donatieknop english

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gaat alsnog handhavend optreden tegen het afvalpas-systeem dat medio 2014 door de gemeente Arnhem is ingevoerd. Door middel van dit systeem van adresgebonden "afvalpasjes" die verplicht moeten worden gescand bij het wegbrengen van restafval, verzamelt de gemeente zonder noodzaak persoonsgegevens van Arnhemse inwoners. Vergelijkbare afvalpas-systemen zijn de laatste jaren in talloze Nederlandse gemeenten ingevoerd. Deze zaak creëert daarmee een belangrijk precedent.

Aanleiding voor de beslissing van de AP vormt een handhavingsverzoek van Arnhemmer Michiel Jonker in mei 2016. In juni schortte de AP de handhaving tijdelijk op. Maar nu de gemeente stug doorgaat met het onnodig verzamelen van persoonsgegevens, en Jonker op 4 september jl. opnieuw heeft aangedrongen op handhaving, komt de AP alsnog in actie.

Per 1 juli 2014 installeerde de gemeente Arnhem op elke ondergrondse container voor restafval een scannersysteem, waardoor deze containers alleen nog geopend kunnen worden met een elektronisch pasje met de adresgegevens van de pashouder. De aldus verzamelde persoonsgegevens worden verwerkt in een centraal datasysteem van de gemeente. Volgens de gemeente is het verwerken van de persoonsgegevens bij het wegbrengen van vuilniszakken "nodig" om te voorkomen dat inwoners uit andere gemeenten of bedrijven de Arnhemse containers gebruiken.

De Arnhemmer bestrijdt dit. Hij wijst erop dat de noodzaak niet is aangetoond en dat er ook andere systemen mogelijk zijn, bijvoorbeeld met anonieme pasjes zonder uniek nummer.

Al in juni 2014 deed Jonker een verzoek om hulp aan de AP. De AP gaf destijds echter te kennen dit verzoek alleen op te vatten als een "signaal" dat geregistreerd werd, maar waarmee verder niets werd gedaan. Daardoor zag Jonker zich genoodzaakt in bezwaar, beroep en hoger beroep te gaan tegen de maatregel van de gemeente.

Uiteindelijk verklaarde de Raad van State op 26 april 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1114) dat de gemeente nooit een formeel besluit had genomen voor het verzamelen van de betreffende persoonsgegevens. Daarmee gaf deze hoogste bestuursrechter aan dat de gemeente Arnhem al sinds juli 2014 de privacy van alle Arnhemmers op illegale wijze aantast, door middel van een feitelijke, maar niet gelegaliseerde maatregel. De Raad van State zweeg echter over hoe de Arnhemmers zich dan kunnen verweren tegen deze feitelijke aantasting van hun recht op privacy.

Direct na de uitspraak van de Raad van State stelde Jonker het Arnhemse College van B&W op de hoogte dat hij voortaan zijn vuilnis niet meer in, maar naast de afvalcontainers zou zetten, zolang zijn privacy niet gerespecteerd werd. De oppositiepartij Partij voor de Dieren stelde vervolgens vijfentwintig raadsvragen over de kwestie.

Toen de gemeente geen gevolg bleek te geven aan de uitspraak van de Raad van State, stapte Jonker op 31 mei 2016 naar de AP en diende daar een formeel handhavingsverzoek in.

Op 19 juli 2016 beantwoordde het college van B&W de vragen van de Partij voor de Dieren. Uit de antwoorden van B&W bleek dat de gemeente nog steeds wil doorgaan met het zonder noodzaak verzamelen van persoonsgegevens, met als excuus dat die achteraf weer geanonimiseerd zouden worden via een kleine aanpassing in het data-systeem. Door Stichting Privacy First wordt dit gekarakteriseerd als een "quick fix" en door Jonker als een "lapmiddel". Jonker: "Vermoedelijk wil men die anonimisering er weer afhalen zodra Diftar (gedifferentieerde afvaltarieven) ingevoerd wordt. Maar ook voor Diftar is het verzamelen van persoonsgegevens niet nodig. Bovendien is privacy een grondrecht dat prioriteit moet krijgen boven het lokale afvalinzamelingsbeleid."

De AP heeft nu laten weten in week 40 een voornemen tot handhaving te gaan aankondigen. Dat is vlak na de geplande behandeling van het afvalbeleid door de Arnhemse gemeenteraad. Jonker: "Waarschijnlijk hoopt de AP alsnog te kunnen afzien van handhaving, als de gemeenteraad B&W opdraagt om de huidige verzameling van persoonsgegevens onmiddellijk stop te zetten."

Jonker is blij dat er nu, na ruim twee jaar, eindelijk beweging in de zaak lijkt te komen, maar geeft ook aan dat de gang van zaken veel vragen oproept over privacybescherming in Nederland. "Het is in wezen een simpele zaak. Maar toch hebben de gemeente, de rechters en de Autoriteit Persoonsgegevens ieder op hun eigen manier eerst de hakken in het zand gezet. Voor een gewone burger is het ondoenlijk daar tegen op te boksen. Dankzij mijn juridische achtergrondkennis en bepaalde ervaringsdeskundigheid, en dankzij steun van Privacy First bij het benaderen van de media, heb ik iets kunnen uitrichten. We betalen als burgers belasting om door de overheid beschermd te worden. Maar het lijkt in deze casus alsof overheidsinstanties vooral bezig zijn zichzelf en elkaar te beschermen tegen het lastige verzoek van een burger om gewoon de wet toe te passen."


Lees HIER meer achtergrondinformatie en recente media over de zaak.

Gepubliceerd in Wetgeving

Opslag vingerafdrukken in strijd met recht op privacy

In navolging van het Hof Den Haag heeft de Raad van State vandaag geoordeeld dat de gemeentelijke ("decentrale") opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet onrechtmatig is wegens strijd met het recht op privacy. De Raad van State kwam tot dit oordeel in een zevental bestuursrechtelijke zaken van individuele burgers (gesteund door Burgerrechtenvereniging Vrijbit). Begin 2014 kwam het Hof Den Haag reeds tot een vergelijkbaar oordeel in het civielrechtelijke Paspoortproces van Stichting Privacy First en 19 (andere) burgers. Vervolgens werd ons Paspoortproces door de Hoge Raad echter alsnog niet-ontvankelijk verklaard en naar de bestuursrechter verwezen. Privacy First heeft vervolgens het complete civielrechtelijke procesdossier bij de Raad van State ingediend ter versterking van de daar lopende paspoortzaken. Als hoogste bestuursrechter oordeelt de Raad van State nu op soortgelijke wijze als eerder het Hof Den Haag. Ondanks de latere niet-ontvankelijkheid bij de Hoge Raad staat het verbod op de opslag van ieders vingerafdrukken in databanken daarmee opnieuw als een paal boven water.

Gebrekkig oordeel en procesgang

Evenals bij de eerdere uitspraak van het Hof Den Haag betreurt Privacy First het echter dat de Raad van State de opslag niet onrechtmatig heeft willen verklaren op zuiver principiële gronden (namelijk wegens gebrek aan maatschappelijke noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit), maar 'slechts' op basis van technische ondeugdelijkheid. Privacy First zal de betreffende burgers dan ook adviseren om door te procederen richting het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg. Op basis van bestaande Straatsburgse jurisprudentie is de kans immers groot dat Nederland vervolgens alsnog principieel zal worden veroordeeld wegens schending van het recht op privacy (art. 8 EVRM). Daarnaast verwacht Privacy First een Straatsburgse veroordeling wegens schending van het recht op toegang tot de rechter en een effectief rechtsmiddel (art. 6 en 13 EVRM). Civielrechtelijk procederen tegen de Paspoortwet bleek immers onmogelijk, en bestuursrechtelijk was dit slechts indirect mogelijk na afwijzing van een individuele aanvraag voor een nieuw paspoort of identiteitskaart (wegens weigering om vingerafdrukken te laten afnemen). Om de huidige "overwinning" bij de Raad van State te kunnen behalen hebben de betreffende burgers daardoor jarenlang zonder paspoort of identiteitskaart door het leven moeten gaan, met alle problemen en risico's van dien.

Uitzondering voor gewetensbezwaarden

De Raad van State heeft vandaag tevens bepaald dat de verplichte afname van twee vingerafdrukken voor een nieuw paspoort voor iedereen gelijkelijk geldt en dat hierop geen uitzonderingen kunnen worden gemaakt voor mensen die wegens gewetensbezwaren geen vingerafdrukken willen afstaan. Privacy First betwijfelt of dit oordeel van de Raad van State stand zal houden in Straatsburg. Naast schending van het recht op privacy lijkt hier immers ook sprake van strijd met de vrijheid van geweten (art. 9 EVRM). Dat de Europese Paspoortverordening een dergelijke uitzondering niet bevat is in dit kader irrelevant, aangezien deze verordening ondergeschikt is aan het EVRM.

RFID-chips en gezichtsscans

Privacy First betreurt het dat de Raad van State niet kritisch heeft willen oordelen over de risico's van de op-afstand-uitleesbare RFID-chips (met gevoelige persoonsgegevens) in paspoorten en identiteitskaarten. Hetzelfde geldt voor de verplichte opslag van gezichtsscans in gemeentelijke databanken. Ook deze aspecten zullen in Straatsburg alsnog kunnen worden aangevochten.

Eigen verantwoordelijkheid van gemeenten

Lichtpuntje in het oordeel van de Raad van de State over identiteitskaarten is vooral dat gemeenten en burgemeesters een eigen verantwoordelijkheid hebben om zelfstandig de mensenrechten (inclusief het recht op privacy) na te leven, ook als dit betekent dat zij daartoe zelfstandig nationale wetgeving buiten toepassing dienen te laten wegens strijd met hoger internationaal of Europees recht: 

"Voor zover de burgemeester betoogt dat voor hem geen mogelijkheid openstaat af te wijken van het in [nationale wetgeving] bepaalde, overweegt de [Raad van State] dat ingevolge artikel 94 van de Grondwet binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften geen toepassing vinden, indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties." (Bron, rechtsoverweging 6.)

Dit oordeel van de Raad van State geldt op alle domeinen en kan in de toekomst verstrekkende gevolgen hebben.

Gratis nieuwe identiteitskaart

Uit het oordeel van de Raad van State volgt dat bij de aanvraag van identiteitskaarten sinds 2009 massaal vingerafdrukken zijn afgenomen (en opgeslagen) zonder geldige rechtsbasis. Privacy First adviseert eenieder die over een identiteitskaart met vingerafdrukken beschikt dan ook om deze (desgewenst) bij zijn/haar gemeente in te ruilen voor een gratis nieuw exemplaar zónder vingerafdrukken. Mochten gemeenten deze service niet willen bieden, dan behoudt Privacy First zich het recht voor om daartoe nieuwe juridische stappen te zetten.

 

Klik HIER voor het persbericht van de Raad van State, tevens gepubliceerd op Rechtspraak.nl (met verwijzing naar de volledige uitspraken). Klik HIER voor een eerste reactie van Privacy First bij RTL Nieuws. Zie tevens het nieuwsbericht van NRC Handelsblad.

Gepubliceerd in Rechtszaken

Onlangs diende bij de Raad van State een opvallende rechtszaak van een individuele Arnhemmer tegen de lokale afvalpas. In steeds meer Nederlandse gemeenten kunnen burgers hun huisvuil alleen nog met behulp van een gepersonaliseerde afvalpas in ondergrondse vuilniscontainers deponeren. Dit is in strijd met het recht op privacy. 

Geen anonieme pas

Iedere afvalpas is gekoppeld aan een individueel huisadres. Hierdoor kunnen gemeenten precies nagaan wie waar en wanneer zijn/haar vuilnis weggooit en daarmee ook inzage hebben in ieders levenspatroon, zoals wanneer iemand doorgaans thuis of afwezig is of op vakantie is. Zeer gevoelige data dus, bijvoorbeeld voor hackers en inbrekers. De Arnhemmer Michiel Jonker beschouwt dit terecht als een schending van zijn recht op privacy. Voor het gebruik van huisvuilcontainers is immers geen huisvuilpas "op naam" nodig; een anonieme huisvuilpas is daartoe voldoende.

Geen besluit

Tijdens de (door Privacy First en media bijgewoonde) rechtszitting kon de gemeente Arnhem niet beargumenteren waarom voor dit type huisvuilpas gekozen was i.p.v. een privacyvriendelijk, anoniem alternatief. Desgevraagd kon de gemeente Arnhem de rechters ook niet goed vertellen voor welke doelen de informatie van de huisvuilpas wordt gebruikt. Op de vraag van de rechters welk gemeentelijk besluit er aan de invoering van de huisvuilpas ten grondslag lag, bleef het in de rechtszaal eveneens pijnlijk stil.

Kafka

Wegens het gebrek aan een deugdelijk invoeringsbesluit had de rechtbank Gelderland eerder de persoonlijke kennisgeving aan alle Arnhemmers (per brief) over de invoering van de huisvuilpas als dergelijk besluit aangemerkt. De nieuwe huisvuilpas vormt immers een inbreuk op hun recht op privacy en zonder formeel besluit terzake zou er een gat in de rechtsbescherming ontstaan. Om een dergelijke maatregel te kunnen aanvechten is namelijk een bestuursrechtelijke rechtsingang nodig: een formeel besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat. Zo'n besluit bestaat in Arnhem (en ook in andere gemeenten?) echter niet. Dus bevinden de Arnhemmers zich met hun vuilnis in een juridisch niemandsland. Privacy First betreurt het dat de Raad van State dit niet heeft willen 'repareren' (zoals de rechtbank eerder wel deed) en de heer Jonker nu met een formalistisch kluitje in het riet stuurt. Onbegrijpelijk is bovendien het oordeel van de Raad van State dat de huisvuilpas "geen rechtsgevolg" zou hebben. Gezien de onmiskenbare aantasting van het recht op privacy door de huisvuilpas is dit standpunt van de Raad van State simpelweg onhoudbaar.  

Straatsburg

Hierdoor is de heer Jonker na twee jaar procederen weer terug bij af. Via media-bronnen begreep Privacy First dat de woordvoerder van de Raad van State de zaak had verwezen naar de civiele rechter. Probleem is echter dat de civiele rechter dit soort zaken de laatste jaren juist naar de bestuursrechter verwijst. Hierdoor dreigt dubbele niet-ontvankelijkheid. Bovendien vergt civielrechtelijk procederen meestal een dure advocaat en een lange, complexe rechtsgang. Privacy First zal de heer Jonker dan ook adviseren om deze zaak voort te zetten bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg wegens schending van art. 6, 8 en 13 EVRM (recht op toegang tot de rechter en een effectief rechtsmiddel, alsmede schending van het recht op privacy). Capabele advocaten die de heer Jonker hierin graag pro deo zouden willen bijstaan kunnen zich vanaf heden melden bij Privacy First.

Gemeenteraad aan zet

Privacy First hoopt tevens dat de Arnhemse gemeenteraad spoedig orde op zaken zal stellen. Zolang aan de Arnhemse afvalpas geen deugdelijk, met privacywaarborgen omgeven besluit ten grondslag ligt of zolang deze pas niet vervangen wordt door een privacyvriendelijk alternatief, kan het Arnhemmers immers moeilijk verweten worden als zij hun afvalpas voortaan thuis laten en hun vuilniszak naast de container dumpen.

Klik HIER voor de volledige uitspraak van de Raad van State d.d. 26 april jl.

Hieronder een overzicht van media tot nu toe, inclusief commentaar Privacy First:
http://www.volkskrant.nl/binnenland/digitaal-gesnuffel-in-de-moderne-vuilnisbak~a4303367/
http://www.rtlz.nl/tech/gemeente-mag-burgers-volgen-bij-weggooien-afval
http://www.gelderlander.nl/regio/arnhem-e-o/arnhem/rvs-oordeelt-niet-in-kafka%C3%ABske-uitspraak-over-arnhems-afvalpasje-1.5963198
http://www.telegraaf.nl/binnenland/25676495/___Spionage__bij_afvaldumping_mag__.html
http://www.omroepgelderland.nl/nieuws/2109046/Arnhemmer-blijft-doorknokken-voor-huisvuilprivacy
https://www.security.nl/posting/469014/Uitspraak+RvS+over+privacyschending+bij+inzamelen+huisvuil http://www.binnenlandsbestuur.nl/digitaal/nieuws/rvs-keurt-adres-gekoppelde-afvalpas-arnhem-goed.9533170.lynkx

Voorafgaand en na de rechtszitting: 
https://www.privacynieuws.nl/nieuwsoverzicht/binnenlands-nieuws/politiek-en-overheid/16920-raad-van-state-beoordeelt-privacy-schending-bij-gemeentelijke-inzameling-van-huishoudelijk-afval-in-arnhem.html 
http://www.radio1.nl/item/347552 (2 delen)
http://www.bnr.nl/?service=player&type=archief&fragment=20160310071750300 (vooruitblik Brenno de Winter)
http://www.gelderlander.nl/regio/arnhem-e-o/arnhem/arnhemmer-koppeling-afvalpas-aan-woonadres-schendt-privacy-1.5810647 
http://motherboard.vice.com/nl/read/deze-arnhemmer-probeert-te-voorkomen-dat-je-privacy-bij-het-vuilnis-komt-te-ligg
http://www.gelderlander.nl/regio/arnhem-e-o/arnhem/arnhem-gebruikt-persoonlijke-gegevens-afvalpas-niet-1.5823992

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Al jaren voeren talloze Nederlandse burgers een verwoede strijd tegen de verplichte afname en opslag van hun vingerafdrukken onder de Paspoortwet. Sinds 2009 is de afname van vingerafdrukken voor een nieuw paspoort verplicht. Volgens de Nederlandse regering dienen deze vingerafdrukken ter bestrijding van look-alike fraude met paspoorten. Harde cijfers over dit type fraude zijn door de Nederlandse overheid echter nooit bekendgemaakt. Uit Wob-verzoeken van Privacy First is de laatste jaren gebleken dat het slechts gaat om een relatief gering fenomeen: hooguit enkele tientallen gevallen per jaar. Vandaag voegt Privacy First hier nieuwe cijfers over look-alike fraude aan toe: in Nederland betrof dit in 2014 slechts 7 paspoorten en 3 ID-kaarten. Deze cijfers staan in het Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude 2014 van de Koninklijke Marechaussee (pp. 38-39). Klik HIER om de hele rapportage te downloaden (pdf, 54 pp, 10 MB).

Gebrek aan noodzaak en proportionaliteit

De afname van de vingerafdrukken van de hele Nederlandse bevolking ter bestrijding van een handjevol look-alikes kan onmogelijk “maatschappelijk noodzakelijk” en “proportioneel” worden geacht. Die noodzaak en proportionaliteit zijn echter wel vereist onder het Europese privacyrecht (art. 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). De afname van ieders vingerafdrukken onder de Paspoortwet is hiermee onrechtmatig en had nooit ingevoerd mogen worden.

Zwijgende rechters

Tot nu toe heeft geen enkele Nederlandse of Europese rechter hier een kritisch, principieel oordeel over willen vellen. Op donderdag 26 november en donderdag 3 december as. vinden bij de Raad van State een zevental rechtszittingen plaats waarbij deze en andere kwesties rond de Paspoortwet (waaronder de RFID-chip in paspoorten en ID-kaarten, gewetensbezwaren en de opslag van vingerafdrukken en gezichtsscans) opnieuw uitgebreid aan de orde zullen komen. Sinds mei 2010 voerde Privacy First samen met 19 mede-eisers (burgers) reeds een uitputtende civielrechtelijke strijd tegen de eerdere centrale en decentrale (gemeentelijke) opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet. In mei dit jaar verklaarde de Hoge Raad dit civiele Paspoortproces echter (onterecht) niet-ontvankelijk en verwees daarbij naar de parallelle, deels vergelijkbare bestuursrechtelijke zaken bij de hoogste bestuursrechter: de Raad van State. Het is nu dus aan de Raad van State om alsnog een kritisch oordeel over (onder meer) de afname en opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet te vellen. Zo niet, dan resteert voor de betreffende burgers een kansrijke rechtsgang naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

Gebrek aan rechtsbescherming

Schrijnend aspect aan de huidige zaken bij de Raad van State is dat de betreffende burgers reeds jarenlang zonder geldig paspoort door het leven gaan. Er kon door hen immers slechts bestuursrechtelijk geprocedeerd worden na afwijzing van hun paspoortaanvraag wegens hun weigering om vingerafdrukken af te staan. Mede om deze reden koos Privacy First er in 2010 voor om civielrechtelijk i.p.v. bestuursrechtelijk te procederen. De Hoge Raad bleek hier echter totaal ongevoelig voor. Nederlanders die geen vingerafdrukken voor een paspoort willen afstaan worden daardoor gedwongen tot een gekunstelde bestuursrechtelijke rechtsgang, met alle maatschappelijke nadelen en risico’s van dien. Privacy First verwacht dat deze situatie bij het Europese Hof in Straatsburg zal leiden tot een veroordeling van Nederland wegens gebrek aan toegang tot de rechter en ineffectieve rechtsmiddelen (art. 6 en 13 EVRM). Het draait in deze zaken dus allang niet meer louter om het recht op privacy, maar tevens om de effectieve rechtsbescherming van de Nederlandse bevolking tegen onrechtmatige wetgeving zoals de Paspoortwet.

Privacy First hoopt dat de Raad van State spoedig een kritisch oordeel zal vellen. Zo niet, dan zal Privacy First de betreffende burgers graag assisteren bij hun verdere rechtsgang richting Straatsburg.

Burgerrechtenvereniging Vrijbit was de laatste jaren actief betrokken bij de bestuursrechtelijke zaken die nu bij de Raad van State dienen. Voor nadere informatie terzake verwijst Privacy First u dan ook graag door naar Vrijbit.

Gepubliceerd in Biometrie

Sinds 2010 voerde Privacy First een megazaak tegen één van de zwaarste privacyschendingen in de Nederlandse geschiedenis: de centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet. In deze zaak werd Privacy First echter achtereenvolgens niet-ontvankelijk verklaard, ontvankelijk verklaard én in het gelijk gesteld, maar tenslotte alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Hoe kon dit gebeuren? En wat betekent dit voor de rechtsbescherming in Nederland?

Civiele rechter

Sinds mei 2010 voerde Stichting Privacy First samen met 19 mede-eisers (burgers) een grootschalige rechtszaak tegen de centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet (Paspoortproces). Dit was een civielrechtelijke zaak. Individuele burgers konden voor deze kwestie immers niet bij de bestuursrechter terecht. Burgers konden namelijk slechts bij de bestuursrechter terecht als zij daartoe eerst een individueel besluit zouden uitlokken: een bestuurlijke weigering om een paspoort (of ID-kaart) te verstrekken na een individuele weigering om vingerafdrukken te laten afnemen. Men kon dus slechts bestuursrechtelijk procederen als men bereid was om jarenlang zonder paspoort (of ID-kaart) door het leven te gaan. De bepaling in de Paspoortwet over centrale opslag van vingerafdrukken (art. 4b) was (en is) bovendien nog niet in werking getreden. De bestuursrechter was daarom onbevoegd om deze bepaling te toetsen. Rechtstreeks beroep tegen wetgeving is in het Nederlandse bestuursrecht (in tegenstelling tot andere landen) bovendien onmogelijk. De bestuursrechter kon art. 4b Paspoortwet dan ook slechts individueel en indirect ("exceptief") aan hogere privacywetgeving toetsen nadat dit artikel in werking getreden zou zijn, dus pas nadat centrale opslag (en uitwisseling) van ieders vingerafdrukken een fait accompli zou zijn. Om massale privacyschending te voorkomen resteerde voor Privacy First c.s. dus slechts de civiele rechter als enige bevoegde rechter. Sinds jaar en dag is de civiele rechter immers bij uitstek de rechter waar nationale wetgeving rechtstreeks aan hogere (privacy)wetgeving kan worden getoetst, zelfs als die nationale wetgeving nog niet in werking getreden is maar wel een dreigende privacyschending inhoudt.

Sterke zaak

Privacy First kon (als relevante stichting) deze zaak civielrechtelijk voeren in het algemeen belang, namens iedere Nederlander. Sinds begin jaren 90 kan dit middels een speciale procedure in het Burgerlijk Wetboek: de zogeheten 'algemeen-belangactie' onder art. 3:305a BW. Ook de Hoge Raad leek hiertoe alle seinen op groen te hebben gezet, althans tot de dagvaarding van de Staat door Privacy First c.s. in mei 2010. In juli 2010 doorbrak de Hoge Raad echter zijn eerdere jurisprudentie door te verklaren dat belangenorganisaties nog slechts bij de civiele rechter terecht zouden kunnen als voor individuele burgers geen bestuursrechtelijke rechtsgang openstond. Voor de kwestie in ons Paspoortproces konden burgers nu echter juist niet bij de bestuursrechter terecht. Dus hadden Privacy First c.s. nog steeds een sterke zaak. Bovendien leken de nieuwe ontvankelijkheidscriteria van de Hoge Raad niet van toepassing op algemeen-belangacties, maar slechts op zogeheten 'groepsacties' (namens een bepaalde groep mensen i.p.v. de hele bevolking).

Onbegrijpelijk oordeel Hoge Raad

In februari 2011 verklaarde de rechtbank Den Haag ons Paspoortproces onterecht niet-ontvankelijk. Vervolgens stelden Privacy First c.s. hoger beroep in. Mede onder druk van dit hoger beroep werd de centrale (en decentrale, gemeentelijke) opslag van vingerafdrukken in de zomer van 2011 (grotendeels) stopgezet en werd de afname van vingerafdrukken voor ID-kaarten in januari 2014 afgeschaft. Een maand later (18 februari 2014) verklaarde het Hof Den Haag Privacy First vervolgens alsnog - in het algemeen belang - ontvankelijk en oordeelde dat centrale opslag van vingerafdrukken in strijd was met het recht op privacy. Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken reageerde not amused en eiste cassatie bij de Hoge Raad. Tegen alle verwachtingen in (Privacy First had immers vrijwel alle wetgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie én rechtsliteratuur aan haar zijde) verklaarde de Hoge Raad vervolgens op 22 mei jl. zowel Privacy First als de 19 mede-eisers (burgers) niet-ontvankelijk. Volgens de Hoge Raad kunnen deze individuele burgers immers bij de bestuursrechter terecht en is ook voor Privacy First daardoor de weg naar de civiele rechter afgesloten. Dit terwijl de laatste jaren nu juist was gebleken dat onze mede-eisers niet bij de bestuursrechter terecht konden, althans niet ter toetsing van art. 4b Paspoortwet (centrale opslag van vingerafdrukken). In talloze bestuursrechtelijke zaken verklaarden de bestuursrechters van diverse rechtbanken zich daartoe de laatste jaren onbevoegd. Voor Privacy First als belanghebbende organisatie stond de weg naar de bestuursrechter daardoor evenmin open. Dat de Hoge Raad nu oordeelt alsof dit niet zo is, is simpelweg onbegrijpelijk. Van procederende burgers kan bovendien niet gevergd worden dat zij jarenlang zonder paspoort door het leven gaan. Evenmin kan van burgers gevergd worden dat zij eerst hun privacy laten schenden (vingerafdrukken afstaan en zelfs laten opslaan) voordat zij dit kunnen laten toetsen. Dat de Hoge Raad dit wel lijkt te vereisen is niet alleen onbegrijpelijk (en in strijd met eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad zelf), maar ook ronduit verwerpelijk.

Gat in de rechtsbescherming

Het oordeel van de Hoge Raad creëert een juridisch vacuüm: ter toetsing van massale, dreigende privacyschending (zoals centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet) kunnen burgers en organisaties hierdoor wellicht noch bij de civiele rechter, noch bij de bestuursrechter terecht. Dit slaat een groot gat in de Nederlandse rechtsbescherming zoals die de laatste decennia gold. De Hoge Raad schuift de zaak weliswaar door naar de hoogste bestuursrechter (Raad van State), maar het is hoogst onzeker of de Raad van State centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet alsnog zal kunnen en willen toetsen. De Hoge Raad had het oordeel van de Raad van State in een viertal actuele, parallelle bestuursrechtelijke zaken rond de Paspoortwet dan ook eerst dienen af te wachten alvorens uitspraak te doen in het Paspoortproces van Privacy First. Door dit niet te doen is de Hoge Raad geheel voorbarig op de stoel van de Raad van State gaan zitten, zet het de Raad van State onder zware druk en neemt de Hoge Raad een enorm risico. Mocht de Raad van State binnenkort immers anders oordelen dan de Hoge Raad (namelijk dat de Raad van State terzake onbevoegd is), dan slaat de Hoge Raad hiermee een gigantische flater én creëren de Hoge Raad en Raad van State gezamenlijk een enorm gat in de Nederlandse rechtsbescherming in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Indiening procesdossier Privacy First bij Raad van State

Privacy First is de laatste jaren reeds inhoudelijk betrokken geweest bij de bestuursrechtelijke zaken tegen de Paspoortwet die nu bij de Raad van State dienen. Naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad zal Privacy First bovendien het gehele Paspoortproces-dossier integraal (door de advocaat in één van deze zaken) laten indienen bij de Raad van State. Dit ter versterking van de argumenten van de betreffende burger tegen centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet. Blijkens de uitspraak van de Hoge Raad is het nu immers aan de Raad van State om hierover alsnog een oordeel te vellen. 
 
Meervoudige schending EVRM

Privacy First c.s. wachten het oordeel van de Raad van State met spanning af. Tegelijkertijd overweegt Privacy First alvast zelf een klacht in te dienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg wegens schending van art. 8 EVRM (recht op privacy) én art. 6 en 13 EVRM (recht op toegang tot de rechter en een effectief rechtsmiddel). Ondanks de kafkaëske anticlimax bij de Hoge Raad (en afhankelijk van het uiteindelijke oordeel van de Raad van State) ligt daarmee wellicht een Europese veroordeling van Nederland in het verschiet.

Oproep

Ons Paspoortproces heeft Privacy First de laatste jaren enorm veel geld gekost: minstens EUR 100.000 (!) aan advocaatkosten, geheel betaald uit donaties aan Privacy First. Dit drukt al jarenlang verschrikkelijk zwaar op de beperkte middelen die een kleine stichting als Privacy First tot haar beschikking heeft. Hier bovenop heeft de Hoge Raad Privacy First ook nog eens veroordeeld tot betaling van EUR 5.088 aan proceskosten. Hierbij doet Privacy First dan ook nogmaals een dringend beroep op uw financiële steun. Stort uw financiële bijdrage op IBAN: NL95ABNA0495527521 t.n.v. Stichting Privacy First te Amsterdam o.v.v. "Paspoortproces" of maak uw donatie rechtstreeks over via onze donatiemodule. Bij voorbaat dank voor uw hulp!

Lees HIER de hele uitspraak. Ons hele procesdossier staat HIER online.

Update 15 oktober 2015: eind mei dit jaar heeft de advocaat van Louise van Luijk het volledige civiele procesdossier van Privacy First c.s. ingediend bij de bestuursrechters van de Raad van State. Dit ter versterking van de argumenten van Louise tegen de afname en opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet. Louise is één van de Nederlandse burgers die hier al jarenlang bestuursrechtelijk tegen procederen en gedurende die periode (om processuele redenen) zonder paspoort door het leven moeten gaan. Klik HIER voor een eerdere reportage over Louise in het tv-programma VARA Ombudsman uit maart 2011 (vanaf 21m11s). Deze week heeft Privacy First (op advies van Stibbe Advocaten) bovendien een zelfstandig verzoek tot voeging in de zaak van Louise bij de Raad van State ingediend; klik HIER voor het hele document (pdf). Privacy First hoopt dat de Raad van State dit verzoek spoedig zal inwilligen; dit mede in het belang van de ontvankelijkheid van belangenorganisaties in dit type rechtszaken. De rechtszitting in de zaak van Louise zal op donderdag 3 december as. bij de Raad van State plaatsvinden.

Update 4 november 2015: de Raad van State heeft het verzoek tot voeging van Privacy First vrijwel direct en nauwelijks beargumenteerd afgewezen; klik HIER (pdf). Hierop heeft Privacy First een klacht en verzoek tot heroverweging ingediend bij de voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak; klik HIER (pdf). Vervolgens heeft de Raad van State dit opnieuw afgewezen met als argument dat "niet valt in te zien om welke reden Privacy First zich niet eerder al, naast het voeren van de civielrechtelijke procedure, tot de bestuursrechter had kunnen wenden teneinde deel te nemen aan de bestuursrechtelijke procedure"; klik HIER (pdf). Privacy First interpreteert dit aldus dat Privacy First in een eerder stadium bestuursrechtelijk ontvankelijk zou zijn geweest en zal daar in toekomstige rechtszaken haar voordeel mee doen. Ook had Privacy First volgens de Raad van State blijkbaar tegelijkertijd civielrechtelijk én bestuursrechtelijk kunnen procederen. Voorzover Privacy First bekend is vormt dit een breuk met de heersende rechtsleer dat niet tegelijkertijd door dezelfde partij over dezelfde kwestie bij twee verschillende rechters kan worden geprocedeerd. (Om deze reden hadden Privacy First c.s. er sinds 2010 voor gekozen om louter civielrechtelijk te procederen.) Ook met deze kennis c.q. trendbreuk zal Privacy First in nieuwe rechtszaken haar voordeel doen. Het bevreemdt Privacy First echter dat de Raad van State het in deze zaak reeds te laat acht voor onze voeging. Art. 8:26 Awb bepaalt immers letterlijk dat "de bestuursrechter tot de sluiting van het onderzoek ter zitting ambtshalve, op verzoek van een partij of op hun eigen verzoek, belanghebbenden in de gelegenheid kan stellen als partij aan het geding deel te nemen", oftewel zelfs tot de sluiting van de zitting op 3 december as. Blijkbaar had de Raad van State er simpelweg geen zin in. Privacy First ziet desondanks het oordeel van de Raad van State over de eerdere (de)centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet met vertrouwen tegemoet. Bij gebreke van een kritisch oordeel terzake staat voor de bestuursrechtelijk procederende burgers (onder wie Louise van Luijk) bovendien een uiterst kansrijke weg open naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, zowel i.v.m. het recht op toegang tot de rechter en een effectief rechtsmiddel (art. 6 en 13 EVRM) als het recht op privacy (art. 8 EVRM).

Gepubliceerd in Rechtszaken

Vandaag heeft het Europees Hof van Justitie (EU Hof) in Luxemburg een langverwachte uitspraak gedaan in een viertal Nederlandse zaken over de opslag van vingerafdrukken onder de Nederlandse Paspoortwet. Het EU Hof deed dit op verzoek van de Nederlandse Raad van State. Het EU Hof oordeelt dat de opslag van vingerafdrukken in databanken buiten de werking van de Europese Paspoortverordening valt. Het Hof laat de rechterlijke toetsing van dergelijke opslag daarmee over aan nationale rechters en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Aanleiding voor de uitspraak

In de vier Nederlandse zaken hadden burgers geweigerd om hun vingerafdrukken (en gezichtsscans) af te staan bij de aanvraag van een nieuw paspoort of identiteitskaart. Om deze reden werd hen een nieuw paspoort of identiteitskaart geweigerd. Hun daaropvolgende rechtszaken hierover belandden in 2012 bij de Raad van State, dat vervolgens besloot om het EU Hof om verduidelijking van relevante Europese wetgeving (Europese Paspoortverordening) te vragen alvorens zelf uitspraak in de zaken te doen. Het EU Hof oordeelde vervolgens in een vergelijkbare Duitse zaak in 2013 (zaak Schwarz) dat de verplichting om vingerafdrukken af te staan onder de Paspoortverordening niet onrechtmatig was. Van grondige toetsing door het EU Hof aan de privacyrechtelijke vereisten van noodzaak en proportionaliteit was in deze Duitse zaak echter geen sprake. Bovendien weigerde het EU Hof om de Nederlandse (grondiger beargumenteerde) zaken met de Duitse zaak samen te voegen, hoewel de Raad van State hier wel nadrukkelijk om had verzocht. De uitspraak van het EU Hof in de Duitse zaak stelde vervolgens de Raad van State (en 300 miljoen Europese burgers) voor een teleurstellend fait accompli. Tijdens de rechtszitting eind 2014 in de Nederlandse zaken bij het EU Hof bleken nieuwe argumenten en nieuw feitenmateriaal aan dovemansoren gericht: het EU Hof wenste niet op de Duitse zaak terug te komen en bleek ongeïnteresseerd in het inmiddels gebleken gebrek aan noodzaak en proportionaliteit van vingerafdruk-afname (lage paspoort-fraudestatistieken) en de enorme foutenpercentages bij biometrische vingerafdruk-verificatie (25-30%). In die zin verbaast de huidige uitspraak van het EU Hof Stichting Privacy First helaas niet.

Lichtpuntje: ID-kaart zonder vingerafdrukken

Enig lichtpuntje in de uitspraak van het EU Hof is de bevestiging dat nationale identiteitskaarten niet onder de werking van de Europese Paspoortverordening vallen. De Nederlandse Staat lijkt reeds op dit oordeel van het Hof geanticipeerd te hebben door de afname van vingerafdrukken voor identiteitskaarten per 20 januari 2014 afgeschaft te hebben. In die zin brengt de uitspraak van het EU Hof geen verandering in de huidige situatie, maar bevestigt wel dat de invoering van een "vingerafdrukvrije" ID-kaart begin 2014 een juiste keuze van de Nederlandse regering was. De meeste andere Europese lidstaten hebben overigens nooit identiteitskaarten met vingerafdrukken gekend; onder de Europese Paspoortverordening gold verplichte afname van vingerafdrukken immers slechts voor paspoorten. Dat Nederland in de periode 2009-2014 verder wenste te gaan dan de rest van Europa was dan ook voor eigen risico van Nederland zelf.

EU Hof laat oordeel over databank-opslag over aan nationale rechters en Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Het EU Hof in Luxemburg oordeelt dat eventuele opslag en gebruik van vingerafdrukken in databanken niet onder de werking van de Europese Paspoortverordening valt en laat de toetsing van dergelijke opslag over aan nationale rechters en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. In de diverse (meer dan een dozijn) individuele zaken die tot nu toe in Nederland tegen de Paspoortwet aanhangig zijn gemaakt heeft de bestuursrechter tot nu toe echter geoordeeld dat dergelijke toetsing buiten zijn bevoegdheid valt, aangezien de betreffende bepalingen van de Paspoortwet (nog) niet in werking zijn getreden. Het is nu aan de Raad van State om hierover te oordelen. Tegelijkertijd buigt de Hoge Raad zich momenteel over het collectieve civielrechtelijke Paspoortproces van Privacy First en 19 mede-eisers (burgers) waarin dergelijke toetsing reeds succesvol door het Gerechtshof Den Haag is verricht en nu aan de Hoge Raad voorligt. In februari 2014 oordeelde het Hof Den Haag terecht dat centrale opslag van vingerafdrukken in strijd is met het recht op privacy. In die zin volgt de zaak van Privacy First de lijn van het EU Hof: toetsing van databank-opslag door de nationale rechter, eventueel gevolgd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ook de huidige individuele zaken bij de Raad van State zullen binnenkort wellicht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens worden voortgezet. Privacy First hoopt dat deze complexe wisselwerking tussen verschillende rechters uiteindelijk het gewenste privacyresultaat oplevert: afschaffing van de afname en opslag van vingerafdrukken voor paspoorten!

Lees HIER de volledige uitspraak van het EU Hof.

Update 17 april 2015: helaas leidde de uitspraak van het EU Hof gisteren tot veel misleidende berichtgeving via het ANP (zie bijvoorbeeld HIER bij de Volkskrant). Beter is het commentaar bij SOLV Advocaten, dit Engelstalige commentaar van prof. Steve Peers en onderstaand commentaar door de Telegraaf vandaag:

"Wangedrocht.

Een databank van vingerafdrukken, afgestaan bij het aanvragen van een paspoort, lijkt een stap dichterbij te zijn gekomen. Dat zou kunnen worden afgeleid uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie.

De Raad van State had de rechters in Luxemburg om een oordeel gevraagd in vier zaken van burgers die weigerden hun vingerafdrukken af te staan. Zij kregen geen paspoort en gingen in beroep. In een vergelijkbare Duitse zaak sprak het Hof eerder uit dat een verplichte vingerafdruk niet onrechtmatig is onder de Europese wetgeving.

In de Nederlandse zaak bepaalde het Hof gisteren dat de opslag van vingerafdrukken een bevoegdheid is van de lidstaten. De nationale rechter moet dat dus toetsen. Nederland wilde als enige lidstaat een centraal register van vingerafdrukken; een bestand dat zelfs toegankelijk zou zijn voor de geheime diensten. De Paspoortwet die dit regelt is nog niet in werking getreden en vorig jaar oordeelde het gerechtshof in Den Haag dat een centrale opslag in strijd is met het recht op privacy.

Uit onderzoek blijkt dat zo'n databank tal van risico's met zich meebrengt, variërend van lekken in de beveiliging tot oneigenlijk gebruik en criminele manipulatie. Daarmee staat vast dat dit hele systeem een wangedrocht is dat nooit moet worden ingevoerd."   Bron: Telegraaf 17 april 2015, p. 2.

Gepubliceerd in Biometrie
donderdag, 17 oktober 2013 13:48

EU Hof verbiedt centrale opslag vingerafdrukken

In een belangrijke uitspraak heeft het Europese Hof van Justitie vandaag korte metten gemaakt met de wens van sommige EU-lidstaten (waaronder Nederland) om via paspoorten de vingerafdrukken van burgers voor allerlei doeleinden op te slaan in centrale of gemeentelijke databanken. Het Hof oordeelde onder meer als volgt:

"Op dit punt moet worden opgemerkt dat, enerzijds, [de Europese Paspoortverordening] uitdrukkelijk preciseert dat vingerafdrukken alleen mogen worden gebruikt voor het verifiëren van de authenticiteit van het paspoort en de identiteit van de houder ervan.
(...)
In dit verband zij opgemerkt dat vingerafdrukken zeker een bijzondere rol vervullen op het gebied van de identificatie van personen in het algemeen. Zo maken de technieken van identificatie door vergelijking van op een bepaalde plaats afgenomen vingerafdrukken met die welke worden bewaard in een database, het mogelijk om, hetzij in het kader van een crimineel onderzoek, hetzij met het oog op de uitoefening van indirect toezicht op een bepaalde persoon, de aanwezigheid van deze persoon op die plaats vast te stellen.

Er zij evenwel aan herinnerd dat [de Europese Paspoortverordening] bepaalt dat vingerafdrukken enkel mogen worden bewaard in het paspoort zelf, dat exclusief in het bezit blijft van de houder ervan.

Aangezien voornoemde verordening niet voorziet in een andere vorm, noch in een ander middel van bewaring van deze afdrukken, kan deze (…) niet aldus worden uitgelegd dat zij, als zodanig, een rechtsgrondslag biedt voor een eventuele centralisatie van verzamelde gegevens, of voor het gebruik van deze gegevens voor andere doeleinden dan dat van voorkoming van de illegale binnenkomst van personen op het grondgebied van de Unie.

In deze omstandigheden kunnen de (…) aangehaalde argumenten inzake de risico’s die zijn verbonden aan een mogelijke centralisatie in ieder geval de geldigheid van die verordening niet aantasten. Deze argumenten kunnen in voorkomend geval aan de orde komen in het kader van een bij de bevoegde rechterlijke instanties ingesteld beroep tegen een wettelijke regeling die voorziet in een gecentraliseerde database van vingerafdrukken.” (EU Hof van Justitie, zaak C-291/12 (Schwarz), 17 oktober 2013, par. 56-62, cursivering Privacy First).

Het arrest van het EU Hof vormt hiermee een krachtige steun in de rug voor het civielrechtelijke Paspoortproces van Privacy First en 19 mede-eisers (burgers) tegen de Nederlandse Staat ter onrechtmatigverklaring van de Nederlandse Paspoortwet. In artikel 4b van de Paspoortwet is immers nog steeds een centrale biometrische databank voorzien met ieders vingerafdrukken ten behoeve van opsporing en vervolging, terrorismebestrijding, rampenbestrijding, inlichtingenwerk etc. Ondanks een actuele wetswijziging ter invoering van een identiteitskaart zónder vingerafdrukken blijven de huidige én herziene Paspoortwet daarmee lijnrecht in strijd met het recht op privacy, zo bleek vandaag uit de uitspraak van het EU Hof. Privacy First ziet een spoedige uitspraak van het Hof Den Haag in ons Paspoortproces dan ook met vertrouwen tegemoet.

Tegelijkertijd stelt Privacy First met teleurstelling vast dat het EU Hof de verplichte afname van vingerafdrukken onder de Europese Paspoortverordening niet onrechtmatig acht. In de oorspronkelijke versie van deze verordening had de afname van vingerafdrukken terecht een vrijwillig karakter. Na de bomaanslagen in Madrid werd deze vrijwilligheid door de Europese Raad van ministers echter alsnog gewijzigd in een verplichting. Daarbij werd het Europees Parlement niet (opnieuw) geraadpleegd, en dus onrechtmatig gepasseerd in de Europese besluitvorming. Het EU Hof acht deze procedurefout echter ‘gerepareerd’ door een latere wijziging (in 2009) van de Paspoortverordening met instemming van het Europees Parlement. Tevens acht het Hof de verplichte afname van vingerafdrukken gerechtvaardigd ter bestrijding van paspoortfraude bij illegale immigratie naar de Europese Unie, echter zonder enig onderzoek te hebben gedaan naar de precieze omvang van dit type fraude. Het gaat hierbij in het bijzonder om zogeheten look-alike fraude met paspoorten. Uit recente overheidsstatistieken in het bezit van Privacy First blijkt dat dit type fraude dusdanig kleinschalig is dat het de massale afname van vingerafdrukken onder de Europese Paspoortverordening onmogelijk kan rechtvaardigen: in Nederland ging het de laatste jaren om geconstateerde gevallen in de orde van grootte van enkele tientallen per jaar (voornamelijk asielzoekers). Om ter bestrijding daarvan de vingerafdrukken van de hele Nederlandse bevolking af te nemen acht Privacy First volstrekt disproportioneel en dus onrechtmatig. Dit nog afgezien van de torenhoge kosten van de bijbehorende biometrische infrastructuur. Deze infrastructuur blijkt bovendien niet te werken: minister Donner en staatssecretaris Teeven noemden de laatste jaren desgevraagd foutenpercentages van, respectievelijk, maar liefst 21-25% en 30%. Privacy First kan dan ook niet anders dan concluderen dat het EU Hof deze fundamentele vragen bewust links heeft laten liggen en de Europese Paspoortverordening bij voorbaat van een groen stempel heeft willen voorzien. Het is aan andere, nationale rechters (waaronder de Nederlandse Raad van State en het Hof Den Haag) om deze vragen alsnog te beantwoorden en de Nederlandse Paspoortwet in strijd met het recht op privacy te verklaren.

Update: lees ook http://webwereld.nl/beveiliging/79721-eu-hof-torpedeert-nederlandse-wet-vingerafdrukken.

Zie tevens de recente gastcolumn "Vingerafdrukken, wel of niet essentieel".

Gepubliceerd in Biometrie

Zojuist heeft Stichting Privacy First verheugd kennisgenomen van 1) het vandaag aangekondigde wetsvoorstel ter afschaffing van vingerafdrukken in identiteitskaarten en 2) het besluit van de Raad van State om in vier zaken van individuele burgers zogeheten prejudiciële vragen over de rechtsgeldigheid en interpretatie van de Europese Paspoortverordening te stellen aan het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. Stichting Privacy First roept hierbij het Nederlandse parlement op om het wetsvoorstel ter afschaffing van vingerafdrukken in ID-kaarten zo spoedig mogelijk aan te nemen. Vooruitlopend op de verwachte aanname van het wetsvoorstel dient de afname van vingerafdrukken voor identiteitskaarten per direct te worden stopgezet of tenminste (als tijdelijke oplossing) een vrijwillig karakter te krijgen. Tevens hoopt Privacy First dat het Europees Hof de vragen van de Raad van State met spoed zal behandelen en zal concluderen dat de verplichte afname van vingerafdrukken voor paspoorten onrechtmatig is wegens strijd met het recht op privacy. Nader commentaar door Privacy First op e.e.a. volgt.

Update 18.00u: beluister ook het interview met Privacy First vanmiddag op Radio 1.

Update 29 september 2012: zie ook onze reactie in de regionale pers. De volledige besluiten van de Raad van State zijn tevens te lezen op Rechtspraak.nl: LJN: BX8644, LJN: BX8646, LJN: BX8647 & LJN: BX8654.

Gepubliceerd in Biometrie

Met verbazing nam Stichting Privacy First gisteren kennis van de voorlopige uitspraak van de Raad van State in de zaak waarin een Amsterdamse studente om een tijdelijk paspoort óf identiteitskaart zonder vingerafdrukken (biometrische gegevens) had verzocht; dit o.a. om medische legitimatieredenen i.c.m. biometrische gewetensbezwaren. Tijdens de recente (door Privacy First bijgewoonde) kritische rechtszitting bij de Raad van State d.d. 19 juli jl. was immers duidelijk geworden dat de Nederlandse Staat geen enkel juridisch of feitelijk belang heeft bij de afname van vingerafdrukken voor een Nederlandse identiteitskaart met een geldigheidsduur van één jaar. Juridisch valt een dergelijk document immers niet onder de Europese Paspoortverordening. Tevens is feitelijk sprake van een biometrisch foutenpercentage van 21-25% en worden de in het document opgeslagen vingerafdrukken (mede om die reden) in het geheel niet gecontroleerd of gebruikt. Daarnaast is sinds enkele maanden reeds een wijziging van de Paspoortwet aanhangig om de verplichte afname van vingerafdrukken voor Nederlandse identiteitskaarten z.s.m. te schrappen. Het enige "bezwaar" dat de Staat tijdens de zitting dan ook te berde kon brengen, was dat de gemeentelijke software (nog) niet op e.e.a. zou zijn toegerust. De afwijzing door de rechter "reeds omdat [verzoekster] van meet af aan slechts tegen het niet in behandeling nemen van een aanvraag om een paspoort is opgekomen" is bovendien misplaatst, aangezien zowel de Staat als de rechter (!) hier tijdens de zitting nauwelijks een punt van hadden gemaakt. Daarmee toont deze rechter zich in zijn vonnis vooral een lakei van de Europese Commissie i.p.v. een dienaar van de mensenrechten in eigen land. Het is te hopen dat de Raad van State bij de uitspraak in een drietal vergelijkbare bodemprocedures (uiterlijk op 17 september as.) alsnog juridische ruggengraat zal tonen.

Dit bericht vormt een kopie van onze persreactie d.d. 7 augustus jl.; zie ook Novum, Raad van State: geen paspoort zonder vingerafdruk.

Update 26 augustus 2012: de Raad van State gaat zogeheten 'prejudiciële vragen' over e.e.a. stellen aan het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. Wij houden u op de hoogte...

Update 26 september 2012: op vrijdag 28 september as. doet de Raad van State om 14.00u uitspraak in vier vergelijkbare zaken over vingerafdrukken in paspoorten en ID-kaarten; zie dit persbericht.

Update 28 september 2012: de Raad van State stelt een aantal kritische vragen over de Europese Paspoortverordening aan het Europees Hof van Justitie, lees HIER verder.

Gepubliceerd in Biometrie

Naast het civiele Paspoortproces van stichting Privacy First zijn diverse Nederlandse burgers het afgelopen jaar zelf naar de bestuursrechter gestapt om de verplichte opslag van vingerafdrukken onder de nieuwe Paspoortwet aan te vechten. Van al deze individuele rechtszaken is die van de Haagse Louise van Luijk inmiddels het verst gevorderd. Gisteren deed de Haagse bestuursrechter echter een zeer teleurstellende uitspraak: haar zaak werd ongegrond verklaard, voornamelijk omdat de situatie waar Louise bezwaar tegen maakt volgens de rechter nog niet zou bestaan. Deze situatie is momenteel als volgt: bij het aanvragen van een nieuw paspoort of ID-kaart dient u vier vingerafdrukken af te staan. Twee van die vingerafdrukken plus uw digitale gezichtsscan komen vervolgens in een (op afstand uitleesbare) RFID-chip in uw paspoort of ID-kaart te staan. Dit is verplicht onder de Europese Paspoortverordening. Alle vier uw afgenomen vingerafdrukken en uw gezichtsscan worden daarnaast opgeslagen in een gemeentelijke databank. Dit is verplicht onder de nieuwe Nederlandse Paspoortwet van juni 2009. In de toekomst zullen al deze gegevens (vingerafdrukken + gezichtsscans) vanuit de database van uw gemeente worden 'overgeheveld' naar een nieuwe, nationale database. Dat was althans de voornaamste reden voor de invoering van de nieuwe Paspoortwet. De bepalingen in die wet over de nationale database zijn echter nog niet in werking getreden. De nationale database is er namelijk nog niet en zal er waarschijnlijk ook niet meer komen. Immers, de Tweede Kamer is inmiddels tegen ("voortschrijdend inzicht") en de ambtelijke ontwikkeling van de database schijnt enige tijd geleden al te zijn stilgelegd, o.a. wegens problemen bij de technische vormgeving ervan.

De 'decentrale' gemeentelijke opslag van vingerafdrukken en (2D, binnenkort 3D?)gezichtsscans fungeerde oorspronkelijk als 'tussenfase' richting 'centrale' nationale opslag voor een breed scala aan doeleinden, waaronder opsporing en vervolging, terrorismebestrijding, rampenbestrijding, inlichtingenwerk in binnen- en buitenland etc. Het "probleem" is nu dus echter dat die nationale database er waarschijnlijk niet meer komt. Intussen zitten alle Nederlandse gemeenten opgescheept met een enorme lading vingerafdrukken en gezichtsscans van twijfelachtige kwaliteit, in gemeentelijke databases waarvan de veiligheid niet 100% kan worden gegarandeerd. Volgens experts kunnen deze gegevens ook NU al worden opgevraagd door politie, justitie en inlichtingendiensten, namelijk onder reeds bestaande wet- en regelgeving buiten de nieuwe Paspoortwet. (Voor de juristen onder u: zie bijvoorbeeld art. 126nc Sv.) Dit geldt in elk geval voor de gezichtsscans en vermoedelijk ook voor de vingerafdrukken, zo begrepen wij onlangs vanuit nota bene het Ministerie van Veiligheid en Justitie zelf.

De Haagse rechtbank zegt nu: de bepalingen in de nieuwe Paspoortwet over de nationale database, opsporing en vervolging etc. zijn nog niet in werking getreden, dus waar maakt u zich druk om. Hierbij gaat de rechter echter voorbij aan 1) de dreigende schending die uitgaat van inwerkingtreding van de betreffende bepalingen in de nieuwe Paspoortwet en 2) het feit dat de risico's en bezwaren tegen opslag in een nationale database net zo goed gelden voor de huidige opslag bij gemeenten. Beide aspecten had de rechtbank in haar uitspraak kunnen en moeten betrekken: zowel het Nederlandse als het Europese, 'Straatsburgse' recht laten hier alle ruimte toe.

Al met al maakt het vonnis van de rechtbank dan ook een gekunstelde, ontwijkende indruk. Misschien heeft de rechtbank een echt oordeel over de nieuwe Paspoortwet aan de Tweede Kamer willen overlaten? De laatste alinea van het vonnis duidt daar wel op:

"Ten overvloede overweegt de rechtbank dat zij, met eiseres, heeft geconstateerd dat er maatschappelijke discussie bestaat over de wenselijkheid van opslag van en controle aan de hand van vingerafdrukken. Eiseres heeft in dit kader betoogd dat het politieke draagvlak voor de (...) wetgeving is gewijzigd. Deze omstandigheden tasten evenwel de rechtmatigheid van de wetgeving niet aan. Het is niet aan de rechter om over dergelijke omstandigheden te oordelen. Eventuele wijzigingen in het politieke draagvlak dienen tot uitdrukking te worden gebracht binnen het politieke besluitvormingsproces."

Privacy First ziet zowel de komende beraadslagingen van de Tweede Kamer als het hoger beroep van Louise van Luijk bij de Raad van State met vertrouwen tegemoet. Ook de Raad van State heeft op dit terrein immers nog iets goed te maken, getuige bijvoorbeeld het recente WRR-rapport iOverheid waarin leden van de Raad van State zelf blijken toe te geven dat zij dit dossier voorheen onvoldoende scherp hebben gevolgd. In het parlementaire voortraject van de nieuwe Paspoortwet deed de Raad van State er immers slechts het zwijgen toe. Binnenkort zal men alsnog een kritisch oordeel over de Paspoortwet kunnen vellen.


Naschrift: een treffend krantenartikel over het vonnis in de zaak van Louise leest u in de Spits van vandaag (p. 7).

Gepubliceerd in Biometrie

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon