donatieknop english

Deze week staat in Nieuwe Revu een kritisch artikel van journalist Casper Sikkema over het paspoort met #vingerafdrukken. Hieronder een aantal fragmenten met o.a. Privacy First-medewerker Vincent Böhre:

"Steeds meer Nederlanders weigeren hun vingerafdrukken af te geven voor het nieuwe biometrische paspoort. De pas zou onveilig zijn en een inbreuk op de privacy. Revu zoekt uit hoe het zit.

(...) Drie burgers spanden afgelopen week een zaak aan bij de Raad van State. Ze eisen dat ze worden vrijgesteld van de plicht om vingerafdrukken af te geven voor een nieuw paspoort, omdat ze het een inbreuk op hun privacy vinden.

En andere critici zeggen dat het nieuwe paspoort lang niet zo veilig is als de overheid ons wil doen geloven. Aanvankelijk werd aangenomen dat Nederland dankzij de zegeningen van de technologische vooruitgang weer een stuk veiliger zou worden. Via een centrale database konden opsporingsdiensten verdachte elementen makkelijker oppakken. En als er even door werd gepakt, zou Nederland snel marktleider zijn op biometrisch gebied. Iedereen veiliger, Nederland rijker. Een paar jaar en drie vernietigende rapporten verder gaat de overheid de miljoenen opgeslagen vingerafdrukken weer uit de systemen halen. Als alles goed gaat.

Brenno de Winter, expert op het gebied van overheid en technologie heeft een duidelijke mening over de invoering van het biometrische paspoort. 'Hier zie je heel duidelijk dat er in Nederland een heilig geloof in technologie bestaat, waarbij wij risico's volledig negeren. (...)'

Max Snijder deed in opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) onderzoek naar de invoering van het biometrisch paspoort. Hij schrok van de naïviteit waarmee Nederland dat klusje wel even dacht te klaren. '(...) Toen vorig jaar naar buiten kwam dat er bij een steekproef in Roermond een foutpercentage van 21% was bij het verifiëren van vingerafdrukken vanuit de database, leek minister Donner daar niet eens van te schrikken.' Snijder beschrijft het heilige geloof in de technologie, de tunnelvisie van de verantwoordelijke ambtenaren en het gebrek aan een duidelijk doel. (...)

Ook Vincent Böhre deed in opdracht van de WRR onderzoek naar het biometrisch paspoort. 'Er zijn rare dingen gebeurd die gedeeltelijk zijn te verklaren uit de angst voor terrorisme. Dan nemen mensen en ook overheden vaker irrationele beslissingen.'  Volgens Böhre leefde bij de overheid een tijd het idee dat drastische privacy-inperkende beslissingen zo snel en geruisloos mogelijk doorgevoerd moesten worden. 'Men dacht dat als ze het maar snel genoeg doen het later niet meer terug kon worden gedraaid. Daar beginnen ze eindelijk van terug te komen. Privacy is een mensenrecht. De overheid weet dat ze rechtszaken kan verwachten als daar geen rekening mee wordt gehouden.'

Het gevaar van een overheid die alles kan zien, is volgens Böhre niet vaag en ver weg. 'We bouwen nu een infrastructuur die door bijvoorbeeld een totalitair regime kan worden misbruikt. Daarom moeten er in de wetgeving en technische infrastructuur remmen worden ingebouwd om misbruik te voorkomen.'

In  WikiLeaks-documenten staat dat Nederland voor Amerika een proeftuin voor antiterroristische wetgeving was. Böhre: 'De Amerikanen spraken over ons als dat land waar je alles kon invoeren wat je maar kunt bedenken. De economische belangen zijn groot. Nederland dacht er goede sier mee te maken en uiteindelijk marktleider te worden. Dat imago heeft een deukje opgelopen toen bleek dat een kwart van de vingerafdrukken niet kan worden geverifieerd.'

De industriële lobby speelde volgens Böhre ook een grote rol in de totstandkoming van het nieuwe paspoort. 'Het belangrijkste argument om het biometrische paspoort in te voeren, was het tegengaan van lookalike-fraude. Ik heb de cijfers daarover boven tafel kunnen krijgen. Het gaat om slechts tientallen gevallen per jaar. Wat mager om de hele bevolking op te zadelen met een verplicht biometrisch paspoort.'"

Bron: Nieuwe Revu nr. 15, 2012 / editie 2927, pp. 10-11.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

In het programma Fresh'n Up op FunX Radio werd Privacy First voorzitter Bas Filippini deze week geïnterviewd over de verschillende rechtszaken tegen de nieuwe Paspoortwet en over de Nederlandse aantasting van de privacy in het algemeen. De nieuwe Paspoortwet staat namelijk niet op zichzelf, maar past in een breder patroon van een overheid die iedereen wil kunnen controleren met behulp van vingerafdrukken, gezichtsscans, camera's met gezichtsherkenning, profiling, opslag van communicatiegegevens, cameratoezicht aan de landsgrenzen en binnenkort misschien zelfs mini-drones. Beluister hieronder het hele fragment!

 

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Op maandag 2 april as. (11.00) vinden bij de Raad van State tegelijkertijd drie individuele rechtszittingen plaats tegen de nieuwe Paspoortwet. Eén van deze rechtszaken is aangespannen door dhr. W.P. Willems tegen de burgemeester van de gemeente Nuth (Zuid-Limburg). Hieronder leest u de overwegingen van dhr. Willems om geen vingerafdrukken af te staan voor een nieuw paspoort of identiteitskaart:

Als "biometrisch weigeraar" ben ik nu al bijna twee jaar verstoken van een paspoort of ID-kaart. Een rare situatie: heel je leven ben je van geboorte Nederlander en plots blijkt dat niet meer zo'n vanzelfsprekendheid. Ik kan geen officiële transacties doen, het ziekenhuis doet moeilijk, ik kan geen vliegreis maken en zelfs reizen in Europa is niet langer zonder gevaar. De politie kan me "zomaar" in vreemdelingendetentie opsluiten. En toch, steeds meer Nederlanders kiezen ervoor om geen paspoort of identiteitskaart aan te vragen; ze vertrouwen onze overheid niet meer.

De Franse Revolutie maakte in 1789 een einde aan het totalitaire staatsmodel, aan de willekeur van het goddelijk recht "Le Droit Divin". Veel bevoegdheden, welke voorheen in handen van koningen en regenten lagen, zijn overgeheveld naar een gekozen overheid maar dus ook naar het private domein van de burger. In 1848 is deze scheiding, tussen publiek en privaat, in ons land geformaliseerd en gelegaliseerd. Dit was het fundament waar Thorbecke, de grondlegger van de Nederlandse parlementaire democratie, onze Grondwet op baseerde.

Vooral in de artikelen 10 en 11 van de Grondwetsherziening van 1983 komt dit tot uitdrukking:

art. 10: "De wet stelt regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens."

art. 11: "Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam."

De Grondwet laat dus toe dat de overheid persoonsgegevens vastlegt, maar verplicht haar tevens om deze gegevens te beschermen. Er staat niet voor niets "regels ter bescherming", terwijl de laatste drie oud-ministers van Binnenlandse Zaken en een meerderheid in het politieke establishment dat slechts interpreteren als "regels"; het "ter bescherming" wordt maar vergeten.

Nu deze rechten niet alleen in de Grondwet maar ook in de Universele Rechten van de Mens zijn vastgelegd behoeft het nauwelijks betoog dat een inbreuk op deze fundamentele rechten eigenlijk niet zou moeten kunnen plaatsvinden, maar als het echt niet anders kan, dan moet deze inbreuk van zeer stringente waarborgen worden voorzien.

En juist daaraan mankeert het bij het nieuwe biometrische paspoort. Als liberaal zal ik me zoveel mogelijk verzetten tegen ongewenste staatsbemoeienis. Het is waar, blijkbaar heb ik de tijd tegen, gezien de maatschappelijke ontwikkelingen en gezien de uitspraken van opvolgende politici die zich met het paspoort hebben bemoeid.

Het blijkt dat totalitaire staatsbemoeienis steeds dichterbij komt en door sommigen zelfs als doel geformuleerd wordt. De Staat geeft er steeds weer blijk van dat ze zoveel mogelijk van ons burgers wil weten om ons aldus te kunnen controleren, bijsturen en beheersen. Dit alles uiteraard onder het mom van een illusoir streven naar meer veiligheid. De historische en wettelijke context wordt echter door de voorstanders van biometrische identificatie volledig genegeerd. Het historisch besef ontbreekt blijkbaar. Men vindt het allemaal niet zo bezwaarlijk, waarom zo moeilijk doen, het dient toch een nastrevenswaardig doel? Veiligheid! Veiligheid voor ons allen.

Ze vergeten dat respect voor het privédomein de voorwaarde is om met elkaar in een gezonde samenleving te kunnen functioneren. Mensen streven in de eerste plaats naar vrijheid, veiligheid is daaraan ondergeschikt. Op het moment dat dit niet meer wordt erkend en belangrijk geacht, zakken we vanzelf af naar een totalitaire Staat. Een Staat waarin regenten en beambten de dienst uitmaken; die weten uitstekend wat goed voor henzelf is, maar helaas ook wat "goed" voor u is. Historisch, maar ook heden ten dage, zijn er voorbeelden te over om te zien waar dat toe leiden kan.

Ze vergeten dat vrijheidsverlies nooit wordt gevolgd door meer veiligheid voor het individu. Het gevaar komt dan hooguit ook nog uit andere hoek. Een Staat met voldoende historisch besef zou deze macht c.q. informatie over haar burgers niet eens in handen moeten willen krijgen; al is het alleen maar omdat, zoals de ervaring van de Tweede Wereldoorlog leert, burgers bij een te uitgebreid en sluitend administratief overheidssysteem ernstig in gevaar kunnen worden gebracht.

Een verder bezwaar dat ik als weigeraar aanvoer is het feit dat een dergelijke inbreuk op mijn privéleven, als dat al maatschappelijk noodzakelijk zou zijn, niet zonder een afweging van mijn persoonlijk belang kan plaatsvinden, juist omdat de aantasting van het privédomein zo'n dominante plaats heeft in onze wetgeving. Mijn persoonlijk belang wordt echter expliciet buiten de afweging gehouden.

De overheid rechtvaardigt deze inbreuk met de reden dat een verbetering van het uitgiftesysteem van paspoorten wordt bewerkstelligd. Een drogreden die thans echt niet langer aangevoerd kan worden. Nu de minister heeft aangegeven dat de biometrische gegevens slechts tijdelijk, tijdens de aanmaak van het document, opgeslagen zullen worden en er verder geen biometrische gegevens meer buiten het paspoort in een databank zullen worden opgeslagen, kan bij een nieuwe of hernieuwde aanvraag geen verificatie met deze niet opgeslagen gegevens plaatsvinden. Dat klemt temeer daar bij het afhalen van het document de biometrische gegevens niet met de gegevens van de aanvragende persoon vergeleken mogen worden. Wellicht omdat meer dan 20% van de vingerafdrukken niet betrouwbaar naar de rechtmatige eigenaar te herleiden is. De nieuwe methode is dus niet beter dan de oude.

Indien men de Europese Paspoortverordening zélf als reden aanvoert: wat ik daar als Nederlander al van mag vinden, de verordening schrijft voor dat de gegevens worden beveiligd en het opslagmedium "voldoende geschikt moet zijn om de integriteit, de authenticiteit en de vertrouwelijkheid van de gegevens te garanderen". Tevens wordt uitdrukkelijk vermeld dat een ongeoorloofde toegang te allen tijde moet worden voorkomen. Volgens de in artikel 5, lid 2, bedoelde procedure worden aanvullende technische specificaties voor het paspoort vastgesteld voor:

a) aanvullende veiligheidskenmerken en -vereisten, met inbegrip van hogere normen ter voorkoming van vervalsing en namaak;

b) technische specificaties betreffende het medium voor de opslag van de biometrische gegevens en de veiligheid ervan, zoals het voorkomen van ongeoorloofde toegang; (onderstreping Willems)

c) kwaliteitseisen en gemeenschappelijke normen inzake gezichtsopname en vingerafdrukken.

De externe toegang, zonder goedkeuring van de drager, is ingebakken in de gekozen opslagmethode, met een op afstand uitleesbare chip. Weg beveiliging. De bescherming die art. 10 van de Grondwet biedt is ondergeschikt gemaakt aan het gebruiksgemak van de controlerende instanties en overheden. Het is meer dan voldoende aangetoond dat de beveiliging onvoldoende is en technisch gezien onnodig sterk te wensen overlaat.

Ik heb nu juist bezwaar tegen deze manier van opname van de biometrische en andere gegevens op de chip in het paspoort. Ik maak bezwaar tegen de eenvoudige uitlezing door derden en de zwakke beveiliging daarvan. De regie over mijn eigen persoonlijke gegevens wordt me ontnomen en geforceerd in handen gelegd van een Staat en van andere organisaties die geregeld in het nieuws komen met datalekken en beveiligingsproblemen waarvan de ene nog erger is dan de andere.

Mijn bezwaar betreft verder dat de versleutelingscodes met "bevriende Staten" worden gedeeld. Externe toegang en uitlezing is een zekerheid, ook door onbetrouwbare personen en/of diensten. Dat is voor mij onaanvaardbaar. Want het betekent in de praktijk twee dingen:

1) deze zogenaamde "bevriende Staten" kunnen de gegevens, waarvan wij besloten hebben om ze niet op te slaan, juist wél opslaan. Alle argumenten tegen enige vorm van opslag door onze eigen Staat gelden nog steeds.
2) wij staan gegevens c.q. "bevoegdheden" af aan andere Staten.

Elke gegevensuitwisseling moet daarom gepaard gaan met een optimale kwaliteit van zowel ons openbaar bestuur, als ook van het openbaar bestuur van deze vreemde mogendheden.

Uit de geschiedenis weten we dat sterke Staten soms verschrikkelijk ontsporen. Om het met hoogleraar Ankersmit te zeggen: "Dit betekent dat we altijd de absolute zekerheid moeten hebben dat publieke bevoegdheden corresponderen met de verplichting tot het publiekelijk afleggen van verantwoording. Geen bevoegdheden zonder verantwoordelijkheden, en geen verantwoordelijkheden zonder bevoegdheden. Dat is de alfa en omega voor alle goed bestuur."

De Staat der Nederlanden kan op geen enkele manier garanderen dat andere Staten, al dan niet bevriend, geen misbruik van deze gegevens zullen maken en aldus mijn grondrechten geweld aan zullen doen.

In de toekomst is bij een elektronische controle wellicht zelfs niet eens een fysiek paspoort meer noodzakelijk. Een virtuele identiteit zal voldoende blijken, bijna zoals dat nu ook gebeurt met uw bancaire internetverkeer. Groot verschil is echter dat u in dit laatste geval zelf van uw bancaire gegevens de coderingssleutel bezit. Bij de paspoortgegevens bezitten "anderen" de sleutels. De gegevens kunnen worden gekloond. Door het verstrekken van uw biometrische kenmerken verzwakt uw identiteit tot een identiteit die redelijk eenvoudig gekloond, gestolen en misbruikt kan worden.

De toekomstige misdadigers zullen niet langer met vervalste of gestolen paspoorten rondlopen, neen, ze lopen met uw en met mijn identiteit rond en worden hierdoor niet alleen onvindbaar maar, sterker nog, als u, een onschuldige burger, reeds veroordeeld bent door "onomstotelijk biometrisch bewijs", zal er niet eens meer naar hen gezocht worden.

Niet doen dus.

Een overheid moet privacy niet alleen als lastig beschouwen maar als een waarachtig grondwettelijk recht.

Vrijheid moet nooit worden ingeleverd om hiermee te trachten veiligheid te verkrijgen. Juist veiligheid verdwijnt als eerste, indien vrijheid wordt opgeofferd.

W.P. Willems


"Maar het is allemaal een illusie, want zij sterven ook; die mensen die hun geest slechts een uiterst beperkte speelruimte opleggen en zich voegen, voegen om veilig te zijn. Veilig voor wat? Het leven speelt zich altijd af op de rand van de dood; smalle straatjes leiden naar dezelfde plaats als brede boulevards en een klein kaarsje brandt ook op, net zoals een laaiende toorts. Ik kies zelf mijn weg om op te branden." 
(Sophie Scholl)

Gepubliceerd in Biometrie

Dankzij een Wob-verzoek van Privacy First worden de officiële cijfers over look-alike fraude met Nederlandse paspoorten en identiteitskaarten vandaag voor het eerst openbaar. Uit deze cijfers blijkt dat het biometrische paspoort met vingerafdrukken een volstrekt disproportionele maatregel is die nooit had mogen worden ingevoerd.

Hét overheidsargument voor de invoering van vingerafdrukken in paspoorten en identiteitskaarten is al jaren hetzelfde: bestrijding van look-alike fraude. Look-alike fraude is een vorm van misbruik waarbij iemand een authentiek reisdocument gebruikt van een ander met wie hij of zij uiterlijke gelijkenis vertoont. Dit type fraudeur wordt ook wel impostor genoemd. Over de omvang van dit type fraude zijn vrijwel nooit vragen gesteld, noch door Kamerleden, noch door wetenschappers en journalisten. Wie er de laatste 10 jaar een vraag over stelde werd meestal met één van de volgende kluitjes in het riet gestuurd: cijfers over look-alike fraude zouden "onbekend", "niet openbaar", "vertrouwelijk" of "geheim" zijn. Het antwoord op de meest recente Kamervraag in dit verband dateert uit oktober 2010:

- Vraag: "Is het waar dat de cijfers van 'lookalike' fraude met identiteitsdocumenten bekend zijn, maar dat u die cijfers niet aan de Tweede Kamer wilt geven? Bent u bereid deze cijfers naar de Tweede Kamer te sturen?"
- Antwoord staatssecretaris Bijleveld (BZK): "Nee, dit is niet waar. Omdat dergelijke cijfers mij niet bekend zijn, kan ik u die vanzelfsprekend niet toesturen." (bron)

Wie de laatste jaren doorvroeg kreeg vaak te horen dat het om een gigantisch fenomeen zou gaan. Hierdoor ontstond het beeld van een "dark number" met bijna mythische proporties. Echter zonder een spoor van bewijs. Dus diende Privacy First onlangs een Wob-verzoek in bij het Nederlandse overheidsonderdeel waar de cijfers over look-alike fraude al jaren keurig worden bijgehouden: het Expertisecentrum Identiteitsfraude & Documenten (ECID) op Schiphol. Het ECID ressorteert onder de Koninklijke Marechaussee (KMar), oftewel onder het Ministerie van Defensie. Uit betrouwbare bron wist Privacy First dat de betreffende cijfers sinds 2008 in overzichtelijke jaarrapportages van het ECID te vinden zouden zijn. Dus vroegen wij die jaarrapportages onlangs simpelweg per email op. Vanuit het Ministerie van Defensie ontving Privacy First vervolgens de Statistische Jaaroverzichten Documentfraude over 2008 t/m 2010. (Update: de cijfers over 2011 volgden op 29 mei 2012.) Uit deze jaaroverzichten blijken de volgende cijfers over look-alike fraude met Nederlandse paspoorten en identiteitskaarten op Nederlands grondgebied:

2008: 46 gevallen (bron: Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2008pdf, p. 45)

2009: 33 gevallen (bron: Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2009pdf, pp. 42-43)

2010: 21 gevallen (bron: Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2010pdf, pp. 52-53)

2011: 19 gevallen (bron: Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2011pdf, pp. 52-53).

2012: 21 gevallen (bron: Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2012pdf, p. 55).

2013: 12 gevallen (bron: Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2013pdf, pp. 55-56).

2014: 10 gevallen (bron: Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2014pdf, pp. 38-39).

2015: 16 gevallen (bron: Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2015pdf, pp. 40-41). Tevens bleek in de periode 2012-2015 sprake van 29 gevallen bij grenspassage in de ons omringende landen België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk (gemiddeld per jaar en per land; zie p. 45).  

2016: 14 gevallen (bron: Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2016pdf, pp. 54-55). Tevens bleek in de periode 2012-2016 sprake van 28 gevallen bij grenspassage in de ons omringende landen België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk (gemiddeld per jaar en per land; zie p. 62).

2017: 7 gevallen (bron: Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2017pdf, pp. 53-54). Tevens bleek in de periode 2012-2017 sprake van 28 gevallen bij grenspassage in de ons omringende landen België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk (gemiddeld per jaar en per land; zie p. 61).

2018: 14 gevallen (bron: Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2018pdf, pp. 51-53). Tevens bleek in de periode 2014-2018 sprake van 26 gevallen bij grenspassage in de ons omringende landen België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk (gemiddeld per jaar en per land; zie p. 59).

Nederland telt 17 miljoen inwoners. Bijna 7,5 miljoen daarvan hebben tot maart 2012 hun vingerafdrukken moeten afstaan ter bestrijding van een handjevol gevallen van look-alike fraude. (Update november 2017: 20 miljoen vingerafdrukken, aldus NOS. Zie ook reactie Privacy First.) Deze situatie is naar alle maatstaven volstrekt disproportioneel en vormt daarmee een collectieve schending van het recht op privacy van iedere Nederlander. Privacy First ziet deze cijfers als sterke ondersteuning in haar rechtszaak tegen de nieuwe Paspoortwet en roept hierbij de Nederlandse overheid op om de verplichte afname van vingerafdrukken voor paspoorten en identiteitskaarten per direct stop te zetten. Ook tegen het Europese beleid in.

Update 22 maart 2012: eerder had Privacy First de cijfers 63 (2009) en 52 (2010) weergegeven. Die cijfers berustten echter op een telfout (dubbeltelling), waarvoor onze excuses.

Update 30 maart 2012: interne documenten van BZK uit 2004 duiden eveneens op relatief lage fraudecijfers en bovendien op hoge kosten voor de invoering van biometrie in reisdocumenten. Privacy First verkreeg deze documenten onlangs middels een grootschalig Wob-onderzoek dat reeds sinds april 2011 loopt.

Update 29 mei 2012: vandaag ontving Privacy First vanuit het Ministerie van Defensie eindelijk het langverwachte Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2011pdf. Het aantal gevallen van look-alike fraude met Nederlandse paspoorten en identiteitskaarten op Nederlands grondgebied (voorzover bij de KMar bekend) bedroeg blijkens dit rapport respectievelijk... 11 en 8, in totaal dus slechts 19. Bovenstaand lijstje met getallen van 2008 t/m 2010 hebben wij met deze cijfers over 2011 aangevuld. E.e.a. bevestigt eens te meer het beeld van look-alike fraude als zeer kleinschalig fenomeen. Het opzadelen van de hele Nederlandse bevolking met biometrische paspoorten en ID-kaarten ter bestrijding hiervan is en blijft dan ook volstrekt disproportioneel en dus onrechtmatig.

Update 1 november 2013: bovenstaand overzicht is vandaag aangevuld met de cijfers over 2012pdf. Privacy First beschouwt deze cijfers opnieuw als sterke ondersteuning in onze rechtszaak tegen de Nederlandse Staat ter onrechtmatigverklaring van de Paspoortwet (Paspoortproces). Een uitspraak van het Hof Den Haag in het Paspoortproces volgt op 7 januari as. Onlangs keurde het Europees Hof van Justitie de verplichte afname van vingerafdrukken onder de Europese Paspoortverordening goed, echter zonder enig kwantitatief onderzoek te hebben gedaan naar het doel hiervan: bestrijding van look-alike fraude met reisdocumenten. Reeds bij de ontwikkeling van de Paspoortverordening in 2004 kreeg het Europees Parlement hier desgevraagd geen cijfers over boven tafel. De privacyrechtelijke vereisten van 1) noodzakelijkheid en 2) proportionaliteit van de Paspoortverordening blijven daarmee tot op heden onaangetoond. Privacy First concludeert hieruit andermaal dat de verplichte afname van vingerafdrukken voor paspoorten en ID-kaarten onrechtmatig is en roept hierbij nogmaals de Nederlandse overheid op om deze praktijk per direct stop te zetten, ook tegen het Europese beleid in.

Update 9 juli 2014: bovenstaand overzicht hebben wij vandaag aangevuld met de cijfers over 2013pdf. Wederom zijn deze cijfers buitengewoon laag en zelfs veel lager dan in voorgaande jaren. Nieuw in de rapportage over 2013 zijn de cijfers van look-alike fraude met Nederlandse paspoorten en ID-kaarten in enkele omringende landen. Deze cijfers zijn relatief hoger (166 gevallen in totaal, zie p. 60). Afgezet tegen een bevolking van 17 miljoen Nederlanders acht Privacy First het echter nog steeds volstrekt disproportioneel om ter bestrijding van dergelijk kleinschalige (0,00098%) look-alike fraude ieders vingerafdrukken af te nemen.

Update 26 november 2015: vandaag heeft Privacy First de cijfers over 2014pdf aan bovenstaand overzicht toegevoegd en breed gepubliceerd. Deze cijfers zijn opnieuw lager dan in voorgaande jaren. In relatieve zin blijkt het dus nog steeds slechts om een handjevol gevallen van look-alike fraude te gaan.

Update 27 juli 2016: de cijfers over 2015pdf zijn onlangs door Privacy First bij het Ministerie van Defensie opgevraagd en vandaag aan bovenstaand overzicht toegevoegd. Opnieuw zijn deze cijfers relatief laag. Nieuw in de rapportage zijn de statistieken over look-alike fraude met Nederlandse paspoorten en identiteitskaarten bij grenspassage in België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk: in totaal respectievelijk 213 en 137 gevallen in de periode 2012-2015, oftewel gemiddeld slechts 18 paspoorten en 11 identiteitskaarten per jaar per land. In de optiek van Privacy First zijn deze aantallen nog steeds dusdanig laag dat het niet de verplichte afname van vingerafdrukken voor paspoorten bij de gehele Nederlandse bevolking rechtvaardigt.

Update 30 november 2017: vandaag zijn de cijfers over 2016pdf door Privacy First aan bovenstaand overzicht toegevoegd. Zoals verwacht zijn deze cijfers opnieuw erg laag en gedaald ten opzichte van vorig jaar. Dit geldt ook voor de statistieken over look-alike fraude met Nederlandse paspoorten en identiteitskaarten bij grenspassage in België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk: in totaal respectievelijk 259 en 163 gevallen in de periode 2012-2016, oftewel gemiddeld slechts 17 paspoorten en 11 identiteitskaarten per jaar per land. In de optiek van Privacy First zijn deze aantallen nog steeds dusdanig laag dat het de verplichte afname van vingerafdrukken voor paspoorten bij de gehele Nederlandse bevolking totaal niet rechtvaardigt.

Recentelijk berichtte de NOS dat de Nederlandse bevolking inmiddels zo’n 20 miljoen nutteloze vingerafdrukken heeft afgestaan ter eventuele bestrijding van een handjevol gevallen van look-alike fraude. Deze situatie is naar alle maatstaven volstrekt disproportioneel en vormt daarmee een immer voortdurende collectieve schending van het recht op privacy van iedere Nederlander. Privacy First roept hierbij dan ook de Nederlandse overheid opnieuw op om de verplichte afname van vingerafdrukken voor paspoorten per direct stop te zetten, ook tegen het Europese beleid in. Mocht dit vervolgens tot een rechtszaak tussen de Europese Commissie en Nederland leiden (wegens schending van de Europese Paspoortverordening), dan verwacht Privacy First dat de Nederlandse regering deze zaak glansrijk zal winnen en daarmee tevens een positief precedent zal scheppen voor het gehele Europese continent. Desgewenst zal Privacy First de Nederlandse regering hier graag bij adviseren.

Update 20 september 2018: vandaag zijn de cijfers over 2017pdf door Privacy First aan bovenstaand overzicht toegevoegd. Zoals verwacht zijn deze cijfers opnieuw erg laag en gedaald ten opzichte van vorig jaar.

Update 20 november 2019: vandaag zijn de cijfers over 2018pdf door Privacy First aan bovenstaand overzicht toegevoegd. Zoals verwacht zijn deze cijfers opnieuw buitengewoon laag.

Op 17 november 2019 besteedden Reporter Radio en iBestuur uitgebreid aandacht aan identiteitsfraude, waaronder look-alike fraude: "Het ECID, opgericht in 2007, stelt sinds 2008 een uitgebreid en zeer gedetailleerd ‘Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude’ op. Tot en met het overzicht van 2017 bevatte de inleiding de zin: “Het document is geschreven met de bedoeling een zo breed mogelijk publiek te informeren.” In 2017 werd het ‘een zo breed mogelijk publiek binnen de overheid’ en vorig jaar weer gewoon een breed publiek, dat nu geïnformeerd werd ‘over de laatste trends en ontwikkelingen op het gebied van documentfraude’. Masha O’Connor, hoofd ECID, zegt dat de overzichten alleen actief worden verspreid onder de ketenpartners. Een beperkt publiek binnen de overheid. Toch zijn de overzichten breed beschikbaar en wel op de website van de burgerrechtenorganisatie Privacy First. Die stuurt elk jaar een Wob-verzoek naar het ministerie van Defensie, dat inmiddels zo ongeveer per ommegaande de nieuwe editie verstrekt." (bron)

Gepubliceerd in Wob-procedures

Vandaag verzond Stichting Privacy First onderstaande brief aan de Tweede Kamer:

Geachte Kamerleden,

In het kader van het Algemeen Overleg op 7 maart as. over de herziening van EU-wetgeving inzake bescherming persoonsgegevens attendeert Privacy First u hierbij op een belangrijk aspect dat vooralsnog geen publieke aandacht lijkt te hebben gekregen: de voorgestelde rechtsmiddelen ter bescherming van persoonsgegevens in collectieve zin. Wij doelen hierbij op de huidige concept-Privacyrichtlijn, art. 53 lid 1 juncto art. 50 lid 2, laatste zin: "The organisation or association must be duly mandated by the data subject(s)."[1] Deze voorwaarde ontbreekt in parallelle bepalingen van de concept-Privacyverordening en zal dus alleen gaan gelden in de sfeer van politie in justitie. De achterliggende motivatie van de Europese Commissie is Privacy First vooralsnog onbekend.

In de Nederlandse vertaling van de concept-Richtlijn luidt de betreffende bepaling als volgt:"De organisatie of vereniging moet daartoe naar behoren door de betrokkene(n) gemachtigd zijn." Deze bepaling vormt een blokkering van de toegang tot de rechter voor stichtingen en verenigingen die onder huidig Nederlands recht in het algemeen belang privacyprocessen tegen de overheid (inclusief politie en justitie) kunnen voeren zonder daartoe vooraf door individuele burgers gemachtigd te zijn. In die zin werpt de bepaling een onwettelijke drempel op tegen het voeren van zogeheten 'algemeen-belangacties' ter bescherming van ieders privacy.

Ook indien deze bepaling 'slechts' gelezen zou worden als een zogeheten 'representativiteitseis' is deze in strijd met het collectieve actierecht zoals dat in Nederland sinds 1994 geldt; zie art. 3:305a BW en art. 1:2 lid 3 Awb (algemeen-belangactie) plus bijbehorende wetsgeschiedenis en jurisprudentie. Bij de totstandkoming van deze Nederlandse wetsartikelen is nadrukkelijk géén representativiteitsvereiste aan de stichting of vereniging in kwestie gesteld. Begin 2010 bevestigde de Hoge Raad dit als volgt:

"Zoals blijkt uit de wetsgeschiedenis (...) heeft de wetgever bewust ervan afgezien om representativiteit van de eisende rechtspersoon als voorwaarde in de wet op te nemen, zodat niet als eis gesteld kan worden dat de collectieve actie kan rekenen op de steun van een aanmerkelijk deel van de in aanmerking komende belanghebbenden."[2]

In dit verband verwijst Privacy First tevens naar het actuele wetsvoorstel collectieve afwikkeling massaschade: een eerder in dit wetsvoorstel opgenomen representativiteitseis is onlangs geschrapt na terechte kritiek van de Raad van State en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak.[3]

Tijdens het Algemeen Overleg op 15 september 2011 stelde staatssecretaris Teeven bovendien het volgende:

"Op de vraag of we een collectief klachtrecht voor betrokkenen gaan regelen, kan ik antwoorden dat er al een mogelijkheid bestaat tot het bundelen van klachten. Artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek kent die mogelijkheid. Een specifieke mogelijkheid voor privacyklachten kan beter op Europees niveau worden geregeld. Daar worden initiatieven toe ondernomen. We zullen daarover op een volgende vergadering van de Europese Raad spreken en die ontwikkelingen wil ik nog meenemen. Op dit moment bestaat zo'n mogelijkheid al wel, maar je kunt je afvragen of die voldoende effectief is."[4]

Door de voorgestelde bepaling in de concept-Richtlijn wordt het collectieve actierecht echter juist minder effectief, want afhankelijk van voorafgaande machtiging door individuele burgers. Algemeen-belangacties ter bescherming van ieders recht op privacy zouden daardoor tot het verleden (kunnen) gaan behoren.

Tenslotte dient hier te worden opgemerkt dat het collectieve actierecht voorheen reeds bestond in (onder meer) art. 10 van de vroegere Wet persoonsregistraties (Wpr):

"Op dit voor de praktijk belangrijke punt is de handhaving van de wet niet uitsluitend overgelaten aan de individuele geregistreerde. Volgens artikel 10 zijn ook rechtspersonen die krachtens hun doelstelling en blijkens hun feitelijke werkzaamheden de belangen behartigen van de geregistreerden, bevoegd tot het instellen van een vordering bij de burgerlijke rechter. Het kan hierbij ook gaan om een rechtspersoon die ideëel het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer behartigt. Het veld van maatschappelijke krachten kan op deze wijze invloed uitoefenen op de handhaving van de wet."[5]

Met de invoering van art. 3:305a BW kwam deze bepaling uit de Wpr te vervallen. Een vergelijkbare bepaling werd vervolgens niet opgenomen in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), aangezien dit vanwege het algemeen werkende art. 3:305a BW en art. 1:2 lid 3 Awb overbodig werd geacht.

Hoe rijmt staatssecretaris Teeven bovenstaande constateringen met elkaar? En is de betreffende passage in art. 50 lid 2 concept-Richtlijn door Nederland 'ingestoken' of daar beland op initiatief van de Europese Commissie of andere EU-lidstaten? Zo ja, welke lidstaten? Erkent de Nederlandse regering dat dit aspect van de concept-Richtlijn uit de pas loopt met Nederlands recht en een achteruitgang in collectieve rechtsbescherming teweegbrengt (wellicht ook in andere EU-lidstaten)? Zo ja, is de Nederlandse regering bereid om hier in Brussel een onderhandelingspunt van te maken en deze passage te laten schrappen of te laten herzien?
(...)
Hoogachtend,

Stichting Privacy First

---------------------------------
[1] Voorstel voor een EU-richtlijn betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, COM(2012) 10 (25 januari 2012), art. 50 lid 2.

[2] Hoge Raad 26 februari 2010, LJN: BK5756, r.o. 4.2; JBPr 2010/30, m.nt. Wijers; NJ 2011/473, m.nt. Snijders.

[3] Zie Kamerstukken II 2011/12, 33126, nr. 3, p. 6.

[4] Kamerstukken II 2011/12, 32761, nr. 2, p. 20 (nadruk SPF).

[5] Kamerstukken II 1984/85, 19095, nr. 3 (MvT Wpr), p. 32. Zie tevens ibid., p. 39.

Gepubliceerd in Wetgeving

Eind 2010 verschenen in opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) twee onderzoeksrapporten over de nieuwe Paspoortwet die veel stof deden opwaaien. Het eerste rapport heette "Happy Landings? Het biometrische paspoort als zwarte doos" en was geschreven door mensenrechtenjurist Vincent Böhre (sindsdien werkzaam bij Privacy First). Het tweede rapport heette "Het biometrische paspoort in Nederland: crash of zachte landing" en was geschreven door biometriespecialist Max Snijder. Beide onderzoeken hadden grotendeels parallel plaatsgevonden, overigens zonder assistentie. De focus van het eerste onderzoek lag met name op politieke, juridische en maatschappelijke aspecten, het tweede op de techniek en industrie. Samen vormden deze onderzoeken als het ware een 'helicopter view' van de materie. De toonzetting van beide rapporten was relatief hard. (Minister Donner typeerde het eerste rapport zelfs als 'combative', zo vernam de auteur ervan uit welingelichte bron.) Beide rapporten kregen veel aandacht in de media en droegen (mede daardoor) bij aan de politieke omslag die op dat moment noodzakelijk was: het stopzetten van de opslag van vingerafdrukken onder de nieuwe Paspoortwet. Na een uiterst kritische parlementaire hoorzitting was deze politieke kentering een feit. Minister Donner hield echter een slag om de arm: hij gaf aan de opslag van vingerafdrukken slechts "voor nu" stop te willen zetten en op lange termijn alsnog een nationale biometrische databank te willen ontwikkelen. Tevens werd door Donner besloten om de twee studies die voor de WRR waren uitgevoerd nog eens 'dunnetjes over te doen', ditmaal met het politiek-ambtelijke besluitvormingsproces en de informatieverstrekking richting het parlement als focus én met vrije toegang tot relevante bronnen (personen en documenten). Begin deze week verscheen eindelijk dit langverwachte onderzoeksrapport van de hand van prof. Roel Bekker. Een aantal opvallende aspecten uit dit rapport laten wij hieronder de revue passeren.

1)  Opvallend is allereerst Bekkers kwalificering van het College Bescherming Persoonsgegevens: van "niet erg krachtig" en "niet in al te stellige bewoordingen" (rond 2002) tot "marginale rol", "niet indringend genoeg" en "geen verdere aanleiding gezien om nog eens aan de bel te trekken" (2007-2008). Privacy First herkent dit beeld volledig.

2)  Hetzelfde geldt voor de advisering door de Raad van State: die was rond 2002 "zonder kritisch oordeel". Ook in latere jaren werd er, in de woorden van de staatsraden zelf, "onvoldoende scherp getoetst". Ook dit aspect herkent Privacy First.

3)  De wens van een centrale biometrische databank bleek van Justitie afkomstig, en zelfs van minister Donner persoonlijk. Het opsporingskarakter van een dergelijke databank (een oude CDA-wens uit 2001) staat daarmee nu buiten kijf.

4)  Des te zorgwekkender is het dat Bekker zich in zijn rapport niet kritisch keert tegen centrale opslag van vingerafdrukken, maar juist lijkt aan te sturen op een mogelijke "heroverweging" daarvan. Dit blijkt zowel uit letterlijke passages als tussen de regels van zijn rapport door.

5)  In het algemeen getuigt het rapport dan ook niet van veel privacy- en mensenrechtelijke kennis bij de auteur. Dit blijkt zowel uit het gebrek aan relevante overwegingen als uit (niet-)gebruikte begrippen. Voorbeelden zijn zinsneden als "in potentie een inbreuk (...) op de privacy" en "veronderstelde inbreuk op de privacy". Hier verwart Bekker wellicht de begrippen "inbreuk" en "schending"  (ongerechtvaardigde inbreuk). Dat e.e.a. sowieso een inbreuk op de privacy vormt is immers zelfs door de Staat al talloze malen erkend.

6)  In privacyrechtelijk opzicht slaat Bekker vooral de plank mis in de paragraaf over function creep (doelverschuiving). Die paragraaf is dusdanig oppervlakkig, naïef, eenzijdig en bagatelliserend dat het hele rapport erdoor aan kwaliteit inboet.

7)  Het rapport noemt consequent de bestrijding van look-alike fraude als doel van de invoering van biometrie op reisdocumenten. Deze look-alike fraude wordt echter nergens in het rapport gekwantificeerd. Dit terwijl Privacy First uit betrouwbare bron weet dat de auteur wel enig onderzoek naar de (relatief geringe) omvang hiervan heeft gedaan. Waarom wordt dit niet vermeld?

8)  Vrijwel alle andere belangen rond biometrie in de nieuwe Paspoortwet blijven in het rapport onbenoemd. Daardoor blijft de mist rond die belangen (en bijbehorende 'spelers') onverminderd groot. Dit geldt met name voor het domein van staatsveiligheid en rampenbestrijding.

9)  De vraag of bewindslieden het parlement van voldoende informatie hebben voorzien wordt deels ontweken en vooral gepareerd met het verwijt dat Kamerleden zelf meer kritische vragen hadden moeten stellen. Saillant detail in dit verband is dat reeds eind 2009 het enorme foutenpercentage (21%) bij verificatie van vingerafdrukken bekend was bij staatssecretaris Bijleveld (BZK). De Tweede Kamer werd echter pas eind april 2011 over dit foutenpercentage geïnformeerd. Nóg saillanter in dit verband is het antwoord op een vraag van het CDA tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer op 20 april 2010:
- CDA: "Zijn er na het debat dat wij ruim een jaar geleden hadden, nieuwe feiten of argumenten op tafel gekomen die rechtvaardigen dat er onrust of gebrek aan draagvlak zou zijn?"
- Staatssecretaris Bijleveld: "Het antwoord op die vraag is klip-en-klaar: nee." 

10)  Het is tevens jammer dat belangrijke, vertrouwelijke bronnen niet als bijlagen bij het rapport zijn gevoegd. Dit geldt bijvoorbeeld voor de haalbaarheidsstudie uit 2004 die in voetnoot 14 van het rapport wordt vermeld.

11)  Door Bekker wordt terecht betreurd dat er geen ambtenaren van het verantwoordelijke departement (BZK) deelnamen aan de parlementaire hoorzitting in april 2011.

12)  In het rapport wordt een lans gebroken voor biometrisch gewetensbezwaarden: voor hen dient er voortaan keuzevrijheid te zijn. Privacy First onderschrijft dit aspect van harte.

13)  In algemene zin zal de geïnformeerde lezer van dit rapport zich echter niet aan de indruk kunnen onttrekken dat zowel de ambtelijke leiding als relevante bewindspersonen in dit rapport vooral "uit de wind" gehouden worden. In die zin vormt dit rapport helaas een gemiste kans.

Update 13 april 2012: gisteren publiceerde minister Spies van Binnenlandse Zaken (BZK) haar reactie op het rapport Bekker. Positief is dat Spies in haar brief spreekt van een "veranderende tijdgeest" waarbij "de laatste jaren de discussie over privacy weer nadrukkelijker aan de orde is." "We leven nu in een ander tijdsgewricht" waarin "in ieder geval geen sprake [meer] zal zijn van centrale opslag van vingerafdrukken", aldus minister Spies (pp. 2, 4). Tevens bevestigt Spies dat "een wetsvoorstel zal worden ingediend dat er onder andere toe moet leiden dat (...) het opnemen van vingerafdrukken bij de aanvraag van een identiteitskaart kan worden beëindigd" (p. 3). Privacy First onderschrijft deze aspecten en zal blijven toezien op de implementatie ervan op de kortst mogelijke termijn.

Gepubliceerd in Biometrie
zondag, 22 januari 2012 12:43

De grap met de verborgen camera

Keek u vroeger weleens naar Bananasplit? Tegenwoordig hoeft u daarvoor de televisie niet aan te zetten. U loopt gewoon de deur uit en binnen no-time zit u middenin een grap met een verborgen camera. Verschil met Bananasplit is echter dat er niets te lachen valt en dat niemand naar u toe komt lopen om u te vertellen dat u in een grap zit, waarna u samen lachend naar de camera zwaait en het filmen ophoudt. Tegenwoordig kunt u zoveel lachen en zwaaien als u wilt, maar de verborgen camera blijft gewoon doorfilmen. Als u geluk heeft is het maar één camera. Als u pech heeft zijn het er wel tien of twintig. Misschien wel honderd op een dag. Duizend in een week. Allemaal betaald van uw eigen belastinggeld, zonder dat u er zelf om heeft gevraagd en zonder dat het ergens toe dient. Vindt u dat geen goede grap? De meneer van de camerafabriek vindt het wel een goede grap. Die meneer ligt ergens onder een palmboom compleet in een deuk.

Maar nu even serieus: dit kan natuurlijk niet. Het wordt hoog tijd dat aan deze dure grappenmakerij een einde wordt gemaakt. Bijvoorbeeld in Amsterdam, waar de stadsdeelraad Amsterdam West moet gaan besluiten om een lokaal project met een drietal dure, nutteloze camera's wel of niet te continueren. Een uitstekend artikel hierover van VU-promovendus Matthijs Pontier vindt u HIER. Privacy First wenst u veel leesplezier (en stadsdeelraad Amsterdam West veel wijsheid)!

Gepubliceerd in Cameratoezicht

Vandaag verzond Privacy First onderstaande email aan de EPD-woordvoerders in de Tweede Kamer:

Geachte Kamerleden,

Op dinsdag 13 december as. vindt een belangrijk Algemeen Overleg (AO) met Minister Schippers over het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) plaats. Ter voorbereiding en mogelijke invulling van dit debat geeft Privacy First u hierbij graag de volgende aandachtspunten mee:

1) Naar Privacy First begrijpt wordt momenteel langs private weg toegewerkt naar een opportunistische schijnoplossing, namelijk regionale uitwisseling van gegevens via het Landelijk Schakelpunt (LSP). Dit leidt per definitie tot function creep by design. De digitale 'regionale schotten' in en rond het LSP zullen immers eenvoudig kunnen worden omzeild of verwijderd. Het hele systeem kan daardoor op elk toekomstig moment weer zijn oude, centrale vorm aannemen met alle privacy- en veiligheidsrisico's van dien.

2) Diezelfde risico's rond het LSP worden evenmin opgeheven door het EPD voortaan als 'persoonlijk gezondheidsdossier' (PGD) aan te duiden. Dit vormt slechts privacy by semantics waar bovendien een misleidende werking van uitgaat. De achterliggende infrastructuur (LSP) blijft immers vrijwel ongewijzigd.

3) Een privacyvriendelijk EPD vergt allereerst een onafhankelijke Privacy Impact Assessment (PIA) waarbij diverse oplossingsrichtingen met privacy by design in kaart kunnen worden gebracht. Totdat een dergelijke PIA is uitgevoerd en parlementair is geëvalueerd dienen geen onomkeerbare stappen rond de vormgeving en eventuele uitbreiding van het EPD gezet te worden.

4) Bij de verdere vormgeving van het EPD dient nadrukkelijk ruimte te worden geboden voor onderzoek, innovatie en concurrentie. De recente DigiNotar-affaire toont dat afhankelijkheid van één (of een selecte groep) partij(en) vermeden dient te worden. Naast suboptimale, privacyonvriendelijke producten voorkomt dit economische kartelvorming.

5) Privacyvriendelijke transparantie voor de patiënt vergt naast goede beveiliging ook individuele keuzevrijheid. Zo dient inzage van de patiënt in zijn of haar eigen dossier niet afhankelijk te worden gemaakt van aansluiting bij het LSP. Dergelijke inzage via het internet creëert bovendien nieuwe privacyrisico's.

6) In de governance structuur rond het EPD dienen onafhankelijke privacy- en beveiligingsexperts opgenomen te worden.

7) In mensenrechtelijk opzicht blijft de Nederlandse overheid onverminderd verantwoordelijk voor de bescherming van de medische privacy van haar burgers, ook bij een geprivatiseerd EPD. Op initiatief van Privacy First zal Nederland zich hierover in mei 2012 moeten kunnen verantwoorden bij de VN-Mensenrechtenraad.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First

Gepubliceerd in Medische privacy

Het hing helaas al weken in de lucht. Nu lijkt het er alsnog van te gaan komen: een private doorstart van het landelijk Elektronisch Patiëntendossier (EPD). Weliswaar onder de nieuwe naam "persoonlijk gezondheidsdossier" (privacy by semantics), in eerste instantie vooral "regionaal" en alleen met toestemming per individuele patiënt. De onderliggende infrastructuur (Landelijk Schakelpunt, LSP) is echter nog altijd nationaal georiënteerd en werd eerder dit jaar wegens privacybezwaren unaniem weggestemd door de Eerste Kamer. Daarmee lijkt dit private EPD inmiddels verdacht veel op een nucleair transport met het LSP als radioactieve lading. Hierop anticiperend kaartte Privacy First e.e.a. onlangs (vlak voor de rapportagedeadline) aan bij de VN-Mensenrechtenraad in Genève. Eind mei 2012 staat de Nederlandse mensenrechtensituatie (inclusief het nationale privacybeleid) daar immers op de agenda. Dan mag Nederland in het openbaar aan de hele wereld gaan uitleggen hoe het de privacy bij ditzelfde EPD alsnog gewaarborgd heeft. Bijvoorbeeld door de komende maanden alsnog privacy by design te implementeren middels technische compartimentalisering, dataminimalisatie, keuzevrijheid en transparantie voor de patiënt. Wellicht maakt Nederland dan straks in Genève alsnog een goede beurt...

Gepubliceerd in Medische privacy
dinsdag, 15 november 2011 20:21

Tweede Kamer wil reanimatie van EPD

"May you live in interesting times", zo luidt een oude Chinese vloek. Interessante tijden zijn het zeker, ook wat het landelijke Elektronisch Patiëntendossier (EPD) betreft. Werd dit EPD eerder dit jaar nog terecht door de Eerste Kamer afgeschoten en vorige week definitief doodverklaard, sinds vanmiddag lijkt het alsnog uit de dood te gaan herrijzen. Deze middag nam een Kamermeerderheid van VVD, CDA, PvdA, D66 en SGP namelijk een motie aan waarin de regering in wezen wordt opgeroepen om het onderdeel van het EPD 'waar het allemaal om draait' (het Landelijk Schakelpunt, LSP) door relevante maatschappelijke partijen te laten 'reanimeren'. Tekenend voor het democratisch gehalte van deze Frankenstein-manoeuvre is de manier waarop de motie werd aangenomen: zonder parlementair debat vooraf en zonder stemverklaringen van afzonderlijke partijen. Enig lichtpuntje was een last-minute wijziging in de tekst van de motie, waardoor privacy experts alsnog actief bij de verdere gang van zaken rond het EPD betrokken zullen moeten worden. Meer dan dit resultaat heeft Privacy First er helaas niet uit kunnen slepen...

Mensen die een bijna-dood ervaring hebben gehad staan daarna vaak heel anders in het leven. Veel bewuster vooral. Zal dat ook voor het EPD gaan gelden? Het EPD ging immers bijna ten onder aan privacy- en veiligheidsproblemen, maar lijkt nu van een wisse dood te worden gered. Onze hoop is dan ook dat het EPD (c.q. de kring van belanghebbende partijen daaromheen) voortaan een stuk privacyvriendelijker in het leven zal komen te staan. Anders gaat het alsnog fout, bijvoorbeeld als volgend jaar de medische gegevens van half Nederland door een security breach op straat belanden. Zo'n situatie dient met man en macht te worden voorkomen. Dit kan door het 'LSP' regionaal vorm te geven conform actuele vereisten van privacy by design, keuzevrijheid en transparantie voor de patiënt. Desgevraagd zal Privacy First daar graag een bijdrage aan leveren.

De motie luidt als volgt: (pdf)

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de doorstart van het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) aan een zijden draadje hangt, waardoor deze infrastructuur met ingang van 1 januari 2012 hoogstwaarschijnlijk niet langer beschikbaar is,

van mening dat het naar de prullenbak verwijzen van deze infrastructuur die klaar is voor gebruik, een ongewenste stap achteruit is met het oog op de kwaliteit van de zorg, die de zorgsector terug voert naar het papieren tijdperk,

verzoekt de regering de betrokken organisaties – inclusief patiëntenorganisaties, cliëntenorganisaties en privacy experts – op te roepen om het elektronisch patiëntendossier alsnog van de grond te laten komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Gepubliceerd in Medische privacy
Pagina 18 van 21

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon