegen internationale uitwisseling van ongeëvalueerde bulk-data. Dergelijke uitwisseling overschrijdt alle juridische, ethische en morele grenzen, in elk geval waar het de data van een onschuldige burgerbevolking betreft. Privacy First verwacht dan ook dat deze bevoegdheid geen stand zal houden bij een internationale of Europese rechter en dringt er hierbij op aan om deze bevoegdheid te schrappen of grondig in te perken en van extra waarborgen te voorzien, waaronder een bindende rechtmatigheidstoets vooraf per geval.

Binnenkort zal het Hof Den Haag uitspraak doen over de kwestie van internationale uitwisseling tussen geheime diensten in de rechtszaak Burgers tegen Plasterk van Privacy First c.s. tegen de Nederlandse Staat. Tevens hebben Privacy First c.s. als derde partijen geïntervenieerd in de vergelijkbare Britse zaak van Big Brother Watch tegen het Verenigd Koninkrijk bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Privacy First ziet de uitspraken van beide hoven met vertrouwen tegemoet.

Databanken van derde partijen

De bevoegdheden tot het opvragen en gebruiken van gegevens zijn in het huidige wetsvoorstel vrijwel onbegrensd. Het voorstel maakt daartoe zelfs directe, automatische toegang tot de databanken van de gehele publieke en private sector (overheid én bedrijfsleven) mogelijk. Bij al deze derde partijen zullen bovendien ook complete databanken opgevraagd kunnen worden. Dit alles ten behoeve van heimelijke koppeling, datamining en profiling, waarmee real-time een uiterst gedetailleerd (zelfs voorspellend) beeld van groepen en individuen kan worden gecreëerd. Privacy First verzoekt uw Kamer hierbij met klem om deze bevoegdheden te schrappen of grondig in te perken en van wettelijke waarborgen tegen misbruik te voorzien, waaronder bindend rechtmatigheidstoezicht vooraf.

Hack-bevoegdheid en decryptiebevel

“De diensten dienen zo gericht mogelijk te werken en niet door middel van decryptie de digitale veiligheid van grote groepen gebruikers te ondermijnen”, zo schrijft de Minister terecht in de nota bij het wetsvoorstel.[2] De bevoegdheid om systemen van onschuldige derden (burgers en bedrijven) te kunnen hacken om zo een target te kunnen bereiken acht Privacy First echter te verregaand. Om deze reden is een dergelijke bevoegdheid in het domein van politie en justitie reeds uit het wetsvoorstel Computercriminaliteit III geschrapt. Niet valt in te zien waarom deze bevoegdheid desondanks wel aan AIVD en MIVD zou moeten toekomen. De huidige (reeds bestaande) bevoegdheid om systemen en communicatie van individuele targets te kunnen hacken acht Privacy First afdoende.

Bedrijven hebben het recht om hun systemen zo in te richten dat aan een decryptiebevel niet kan worden voldaan wegens de technische onmogelijkheid daarvan, bijvoorbeeld door gebrek aan sleutels. In minder democratische tijden en contreien kan dit recht voor bedrijven tevens omslaan in een maatschappelijke plicht, bijvoorbeeld om als bedrijf niet medeplichtig te worden aan onrechtmatige opsporing en vervolging. In de optiek van Privacy First dienen systemen bovendien zodanig te worden ontwikkeld dat hacking vrijwel onmogelijk is en de schade van een eventuele hack altijd zo beperkt mogelijk zal blijven. Privacy by design vergt immers niet louter de beste encryptie maar ook de beste compartimentering. Bovenstaande geldt mede ter verduidelijking van recente ongenuanceerde berichtgeving over het standpunt van Privacy First door de Telegraaf.[3]

Strafbare feiten

Privacy First herhaalt hierbij haar zorg over het feit dat de ongenormeerde bevoegdheid voor agenten om strafbare feiten te mogen plegen ongemoeid wordt gelaten. In de huidige Wiv uit 2002 bestaat de mogelijkheid tot nadere normering middels een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). De Commissie Dessens adviseerde die AMvB alsnog in te voeren, maar het kabinet maakt dit onmogelijk door de grondslag voor de betreffende AMvB uit de wet te verwijderen. Met een ongewisse politieke toekomst in het verschiet is dit voor de Nederlandse bevolking uiterst onwenselijk en gevaarlijk.

Notificatieplicht

In het huidige wetsvoorstel blijft de notificatieplicht slechts gelden voor individuele burgers en niet (ook) voor organisaties die evengoed targets kunnen zijn geweest. Naar aanleiding van eerdere kritiek hierop van Privacy First stelt de Minister in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel hierover het volgende: “De notificatieplicht vervult een rol in het kader van het bieden van rechtsbescherming aan de burgers tegen inbreuken op enkele specifiek aan hen toekomende grondrechten. De invoering van de notificatieplicht die ook geldt voor organisaties wordt (...) dan ook niet overwogen.”[4] Dit is aperte onzin. Het recht op privacy en (met name) het recht op vertrouwelijke communicatie gelden immers ook voor rechtspersonen en organisaties als zodanig (waaronder stichtingen, verenigingen en bedrijven), zeker in de context van dit wetsvoorstel.

Verschoningsgerechtigden

In het huidige wetsvoorstel krijgen advocaten en journalisten (terecht) extra bescherming middels voorafgaande toetsing door de rechtbank Den Haag bij de inzet van bijzondere bevoegdheden jegens hen. Privacy First adviseert om deze rechterlijke bescherming uit te breiden naar alle groepen verschoningsgerechtigden, waaronder artsen, notarissen en geestelijken. Tevens dient te worden voorzien in aanvullende waarborgen voor journalistieke bronbescherming.

Toezicht

Conform ons eerdere advies is Privacy First in principe positief over het nieuwe bindende rechtmatigheidstoezicht vooraf bij de uitoefening van bevoegdheden door AIVD en MIVD. Privacy First herhaalt hierbij echter dat dergelijke toetsing vooraf dient te gelden bij de uitoefening van álle bijzondere bevoegdheden door de diensten. Al het toezicht vooraf, tijdens en achteraf dient bovendien grondig en volledig te zijn; in geen geval mag sprake blijken van oppervlakkige rubber-stamping of toezichtshiaten. Daarnaast is Privacy First positief over de invoering van bindend klachtrecht voor burgers en organisaties, hetzij bij de nationale Ombudsman, hetzij bij de CTIVD, waarbij Privacy First een voorkeur heeft voor staatsrechtelijke positionering van het klachtinstituut als Hoog College van Staat aangezien dit de onafhankelijkheid ervan versterkt en bestendigt. In navolging van de CTIVD zou Privacy First overigens graag bevestigd zien dat dit klachtrecht ook door relevante maatschappelijke organisaties zal kunnen worden uitgeoefend in het algemeen belang (algemeen-belangactie) en/of namens een specifieke groep personen (groepsactie), ook indien voor die personen een individueel klachtrecht openstaat.[5] Dit is reeds staande praktijk bij de nationale Ombudsman en bevordert de effectiviteit en efficiëntie van de klachtenprocedure. Tevens zou Privacy First graag expliciet bevestigd zien dat deze nieuwe, quasi-rechterlijke procedure niet zal leiden tot niet-ontvankelijkheid van personen en organisaties met betrekking tot vergelijkbare rechtsvragen in relevante procedures bij de rechterlijke macht.

Actieve openbaarheid

Privacy First adviseert opnieuw om het wetsvoorstel alsnog te voorzien van een bepaling ter actieve openbaarmaking van (historische) documenten van de diensten. De praktijk van "declassification and transparency" in andere landen (waaronder voorheen de Verenigde Staten) kan in dit opzicht een bron van inspiratie vormen.

Peaceful use of cyberspace

In de recente nota van de Minister bij het wetsvoorstel schrijft deze dat “voor Defensie cyberspace het vijfde domein voor militair optreden geworden is (naast land, zee, lucht en de ruimte).”[6] Privacy First herinnert u hierbij graag aan het feit dat de ruimte in juridische zin geen militair domein is; hier geldt immers het internationaal recht van peaceful use of outer space. In onze optiek zou in cyberspace een vergelijkbaar internationaal regime van peaceful use dienen te gelden. Als ‘international legal capital’ zou Den Haag zich hier bij uitstek sterk voor kunnen maken.

Wetsvoorstel dient controversieel verklaard te worden

Een wetsvoorstel met een dusdanige (potentiële) impact op onze samenleving dient weldoordacht te zijn en de best mogelijke waarborgen te bevatten tegen onvoorzien gebruik en toekomstig misbruik. Bij het huidige wetsvoorstel is dit niet het geval. Privacy First adviseert u daarom om dit wetsvoorstel te verbeteren of te verwerpen, danwel het gehele wetsvoorstel controversieel te verklaren en het desgewenst alsnog grondig en kritisch te behandelen tijdens een volgende kabinetsperiode. Bij gebreke hiervan behoudt Privacy First zich het recht voor om het huidige wetsvoorstel, zodra van kracht, door de rechter te laten toetsen en onrechtmatig te laten verklaren.

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Hoogachtend,

Stichting Privacy First

 

[1] Zie HvJ 21 december 2016, gevoegde zaken C‑203/15 & C‑698/15 (Tele2 Sverige et al.), ECLI:EU:C:2016:970.

[2] Nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II 2016-2017, 34588, nr. 18, p. 66.

[3] Zie http://www.telegraaf.nl/binnenland/27260664/__Privacywaakhond_vindt_dat_kraken_WhatsApp _mag__.html (18 december 2016).

[4] Memorie van toelichting bij wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, Kamerstukken II 2016-2017, 34588, nr. 3, pp. 241-242.

[5] Zie CTIVD, Zienswijze op het wetsvoorstel voor een nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten d.d. 9 november 2016, Bijlage II (Kwaliteitsverbeteringen), p. 6.

[6] Nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II 2016-2017, 34588, nr. 18, p. 11.

Gepubliceerd in Wetgeving

Vandaag heeft het Nederlandse kabinet zijn langverwachte voorstel voor een nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel vormt een acute bedreiging voor de privacy van iedere Nederlander.

De voornaamste dreiging voor het recht op privacy in het wetsvoorstel bestaat uit de invoering van een massale internettap (sleepnet-bevoegdheid). De door het kabinet veronderstelde noodzaak hiervan is tot op heden echter niet aangetoond. Reeds hierom acht Privacy First het wetsvoorstel onrechtmatig. 

Daarnaast voorziet het wetsvoorstel onder meer in brede hack-bevoegdheden en bijbehorende decryptieverplichtingen (dit laatste zelfs op straffe van hechtenis), directe toegang tot databanken van overheid en bedrijfsleven, internationale uitwisseling van ongeëvalueerde bulk-data en eindeloze koppeling, datamining en profiling in massale hoeveelheden gegevens van voornamelijk onschuldige burgers. Deze excessieve uitbreiding van bevoegdheden gaat bovendien niet gepaard met bijbehorende waarborgen, zoals privacy by design. Ondanks het (eerder door Privacy First geadviseerde) versterkte toezicht op de diensten kan Privacy First dan ook niet anders concluderen dan dat het huidige wetsvoorstel in de kern ronduit totalitair is. In een wereld die in toenemende mate gekenmerkt zal worden door Big Data en het Internet of Things zal dit wetsvoorstel zich dan ook met name goed lenen voor toekomstig machtsmisbruik.

Privacy First herhaalt hierbij haar eerdere waarschuwing dat dit wetsvoorstel alsnog grondig ingeperkt danwel verworpen dient te worden. Bij gebreke hiervan behoudt Privacy First zich het recht voor om het wetsvoorstel, zodra van kracht, door de rechter te laten toetsen en onrechtmatig te laten verklaren.


Beluister tevens de reactie van Privacy First vanochtend bij BNR Nieuwsradio. Nader commentaar van Privacy First op het wetsvoorstel volgt binnenkort bij de parlementaire behandeling.

Gepubliceerd in Wetgeving

"De coalitie Burgers tegen Plasterk heeft het aangetekende hoger beroep toegelicht bij het gerechtshof in Den Haag in de zaak over het uitwisselen van data tussen geheime diensten. De coalitie diende hier een memorie van grieven voor in.

Op 23 juli 2014 berichtte Tweakers over een uitspraak van de rechtbank in Den Haag in een zaak tussen een coalitie van organisaties en burgers die de staat hadden aangeklaagd. De aanklagers wilden dat de Nederlandse staat zou stoppen met het gebruiken van privégegevens die in strijd met de Nederlandse wet zijn verzameld. Het ging over gegevens die onder andere door de Amerikaanse geheime dienst NSA aan de Nederlandse inlichtingendiensten doorgespeeld worden. De rechtbank oordeelde toen dat de staat daar niet mee hoefde te stoppen.

Het vonnis luidde dat het voor inlichtingendiensten 'dringend noodzakelijk' is om samen te werken met buitenlandse diensten, ondanks dat het ertoe kan leiden dat de geheime diensten informatie verzamelen en eventueel gebruiken die niet in lijn met de Nederlandse wet is verzameld. Daarmee heeft de rechtbank de Nederlandse AIVD en MIVD volgens Privacy First een 'carte blanche gegeven om zonder enige rechtsbescherming grote hoeveelheden gegevens van Nederlandse burgers te verzamelen via buitenlandse inlichtingendiensten' onder het kopje 'nationale veiligheid'.

De coalitie ging daarop in hoger beroep, waarbij de coalitie wel aantekent dat ze er niet op uit is om samenwerking met buitenlandse diensten tegen te gaan. De coalitie vindt dat bij samenwerken en bij het ontvangen van gegevens 'strikte waarborgen in acht genomen moeten worden'. Als dat niet gebeurt, kunnen gegevens die op manieren die in strijd met de Nederlandse wet verzameld zijn, toch in bezit van de Nederlandse diensten komen. De coalitie noemt dit omzeilen van de Wiv een U-bochtconstructie.

Voordat er een zitting plaats zal vinden en er een uitspraak gedaan kan worden in hoger beroep, moet de Nederlandse staat eerst antwoorden in een memorie van antwoord.

De coalitie schrijft verder dat ze onlangs is toegelaten bij een procedure die de Britse organisatie Big Brother Watch bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft aangespannen tegen het Verenigd Koninkrijk. De zaak bij het EHRM kan van belang zijn voor de Nederlandse zaak. (...)"

Bron: http://tweakers.net/nieuws/108033/burgercoalitie-aivd-heeft-van-rechtbank-carte-blanche-voor-dataverzameling.html, 8 februari 2016.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

De coalitie Burgers tegen Plasterk (waaronder Stichting Privacy First) heeft haar hoger beroep toegelicht bij het Hof Den Haag in de zaak over het internationale uitwisselingsregime tussen geheime diensten. Dat heeft de coalitie gedaan in een zogeheten Memorie van Grieven die op 2 februari jl. is ingediend bij het Hof Den Haag. In dit stuk zet onze coalitie uiteen waarom het vonnis van de rechtbank Den Haag onjuist is.

De rechtbank Den Haag heeft in haar vonnis, kort gezegd, geoordeeld dat de samenwerking en gegevensuitwisseling op basis van vertrouwen tussen Nederlandse geheime diensten en buitenlandse geheime diensten (waaronder de Amerikaanse NSA), gewoon mag worden voortgezet. Volgens de rechtbank geeft het belang van de nationale veiligheid de doorslag. Daarmee heeft de rechtbank de Nederlandse AIVD en MIVD in wezen een carte blanche gegeven om zonder enige rechtsbescherming grote hoeveelheden gegevens van Nederlandse burgers te verzamelen via buitenlandse inlichtingendiensten, louter vanwege het predicaat “nationale veiligheid”.

De coalitie Burgers tegen Plasterk acht dit vonnis flagrant in strijd met het recht op privacy en is in hoger beroep gegaan. De coalitie is er in deze zaak overigens niet op uit om de samenwerking met buitenlandse diensten als zodanig uit te bannen. Wij vinden echter dat er bij het samenwerken en bij het ontvangen van gegevens strikte waarborgen in acht moeten worden genomen. Gebeurt dat niet, dan komen gegevens die door de NSA en andere geheime diensten in strijd met de Nederlandse wet zijn verkregen illegaal in handen van de Nederlandse inlichtingendiensten. Dit komt neer op het witwassen van data middels een onrechtmatige U-bochtconstructie.

Onze advocaat Christiaan Alberdingk Thijm van bureau Brandeis: “Door NSA-data te gebruiken wordt illegaal verkregen data door Plasterk en zijn diensten witgewassen. Deze zaak moet daar een einde aan maken.”

Lees onze volledige Memorie van Grieven HIER (pdf).

Wat nu?

De Staat zal nu eerst op onze grieven moeten reageren in een zogenaamde “Memorie van Antwoord”. Daarna zal het hof een zitting plannen en uitspraak doen in hoger beroep.

Ondertussen is onze coalitie tevens toegelaten om te interveniëren in de procedure die de Britse organisatie Big Brother Watch e.a. bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) hebben aangespannen tegen het Verenigd Koninkrijk. Dit is een belangrijke ontwikkeling, omdat het EHRM hiermee al in een vroeg stadium een uitspraak zal kunnen doen die relevant is voor onze Nederlandse zaak. Klik HIER voor het recente ontvankelijkheidsbesluit van het Europese Hof (pdf) en HIER voor meer informatie over de Britse zaak op de website van het Hof.

De zaak Burgers tegen Plasterk

Eind 2013 dagvaardt de coalitie Burgers tegen Plasterk de Nederlandse Staat, vertegenwoordigd door minister Plasterk van Binnenlandse Zaken. Aanleiding vormen de onthullingen van Edward Snowden over de praktijken van (buitenlandse) inlichtingendiensten. De coalitie eist dat de Staat stopt met het gebruiken van gegevens die niet in overeenstemming met de Nederlandse wet zijn verkregen.

De zaak leidt in februari 2014 bijna tot de val van minister Plasterk. Het blijkt dat Plasterk de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd over de uitwisseling met buitenlandse diensten. De Nederlandse diensten hebben 1,8 miljoen gegevens aan de Amerikanen verstrekt en niet andersom, zoals hij eerder had verkondigd.

In juli 2014 wijst de rechtbank de vorderingen van de coalitie af, waarna de coalitie in hoger beroep is gegaan bij het Hof Den Haag.

Eind 2015 werd bekend dat de coalitie zich mag voegen in een Britse rechtszaak bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

De deelnemende burgers in de coalitie zijn: Rop Gonggrijp, Jeroen van Beek, Bart Nooitgedagt, Brenno de Winter en Mathieu Paapst. De deelnemende organisaties zijn: Stichting Privacy First, de Nederlandse Vereniging voor Strafrechtadvocaten (NVSA), de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) en Internet Society Nederland.

De zaak wordt vanuit bureau Brandeis behandeld door onze advocaten Christiaan Alberdingk Thijm en Caroline de Vries. Zij maken hiervoor gebruik van de middelen in het pro deo fonds van bureau Brandeis.

Update 9 februari 2016: vandaag diende de coalitie 'written submissions' in bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens; klik HIER (pdf).

"De privacy-actiegroep 'Burgers tegen Plasterk' gaat via het Europese Hof voor de Rechten van de Mens de afluisterpraktijken van de Nederlandse overheid aanvechten. "De directe aanleiding zijn de afluisterpraktijken waarbij de Amerikaanse NSA al onze data opslurpt en een deel van die illegale data aan de Nederlandse inlichtingendiensten geeft."

Het Hof heeft de [coalitie, waaronder Privacy First,] toegelaten tot een lopende Britse procedure van Big Brother Watch, een Engelse zaak die draait om het aftappen van internetverkeer. De Nederlandse [coalitie], die een einde wil maken aan het gebruik van NSA-data door de Nederlandse inlichtingendiensten, heeft hiermee een belangrijke overwinning behaald.

In 2013 kwam aan het licht dat de Amerikaanse inlichtingendienst NSA zich bezighield met illegale afluisterpraktijken, ook in Nederland. De [coalitie] Burgers tegen Plasterk zegt dat de Nederlandse inlichtingendienst AIVD en MIVD een deel van de in Nederland verkregen illegale data van de NSA krijgen en wil dat hier een einde aan komt.

Bijzondere beslissing
Advocaat Christiaan Alberdingk Thijm staat de [coalitie] bij en legt waarom de beslissing van het Europees Hof zo speciaal is: “Als je een schending van de mensenrechten wilt aankaarten bij dit Europees Hof, is de kans heel klein dat het lukt. 94 procent van de gevallen die daar worden aangekaart, worden direct afgewezen. Het is dus heel bijzonder dat onze zaak wordt behandeld door het Europees Hof van de Rechten van de Mens."

En nu mag de Nederlandse zaak zich dus voegen in een andere procedure. Alberdingk Thijm: “Wij worden nu als partij gehoord in een Engelse zaak die heel erg lijkt op onze zaak. De Engelsen konden alleen eerder naar het Europese Hof, omdat al hun [nationale] voorzieningen al waren uitgeput. In Nederland moet je eerst helemaal naar de Hoge Raad voordat je bij het mensenrechtenhof mag aankloppen."

Bindende uitspraak
De Nederlandse zaak ligt nu nog bij het gerechtshof Den Haag, maar de kans bestaat dat de hele gang naar de Hoge Raad nu overgeslagen kan worden. Alberdingk Thijm: “De uitspraken van het Europese Hof zijn bindend voor de Nederlandse rechter. Het Hof Den Haag zal de uitspraak van de Europees Hof moeten overnemen, wat wellicht grote gevolgen zal hebben." Dat betekent dus ook dat als de actiegroep in het gelijk wordt gesteld, dit grote gevolgen zal hebben voor de samenwerking tussen de Nederlandse en Amerikaanse inlichtingendiensten: “Er zal dan geen gebruik meer gemaakt mogen worden van de illegale data die de NSA in Nederland heeft afgetapt.”"

Bron: http://www.bnr.nl/nieuws/juridisch/329530-1601/nederlands-privacyprotest-naar-europees-hof, 6 januari 2016.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
Pagina 1 van 4

Onze Partners

logo demomedia
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
 
 
banner ned 1024px1IIR banner
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100logo CPDP 2017

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon