donatieknop english

"Volgende week behandelt de Eerste Kamer een wetsvoorstel om misstanden in de prostitutiebranche aan te pakken, maar de voorgestelde centrale prostitutie-database kan allerlei nieuwe problemen met zich meebrengen. Daarvoor waarschuwt privacywaakhond Privacy First. Niet alleen zal een verplichte registratie van prostituees tot een verschuiving van prostitutie naar het illegale circuit leiden, het is ook in strijd met het recht op privacy.

"Het betreft hier immers registratie van gevoelige persoonsgegevens. Dit is verboden onder artikel 16 Wbp en vormt een schending van artikel 8 EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens )", aldus directeur Vincent Böhre. Die waarschuwt ook voor de stigmatiserende werking die het registreren van prostituees heeft.

Veiligheid
"Bovendien kan de veiligheid van deze registratie onmogelijk worden gewaarborgd en is er het gevaar van function creep. De veronderstelde voordelen van registratie wegen dan ook niet op tegen de risico’s van datalekken, hacking, onbevoegd en onvoorzien gebruik, nu en in de toekomst", merkt Böhre op. "Hieruit vloeien bovendien nieuwe risico’s van misbruik en chantage voort."

Volgens de privacywaakhond hoort bestrijding van criminaliteit en mensenhandel niet via risicovolle registratie van prostituees plaats te vinden, maar door effectievere opsporing, vervolging en berechting van de daders zonder de slachtoffers in gevaar te brengen."

Bron: Security.nl

Gepubliceerd in Privacy First in de media
zaterdag, 27 oktober 2012 17:17

Oproep tegen centrale database prostitutie

Hedenmiddag verzond Stichting Privacy First onderstaande email aan de Eerste Kamer: 

Geachte Eerste Kamerleden,

Onlangs vond de internationale Amsterdam Privacy Conference 2012 plaats. In zijn openingsspeech bij deze conferentie ging Lodewijk Asscher voornamelijk in op het huidige wetsvoorstel regulering prostitutie. Asscher sprak hierbij de verwachting uit dat de beoogde registratie van prostituees zal leiden tot rechtszaken tot aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Stichting Privacy First deelt deze verwachting. Wij doen hierbij dan ook een dringend beroep op u om het niet zover te laten komen en het wetsvoorstel tijdens de plenaire behandeling op dinsdag 30 oktober as. te verwerpen. Privacy First voert hiertoe de volgende gronden aan:

  1. Verplichte registratie van prostituees zal leiden tot een verschuiving van prostitutie naar het illegale circuit. Daarmee zal dit wetsvoorstel een averechts effect hebben, met alle risico’s van dien voor de betreffende prostituees. De maatschappelijke (rechts)positie van prostituees raakt hierdoor verder verzwakt i.p.v. versterkt.
  2. Verplichte registratie van prostituees is in strijd met het recht op privacy. Het betreft hier immers registratie van gevoelige persoonsgegevens. Dit is verboden onder artikel 16 Wbp en vormt een schending van artikel 8 EVRM.
  3. Registratie van prostituees heeft een stigmatiserende werking. Bovendien kan de veiligheid van deze registratie onmogelijk worden gewaarborgd en is er het gevaar van function creep. De veronderstelde voordelen van registratie wegen dan ook niet op tegen de risico’s van datalekken, hacking, onbevoegd en onvoorzien gebruik, nu en in de toekomst. Hieruit vloeien bovendien nieuwe risico’s van misbruik en chantage voort.
  4. Bestrijding van criminaliteit en mensenhandel dienen niet te geschieden middels risicovolle registratie van prostituees, maar door effectievere opsporing, vervolging en berechting van de daders zonder de slachtoffers in gevaar te brengen. Het is aan de Minister om hiertoe, in overleg met relevante maatschappelijke organisaties, alternatieve privacyvriendelijke instrumenten te ontwikkelen.

Desgevraagd zijn wij graag bereid tot een nadere toelichting op bovenstaande punten.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First

Update 30 oktober 2012: vanmiddag uitte de Eerste Kamer zware kritiek op (met name) de privacyaspecten van verplichte registratie van prostituees. Minister Opstelten heeft hierop besloten om zich op e.e.a. te gaan herbezinnen. Daarmee lijkt de registratieplicht van de baan. Verdere behandeling van overige onderdelen van het wetsvoorstel is tot nader order uitgesteld. Klik HIER voor een audio-opname van het Kamerdebat tot het moment van schorsing (mp3, 2u53m, 119 MB).

Update 31 oktober 2012: Klik HIER voor een woordelijk verslag van het debat.

Gepubliceerd in Wetgeving
donderdag, 25 oktober 2012 12:50

To hack, or not to hack...

Door Adriaan Bos  

Minister Opstelten wil wettelijk vastleggen dat justitie computers mag hacken. Zo kan de politie een computer overnemen door daar spyware op te plaatsen, zonder dat de gebruiker van die computer daar iets van merkt. Op die manier kan tegenwicht worden geboden aan criminelen die steeds inventiever gebruik maken van informatietechnologie. Moeten we daar bezwaar tegen hebben?

De computer is straks de nieuwe tank

Het is duidelijk dat de cybercriminaliteit een zorgelijke ontwikkeling is. In zijn begin dit jaar verschenen boek "Het einde van de privacy" zegt trendwatcher Adjiedj Bakas: Cyberwarfare wordt een taak van het vernieuwde leger, de computer is straks de nieuwe tank. En wat voor tank! Welke publieke voorziening is tegenwoordig niet computergestuurd, variërend van de watervoorziening tot luchthavens, telefoonverkeer, ziekenhuizen, het betalingsverkeer en de bevoorrading van supermarkten. Door die computers over te nemen kan chaos worden gecreëerd. Dat kan een actie van de ene tegen de andere natie zijn, maar ook terroristen en criminelen kunnen zoiets ondernemen. Geen bezwaar dus tegen het hacken van computers door de politie, als tegenwicht?

Een vergaande inbreuk op de privacy

Het overnemen van een computer stelt de politie in staat die van voor naar achter te doorzoeken, inclusief alle privé-gegevens die daar op staan. Dus ook het complete e-mailbestand (inclusief bijvoorbeeld de correspondentie tussen een verdachte en diens advocaat, of diens heimelijke minnaar/minnares), bezochte websites, alle betalings- en administratiegegevens en een persoonlijk dagboek vol gedachten en fantasieën kunnen worden doorgenomen. Dat is een zeer vergaande inbreuk op de privacy. Niet alleen van de verdachte, maar ook van derden die met de verdachte communiceren. Geen bezwaar zal de overheid zeggen, het middel wordt alleen ingezet bij verdenking van strafbare feiten van een zekere ernst (aldus de brief van de minister van 15 oktober jl. aan de Tweede Kamer), en bovendien moet de rechter eerst toestemming geven. Is dat voldoende waarborg, nu en in de ongewisse toekomst?

Privacy moet wijken voor veiligheid

Die oneliner is opgekomen in de VS na 9/11. De politiek in Nederland gaat daar gretig in mee als zich een ernstig incident voordoet, zeker als dat door de media en verontwaardigde burgers breed wordt uitmeten. Met als gevolg veel, vaak disproportionele gelegenheidsmaatregelen. Ons land komt steeds meer vol te hangen met camera's, er worden digitale bestanden aangelegd voor uiteenlopende doelen, die na verloop van tijd worden verruimd door bestanden aan elkaar te koppelen. De technologie van gezichtsherkenning breekt door, een centraal DNA-bestand voor alle burgers komt op ons af. In een vrijdag jl. uitgelekt wetsvoorstel zou staan dat het voor justitie mogelijk moet worden om DNA-materiaal uit de zorg op te eisen voor opsporingsdoeleinden. Als we zo doorgaan zou Orwells '1984' heel goed '2084' kunnen zijn. Gaat het zo ver komen?

Kunnen wij blijven vertrouwen op onze democratische rechtsstaat?

Nog een keer Bakas over onze toekomst: Ieder individu heeft straks een digitale identiteit (inclusief DNA-paspoort en medisch dossier). Die is opgeslagen in de Cloud en kun je, zo zegt hij, selectief toegankelijk maken, behoudens één uitzondering: De enige die overal toegang toe heeft is de overheid. Hoe gaat de overheid om met al die informatie, die haar zo veel macht over burgers geeft? In autoritaire staten laat zich het antwoord raden. Kunnen wij blijven vertrouwen op onze democratische rechtsstaat, op richtlijnen uit Brussel? Een democratie kenmerkt zich onder meer door bescherming van de burger tegen een overmatig bemoeizuchtige overheid. Maar wat is een overheid meer dan een reflectie van haar burgers. Hoe groot kan de invloed van een PVV-achtige partij worden, of van een Gouden Dageraad? Welke garantie hebben we dat een overheid in de toekomst, onder druk van een crisis en/of populistische onverdraagzaamheid, hele andere normen en waarden hanteert, en onze digitale identiteit misbruikt om haar doelen te bereiken?

De klassieke strijd tussen goed en kwaad

In mijn roman 'Advocaat van de waarheid', die onder meer laat zien hoe het ethisch besef in de samenleving kan verschuiven in tijden van crisis, zegt iemand: 'Je zei net dat technologie dienstbaar moet zijn aan de samenleving. Volgens mij zijn we hard op weg naar het tegenovergestelde. We raken volledig in de ban van technologie, als een ring die we niet meer van onze vinger af krijgen. Die maakt iets in ons wakker wat gevaarlijk is. We staren ons blind op de schittering, we raken verslaafd aan de macht die de ring ons geeft. Intussen zien we niet de gestaag groeiende schaduw waarin het licht van ons innerlijk weten dooft.' Dat is natuurlijk een knipoog naar 'The lord of the rings', naar de ring die steeds meer greep krijgt op Frodo Baggins en hem probeert te verleiden de macht van de ring te misbruiken. Zelfs de meest zuiveren van geest kunnen de donkere kant van de ring nauwelijks weerstaan. Het is de klassieke strijd tussen goed en kwaad.

Predictive policing

Predictive policing wordt in opsporingskringen de toekomst van de politie genoemd. Alle burgers digitaal in kaart brengen in een centrale database en daar via algoritmen een risicoanalyse op loslaten: alles wat afwijkt van 'het normale' zou verdacht kunnen zijn. Goed voor de veiligheid in de samenleving, en 'wie niets te verbergen heeft hoeft niets te vrezen'. Maar wie te veel (preventief) wil controleren en te vaak roept dat privacy moet wijken voor veiligheid, of de naam van een ministerie verandert in Veiligheid en (pas daarna) Justitie, begeeft zich op glad ijs.

Het recht om met rust gelaten te worden

Het recht om door de overheid met rust gelaten te worden is door de eeuwen heen bevochten en één van de belangrijkste pijlers van de democratie. We leven in een samenleving waarin de technologische mogelijkheden onbegrensd lijken. Technologie heeft ons veel gebracht, maar dat heeft ook een schaduwkant. Die duistere kant kan de meest elementaire menselijke waarde aantasten: onze persoonlijke vrijheid!

To hack, or not to hack...

De overheid mag de computers van haar burgers niet hacken, in ieder geval niet zonder een heldere visie die de privacy van burgers respecteert en waarborgt, ook in de toekomst. Die visie lijkt er nu niet te zijn.


Oorspronkelijke titel: 'De schaduwkant van technologie: to hack, or not to hack...', http://adriaanbos.blogspot.nl/2012/10/de-schaduwkant-van-technologie-to-hack.html, 24 oktober 2012 (met toestemming overgenomen van de auteur).
In maart 2012 verscheen de roman Advocaat van de waarheid; klik HIER voor een introductie.

Gepubliceerd in Columns

Stichting Privacy First organiseert regelmatig borrels annex thema-avonden voor onze vrijwilligers, donateurs en experts uit ons netwerk van journalisten, wetenschappers, ICT’ers en juristen. Sinds juni 2011 vinden deze avonden gemiddeld eens per kwartaal plaats ten kantore van Privacy First in het voormalige Volkskrantgebouw in Amsterdam. Thema’s waren tot nu toe o.a. privacy in Nederland (spreker: Bart de Koning), biometrie (Max Snijder) en profiling door de overheid (Quirine Eijkman en André Hoogstrate). Ook waren er boekpresentaties door Dimitri Tokmetzis (De digitale schaduw) en Adriaan Bos (Advocaat van de waarheid). Op donderdagavond 13 september jl. was er sprake van een heuse primeur: een lezing over de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en het recht op privacy door niemand minder dan het Hoofd van de AIVD zelf, de heer Rob Bertholee. (Klik HIERpdf voor onze eerdere uitnodiging aan relaties. Wilt u voortaan ook een uitnodiging ontvangen? Mail ons!) De essentie van de lezing van de heer Bertholee verscheen de volgende ochtend op de website van de AIVD; klik HIER. Naar aanleiding van de lezing verscheen vandaag tevens een artikel in de Telegraaf. Hieronder volgt onze verkorte weergave van de (ruim twee uur durende) lezing en discussie door Bertholee met het publiek.

Gemeenschappelijk doel: vrijheid in een open democratische samenleving

De avond begint met een korte introductie door Privacy First voorzitter Bas Filippini. In de optiek van Filippini strijden Privacy First en de AIVD eigenlijk voor hetzelfde doel, namelijk vrijheid in een open democratische samenleving, weliswaar vanuit verschillend perspectief. Rob Bertholee beaamt dit en zegt dat hij zich hier vanavond, in tegenstelling tot wat sommige mensen misschien denken, niet in het hol van de leeuw waant. Na een lange carrière in de landstrijdkrachten is Bertholee inmiddels 9 maanden werkzaam als Hoofd van de AIVD. Het beeld dat hij al snel van de AIVD kreeg was dat van een professionele organisatie met mensen die worden gedreven door idealen, zo vertelt hij. Zowel de AIVD als de MIVD hebben dagelijks te maken met risico’s en bedreigingen van de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde, oftewel met bedreigingen van de manier waarop wij gewend zijn te leven met alle borgingen voor onze vrijheden van dien. Als gevolg van internationalisering en technologisering nemen die dreigingen en risico’s toe in aantal, impact en bereik. Een voorbeeld is het internet dat zowel een positieve kant als een schaduwzijde heeft.Rob Bertholee


Veiligheid is geen grondrecht

De AIVD heeft twee hoofdtaken: inlichtingen en veiligheid. Veiligheid is formeel echter geen grondrecht, zo merkt Bertholee terecht op. Wel heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in haar jurisprudentie aangegeven dat Staten verplicht zijn alle redelijke maatregelen te nemen tegen levensbedreigende situaties, aldus Bertholee. De Raad van Europa heeft dit vervolgens bevestigd met de zogeheten Guidelines on human rights and the fight against terrorism. Waar de focus van Privacy First ligt op de bescherming van het individu, zo ligt de focus van de AIVD op de bescherming van de gemeenschap van individuen. Daartussen zit een trade-off: ter bescherming van de gemeenschap dient soms een inbreuk op de rechten van een individu te worden gemaakt. Bertholee noemt vervolgens enkele taken van de AIVD waarbij geen sprake is van inbreuk op de privacy, namelijk 1) bij persoonlijk veiligheidsonderzoek en 2) bij het bevorderen van beschermingsmaatregelen bij personen, organisaties en bedrijven, bijvoorbeeld i.v.m. spionage. Bij de uitvoering van persoonlijke veiligheidsonderzoeken en bij de taak onder (2) mag de AIVD immers geen bijzondere inlichtingenmiddelen inzetten (volgens de wet). En juist bij die inzet is er sprake van inbreuk op de privacy.

Een relevant onderdeel van de AIVD is het Nationaal Bureau voor Verbindingsbeveiliging (NBV), dat de Rijksoverheid ondersteunt bij de beveiliging van bijzondere informatie. Het NBV evalueert beveiligingsproducten en speelt ook een rol in de ontwikkeling ervan. Hier worden bijvoorbeeld USB-sticks voor de overheid getest tegen datalekken. Verder is er de politieke inlichtingentaak van de AIVD in het buitenland, “die weliswaar de privacy van mensen aantast, maar niet hier te lande”. En tenslotte is er nog de taak van het maken van dreigingsanalyses voor personen (bijvoorbeeld politici), organisaties of evenementen. Een taak van de AIVD waarbij de privacy in Nederland wél in het geding komt betreft het onderzoek naar “bedreigingen van de nationale veiligheid, het voortbestaan van de democratische rechtsorde en andere, gewichtige belangen van de Staat”. Dit onderzoek vindt allereerst plaats middels open bronnen (media, internet etc.), maar kan (vervolgens) ook geschieden door het volgen, observeren of afluisteren van mensen of het binnendringen van virtuele of fysieke ruimtes. Bertholee benadrukt in dit verband de hoge mate waarin elke medewerker van de AIVD doordrongen is van “het wezen” van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv2002). “Als burger voelde ik mij redelijk gerustgesteld vanaf het moment dat ik inzicht kreeg in wat de dienst eigenlijk deed en kon en mocht doen, en hoe de overheid controle uit kon blijven oefenen op een dienst als de AIVD,” zegt Bertholee. “U hoeft mij niet te geloven, maar ik wilde dit toch even met u delen,” grapt hij. Dan stellig: “onze taken en bevoegdheden zijn allemaal strak omschreven in de wet.”Rob Bertholee

Wettelijk kader

Op het vlak van terrorismebestrijding gaat de aandacht van de AIVD momenteel vooral uit naar (potentiële) jihadisten en radicale eenlingen zoals Breivik. Bertholee vindt het zorgwekkend dat dergelijke eenlingen lastig op te sporen zijn, hoewel relevante informatie soms wel voorhanden is, bijvoorbeeld bij zorginstellingen of de politie. Een lastig dilemma is dan of zaken voorkomen hadden kunnen worden door informatie nationaal en internationaal te “correleren”, en welke risico’s je als maatschappij wilt aanvaarden met behoud van de privacy, aldus Bertholee. Hij kan zich echter ook voorstellen dat correlatie (koppeling) en internationale uitwisseling van gegevens door de burger ervaren wordt als “Big Brother” en dat men zich daar zorgen om maakt. Als burger maakt Bertholee zich daar zelf ook zorgen over. Waar ligt de balans tussen de bescherming van het individu en de bescherming van de gemeenschap? Elke bijzondere bevoegdheid van de AIVD is verankerd in de Wiv2002. En elke bijzondere bevoegdheid maakt een inbreuk op de privacy. De meest simpele bijzondere bevoegdheid is het praten met mensen (art. 17 Wiv2002). Voor elke bijzondere bevoegdheid in de Wiv2002 gelden de eisen van 1) noodzakelijkheid, 2) proportionaliteit en 3) subsidiariteit. Bijzondere bevoegdheden kunnen dan ook pas worden ingezet indien open bronnen (internet etc.) ontoereikend zijn. De AIVD dient zich telkens af te vragen: is het per se noodzakelijk? En weten we heel zeker dat er geen lichter middel is? De uitoefening van die bevoegdheden is achteraf controleerbaar. Op het openen van brieven na (dat valt onder de Postwet) komt er echter geen rechter-commissaris aan te pas. Voor de inzet van ieder bijzonder inlichtingenmiddel is wel toestemming nodig. Die wordt verleend door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) of namens de minister door het Hoofd van de AIVD. Iedere nieuwe medewerker van de AIVD krijgt bovendien een basisopleiding, waarbij men onder meer goed in de Wiv2002 raakt ingevoerd. Bertholee vertelt in dit verband een interessante anekdote: eens in de zoveel tijd nodigt de AIVD een aantal journalisten, parlementariërs of juristen uit om samen een casus te behandelen. Daarbij blijken de niet-AIVD’ers meestal eerder geneigd tot het inzetten van bijzondere bevoegdheden dan de medewerkers van de AIVD zelf. Desgevraagd antwoordt Bertholee overigens dat hij de Wiv2002 persoonlijk aan minister Spies (BZK) heeft toegelicht, reeds anderhalf uur nadat zij door Koningin Beatrix was beëdigd. “Geen eigen spelregels, maar alleen datgene wat er in de wet staat,” aldus Bertholee. Hij vertelt verder over het proces waarlangs een bijzondere bevoegdheid wordt ingezet: dat begint met de medewerker die voor een AIVD-onderzoek een bijzondere bevoegdheid wil inzetten. Die medewerker dient dat schriftelijk te motiveren. Daar kijkt een operationeel AIVD-jurist naar. Vervolgens gaat het naar de leidinggevende. Daarna komt het bij Bertholee. En daarna komt het bij de Minister. Zo gaat het geval voor geval, telkens met inachtneming van de vereisten van de Wiv2002. Bij het vragen om informatie door de AIVD aan burgers mag overigens geen sprake zijn van enige vorm van druk. Hetzelfde geldt voor het vragen van informatie aan journalisten: journalisten zijn geheel vrij om daar wel of niet aan mee te werken. “Als een journalist er niet aan wil meewerken, dan is dat jammer voor de AIVD, maar daar houdt het mee op,” stelt Bertholee. E.e.a. wordt echter wel vastgelegd in een gespreksnotitie, aangezien voor de AIVD alles controleerbaar moet zijn.

Toezichtsmechanismen

Bertholee vertelt over het stelsel van controle op de AIVD waarin een aantal instanties ieder hun eigen rol spelen. Allereerst is er de parlementaire commissie voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (“commissie Stiekem”), bestaande uit alle fractievoorzitters. Daarnaast is er de (openbare) Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken. Ter controle van de rechtmatigheid van de taakuitvoering van de AIVD is er bovendien de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD); dit onafhankelijke toezichtsorgaan bestaat voornamelijk uit juristen. Volgens Bertholee was de beoordeling van de AIVD door de CTIVD de laatste jaren overwegend positief. Daarnaast is er ook nog een rol voor de Algemene Rekenkamer ter controle van de (geheime) begroting van de AIVD. Zowel de CTIVD als de Algemene Rekenkamer krijgen overal toegang toe.

Herziening Wiv2002

Wat eventuele herziening van de Wiv2002 betreft merkt Bertholee op dat de huidige wettelijke ruimte voor de AIVD voldoende is en dat hij niet meer bevoegdheden nodig heeft. Wel vindt hij het “bijzonder” dat de Wiv2002 in sommige aspecten gerelateerd is aan de Postwet en aan de Telecomwet, waardoor voor het openen van een brief door de AIVD toestemming van de rechter-commissaris nodig is terwijl diezelfde toestemming niet nodig is voor het onderscheppen en openen van een email. De wetgeving is dus technologie-afhankelijk en “daar moet je iets aan doen”, meent Bertholee. Op het terrein van SIGINT (Signals Intelligence) heeft de CTIVD overigens voorgesteld om de wetgeving aan te passen. Verder zou het parlement binnenkort de Wiv2002 kunnen gaan evalueren. Hete hangijzers lijken momenteel een mogelijk verbod van het inzetten van journalisten als informanten en meer controle op de doelmatigheid (effectiviteit) van de AIVD. Lastig aan dit laatste aspect is echter dat de effectiviteit van een organisatie als de AIVD zich soms moeilijk laat meten; dit hangt samen met de aard van het werk en het type dreigingen dat afgewend wordt. Bertholee: “Ik accepteer dat het leven bepaalde risico’s heeft. De vraag is echter of de maatschappij het wil. Hoeveel doden per jaar vindt u acceptabel?”

Geen Big Brother

Geconfronteerd met een vraag vanuit het publiek over nieuwe, voorspellende technieken en het effect dat dit kan hebben op maatschappelijk gedrag stelt Bertholee “geen voorstander te zijn van Big Brother. Er zijn grenzen aan wat je wel en niet kunt doen. Dat heeft ook te maken met de risico’s die je bereid bent te lopen als maatschappij.” Op een andere vraag vanuit het publiek antwoordt Bertholee dat een bijzondere bevoegdheid slechts mag worden toegepast zolang er een noodzaak toe is. Vervalt de noodzaak (c.q. de aanleiding of dreiging), dan vervalt ook de bevoegdheid. De CTIVD let daar ook op. Vervolgens geldt er 5 jaar na dato een notificatieplicht aan de betreffende burger, tenzij dit relevante bronnen of een huidige modus operandi zou kunnen onthullen. Tot op heden is deze notificatieplicht echter nog niet gebruikt. Bertholee vraagt zich bovendien af of een dergelijke notificatie niet juist een aanslag op iemands privéleven zou kunnen vormen indien er bij de betreffende persoon helemaal niets aan de hand was.Rob Bertholee

Internationale uitwisseling

Op internationale uitwisseling van inlichtingen tussen de AIVD en buitenlandse diensten blijft de Wiv2002 van toepassing, antwoordt Bertholee desgevraagd. Daarnaast geldt er ook een internationale code of conduct. Uitwisseling wordt van geval tot geval en van land tot land beoordeeld. Tevens wordt bij uitwisseling aangegeven wat er met de betreffende inlichtingen mag gebeuren. In het internationale verkeer houdt men zich daar redelijk goed aan, aldus Bertholee. In sommige gevallen (lees: landen) kan uitwisseling echter een dilemma vormen…

Grens ligt bij geweld

Op een vraag in hoeverre activisten in AIVD-dossiers voorkomen antwoordt Bertholee dat de AIVD in principe geen onderzoek doet naar activisten. Bertholee: “Wat iemand denkt maakt ons niets uit. Wij zijn niet de moraalridders van Nederland. Pas op het moment dat er geweld aan te pas komt, oproepen tot geweld, duidelijke intenties tot geweld, radicalisering, dan voelen wij ons betrokken.”

Actuele risico’s

Bertholee benadrukt tijdens de discussie met het publiek tevens dat het doel van de AIVD niet is om zoveel mogelijk informatie te verzamelen. Het doel is om de juiste informatie te verzamelen om een dreiging te kunnen afwenden. Niet de AIVD, maar de industrie vormt daarbij een drijvende kracht achter de ontwikkeling van nieuwe informatietechnologie die helaas ook in minder democratische landen wordt ingezet. Desgevraagd erkent Bertholee tevens het risico van een overvloed aan data waarin een dienst als de AIVD kan ‘verzuipen’. Biometrie is zo'n ontwikkeling van nieuwe technologie. Hierdoor wordt het lastiger om een valse identiteit aan te meten, zowel voor mensen die kwaad willen als voor agenten van de AIVD zelf. Verder is privatisering van inlichtingenwerk riskant, met name door het ontbreken van wettelijke checks & balances.

Tenslotte

Bertholee eindigt zijn lezing door nog eens te benadrukken dat de AIVD 1) geen dossiers van iedereen bijhoudt, 2) niet iedereen onder de tap houdt, 3) niemand neerschiet, 4) niemand arresteert, 5) niemand klemrijdt, 6) niemand martelt, 7) niet elke computer hackt, 8) geen handhavende bevoegdheden heeft, 9) geen druk op mensen uitoefent en 10) geen journalisten ronselt. Hierna sluit Privacy First voorzitter Filippini de avond af en nodigt alle aanwezigen uit voor de borrel met muziek.

Overhandiging boek 'De digitale schaduw' en fles wijn door Bas Filippini aan Rob Bertholee

 

Naschrift Privacy First: zoals internationale vrede en veiligheid vaak gebaat zijn bij dialoog tussen “opponenten”, zo geldt dit in eigen land ook voor een goede verstandhouding tussen de overheid en burgerrechtenorganisaties als Privacy First. In die zin hebben wij deze avond als zeer waardevol beschouwd en hopen wij dat ook de AIVD het voor herhaling vatbaar acht!

screenshot AIVD website 14 sept. 2012

Update 27 september 2012: naar aanleiding van bovenstaande lezing verscheen vandaag een tweede artikel in de Telegraaf.

Gepubliceerd in Metaprivacy

Met verbazing nam Stichting Privacy First gisteren kennis van de voorlopige uitspraak van de Raad van State in de zaak waarin een Amsterdamse studente om een tijdelijk paspoort óf identiteitskaart zonder vingerafdrukken (biometrische gegevens) had verzocht; dit o.a. om medische legitimatieredenen i.c.m. biometrische gewetensbezwaren. Tijdens de recente (door Privacy First bijgewoonde) kritische rechtszitting bij de Raad van State d.d. 19 juli jl. was immers duidelijk geworden dat de Nederlandse Staat geen enkel juridisch of feitelijk belang heeft bij de afname van vingerafdrukken voor een Nederlandse identiteitskaart met een geldigheidsduur van één jaar. Juridisch valt een dergelijk document immers niet onder de Europese Paspoortverordening. Tevens is feitelijk sprake van een biometrisch foutenpercentage van 21-25% en worden de in het document opgeslagen vingerafdrukken (mede om die reden) in het geheel niet gecontroleerd of gebruikt. Daarnaast is sinds enkele maanden reeds een wijziging van de Paspoortwet aanhangig om de verplichte afname van vingerafdrukken voor Nederlandse identiteitskaarten z.s.m. te schrappen. Het enige "bezwaar" dat de Staat tijdens de zitting dan ook te berde kon brengen, was dat de gemeentelijke software (nog) niet op e.e.a. zou zijn toegerust. De afwijzing door de rechter "reeds omdat [verzoekster] van meet af aan slechts tegen het niet in behandeling nemen van een aanvraag om een paspoort is opgekomen" is bovendien misplaatst, aangezien zowel de Staat als de rechter (!) hier tijdens de zitting nauwelijks een punt van hadden gemaakt. Daarmee toont deze rechter zich in zijn vonnis vooral een lakei van de Europese Commissie i.p.v. een dienaar van de mensenrechten in eigen land. Het is te hopen dat de Raad van State bij de uitspraak in een drietal vergelijkbare bodemprocedures (uiterlijk op 17 september as.) alsnog juridische ruggengraat zal tonen.

Dit bericht vormt een kopie van onze persreactie d.d. 7 augustus jl.; zie ook Novum, Raad van State: geen paspoort zonder vingerafdruk.

Update 26 augustus 2012: de Raad van State gaat zogeheten 'prejudiciële vragen' over e.e.a. stellen aan het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. Wij houden u op de hoogte...

Update 26 september 2012: op vrijdag 28 september as. doet de Raad van State om 14.00u uitspraak in vier vergelijkbare zaken over vingerafdrukken in paspoorten en ID-kaarten; zie dit persbericht.

Update 28 september 2012: de Raad van State stelt een aantal kritische vragen over de Europese Paspoortverordening aan het Europees Hof van Justitie, lees HIER verder.

Gepubliceerd in Biometrie

Per 2 oktober as. zal het nieuwe College voor de Rechten van de Mens (CRM) zijn deuren openen. Onlangs stelde het College i.o. haar speerpunten voor de komende jaren vast, te weten 1) ouderenzorg, 2) vreemdelingen en 3) discriminatie op de arbeidsmarkt. Van alle mensenrechten is het in Nederland de laatste jaren echter het slechtst gesteld met het recht op privacy. In tegenstelling tot bovenstaande speerpunten (waarbij het om kwetsbare groepen burgers gaat), raakt dit iedereen die zich op Nederlands grondgebied bevindt. In wezen is de hele Nederlandse bevolking daardoor een kwetsbare groep geworden, zeker in vergelijking met andere landen waar de privacybescherming veel beter geregeld is. Enkele jaren geleden dreigde het recht op privacy in Nederland zelfs geheel illusoir te worden. In mei 2009 leidde deze constatering tot de oprichting van het Platform Bescherming Burgerrechten waarbij sindsdien diverse maatschappelijke organisaties zijn aangesloten. Deze week verstuurde het Platform onderstaande (door Privacy First mede-opgestelde en ondertekende) oproep aan de voorzitter van het toekomstige College voor de Rechten van de Mens, mw. mr. Laurien Koster:

Geachte mevrouw Koster,

Van alle mensenrechten staat het recht op privacy in deze tijd het meest onder druk. Het is dan ook met zorg dat het Platform Bescherming Burgerrechten onlangs kennisnam van de drie speerpunten van het College voor de Rechten van de Mens voor de komende jaren, te weten 1) ouderenzorg, 2) vreemdelingen en 3) discriminatie op de arbeidsmarkt. Zonder te willen afdoen aan het maatschappelijke belang van deze drie speerpunten, willen wij u middels deze brief in overweging geven om het thema privacy alsnog tot speerpunt van uw College te maken.

De laatste jaren is in Nederland een tendens te bespeuren waarbij ieder maatschappelijk probleem met een standaard-recept lijkt te worden benaderd, namelijk meer digitale registratie, meer koppeling van bestanden en centrale ontsluiting van systemen en databanken die voor steeds meer functionarissen en derde partijen toegankelijk worden, inperking van professionele autonomie, preventieve controle en profiling. Het lijkt erop of men, vooral in de politiek, gevoed door media en de vox populi – voor zover ook weer beïnvloed door de media – in deze instrumenten een beheersing van de samenleving ziet die tot meer orde en rust en veiligheid zou moeten leiden. Naar onze mening is het omgekeerde nu steeds vaker het geval. Digitalisering brengt namelijk met zich mee dat de hoeveelheid gegevens die over iedere burger wordt opgeslagen steeds groter, onoverzichtelijker en onbeheersbaarder wordt. Dit geldt des te meer voor gegevens die foutief zijn ingevoerd, verkeerd gekoppeld of verouderd zijn. Met de exponentiële toename van digitale registraties nemen de risico's van datalekken navenant toe en ontstaan nieuwe vormen van identiteitsfraude en -diefstal. Daarmee wordt de onveiligheid van digitale systemen een onveiligheid die burgers direct bedreigt. Daarnaast is er een risico dat burgers door digitale profilering verworden tot hun digitale 'dubbelgangers'. De autonomie van de vrije en participerende burger die zo belangrijk is in een democratische rechtsstaat komt daarmee ernstig in gevaar.

Terug naar een maatschappij zonder internet of digitale bestanden is iets wat wij geenszins voorstaan (zo dat al mogelijk zou zijn). Echter een verstandig gebruik van technische middelen, waaronder dataopslag en biometrie en andere technische verworvenheden, zal noodzakelijk zijn willen wij onze democratische rechtsstaat met de bijbehorende grondrechten overeind houden. Juist in deze tijd van onvoorziene technische mogelijkheden moeten wij ons eens temeer realiseren hoe belangrijk de grondbeginselen van onze samenleving zijn. Iedere keer zal dan ook een afweging moeten plaatsvinden waar de grenzen van het toelaatbare liggen en hoe eventuele alternatieven in de menselijke sfeer zoals meer persoonlijk contact maar ook hulp en dienstverlening wenselijk dan wel noodzakelijk zijn.

Privacy vormt de basis van onze democratische rechtsstaat. Zonder privacy raken talloze andere mensenrechten in het geding, waaronder het recht op vertrouwelijke communicatie en vrije meningsuiting, non-discriminatie, vrijheid van beweging, vereniging en vergadering, demonstratie, cultuur en religie, persvrijheid en het recht op een eerlijk proces. Daarnaast constateren wij dat het recht op privacy in Nederland slechts fragmentarische bescherming door overheidstoezicht geniet, namelijk voor zover het de bescherming van persoonsgegevens betreft. Van overheidstoezicht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de bredere zin des woords (inclusief het huisrecht en het recht op lichamelijke integriteit) is nauwelijks sprake. Overheidstoezicht op de naleving, bescherming, verwezenlijking en promotie van het recht op privacy in samenhang met andere mensenrechten ontbreekt bovendien geheel. Juist op deze terreinen heeft uw College toegevoegde waarde en kan het 'mensenrechtelijke gat' dat de laatste decennia in Nederland is ontstaan, worden gedicht.

Wij hopen dat uw College het recht op privacy alsnog tot speerpunt zal maken. Desgewenst zullen de organisaties die tezamen het Platform Bescherming Burgerrechten vormen u daarbij graag van informatie en advies voorzien.

Namens de deelnemers aan het Platform Bescherming Burgerrechten verblijf ik,
hoogachtend,

Vincent Böhre
voorzitter Platform Bescherming Burgerrechten

Namens de volgende Platform-deelnemers:
Humanistisch Verbond
Stichting KDVP
Stichting Meldpunt Misbruik ID-plicht
Ouders Online
Stichting Privacy First
Burgerrechtenvereniging Vrijbit
Jacques Barth (vanuit Stichting Brein en Hart i.o.)
Joyce Hes (adviseur Platform Bescherming Burgerrechten)
Kaspar Mengelberg (vanuit DeVrijePsych)

Een pdf-versie van deze brief staat HIERpdf online.

Update: in een schriftelijke reactiepdf laat het College i.o. weten dat er in Nederland inderdaad "nog veel te doen is op het terrein van het beschermen van het recht op privacy." Tevens erkent het College het beperkte mandaat van het College Bescherming Persoonsgegevens. Vooralsnog houdt het College voor de Rechten van de Mens echter vast aan zijn voorgenomen strategische agenda. Desalniettemin "kan en zal" het College "in de toekomst (ook de komende drie jaar) niet wegblijven van problemen bij het realiseren van het recht op privacy." Privacy First zal het College daar in urgente gevallen graag aan herinneren.

Gepubliceerd in Metaprivacy

"(...) Burgerzaken heeft in de drukste weken 'de stormen' doorstaan. En dan te bedenken dat het allemaal nog wat vlotter aan de balies geregeld had kunnen worden als u geen vingerafdrukken had hoeven afnemen. Want niet alleen Privacy First, maar ook de Tweede Kamer is er ondertussen van overtuigd dat 'het biometrisch paspoort met vingerafdrukken een volstrekt disproportionele maatregel is geweest die nooit had mogen worden ingevoerd'.

Uit door Privacy First gewoon bij de KMar opgevraagde Statistische Jaaroverzichten Documentfraude, blijkt dat in de jaren 2008 tot en met 2011, respectievelijk slechts 46, 33, 21 en 19 gevallen van look-alike fraude met Nederlandse paspoorten en identiteitskaarten op Nederlands grondgebied zijn geweest. En natuurlijk, uit de aard van look-alike fraude, zal dit het topje van een ijsschotsje zijn, maar om daarvoor de vingerafdrukken van 17 miljoen Nederlanders af te nemen...

De Tweede Kamer heeft in een AO op 15 mei jl. besloten dat op de [Nederlandse Identiteitskaart, NIK] geen vingerafdrukken meer behoeven te worden opgenomen. Dan is de NIK strikt genomen geen reisdocument meer volgens EU-regels, maar er mag binnen de EU wel mee gereisd worden.

Hoe symbolisch... waarschijnlijk stemt de Tweede Kamer op 26 juni 2012 in met een motie van PvdA en D66 om, vooruitlopend op de nieuwe ID-kaarten die pas eind 2013 zonder vingerafdrukken kunnen worden geleverd, alvast gewetensbezwaarde burgers tegemoet te komen. Ook ligt er een motie (ook gesteund door CDA, VVD en SP), die de minister oproept om vanwege het feit 'dat de veronderstelde effectiviteit van de eis tot het opnemen en opslaan van de vingerafdrukken ter discussie staat' nut en noodzaak op Europees niveau aan de orde te stellen.

Het kan raar lopen in en met de politiek: eerst zorgen Nederlandse ambtenaren ervoor dat de Nederlandse en Europese politici vingerafdrukken onmisbaar vinden en nu loopt Nederland weer voorop bij de afschaffing. Dat heet voortschrijdend inzicht en heeft slechts tientallen miljoenen gekost."

Bron: Burgerzaken & Recht (vakblad Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken) juni-juli 2012, p. 4. Het hele artikel kunt u HIER lezen.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
zaterdag, 30 juni 2012 17:02

Een echt mens of een identiteit

Gastcolumn door Sarah Morton 

Voor een Paspoort of ID-kaart moet de burger verplicht vingerafdrukken afgeven en deze komen ook in een gemeentelijke database terecht. Nederland gaat hierin veel verder dan omringende landen, ondanks een negatief advies van het College Bescherming Persoonsgegevens.

Hetgeen bij mij weerstand opwekt.

Niet omdat ik iets 'te verbergen' zou hebben. Privacy beschermt mensen (ook die niets verkeerds hebben gedaan) tegen misbruik door machthebbers. Het is een basisbehoefte, die steeds meer in het gedrang komt. Hoe ver wil men hierin gaan? Wanneer iemand zich steeds bekeken voelt, omdat alle gangen worden gevolgd, durft hij niet meer zichzelf te zijn. Altijd dreigt er kritiek, maatregelen of oordelen, ook als de burger niets onwettigs doet. Ze zitten gevangen onder een alziend oog, alsof het kleine kinderen zijn. Ongewenst dringt de Overheid binnen in het (onschuldige) privé-leven van mensen.

Gegevens op papier of digitaal lijken zwaarder te gaan wegen dan de persoon. Er ontstaan virtuele identiteiten, wat afstand schept tussen mensen. Gegevens worden als absolute, objectieve waarheden beschouwd en daar gaat men elkaar ook op beoordelen. (Zoals het functioneren van een schoolkind ook in dossiers terechtkomt.)

Kinderen vanaf veertien jaar gaan zich onnatuurlijk gedragen en zich indekken, omdat ze zich voortdurend ervan bewust zijn gevolgd te kunnen worden, want zij zijn verplicht om met van afstand uitleesbare gegevens op straat te lopen. 

Welke invloed heeft dit op de geestelijke gezondheid?

Mensen die uit gewetensbezwaren of veiligheidsoverwegingen (!) geen vingerafdrukken willen afgeven, kunnen ook geen geldig paspoort meer krijgen.

Vingerafdrukken zijn zogeheten biometrische gegevens, waaruit persoonlijke en vertrouwelijke informatie kan worden afgeleid. Voorheen werden alleen vingerafdrukken afgenomen van verdachten. Nu worden de vingerafdrukken van alle Nederlanders in databanken opgeslagen. De basis van vertrouwen verdwijnt door ieder persoon bij voorbaat als verdacht te beschouwen en mensen gaan elkaar controleren. Dat wekt bij mij de indruk dat de Overheid de burgers bij voorbaat wantrouwt.

Geef ik geen vingerafdrukken af, dan kan ik ook niet voldoen aan de identiteitseisen, terwijl een ID-kaart in allerlei situaties gevraagd wordt, zoals officiële overeenkomsten, werk, inkomen en medische verzorging.

Ook loop ik risico op boetes of een arrestatie bij het niet kunnen tonen van een geldig ID-bewijs.

Er is ook geen andere mogelijkheid geboden om aan een geldig identiteitsbewijs te komen.

Eén van de officiële doeleinden was een betrouwbaardere identiteit, opdat iemand zich moeilijker voor een ander uit kan geven.

Het risico op identiteitsfraude neemt in de praktijk juist toe, wat haaks staat op de veiligheidsdoeleinden en mensen juist in gevaar kan brengen. De gegevens kunnen uitlekken, zijn te kraken en te verwisselen, omdat de database niet voldoende beveiligd kan worden. Iemand kan zich uitgeven voor een ander. Om zaken te doen, voor chantagedoeleinden of om de ander criminele daden in de schoenen te schuiven. Garanties zijn niet te geven.

Ook komt het voor dat het systeem betrokkenen niet herkent, omdat de uitleesapparatuur is gebaseerd op kansberekening en geen 100% zekerheid biedt. Foute 'matches' bedragen een paar procent van het totaal aan zoekresultaten.    

Het nut en de veiligheid zijn niet aangetoond en wie garandeert mij dat ik niet in de problemen kom, omdat het behalve voor identiteitsdoeleinden ook gebruikt kan worden voor opsporing?

Met zes jaar kreeg ik de diagnose autisme en zo heb ik eerder ervaren hoe 'persoonsgegevens' gebruikt kunnen worden om vrijheden te ontnemen (hoe goedbedoeld ook), ook als de persoon niets strafbaars heeft gedaan. Bijvoorbeeld weinig mogelijkheden voor onderwijs, omdat scholen het niet aandurfden een kind met autisme aan te nemen. De enige optie was een cluster 4 school.

Dit ligt eigenlijk buiten beschouwing van het onderwerp, maar toont weer aan dat 'als je niets te verbergen hebt, je ook niets te vrezen hebt', geen stand houdt.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft in eerdere zaken al helder stelling genomen tegen het grootschalig opslaan van biometrische gegevens als DNA en vingerafdrukken door overheden het oordeelt dat dit strijdig is met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Onze Overheid stopt veel energie (tijd, aandacht en geld) in het bestrijden van problemen. Terreur, fraude en criminaliteit, wat negativiteit aantrekt. En iedere burger is een potentiële crimineel. Het vertrouwen in de maatschappij gaat verloren, omdat het basale respect ontbreekt: dat iemand onschuldig is tot het tegendeel is bewezen.

Met controle wint de Overheid wel wat veiligheid, maar verliest er veel meer mee: mensen zijn gevoelig voor verwachtingen en gedragen zich vaak ernaar. 

Als we nu eens uitgaan van wat we willen, in plaats van wat we niet willen en daar onze aandacht en energie in steken. Voorbijgangers vriendelijk begroeten in plaats van met wantrouwen te bekijken. Er met z'n allen het beste van maken, in plaats van alles in regels en protocollen moeten vastleggen.

Bronnen: privacybarometer.nl, louisevspaspoortwet.nl
Sarah's website: www.dus-sarah-morton.info

Gepubliceerd in Columns

Op 11 juni 2012 vindt in Den Haag het Nationaal Privacy Debat plaats. (Klik HIER voor de aankondiging hiervan op televisie in november 2011.) Met een serie webcasts scherpt Webwereld in de aanloop naar dit nationale evenement alvast de meningen. Onder leiding van journalist Brenno de Winter kruisen steeds enkele deskundigen de degens over een aspect van het thema privacy. In deze vierde video praat De Winter met Vincent Böhre van Stichting Privacy First en social-mediakenner Jan Willem Alphenaar over het doembeeld van de bewakingsstaat, waarin de overheid de burger permanent in de gaten houdt. Volgens Privacy First zijn we niet naar zo'n maatschappij op weg, maar zitten we er al middenin. Hoe heeft dit zo ver kunnen komen en wat valt er tegen te doen?
Bekijk hieronder de webcast:


© Nationaal Privacy Debat / IDG Nederland

Gepubliceerd in Privacy First in de media
zaterdag, 10 maart 2012 16:37

Ophef over identificatieplicht

Het Openbaar Ministerie (OM) tekende onlangs beroep aan tegen de vrijspraak van een orthodox-joodse man die zich niet terstond kon identificeren. De man werd op 8 oktober jl. staande gehouden en verzocht zich te identificeren. De man vertelde de agenten dat hij geen ID-kaart bij zich had omdat het sabbat was. De religieuze regels die hij volgt, verbieden het om tijdens de sabbat iets bij zich te dragen. Wel gaf hij de politie toestemming om zijn rijbewijs thuis op te halen om zo zijn identiteit vast te stellen. Daarmee heeft hij in tegenstelling tot wat het OM beweert, aan de identificatieplicht voldaan. De kantonrechter ontsloeg de betreffende man op 17 februari jl. van rechtsvervolging.

Sinds januari 2005 geldt in Nederland de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht. Burgers moeten op verzoek van een daartoe bevoegd ambtenaar een identificatiebewijs kunnen tonen; er is sprake van een toonplicht. De plicht tot het dragen van een identiteitsbewijs (draagplicht) staat niet in de wet. Dit verschil mag academisch lijken, maar heeft belangrijke consequenties voor de dagelijkse praktijk. Het betekent niets meer en minder dan dat iemand die geen identiteitsbewijs draagt op zich niet in overtreding is. En dat geldt niet alleen voor mensen met een bepaald geloof.

In Nederland is er jaren veel weerstand geweest tegen de invoering van de identificatieplicht. Dat heeft ook te maken met het feit dat in de oorlog door het Nederlandse persoonsbewijs veel joden zijn afgevoerd.

In december 2003 werd de uitbreiding van de identificatieplicht in de Tweede Kamer besproken. Het wetsvoorstel kreeg veel kritiek van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de Orde van Advocaten en het College Bescherming Persoonsgegevens, dat wees op het gebrek aan onderbouwing en de strijdigheid met art. 8 lid 2 EVRM. Privacy International wees er bovendien op dat de plicht tot het dragen van een identiteitsbewijs in strijd is met het VN-verdrag voor de rechten van het kind, art. 16. Kort voor het parlementaire debat werd de draagplicht dan ook uit het wetsvoorstel geschrapt. Minister Donner verklaarde alleen een toonplicht in te willen voeren. Voor de PvdA was deze verandering een argument om voor te stemmen. De ChristenUnie, SGP, GroenLinks en SP stemden tegen de wet. Toen de wet was aangenomen wilde de VVD alsnog een draagplicht. In 2007 deed Henk Kamp (VVD) als Kamerlid opnieuw een poging om via een boerkaverbod de plicht tot het dragen van een identiteitsbewijs in de wet te laten opnemen.

In andere landen met alleen een toonplicht, zoals bv. Duitsland of Luxemburg, betekent dit daadwerkelijk dat men niet verplicht is een identiteitsbewijs bij zich te dragen. Als daar een persoon wordt aangehouden en hij/zij heeft geen identiteitsbewijs bij zich, wordt hij of zij in de gelegenheid gesteld dat op te halen tenzij er een dringende reden is de persoon meteen mee te nemen. In België is er wel een draagplicht en wel vanaf 1919. In Frankrijk is er een toonplicht voor Franse staatsburgers en een draagplicht voor migranten.

In Nederland wordt de toonplicht in de praktijk ten onrechte uitgelegd als draagplicht. Om dit te bereiken spreekt de wet van "aanbieden bij de eerste vordering" en moeten we volgens de Postbus 51-folder altijd een identiteitsbewijs bij ons hebben. Een folder is echter niet hetzelfde als de letterlijke tekst van de wet. De Haagse kantonrechter heeft op dit punt dan ook een juiste uitspraak gedaan.

Het OM lijkt zich hier niet bij neer te leggen, en de plicht om een identiteitsbewijs te dragen alsnog op een oneigenlijke wijze af te willen dwingen. Een woordvoerder van het OM liet weten: "Het is daarom belangrijk dat een hogere rechter zich hierover buigt. Dan weten burgers ook in de toekomst waar ze aan toe zijn." GroenLinks en de PvdA hebben vragen gesteld over deze kwestie.

Update Privacy First 8 februari 2013: de rechtszitting in het hoger beroep in deze zaak vindt plaats op dinsdag 12 februari 2013 (10.00u) bij het Hof Den Haag.

Update Privacy First 12 februari 2013: zoals verwacht deed het OM het tijdens de rechtszitting vanochtend voorkomen alsof sprake zou zijn van een draagplicht. Door de advocaat van de 'verdachte' werd (onder meer) terecht beargumenteerd dat slechts sprake is van een toonplicht, waar in casu aan was voldaan. De meervoudige kamer van het Hof doet uitspraak op dinsdag 26 februari as. (9.00u).

Update Privacy First 26 februari 2013: in een teleurstellende uitspraak heeft het Hof Den Haag vandaag alsnog geoordeeld dat sprake was van overtreding van de identificatieplicht. Daarbij miskent het Hof echter het onderscheid tussen een draagplicht en een toonplicht:

"Uit de Memorie van Antwoord van de minister van justitie aan de Eerste Kamer, zoals deze staat weergegeven onder punt 18 van de pleitnotities, volgt niet dat in het geval de verdachte zijn identiteitsbewijs thuis heeft liggen, steeds van een politieambtenaar verwacht of zelfs geëist zou mogen worden dat hij de verdachte vergezelt naar zijn woonhuis. Dat iets dergelijks in het onderhavige geval uiteindelijk wel is gebeurd, doordat politieambtenaren met verdachtes toestemming en met behulp van een buurvrouw van verdachte, die over zijn huissleutels beschikte, zich de toegang tot zijn huis hebben verschaft om aan de hand van de in verdachtes portemonnee aangetroffen rijbewijs zijn identiteit te kunnen vaststellen, levert naar het oordeel van het hof in de onderhavige zaak in redelijkheid geen grond op voor het openbaar ministerie om niet tot vervolging over te gaan. (...) Het hof is voorts van oordeel dat het feit dat de verdachte zich bereidwillig heeft opgesteld om, met behulp van zijn buurvrouw en de verbalisanten, zijn identiteitsbewijs alsnog ter inzage aan te bieden niet af doet aan het feit dat uit de wet noch uit de onder punt 42 van de pleitnotities genoemde Memorie van Antwoord volgt dat onder deze gegeven omstandigheden geen sprake is van een overtreding van artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht."

Het is te hopen dat de Hoge Raad deze uitspraak spoedig zal corrigeren.

Update 11 december 2015: lees ook NOS op 3, 'Geen ID-kaart bij je? Vraag agent even mee te lopen', met naschrift Privacy First.

Gepubliceerd in Columns
Pagina 15 van 16

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon