donatieknop english
vrijdag, 23 juni 2017 11:12

Het begon eigenlijk al in de peuterklas

Het begon eigenlijk al in de peuterklas. Mijn zoontje vertelde dat hij een filmpje had gezien op de computer. Een filmpje? Hoezo? Ik breng mijn kind niet naar de peuterspeelzaal om filmpjes te kijken, ik breng mijn kind om te spelen. Spelen met andere kindjes, omdat hij daar aan toe was. Bovendien wil ik bepalen welke filmpjes mijn kind te zien krijgt, als hij al filmpjes te zien krijgt. Andere ouders waren ook ontstemd, en toch was ik de enige die er wat van zei. De peuterleidster trok verbaasd een wenkbrauw omhoog en mompelde dat het toch allemaal niet erg was.

We should run through the forest  
We should swim in the streams  
We should laugh, we should cry,  
We should love, we should dream  
We should stare at the stars and not just the screens  
You should hear what I'm saying and know what it means  
                                    (Scare away the Dark – Passenger (singer-songwriter)

Inmiddels was de peuterklas tevens kinderopvang geworden en moesten er camera’s geplaatst worden als ‘tweede paar ogen’. Dat scheelde een personeelslid. Op het hoofdkantoor, ver weg in een andere stad, kon er dan meegekeken worden. Uiteraard werd ons toestemming gevraagd en verzekerd dat de beelden tijdig zouden worden vernietigd en in geen geval voor andere doeleinden zouden worden gebruikt. Nee zeggen was geen optie. En hoe konden wij controleren dat deze beelden inderdaad niet werden opgeslagen en voor andere doeleinden werden gebruikt? En zijn deze beelden inmiddels wel vernietigd?

Uiteraard werd er ook nog even wifi aangelegd. Men is nog niet eenduidig over het feit of dit al dan niet schadelijk is voor (kleine) kinderen en volwassenen. Toch heeft de Raad van Europa in 2011 een resolutie aangenomen welke de lidstaten aanbeveelt om geen wifi op (lagere) scholen en in kinderopvangen aan te leggen. In landen als Frankrijk, Israël, Rusland, Argentinië en Canada wordt hier gehoor aan gegeven. Maar goed, daar hoef je als ouder al helemaal niet mee aan te komen. Voordat je het weet ben je de ‘wifiheks’ en wordt je überhaupt niet meer serieus genomen.

Geschokt was ik toen ik mijn vierjarige zoontje voor het eerst naar de kleuterklas (groep 1/2) bracht en er opeens een groot digiboard aan de muur hing. De Google toolbar schreeuwde ons in felle kleuren tegemoet. Dat is dus het eerste wat je kind ziet als hij ‘s morgens de klas in komt. Het voelt bijna als hersenspoelerij. Wat doet een digiboard in een kleuterklas? En als het niet gebruikt wordt, moet het dan aanstaan? Met daarop het logo van Google? Vanwege het digiboard wordt het licht in de klas altijd gedempt. Zon of geen zon, de gordijnen zijn dicht, lichten uit en zonneschermen naar beneden.

De schoolcomputers stonden eerst nog op de gang. Kinderen uit groep 3 konden vrijelijk op internet surfen en deden dit dan ook. Combinaties van woorden die tot pornografische plaatjes zouden leiden werden openlijk ingetypt. Bij navraag bleek er geen kinderslot op de computers te zitten. En tja, de juffen konden toch niet alles in de gaten houden... Spelletjes met tanks die er op losschoten werden openlijk gespeeld, dat waren namelijk rekenspelletjes; zeer leerzaam.

Als mijn kleutertje naar de toilet moest lopen over de gang dan kon hij rechts van hem schietende tanks zien en nare pornoplaatjes, terwijl op het digiboard links in de klas nare beelden van het jeugdjournaal over terroristische aanslagen werden vertoond ofwel een filmpje van ‘twerkende’ dames werd bekeken.

Maar niet getreurd! ‘De ouders’ hadden besloten dat er Chromebooks aangeschaft zouden worden. ‘De Ouders’? Mij was niets gevraagd. Chromebooks zijn kleine laptops zonder harde schijf. Alle informatie wordt opgeslagen in de clouds van Google. De kinderen loggen in op hun eigen naam. Leuk, want ook in de kleuterklassen (groep 1 en 2 ) zouden ze worden gebruikt. Er zou meer toezicht zijn en misbruik van internet zou niet meer mogelijk zijn. O ja, en nu moest er door de hele school wifi komen, natuurlijk.

Inmiddels stonden al mijn nekharen overeind. Ik heb mij tot de directie gericht en gevraagd: wat is jullie beleid en visie ten aanzien van het computergebruik? Wat is het doel van het gebruik? Hebben jullie nagedacht over de veiligheid van de kinderen, zowel qua privacy (persoonsgegevens en leerresultaten) als qua gezondheid (nekklachten, gehoorklachten, oogklachten, wifistraling). Hoe werken deze computers? Wat doen onze kinderen eigenlijk op deze computer? Zit er een kinderslot op de computers? Worden de kinderen beschermd tegen schadelijke content? Opslag van de leergegevens van mijn kind in de cloud van Google, dat is toch niet veilig? De directie had eigenlijk geen antwoord, behalve dan dat wij de enigen waren die hier over klaagden en andere scholen hier ook allemaal niet mee bezig waren.

Na veel aandringen door mij werd er een avond georganiseerd over het ICT-gebruik binnen school. De avond was niet meer dan een marketing-praatje van de leverancier van de Chromebooks. Met open mond en kloppend hart heb ik zitten luisteren. Zelfs ik durfde deze avond nauwelijks wat te zeggen. Immers iedereen die vraagtekens zou zetten bij de digitalisering werd direct vergeleken met Khadaffi en Assad, die hun koninkrijken kwijt zouden hebben geraakt door niet met de tijd mee te gaan! Nou, durf dan nog maar wat te zeggen!

Kortom, durf als ouder maar eens op te komen voor de rechten van je kind. Als je al überhaupt weet wat deze rechten zijn.

Wij waren niet de enige ouders die zorgen hadden over de digitalisering op school. Wij waren wel de enige ouders die echt actie ondernamen. De houding van veel ouders is al gauw van ‘ach ja, het is de toekomst, je kan het toch niet tegenhouden’. Maar nee, het is niet de toekomst, het is het heden! En ja, het valt wel tegen te houden, je moet er alleen wat aan doen!

En dat is wat ik nu doe, samen met Privacy First. Ik wil andere ouders inspireren om op te komen voor de rechten van hun kinderen en hen wegwijs maken in de rechten die zij hebben. Het recht op privacy, het recht om ongezien fouten te maken in je jeugd, het recht op gezond onderwijs, het recht om niet verslaafd te raken aan apparatuur, het recht om jezelf te kunnen zijn en te kunnen blijven in alle vrijheid, zonder dat je van jongs af aan al geprofileerd wordt!


Door Simone van Dijk

Gepubliceerd in Kinderen en Privacy

Op dinsdag 20 juni as. houdt de Eerste Kamer een hoorzitting ("deskundigenbijeenkomst") over twee controversiële wetsvoorstellen: het wetsvoorstel over Automatische Nummerplaatregistratie (ANPR) en het wetsvoorstel Computercriminaliteit III ("politie-hackwet"). Op verzoek van de Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie diende Privacy First daartoe vorige week een beknopte position paper in over het wetsvoorstel ANPR. Hieronder staat de volledige tekst, klik HIER voor de originele versie in pdf. De hoorzitting is openbaar en zal op internet live te volgen zijn. Klik HIER voor meer informatie, het volledige programma en alle sprekers.


Geachte Kamerleden,

Dank voor uw uitnodiging om deel te nemen aan de deskundigenbijeenkomst inzake het wetsvoorstel ANPR (automatische nummerplaatregistratie).[1] Onder dit wetsvoorstel zal de politie de bevoegdheid krijgen om alle kentekens op de openbare weg 4 weken te bewaren voor opsporing en vervolging. In de optiek van Privacy First vormt dit een massale privacyschending. Hieronder zullen wij dit kort toelichten.

Huidige regels

Onder de huidige wetgeving dienen de ANPR-gegevens van onschuldige burgers binnen 24 uur te worden gewist. Alle kentekens die niet verdacht zijn (zogeheten “no-hits”) dienen zelfs direct uit de databases te worden verwijderd, aldus de Autoriteit Persoonsgegevens.[2] In een democratische rechtsstaat dienen onschuldige burgers immers zoveel mogelijk met rust te worden gelaten: het klassieke rechtsbeginsel is dat de overheid pas inbreuk mag maken op de privacy van een burger bij een redelijke verdenking van een concreet strafbaar feit. De huidige ANPR-praktijk is hiermee in lijn in die zin dat de “hits” kunnen worden gebruikt en de “no-hits” worden gewist. Deze praktijk vindt echter al jaren plaats op basis van een algemene vangnetbepaling: artikel 3 Politiewet. Daarbij is sprake van profiling. Dit voldoet geenszins aan de moderne eisen die het Europese privacyrecht aan het gebruik van ANPR stelt. Privacy First adviseert allereerst dan ook om de huidige ANPR-praktijk in te perken en alsnog van een specifieke wettelijke basis met strikte privacywaarborgen te voorzien.

Gebrek aan noodzaak en proportionaliteit

In plaats van de actuele ANPR-praktijk alsnog op privacyvriendelijke wijze te reguleren, vormt het huidige ANPR-wetsvoorstel een verregaande schending van het recht op privacy van vrijwel iedere automobilist. Onder dit wetsvoorstel zullen immers alle kentekens op openbare wegen (oftewel ieders reisbewegingen, locatiedata) 4 weken in een nationale ANPR-databank worden opgeslagen. Bovendien zullen deze ANPR-data onder meer worden gedeeld met de AIVD (onder de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zelfs middels directe toegang tot de ANPR-databank). Iedere automobilist wordt hierdoor een potentiële verdachte. Uit het ANPR-wetgevingstraject blijkt tot op heden echter geen enkele maatschappelijke noodzaak hiertoe: de laatste jaren lijkt ANPR slechts bij een handjevol misdrijven te hebben bijgedragen aan succesvolle opsporing en vervolging. Naar objectieve maatstaven weegt dit niet op tegen het opofferen van de privacy, bewegingsvrijheid en onschuldpresumptie van miljoenen automobilisten. Ter vergelijking: toen na 9/11 door het CDA werd voorgesteld om van de gehele bevolking vingerafdrukken af te nemen voor opsporingsdoeleinden, werd dit door minister van Justitie Korthals (VVD) direct verworpen. Korthals achtte dit voorstel disproportioneel, omdat op jaarbasis sprake was van circa 10.000 sporenzaken (met vingerafdrukken).[3] De Tweede Kamer was dit destijds met de minister eens. Massale opslag van ieders vingerafdrukken en telecommunicatiedata zijn inmiddels verboden. Derhalve valt niet in te zien waarom de opslag van ieders ANPR-data wel toegestaan zou moeten worden.

Van ‘mass surveillance’ naar ‘targeted surveillance’

Het huidige wetsvoorstel legt een fundamentele bouwsteen voor Nederland als toekomstige “surveillance society”. Nederland overschrijdt hiermee een principiële grens. Zowel binnen de Nederlandse maatschappij als in het buitenland maakt men zich hier grote zorgen over, zo bleek onlangs uit gesprekken tussen Privacy First en diverse ambassades in Den Haag. Op Europees niveau is immers juist sprake van een ontwikkeling in omgekeerde richting: van ineffectieve, inefficiënte en onrechtmatige “mass surveillance” naar effectieve, efficiënte en legitieme “targeted surveillance”, zo blijkt uit diverse baanbrekende uitspraken van de hoogste Europese rechters en groeiende communis opinio onder experts. Door dit wetsvoorstel aan te nemen slaat Nederland dus niet alleen een juridische en beleidsmatige flater, maar creëert het ook een gevaarlijk internationaal precedent.

Mogelijke rechtszaak

Het huidige wetsvoorstel dateert reeds van begin 2013 en heeft sindsdien – terecht – een moeizame geschiedenis achter de rug.[4] Reeds een jaar nadat het wetsvoorstel door voormalig minister Opstelten bij de Tweede Kamer was ingediend bleek het juridisch onhoudbaar, toen het Europees Hof van Justitie de massale opslag van ieders telecommunicatiedata (waaronder locatiedata) onrechtmatig verklaarde.[5] Wegens privacyzorgen lag de verdere behandeling van het wetsvoorstel vervolgens twee jaar stil, totdat dit door voormalig minister Van der Steur in september 2016 opnieuw werd geactiveerd. Drie maanden later volgde echter de genadeklap: in een nieuw, scherper verwoord arrest verklaarde het Europees Hof van Justitie de ongerichte, massale opslag van data van onschuldige burgers voor opsporingsdoeleinden (dataretentie) definitief onrechtmatig. Dit zou slechts rechtmatig kunnen zijn middels strikte gerichtheid in tijd, locatie, strafrechtelijk relevante personen en doelen.[6] Bij het gebruik van dergelijke data is bovendien voorafgaande rechterlijke toestemming geboden. Het huidige wetsvoorstel ANPR voldoet aan geen van deze eisen. Het wetvoorstel is daarmee onrechtmatig en dient door uw Kamer te worden verworpen. Bij gebreke hiervan zal Privacy First (in brede coalitie) de Nederlandse Staat dagvaarden en het wetsvoorstel onverbindend laten verklaren wegens schending van het recht op privacy (art. 8 EVRM).

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..


Hoogachtend,

Stichting Privacy First

 

[1] Wetsvoorstel Vastleggen en bewaren kentekengegevens door politie, Kamerstukken 33542.

[2] Zie College bescherming persoonsgegevens, Politiekorpsen handelen in strijd met de wet bij toepassing ANPR (28 januari 2010), https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/nieuws/politiekorpsen-handelen-strijd-met-de-wet-bij-toepassing-anpr.

[3] Zie Brief van de minister van Justitie d.d. 10 december 2001, Kamerstukken II, 2001-2002, 19637, nr. 635, p. 7.

[4] Voorheen was ook minister van Justitie Hirsch Ballin al in 2010 van plan om een vergelijkbaar voorstel in te dienen met een bewaartermijn van 10 dagen. Vervolgens verklaarde de Tweede Kamer dit voorstel echter controversieel.

[5] Hof van Justitie van de Europese Unie 8 april 2014, gevoegde zaken C-293/12 & C594/12 (Digital Rights).

[6] Hof van Justitie van de Europese Unie 21 december 2016, gevoegde zaken C-203/15 & C-698/15 (Tele2).

 

Update 20 juni 2017: de hoorzitting in de Eerste Kamer vanochtend was zeer divers en bijzonder kritisch; klik HIER voor de hele video en HIER voor de inbreng van Privacy First (vanaf 19m42s en 39m23s). Hieronder de volledige tekst van onze inleiding. Een formeel verslag van de bijeenkomst verschijnt binnenkort op de website van de Eerste Kamer.

Wetsvoorstel ANPR

Geachte Kamerleden,

Dank voor uw uitnodiging voor deze bijeenkomst. Zowel in onze position paper als tijdens deze bijeenkomst zal Privacy First voornamelijk ingaan op het wetsvoorstel ANPR. Dit wetsvoorstel vormt immers de voornaamste reden waarom u ons heeft uitgenodigd.

Reeds sinds de indiening van het oorspronkelijke voorstel van minister Hirsch Ballin in 2010 om ieders kentekendata, oftewel locatiedata, op te slaan voor opsporing en vervolging, heeft Privacy First het standpunt ingenomen dat een dergelijk voorstel volstrekt onrechtmatig is wegens gebrek aan noodzaak en proportionaliteit. Dit standpunt wordt inmiddels bevestigd door vaste Europese rechtspraak. Mocht dit wetsvoorstel desondanks tot wet verheven worden, dan zal Privacy First dit onverbindend laten verklaren wegens strijd met art. 8 EVRM.

Privacy First heeft dit de laatste jaren reeds diverse malen kenbaar gemaakt aan zowel de Tweede Kamer als aan minister Opstelten en minister Van der Steur persoonlijk. Bij onze meeting met minister Opstelten in juli 2013 waren tevens het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) en de Vereniging Privacy Recht kritisch aanwezig. Op het vooruitzicht van een rechtszaak tegen het wetsvoorstel ANPR reageerde minister Opstelten destijds als volgt, en ik citeer: “De rechter voert de wetgeving uit.” Alsof de rechterlijke macht slechts een verlengstuk van de uitvoerende macht zou zijn. Privacy First antwoordde daarop dat “de rechter tevens nationale wetgeving toetst aan internationale verdragen”. Daarna viel een pijnlijke stilte bij Opstelten en diens topambtenaren. Bij latere meetings met deze ambtenaren heeft Privacy First zich overigens nooit aan de indruk kunnen onttrekken dat hun verdediging van het wetsvoorstel enigszins “contre coeur” was. Dit was de laatste jaren ook het geval met wetten die op vergelijkbare wijze massale privacyschendingen teweeg zouden brengen, waaronder de opslag van ieders vingerafdrukken onder de Paspoortwet. Eind 2010 was er in heel Nederland geen ambtenaar meer te vinden die dat nog publiekelijk durfde te verdedigen. De maatschappelijke weerstand tegen dergelijke opslag was en is groot.

Zowel de opslag van ieders vingerafdrukken als de opslag van ieders telecommunicatiedata zijn inmiddels door diverse hoogste Europese rechters onrechtmatig verklaard. Privacy First hoopt dat het met dit wetsvoorstel ANPR niet zo ver zal hoeven komen. Hierbij verzoeken wij uw Kamer dan ook om dit wetsvoorstel te verwerpen.

Wetsvoorstel Computercriminaliteit III

Dan nog kort enkele opmerkingen over het wetsvoorstel Computercriminaliteit III: evenals bij het wetsvoorstel ANPR is bij dit wetsvoorstel nooit sprake geweest van een grondige en onafhankelijke Privacy Impact Assessment. Beide wetsvoorstellen lijken vooral gedreven door technologisch determinisme: alles wat technisch kán, wordt wettelijk mogelijk gemaakt. Evenals bij het wetsvoorstel ANPR zijn de vereiste maatschappelijke noodzaak en proportionaliteit tot op heden echter nooit hard aangetoond. Van enige inperking in technologische zin is bewust geen sprake: de werking van het wetsvoorstel zal zich uitstrekken tot alles wat met het internet in verbinding staat, in de toekomst dus vrijwel de gehele maatschappij, waaronder het Internet of Things, vitale infrastructuur en medische systemen. In politiekringen wil men zelfs rijdende auto’s kunnen hacken en stilzetten, met alle gevaren van dien voor de verkeersveiligheid. Het gebruik en misbruik van onbekende ICT-kwetsbaarheden wordt bovendien nauwelijks ingedamd, en de misdrijven waarbij dit wetsvoorstel kan worden ingezet kunnen voortdurend worden uitgebreid bij algemene maatregel van bestuur. Dat is geen privacy by design. Dat is function creep by design. Privacy First verzoekt uw Kamer dan ook om dit wetsvoorstel eveneens te verwerpen.

Gepubliceerd in Wetgeving

Targeted surveillance in plaats van mass surveillance is de juiste way forward. Op 31 mei 2017 vond hierover een buitengewoon informatief en overtuigend paneldebat plaats in het Europees Parlement. Aan het debat namen de volgende experts deel: Sophie in 't Veld (lid Europees Parlement), Julian King (buitenlands en veiligheidsbeleid Europese Commissie), Bill Binney (voormalig technisch directeur NSA), Jan van Oort (chief engineer Kivu Technologies) en Federico Fabbrini (hoogleraar rechtsgeleerdheid, Stadsuniversiteit Dublin). Bekijk hieronder de hele video en trek zelf uw eigen conclusies:

Gepubliceerd in Videocorner

Door Esther Gruppen, medewerker politieke research & monitoring bij Stichting Privacy First

Als het om privacy gaat rammelt het in de verkiezingsprogramma’s. De meerderheid van de partijen besteedt er weliswaar aandacht aan, maar het CDA, de SGP, de PVV en 50+ blijven ver achter, schrijft Esther Gruppen van Privacy First in een analyse van de verkiezingsprogramma’s.

Onder de noemer van terrorismebestrijding en veiligheid worden wij burgers steeds meer begluurd, bespied en besnuffeld. Een voorbeeld hiervan is het sleepnet waarbij internetverkeer massaal wordt afgetapt door veiligheidsdiensten ten koste van onze privacy. Massale verzameling van onze persoonsgegevens is sowieso nooit veilig. Dit bleek bijvoorbeeld toen de Belastingdienst onlangs op de vingers werd getikt door de Autoriteit Persoonsgegevens. Door een beveiligingslek zijn mogelijk de gegevens van miljoenen belastingbetalers in verkeerde handen gekomen. Met de verkiezingen in het vooruitzicht leek het ons goed om hetzelfde te doen als de overheid bij ons als burgers doet, namelijk ze eens goed doorlichten. Om die reden is Privacy First de verkiezingsprogramma’s gaan screenen met de vraag: zijn politieke partijen zich voldoende bewust van privacy? Een analyse van de verschillende verkiezingsprogramma’s geeft een goed beeld van dit burgerrecht: van veelbelovend tot schokkend.

Privacy First is vooral enthousiast over de verkiezingsprogramma’s van GroenLinks en D66, maar de Partij voor de Dieren en de Piratenpartij doen het ook goed. Deze partijen zien de kansen en voordelen van innovatie en technologische vooruitgang, maar erkennen ook de uitdagingen die hiermee gepaard gaan, bijvoorbeeld bij de inzet van Big Data en de risico’s van profiling. GroenLinks draagt verreweg de meeste privacy-onderwerpen aan. Bijvoorbeeld het plaatsen van taps in Nederland, wat hier aanzienlijk vaker gebeurt dan in omringende landen. Dit is onnodig en moet veranderen, aldus GroenLinks. Inlichtingen- en veiligheidsdiensten mogen niet langer taps plaatsen zonder tussenkomst van de rechter. De Partij voor de Dieren is het hiermee eens en zegt dat gegevens alleen mogen worden opgevraagd indien er sprake is van een concrete verdenking die door de rechter is getoetst. GroenLinks benadrukt ook dat de communicatie van journalisten en de communicatie tussen advocaat en cliënt niet mag worden afgeluisterd. Beiden zijn immers essentieel voor de persvrijheid en een functionerende rechtsstaat.

D66 doet niet veel onder voor GroenLinks en wil dat Nederland koploper wordt met de beste digitale infrastructuur, waarbij een open, vrij en veilig internet essentieel is. Daarnaast wil D66 betere randvoorwaarden voor het gebruik van drones. Drones kunnen tegenwoordig door particulieren, de overheid en het bedrijfsleven gebruikt worden voor verschillende doeleinden, maar mag dit allemaal zomaar? Mogen filmopnamen die gemaakt zijn door een drone in uw privé-omgeving überhaupt gemaakt worden zonder uw toestemming? Het is belangrijk dat de Tweede Kamer hier kritisch naar kijkt.

De Piratenpartij voegt hieraan toe dat we niet overal gefilmd mogen worden. Zij wil daarom dat we paal en perk stellen aan cameratoezicht. Daarnaast is deze partij voorstander van de mogelijkheid om anoniem te kunnen betalen en reizen. Zo mag een eenmalige OV-chipkaart niet duurder zijn dan een persoonlijke OV-chipkaart en is de Piratenpartij tegen automatische nummerplaatherkenning (ANPR), RFID-chips in kentekens en kilometerheffing. Interessant detail is dat de Piratenpartij voorstander is van asielverlening aan Edward Snowden.

Ook de SP, ChristenUnie en de PvdA maken zich sterk voor privacy. Vooral de ChristenUnie zet een duidelijk verhaal neer over de risico’s van technologische vooruitgang. Ze vraagt zich bijvoorbeeld af of iemand nog wel onschuldig is tot het tegendeel is bewezen, als iemand vaker geconfronteerd wordt met aanhoudingen en controles omdat deze persoon in een bepaald risicoprofiel valt. Ook de SP stelt voorop dat niemand bij voorbaat verdacht is. Daarom is ze tegen het Sleepnet dat desastreus is voor onze privacy. Privacy First ziet echter dat de SP zichzelf tegenspreekt. De SP is namelijk tegelijkertijd voorstander van betere informatie-uitwisseling over potentiële terroristen tussen geheime diensten in de EU en VS. Belangrijke randvoorwaarden hiervoor ontbreken. Zonder deze voorwaarden komen fundamentele rechten zoals het recht op privacy onder druk te staan.

Privacy komt er bij de PVV en het CDA slecht vanaf. Het wordt bij de PVV niet genoemd en bij het CDA slechts één keer. In de verkiezingsprogramma’s van VVD en SGP benoemen deze partijen het wel, maar zij hebben dramatische voorstellen over privacy. Zij stellen veiligheid namelijk structureel boven privacy. Ook verontrustend is een voorstel bij 50+: zij willen graag de invoering van een digitaal paspoort waardoor anoniem internetten niet meer mogelijk is. Het CDA, de SGP, de VVD, 50+ en de PVV moeten een voorbeeld nemen aan de partijen die het wél goed doen. Bijvoorbeeld aan de Piratenpartij, die overigens alle politieke partijen uitnodigt om hun standpunten te kopiëren, over te nemen, of anderszins te verspreiden. Deze uitnodiging dan maar ter harte nemen als het privacy betreft?


Lees HIER onze volledige analyse over privacy in de verkiezingsprogramma's 2017 (pdf, 33 pp).  

Gepubliceerd in Wetgeving

Op 19 januari 2017 organiseerde Stichting Privacy First op haar kantoorlocatie in het Amsterdamse Volkshotel haar jaarlijkse Nieuwjaarsborrel annex debatavond, klik HIER voor de uitnodiging en openbare aankondiging vooraf. Dit evenement stond ditmaal grotendeels in het teken van de ‘Shared Democracy’: na Athene (democratie 1.0) en onze huidige 19e-eeuwse parlementaire democratie (2.0) is het in de optiek van Privacy First hoog tijd voor verdere vernieuwing en meer burgerparticipatie: Shared Democracy, democratie 3.0! In zijn Nieuwjaarstoespraak gaf Privacy First voorzitter Bas Filippini hierop onze visie:

Shared Democracy

“Privacy First staat voor eigen keuzes in een vrije omgeving. Wij werken daarbij vanuit de klassieke principes van een democratische rechtsstaat en internationale verdragen. Dat doen wij onder meer door het voeren van rechtszaken, waaronder onze lopende zaken tegen kentekenparkeren en voor het recht op anonieme, contante betaling. Daarnaast zijn nieuwe zaken tegen automatische nummerplaatherkenning (ANPR) en het Systeem Risico Indicatie (SyRI) in de maak. We werken daarin samen met andere organisaties en advocatenkantoren. Naast onze rechtszaken voeren we voortdurend stille diplomatie richting alle relevante partijen.

Privacy staat nationaal en internationaal nog steeds onder druk en komt steeds meer onder druk te staan. Er is de laatste 15 jaar sprake van steeds minder vrijheid in plaats van meer vrijheid, zowel qua mobiliteit als in de financiële en medische sfeer. Onze conclusie na zeven jaar rechtszaken voeren is dat de huidige rechtsstaat onder druk staat en zich moeilijk kan verdedigen tegen erosie van binnenuit. Rechters hebben vaak moeite met principiële rechtszaken: ze durven het fundamentele privacyprobleem niet aan te pakken en willen zich enkel uitspreken over randzaken.

Onze huidige parlementaire democratie is nodig aan vernieuwing toe. Na de democratie 1.0 uit het oude Athene en onze huidige democratie 2.0 uit de 19e eeuw is het tijd voor een nieuw model: democratie 3.0. In die nieuwe democratie zou veel meer rekening gehouden moeten worden met moderne ontwikkelingen die onze democratie dreigen te ondermijnen. Privacy First wil graag naar een Shared Democracy 3.0 waarin de krachten die onze huidige democratie bedreigen juist ingezet kunnen worden voor een nieuwe, duurzame en democratische samenleving. Zo is er de veranderende rol van de media als vierde macht, waaronder social media en alternatieve media, die bepalen wat “het nieuws” is en wat “wel en niet waar” is. Daarnaast de veranderende rol van de burger: hoe zou je de burger meer kunnen betrekken bij burgerparticipatie en meer verantwoordelijkheden kunnen geven? En hoe kan je nieuwe technologie inzetten? Denk bijvoorbeeld aan elektronische platformen en blockchain technologie. Zoals de industriële revolutie milieuvervuiling veroorzaakte, zo veroorzaakt de informatierevolutie vrijheidsvervuiling en privacyvervuiling. Hoe kunnen we 'privacy by design' zo inzetten dat dit de democratie versterkt?

De macht van de overheid tegenover de burger is niet meer proportioneel. Er moet dus een machtsverdeling gaan plaatsvinden door onder andere meer burgerparticipatie. Hierdoor zal ook de overheid dichter bij de burger komen te staan, zowel op nationaal als op Europees niveau.

Op een vrij en privacyvriendelijk 2017!”

‘Hoeveel vrijheid gaan wij nog inleveren voor onze veiligheid? 100% veiligheid = 0% vrijheid’  Bas Filippini


Vervolgens hield ICT-onderzoeker Brenno de Winter een even boeiende als vermakelijke presentatie over actuele problemen rondom privacy, informatiebeveiliging en de huidige kloof tussen burger en bestuur:

Digitale stormvloed

“We zijn zo goed in digitaliseren geworden, dat we niet meer hoeven te werken. We checken zelf onze koffers in, kunnen binnenkort ook een winkel binnenlopen en inchecken, onze artikelen pakken, weer de winkel uitlopen en automatisch betaald hebben, een zelfrijdende taxi nemen, etcetera. Dat is een economische maatregel, met als groot voordeel dat we geen personeel meer nodig hebben. Het industriële tijdperk is voorbij. Wij zijn niet meer nodig. Waarom is dat zo bedreigend? Ik moet wel aan het eind van de maand de hypotheek kunnen betalen...

De Titanic had een paar eigenschappen die onze software-industrie ook heeft. De eerste eigenschap is dat we standaard een niveau proberen te creëren van een bepaalde veiligheid. En hoe meer veiligheidsmaatregelen je neemt (zoals sloepen aan een boot), hoe onzekerder mensen worden over de veiligheid. Daarnaast was er de keuze tussen een reddingsvest of een sloep, maar mensen met een reddingsvest stapten alsnog in een sloep, en als laatste kunnen we om hulp roepen als het mis gaat, maar dan hopen we wel gehoord te worden. We zijn op zoek naar een 'safety of life at sea', maar dan met data. We zullen moeten leren van de incidenten die we in het verleden hebben meegemaakt.

We zijn in de informatiemaatschappij nog heel erg onvolwassen. Bij data zijn er een heleboel risico’s die we niet kunnen voorzien. Gelukkig gaan er een heleboel dingen goed, zoals dat we veel ervaring hebben met de meldplicht van datalekken. Maar een van de dingen die veel gebeuren is dat er veel persoonsgegevens door een wasstraat worden gehaald, zodat het geen persoonsgegevens meer zijn. Die worden vervolgens doorgestuurd naar bijvoorbeeld Amerika en dan weer gekoppeld met gegevens uit Big Data, waardoor het wel weer persoonsgegevens zijn.

Het wordt tijd dat we dingen anders gaan benaderen. Waarom zien we onze persoonsgegevens niet meer als ons eigendom? Wanneer we persoonsgegevens (weer) als eigendom gaan zien, dan zullen we ook eisen dat indien we het uit handen geven, onze data goed beveiligd wordt. Als Google geld verdient aan mijn gegevens, dan hoor ik een businesspartner van ze te zijn. Daarnaast is de discussie veiligheid versus privacy een oneerlijke discussie. We weten namelijk niet wat er tegenover staat wanneer ik mijn privacy inlever. Het gaat er niet om of je wel of niet iets te verbergen hebt. Het gaat erom hoe jij omgaat met wat van jou is. Wanneer privacy wordt geschonden, dan worden meestal de andere mensenrechten in het kielzog meegenomen.”


Vervolgens was er een uitgebreid debat met het publiek (de opkomst overtrof de zaalcapaciteit), gevolgd door een gezellige borrel waar wij samen konden proosten op een privacyvriendelijk 2017.

Wilt u voortaan ook een uitnodiging voor onze evenementen ontvangen? Meld u dan aan voor onze mailinglist! Bent u al donateur van Privacy First? Hoe meer donaties Privacy First ontvangt, hoe meer van deze evenementen Privacy First zal kunnen organiseren en hoe sneller Nederland zich zal kunnen ontwikkelen tot Privacy Gidsland.

Gepubliceerd in Evenementen

Stichting Privacy First nodigt u graag uit voor haar Nieuwjaarsreceptie! Deze zal plaatsvinden op donderdagavond 19 januari as. op onze kantoorlocatie in Amsterdam. De avond zal grotendeels in het teken staan van de Shared Democracy: na Athene (democratie 1.0) en onze huidige 19e-eeuwse parlementaire democratie (2.0) is het in de optiek van Privacy First hoog tijd voor verdere vernieuwing en burgerparticipatie: Shared Democracy, democratie 3.0! In zijn Nieuwjaarstoespraak zal Privacy First voorzitter Bas Filippini hier onze visie op geven. Vervolgens vertelt ICT-onderzoeker Brenno de Winter over de problemen rond privacy, informatiebeveiliging en de huidige kloof tussen burger en bestuur. In zijn nieuwe boek Digitale Stormvloed legt hij pijnlijk bloot hoe informatiebeveiliging en privacybescherming tekortschieten en hoe we als samenleving kunnen sturen naar werkbare oplossingen.

Hoe kunnen we de Shared Democracy gebruiken om oplossingen te verwezenlijken? Graag gaan wij hierover met u in debat om gezamenlijk tot mogelijke antwoorden te komen, gevolgd door een borrel waar wij samen kunnen proosten op een privacyvriendelijk 2017!

Iedereen is welkom, toegang is gratis. Donaties aan Privacy First worden echter zeer op prijs gesteld. Aanmelden kan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., maar is niet verplicht.

Datum: donderdag 19 januari 2017, 20.00-22.00u (inloop vanaf 19.30u).
Locatie: Volkshotel, Wibautstraat 150 te Amsterdam (Betonnen Zaal, begane grond). Een routebeschrijving vindt u op www.volkshotel.nl/nl/#locatie.

Klik HIER voor de uitnodiging zoals Privacy First die onlangs aan haar netwerk verzond (pdf). Wilt u voortaan directe uitnodigingen voor onze evenementen ontvangen? Mail ons! Dan voegen wij u toe aan onze mailinglist.

uitnodiging PrivacyFirst jan2017

Gepubliceerd in Evenementen

Nieuwjaarscolumn Privacy First

Terugkijkend op 2016 ziet Privacy First een hernieuwde aanval op onze democratische rechtsstaat van binnenuit. De incidentgedreven politieke waan van de dag viert hoogtij en de controlewaanzin van de overheid is onstuitbaar, arrogant en door industrie en politieke lobby gedreven. De democratische principes van onze rechtsstaat worden steeds meer uit het oog verloren en omkering van rechtsprincipes is aan de orde van de dag. Elke (potentiële) aanslag wordt daardoor een aanslag op onze burgerrechten.

Huidige rechtsstaat niet in staat zichzelf te verdedigen

De geschiedenis is nog maar een dag oud in de huidige mediacratie en bestuurders zonder enig historisch en cultureel besef leveren hun en onze kinderen en toekomst uit aan een nieuwe elektronische dictatuur met de 4G-masten als kamppalen. Zelfstandig informerende burgers zijn inmiddels verworden tot “nepnieuws verspreidende populisten”. Na de overheid is nu ook de mainstream media de weg kwijt, lijkt het. Het model vanuit angst, haat en controle zoals gevoerd in autoritair geleide staten wordt steeds meer als de weg gezien. Met een sterke leider aan de top.

Privacy First heeft het al eerder aangegeven: wij zijn van mening dat staats-terroristen die de wetgeving telkens aanpassen naar beperking van vrijheden van burgers uiteindelijk vele malen schadelijker zijn voor onze samenleving dan de enkele straat-terrorist, hoe erg en schokkend een aanslag ook is voor de direct betrokkenen. Het vervelende is dat onze rechtsstaat zichzelf niet goed kan verdedigen tegen uitholling van de democratische principes van binnenuit: we hebben onder andere geen onafhankelijke toetsing georganiseerd op onze Grondwet. Wij zijn dan ook erg blij met de recente uitspraak van het Europees Hof waarin alle vormen van sleepnettechnieken bij voorbaat illegaal worden verklaard. Een top-uitspraak met verregaande gevolgen voor de staats-terroristen onder onze politici en ambtenaren. Een duidelijke streep in het zand.

Onze democratische rechtsstaat is ontstaan vanuit 19e eeuws denken en zal middels een maatschappelijk debat opnieuw vorm moeten worden gegeven, maar dan wel vanuit de basisprincipes van duizenden jaren ervaring van de mensheid in samenleven met elkaar. Vanuit liefde, vertrouwen en vrijheid als basisankers. Privacy First ziet een aantal veranderingen de afgelopen 150 jaar waar onze rechtsstaat geen of onvoldoende antwoord op heeft. Deze veranderingen van de afgelopen 150 jaar zullen geïntegreerd moeten worden in een nieuw model democratische rechtsstaat, die ten dele Parlementair en ten dele Shared zal moeten zijn. Met andere woorden: het democratische huis staat, maar zal aangepast moeten worden aan de wensen en ontwikkelingen van deze tijd.

Naar een Shared Democracy: aanpassing van de parlementaire democratie aan de huidige tijd

Privacy First nodigt (en daagt zonodig) elke Nederlander uit om te participeren in een brede maatschappelijke discussie tot vorming van een democratie 3.0. Na Athene (1.0) en onze parlementaire democratie vanuit de 19e eeuw (2.0) is het in onze ogen tijd voor het concept van de Shared Democracy (3.0), een disruptive denken / samenlevingsmodel waarbij wij 7 grote drivers identificeren die tot aanpassingen leiden van ons huidige 19e eeuwse systeem. Privacy First ziet deze 7 drivers momenteel ons huidige model van binnen en van buiten ondermijnen. Maar door anders te denken bieden zij ook juist de kans om te komen tot een nieuwe vorm voor de toekomst: de zogenaamde “Shared Democracy”.

1. Veranderde rol media naar “mediacratie”

In het 19e eeuwse model hadden de media nog niet de schaal en verspreidingsgraad van de huidige media. De invloed van de media is inmiddels zo groot dat deze als peiler meegenomen moet worden in de te vormen Shared Democracy.

2. Veranderende rol burger

De enorme financiële en sociale emancipatie, het verhoogde opleidingsniveau en de individualisering van burgers leidt momenteel tot een enorm spanningsveld binnen de zogenaamde parlementaire democratie van vertegenwoordiging van de stem van de burger. De burger wordt nog steeds vanuit het oude denken als een niet voor zichzelf op kunnen komend minderwaardig noodzakelijk kwaad gezien. De burger wil echter meebeslissen op tal van onderwerpen en dit zal in de Shared Democracy structureel ingebed moeten worden, ondersteund door de nieuwste technologie en communicatiemiddelen. Dit vanuit verschillende vertegenwoordigingsstructuren en participatief leiderschap vanuit eigen verantwoordelijkheid, iets waar de politiek en overheid nog ver in achterblijft in haar relatie met de burger.

3. Wetenschappelijke, technologische en informatie revolutie

Deze revolutie maakt nieuwe zaken mogelijk en geeft vrijwel real-time inzicht in ontwikkelingen en gebeurtenissen binnen de samenleving. Tevens maakt het internet en daaraan gekoppelde infrastructuren geheel nieuwe vormen van uitwisseling en marktplaatsen van ideeën en beslissingen mogelijk. En dat op grote schaal tussen verschillende gelijkgestemde of andersdenkende burgers, wereldwijd. Waar vraag en aanbod stroef verlopen duiken nieuwe diensten op die een disruptive effect op oude structuren hebben. Denk aan de duidelijke scheefgroei tussen burger en politiek. In de Shared Democracy kunnen hier vanuit een open en vrije houding compleet nieuwe en versterkende systemen en structuren voor worden opgezet. Vanuit privacy by design in wetgeving, uitvoering en inzet van technologie.

4. Ongeremde wildgroei overheid

Het huis is klaar, maar de aannemer blijft dagelijks in vol ornaat langskomen om te kijken of er nog klussen gedaan kunnen worden... onze overheid en dito invloed op het dagelijks leven en de economie van vandaag. De ongebreidelde groei van deze overheid moet per direct gestopt worden en teruggebracht naar normale proporties conform een op te stellen norm. De burger is er inmiddels voor de overheid in plaats van andersom. De macht van de (centrale) overheid staat inmiddels ook niet meer in verhouding tot die van individuele burgers. In de Shared Democracy zal een belangrijk item de grootte, macht en reikwijdte van de overheid moeten worden.

5. Beroepspolitici

Een zaak waar onze grondleggers in de 19e eeuw ook geen rekening mee hebben gehouden (ondanks de trias politica en machtsverdeling) is het feit dat de huidige (landelijke) politici veelal bestaan uit vertegenwoordigers die fulltime politicus zijn en/of daarnaast in een overheidsdienst vrij direct gerelateerd aan hun politieke functie werkzaamheden uitvoeren. Met andere woorden: die de verbinding met de samenleving kwijt zijn. En in feite hun hele leven op het geld van de burger leven zonder enig risico te lopen. In de Shared Democracy pleiten wij voor duidelijke keuzes in vertegenwoordigers van de burger en alle mogelijke mengvormen van burgers / vertegenwoordigers om daarmee een veel grotere betrokkenheid en verantwoordelijkheid van de individuele burger voor het politieke participeren in de samenleving te realiseren.

6. Financiële sector, schaalvergroting en massacontrole

Centralisatie en beheersing van geldstromen, losgekoppeld van onderliggende waarde holt economie en samenlevingen uit. De menselijk maat is steeds meer op de achtergrond verdwenen in de door financiële kasstromen overheerste modellen van schaalvergroting en efficiency. Met mantra’s als “cash is crimineel” wordt anoniem betalen uitgebannen en bankruns voorkomen zodat deze geen gevaar meer vormen voor destabilisatie van het systeem. Ook hier wordt het net steeds strakker om de burger gespannen en is geld niet meer van de burger maar van de overheid of de bank. In de Shared Democracy zal het recht op anonieme betaalmiddelen en de eigendomsverhoudingen van eigen middelen sterk verankerd moeten worden naar de toekomst, vanuit de huidige en toekomstige technologische mogelijkheden.

7. Supranationale elite van individuen en bedrijven

De mondialisering leidt tot een grote groep van bedrijven en mensen die losstaan van de nationale staat en samenleving en alleen profiteren van de rechten zonder mee te doen aan de plichten die gekoppeld zijn aan een samenleving. Nu informatie en macht binnen enkele zeer grote mondiale conglomeraten zijn samengebundeld ontstaan er meerdere financiële instellingen en bedrijven die groter zijn dan een nationale staat. De macht van de lobby van deze organisaties op de achtergrond vaart wel bij oude autoritaire piramidestructuren van gecentraliseerde politieke vertegenwoordiging. Binnen de Shared Democracy zal speciaal aandacht besteed moeten worden aan democratische inrichting en modelvorming op alle niveaus waarbij gecentraliseerde en gedecentraliseerde machtsverhoudingen continu in balans en meetbaar moeten zijn, ondersteund vanuit de meest geavanceerde technologie.

Hoe gaat de Shared Democracy hiermee om? Hoeveel vrijheid gaan we nog inleveren voor
schijn(h)veiligheid? 100% veiligheid = 0% vrijheid. Op welke schaal willen we ons gaan begeven en hoe richten we onze samenleving en democratisch bestel opnieuw in om onze principes vast te houden met het licht op de 7 drivers voor ontwikkeling?

Om deze vragen en mogelijke antwoordrichtingen verder vorm te geven organiseert Privacy First op 19 januari 2017 vanaf 19.30u in het Volkshotel in Amsterdam haar Nieuwjaarsreceptie die in het teken zal staan van de Shared Democracy.

Wij willen als Privacy First graag u allen uitnodigen om aan deze nieuwe beweging naar een Shared Democracy uw bijdrage te leveren op alle mogelijke communicatiekanalen in een open en vrij debat!

Bas Filippini
voorzitter Stichting Privacy First

Gepubliceerd in Columns

Na talloze rechtszaken in diverse Europese landen is de kogel nu eindelijk door de kerk: in een baanbrekende uitspraak heeft het Europese Hof van Justitie deze week bepaald dat een algemene bewaarplicht van telecomgegevens (dataretentie) onrechtmatig is wegens strijd met het recht op privacy. Deze uitspraak heeft verstrekkende consequenties voor surveillance-wetgeving in alle EU-lidstaten, ook in Nederland.

Eerdere dataretentie in Nederland

In Nederland werden sinds 2009 onder de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie ieders communicatiegegevens (telefonie- en internetverkeer) respectievelijk 12 maanden en 6 maanden door telecomproviders opgeslagen voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Deze Nederlandse dataretentie-wetgeving vloeide voort uit de Europese Dataretentierichtlijn van 2006. In april 2014 verklaarde het Europese Hof van Justitie deze Europese richtlijn echter ongeldig wegens strijd met het recht op privacy. Vervolgens weigerde minister Opstelten (Justitie) de Nederlandse Wet Bewaarplicht Telecommunicatie in te trekken, waarna een brede coalitie van Nederlandse organisaties en ondernemingen in kort geding eiste dat de wet buiten werking zou worden gesteld. De eisers in dit kort geding waren Stichting Privacy First, de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA), de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), internetprovider BIT en telecomaanbieders VOYS en SpeakUp. De zaak werd gevoerd door Boekx Advocaten in Amsterdam, en met succes: in een uniek vonnis (wetten worden zelden door rechters buiten werking gesteld, laat staan in kort geding) stelde de rechtbank Den Haag op 11 maart 2015 per direct de gehele wet buiten werking. Vervolgens besloot de Staat niet in hoger beroep te gaan, waardoor het vonnis sindsdien definitief is. Vervolgens zijn de betreffende data bij alle relevante Nederlandse telecombedrijven gewist. Tot problemen in het kader van strafrechtelijke opsporing en vervolging lijkt dit tot nu toe niet te hebben geleid.

Europees Hof maakt definitief gehakt van massale data-opslag

Het oordeel van het Europees Hof uit april 2014 liet helaas nog enige ruimte voor interpretatie in hoeverre brede, algemene opslag van ieders communicatiedata alsnog zou kunnen worden toegestaan, bijvoorbeeld door streng rechterlijk toezicht vooraf op de toegang en het gebruik van die data. In een Zweedse en Britse zaak over dataretentie hakt het Europees Hof die knoop nu alsnog door ten gunste van het recht op privacy van iedere onschuldige burger op Europees grondgebied:

"Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verzet zich tegen een nationale regeling die, ter bestrijding van criminaliteit, voorziet in algemene en ongedifferentieerde bewaring van alle verkeersgegevens en locatiegegevens van alle abonnees en geregistreerde gebruikers betreffende alle elektronische communicatiemiddelen." Aldus het Hof.

Oftewel: massale opslag van ieders data ter opsporing en vervolging van strafbare feiten is onrechtmatig. Volgens het Hof gaat dit immers "verder dan strikt noodzakelijk en gerechtvaardigd is in een democratische samenleving".

In diplomatieke bewoordingen zegt het Hof hier eigenlijk dat dergelijke wetgeving niet thuishoort in een democratische rechtsstaat, maar in een totalitaire dictatuur. Dat is ook precies de bestaansreden van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (geïnspireerd door universele mensenrechten) waarop het oordeel van het Hof gebaseerd is.

Consequenties voor Nederland

Onlangs heeft Minister Van der Steur ("Veiligheid en Justitie") opnieuw een wetsvoorstel ter herinvoering van een brede, algemene telecom-bewaarplicht ingediend bij de Tweede Kamer. Tevens is momenteel een vergelijkbaar wetsvoorstel ter herkenning en bewaring van de kentekens van alle auto's in Nederland (oftewel ieders reisbewegingen, locatiedata) aanhangig bij de Eerste Kamer. Beide wetsvoorstellen zijn na de uitspraak van het EU Hof bij voorbaat onrechtmatig wegens strijd met het recht op privacy. Hetzelfde geldt voor geplande massa-opslag van kabeldata onder de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (en de internationale uitwisseling daarvan), eventuele toekomstige herinvoering van centrale databanken met ieders vingerafdrukken, nationale DNA-databanken, nationale registers met ieders financiële transacties, etc. etc.

Na de huidige uitspraak van het EU Hof is voor het Nederlandse kabinet dan ook maar één conclusie mogelijk: zowel het wetsvoorstel met de nieuwe telecom-bewaarplicht als het wetsvoorstel voor massale kentekenregistratie dienen per direct te worden ingetrokken. Zo niet, dan zal Privacy First dit opnieuw bij de rechter afdwingen. Hetzelfde geldt voor andere wetsvoorstellen waardoor het recht op privacy van onschuldige burgers massaal dreigt te worden geschonden.


Lees ook: https://www.nrc.nl/nieuws/2016/12/22/eu-hof-beperkt-opslag-van-data-tegenslag-voor-terreurbestrijders-5891446-a1537920 & https://www.security.nl/posting/497384/Privacy+First+dreigt+kabinet+met+rechtszaken+na+uitspraak+EU-hof.


Privacy First wenst u fijne feestdagen en een privacyvriendelijk 2017!  

Gepubliceerd in Wetgeving

Privacy First is een politiek neutrale organisatie. Wel is Privacy First altijd graag bereid om met iedere politicus in gesprek te gaan of als spreker op te treden bij een politiek symposium. Daarbij zonderen wij geen enkele persoon of partij uit: de ervaring leert ons juist dat gesprekken of optredens bij onze "privacy-opponenten" vaak wederzijds het meest leerzaam, nuttig en inspirerend zijn. Vaak blijkt er sprake van gedeelde principes, visies en idealen. Zo kreeg Privacy First dit jaar onder meer het podium bij GroenLinks, maar ook bij de SGP Jongeren. Hieronder een voorbeeld van een toespraak die Privacy First voorzitter Bas Filippini eerder dit jaar gaf bij het D66-symposium "Privacy van de 19de naar de 21ste eeuw":


"Een definitie van privacy is niet eenvoudig te geven. Privacy First ziet de definitie van privacy vanuit een democratische rechtsstaat. Voor ons is privacy persoonlijke vrijheid en zodoende de basis van de democratische rechtsstaat. Als het in het klein al niet goed gaat met onze vrijheid, wat is dan het resultaat in het groot?

Tijdens de voorbereidingen voor deze presentatie waren twee zaken belangrijk. Ten eerste is daar de recente Big Brother-brief van minister Van der Steur. Dat is precies de richting waarop het volgens ons niet op moet gaan, want die brief is ingegeven door incidenten en de politieke waan van de dag. Er vond in Brussel een aanslag plaats en vervolgens komt de minister met allerlei voorstellen om de vrijheid nog verder te beknotten en in te perken. Deze brief is op 24 juni naar de Tweede Kamer gestuurd. Eerder dit jaar vergeleek Alexander Pechtold bij Nieuwsuur de privacy-beweging met de anti-houtzagerijbeweging uit de 17de eeuw. Ik dacht dat D66 juist pro privacy was, dan verwacht je zo’n vergelijking niet van de voorman. En voor privacy zijn is dus niet tegen vooruitgang zijn!

Discussies kunnen wel degelijk voor de privacy en voor de vooruitgang worden gevoerd, want dat kan prima samengaan. Sterker nog, als je er goed over nadenkt, dan kun je de rechtsstaat enorm versterken met behulp van technologie. Privacy First pleit voor eigen keuzes in een vrije omgeving. Het is zodoende belangrijk dat die omgeving ook vrij blijft.

De burger nemen wij als zelfstandig individu serieus. 47% van onze bevolking heeft inmiddels minimaal een HBO-opleiding en ook zonder opleiding kunnen burgers grote verantwoordelijkheid aan.

Wij hebben enorme verkeersstromen in Nederland en dat gaat vrijwel altijd goed, omdat wij daaraan meedoen vanuit vertrouwen in elkaar. Wij gaan dus niet uit van wantrouwen. Met vertrouwen gaat het altijd wel goed en valt veel uiteindelijk ook wel mee. Als je de hele dag naar incidenten gaat kijken, bijvoorbeeld als je werkt in een ziekenhuis, dan zie je de hele dag patiënten en wat er mis gaat. Zo werkt dat bij politie en justitie ook een beetje, is onze ervaring. Vervolgens komt er een leverancier van nieuwe technologie en we gaan prachtige speeltjes implementeren en daar moeten we ook nog wat voor organiseren. Dan komt men erachter dat er ook nog wetgeving is of dat sommige technologie helemaal niet voldoet aan de principes van de rechtsstaat. Om dan vervolgens de wetgeving maar aan te passen! Bas Filippini

In een rechtsstaat zoals ik ernaar kijk, zou je eerst moeten kijken naar de principes, dan naar wetgeving, daarna naar de uitvoering en dan pas kijk je naar wat je kunt ondersteunen met slimme technologie. Aansluitend bij Alexander Pechtold, het internet is bij uitstek het platform waar vraag en aanbod bij elkaar kunnen komen. Gebruik als overheid daarom het internet om de actieve participatie van burgers te gaan vergroten. En niet met het platgeslagen uitgangspunt dat een referendum slechts bestaat uit ‘ja’ of nee’. Hebben wij weleens een goede discussie met z’n allen gevoerd over welke typen referenda er zouden kunnen zijn? Welke typen van elektronische burgerparticipatie zouden er mogelijk kunnen zijn? En met welke technieken? Wat zijn de voors en tegens ervan? Als je een ideeënbus hiervoor opent bij een willekeurige krant, dan komen er ook ontzettend veel ideeën van burgers. Hoe vergroot je burgerparticipatie? Kijk ook naar andere landen, kijk ook naar Zwitserland. Daar wordt burgerparticipatie serieus genomen. Daar krijgen de burgers aan het begin van het jaar een hele waslijst om keuzes te maken. Ik zeg niet dat dat het Walhalla is, maar ik vind wel dat je naar alle mogelijkheden moet kijken hoe je informatietechnologie kunt gaan inzetten ter versterking van onze democratie die eigenlijk pas honderd jaar een beetje op ons huidige niveau functioneert. Daarvoor hebben we elkaar tweeduizend jaar de koppen ingeslagen.

Laten wij weer eens kijken naar die waan van de dag. Terrorisme wordt inmiddels gelijkgesteld met criminaliteit in de Big Brother-brief van Van de Steur. Wij zien een enorm glijdende schaal in aanvullingen en uitbreidingen op ingevoerde wetgeving voor terrorisme, de zogenaamde ‘function creep’. Heel veel maatregelen worden in eerste instantie ingevoerd met een legitieme reden. Een crimineel doet iets, maar ik vraag me altijd af hoe vaak dat voorkomt en of alle processen van de organisatie daarvoor moeten worden aangepast. In het bedrijfsleven passen we ook niet de gehele organisatie aan op een enkele uitzondering. Daar zeggen wij dat uitzonderingen de regel bevestigen. Uitzonderingen bevestigen de regel dat wij in onze democratie uitgaan van liefde, vertrouwen en vrijheid in plaats van angst, haat en controle. Ik zie de laatste drie woorden als standaard-pandoer om de democratie aan te tasten.

Even praktisch, want wat staat onder andere in de Big Brother-brief van minister Van der Steur? Dat alle kentekens gedurende vier weken zullen worden opgeslagen. Het is een sleepnetverhaal. Big Data, Internet of Things, dat zijn zaken waar die ministeries blijkbaar toch enorm opgewonden van raken. Maar dat zijn enorme atoombommen voor onze persoonlijke vrijheid die tot gedragsveranderingen kunnen leiden en ‘chilling’ effecten kunnen veroorzaken in de maatschappij. Het lijkt soms net alsof mensen niet goed weten aan welk hendeltje zij eigenlijk trekken. Wij noemen dat ‘goedbedoeld amateurisme’ als je dit soort zaken gaat implementeren.

Verder hebben wij daar het registreren van negatief gedrag, het elimineren van anoniem bellen en nog veel meer. Op basis van allerlei wiskundige formules kunnen wij allerlei bewegingen zien, zoals energieverbruik gekoppeld aan de kentekens in Nederland, waardoor wij precies kunnen zien of jij in het gevarengebied valt. Oftewel of je de volgende bent in het rijtje fraudeurs, mogelijke fraudeurs etcetera. Deze tendens wordt ondersteund door campagnes van het bedrijfsleven dat het ‘cool’ is om met deze zaken bezig te zijn, namelijk het inruilen van je eigen privacy en integriteit voor diensten van de overheid en het bedrijfsleven. Ik vind dat principes die zo basaal voor onze maatschappij zijn, geen ruilmiddel mogen zijn om dienstverlening te krijgen.

Maar denk ook aan discriminatie. Mijn anonieme OV-chipkaart geeft namelijk geen recht op kortingen. Dat is eigenlijk discriminatie van mensen die voor privacy gaan. De drie basisprincipes van liefde, vrijheid en vertrouwen lijken hele softe begrippen, maar als je er goed naar kijkt, dan zijn die begrippen veel harder en veel basaler om juist harde uitvoering te garanderen. Denk ook aan de NSA en de minachting die zij hebben voor de burger, welke als ‘zombies’ uit 1984 worden neergezet. Dat ging niet over spionnen, maar over de eigen burgers. De burger is er dus voor de overheid, terwijl wij dachten dat de overheid er juist voor de burger was. D66 30juni2016 5

Je zult zodoende duidelijke ‘checks and balances’ moeten inzetten, omdat er sprake is van een ongelijk speelveld tussen enerzijds de individuele burger en anderzijds het bedrijfsleven en de overheid met heel veel geld. Wij hebben goede advocaten en voeren regelmatig rechtszaken die handen vol met geld kosten. En dan zie je dus hoe moeilijk het is om als individu zaken te veranderen in een rechtsstaat. Wij pleiten er zodoende ook voor om dat makkelijker te gaan maken.

Wij geloven in onze missie ‘Nederland Privacy Gidsland’. Ik maak graag een vergelijking tussen ‘straat-terrorisme’ en ‘staats-terrorisme’. Dat laatste wordt gerealiseerd door langdurige vrijheidsbeperking in telkens weer nieuwe wetgeving. Het gaat in ‘slices’ en tel je die allemaal bij elkaar op, dan krijg je een heel naar gevoel, een beetje een ongemakkelijk gevoel. Je ziet een elektronische gevangenis, een uitstekende elektronische gevangenis die prachtig is gemaakt en de meest efficiënte ter wereld is. Maar daar hebben wij niet om gevraagd. Mag dat óók?

Hoog tijd dus voor politieke actie. Het is nu tijd voor een echte maatschappelijke discussie over de inzet van hi-tech middelen en platformen én met privacyvriendelijke technologie. En ik denk dat wij daar als Nederland goede sier mee kunnen maken, ook economisch. Want net als bij duurzaamheid is aan privacy geld te verdienen.

Ik denk dus dat actievoeren nieuwe stijl ook bedrijfsmatig kan zijn. Het hoeft niet altijd een lampionnentocht in de Himalaya te zijn, want dat vergeet men vaak de volgende dag. Ik wil de middelen van onze rechtsstaat inzetten en dat zijn niet alleen rechtszaken, maar ook politieke lobby en informele gesprekken vanuit een positieve grondhouding. Wij gaan zodoende voor Nederland Privacy Gidsland in plaats van overal tegen te zijn!"


Onlangs verscheen in het D66-magazine 'Idee' tevens een uitgebreid interview met Privacy First directeur en jurist Vincent Böhre; klik HIER voor het hele interview (pdf).

Gepubliceerd in Columns

In hoeverre bestaat er een recht op contante of anderszins anonieme betaling? Hoe kan dit recht juridisch worden versterkt en technisch worden gerealiseerd?

Op donderdagavond 7 april 2016 vond op de kantoorlocatie van Privacy First (Volkshotel, Amsterdam) een enerverend publieksdebat plaats over het recht op anonieme betaling. Privacy First organiseerde dit debat omdat anoniem betalen steeds meer onder druk komt te staan. Contant betalen wordt uitgebannen, zonder dat daar anonieme digitale alternatieven voor in de plaats komen.

Privacy First voorzitter Bas Filippini opende de avond en het debat werd geleid door moderator Ancilla Tilia (columnist FD). Voor het debat waren een viertal gastsprekers uitgenodigd: Vincent Jansen (Innopay – Payments & Digital Identity), Bram Scholten (DNB), Eric Verheul (KeyControls/Radboud Universiteit Nijmegen) en Olivier Oosterbaan (Leopold Meijnen Oosterbaan Advocaten).

Publieksdebat onder leiding van Ancilla Tilia

Ancilla Tilia begon de avond met haar column voor het Financieel Dagblad ‘Ik ben niet mijn bankrekening’, waarin zij zich afvraagt: ‘Wie komt er op voor het behoud van contant geld?’


Bas Filippini – voorzitter Privacy First

Vervolgens was het woord aan Privacy First voorzitter Bas Filippini. In zijn voorwoord benadrukte Filippini dat privacy niet alleen zij aan zij staat met veiligheid, maar dat het een basisprincipe is van onze democratische rechtsstaat. Het is een fundamenteel recht om anoniem te kunnen zijn in de openbare ruimte. Het recht op anonieme betaling vormt hier een belangrijk onderdeel van. We zijn de laatste jaren echter gegaan van ‘Cash is King naar Cash is Crimineel’. Filippini is benieuwd of er privacyvriendelijke alternatieven bestaan voor bankbiljetten en klinkende munten, en om te kijken of technologie het principe van anoniem betalen kan ondersteunen in plaats van ondermijnen.

Cash is king


Olivier Oosterbaan – Leopold Meijnen Oosterbaan Advocaten

Olivier Oosterbaan zet zich onder meer in voor privacy en tegen identiteitsdiefstal. Tijdens het publieksdebat legt hij een paar mogelijke verwerkingsgrondslagen uit in het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens en de balans met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Zo vertelt hij wie er mogelijk allemaal bij een parkeertransactie betrokken zijn en welke gegevens er worden gedeeld. Daarnaast laat je hiermee de gemeente weten dat je op een bepaalde plek gedurende een bepaalde periode bent geweest. Maar ook bij sommige winkels kan je alleen nog met pin betalen en laat je de bank daardoor weten dat je op een bepaalde plek bent geweest.


Vincent Jansen – InnoPay en Digital Identity

Vincent specialiseert zich in innovatief betalen en dat heeft in zijn kader weinig met cash geld te maken. Hij geeft een inleiding over context: hoe meer context je geeft aan een betaling, hoe minder anoniem je zult zijn.

Cash geld
In deze context: hoe vaker je bij een winkel komt, hoe meer informatie je deelt met de ontvangende partij, bijvoorbeeld wanneer je elke week bij je lievelingskoffietentje komt: op den duur weet men dat je daar elke week een lekkere latte macchiato komt halen. Door meer context te geven verdwijnt een deel van je anonimiteit.

Pinnen
Wanneer je gaat pinnen, krijgt de ontvangende partij informatie: op het bonnetje staan bijvoorbeeld de laatste cijfers van je bankrekeningnummer en je pasnummer. Hierdoor kan de ontvangende partij weten dat je een terugkerende klant bent. Als klant krijg je niet veel meer informatie dan wanneer je contant betaalt: je weet bijvoorbeeld de naam van de winkel en waar deze gevestigd is. Het verschil tussen pinnen en contant betalen is dus voornamelijk dat er een betaaldienstverlener tussen zit, die moet weten wie er wil betalen en aan wie er betaald moet worden. Hierbij dient de betaaldienstverlener te weten op welke tijd en bij welke vestiging je bijvoorbeeld bent en daarbij ontstaat een hele hoop data.

Overschrijving
Hoe zit het dan bij betaling door middel van overschrijving? Hierbij heb je indien je geld wilt overmaken veel informatie nodig van de begunstigde. Wat opmerkelijk is, is dat de begunstigde ook veel informatie krijgt, zoals het rekeningnummer, de tenaamstelling en ook de adresgegevens en woonplaats van de verzender.

Trends

  • Crypto-currency als trend, het fenomeen dat je eigenlijk een soort van online cash kunt hebben. Dit is niet anoniem, maar een zekere vorm van pseudonimiteit waar geen bank tussen zit en waar we met zijn allen vaststellen wie het geld heeft en waar het zich bevindt. Het is een trend die relatief jong is, maar waar veel potentie in zit, in de vorm van het hebben van 'digitaal cash'.

  • Een ander fenomeen is om reguliere transacties in de huidige betaalstructuur te pseudonimiseren. Dit is een generieke trend, waarbij gegevens niet meer te relateren zijn en waarbij er minder statische gegevens met de transactie worden meegegeven.

  • Een andere trend vanuit de Europese Commissie is de Payment Service Directive die in 2018 van kracht zal zijn. Hierbij krijgen banken de opdracht om, als de klant dat wil, een rekening open te stellen voor betaaldiensten en informatiediensten. Anders gezegd: ik moet een provider vertellen dat jij namens mij naar mijn afschriften kunt kijken, in al mijn bankrekeningen, om bijvoorbeeld mijn budgetcoach te worden. Wat er echter waarschijnlijk gaat gebeuren is dat bankgegevens elders geraadpleegd kunnen worden en zullen worden opgeslagen.

  • De laatste trend die benoemd wordt is Social Payments, voornamelijk in de peer-to-peer sfeer dat betalen steeds meer een onderdeel wordt van interactie en dat het juist heel 'cool' en leuk kan zijn om een betaling te verrijken met context. Zodat het gaat leven in de bankomgeving, door te vermelden waarom je betaalt, waar het was en hierbij bijvoorbeeld een leuke foto te plaatsen. Een ander fenomeen is dat IBANS (wat lastige dingen zijn) mogelijk vervangen zullen worden door 06-nummers en e-mailadressen, die ook weer extra herleidbaarheid met zich meebrengen.

Wie komt er op voor contant geld

Bram Scholten – De Nederlandsche Bank

Sinds 2012 maakt De Nederlandsche Bank (DNB) zich zorgen over de druk op contant geld. In de jaarverslagen van DNB wordt het belang van contant geld dan ook onderstreept. Bram Scholten stelt dat contant geld een bescherming van privacy geeft. Hij citeert uit het DNB jaarverslag van 2012: ‘In deze tijd waarin de samenleving langs elektronische weg steeds meer de persoonlijke levenssfeer binnendringt blijft daaraan behoefte bestaan’. De Nederlandsche Bank heeft zich ingezet om met marktpartijen zoals Detailhandel Nederland en de Nederlandse Betaalvereniging, die de banken vertegenwoordigd, in november 2015 in het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) in eigen kring uit te dragen dat voor toonbankbetalingen (betalingen buiten de deur) contant betalen mogelijk blijft. Daarmee wordt dus afstand genomen van het feit dat er soms geen contante betalingen meer mogelijk zouden zijn. De Nederlandsche Bank heeft gemeten dat de helft van alle betalingen nog met contant geld wordt gedaan.

Contant geld is positief

Contant betalen is natuurlijk een mogelijkheid om anoniem te betalen. Als wij een recht zouden hebben om contant te betalen, dan zouden wij ook een rechtmatige mogelijkheid hebben om anoniem te betalen. In wezen is het zo dat in het Burgerlijk Wetboek contant betalen als de gewone manier van betalen wordt beschreven. Er moeten in principe nadere afspraken gemaakt worden om af te wijken van de wet om contant te betalen. In het rapport van het MOB is dan ook gesteld dat met name in situaties waarin er sprake is van een lokaal monopolie, zoals een apotheek in een gebied waar geen andere apotheken zijn, als je daar niet contant zou kunnen betalen, dan zou dit bepaalde mensen kunnen duperen, omdat mensen niet meer kunnen krijgen wat ze nodig hebben. Het MOB ziet dit als onwenselijk en vraagt zich ook af of het rechtmatig is om contant geld te weigeren. Dit is een open vraag en in wezen ook een vraag op het gebied van Europees recht, omdat op Europees niveau is vastgelegd dat contant geld een wettig betaalmiddel is. Er bestaat echter nog geen jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie hoe dit moet worden toegepast en wat het begrip 'wettig betaalmiddel' precies inhoudt. Dat leent zich dus wellicht voor een proefproces.

Contant is anoniem

Eric Verheul – Radboud Universiteit Nijmegen & Digital Security Group

Eric hield een presentatie over online betalen en online aanloggen. Wat gebeurt er precies wanneer je iets afrekent in een webshop? Bijvoorbeeld: Jan Jansen koopt iets in een webshop, wat hij precies aanschaft kan iets zeggen over hem als persoon, misschien is het wel iets waarvoor hij zich schaamt en waarvan hij niet wil dat iedereen het weet. Het zou ook kunnen dat die informatie bijzondere persoonsgegevens bevat. Wanneer je online betaalt, dan weet de bank wie jij bent en aan wie je betaalt. Dit kan vanuit privacy-oogpunt nadelig zijn, maar qua veiligheid prettig zijn. Hierdoor kan een bank bijvoorbeeld zien dat een betaling frauduleus is en deze betaling stopzetten. Daarnaast kan het voor de webshop handig zijn om je rekeningnummer te weten, wanneer zij bijvoorbeeld geld terug willen storten.

Dit staat in relatie met een online applicatie: je hebt bijvoorbeeld DigiD om te kunnen inloggen bij de Belastingdienst. Daarbij geldt dezelfde problematiek als met online betalingen, omdat je hierbij jezelf identificeert met bijvoorbeeld je naam of in sommige gevallen een pseudoniem. Zo’n toegangsdienst weet jouw identiteit en tot welke website jij toegang zoekt. En zo’n toegangsdienst zou bijvoorbeeld gehackt kunnen worden. Steeds meer zorginstellingen gaan werken met DigiD, maar hoe wenselijk is het dat DigiD weet dat jij een GGZ-instelling bezoekt? En wat als bijvoorbeeld een bank zo’n toegangsdienst verleent, hoe wenselijk is het dat zo’n partij dat allemaal weet? In de parallel met de fysieke wereld: dan weet iemand welke fysieke winkels jij allemaal bezoekt. Digitaal is het momenteel heel vanzelfsprekend dat dat allemaal zo gaat.

In 2014 hebben we een nieuwe techniek ontwikkeld: polymorfe pseudonimisering. Het werkt eigenlijk op dezelfde manier als bijvoorbeeld DigiD of een andere toegangsdienst, je moet alleen een speciale kaart laten zien en het bijzondere van die kaart is dat de toegangsdienst die die kaart leest niet je identiteit kan achterhalen, maar alleen versleutelde pseudoniemen kan aflezen. Hiermee verleent de toegangsdienst wel toegang tot een website, de website die je bezoekt weet met wie hij te maken heeft, maar de toegangsdienst heeft niet meer jouw (persoons)gegevens. Deze dienst zou je ook kunnen gebruiken voor online betalen, door bijvoorbeeld een encrypted e-wallet te vullen met geld. Met een bank kun je wel geld overmaken naar die e-wallet, maar de bank weet niet meer met wie hij precies te maken heeft, omdat de e-wallet is gepseudonimiseerd.


Na afloop van de inleidingen en presentaties volgde een publieksdebat, waarbij diverse vragen werden beantwoord en enkele aanbevelingen werden gegeven:

Aanbevelingen:

  • Kijk naar het digitale betalingsverkeer en hoe dit privacyvriendelijker gemaakt kan worden.
  • Contant betalen moet mogelijk blijven voor toonbankbetalingen (betalingen buiten de deur).

Een greep uit de vragen vanuit het publiek aan de gastsprekers:

In hoeverre is een prepaid creditcard een anoniem betaalmiddel?

  • Voor een prepaid creditcard wordt identificatie gevraagd.
  • Vaak moet ook een prepaid creditcard worden geactiveerd voor specifieke betalingen.

Hoe staan jullie er tegenover dat het briefje van 500 euro wordt uitgefaseerd?

  • Het zal niet nuttig zijn in het kader van terrorismebestrijding.

 

Klik HIER voor de uitnodiging (pdf) die Privacy First voor dit evenement aan haar netwerk verzond. Wilt u voortaan ook een uitnodiging voor onze evenementen ontvangen? Stuur ons dan een bericht, dan zetten wij u op onze mailinglist!

Gepubliceerd in Evenementen
Pagina 1 van 3

Onze Partners

logo demomedia
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
 
 
banner ned 1024px1IIR banner
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100logo CPDP 2017

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon