donatieknop english
donderdag, 23 juni 2022 09:41

Onderbelicht: financiële privacy

Discussies over databescherming en privacy hebben vaak de praktijken van advertentiebedrijven zoals Google en Facebook als aanleiding. Ook zijn de activiteiten van geheime diensten en gelijksoortige instellingen (zoals NCTV) aanleiding voor aandacht en kritiek.

Grotendeels onder de radar is een ontwikkeling gaande naar algehele financiële surveillance, waarbij een aantal grote ondernemingen op basis van betaalgegevens burgers en organisaties in detail kan volgen. Het is een ontwikkeling die wordt aangemoedigd door de overheid en die zich door allerlei oorzaken verspreidt door de gehele samenleving, met grote databeschermingsrisico’s voor burgers.

Privacy First noemt dit financiële privacy en wil in de komende tijd meer aandacht aan dit onderwerp besteden, als wij daar de gelegenheid voor hebben. 

Wat is financiële privacy? 

Bij financiële privacy kan aan het volgende worden gedacht:

A. Betalingsverkeer

  • Gedetailleerde financiële persoonsgegevens aanwezig bij banken en andere grote partijen. Het betalingsverkeer vindt grotendeels digitaal plaats, contante betaling verdwijnt. Daardoor beschikken degenen die bij dat betalingsverkeer betrokken zijn (banken, betaaldienstverleners en rekeninginformatiedienstverleners) over gedetailleerde informatie over al hun klanten, zowel consumenten als bedrijven en organisaties. Dit betekent dat banken c.s. zeer veel weten over hun klanten. De financiële gegevens worden door allerlei oorzaken steeds gedetailleerder en steeds meer bedrijven kunnen er over beschikken. Zo zal iDEAL 2.0 naar verwachting zorgen voor verdere verspreiding van financiële persoonsgegevens. In het verleden hebben banken geprobeerd de financiële gegevens van klanten te gelde te maken, op de manier waarop de Amerikaanse advertentiebedrijven dat doen, denk aan de ING-affaire. Daar is destijds een stokje voor gestoken, maar dit kan terugkomen. 
  • Nieuwe PSD2-diensten. De Europese PSD2-regelgeving moest mogelijk maken dat er nieuwe diensten worden ontwikkeld rondom de financiële gegevens van klanten van betaalinstellingen, onder andere rekeninginformatiediensten. Aan databescherming is onvoldoende gedacht, zodat burgers risico lopen. Privacy First is al langer bezig met de campagne PSD2meniet.
  • Contante betaling verdwijnt, waardoor de laatste mogelijkheid om niet van uur tot uur gevolgd te worden door banken verdwijnt. Het digitale geld dat door Europa wordt voorbereid, zal waarschijnlijk niet volledig anoniem zijn om misdaadbestrijding mogelijk te maken.

B. Privatisering van misdaadbestrijding en dienstverlening aan de overheid

  • Misdaadbestrijdingstaken van banken en andere financiële instellingen (‘witwasbestrijding’): deze taken leiden er toe dat extra persoonsgegevens van burgers worden verzameld, dat betreft niet alleen het identificeren van natuurlijke personen, maar ook het verzamelen van gegevens over en van natuurlijke personen betrokken bij organisaties. Dit kan gaan over bestuurders en vertegenwoordigers van rechtspersonen en de ‘uiteindelijk belanghebbenden’. Er moeten vertrouwelijke gegevens door klanten met de financiële instellingen worden uitgewisseld, dit gebeurt vaak op een onveilige manier.
    Let op: het gaat hier niet alleen om misdaad die de klant of de financiële instelling kan benadelen. De instelling moet actief nagaan of de eigen klant misdaadgeld onder zich heeft en moet vermoedens van misdaad (‘ongebruikelijke transacties’) melden bij een onderdeel van de politie: FIU-Nederland.
    Europa is bezig met een pakket aan regelgeving, ook wel het ‘AML package’ genoemd, wat de misdaadbestrijdingstaken van bedrijven ingrijpend zal wijzigen. Als gevolg van nieuwe regelgeving zullen steeds meer financiële gegevens door ondernemingen met de overheid worden uitgewisseld.
  • Identificatie, inclusief biometrische gegevens. Banken en andere financiële instellingen moeten hun klanten identificeren, allereerst om (privaatrechtelijk) te weten met wie zij een overeenkomst aangaan, ten tweede omdat de witwasbestrijdingsregels dit voorschrijven. Rondom de identificatie is het nodige te doen, onder andere omdat banken bestaande cliënten willen ‘heridentificeren’ en soms ook biometrische gegevens verlangen.
  • UBO-register. Onderdeel van de misdaadbestrijdingstaken van banken en andere aangewezen ondernemingen, is dat zij de uiteindelijk belanghebbenden van hun klanten moeten vaststellen en de juistheid van de registratie van hun klanten bij het UBO-register moeten verifiëren. Privacy First heeft over het UBO-register geprocedeerd en is nu in afwachting van de uitkomst van gelijksoortige zaken die in behandeling zijn bij het Europese Hof van Justitie.
  • Zwarte lijsten. In de financiële sector worden in het kader van de misdaadbestrijdingstaken en ter bescherming van de eigen financiële belangen zwarte lijsten aangelegd van ‘verdachte’ en veroordeelde klanten. Deze lijsten staan bekend onder de namen ‘IVR’ (intern verwijzingsregister) en ‘EVR’ (extern verwijzingsregister). De regels voor deze registers staat in ‘PIFI’, het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen.
    Verzekeraars hebben een compleet overzicht van alle claims die verzekerden bij hen hebben ingediend. In toenemende mate willen ook andere ondernemingen met misdaadbestrijdingstaken zwarte lijsten aanleggen.
  • Gegevensleveringen aan de overheid (renseignering). Financiële instellingen, werkgevers en in de toekomst ook platforms zijn verplicht om gegevens te leveren aan de overheid. Dit wordt ook wel ‘renseignering’ genoemd. In het kader van de renseigneringsplicht worden vele vertrouwelijke gegevens verzameld bij de klanten. Een bijzonder voorbeeld is de verplichting van financiële instellingen om gegevens van klanten te verzamelen ten behoeve van de belastingheffing door andere landen. Zeer bekend is FATCA, de Amerikaanse wet op grond waarvan financiële instellingen in de hele wereld gratis diensten moeten verlenen aan de Amerikaanse belastingdienst, wat niet alleen fiscale inwoners van de VS en personen met bezittingen in of opbrengsten uit de VS omvat, maar ook iedereen die de Amerikaanse nationaliteit heeft (ook al ontbreken verdere banden met het land, zogeheten "accidental Americans"). Nederland heeft met de VS een FATCA-verdrag gesloten en neemt verder deel aan de ‘Common Reporting Standard’ (CRS), waarover verdragen met de EU-landen en andere landen zijn afgesloten. [1]

C. Overig

  • Handelaren in financiële (persoons)gegevens: ten behoeve van financiële instellingen zijn een aantal zeer grote partijen actief, die bij het publiek minder bekend zijn. Zij verzamelen financiële en andere gegevens over zowel consumenten als over organisaties en de bij organisaties betrokken natuurlijke personen. Die gegevens worden verkocht aan onder andere financiële instellingen, als kredietinformatie en als witwasbestrijdingsinformatie. Hoewel deze handelaren zich aan de AVG moeten houden, doen zij dat meestal niet, zodat de mensen van wie gegevens verkocht worden niet op de hoogte zijn van de aanwezigheid van hun gegevens bij die handelaren en ook niet kunnen controleren of de gegevens rechtmatig zijn verkregen en juist zijn. Hun AVG-rechten kunnen zij niet uitoefenen. Dergelijke handelaren zouden volgens Privacy First vergunningplichtig moeten zijn, zoals financiële instellingen dat zijn, met een krachtige toezichthouder en strenge toetsing van de leidinggevenden.
  • Bureau Kredietregistratie (BKR): dit is een door de overheid erkende en door de financiële sector opgerichte stichting die ten behoeve van die sector gegevens registreert.

Wat gaat Privacy First doen?

Financiële privacy is een breed en ingewikkeld terrein, wat het lastig maakt om er iets mee te doen. Privacy First is de afgelopen jaren al op een aantal deelonderwerpen actief geweest:

  • PSD2
  • UBO-register
  • behoud van contant geld en anonieme betaalmiddelen.

We willen meer gaan doen. Wilt u meedoen of heeft u ideeën: laat het ons weten!

[1] Zie o.a. https://ellentimmer.com/2015/12/23/gegevensuitwisseling/.

Gepubliceerd in Financiële privacy & PSD2

Laat Nederland niet alleen vooroplopen met digitalisering, maar tegelijk koploper zijn op het gebied van digitale privacy en een betere bescherming van mensen. Maak mensen bewust van de risico’s, geef zelf het goede voorbeeld en zorg voor voldoende privacyvriendelijke alternatieven. Die oproep heeft een brede coalitie van organisaties en bedrijven vandaag gedaan aan de Tweede Kamer in een manifest. 

De nieuwe Privacy Coalitie constateert in een gezamenlijk manifest dat steeds meer digitale platforms, diensten en apps de data van gebruikers verzamelen zonder dat die het beseffen. Die data worden doorverkocht en gekoppeld en vervolgens gebruikt om mensen te tracken, hun online gedrag te volgen en te beïnvloeden. “Zo ontstaat een digitaal profiel op basis waarvan bedrijven en zelfs overheden beslissingen nemen die grote impact hebben op onze levens, zonder dat we daar zelf invloed op hebben”, aldus de coalitie. Ze waarschuwt ook voor verdere polarisatie in de samenleving omdat mensen niet meer in de hand hebben welke informatie ze wel en niet online te zien krijgen. 

Keuzevrijheid

Zowel op Europees als nationaal niveau wordt gewerkt aan wetgeving om het ongebreideld gebruik van persoonlijke data aan banden te leggen. Maar met alleen regelgeving en toezicht gaan we het niet redden; de ontwikkelingen gaan zo snel dat we altijd achter de feiten blijven aanlopen, stelt de Privacy Coalitie. 

De Privacy Coalitie vraagt de vaste commissie Digitale Zaken van de Tweede Kamer om veel actiever te werken aan het bewustzijn bij mensen over het belang van digitale privacy. De overheid, maar ook het bedrijfsleven zou hier zelf het goede voorbeeld in kunnen geven door alleen nog digitale platforms en diensten te gebruiken die de privacy respecteren. Ook pleit de coalitie voor meer steun aan privacyvriendelijke alternatieven, zodat mensen keuzevrijheid hebben. 

Hoge prijs

“We zien dat digitale platforms steeds handiger worden in het verzamelen van data van gebruikers, zonder daar transparant over te zijn”, zegt Haykush Hakobyan van Privacy First, één van de initiatiefnemers van de Privacy Coalitie. “Mensen denken dat de diensten gratis zijn, maar ze betalen onbewust een hoge prijs met hun persoonlijke gegevens. Die trend moeten we nu stoppen. Het is een maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven, organisaties en overheden om zich actief in te zetten voor digitale privacy. Er zijn genoeg technologische mogelijkheden om digitaal actief te zijn zonder de privacy te schenden.” 

Hakobyan riep de Tweede Kamer op om een technische briefing te organiseren met aanbieders van privacyvriendelijke oplossingen. “Onlangs hield de Tweede Kamer een hoorzitting met onder andere Google en Facebook. Het is nu tijd om ook partijen aan het woord te laten die de privacy van mensen wél respecteren.” De Privacy Coalitie nodigde de digitale commissie van de Tweede Kamer uit om in gesprek te blijven en oplossingen te zoeken. 

Lisa van Ginneken, die namens D66 deel uitmaakt van de commissie Digitale Zaken: “Wat mij betreft is privacy niet onderhandelbaar. Het is een basisprincipe dat onze vrijheid en ons recht om niet bespied te worden garandeert. In de fysieke ruimte maar ook op internet. Digitale mensenrechten zijn geen sluitstuk maar een startpunt van elke technologische ontwikkeling.” 


Download HIER het actuele manifest van de Privacy Coalitie met alle mede-ondertekenaars (pdf).

Wilt u met uw bedrijf of organisatie de oproep van de Privacy Coalitie steunen? Neem dan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. op met de coalitie! 

https://www.privacycoalitie.org 

petitie privacy coalitie 06a

petitie privacy coalitie 09a

Gepubliceerd in Online Privacy
dinsdag, 14 juni 2022 15:00

Privacy? Het is nu of nooit!

Sinds haar oprichting in 2008 maakt Stichting Privacy First zich dagelijks zorgen om het toenemende gebrek aan privacy in de Nederlandse samenleving, zowel online als offline. Sluipenderwijs wordt ieders persoonlijke levenssfeer steeds verder aangetast en lijkt privacy zoals die vroeger bestond steeds meer een illusie te worden. Tegelijkertijd heeft de invoering van de AVG ervoor gezorgd dat het privacybewustzijn steeds hoger wordt. Voorbeelden van gebrekkige of onzorgvuldige omgang met persoonsgegevens in het nieuws en de impact ervan hebben bijgedragen aan de noodzaak en sterkere behoefte voor de bescherming van ons privacyrecht. In Nederland zijn bovendien de kennis en de techniek aanwezig om onze maatschappij op een privacyvriendelijke manier te kunnen inrichten. Tegelijkertijd komen er vanuit Brussel plannen voor een alomvattend eID op ons af waardoor ieders resterende anonimiteit voorgoed tot het verleden zou kunnen gaan behoren. De vooruitzichten vanuit Den Haag zijn evenmin rooskleurig; zo heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken het eerder verfoeide plan voor een centrale biometrische databank na 11 jaar uit de ijskast gehaald en wil dit alsnog gaan verwezenlijken. Om de surveillance samenleving compleet te maken, dreigen ook de buitenwettelijke praktijken van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) wettelijk te worden verankerd en wordt de NCTV een nieuwe geheime dienst. Van het debacle rond het Systeem Risico Indicatie (SyRI) en de Toeslagenaffaire heeft men in Den Haag evenmin iets geleerd: “Super SyRI” (de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, WGS) is inmiddels in aantocht. Intussen raken burgers, bedrijven en andere organisaties steeds verder ingekapseld door Big Tech, getuige bijvoorbeeld de ijzeren greep van Google op het onderwijs. En zo zijn er nog talloze voorbeelden, teveel om hier te noemen. 

Privacy First kan deze ontwikkelingen niet langer laten voortduren. We staan nu op een historisch kruispunt: welke samenleving willen we? In wat voor maatschappij willen wij onze kinderen en kleinkinderen laten opgroeien? Het is NU tijd voor actie. Actie om het tij te keren en een privacyvriendelijke toekomst af te dwingen. We hebben de kennis. We hebben de technologie. De alternatieven bestaan of zijn in ontwikkeling. “Be the change you want to see in this world.” Alles is mogelijk, maar dat vergt communicatie, solidariteit en samenwerking. Privacy First maakt zich hier dagelijks sterk voor. Wie sluit zich hierbij aan?

Gepubliceerd in Online Privacy

Herinnert u zich nog de massale maatschappelijke weerstand tegen een centrale databank met de biometrische gegevens (vingerafdrukken en gezichtsscans) van alle Nederlanders in de periode 2009-2011? Wegens privacybezwaren werd de ontwikkeling van die databank begin 2011 stopgezet. Staatssecretaris van Digitale Zaken Alexandra van Huffelen lijkt echter voornemens om een dergelijke databank nu alsnog te willen gaan invoeren. Hieronder de eerste reactie van Privacy First bij de recente internetconsultatie over dit abjecte plan: 

Excellentie,

Met verbazing heeft Stichting Privacy First kennisgenomen van uw voornemen om middels een wijziging van de Paspoortwet alsnog een centrale databank met ieders biometrische gegevens (gezichtsscans en – vooralsnog “tijdelijke” – vingerafdrukken) te kunnen creëren. Dit nadat het oorspronkelijke plan voor een dergelijke databank in 2011, na twee jaar massale weerstand uit alle geledingen van de Nederlandse samenleving, terecht was stopgezet wegens juridische, politieke, ambtelijke en technische bezwaren. Destijds was er zelfs binnen het ministerie van BZK geen ambtenaar meer te vinden die nog openlijk de ontwikkeling van een dergelijke databank durfde te bepleiten. Inmiddels is dit “voortschrijdend inzicht” binnen uw ministerie blijkbaar geheel verdwenen, juist op het moment dat de internationale ontwikkelingen ertoe nopen om de historische lessen over de risico’s van centrale bevolkingsregisters niet te vergeten. Met een centrale biometrische databank wordt immers een uiterst riskant target voor kwaadwillenden gecreëerd. Een overtuigende noodzaak en proportionaliteit van een dergelijke databank is in de concept-memorie van toelichting bij het huidige wetsvoorstel niet te vinden en is overigens ook ondenkbaar. De ervaring leert bovendien dat dergelijke databanken in de loop der tijd altijd voor allerlei onvoorziene doelen zullen worden gebruikt en misbruikt (function creep) en dat oorspronkelijke bewaartermijnen steeds verder zullen worden opgerekt. In dit verband herinnert Privacy First u graag aan het feit dat bij de eerder geplande centrale biometrische databank sprake was van heimelijke, afgeschermde toegang door de Nederlandse geheime diensten (die daartoe ook bij de ontwikkeling van deze databank betrokken waren), maar dat vervolgens de AIVD zelf de verwezenlijking van deze databank te riskant vond. Niet valt in te zien waarom de overwegingen van destijds niet nog steeds zouden gelden. 

Vingerafdrukken

Reeds sinds onze oprichting in 2008 verzet Privacy First zich tegen de verplichte afname van vingerafdrukken voor paspoorten en identiteitskaarten. Privacy First deed dit sinds de invoering van de nieuwe Paspoortwet in 2009 middels rechtszaken, campagnes, Wob-verzoeken, politieke lobby en activering van media. Ondanks de daaropvolgende stopzetting van de (geplande) centrale opslag van vingerafdrukken in een nationale databank en bij gemeenten in 2011 worden ieders vingerafdrukken nog steeds afgenomen bij de aanvraag van een paspoort en inmiddels ook (door de nieuwe Europese Verordening identiteitskaarten) alsnog weer bij Nederlandse identiteitskaarten nadat dit in 2014 afgeschaft was. Tot op heden zijn alle miljoenen afgenomen vingerafdrukken van vrijwel de gehele volwassen Nederlandse bevolking in de praktijk echter niet of nauwelijks gebruikt, aangezien e.e.a. reeds in 2009 technisch ondeugdelijk en onwerkbaar was gebleken. De verplichte afname van ieders vingerafdrukken onder de Paspoortwet vormt daarmee nog steeds de meest massale en langst voortdurende privacyschending die Nederland ooit gekend heeft. Wij verzoeken u dan ook om het onderhavige concept-wetsvoorstel in te trekken en te vervangen door een nieuw wetsvoorstel ter afschaffing van de afname van vingerafdrukken onder de Paspoortwet, ook tegen het Europese beleid in. Immers:

  1. Reeds in mei 2016 heeft de Raad van State geoordeeld dat vingerafdrukken in Nederlandse identiteitskaarten in strijd zijn met het recht op privacy wegens gebrek aan noodzaak en proportionaliteit, zie https://www.raadvanstate.nl/pers/persberichten/tekst-persbericht.html?id=956.

  2. Uit Wob-verzoeken van Privacy First is gebleken dat het te bestrijden fenomeen (lookalike fraude met paspoorten en identiteitskaarten) dusdanig kleinschalig is, dat verplichte afgifte van ieders vingerafdrukken ter bestrijding hiervan volstrekt disproportioneel en dus onrechtmatig is. Zie https://www.privacyfirst.nl/rechtszaken-1/wob-procedures/item/524-onthullende-cijfers-over-look-alike-fraude-met-nederlandse-reisdocumenten.html.

  3. Bij de vingerafdrukken in paspoorten en identiteitskaarten gold voorheen een biometrisch foutenpercentage van maar liefst 30%, zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32317-163.html (staatssecretaris Teeven, 31 jan. 2013). Eerder gaf minister Donner een foutenpercentage van 21-25% toe: zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25764-47.html (27 april 2011). Hoe hoog zijn deze foutenpercentages anno 2022?

  4. Mede vanwege bovengenoemde hoge foutenpercentages worden de vingerafdrukken in paspoorten en identiteitskaarten tot op heden vrijwel niet gebruikt, noch in het binnenland, noch aan de landsgrenzen of op luchthavens.

  5. Vanwege deze hoge foutenpercentages instrueerde voormalig staatssecretaris Bijleveld (BZK) reeds in september 2009 alle Nederlandse gemeenten om (in principe) geen vingerafdruk-verificaties uit te voeren bij de uitgifte van paspoorten en identiteitskaarten. Bij een “mismatch” dient het betreffende ID-document immers retour aan de paspoortfabrikant gezonden te worden, wat bij hoge aantallen tot snelle maatschappelijke ontwrichting zou leiden. Tevens maakte BZK zich in dit verband zorgen om grootschalige onrust en mogelijk geweld bij gemeentebalies. De betreffende zorgen en instructie van staatssecretaris Bijleveld gelden tot op heden nog steeds.

  6. Voor mensen die om welke reden dan ook geen vingerafdrukken wensen af te geven (biometrisch gewetensbezwaarden, art. 9 EVRM) dient alsnog een wettelijke uitzondering te worden gecreëerd.

Zie voor meer achtergrondinformatie over het biometrisch paspoort het WRR-rapport ‘Happy Landings’ dat ondergetekende schreef in 2010. Mede naar aanleiding van dit kritische rapport (en de grootschalige rechtszaak van Privacy First c.s. tegen de Paspoortwet) werd in 2011 de decentrale (gemeentelijke) opslag van vingerafdrukken grotendeels afgeschaft en werd de geplande centrale opslag van vingerafdrukken stopgezet.

Wij hopen van harte dat het niet weer tot een rechtszaak van Privacy First zal hoeven komen om het tij te keren.

Desgewenst zijn wij graag bereid om bovenstaande aspecten nader toe te lichten.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First 


Bron: https://www.internetconsultatie.nl/biometrischegegevenspaspoortwet/b1 --> reacties --> reactie directeur Privacy First (Vincent Böhre) d.d. 31 mei 2022.

Gepubliceerd in Wetgeving

Waar is morgen uw medisch dossier?

“Digitale communicatie in de zorg: waarom is dat nog niet geregeld?!”

Elf jaar na het sneuvelen van het Landelijk Elektronisch Patiëntendossier geldt digitale zorgcommunicatie nog altijd als een chronisch hoofdpijndossier. Hoewel de nadelen van het “dossier met duizend deuren aan de achterkant” helder zijn, bleef een beter alternatief vooralsnog uit. De patiëntenlobby en zorgverlenerskoepels bleven fervent voorstander van de EPD-systematiek, en ook het ministerie van VWS bleef met wet- en regelgeving de werking van een landelijk dekkend, centraal toegankelijk systeem ondersteunen.

Met de Wet Elektronische Gegevensuitwisseling In de Zorg (WEGIZ) lijkt er ruim elf jaar nadat de Eerste Kamer het EPD afschoot, ruimte te komen voor alternatieve systemen. De wet maakt nieuwe technische normen en standaarden mogelijk en moet patiënten meer keuzevrijheid bieden in de manier waarop hun medische gegevens worden uitgewisseld. Tijdens een publieksdebat georganiseerd door Privacy First gaan we op zoek naar kansen die deze nieuwe situatie biedt.

Hoe verschillen alternatieve systemen van het ‘oude EPD’ en bieden deze een oplossing voor eerdere tekortkomingen? Zijn ze in staat om de discussie “toegankelijkheid versus privacy” eindelijk te beslechten?

Welke belangen en politieke tegenstellingen stonden voorheen in de weg aan efficiënte en veilige zorgcommunicatie? Zullen alternatieve systemen een eerlijke kans krijgen tegenover het EPD-systeem dat al elf jaar door zorgverzekeraars wordt gepusht?

Wie kan er allemaal in uw dossier als u zich aanmeldt voor een uitwisselingssysteem? Wie bepaalt dat: de patiënt, diens arts, of de werkwijze van het gebruikte systeem? Hoe kan technologie worden ingezet om het beroepsgeheim ook digitaal te kunnen waarborgen?

Na een korte introductie over het onderwerp en de dilemma’s van digitale zorgcommunicatie zal een panel van deskundigen een open debat houden over de toekomst van het medisch dossier.

Sprekers zijn o.a. Guido van 't Noordende (Whitebox), Geranne Lautenbach (MedicalPHIT), Herman Pieterman (oud-radioloog en voormalig secretaris NVvR) en Wim Jongejan (ZorgICTZorgen, voormalig huisarts).

Iedereen is welkom en toegang is gratis. Donaties aan Privacy First worden echter zeer op prijs gesteld. Aanmelden kan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., maar is niet verplicht.

Datum: donderdag 2 juni 2022, 19.30-22.00u (inloop vanaf 19.00u, borrel na afloop). 
Locatie: Volkshotel, Wibautstraat 150 te Amsterdam (Doka cocktailbar). Een routebeschrijving vindt u op https://www.volkshotel.nl/nl/directions/


In het verleden organiseerde Privacy First regelmatig openbare publieksdebatten rond actuele thema’s. Na twee jaar corona-beperkingen kunnen we nu eindelijk weer een dergelijk evenement organiseren.
Wilt u voortaan directe uitnodigingen voor onze evenementen ontvangen? Mail ons! Dan voegen wij u toe aan onze mailinglist.

Uitnodiging publieksdebat Privacy First 2 juni 2022

Gepubliceerd in Evenementen

De coalitie die eerder de rechtszaak tegen SyRI won, roept de Eerste Kamer op de nog ingrijpendere datakoppelwet WGS af te wijzen. Volgens de partijen ligt het voorstel op ramkoers met de rechtsstaat en weigert het kabinet lessen te trekken uit de Toeslagenaffaire.

De Wet Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden (WGS) maakt het mogelijk om data die overheden en bedrijven bewaren over burgers en bedrijven samen te brengen in zogeheten samenwerkingsverbanden. Overheidspartijen en bedrijven in zo’n samenwerkingsverband zijn verplicht hun gegevens samen te brengen. Dit moet helpen bij het bestrijden van allerlei vormen van criminaliteit en overtredingen. 

Het gaat onder de WGS niet alleen om feitelijke gegevens die bedrijven en overheden met elkaar delen, maar ook om signalen, vermoedens en volledige zwarte lijsten die worden uitgewisseld en met elkaar verknoopt. Daarbij kunnen deze partijen op basis van deze schaduwadministraties ‘interventies’ met elkaar afstemmen waarin ze handhavend optreden tegen burgers die in hun vizier belanden. 

Datasurveillance op burgers door overheden en bedrijven 

Om het massaal delen van persoonsgegevens tussen de overheid en bedrijven mogelijk te maken, schuift de WGS tal van geheimhoudingsplichten, privacyrechten en juridische waarborgen opzij die vanouds hebben gegolden voor het verwerken van persoonsgegevens. Dit leidt tot een “verregaande, grootschalige uitholling van de rechtsbescherming van burgers”, aldus de partijen: “Indien dit wetsvoorstel wordt aangenomen zal de deur wagenwijd open worden gezet voor de uitvoerende tak van de overheid om samen met private partijen zowel burgers als bedrijven te onderwerpen aan willekeur in de vorm van ongerichte data-surveillance.”

Het kabinet wil bovendien de mogelijkheid creëren om in geval van ‘spoed’ nieuwe samenwerkingsverbanden te starten, zonder dat de Kamer zich hierover kan buigen. Deze worden na hun oprichting pas voorgelegd aan de Kamer, die daarna moet beslissen of ze als wet worden aangenomen. Dit is in strijd met de Grondwet, die voorschrijft dat inbreuken op de privacy moeten worden opgenomen in wetgeving die door het parlement is goedgekeurd. De partijen vinden het onacceptabel dat het parlement niet wordt betrokken bij de totstandkoming van nieuwe samenwerkingsverbanden en hier pas over kan beslissen nadat ze zijn opgericht. 

Jarenlange onwettige praktijken legitimeren

Behalve de mogelijkheid om nieuwe samenwerkingsverbanden op te richten, bevat het voorstel ook vier samenwerkingsverbanden die al jarenlang functioneren, maar tot nu toe nooit in wetgeving waren vastgelegd. Met de WGS wil het kabinet daar nu achteraf alsnog een wettelijke basis voor creëren. 

De partijen uit de SyRI-coalitie wijzen erop dat het door de rechter verboden Systeem Risico Indicatie (SyRI) ook jarenlang zonder wettelijke basis werd toegepast en zien sterke overeenkomsten met de samenwerkingsverbanden die de WGS nu moet legitimeren: “Ingrijpende praktijken waarbij persoonsgegevens worden verwerkt in strijd met de fundamentele rechten van burgers, worden bij wijze van proef opgetuigd en jarenlang voortgezet, om deze later als voldongen feit te voorzien van een wettelijke basis. Fundamentele rechten die burgers moeten beschermen tegen ongerechtvaardigd overheidshandelen verworden daarbij tot te nemen obstakels.” 

Risico-analyses, zwarte lijsten en vermoedens

De coalitie schreef eerder dat de praktijken die onder de WGS moeten plaatsvinden, in vele opzichten lijken op de gegevensverwerkingen die vooraf gingen aan de Toeslagenaffaire. Op basis van geheime data-analyses werden lijsten met burgers die ten onrechte als crimineel fraudeur waren bestempeld, via verschillende instanties verspreid, waardoor de persoonlijke levens van tienduizenden gezinnen werden geruïneerd. Onder de samenwerkingsverbanden van de WGS zullen risico-analyses, zwarte lijsten en vele andere typen gegevens, vermoedens en signalen over burgers volop kunnen worden gedeeld tussen overheden en bedrijven. Privacytoezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens adviseerde de Eerste Kamer in november 2021 de wet niet aan te nemen en stelde daarbij dat het voorstel kan leiden tot “Kafkaëske toestanden voor grote aantallen mensen.” 

De maatschappelijke coalitie tegen SyRI bestaat uit het Platform Burgerrechten, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, FNV, de Landelijke Cliëntenraad, Privacy First, Stichting KDVP en schrijvers Maxim Februari en Tommy Wieringa. 

Download HIER de recente brief van de coalitie aan de Eerste Kamer (pdf). 

Bron: https://bijvoorbaatverdacht.nl/syri-coalitie-eerste-kamer-moet-datasurveillancewet-super-syri-afwijzen/, 15 februari 2022. 

Gepubliceerd in Wetgeving
maandag, 24 januari 2022 09:59

Nationale Privacy Conferentie 2022

Voor de vijfde achtereenvolgende keer organiseren ECP en Privacy First op vrijdag 28 januari 2022 de jaarlijkse Nationale Privacy Conferentie. 28 januari is de Europese Dag van de Privacy, de dag waarop in 1981 het Europese Dataprotectieverdrag werd ondertekend. De Dag van de Privacy is in het leven geroepen om burgers beter te informeren over hun rechten. Daarnaast worden bedrijven en organisaties aangespoord om de bescherming van persoonsgegevens te verbeteren.

Deze editie zal online plaatsvinden en heeft als overkoepelend thema: privacy is grensoverschrijdend. De rol van Europa is hierin van groot belang. Wat staat ons te wachten? Hoe moeten we vanuit privacy-oogpunt omgaan met Artificial Intelligence? Hoe kunnen organisaties zich voorbereiden op de privacy-toekomst en hoe kunnen we in Europa onze invloed laten gelden? Deze en andere vragen komen aan bod. Daarnaast reikt Stichting Privacy First weer de jaarlijkse Nederlandse Privacy Awards uit.

Sprekers zijn o.a. Monique Verdier (vice-voorzitter Autoriteit Persoonsgegevens), Max Schrems (oprichter NOYB), Haroon Sheikh (WRR), Martin Vliem (National Security Officer, Microsoft), Gry Hasselbalch (cofounder, European thinkdotank DataEthics), Wilmar Hendriks (jury-voorzitter Nederlandse Privacy Awards) en Paul Korremans (voorzitter Privacy First). Dagvoorzitter is Tom Jessen.

Aan het slot van de conferentie vindt de uitreiking van de jaarlijkse Nederlandse Privacy Awards plaats. Alle genomineerde projecten zullen door de inzenders aan het publiek worden gepresenteerd. De Nederlandse Privacy Awards zullen vervolgens worden uitgereikt in vier categorieën: 1) Consumentenoplossingen, 2) Bedrijfsoplossingen, 3) Overheidsdiensten en 4) Aanmoedigingsprijs.

Programma

13.00u

Welkom door dagvoorzitter Tom Jessen.

13.05u

Q&A Tom Jessen en Monique Verdier (Autoriteit Persoonsgegevens).

13.20u

Pitches genomineerden Privacy Awards: Privacy Rating, KPN en Street Art Museum Amsterdam.

13.30u

Martin Vliem (National Security Officer, Microsoft): Privacy en/of Hyperscale Cloud?

13.45u

Pitches genomineerden Privacy Awards: Scoor voor je Club en Quodari.

13.50u

Pauze

14.00u

Max Schrems, oprichter None of Your Business (NOYB).

14.30u

Haroon Sheikh (WRR): Opgave AI: de nieuwe systeemtechnologie.

14.45u

Pitches genomineerden Privacy Awards: Summitto en Shuttercam.

14.55u

Gry Hasselbalch (European thinkdotank DataEthics): Data Ethics of Power – A Human Approach in the Big Data and AI Era.

15.15u

Pauze

15:20u

Uitreiking Privacy Awards.

Aanmelden kan via https://ecp.nl/agenda/privacy-conferentie/.

Normaliter organiseren ECP en Privacy First deze conferentie jaarlijks voor een relatief select publiek uit onze netwerken en achterban (maximaal 200 personen in Nieuwspoort, Den Haag). I.v.m. de coronamaatregelen hebben we dit jaar opnieuw besloten om het evenement grotendeels online en dus voor een breder publiek te organiseren. Klik HIER voor de video van de conferentie vorig jaar.

Privacy First organiseert de Nederlandse Privacy Awards met steun van Stichting Democratie & Media en The Privacy Factory, in samenwerking met ECP.

Gepubliceerd in Evenementen
De Nederlandse rechter heeft in hoger beroep geoordeeld in het kort geding dat Privacy First aanhangig maakte over het UBO-register. Net als de voorzieningenrechter heeft het gerechtshof Den Haag helaas de vorderingen van Privacy First afgewezen.
 
De voorzieningenrechter bevestigde eerder dat er alle aanleiding is om te twijfelen aan de rechtsgeldigheid van de Europese witwasrichtlijnen die de grondslag vormen voor het UBO-register. De rechter oordeelde dat niet valt uit te sluiten dat de hoogste Europese rechter, het Hof van Justitie van de EU, tot de conclusie zal komen dat het openbare karakter van het UBO-register zich niet verhoudt met het evenredigheidsbeginsel. De uitspraak van het Hof van Justitie van de EU wordt medio 2022 verwacht.
 
Bestaande rechtspersonen hoeven tot 27 maart 2022 geen UBO’s te registreren. Voor nieuwe rechtspersonen ligt dat anders: die moeten wel direct hun UBO’s registreren. Het gerechtshof Den Haag vindt het niet aannemelijk dat deze UBO’s op korte termijn ernstige schade zullen lijden. Het gerechtshof wijst er op dat een UBO, die vreest dat hij door de openbaarmaking van persoonsgegevens risico’s loopt, meteen deze gegevens voor het algemene publiek kan afschermen. De Nederlandse wetgeving voorziet in deze mogelijkheid. Het gerechtshof Den Haag noemt dit ‘een eenvoudige manier om te voorkomen dat UBO-gegevens openbaar worden of blijven’. De UBO kan bij het Handelsregister een verzoek doen om afscherming. Zolang de procedure daarover loopt worden de UBO-gegevens daadwerkelijk afgeschermd. Nu het gerechtshof Den Haag zo nadrukkelijk op deze mogelijkheid wijst is de verwachting dat vele UBO’s deze route zullen volgen.
 
De advocaat van Privacy First, Otto Volgenant van Boekx Advocaten: ‘De oplossing moet komen van de hoogste Europese rechter, het Hof van Justitie van de EU. Die zal hier medio 2022 over oordelen. Ik verwacht dat die een streep door de openbaarheid van het UBO-register zal zetten. Het Nederlandse UBO-register is nog nauwelijks gevuld en ik raad iedereen aan zolang mogelijk te wachten. De Nederlandse overheid heeft willekeurig een datum gekozen waarop UBO’s hun gegevens moeten aanleveren, namelijk 27 maart 2022. Het zou verstandig zijn om die einddatum een paar maanden op te schuiven tot na het moment dat het Hof van Justitie van de EU duidelijkheid heeft gegeven. Dat voorkomt een hoop ellende en onnodige kosten.’
 
Het vonnis van de kort geding-rechter staat hier:
en het arrest van het Gerechtshof Den Haag staat hier: 
 
Update 14 april 2022: nadere juridische actie van Privacy First tegen het UBO-register volgt wellicht medio 2022, afhankelijk van de uitkomst van vergelijkbare Luxemburgse rechtszaken bij het EU Hof. Recent heeft de Tweede Kamer bij motie bepaald dat er tot de uitspraak van het EU Hof geen boetes mogen worden opgelegd bij organisaties die hun UBO’s nog niet hebben ingeschreven. Tevens lijkt de UBO-registratieplicht van stichtingen en verenigingen vooralsnog niet te worden gehandhaafd. Privacy First volgt deze ontwikkelingen op de voet en probeert e.e.a. zoveel mogelijk positief te beïnvloeden.
Gepubliceerd in Rechtszaken

"Het was een proef van 3 jaar en binnenkort beslist het kabinet of de politie door mag gaan met het fotograferen en opslaan van miljoenen kentekens. Het is een schending van mensenrechten, zegt stichting Privacy First, die de staat voor de rechter daagt.

De rechtszaak draait om zogeheten ANPR-camera's (voluit: Automatic Number Plate Recognition) langs wegen in het hele land. Dit zijn speciale camera's die automatisch alle langskomende kentekens scannen. Soms geeft een kenteken een 'hit' in het systeem van de politie. Agenten in de buurt krijgen dan een melding. Door de ANPR-camera's weet de politie precies waar de auto op dat moment rijdt.

'Niet meteen verdacht' 

"Het systeem geeft een indicatie. Het is nog niet zo dat je meteen een verdachte bent, maar er zou een reden kunnen zijn om het voertuig te controleren", zegt politieleidinggevende Gert Wibbelink van de Landelijke Eenheid. (...) 

'Miljoenen kentekens opgeslagen'

Bij de moord op Peter R. de Vries bleek hoe nuttig de camera's kunnen zijn. De verdachten vluchtten in een auto, maar het kenteken werd al snel bekend bij politie. Eenmaal ingevoerd in het systeem lokaliseerden de camera's de verdachten razendsnel.

Vincent Böhre van Privacy First wil iets rechtzetten: zijn stichting is niet tegen ANPR-camera's als ze worden gebruikt voor het real time volgen en opsporen van mogelijke verdachten. "Waar het ons om gaat is dat sinds enkele jaren ook alle gescande kentekens worden opgeslagen. Dat zijn er miljoenen per dag van voornamelijk onschuldige burgers."

Gemiddeld twee keer vastgelegd 

Terugkijken in de tijd ligt vanwege privacyredenen gevoelig. Wie waar was op welk moment, is vooral een privézaak. Daarom stond het kabinet het tijdelijk toe. Een tijdelijke wet, artikel 126jj, maakte het mogelijk om van begin 2019 tot eind dit jaar alle gescande kentekens op te slaan in een database.

Er zijn inmiddels 919 ANPR-camera's actief, die dagelijks 5 miljoen foto's scannen en opslaan. Iedere burger die de weg opgaat wordt gemiddeld meer dan twee keer vastgelegd. Politieleidinggevende Wibbelink: "Voor ons is het nuttig dat foto's worden opgeslagen. Als er bij een plaats-delict van een ernstig misdrijf meerdere voertuigen zijn gesignaleerd, willen we die personen achteraf kunnen identificeren. Dat kan dan met die analyse van kentekens."

'Wet moet van tafel' 

Het kabinet moet komende maanden beslissen of de wet in 2022 wordt doorgezet. Privacy First heeft inmiddels een kort geding aangespannen en wil de wet van tafel. "5 miljoen kentekens is volstrekt disproportioneel. De meeste mensen weten niet eens dat dit gebeurt", zegt Böhre.

Er is sprake van massasurveillance, zegt hij: "99,99 procent van alle kentekens zijn van onschuldige burgers. Ook beseffen mensen niet wat er allemaal met de informatie kan gebeuren. Bronnen van journalisten kunnen worden achterhaald, maar ook gegevens van politici, activisten of andere mensen die anoniem willen reizen."

'Politie kan niet zomaar grasduinen in database' 

Wibbelink benadrukt dat agenten niet lukraak de database kunnen raadplegen. Er moet een speciale aanvraag voor worden ingediend, die moet worden goedgekeurd door een officier van justitie (...). 

'Nauwelijks toezicht'

Privacy First zet daar vraagtekens bij. Het toezicht ligt nu vooral bij het Openbaar Ministerie en dat is geen onafhankelijke instantie, zegt Böhre. (...)  

Böhre wijst op een recent WODC-rapport, waarin de tijdelijke wet 126jj wordt geëvalueerd. Daarin wordt geconcludeerd dat de Autoriteit [Persoonsgegevens] nauwelijks tot geen toezicht houdt op de aanvragen. "Het gebrek aan toezicht is een punt dat in de Europese rechtspraak heel zwaar weegt. Het zou zomaar kunnen dat wij deze zaak winnen op dat punt."

Wat levert het opslaan van miljoenen kentekens op?

In de WODC-evaluatie is ook onderzocht hoe effectief ANPR-camera's nu eigenlijk waren in de afgelopen 3 jaar. De politie sloeg miljarden foto's op en ruim 3.000 keer deed de politie een aanvraag. Het rapport concludeert dat de foto's in geringe mate bijdragen aan de bewijsvoering. Het is vooral een additioneel middel.

Als je weet dat een kenteken op een bepaalde plaats was, heb je nog niet aangetoond wie de auto reed. Dan moet je allerlei andere opsporingsmiddelen inzetten, zoals telefoongegevens of getuigen. Wibbelink vindt het moeilijk om concreet aan te geven wat het middel heeft opgeleverd (...). 

'Het mag simpelweg niet' 

Volgens Böhre bevestigt het WODC-rapport zijn gelijk: "Wat ons dwarszit is dat er dagelijks kentekens van miljoenen onschuldige burgers in een database belanden om hooguit een paar zaken op te lossen. We hebben in het verleden de opslag van vingerafdrukken en telecomgegevens van alle Nederlanders succesvol aangevochten bij de rechter."

Hier gaat het om precies hetzelfde, legt hij uit. "Namelijk het voortdurend opslaan van ieders gegevens voor opsporing en vervolging. Volgens Europese rechters mag dat simpelweg niet. Ik begrijp dat de politie het vervelend vindt dat privacywetgeving drempels opwerpt, maar het hoort bij de spelregels van een vrije democratie."" 


Bron: EenVandaag, 6 november 2021. Lees HIER het hele artikel en bekijk hieronder de bijbehorende televisiereportage. 


Nader commentaar Privacy First: 

Recente verwarring bij nationale media door misleidende politie-informatie 

De ANPR-wet waar de rechtszaak van Privacy First om draait ziet op de massale verzameling en opslag van ieders “historische” ANPR-data, ook wel “no hits” genoemd. Dit dient te worden onderscheiden van de al vele jaren bestaande politiepraktijk waarbij kentekens van verdachte personen (zogeheten “hits”) kunnen worden gebruikt voor opsporing. Recentelijk ontstond hierover bij diverse nationale media verwarring naar aanleiding van misleidende informatie op de website van de Nationale Politie. Op https://www.politie.nl/informatie/bewaart-de-politie-anpr-gegevens.html stond vermeld dat de politie louter gezochte kentekens (“hits”) 28 dagen zou bewaren en alle niet-gezochte kentekens (“no hits”) direct zou verwijderen. Dat is echter onjuist: op basis van art. 126jj Sv worden immers alle passerende kentekens (met foto’s, locaties en tijdstippen) van miljoenen onschuldige burgers continu 28 dagen bewaard t.b.v. eventuele opsporing en vervolging. Dit leidde op 2 oktober jl. tot misleiding en verwarring bij diverse nationale media n.a.v. een ANP-persbericht waarin de foutieve politie-informatie klakkeloos was overgenomen, zie bijvoorbeeld deze nieuwsberichten bij Telegraaf, RTL Nieuws en Algemeen Dagblad:

https://www.telegraaf.nl/nieuws/1896849644/kort-geding-tegen-staat-om-massale-privacyschending-met-nummerplaat-camera-s
https://www.rtlnieuws.nl/tech/artikel/5257823/kenteken-nummerplaat-camera-herkenning-politie-anpr-privacy
https://www.ad.nl/binnenland/staat-aangeklaagd-over-gebruik-kentekencamera-s-disproportioneel-en-ineffectief~a7f9896f/ .

Naar aanleiding van een klacht hierover van Privacy First is de betreffende politie-webpagina inmiddels verwijderd.

In bovenstaande reportage van EenVandaag over ANPR bleek echter opnieuw sprake van misleiding door de politie: “[De politie] benadrukt dat agenten niet lukraak de [ANPR-database] kunnen raadplegen. Er moet een speciale aanvraag voor worden ingediend, die moet worden goedgekeurd door een officier van justitie, een rechter-commissaris en er is een centrale toetsingscommissie.” (Bron. Cursivering toegevoegd.) Het is Privacy First een raadsel op welke “rechter-commissaris en centrale toetsingscommissie” de politie hierbij doelt. Probleem is immers nu juist dat toetsing door een rechter-commissaris of een onafhankelijke commissie bij het gebruik van ANPR-data simpelweg niet bestaat. Dit vormt een flagrante schending van Europees privacyrecht waarbij dergelijke onafhankelijke toetsing veelal verplicht is.  

Privacy First betreurt de misleiding door de politie en hoopt dat media zich hierdoor niet opnieuw op het verkeerde been zullen laten zetten.  

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Kort geding tegen massale privacyschending door ANPR-cameratoezicht 

Vast beleid van Stichting Privacy First is om massale privacyschendingen bij de rechter aan te vechten en onrechtmatig te laten verklaren. Privacy First deed dit de laatste jaren met succes tegen de centrale opslag van ieders vingerafdrukken onder de Paspoortwet, tegen de opslag van ieders communicatiegegevens onder de Wet bewaarplicht telecommunicatie en (in coalitieverband) tegen massale risicoprofilering door het Systeem Risico Indicatie (SyRI). Een actuele en urgente kwestie die zich bij uitstek voor een dergelijke rechtszaak leent betreft de Nederlandse wetgeving inzake automatische nummerplaatherkenning (Automatic Number Plate Recognition, ANPR) zoals die sinds 2019 geldt onder art. 126jj Sv. Onder deze wetgeving worden de kentekens van miljoenen auto's in Nederland (oftewel ieders reisbewegingen) continu vier weken in een centrale politiedatabank opgeslagen voor o.a. opsporing en vervolging, ongeacht of men ergens van verdacht wordt. Dit is totaal niet noodzakelijk, volstrekt disproportioneel en bovendien ineffectief, zo bleek o.a. uit vandaag verschenen evaluatierapporten van het WODC. Toezicht ontbreekt en het systeem kan eenvoudig worden misbruikt, zo bevestigde onderzoek door NRC Handelsblad onlangs. Privacy First heeft daarom een rechtszaak voorbereid om de ANPR-wetgeving buiten werking te laten stellen wegens strijd met Europees privacyrecht. Daartoe zal op 10 november as. bij de rechtbank Den Haag een kort geding van Privacy First tegen de Staat plaatsvinden. Via Pro Bono Connect heeft Privacy First het advocatenkantoor CMS ingeschakeld om deze zaak voor ons te voeren. Onze dagvaarding in kort geding vindt u HIER (pdf). Indien nodig volgt na dit kort geding tevens een bredere bodemprocedure. De huidige ANPR-wet vormt immers een massale privacyschending en hoort simpelweg niet thuis in een vrije democratische rechtsstaat. Gezien de Europese jurisprudentie terzake acht Privacy First de kans op een succesvolle rechtsgang buitengewoon hoog. 

Zaakgegevens: Stichting Privacy First vs. de Staat (Ministerie van Justitie en Veiligheid), woensdag 10 november 2021 11.00u, rechtbank Den Haag. Zaaknummer: C/09/617630 KG ZA 21-853. U bent van harte welkom om de rechtszitting bij te wonen (mits de zaalcapaciteit het toelaat). Een routebeschrijving vindt u hier

Update 7 november 2021: door de aangescherpte coronamaatregelen zijn een mondkapje en aanmelding vooraf voor bezoekers aan de rechtbank helaas opnieuw verplicht. Klik HIER voor nadere informatie en het aanmeldformulier als u de rechtszitting wilt bijwonen. 

Update 8 november 2021: de rechtbank blijkt helaas slechts twee (reeds aangemelde) bezoekers bij de rechtszitting te willen toestaan. Wegens grote publieke belangstelling is er echter een livestream
https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Den-Haag/Nieuws/Paginas/Livestream-rechtszaak-stichting-Privacy-First-tegen-de-Staat.aspx . 

Update 10 november 2021: vandaag vond de rechtszitting plaats; klik HIER voor de pleitnota van onze advocaat (pdf). De uitspraak van de rechtbank staat gepland op woensdag 1 december as. 

Update 1 december 2021: vandaag heeft de rechtbank Den Haag vonnis gewezen. In het vonnis stelt de rechter allereerst vast dat Privacy First in deze zaak ontvankelijk is als ideële belangenorganisatie ter waarborging van de privacy van alle burgers in Nederland. Daarmee staat opnieuw vast dat Privacy First deze en volgende rechtszaken in het algemeen belang kan voeren. Vervolgens oordeelt de rechter echter dat bij dit kort geding geen sprake zou zijn van voldoende spoedeisend belang. Privacy First acht dit oordeel onbegrijpelijk, aangezien bij een dagelijkse massale privacyschending per definitie sprake is van spoedeisend belang om die schending juridisch te laten toetsen en te laten stoppen. Privacy First zal nu op korte termijn een bodemprocedure tegen de ANPR-wetgeving starten en overweegt tevens het instellen van spoedappèl tegen het huidige vonnis bij het Hof Den Haag. Gezien de relevante Europese jurisprudentie acht Privacy First de kans op een succesvolle rechtsgang nog steeds buitengewoon hoog.

De ANPR-wetgeving waar de rechtszaak van Privacy First om draait ziet op de massale verzameling en opslag van ieders “historische” ANPR-data, ook wel “no hits” genoemd. Dit dient te worden onderscheiden van de al vele jaren bestaande politiepraktijk waarbij kentekens van verdachte personen (zogeheten “hits”) kunnen worden gebruikt voor opsporing. Regelmatig ontstaat hierover bij media verwarring naar aanleiding van misleidende overheidsinformatie, bijvoorbeeld op de websites van de Nationale Politie en het Openbaar Ministerie. Privacy First betreurt dergelijke misleiding en hoopt dat media zich hierdoor niet op het verkeerde been zullen laten zetten. 


Wilt u ons graag steunen in deze zaak? Wordt dan donateur! Privacy First bestaat grotendeels uit vrijwilligers en is voor het voeren van rechtszaken geheel afhankelijk van sponsoring en donaties.

Gepubliceerd in Rechtszaken
Pagina 1 van 40

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon