donatieknop english
zaterdag, 10 maart 2012 16:37

Ophef over identificatieplicht

Het Openbaar Ministerie (OM) tekende onlangs beroep aan tegen de vrijspraak van een orthodox-joodse man die zich niet terstond kon identificeren. De man werd op 8 oktober jl. staande gehouden en verzocht zich te identificeren. De man vertelde de agenten dat hij geen ID-kaart bij zich had omdat het sabbat was. De religieuze regels die hij volgt, verbieden het om tijdens de sabbat iets bij zich te dragen. Wel gaf hij de politie toestemming om zijn rijbewijs thuis op te halen om zo zijn identiteit vast te stellen. Daarmee heeft hij in tegenstelling tot wat het OM beweert, aan de identificatieplicht voldaan. De kantonrechter ontsloeg de betreffende man op 17 februari jl. van rechtsvervolging.

Sinds januari 2005 geldt in Nederland de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht. Burgers moeten op verzoek van een daartoe bevoegd ambtenaar een identificatiebewijs kunnen tonen; er is sprake van een toonplicht. De plicht tot het dragen van een identiteitsbewijs (draagplicht) staat niet in de wet. Dit verschil mag academisch lijken, maar heeft belangrijke consequenties voor de dagelijkse praktijk. Het betekent niets meer en minder dan dat iemand die geen identiteitsbewijs draagt op zich niet in overtreding is. En dat geldt niet alleen voor mensen met een bepaald geloof.

In Nederland is er jaren veel weerstand geweest tegen de invoering van de identificatieplicht. Dat heeft ook te maken met het feit dat in de oorlog door het Nederlandse persoonsbewijs veel joden zijn afgevoerd.

In december 2003 werd de uitbreiding van de identificatieplicht in de Tweede Kamer besproken. Het wetsvoorstel kreeg veel kritiek van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de Orde van Advocaten en het College Bescherming Persoonsgegevens, dat wees op het gebrek aan onderbouwing en de strijdigheid met art. 8 lid 2 EVRM. Privacy International wees er bovendien op dat de plicht tot het dragen van een identiteitsbewijs in strijd is met het VN-verdrag voor de rechten van het kind, art. 16. Kort voor het parlementaire debat werd de draagplicht dan ook uit het wetsvoorstel geschrapt. Minister Donner verklaarde alleen een toonplicht in te willen voeren. Voor de PvdA was deze verandering een argument om voor te stemmen. De ChristenUnie, SGP, GroenLinks en SP stemden tegen de wet. Toen de wet was aangenomen wilde de VVD alsnog een draagplicht. In 2007 deed Henk Kamp (VVD) als Kamerlid opnieuw een poging om via een boerkaverbod de plicht tot het dragen van een identiteitsbewijs in de wet te laten opnemen.

In andere landen met alleen een toonplicht, zoals bv. Duitsland of Luxemburg, betekent dit daadwerkelijk dat men niet verplicht is een identiteitsbewijs bij zich te dragen. Als daar een persoon wordt aangehouden en hij/zij heeft geen identiteitsbewijs bij zich, wordt hij of zij in de gelegenheid gesteld dat op te halen tenzij er een dringende reden is de persoon meteen mee te nemen. In België is er wel een draagplicht en wel vanaf 1919. In Frankrijk is er een toonplicht voor Franse staatsburgers en een draagplicht voor migranten.

In Nederland wordt de toonplicht in de praktijk ten onrechte uitgelegd als draagplicht. Om dit te bereiken spreekt de wet van "aanbieden bij de eerste vordering" en moeten we volgens de Postbus 51-folder altijd een identiteitsbewijs bij ons hebben. Een folder is echter niet hetzelfde als de letterlijke tekst van de wet. De Haagse kantonrechter heeft op dit punt dan ook een juiste uitspraak gedaan.

Het OM lijkt zich hier niet bij neer te leggen, en de plicht om een identiteitsbewijs te dragen alsnog op een oneigenlijke wijze af te willen dwingen. Een woordvoerder van het OM liet weten: "Het is daarom belangrijk dat een hogere rechter zich hierover buigt. Dan weten burgers ook in de toekomst waar ze aan toe zijn." GroenLinks en de PvdA hebben vragen gesteld over deze kwestie.

Update Privacy First 8 februari 2013: de rechtszitting in het hoger beroep in deze zaak vindt plaats op dinsdag 12 februari 2013 (10.00u) bij het Hof Den Haag.

Update Privacy First 12 februari 2013: zoals verwacht deed het OM het tijdens de rechtszitting vanochtend voorkomen alsof sprake zou zijn van een draagplicht. Door de advocaat van de 'verdachte' werd (onder meer) terecht beargumenteerd dat slechts sprake is van een toonplicht, waar in casu aan was voldaan. De meervoudige kamer van het Hof doet uitspraak op dinsdag 26 februari as. (9.00u).

Update Privacy First 26 februari 2013: in een teleurstellende uitspraak heeft het Hof Den Haag vandaag alsnog geoordeeld dat sprake was van overtreding van de identificatieplicht. Daarbij miskent het Hof echter het onderscheid tussen een draagplicht en een toonplicht:

"Uit de Memorie van Antwoord van de minister van justitie aan de Eerste Kamer, zoals deze staat weergegeven onder punt 18 van de pleitnotities, volgt niet dat in het geval de verdachte zijn identiteitsbewijs thuis heeft liggen, steeds van een politieambtenaar verwacht of zelfs geëist zou mogen worden dat hij de verdachte vergezelt naar zijn woonhuis. Dat iets dergelijks in het onderhavige geval uiteindelijk wel is gebeurd, doordat politieambtenaren met verdachtes toestemming en met behulp van een buurvrouw van verdachte, die over zijn huissleutels beschikte, zich de toegang tot zijn huis hebben verschaft om aan de hand van de in verdachtes portemonnee aangetroffen rijbewijs zijn identiteit te kunnen vaststellen, levert naar het oordeel van het hof in de onderhavige zaak in redelijkheid geen grond op voor het openbaar ministerie om niet tot vervolging over te gaan. (...) Het hof is voorts van oordeel dat het feit dat de verdachte zich bereidwillig heeft opgesteld om, met behulp van zijn buurvrouw en de verbalisanten, zijn identiteitsbewijs alsnog ter inzage aan te bieden niet af doet aan het feit dat uit de wet noch uit de onder punt 42 van de pleitnotities genoemde Memorie van Antwoord volgt dat onder deze gegeven omstandigheden geen sprake is van een overtreding van artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht."

Het is te hopen dat de Hoge Raad deze uitspraak spoedig zal corrigeren.

Update 11 december 2015: lees ook NOS op 3, 'Geen ID-kaart bij je? Vraag agent even mee te lopen', met naschrift Privacy First.

Gepubliceerd in Columns

Op vrijdag 15 juli jl. wees de Utrechtse voorzieningenrechter het verzoek van een gewetensbezwaarde om een identiteitskaart zonder vingerafdrukken af. Ter aanvulling op onze eerste reactie bij BNR Peptalk brengt Privacy First in dit verband graag de volgende punten onder de aandacht:

1) Het actuele Utrechtse vonnis betreft het verzoek om een voorlopige voorziening en heeft dan ook slechts een voorlopig karakter. Het vonnis heeft geen bindende werking in de bodemprocedure en kan in die procedure worden teruggedraaid. Dit geldt ook voor vergelijkbare rechtszaken die momenteel voor andere Nederlandse rechtbanken spelen.

2) Opvallend aan het vonnis is dat de rechter zich louter baseert op de Paspoortwetgeving en andere relevante wetgeving geheel buiten beschouwing laat. Zo worden het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten nergens genoemd. Onder deze wetten (respectievelijk art. 126nc Sv. en art. 17 Wivd 2002) kunnen politie, justitie en inlichtingendiensten naar alle waarschijnlijkheid wel degelijk vingerafdrukken opvragen, zo niet bij gemeenten, danwel bij de fabrikant van de paspoorten en ID-kaarten in Haarlem (Morpho, voorheen Sagem). Dit verandert niet nu de bewaartermijn van vingerafdrukken in gemeentelijke databanken sterk wordt verkort.

3) Opvallend is verder dat de rechter de (strijd tegen) fraude met reisdocumenten een "groot belang" noemt zonder dit te onderbouwen. Het afnemen van vingerafdrukken is oorspronkelijk bedoeld als middel tegen zogeheten look-alike fraude met reisdocumenten. Blijkens statistieken van de Koninklijke Marechaussee komt dit type fraude in Nederland met Nederlandse reisdocumenten hooguit enkele honderden keren per jaar voor, voornamelijk door asielzoekers. Deze cijfers zijn door de landsadvocaat nimmer weerlegd. Het afnemen van vingerafdrukken bij alle Nederlandse burgers voor een nieuw reisdocument (paspoort of ID-kaart) is daardoor volstrekt disproportioneel en daarmee onrechtmatig.

4) Tijdens het Algemeen Overleg (AO) met de Tweede Kamer van 27 april jl. heeft Minister Donner gesteld dat biometrische verificatie van de vingerafdrukken in 21-25% van de gevallen niet werkt. Het huidige systeem functioneert dus niet en de wetgeving is daardoor technisch onuitvoerbaar gebleken. Ermee doorgaan is dan ook pure kapitaalvernietiging.

5) Aangezien biometrische verificatie van de vingerafdrukken in technische zin niet werkt, kan de burger daardoor ten onrechte verdacht worden van identiteitsfraude. Bijvoorbeeld in de toekomst, ergens op een vliegveld in het buitenland, met alle gevolgen van dien (gemiste vlucht, onrechtmatige detentie etc.). Doorgaan met het afnemen van vingerafdrukken brengt burgers dan ook actief in gevaar.

6) Minister Donner heeft tijdens hetzelfde AO op 27 april jl. toegezegd dat de Nederlandse identiteitskaart z.s.m. "vingerafdruk-vrij" zal worden. Tegenover de rechtbank Amsterdam verklaarde de landsadvocaat onlangs dat deze toezegging een bindend karakter heeft. Door de toezegging van Donner kan dan ook niet langer worden volgehouden dat de afname van vingerafdrukken voor ID-kaarten noodzakelijk is.

7) Inmiddels is echter tevens duidelijk geworden dat de benodigde wijziging van de Paspoortwet pas medio 2012 door het kabinet aan de Raad van State zal worden voorgelegd. Niet valt in te zien waarom de afname van vingerafdrukken voor ID-kaarten niet eerder kan worden stopgezet, desnoods langs technische weg. Ondanks het feit dat afname momenteel nog 'verplicht' is onder de Europese Paspoortverordening, zal de Europese Commissie eerdere stopzetting door Nederland (gezien de enorme foutenpercentages in de biometrische techniek) naar alle waarschijnlijkheid niet euvel duiden. Dit ook gezien het feit dat Nederland als enige EU-lidstaat de ID-kaart als wettelijk reisdocument i.p.v. als identiteitsdocument heeft betiteld, waardoor de Europese Paspoortverordening (en daarmee de verplichting van vingerafdrukken) naast het Nederlandse paspoort ook – geheel overbodig – op de Nederlandse ID-kaart van toepassing is. Snelle stopzetting levert Nederland bovendien slechts voordelen i.p.v. risico's op door kortere wachttijden aan gemeentebalies, kostenbesparingen en uitsluiting van de risico's die met de huidige afname van vingerafdrukken en RFID-technologie in de chip gepaard gaan.

Gepubliceerd in Biometrie

Naast het civiele Paspoortproces van stichting Privacy First zijn diverse Nederlandse burgers het afgelopen jaar zelf naar de bestuursrechter gestapt om de verplichte opslag van vingerafdrukken onder de nieuwe Paspoortwet aan te vechten. Van al deze individuele rechtszaken is die van de Haagse Louise van Luijk inmiddels het verst gevorderd. Gisteren deed de Haagse bestuursrechter echter een zeer teleurstellende uitspraak: haar zaak werd ongegrond verklaard, voornamelijk omdat de situatie waar Louise bezwaar tegen maakt volgens de rechter nog niet zou bestaan. Deze situatie is momenteel als volgt: bij het aanvragen van een nieuw paspoort of ID-kaart dient u vier vingerafdrukken af te staan. Twee van die vingerafdrukken plus uw digitale gezichtsscan komen vervolgens in een (op afstand uitleesbare) RFID-chip in uw paspoort of ID-kaart te staan. Dit is verplicht onder de Europese Paspoortverordening. Alle vier uw afgenomen vingerafdrukken en uw gezichtsscan worden daarnaast opgeslagen in een gemeentelijke databank. Dit is verplicht onder de nieuwe Nederlandse Paspoortwet van juni 2009. In de toekomst zullen al deze gegevens (vingerafdrukken + gezichtsscans) vanuit de database van uw gemeente worden 'overgeheveld' naar een nieuwe, nationale database. Dat was althans de voornaamste reden voor de invoering van de nieuwe Paspoortwet. De bepalingen in die wet over de nationale database zijn echter nog niet in werking getreden. De nationale database is er namelijk nog niet en zal er waarschijnlijk ook niet meer komen. Immers, de Tweede Kamer is inmiddels tegen ("voortschrijdend inzicht") en de ambtelijke ontwikkeling van de database schijnt enige tijd geleden al te zijn stilgelegd, o.a. wegens problemen bij de technische vormgeving ervan.

De 'decentrale' gemeentelijke opslag van vingerafdrukken en (2D, binnenkort 3D?)gezichtsscans fungeerde oorspronkelijk als 'tussenfase' richting 'centrale' nationale opslag voor een breed scala aan doeleinden, waaronder opsporing en vervolging, terrorismebestrijding, rampenbestrijding, inlichtingenwerk in binnen- en buitenland etc. Het "probleem" is nu dus echter dat die nationale database er waarschijnlijk niet meer komt. Intussen zitten alle Nederlandse gemeenten opgescheept met een enorme lading vingerafdrukken en gezichtsscans van twijfelachtige kwaliteit, in gemeentelijke databases waarvan de veiligheid niet 100% kan worden gegarandeerd. Volgens experts kunnen deze gegevens ook NU al worden opgevraagd door politie, justitie en inlichtingendiensten, namelijk onder reeds bestaande wet- en regelgeving buiten de nieuwe Paspoortwet. (Voor de juristen onder u: zie bijvoorbeeld art. 126nc Sv.) Dit geldt in elk geval voor de gezichtsscans en vermoedelijk ook voor de vingerafdrukken, zo begrepen wij onlangs vanuit nota bene het Ministerie van Veiligheid en Justitie zelf.

De Haagse rechtbank zegt nu: de bepalingen in de nieuwe Paspoortwet over de nationale database, opsporing en vervolging etc. zijn nog niet in werking getreden, dus waar maakt u zich druk om. Hierbij gaat de rechter echter voorbij aan 1) de dreigende schending die uitgaat van inwerkingtreding van de betreffende bepalingen in de nieuwe Paspoortwet en 2) het feit dat de risico's en bezwaren tegen opslag in een nationale database net zo goed gelden voor de huidige opslag bij gemeenten. Beide aspecten had de rechtbank in haar uitspraak kunnen en moeten betrekken: zowel het Nederlandse als het Europese, 'Straatsburgse' recht laten hier alle ruimte toe.

Al met al maakt het vonnis van de rechtbank dan ook een gekunstelde, ontwijkende indruk. Misschien heeft de rechtbank een echt oordeel over de nieuwe Paspoortwet aan de Tweede Kamer willen overlaten? De laatste alinea van het vonnis duidt daar wel op:

"Ten overvloede overweegt de rechtbank dat zij, met eiseres, heeft geconstateerd dat er maatschappelijke discussie bestaat over de wenselijkheid van opslag van en controle aan de hand van vingerafdrukken. Eiseres heeft in dit kader betoogd dat het politieke draagvlak voor de (...) wetgeving is gewijzigd. Deze omstandigheden tasten evenwel de rechtmatigheid van de wetgeving niet aan. Het is niet aan de rechter om over dergelijke omstandigheden te oordelen. Eventuele wijzigingen in het politieke draagvlak dienen tot uitdrukking te worden gebracht binnen het politieke besluitvormingsproces."

Privacy First ziet zowel de komende beraadslagingen van de Tweede Kamer als het hoger beroep van Louise van Luijk bij de Raad van State met vertrouwen tegemoet. Ook de Raad van State heeft op dit terrein immers nog iets goed te maken, getuige bijvoorbeeld het recente WRR-rapport iOverheid waarin leden van de Raad van State zelf blijken toe te geven dat zij dit dossier voorheen onvoldoende scherp hebben gevolgd. In het parlementaire voortraject van de nieuwe Paspoortwet deed de Raad van State er immers slechts het zwijgen toe. Binnenkort zal men alsnog een kritisch oordeel over de Paspoortwet kunnen vellen.


Naschrift: een treffend krantenartikel over het vonnis in de zaak van Louise leest u in de Spits van vandaag (p. 7).

Gepubliceerd in Biometrie
donderdag, 03 februari 2011 14:47

Rechtbank vermijdt oordeel over Paspoortwet

In het civiele Paspoortproces van Privacy First was op 2 februari jl. sprake van een curieuze ontwikkeling: de rechtbank Den Haag verklaarde zowel Privacy First als haar 21 mede-eisers niet-ontvankelijk. Naast de juridisch onbegrijpelijke motivatie valt vooral op hoe kort het vonnis is. Privacy First kan zich dan ook niet aan de indruk onttrekken dat de rechtbank vooral snel van deze zaak af wilde zijn.

De rechtbank motiveerde het vonnis met de mededeling dat Privacy First geen eigen belang in deze zaak zou hebben en dat voor de mede-eisers (burgers) slechts de weg naar de bestuursrechter open zou staan. Dit terwijl Privacy First als ideële stichting terzake juist alle belang bij deze zaak heeft en burgers geen (rechtstreeks) bestuursrechtelijk bezwaar kunnen maken tegen de opslag van hun vingerafdrukken voor een nieuw paspoort of ID-kaart. Dergelijk bezwaar is slechts mogelijk via een lange, omslachtige procedure. Van een dergelijk 'ping-pongen' met burgers is stichting Privacy First niet gediend. Privacy First beraadt zich momenteel op de te nemen civiele vervolgstappen en zal hierover spoedig berichten.

* UPDATE 16 feb. 2011 * Privacy First gaat in hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkheid bij de rechtbank in het Paspoortproces.

Gepubliceerd in Rechtszaken
Pagina 28 van 28

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon