donatieknop english
donderdag, 23 juni 2022 09:41

Onderbelicht: financiële privacy

Discussies over databescherming en privacy hebben vaak de praktijken van advertentiebedrijven zoals Google en Facebook als aanleiding. Ook zijn de activiteiten van geheime diensten en gelijksoortige instellingen (zoals NCTV) aanleiding voor aandacht en kritiek.

Grotendeels onder de radar is een ontwikkeling gaande naar algehele financiële surveillance, waarbij een aantal grote ondernemingen op basis van betaalgegevens burgers en organisaties in detail kan volgen. Het is een ontwikkeling die wordt aangemoedigd door de overheid en die zich door allerlei oorzaken verspreidt door de gehele samenleving, met grote databeschermingsrisico’s voor burgers.

Privacy First noemt dit financiële privacy en wil in de komende tijd meer aandacht aan dit onderwerp besteden, als wij daar de gelegenheid voor hebben. 

Wat is financiële privacy? 

Bij financiële privacy kan aan het volgende worden gedacht:

A. Betalingsverkeer

  • Gedetailleerde financiële persoonsgegevens aanwezig bij banken en andere grote partijen. Het betalingsverkeer vindt grotendeels digitaal plaats, contante betaling verdwijnt. Daardoor beschikken degenen die bij dat betalingsverkeer betrokken zijn (banken, betaaldienstverleners en rekeninginformatiedienstverleners) over gedetailleerde informatie over al hun klanten, zowel consumenten als bedrijven en organisaties. Dit betekent dat banken c.s. zeer veel weten over hun klanten. De financiële gegevens worden door allerlei oorzaken steeds gedetailleerder en steeds meer bedrijven kunnen er over beschikken. Zo zal iDEAL 2.0 naar verwachting zorgen voor verdere verspreiding van financiële persoonsgegevens. In het verleden hebben banken geprobeerd de financiële gegevens van klanten te gelde te maken, op de manier waarop de Amerikaanse advertentiebedrijven dat doen, denk aan de ING-affaire. Daar is destijds een stokje voor gestoken, maar dit kan terugkomen. 
  • Nieuwe PSD2-diensten. De Europese PSD2-regelgeving moest mogelijk maken dat er nieuwe diensten worden ontwikkeld rondom de financiële gegevens van klanten van betaalinstellingen, onder andere rekeninginformatiediensten. Aan databescherming is onvoldoende gedacht, zodat burgers risico lopen. Privacy First is al langer bezig met de campagne PSD2meniet.
  • Contante betaling verdwijnt, waardoor de laatste mogelijkheid om niet van uur tot uur gevolgd te worden door banken verdwijnt. Het digitale geld dat door Europa wordt voorbereid, zal waarschijnlijk niet volledig anoniem zijn om misdaadbestrijding mogelijk te maken.

B. Privatisering van misdaadbestrijding en dienstverlening aan de overheid

  • Misdaadbestrijdingstaken van banken en andere financiële instellingen (‘witwasbestrijding’): deze taken leiden er toe dat extra persoonsgegevens van burgers worden verzameld, dat betreft niet alleen het identificeren van natuurlijke personen, maar ook het verzamelen van gegevens over en van natuurlijke personen betrokken bij organisaties. Dit kan gaan over bestuurders en vertegenwoordigers van rechtspersonen en de ‘uiteindelijk belanghebbenden’. Er moeten vertrouwelijke gegevens door klanten met de financiële instellingen worden uitgewisseld, dit gebeurt vaak op een onveilige manier.
    Let op: het gaat hier niet alleen om misdaad die de klant of de financiële instelling kan benadelen. De instelling moet actief nagaan of de eigen klant misdaadgeld onder zich heeft en moet vermoedens van misdaad (‘ongebruikelijke transacties’) melden bij een onderdeel van de politie: FIU-Nederland.
    Europa is bezig met een pakket aan regelgeving, ook wel het ‘AML package’ genoemd, wat de misdaadbestrijdingstaken van bedrijven ingrijpend zal wijzigen. Als gevolg van nieuwe regelgeving zullen steeds meer financiële gegevens door ondernemingen met de overheid worden uitgewisseld.
  • Identificatie, inclusief biometrische gegevens. Banken en andere financiële instellingen moeten hun klanten identificeren, allereerst om (privaatrechtelijk) te weten met wie zij een overeenkomst aangaan, ten tweede omdat de witwasbestrijdingsregels dit voorschrijven. Rondom de identificatie is het nodige te doen, onder andere omdat banken bestaande cliënten willen ‘heridentificeren’ en soms ook biometrische gegevens verlangen.
  • UBO-register. Onderdeel van de misdaadbestrijdingstaken van banken en andere aangewezen ondernemingen, is dat zij de uiteindelijk belanghebbenden van hun klanten moeten vaststellen en de juistheid van de registratie van hun klanten bij het UBO-register moeten verifiëren. Privacy First heeft over het UBO-register geprocedeerd en is nu in afwachting van de uitkomst van gelijksoortige zaken die in behandeling zijn bij het Europese Hof van Justitie.
  • Zwarte lijsten. In de financiële sector worden in het kader van de misdaadbestrijdingstaken en ter bescherming van de eigen financiële belangen zwarte lijsten aangelegd van ‘verdachte’ en veroordeelde klanten. Deze lijsten staan bekend onder de namen ‘IVR’ (intern verwijzingsregister) en ‘EVR’ (extern verwijzingsregister). De regels voor deze registers staat in ‘PIFI’, het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen.
    Verzekeraars hebben een compleet overzicht van alle claims die verzekerden bij hen hebben ingediend. In toenemende mate willen ook andere ondernemingen met misdaadbestrijdingstaken zwarte lijsten aanleggen.
  • Gegevensleveringen aan de overheid (renseignering). Financiële instellingen, werkgevers en in de toekomst ook platforms zijn verplicht om gegevens te leveren aan de overheid. Dit wordt ook wel ‘renseignering’ genoemd. In het kader van de renseigneringsplicht worden vele vertrouwelijke gegevens verzameld bij de klanten. Een bijzonder voorbeeld is de verplichting van financiële instellingen om gegevens van klanten te verzamelen ten behoeve van de belastingheffing door andere landen. Zeer bekend is FATCA, de Amerikaanse wet op grond waarvan financiële instellingen in de hele wereld gratis diensten moeten verlenen aan de Amerikaanse belastingdienst, wat niet alleen fiscale inwoners van de VS en personen met bezittingen in of opbrengsten uit de VS omvat, maar ook iedereen die de Amerikaanse nationaliteit heeft (ook al ontbreken verdere banden met het land, zogeheten "accidental Americans"). Nederland heeft met de VS een FATCA-verdrag gesloten en neemt verder deel aan de ‘Common Reporting Standard’ (CRS), waarover verdragen met de EU-landen en andere landen zijn afgesloten. [1]

C. Overig

  • Handelaren in financiële (persoons)gegevens: ten behoeve van financiële instellingen zijn een aantal zeer grote partijen actief, die bij het publiek minder bekend zijn. Zij verzamelen financiële en andere gegevens over zowel consumenten als over organisaties en de bij organisaties betrokken natuurlijke personen. Die gegevens worden verkocht aan onder andere financiële instellingen, als kredietinformatie en als witwasbestrijdingsinformatie. Hoewel deze handelaren zich aan de AVG moeten houden, doen zij dat meestal niet, zodat de mensen van wie gegevens verkocht worden niet op de hoogte zijn van de aanwezigheid van hun gegevens bij die handelaren en ook niet kunnen controleren of de gegevens rechtmatig zijn verkregen en juist zijn. Hun AVG-rechten kunnen zij niet uitoefenen. Dergelijke handelaren zouden volgens Privacy First vergunningplichtig moeten zijn, zoals financiële instellingen dat zijn, met een krachtige toezichthouder en strenge toetsing van de leidinggevenden.
  • Bureau Kredietregistratie (BKR): dit is een door de overheid erkende en door de financiële sector opgerichte stichting die ten behoeve van die sector gegevens registreert.

Wat gaat Privacy First doen?

Financiële privacy is een breed en ingewikkeld terrein, wat het lastig maakt om er iets mee te doen. Privacy First is de afgelopen jaren al op een aantal deelonderwerpen actief geweest:

  • PSD2
  • UBO-register
  • behoud van contant geld en anonieme betaalmiddelen.

We willen meer gaan doen. Wilt u meedoen of heeft u ideeën: laat het ons weten!

[1] Zie o.a. https://ellentimmer.com/2015/12/23/gegevensuitwisseling/.

Gepubliceerd in Financiële privacy & PSD2

Laat Nederland niet alleen vooroplopen met digitalisering, maar tegelijk koploper zijn op het gebied van digitale privacy en een betere bescherming van mensen. Maak mensen bewust van de risico’s, geef zelf het goede voorbeeld en zorg voor voldoende privacyvriendelijke alternatieven. Die oproep heeft een brede coalitie van organisaties en bedrijven vandaag gedaan aan de Tweede Kamer in een manifest. 

De nieuwe Privacy Coalitie constateert in een gezamenlijk manifest dat steeds meer digitale platforms, diensten en apps de data van gebruikers verzamelen zonder dat die het beseffen. Die data worden doorverkocht en gekoppeld en vervolgens gebruikt om mensen te tracken, hun online gedrag te volgen en te beïnvloeden. “Zo ontstaat een digitaal profiel op basis waarvan bedrijven en zelfs overheden beslissingen nemen die grote impact hebben op onze levens, zonder dat we daar zelf invloed op hebben”, aldus de coalitie. Ze waarschuwt ook voor verdere polarisatie in de samenleving omdat mensen niet meer in de hand hebben welke informatie ze wel en niet online te zien krijgen. 

Keuzevrijheid

Zowel op Europees als nationaal niveau wordt gewerkt aan wetgeving om het ongebreideld gebruik van persoonlijke data aan banden te leggen. Maar met alleen regelgeving en toezicht gaan we het niet redden; de ontwikkelingen gaan zo snel dat we altijd achter de feiten blijven aanlopen, stelt de Privacy Coalitie. 

De Privacy Coalitie vraagt de vaste commissie Digitale Zaken van de Tweede Kamer om veel actiever te werken aan het bewustzijn bij mensen over het belang van digitale privacy. De overheid, maar ook het bedrijfsleven zou hier zelf het goede voorbeeld in kunnen geven door alleen nog digitale platforms en diensten te gebruiken die de privacy respecteren. Ook pleit de coalitie voor meer steun aan privacyvriendelijke alternatieven, zodat mensen keuzevrijheid hebben. 

Hoge prijs

“We zien dat digitale platforms steeds handiger worden in het verzamelen van data van gebruikers, zonder daar transparant over te zijn”, zegt Haykush Hakobyan van Privacy First, één van de initiatiefnemers van de Privacy Coalitie. “Mensen denken dat de diensten gratis zijn, maar ze betalen onbewust een hoge prijs met hun persoonlijke gegevens. Die trend moeten we nu stoppen. Het is een maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven, organisaties en overheden om zich actief in te zetten voor digitale privacy. Er zijn genoeg technologische mogelijkheden om digitaal actief te zijn zonder de privacy te schenden.” 

Hakobyan riep de Tweede Kamer op om een technische briefing te organiseren met aanbieders van privacyvriendelijke oplossingen. “Onlangs hield de Tweede Kamer een hoorzitting met onder andere Google en Facebook. Het is nu tijd om ook partijen aan het woord te laten die de privacy van mensen wél respecteren.” De Privacy Coalitie nodigde de digitale commissie van de Tweede Kamer uit om in gesprek te blijven en oplossingen te zoeken. 

Lisa van Ginneken, die namens D66 deel uitmaakt van de commissie Digitale Zaken: “Wat mij betreft is privacy niet onderhandelbaar. Het is een basisprincipe dat onze vrijheid en ons recht om niet bespied te worden garandeert. In de fysieke ruimte maar ook op internet. Digitale mensenrechten zijn geen sluitstuk maar een startpunt van elke technologische ontwikkeling.” 


Download HIER het actuele manifest van de Privacy Coalitie met alle mede-ondertekenaars (pdf).

Wilt u met uw bedrijf of organisatie de oproep van de Privacy Coalitie steunen? Neem dan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. op met de coalitie! 

https://www.privacycoalitie.org 

petitie privacy coalitie 06a

petitie privacy coalitie 09a

Gepubliceerd in Online Privacy
dinsdag, 14 juni 2022 15:00

Privacy? Het is nu of nooit!

Sinds haar oprichting in 2008 maakt Stichting Privacy First zich dagelijks zorgen om het toenemende gebrek aan privacy in de Nederlandse samenleving, zowel online als offline. Sluipenderwijs wordt ieders persoonlijke levenssfeer steeds verder aangetast en lijkt privacy zoals die vroeger bestond steeds meer een illusie te worden. Tegelijkertijd heeft de invoering van de AVG ervoor gezorgd dat het privacybewustzijn steeds hoger wordt. Voorbeelden van gebrekkige of onzorgvuldige omgang met persoonsgegevens in het nieuws en de impact ervan hebben bijgedragen aan de noodzaak en sterkere behoefte voor de bescherming van ons privacyrecht. In Nederland zijn bovendien de kennis en de techniek aanwezig om onze maatschappij op een privacyvriendelijke manier te kunnen inrichten. Tegelijkertijd komen er vanuit Brussel plannen voor een alomvattend eID op ons af waardoor ieders resterende anonimiteit voorgoed tot het verleden zou kunnen gaan behoren. De vooruitzichten vanuit Den Haag zijn evenmin rooskleurig; zo heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken het eerder verfoeide plan voor een centrale biometrische databank na 11 jaar uit de ijskast gehaald en wil dit alsnog gaan verwezenlijken. Om de surveillance samenleving compleet te maken, dreigen ook de buitenwettelijke praktijken van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) wettelijk te worden verankerd en wordt de NCTV een nieuwe geheime dienst. Van het debacle rond het Systeem Risico Indicatie (SyRI) en de Toeslagenaffaire heeft men in Den Haag evenmin iets geleerd: “Super SyRI” (de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, WGS) is inmiddels in aantocht. Intussen raken burgers, bedrijven en andere organisaties steeds verder ingekapseld door Big Tech, getuige bijvoorbeeld de ijzeren greep van Google op het onderwijs. En zo zijn er nog talloze voorbeelden, teveel om hier te noemen. 

Privacy First kan deze ontwikkelingen niet langer laten voortduren. We staan nu op een historisch kruispunt: welke samenleving willen we? In wat voor maatschappij willen wij onze kinderen en kleinkinderen laten opgroeien? Het is NU tijd voor actie. Actie om het tij te keren en een privacyvriendelijke toekomst af te dwingen. We hebben de kennis. We hebben de technologie. De alternatieven bestaan of zijn in ontwikkeling. “Be the change you want to see in this world.” Alles is mogelijk, maar dat vergt communicatie, solidariteit en samenwerking. Privacy First maakt zich hier dagelijks sterk voor. Wie sluit zich hierbij aan?

Gepubliceerd in Online Privacy

Herinnert u zich nog de massale maatschappelijke weerstand tegen een centrale databank met de biometrische gegevens (vingerafdrukken en gezichtsscans) van alle Nederlanders in de periode 2009-2011? Wegens privacybezwaren werd de ontwikkeling van die databank begin 2011 stopgezet. Staatssecretaris van Digitale Zaken Alexandra van Huffelen lijkt echter voornemens om een dergelijke databank nu alsnog te willen gaan invoeren. Hieronder de eerste reactie van Privacy First bij de recente internetconsultatie over dit abjecte plan: 

Excellentie,

Met verbazing heeft Stichting Privacy First kennisgenomen van uw voornemen om middels een wijziging van de Paspoortwet alsnog een centrale databank met ieders biometrische gegevens (gezichtsscans en – vooralsnog “tijdelijke” – vingerafdrukken) te kunnen creëren. Dit nadat het oorspronkelijke plan voor een dergelijke databank in 2011, na twee jaar massale weerstand uit alle geledingen van de Nederlandse samenleving, terecht was stopgezet wegens juridische, politieke, ambtelijke en technische bezwaren. Destijds was er zelfs binnen het ministerie van BZK geen ambtenaar meer te vinden die nog openlijk de ontwikkeling van een dergelijke databank durfde te bepleiten. Inmiddels is dit “voortschrijdend inzicht” binnen uw ministerie blijkbaar geheel verdwenen, juist op het moment dat de internationale ontwikkelingen ertoe nopen om de historische lessen over de risico’s van centrale bevolkingsregisters niet te vergeten. Met een centrale biometrische databank wordt immers een uiterst riskant target voor kwaadwillenden gecreëerd. Een overtuigende noodzaak en proportionaliteit van een dergelijke databank is in de concept-memorie van toelichting bij het huidige wetsvoorstel niet te vinden en is overigens ook ondenkbaar. De ervaring leert bovendien dat dergelijke databanken in de loop der tijd altijd voor allerlei onvoorziene doelen zullen worden gebruikt en misbruikt (function creep) en dat oorspronkelijke bewaartermijnen steeds verder zullen worden opgerekt. In dit verband herinnert Privacy First u graag aan het feit dat bij de eerder geplande centrale biometrische databank sprake was van heimelijke, afgeschermde toegang door de Nederlandse geheime diensten (die daartoe ook bij de ontwikkeling van deze databank betrokken waren), maar dat vervolgens de AIVD zelf de verwezenlijking van deze databank te riskant vond. Niet valt in te zien waarom de overwegingen van destijds niet nog steeds zouden gelden. 

Vingerafdrukken

Reeds sinds onze oprichting in 2008 verzet Privacy First zich tegen de verplichte afname van vingerafdrukken voor paspoorten en identiteitskaarten. Privacy First deed dit sinds de invoering van de nieuwe Paspoortwet in 2009 middels rechtszaken, campagnes, Wob-verzoeken, politieke lobby en activering van media. Ondanks de daaropvolgende stopzetting van de (geplande) centrale opslag van vingerafdrukken in een nationale databank en bij gemeenten in 2011 worden ieders vingerafdrukken nog steeds afgenomen bij de aanvraag van een paspoort en inmiddels ook (door de nieuwe Europese Verordening identiteitskaarten) alsnog weer bij Nederlandse identiteitskaarten nadat dit in 2014 afgeschaft was. Tot op heden zijn alle miljoenen afgenomen vingerafdrukken van vrijwel de gehele volwassen Nederlandse bevolking in de praktijk echter niet of nauwelijks gebruikt, aangezien e.e.a. reeds in 2009 technisch ondeugdelijk en onwerkbaar was gebleken. De verplichte afname van ieders vingerafdrukken onder de Paspoortwet vormt daarmee nog steeds de meest massale en langst voortdurende privacyschending die Nederland ooit gekend heeft. Wij verzoeken u dan ook om het onderhavige concept-wetsvoorstel in te trekken en te vervangen door een nieuw wetsvoorstel ter afschaffing van de afname van vingerafdrukken onder de Paspoortwet, ook tegen het Europese beleid in. Immers:

  1. Reeds in mei 2016 heeft de Raad van State geoordeeld dat vingerafdrukken in Nederlandse identiteitskaarten in strijd zijn met het recht op privacy wegens gebrek aan noodzaak en proportionaliteit, zie https://www.raadvanstate.nl/pers/persberichten/tekst-persbericht.html?id=956.

  2. Uit Wob-verzoeken van Privacy First is gebleken dat het te bestrijden fenomeen (lookalike fraude met paspoorten en identiteitskaarten) dusdanig kleinschalig is, dat verplichte afgifte van ieders vingerafdrukken ter bestrijding hiervan volstrekt disproportioneel en dus onrechtmatig is. Zie https://www.privacyfirst.nl/rechtszaken-1/wob-procedures/item/524-onthullende-cijfers-over-look-alike-fraude-met-nederlandse-reisdocumenten.html.

  3. Bij de vingerafdrukken in paspoorten en identiteitskaarten gold voorheen een biometrisch foutenpercentage van maar liefst 30%, zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32317-163.html (staatssecretaris Teeven, 31 jan. 2013). Eerder gaf minister Donner een foutenpercentage van 21-25% toe: zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25764-47.html (27 april 2011). Hoe hoog zijn deze foutenpercentages anno 2022?

  4. Mede vanwege bovengenoemde hoge foutenpercentages worden de vingerafdrukken in paspoorten en identiteitskaarten tot op heden vrijwel niet gebruikt, noch in het binnenland, noch aan de landsgrenzen of op luchthavens.

  5. Vanwege deze hoge foutenpercentages instrueerde voormalig staatssecretaris Bijleveld (BZK) reeds in september 2009 alle Nederlandse gemeenten om (in principe) geen vingerafdruk-verificaties uit te voeren bij de uitgifte van paspoorten en identiteitskaarten. Bij een “mismatch” dient het betreffende ID-document immers retour aan de paspoortfabrikant gezonden te worden, wat bij hoge aantallen tot snelle maatschappelijke ontwrichting zou leiden. Tevens maakte BZK zich in dit verband zorgen om grootschalige onrust en mogelijk geweld bij gemeentebalies. De betreffende zorgen en instructie van staatssecretaris Bijleveld gelden tot op heden nog steeds.

  6. Voor mensen die om welke reden dan ook geen vingerafdrukken wensen af te geven (biometrisch gewetensbezwaarden, art. 9 EVRM) dient alsnog een wettelijke uitzondering te worden gecreëerd.

Zie voor meer achtergrondinformatie over het biometrisch paspoort het WRR-rapport ‘Happy Landings’ dat ondergetekende schreef in 2010. Mede naar aanleiding van dit kritische rapport (en de grootschalige rechtszaak van Privacy First c.s. tegen de Paspoortwet) werd in 2011 de decentrale (gemeentelijke) opslag van vingerafdrukken grotendeels afgeschaft en werd de geplande centrale opslag van vingerafdrukken stopgezet.

Wij hopen van harte dat het niet weer tot een rechtszaak van Privacy First zal hoeven komen om het tij te keren.

Desgewenst zijn wij graag bereid om bovenstaande aspecten nader toe te lichten.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First 


Bron: https://www.internetconsultatie.nl/biometrischegegevenspaspoortwet/b1 --> reacties --> reactie directeur Privacy First (Vincent Böhre) d.d. 31 mei 2022.

Gepubliceerd in Wetgeving

Waar is morgen uw medisch dossier?

“Digitale communicatie in de zorg: waarom is dat nog niet geregeld?!”

Elf jaar na het sneuvelen van het Landelijk Elektronisch Patiëntendossier geldt digitale zorgcommunicatie nog altijd als een chronisch hoofdpijndossier. Hoewel de nadelen van het “dossier met duizend deuren aan de achterkant” helder zijn, bleef een beter alternatief vooralsnog uit. De patiëntenlobby en zorgverlenerskoepels bleven fervent voorstander van de EPD-systematiek, en ook het ministerie van VWS bleef met wet- en regelgeving de werking van een landelijk dekkend, centraal toegankelijk systeem ondersteunen.

Met de Wet Elektronische Gegevensuitwisseling In de Zorg (WEGIZ) lijkt er ruim elf jaar nadat de Eerste Kamer het EPD afschoot, ruimte te komen voor alternatieve systemen. De wet maakt nieuwe technische normen en standaarden mogelijk en moet patiënten meer keuzevrijheid bieden in de manier waarop hun medische gegevens worden uitgewisseld. Tijdens een publieksdebat georganiseerd door Privacy First gaan we op zoek naar kansen die deze nieuwe situatie biedt.

Hoe verschillen alternatieve systemen van het ‘oude EPD’ en bieden deze een oplossing voor eerdere tekortkomingen? Zijn ze in staat om de discussie “toegankelijkheid versus privacy” eindelijk te beslechten?

Welke belangen en politieke tegenstellingen stonden voorheen in de weg aan efficiënte en veilige zorgcommunicatie? Zullen alternatieve systemen een eerlijke kans krijgen tegenover het EPD-systeem dat al elf jaar door zorgverzekeraars wordt gepusht?

Wie kan er allemaal in uw dossier als u zich aanmeldt voor een uitwisselingssysteem? Wie bepaalt dat: de patiënt, diens arts, of de werkwijze van het gebruikte systeem? Hoe kan technologie worden ingezet om het beroepsgeheim ook digitaal te kunnen waarborgen?

Na een korte introductie over het onderwerp en de dilemma’s van digitale zorgcommunicatie zal een panel van deskundigen een open debat houden over de toekomst van het medisch dossier.

Sprekers zijn o.a. Guido van 't Noordende (Whitebox), Geranne Lautenbach (MedicalPHIT), Herman Pieterman (oud-radioloog en voormalig secretaris NVvR) en Wim Jongejan (ZorgICTZorgen, voormalig huisarts).

Iedereen is welkom en toegang is gratis. Donaties aan Privacy First worden echter zeer op prijs gesteld. Aanmelden kan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., maar is niet verplicht.

Datum: donderdag 2 juni 2022, 19.30-22.00u (inloop vanaf 19.00u, borrel na afloop). 
Locatie: Volkshotel, Wibautstraat 150 te Amsterdam (Doka cocktailbar). Een routebeschrijving vindt u op https://www.volkshotel.nl/nl/directions/


In het verleden organiseerde Privacy First regelmatig openbare publieksdebatten rond actuele thema’s. Na twee jaar corona-beperkingen kunnen we nu eindelijk weer een dergelijk evenement organiseren.
Wilt u voortaan directe uitnodigingen voor onze evenementen ontvangen? Mail ons! Dan voegen wij u toe aan onze mailinglist.

Uitnodiging publieksdebat Privacy First 2 juni 2022

Gepubliceerd in Evenementen
maandag, 24 januari 2022 09:59

Nationale Privacy Conferentie 2022

Voor de vijfde achtereenvolgende keer organiseren ECP en Privacy First op vrijdag 28 januari 2022 de jaarlijkse Nationale Privacy Conferentie. 28 januari is de Europese Dag van de Privacy, de dag waarop in 1981 het Europese Dataprotectieverdrag werd ondertekend. De Dag van de Privacy is in het leven geroepen om burgers beter te informeren over hun rechten. Daarnaast worden bedrijven en organisaties aangespoord om de bescherming van persoonsgegevens te verbeteren.

Deze editie zal online plaatsvinden en heeft als overkoepelend thema: privacy is grensoverschrijdend. De rol van Europa is hierin van groot belang. Wat staat ons te wachten? Hoe moeten we vanuit privacy-oogpunt omgaan met Artificial Intelligence? Hoe kunnen organisaties zich voorbereiden op de privacy-toekomst en hoe kunnen we in Europa onze invloed laten gelden? Deze en andere vragen komen aan bod. Daarnaast reikt Stichting Privacy First weer de jaarlijkse Nederlandse Privacy Awards uit.

Sprekers zijn o.a. Monique Verdier (vice-voorzitter Autoriteit Persoonsgegevens), Max Schrems (oprichter NOYB), Haroon Sheikh (WRR), Martin Vliem (National Security Officer, Microsoft), Gry Hasselbalch (cofounder, European thinkdotank DataEthics), Wilmar Hendriks (jury-voorzitter Nederlandse Privacy Awards) en Paul Korremans (voorzitter Privacy First). Dagvoorzitter is Tom Jessen.

Aan het slot van de conferentie vindt de uitreiking van de jaarlijkse Nederlandse Privacy Awards plaats. Alle genomineerde projecten zullen door de inzenders aan het publiek worden gepresenteerd. De Nederlandse Privacy Awards zullen vervolgens worden uitgereikt in vier categorieën: 1) Consumentenoplossingen, 2) Bedrijfsoplossingen, 3) Overheidsdiensten en 4) Aanmoedigingsprijs.

Programma

13.00u

Welkom door dagvoorzitter Tom Jessen.

13.05u

Q&A Tom Jessen en Monique Verdier (Autoriteit Persoonsgegevens).

13.20u

Pitches genomineerden Privacy Awards: Privacy Rating, KPN en Street Art Museum Amsterdam.

13.30u

Martin Vliem (National Security Officer, Microsoft): Privacy en/of Hyperscale Cloud?

13.45u

Pitches genomineerden Privacy Awards: Scoor voor je Club en Quodari.

13.50u

Pauze

14.00u

Max Schrems, oprichter None of Your Business (NOYB).

14.30u

Haroon Sheikh (WRR): Opgave AI: de nieuwe systeemtechnologie.

14.45u

Pitches genomineerden Privacy Awards: Summitto en Shuttercam.

14.55u

Gry Hasselbalch (European thinkdotank DataEthics): Data Ethics of Power – A Human Approach in the Big Data and AI Era.

15.15u

Pauze

15:20u

Uitreiking Privacy Awards.

Aanmelden kan via https://ecp.nl/agenda/privacy-conferentie/.

Normaliter organiseren ECP en Privacy First deze conferentie jaarlijks voor een relatief select publiek uit onze netwerken en achterban (maximaal 200 personen in Nieuwspoort, Den Haag). I.v.m. de coronamaatregelen hebben we dit jaar opnieuw besloten om het evenement grotendeels online en dus voor een breder publiek te organiseren. Klik HIER voor de video van de conferentie vorig jaar.

Privacy First organiseert de Nederlandse Privacy Awards met steun van Stichting Democratie & Media en The Privacy Factory, in samenwerking met ECP.

Gepubliceerd in Evenementen
De Nederlandse rechter heeft in hoger beroep geoordeeld in het kort geding dat Privacy First aanhangig maakte over het UBO-register. Net als de voorzieningenrechter heeft het gerechtshof Den Haag helaas de vorderingen van Privacy First afgewezen.
 
De voorzieningenrechter bevestigde eerder dat er alle aanleiding is om te twijfelen aan de rechtsgeldigheid van de Europese witwasrichtlijnen die de grondslag vormen voor het UBO-register. De rechter oordeelde dat niet valt uit te sluiten dat de hoogste Europese rechter, het Hof van Justitie van de EU, tot de conclusie zal komen dat het openbare karakter van het UBO-register zich niet verhoudt met het evenredigheidsbeginsel. De uitspraak van het Hof van Justitie van de EU wordt medio 2022 verwacht.
 
Bestaande rechtspersonen hoeven tot 27 maart 2022 geen UBO’s te registreren. Voor nieuwe rechtspersonen ligt dat anders: die moeten wel direct hun UBO’s registreren. Het gerechtshof Den Haag vindt het niet aannemelijk dat deze UBO’s op korte termijn ernstige schade zullen lijden. Het gerechtshof wijst er op dat een UBO, die vreest dat hij door de openbaarmaking van persoonsgegevens risico’s loopt, meteen deze gegevens voor het algemene publiek kan afschermen. De Nederlandse wetgeving voorziet in deze mogelijkheid. Het gerechtshof Den Haag noemt dit ‘een eenvoudige manier om te voorkomen dat UBO-gegevens openbaar worden of blijven’. De UBO kan bij het Handelsregister een verzoek doen om afscherming. Zolang de procedure daarover loopt worden de UBO-gegevens daadwerkelijk afgeschermd. Nu het gerechtshof Den Haag zo nadrukkelijk op deze mogelijkheid wijst is de verwachting dat vele UBO’s deze route zullen volgen.
 
De advocaat van Privacy First, Otto Volgenant van Boekx Advocaten: ‘De oplossing moet komen van de hoogste Europese rechter, het Hof van Justitie van de EU. Die zal hier medio 2022 over oordelen. Ik verwacht dat die een streep door de openbaarheid van het UBO-register zal zetten. Het Nederlandse UBO-register is nog nauwelijks gevuld en ik raad iedereen aan zolang mogelijk te wachten. De Nederlandse overheid heeft willekeurig een datum gekozen waarop UBO’s hun gegevens moeten aanleveren, namelijk 27 maart 2022. Het zou verstandig zijn om die einddatum een paar maanden op te schuiven tot na het moment dat het Hof van Justitie van de EU duidelijkheid heeft gegeven. Dat voorkomt een hoop ellende en onnodige kosten.’
 
Het vonnis van de kort geding-rechter staat hier:
en het arrest van het Gerechtshof Den Haag staat hier: 
 
Update 14 april 2022: nadere juridische actie van Privacy First tegen het UBO-register volgt wellicht medio 2022, afhankelijk van de uitkomst van vergelijkbare Luxemburgse rechtszaken bij het EU Hof. Recent heeft de Tweede Kamer bij motie bepaald dat er tot de uitspraak van het EU Hof geen boetes mogen worden opgelegd bij organisaties die hun UBO’s nog niet hebben ingeschreven. Tevens lijkt de UBO-registratieplicht van stichtingen en verenigingen vooralsnog niet te worden gehandhaafd. Privacy First volgt deze ontwikkelingen op de voet en probeert e.e.a. zoveel mogelijk positief te beïnvloeden.
Gepubliceerd in Rechtszaken

Recent heeft het Forum Standaardisatie een advies uitgebracht om openbare wifi-netwerken voor gastgebruik altijd veilig aan te bieden. Het onafhankelijke adviesorgaan beveelt aan om de veiligheid van wifi te verbeteren door gebruik van de standaard WPA2-Enterprise. Het advies geldt voor alle publieke en semi-publieke instellingen in Nederland en heeft daarmee impact op duizenden wifi-netwerken.

Het Forum Standaardisatie is hét adviesorgaan voor de publieke sector wat betreft gebruik van open standaarden. Alle standaarden die het Forum adviseert zijn grondig getoetst, verlagen het risico van internetfraude en gegevensmisbruik en verlagen de kosten, aldus de organisatie op haar eigen website. Aanleiding voor het advies was een aanvraag van Stichting Privacy First en de wifi-roaming aanbieder Publicroam, ruim een jaar geleden. Zij verzochten het Forum om WPA2-Enterprise als standaard te verplichten voor toegang tot gastwifi. Het Forum Standaardisatie besloot daarop om nader onderzoek te doen, met het huidige advies als resultaat.

Stoppen met onveilige gastwifi 

Paul Korremans, voorzitter van Privacy First, is zeer verheugd met het advies. Hij zegt hierover: “Het heeft even geduurd maar nu ligt er een duidelijk advies. Het Forum Standaardisatie roept op tot het veilig aanbieden van gastwifi, bij voorkeur met gebruik van de standaard WPA2-Enterprise. Dit advies schept duidelijkheid voor alle partijen die betrokken zijn bij het inrichten en beheren van openbare wifi-netwerken bij de overheid. Bovendien heeft het een bredere werking: het Forum zegt in onze ogen dat we moeten stoppen met onveilige gastwifi.”

Nederland voorloper 

Forum Standaardisatie nam haar besluit afgelopen zomer na meerdere expertrondes en een publieke consultatie. Het advies werd begin september toegevoegd aan de bestaande verplichting rond WPA2-Enterprise. Nederland is één van de eerste landen die een dergelijke verplichting kent.

WPA2-Enterprise 

Experts beschouwen de standaard WPA2-Enterprise (en de opvolger WPA3-Enterprise) als de meest geschikte methode om veilige toegang tot wifi te realiseren. De standaard is verplicht voor wifi-toegang voor overheidsmedewerkers en wordt breed toegepast in andere sectoren zoals het bedrijfsleven en in het onderwijs. Doordat het een al lang bestaande open standaard is, is deze breed beschikbaar en eenvoudig te implementeren.

Gepubliceerd in Online Privacy

Ondanks een dringende oproep van Stichting Privacy First aan de Tweede Kamer om het coronatoegangsbewijs te blokkeren, lijkt de Nederlandse invoering van de "coronapas" per 25 september 2021 helaas een feit. Privacy First verwacht dat dit zal leiden tot een tweedeling in de samenleving, discriminatie, uitsluiting van kwetsbare groepen en schending van ieders recht op privacy. De coronapas leidt bovendien tot vaccinatiedwang, wat in strijd is met ieders recht om geheel vrij te beschikken over zijn/haar eigen lichaam. Dit is onverenigbaar met het recht op lichamelijke integriteit en zelfbeschikking en voedt de ondermijning van ons vertrouwen in de democratische rechtsstaat, waarin deze fundamentele rechten verankerd zijn. 

Nu massale aantasting en schending van mensenrechten dreigt, is het aan de rechter om in te grijpen en de overheid te corrigeren. In lijn met onze statutaire doelstelling in het algemeen belang heeft de actuele rechtszaak van Bart Maes c.s. ter stopzetting van de coronapas daarom onze volledige steun. Privacy First hecht eraan daarbij te benadrukken dat hiermee geen statement wordt gemaakt tegen het vaccineren (integendeel), maar dat het van cruciaal belang is om juist in deze tijd ieders mensenrechten volledig te respecteren en te beschermen. Kritische geluiden, op welke grond dan ook, dienen serieus genomen te worden en niet op emotionele gronden terzijde geschoven te worden. Zowel op korte als lange termijn vormt dit de beste waarborg voor een open, vrije en gezonde samenleving.

Gepubliceerd in Wetgeving
donderdag, 23 september 2021 10:57

Hoger beroep Privacy First tegen UBO-register

Op maandag 27 september 2021 is de zitting bij het Gerechtshof Den Haag in de procedure van Privacy First tegen het UBO-register.

Stichting Privacy First is in hoger beroep gegaan van het vonnis van de kort geding-rechter van 18 maart 2021. De kort geding-rechter bevestigde dat er alle aanleiding is om te twijfelen aan de rechtsgeldigheid van de Europese witwasrichtlijnen die de grondslag vormen voor het UBO-register. De rechter volgt op dit punt het zeer kritische advies van de Europese privacy-toezichthouder EDPS (European Data Protection Supervisor). De Nederlandse kort geding-rechter oordeelde dat niet valt uit te sluiten dat de hoogste Europese rechter, het Hof van Justitie van de EU, tot de conclusie zal komen dat het openbare karakter van het UBO-register zich niet verhoudt met het evenredigheidsbeginsel. Deze vraag ligt al bij het Hof van Justitie, omdat daarover door een Luxemburgse rechter vragen zijn gesteld. Nu deze kwestie al op het bord van de hoogste Europese rechter ligt, vond de Nederlandse kort geding-rechter het niet nodig hierover zelf ook nog vragen te stellen.

Privacy First heeft hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag. De appèldagvaarding vindt u hier (pdf). Privacy First verzoekt het Gerechtshof Den Haag om alsnog zelf prejudiciële vragen over het UBO-register te stellen aan het Europees Hof van Justitie en het UBO-register buiten werking te stellen totdat die vragen beantwoord zijn. Verder vraagt Privacy First de rechter om de openbaarheid van het UBO-register tijdelijk op te schorten, in ieder geval totdat het Hof van Justitie van de Europese Unie hierover heeft geoordeeld. De uitspraak van het Gerechtshof wordt een paar weken na de zitting van 27 september 2021 verwacht.

De advocaat van Privacy First, Otto Volgenant van Boekx Advocaten: ‘Door het UBO-register komen privacygevoelige gegevens van miljoenen mensen op straat te liggen. Van alle kanten wordt betwijfeld of dat wel een effectief middel is in de strijd tegen witwassen en terrorisme. Het is met een kanon op een mug schieten. De hoogste Europese rechter, het Hof van Justitie van de EU, zal hier uiteindelijk over oordelen. Ik verwacht dat die een streep door het UBO-register zet. In ieder geval door de openbaarheid. Tot dat moment adviseer ik UBO’s om geen gegevens aan te leveren aan het UBO-register. Gegevens die eenmaal openbaar zijn, kun je niet terugnemen.’

Achtergrond van de rechtszaak tegen het UBO-register

Privacy First voert een principiële procedure tegen de Staat over het in 2020 ingevoerde UBO-register. In kort geding wordt de ongeldigheid ingeroepen van de regelgeving waarop het UBO-register is gebaseerd. De gevolgen van deze nieuwe wetgeving zijn ingrijpend. Het gaat immers om zeer privacygevoelige informatie. Gegevens over de financiële situatie van natuurlijke personen komen op straat te liggen. Alle ruim 1,5 miljoen juridische entiteiten die in het Handelsregister zijn ingeschreven moeten informatie over hun UBO’s (‘ultimate beneficial owners’ ofwel ‘uiteindelijk belanghebbenden’) openbaar maken. Het UBO-register is voor iedereen toegankelijk, voor € 2,50 per opvraging. Die openbaarheid is niet proportioneel.

Op 24 juni 2020 is de ‘Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten’ in werking getreden. Op basis van deze nieuwe wet komt in een nieuw UBO-register, gekoppeld aan het Handelsregister van de KvK, informatie te staan over alle uiteindelijk belanghebbenden (‘ultimate beneficial owners’, kortweg ‘UBO’s’) van in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten. Daarbij moet worden aangegeven welk belang de UBO heeft, te weten van 25-50%, 50-75% of meer dan 75%. Van de UBO worden in ieder geval de naam, de geboortemaand en het geboortejaar en de nationaliteit openbaar voor iedereen raadpleegbaar, met alle privacyrisico’s van dien.

Sinds 27 september 2020 moeten nieuw opgerichte entiteiten hun UBO registreren in het UBO-register. Bestaande juridische entiteiten hebben nog tot 27 maart 2022 om hun UBO’s te registreren. De wet geeft maar zeer beperkte mogelijkheden voor afscherming van informatie. Dit is alleen mogelijk voor personen die door de politie worden beveiligd, voor minderjarigen en voor wie onder curatele is gesteld. Het gevolg zal zijn dat van vrijwel alle UBO’s openbaar bekend zal worden welk belang ze hebben. 

Europese anti-witwasrichtlijn

Deze nieuwe wet vloeit voort uit de Europese vijfde anti-witwasrichtlijn, die lidstaten verplicht persoonsgegevens van UBO’s te registreren en voor het publiek openbaar te maken. Het doel hiervan is het tegengaan van witwassen en terrorismefinanciering. Het registreren en vervolgens voor iedereen inzichtelijk maken van persoonsgegevens van UBO’s, inclusief het belang dat de UBO in de onderneming heeft, draagt volgens de Europese wetgever bij aan dat doel. De openbaarheid zou een afschrikkende werking hebben op personen die geld willen witwassen of terrorisme willen financieren. Maar de effectiviteit van een UBO-register in de strijd tegen witwassen en terrorisme is nooit onderbouwd.

Massale privacyschending en fundamentele kritiek

De vraag is of het middel het doel niet voorbijschiet. Het registreren en voor iedereen toegankelijk maken van de persoonsgegevens van alle UBO’s aan eenieder is een ‘blanket measure’ van preventieve aard. 99,99% van de UBO’s heeft niets met witwassen of financiering van terrorisme te maken. Als het wel proportioneel zou zijn om informatie over UBO’s te verzamelen, dan zou het voldoende moeten zijn als die informatie beschikbaar is voor die overheidsdiensten die zich bezighouden met de bestrijding van witwassen en terrorisme. Het gaat te ver om die informatie volledig openbaar te maken. De European Data Protection Supervisor oordeelde al dat deze privacyschending niet proportioneel is. Maar dat oordeel heeft niet geleid tot aanpassing van de Europese richtlijn.

Tijdens de Nederlandse parlementaire behandeling van deze wet kwam er uit verschillende hoeken fundamentele kritiek. Het bedrijfsleven roerde zich omdat men lastenverzwaring vreest – en inmiddels ervaart – en privacyrisico’s ziet. UBO’s van familiebedrijven die tot nu toe buiten de openbaarheid bleven lopen grote privacy- en veiligheidsrisico’s. Ook was er veel aandacht voor de positie van partijen die groot belang hechten aan bescherming van betrokkenen, zoals kerkgenootschappen en maatschappelijke organisaties. En voor verenigingen en stichtingen die geen eigenaren kennen leidt het tot lasten: zij moeten dezelfde gegevens die toch al in het Handelsregister staan ook nog in een ander register zetten. Helaas heeft dit niet tot aanpassing van de regelgeving geleid.

Follow the Money zocht uit wat de maatschappelijke kosten van het Nederlandse UBO-register zijn. Follow the Money schrijft: Het UBO-register brengt voor miljoenen ondernemers en bestuurders kosten, rompslomp en soms licht absurde bureaucratie met zich mee. Het ministerie van Financiën becijfert op vragen van Follow the Money de totale kosten van het register voor het bedrijfsleven op 99 miljoen euro. Daar komt nog 9 miljoen aan eenmalige invoeringskosten bij de overheid bij. Als advocaat Volgenant dat bedrag ziet, reageert hij verbijsterd: ‘De totale kosten zijn nog veel hoger dan ik zelf dacht! Als je dat voor de hele EU extrapoleert zijn de kosten astronomisch.’

Rechtszaak is kansrijk

Privacy First is een rechtszaak gestart tegen het UBO-register wegens schending van het grondrecht op privacy en bescherming van persoonsgegevens. Privacy First verzoekt de Nederlandse rechter om het UBO-register op korte termijn buiten werking te stellen en hierover vragen van uitleg te stellen aan de hoogste Europese rechter, het Hof van Justitie van de Europese Unie. Privacyschendende regelgeving wordt vaker door de rechter buiten werking gesteld. Privacy First heeft daar eerder met succes over geprocedeerd.

De Nederlandse wet en ook de achterliggende Europese richtlijn zijn in strijd met het Europese Handvest voor de Grondrechten en met de AVG. De wetgever heeft deze regelgeving in het leven geroepen, maar het is aan de rechter om daar een grondige toetsing op te doen. Uiteindelijk heeft de rechter het laatste woord. Wanneer de (Europese) wetgever onvoldoende oog heeft voor de bescherming van grondrechten, dan kan de (Europese) rechter de regelgeving buiten werking stellen. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft eerder regelgeving ongeldig verklaard wegens privacyschendingen, bijvoorbeeld de Telecom-dataretentierichtlijn en het Privacy Shield. Ook de Nederlandse rechter stelt regelmatig privacyschendende regelgeving buiten werking. Privacy First heeft eerder met succes de geldigheid van wetgeving aan de orde gesteld, bijvoorbeeld in de procedure over de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie en in de procedure over SyRI. Bezien tegen deze achtergrond wordt de rechtszaak tegen het UBO-register zeer kansrijk geacht. 

Update 27 september 2021: vanmiddag vond in het Gerechtshof Den Haag de rechtszitting plaats; klik HIER voor de pleitnota van onze advocaat (pdf). De uitspraak van het Hof staat vooralsnog gepland op dinsdag 16 november as. 


Heeft u vragen? Neem dan contact met ons op, of met onze advocaat Otto Volgenant van Boekx Advocaten. Privacy First kan uw hulp goed gebruiken en stelt het zeer op prijs als u donateur wordt.

Gepubliceerd in Rechtszaken
Pagina 1 van 6

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon