donatieknop english

Mede op initiatief van Privacy First buigt een speciaal Comité van de Verenigde Naties in Genève zich deze week over de dreigende invoering van Taser-wapens bij het gehele Nederlandse politiekorps. Deze invoering is mogelijk in strijd met het VN Verdrag tegen Foltering.

Recht op lichamelijke integriteit

Van oudsher hanteert Privacy First een breed, mensenrechtelijk begrip van het recht op privacy. Hieronder valt ook het recht op lichamelijke integriteit. Dit recht staat de laatste jaren in toenemende mate onder druk: denk bijvoorbeeld aan preventief fouilleren op straat, bodyscans op luchthavens, vingerafdrukken in paspoorten, DNA-databanken, de nieuwe wet op orgaandonatie, discussies over verplicht vaccineren, etc. Naast artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt het recht op lichamelijke integriteit in Nederland apart beschermd door artikel 11 van de Grondwet. Op internationaal niveau behoort het recht op lichamelijke integriteit tot de categorie mensenrechten die de sterkste bescherming genieten, waaronder het absolute verbod op marteling of foltering.

VN Verdrag tegen Foltering

Marteling (of, indien door ambtenaren gepleegd: foltering) behoort tot de kleine categorie van absolute verboden in het internationaal recht. Andere voorbeelden binnen deze categorie zijn het verbod op genocide, internationale agressie (illegale oorlogvoering), slavernij, rassendiscriminatie, apartheid en piraterij. Overtreding van deze normen is altijd en onder alle omstandigheden verboden. Een ieder die zich waar dan ook ter wereld aan marteling of foltering schuldig (heeft ge)maakt dient dan ook te worden vervolgd of te worden uitgeleverd. Dit geldt ook voor ambtenaren, ministers, presidenten en staatshoofden. Nederland is sinds 1988 partij bij het verdrag waarbij dit wereldwijd is geregeld: het VN Verdrag tegen Foltering. Periodiek wordt iedere verdragspartij onder de loep genomen door het toezichthoudende verdragsorgaan in Genève: het VN-Comité tegen Foltering. Uitspraken van dit Comité vormen gezaghebbende richtsnoeren voor de naleving en interpretatie van het verdrag. Deze dinsdag en woensdag is Nederland opnieuw (evenals in 2013) “aan de beurt”: op dinsdag zal Nederland door de Comitéleden over diverse onderwerpen aan de tand worden gevoeld, gevolgd door antwoorden van de Nederlandse regeringsdelegatie op woensdag. Vervolgens zal het Comité een reeks kritische aanbevelingen (“Concluding Observations”) aan Nederland uitvaardigen.

Taser-wapens op VN-agenda

Ter voorbereiding van de Nederlandse sessie stuurde het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) onlangs namens een brede coalitie van maatschappelijke organisaties een zogeheten ‘schaduwrapportage’ over Nederland naar het Comité in Genève. Op initiatief van Privacy First is, evenals in 2013, de kwestie van Taser-wapens (stroomstootwapens) hierbij nadrukkelijk aan de orde gesteld. De Nederlandse regering dreigt binnenkort namelijk iedere Nederlandse politieagent een eigen Taser-wapen te geven, zo bleek vorige week nog uit berichtgeving in de media. Tot op heden zijn alleen de arrestatieteams van de Nederlandse politie met Taser-wapens uitgerust. Dat bredere, algemene inzet van Taser-wapens zal leiden tot structurele excessen ligt in de lijn der verwachting. In dit verband spreken met name alle Amerikaanse schandalen met Taser-wapens boekdelen. In de optiek van Privacy First kan het gebruik van Taser-wapens gemakkelijk leiden tot schending van het internationale verbod op foltering, wrede of onmenselijke behandeling en het daaraan verwante recht op lichamelijke integriteit. Taser-wapens verlagen immers de geweldsdrempel en laten nauwelijks uiterlijke sporen achter. Tegelijkertijd kunnen Taser-wapens ernstige fysieke en mentale schade veroorzaken. Dit levert ernstige risico’s op voor de Nederlandse bevolking, met name ook voor bepaalde kwetsbare groepen. In onze gezamenlijke schaduwrapportage aan het Comité worden deze risico’s daarom benadrukt (zie rapportage, pp. 15-16).

Eerdere kritiek van VN-Comité

Zowel de Nederlandse coalitie van maatschappelijke organisaties als Amnesty International hebben het VN-Comité verzocht om de Nederlandse regering hierover kritisch te ondervragen en Nederland te adviseren om géén Taser-wapens voor het gehele Nederlandse politiekorps in te voeren. Bij de vorige sessie van het VN-Comité in 2013 had o.a. Privacy First hier eveneens op aangedrongen. Dit leidde destijds tot het volgende dringende advies van het Comité aan Nederland:

“The Committee recommends to [the Netherlands], in accordance with articles 2 and 16 of [the Convention against Torture], to refrain from flat distribution and use of electrical discharge weapons by police officers. It also recommends adopting safeguards against misuse and providing proper training for the personnel to avoid excessive use of force. In addition, the Committee recommends that electrical discharge weapons should be used exclusively in extreme limited situations where there is a real and immediate threat to life or risk of serious injury, as a substitute for lethal weapons.” (par. 27)

Privacy First ziet een nieuw kritisch oordeel van het Comité met vertrouwen tegemoet. Zie ook ons commentaar in de Telegraaf en regionale dagbladen (via ANP).


Update 22 november 2018: gisteren en eergisteren vond de Nederlandse sessie bij het VN-Comité plaats. Talloze actuele onderwerpen passeerden daarbij kritisch de revue, waaronder Taser-wapens. Tegenover het VN-Comité verklaarden de vertegenwoordigers van Curaçao, Sint Maarten en Aruba nadrukkelijk dat daar geen Taser-wapens worden gebruikt. Dit stond in schril contrast met de vertegenwoordiger van de Nederlandse regering (secretaris-generaal Riedstra van het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid) die nauwelijks op dit onderwerp inging en stelde dat de Nederlandse regering in 2019 een besluit over de inzet van Taser-wapens zal nemen. Hieronder alle relevante audiofragmenten: 

Vragen van dhr. Hani namens VN-Comité, 20 november 2018:

(Engelse simultaanvertaling)

Antwoord van dhr. Riedstra namens Nederland:

 

Nieuwe vragen van dhr. Hani namens VN-Comité, 21 november 2018:

(Engelse simultaanvertaling)

Antwoord van dhr. Riedstra namens Nederland:


Zie ook het VN-persbericht over de Nederlandse sessie in Genève, de volledige videoregistratie (dag 1 en dag 2) en het woordelijk verslag (dag 1 en dag 2). Naar verwachting zal het VN-Comité binnen enkele weken kritische Concluding Observations (dringende adviezen) over Nederland uitvaardigen.


Update 7 december 2018: vandaag heeft het VN-Comité een aantal richtlijnen (Concluding Observations) aan de Nederlandse regering uitgevaardigd, waaronder het dringende verzoek om geen Taser-wapens in te voeren voor het gehele Nederlandse politiekorps en dit te beperken tot die gevallen waarin het gebruik van een Taser-wapen strikt noodzakelijk en proportioneel kan worden geacht. Tevens waarschuwt het Comité nadrukkelijk om geen Taser-wapens te gebruiken bij kwetsbare personen. Het Comité toont zich bovendien zeer bezorgd over de manier waarop Taser-wapens tot nu toe door de Nederlandse politie zijn gebruikt.

Het gehele rapport van het Comité staat HIER (pdf). Hieronder het onderdeel inzake Taser-wapens (par. 42-43):

Electrical discharge weapons (tasers) and pepper spray

42. The Committee notes with concern that despite its previous recommendations against the routine distribution and use of electrical discharge weapons (tasers) by police officers, the State party conducted a pilot testing from February 2017 to February 2018 without clear instructions on their restrictive use. It is particularly concerned at information that during this pilot period, police officers used tasers in situations where there was no real and immediate threat to life or risk of serious injury, including in cases where targeted individuals were already in police custody. It is further concerned about reports of the frequent use of the so-called “stun mode” which is intended to merely inflict pain, and the incidents in which tasers were used against minors as well as persons with mental disabilities in healthcare settings. In addition, the Committee is concerned about information that the use of pepper spray is not regulated fully in line with principles of necessity and proportionality and that the new draft Instructions on the Use of Force is expected to further lower the threshold for using it and to permit its use against vulnerable persons including pregnant women and children (arts. 2, 11 and 16).

43. Recalling the Committee’s previous recommendations (CAT/C/NLD/CO/5-6, para. 27), the State party should:

(a) Refrain from routine distribution and use of electrical discharge weapons by police officers in their day-to-day policing, with a view to establishing a high threshold for their use and avoiding excessive use of force;

(b) Ensure that electrical discharge weapons are used exclusively in limited situations where there is a real and immediate threat to life or risk of serious injury, as a substitute for lethal weapons and by trained law enforcement officers only;

(c) Explicitly prohibit the use of electrical discharge weapons and pepper spray against vulnerable persons, including minors and pregnant women, and in healthcare settings, including mental health institutions, and especially prohibit the use of electrical discharge weapons in the custodial settings;

(d) Ensure that the instructions on the use of electrical discharge weapons and pepper spray emphasize the absolute prohibition of torture and the need to respect the principles of necessity and proportionality, fully in accordance with the Convention and the Basic Principles on the Use of Force and Firearms by Law Enforcement Officials;

(e) Adopt safeguards against misuse of electrical discharge weapons and pepper spray and provide proper training and awareness programmes for the law enforcement personnel;

(f) Monitor and regularly review the use of electrical discharge weapons and pepper spray, and provide the Committee with this information.

 

Privacy First waardeert dit kritische oordeel en de principiële stellingname van het Comité. Dit creëert bovendien een sterk precedent voor andere landen wereldwijd. Privacy First zal erop toezien dat de Nederlandse overheid de richtlijnen van het Comité naleeft.

Gepubliceerd in Wetgeving

Kabinet wil referendum afschaffen. Privacy First trekt aan de bel.

Afschaffing referendum is mogelijk in strijd met internationaal recht.

Ondanks het succesvolle referendum over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wil het Nederlandse kabinet het raadgevend referendum afschaffen. Een nationaal referendum is echter een democratische verworvenheid die niet zomaar, zonder legitieme aanleiding, kan worden afgeschaft. Dergelijke afschaffing is in dat geval mogelijk in strijd met internationaal recht. Begin dit jaar heeft Privacy First de Tweede Kamer hier tevergeefs op geattendeerd. Vervolgens heeft Privacy First een vergelijkbare waarschuwing gericht aan de Eerste Kamer, waar relatief meer juridische (inclusief internationaalrechtelijke) kennis aanwezig is. De Eerste Kamer nodigde daarop Privacy First uit voor deelname aan de expert-meeting over de Wet intrekking raadgevend referendum op 27 maart jl. Wegens buitenlands verblijf was Privacy First die dag echter verhinderd, waarop de Eerste Kamer (mede op advies van Privacy First) prof. Fred Soons uitnodigde om de internationaalrechtelijke aspecten rond afschaffing van het raadgevend referendum te belichten, waaronder met name het aspect van het internationaal zelfbeschikkingsrecht in interne (democratische) zin. De schriftelijke inbreng (position paper) van prof. Soons vindt u HIER in pdf. Van de expert-meeting in de Eerste Kamer is een volledige videoregistratie en schriftelijk verslag beschikbaar. Begin dit jaar vond in de Tweede Kamer een vergelijkbare, kritische expert-meeting plaats (video). Naar aanleiding van beide expert-meetings zijn door de Eerste Kamer op 24 april jl. talloze kritische vragen aan het kabinet gesteld, waaronder de vraag of intrekking van het raadgevend referendum in strijd is met het zogeheten regressieverbod in het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten. Privacy First ziet de beantwoording van deze vragen met belangstelling tegemoet.

Nieuw referendum over Donorwet

Terwijl de Eerste Kamer zich de komende weken buigt over de mogelijke afschaffing van het raadgevend referendum, is reeds een nieuw referendum in de maak: het referendum over de nieuwe, controversiële Donorwet. Op https://referendum.nl kunt u uw steunbetuiging voor dit referendum indienen. De weerstand onder de Nederlandse bevolking tegen de nieuwe Donorwet is groot. Privacy First verwacht dan ook dat het benodigde aantal handtekeningen voor een referendum over deze wet spoedig zal kunnen worden behaald.


Hieronder volgt de volledige tekst van onze brief aan de Eerste Kamer d.d. 8 maart 2018:  

Geachte Kamerleden,

De komende periode debatteert u over de mogelijke intrekking van de Wet raadgevend referendum. In dit verband attendeert Stichting Privacy First u hierbij graag op een internationaalrechtelijk aspect dat tot nu toe niet bij het parlementaire debat lijkt te zijn betrokken, maar dat niettemin uiterst relevant is: het referendum als een vorm van collectief zelfbeschikkingsrecht. Dit recht behoort van oudsher tot de krachtigste en meest omvattende rechten ter wereld en geniet brede internationale bescherming. Nationale inperking van dit recht kan voor Nederland dan ook de nodige repercussies hebben. Hieronder lichten wij dit kort toe.

Referendum als een vorm van democratisch zelfbeschikkingsrecht: relevante VN-verdragen

Internationaalrechtelijk gezien is een nationaal referendum een vorm (of uiting) van democratisch zelfbeschikkingsrecht, d.w.z. het collectieve recht van een volk c.q. nationale bevolking om haar eigen toekomst te bepalen. Dit recht is o.a. vastgelegd en ontwikkeld onder art. 1 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) en het identieke art. 1 van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR). Onder het IVBPR kan over de schending van dit recht een klacht worden ingediend bij het toezichthoudende verdragsorgaan: het VN Mensenrechtencomité in Genève. Tevens dient Nederland zich periodiek bij dit VN-comité te verantwoorden over de algehele Nederlandse naleving van het IVBPR in brede zin, inclusief (indien aan de orde) de Nederlandse naleving van het collectieve recht op zelfbeschikking van de Nederlandse bevolking. Mocht uw Kamer dus besluiten tot afschaffing van het raadgevend referendum, dan ligt het in de lijn der verwachting dat de Nederlandse regering zich hierover bij de Verenigde Naties zal moeten verantwoorden. De betreffende Nederlandse periodieke sessie bij het VN Mensenrechtencomité staat reeds geagendeerd en zal waarschijnlijk later dit jaar of begin 2019 plaatsvinden. Hierbij zal overigens ook de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (‘Sleepwet’) kritisch aan de orde komen, zo heeft het VN Mensenrechtencomité reeds in mei 2017 bekendgemaakt.

Mogelijke schending art. 1 IVBPR en art. 1 IVESCR door afschaffing referendum

Bovenstaande geldt tevens voor het IVESCR en het toezichthoudende IVESCR-Comité, dat eveneens in Genève zetelt. Onder dit verdrag dient het collectieve recht op zelfbeschikking continu te worden bevorderd en ‘progressief te worden verwezenlijkt’. Zogeheten ‘retrogressive measures’ (zoals afschaffing van een bestaand recht op een referendum) “would require the most careful consideration and would need to be fully justified”, aldus het IVESCR-Comité in haar General Comment No. 3 (The nature of States parties obligations under the ICESCR). Dit betekent dat Nederland het raadgevend referendum slechts op internationaalrechtelijk geoorloofde wijze kan afschaffen indien dit na uiterst zorgvuldige afwegingen gebeurt en (objectief aantoonbaar) volledig gerechtvaardigd is. In casu lijkt hiervan echter geen sprake. Daarmee vormt afschaffing van het raadgevend referendum een mogelijke schending van art. 1 IVESCR. Onder het Facultatief Protocol bij het IVESCR zal hierover een individuele of collectieve klacht bij het IVESCR Comité kunnen worden ingediend. Tevens zal deze kwestie aan de orde kunnen komen bij de periodieke beoordeling van de algehele Nederlandse naleving van het IVESCR door het IVESCR-Comité. Een daaropvolgend kritisch oordeel van het IVESCR Comité zal vervolgens – naar alle waarschijnlijkheid – door de Nederlandse rechterlijke macht gevolgd en overgenomen worden. Hetzelfde geldt voor een vergelijkbaar kritisch oordeel van het VN Mensenrechtencomité inzake mogelijke schending van art. 1 IVBPR, aangezien het collectieve zelfbeschikkingsrecht onder beide verdragen op vergelijkbare wijze wordt geïnterpreteerd en toegepast.

Kans op internationale kritiek

Op de vroegere DDR na is Nederland het enige land ter wereld dat het referendum na invoering weer lijkt te willen afschaffen. Nederland heeft daarmee de historische schijn tegen en loopt mede daardoor een verhoogde kans op internationale kritiek. Privacy First wenst u dan ook veel wijsheid en visie toe bij uw beraadslagingen.

Hoogachtend,


Stichting Privacy First


Update 11 mei 2018: het kabinet heeft de schriftelijke vragen van de Eerste Kamer inmiddels beantwoord (pdf). Zoals reeds door Privacy First was verwacht ontkent het kabinet dat afschffing van het raadgevend referendum strijdig is met het IVESCR: "[H]et kabinet [acht] het wetsvoorstel verenigbaar met het IVESCR", aldus minister Ollongren op p. 24. Daarmee erkent het kabinet dat het IVESCR (d.w.z. het collectieve zelfbeschikkingsrecht onder art. 1) op deze kwestie van toepassing is. Dit vergemakkelijkt de indiening van een toekomstige klacht hierover bij het IVESCR Comité in Genève. Privacy First behoudt zich in dit verband alle rechten en mogelijkheden voor.

Update 15 juni 2018: het kabinet heeft vandaag herhaald dat het de mogelijke strijdigheid van afschaffing van het referendum niet wenst te laten toetsen aan het regressieverbod onder het IVESCR (zie Nadere memorie van antwoord (pdf), p. 12). Dergelijke toetsing wordt door het kabinet blijkbaar - terecht - gevreesd.

Gepubliceerd in Wetgeving

BNR: "De namen van personen in de Panama Papers mogen niet openbaar gemaakt worden. Dat zegt privacy-organisatie Privacy First. Het zou teveel schade aanrichten.

Over een paar weken zet het consortium van onderzoeksjournalisten ICIJ de gegevens online. Daarmee worden honderden belastingontwijkende Nederlanders mogelijk onterecht aan de schandpaal genageld, vreest Privacy First.

Volgens Bas Filippini, voorzitter van Privacy First, heeft een groot deel van de mensen niks illegaals gedaan, maar gaan zij wel veel schade ondervinden als ze zo neergezet worden. Ze worden volgens hem gecriminaliseerd. Schuldig bevonden voordat überhaupt onderzoek gedaan is. "Dat doen we niet eens bij echte criminelen. Terwijl het hier gaat om een industrie die legaal is. "

In de ogen van Filippini is het aan de overheid en justitie om te onderzoeken of de mensen die op de lijst staan te checken, niet aan onderzoeksjournalisten. "Dat mensen deze constructies gebruiken voor witwassen en andere illegale zaken is duidelijk. Maar nu wordt suggestie gemaakt dat mensen die voorkomen in de Panama Papers gebruik maken van een constructie die niet legaal is.""

Bron: http://www.bnr.nl/nieuws/194822-1604/privacy-first-maak-namen-panama-papers-niet-openbaar, 7 april 2016. Audio: klik HIER of beluister hieronder het volledige interview met Privacy First voorzitter Bas Filippini:

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Het draconische camerasysteem @MIGO-BORAS van de Koninklijke Marechaussee is Privacy First al jaren een doorn in het oog: miljoenen onschuldige burgers die per auto de Nederlandse landsgrenzen passeren worden door dit systeem ongemerkt gefotografeerd, gescreend en geprofiled. Behalve massale privacyschending is daarbij zeer waarschijnlijk ook sprake van verboden discriminatie naar nationaliteit: auto's met kentekens uit bepaalde (met name Oosteuropese) landen worden door het camerasysteem stelselmatig uit het verkeer geplukt en door motoragenten staande gehouden. Vaak blijkt vervolgens dat de betreffende automobilisten volkomen onschuldig zijn. Deze mensen voelen zich dan echter wel in hun privacy aangetast en ronduit gediscrimineerd. Privacy First ontvangt hierover al jaren kritische signalen, zelfs van buitenlandse ambassademedewerkers waar de betreffende burgers hun beklag doen. Hoog tijd dus om deze kwestie eens serieus aan de orde te stellen.

Deze week (18-19 augustus as.) wordt Nederland in Genève onder de loep genomen door het VN-Comité tegen Rassendiscriminatie. Een breed scala aan onderwerpen zal hierbij door het Comité kritisch beoordeeld worden. Om het Comité van de benodigde informatie te voorzien heeft onlangs een nationale coalitie van maatschappelijke organisaties/NGO's (onder leiding van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten) een zogeheten schaduwrapportage over Nederland bij het Comité ingediend. Op initiatief van Privacy First is in deze rapportage ook het grenscontrole-systeem @MIGO-BORAS onder de aandacht van het Comité gebracht. Klik HIER voor de gehele Engelstalige rapportage in pdf; de passage over @MIGO-BORAS treft u aan op p. 26. De betreffende tekst staat hieronder integraal weergegeven.

Privacy First hoopt dat het Comité in Genève de Nederlandse regeringsdelegatie kritisch zal bevragen en opheldering, openheid en verbetering van haar beleid rond @MIGO-BORAS zal eisen. Daarbij is het uiteindelijke oordeel ("Concluding Observations") van het Comité weliswaar niet bindend, maar wel zeer gezaghebbend voor de mate waarin Nederland het VN-Verdrag tegen Rassendiscriminatie naleeft. Het Comité is immers het toezichthoudende orgaan van dit verdrag en als zodanig de hoogste instantie ter wereld om hierover te oordelen. Meer informatie over de Nederlandse sessie bij het Comité vindt u HIER. De sessie zal te zien zijn via http://www.treatybodywebcast.org (dinsdag 18 augustus, 15.00-18.00u & woensdag 19 augustus, 10.00-13.00u).


Comment with regard to Article 5(D)(I) of the International Convention on the Elimination of all Forms of Racial Discrimination (CERD)

@MIGO-BORAS (automatic border control)

In 2011, it became clear that the Dutch government had been planning to implement a highly privacy-invasive system of border control for years.[134] The new high-tech camera surveillance system, called @MIGO-BORAS, was due to become operational from January 1, 2012.[135] @MIGO-BORAS intended to photograph, screen and profile every vehicle crossing the Dutch-German or Dutch-Belgian border with the help of various (unknown) databases. In October 2011, the European Commission – under German pressure – started an investigation to assess whether @MIGO-BORAS complied with European Schengen and privacy regulations.[136] Consequently, the Dutch government scaled back the planned operational use of the system: instead of @MIGO-BORAS being operational 24/7, it was made operational up to six hours per day or 90 hours per month. After the European Commission provisionally concluded that the system did not contravene the rules that govern the EU's Schengen area in June 2012, @MIGO-BORAS was launched officially on August 1, 2012.[137]

The primary goals of the project are the detection of illegal immigration, human trafficking, identity fraud and narcotics control through camera surveillance and profiling. Critical profiling factors include the type and color of the vehicle, the number plate and country or region of origin.[138] Since April 2013, the @MIGO-BORAS camera system is also being used for law enforcement and criminal investigation purposes (including counter-terrorism) through Automatic Number Plate Recognition (ANPR).[139] However, many details of @MIGO-BORAS still remain confidential. No specific legislation around its implementation has been drafted and the Dutch Parliament has asked relatively few questions about the project. As far as the Dutch NGOs are currently aware, participating organizations include the Royal Military and Border Police (Koninklijke Marechaussee), the Dutch National Police, the Public Prosecution Service, the General Intelligence and Security Service (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst or AIVD) and the Netherlands Organization for Applied Scientific Research ('TNO').

Reports show that the (effect of the) use of @MIGO-BORAS is likely to be discriminatory, as nationality seems to be a primary profiling criterion and most vehicles being stopped and searched originate from Eastern Europe.[140]

The NGOs request the Committee to urge the Netherlands to clarify the mandate, use and effects of the @MIGO-BORAS surveillance system and to introduce adequate legislation or guidelines to prevent the system from being used in a discriminatory manner or having discriminatory effects.

[134] See D. Tokmetzis, Staat bouwt digitale hekken aan de grenzen, Sargasso, 19 January 2011, sargasso.nl/archief/2011/01/19/staat-bouwt-digitale-hekken-aan-de-grenzen/; see also a summary of B. de Konings' subsequent speech at the CPDP Conference in Brussels, 26 January 2011, njcm.nl/site/newsposts/show/273.
[135] The Dutch/English acronym @MIGO-BORAS stands for 'Automatisch Mobiel Informatie Gestuurd Optreden' (Automatic Mobile Information-Driven Action) - Better Operational Results and Advanced Security.
[136] See e.g. 'Nut van nieuw camerasysteem langs de grenzen niet bewezen', NRC Handelsblad, 31 October 2011, nrc.nl/nieuws/2011/10/31/nut-van-nieuw-camerasysteem-langs-de-grenzen-niet-bewezen/; 'Duitsland kwaad over grenscameras', NOS, 30 November 2011, nos.nl/artikel/318196-duitsland-kwaad-over-grenscameras.html.
[137] See Kamerstukken II 2011/12, 32 317, no. 128; Kamerstukken II, 2012/13, 33 400-VII, no. 4, para. 247. See also 'Brussels defends Dutch border control project', EU Observer, 5 July 2012, euobserver.com/justice/116881.
[138] See e.g. Ministry of Security and Justice, Factsheet on the use of the @MIGO-BORAS system, 7 July 2012, government.nl/documents-and-publications/leaflets/2012/07/11/factsheet-on-the-use-of-the-amigo-boras-system.html.
[139] Kamerstukken II 2012/13, 19 637, no. 1647; Kamerstukken II, 2012/13, 29 754, no. 232; Kamerstukken II, 2013/14, 19 637, no. 1760; Kamerstukken II, 2013/14, 28 684, no. 411.
[140] See e.g. 'Een Roemeense Volvo voor jou', Volkskrant, 24 August 2012; volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3305474/2012/08/24/Een-Roemeense-Volvo-voor-jou.dhtml; 'Leers: grensbewaking voorbeeld voor Europa', Telegraaf, 23 August 2012, telegraaf.nl/binnenland/article20960146.ece; 'Geen grensbewaking, maar toezicht', Stentor, 24 August 2012, destentor.nl/2.2545/binnenland/geen-grensbewaking-maartoezicht-1.900394; 'Camerasysteem @migoboras maakt controles efficiënter', Gelderlander,16 March 2013; 'Grenzpolizei!', Reformatorisch Dagblad, 30 August 2014. See also Meijers Committee (standing committee of experts on international immigration, refugee and criminal law), Note on the Dutch surveillance system @migoboras (CM1208), 2 April 2012, p. 4, commissie-meijers.nl/commissiemeijers/pagina.asp?pagkey=149205, also available at http://www.statewatch.org/news/2012/apr/netherlands-meijers-cttee-surveiilance-system.pdf.

Update 28 augustus 2015: mede naar aanleiding van bovenstaande inbreng vaardigde het Comité vandaag de volgende algemene aanbeveling uit aan de Nederlandse regering: "The Committee recommends that the State party adopt the necessary measures to ensure that stop and search powers are not exercised in a discriminatory manner, and monitor compliance with such measures." Klik HIER voor het hele document in pdf (Concluding Observations, par. 14b.) Privacy First vertrouwt erop dat dit advies door de Nederlandse overheid (inclusief Koninklijke Marechaussee) zal worden nageleefd en dat de werking van het camerasysteem @MIGO-BORAS hierop zal worden aangepast.

Gepubliceerd in Profiling

"De macht van de Belastingdienst dreigt fors te worden ingeperkt door een uitspraak van de rechtbank Den Bosch. Volgens de rechter schendt de Belastingdienst de privacy als ze klakkeloos grote hoeveelheden gegevens opeist om te kijken of er toevallig bruikbare informatie tussen zit.

Dat blijkt uit een uitspraak in een kort geding tussen de Belastingdienst en het bedrijf SMSParking uit Best.

Het bedrijf, dat het betalen van parkeergeld met de mobiele telefoon mogelijk maakt, weigerde gegevens van twee miljoen transacties uit 2012 af te geven. De Belastingdienst wilde op basis van de kentekengegevens kijken of mensen verzwijgen dat zij hun leasewagen privé gebruiken.

Trendbreuk
Volgens deskundigen is de uitspraak een trendbreuk. Bijna veertig jaar geleden bepaalde de Hoge Raad dat de Belastingdienst bijna onbeperkt gegevens mag opvragen. Die regel leek onaantastbaar.

De rechtbank stelt nu echter dat de situatie van 2013 niet vergelijkbaar is met die van 1974. Er worden nu veel meer gegevens opgeslagen.

Als die allemaal beschikbaar moeten zijn voor de Belastingdienst, is het Europese recht op privacy bijna niets meer waard, redeneert de rechter.

De Belastingdienst mag alleen 'proportioneel' (in verhouding) gegevens opvragen. (...) De Belastingdienst tekende gisteren hoger beroep aan. (...) Collegabedrijven als Yellowbrick en ParkMobile hadden hun gegevens al aan de Belastingdienst afgestaan. Yellowbrick gaat die zo snel mogelijk terugeisen. Ook ParkMobile overweegt dat.

Grote gevolgen
Jaap-Henk Hoepman van de security-groep van de Universiteit Nijmegen denkt dat de uitspraak grote gevolgen kan hebben. (...) Die overtuiging heeft ook jurist Vincent Böhre van Privacy First. De organisatie ziet in de uitspraak steun voor de strijd tegen het opslaan van camerabeelden met kentekens voor juridisch onderzoek. Ook dat is niet proportioneel, stelt Böhre."

Bron: Limburgs Dagblad, Dagblad de Limburger, Eindhovens Dagblad, Twentsche Courant Tubantia, De Gelderlander, Brabants Dagblad, BN/DeStem & Almere Vandaag, 27 november 2013. Tevens online gepubliceerd op http://www.destentor.nl/algemeen/binnenland/belastingdienst-dreigt-macht-te-verliezen-1.4115374 etc.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Het bedrijf SMS Parking hoeft geen parkeergegevens van klanten aan de Belastingdienst te geven. Dat bepaalde de rechter gisteren. De overheid hoeft niet van iedereen te weten wie waar parkeert.

Het recht van de Belastingdienst om privacygevoelige informatie over burgers op te vragen is minder groot dan gedacht. De rechtbank in Den Bosch oordeelde gisteren dat het bedrijf SMS Parking geen parkeergegevens van klanten hoeft over te dragen. Het verstrekken van informatie aan de overheid over welke automobilist waar parkeerde en wanneer precies, is een te grote inbreuk op de privacy.

'Iedere burger moet in beginsel een auto kunnen parkeren op een door die burger verkozen plaats in Nederland, zonder dat de overheid behoeft te weten dat hij dat doet en waarom hij dat doet', aldus het vonnis in een kort geding dat de Belastingdienst tegen SMS Parking had aangespannen. Het is de eerste keer dat de Belastingdienst wordt teruggefloten bij het massaal verzamelen van locatiegegevens van automobilisten.

Via de diensten van SMS Parking kunnen automobilisten met hun mobiele telefoon voor een parkeerplaats betalen. Met de parkeergegevens over 2012 wilde de fiscus controleren of leaserijders niet méér privékilometers maakten dan ze via hun rittenadministratie opgaven. SMS Parking weigerde de gegevens over te dragen om de privacy van klanten te beschermen. Directeur Mladen Ciric zei eerder bang te zijn dat de informatie door datalekken bij de fiscus op straat zou komen. De advocaat van het bedrijf betoogde dat de gegevensvordering van alle parkeertransacties disproportioneel is, omdat leaserijders maar een beperkt deel van het klantenbestand uitmaken.

Concurrenten werkten wel mee

Eerder voldeden concurrenten als Parkmobile en Yellowbrick wel aan de vordering door de fiscus. Op basis van de informatie die zij gaven, zijn al naheffingen aan leaserijders opgelegd. Dat kan weleens voorbarig zijn geweest. Dat de bedrijven meewerkten is niet zo vreemd, want de bevoegdheden van de Belastingdienst om informatie op te vragen, leken tot nu toe vrijwel onbeperkt. Zo verwees de rechter gisteren naar een uitspraak van de Hoge Raad in 1974. (...) Ook daarna liet de Hoge Raad meerdere malen het belang van de fiscus om belastingontduiking op te sporen zwaarder wegen dan het recht van burgers op privacy. Dat recht is vastgelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

De rechter in Den Bosch oordeelde gisteren anders. Een belangrijke reden daarvoor is dat de overheid tegenwoordig toegang heeft tot allerlei databanken met gegevens waaruit het gedrag van burgers valt af te leiden. Denk bijvoorbeeld aan informatie over wie wanneer met wie belde en vanaf welke locatie. Deze gegevens worden een jaar bewaard en politie en opsporingsdiensten hebben er toegang toe. ,,Waar steeds meer informatie wordt vastgelegd, dringt zich in het maatschappelijke debat steeds vaker de vraag op wat de hoofdregel van artikel 8 EVRM voor de burger nog waard is", aldus de rechter.

Het veelgehoorde 'wie niets te verbergen heeft, heeft ook niets te vrezen' moet volgens de rechtbank niet het uitgangspunt zijn bij het opvragen van gegevens door de overheid. ,,Het dagelijks doen en laten van de burgers gaat de overheid niets aan." Dat is volgens het vonnis de juiste vertaling van het EVRM.

Sleepnetmethode

Daarop kan alleen een uitzondering worden gemaakt vanwege 'zeer zwaarwegende collectieve belangen'. Naleving van de belastingwetgeving kan zo'n belang zijn, maar de ,,fishing expedition ten aanzien van alledaags gedrag van burgers om te zien of die sleepnetmethode 'hits' oplevert" gaat volgens de rechtbank te ver.

In een reactie op het vonnis zei een woordvoerder van de Belastingdienst gisteren dat de fiscus in hoger beroep gaat. (...)

Kentekenfoto's van de politie

Daarnaast krijgt de Belastingdienst wekelijks een databestand van de politie met gegevens over wiens auto waar op de snelweg heeft gereden. Dat soort informatie wordt vastgelegd met politiecamera's die kentekens registreren. Ook hiermee controleert de fiscus vooral of leaserijders niet te veel privékilometers rijden. Volgens het College Bescherming Persoonsgegevens is het opslaan van de foto's die de camera's maken illegaal. Er lopen diverse rechtszaken van automobilisten die vinden dat hun privacy op deze manier te veel wordt aangetast. Een uitspraak van een hogere rechter over gegevensverzameling door de Belastingdienst kan ook gevolgen hebben voor hun rechtszaken. En voor de naheffingen die aan hen zijn opgelegd.

De Tweede Kamer behandelt nu een wetsvoorstel van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) dat het bewaren van kentekenfoto's wel toestaat, voor een periode van vier weken. Dat zou de politie de mogelijkheid geven terug te zoeken in de kentekenfoto's om te kijken of een verdachte met zijn auto tijdens een misdrijf in de buurt was. Volgens privacyvoorvechters is ook het bewaren van kentekenfoto's strijdig met de Europese privacyregels. Organisatie Privacy First zegt naar de rechter te stappen als de Tweede en Eerste Kamer de plannen goedkeuren."

Bron: NRC Next 27 november 2013, rubriek 'Weten'.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Een groep burgers en organisaties eist dat de Nederlandse staat ophoudt met het gebruiken van gegevens die zijn verkregen door de inlichtingendienst NSA.

De groep daagt de Staat daarom voor de rechter. Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken moet op 27 november het beleid van de Nederlandse overheid verdedigen voor de rechtbank in Den Haag.

Volgens de groep, met de naam Burgers tegen Plasterk, verzamelt de NSA gegevens in strijd met de Nederlandse wet. Die gegevens komen vervolgens bij de Nederlandse inlichtingendienst AIVD terecht. De groep eist dat burgers worden geïnformeerd als hun data op deze manier werd uitgewisseld.

Onder de aanklagers bevinden zich de bekende hacker Rop Gonggrijp en ICT-journalist Brenno de Winter, die ook voor NU.nl actief is. Daarnaast hebben de Nederlandse Vereniging voor Strafrechtadvocaten, de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NvJ), de Internet Society Nederland en Stichting Privacy First zich aangesloten bij de rechtszaak.

Bronbescherming

De NvJ zegt dat spionage door inlichtingendiensten de bronbescherming in de journalistiek in het geding brengt.

"Ons belang is niet zozeer het privacybelang, maar het gaat ons heel sterk om het verzekeren van de bronbescherming, die hiermee onder druk komt te staan", aldus algemeen secretaris Thomas Bruning. "Dit kan klokkenluiders ontmoedigen om misstanden naar buiten te brengen."

Dat is ook de reden voor De Winter om mee te doen. "Je ziet dat het steeds moeilijker wordt om bronnen te beschermen", zegt hij. "Een overheid die alles in de gaten houdt maakt eigenlijk journalistiek onmogelijk."

Witwassen

Volgens advocaat Christiaan Alberdingk Thijm, die de groep vertegenwoordigt, wordt illegaal verkregen data 'witgewassen' door Plasterk en de inlichtingendiensten. "Deze zaak moet daar een einde aan maken."

Minister Plasterk verdedigde woensdag voor de Tweede Kamer het Nederlandse spionagebeleid.

Onlangs bleek dat de NSA 'metadata' van 1,8 miljoen Nederlandse telefoongesprekken zou hebben opgeslagen. Tijdens het debat zei Plasterk dat het ging om telefoongesprekken met buitenlandse nummers. (...)"

Bron: http://nutech.nl/internet/3621417/rechtszaak-plasterk-nsa-spionage.html, 6 november 2013.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

In september 2012 werd bekend dat minister Opstelten het hele Nederlandse politiekorps met Taser-wapens wil gaan uitrusten. Op verzoek van Stichting Privacy First dient Nederland zich hierover deze week te verantwoorden bij het VN-Comité tegen Marteling.

Eén van de belangrijkste en meest geratificeerde mensenrechtenverdragen ter wereld is het VN-Verdrag tegen Marteling uit 1984. Onder dit verdrag is marteling altijd en onder alle omstandigheden verboden. Een ieder die zich waar dan ook ter wereld aan marteling schuldig (heeft ge)maakt dient te worden vervolgd of te worden uitgeleverd. Dat geldt ook voor ambtenaren, ministers, presidenten en staatshoofden. Nederland is sinds 1988 partij bij dit verdrag. Periodiek wordt iedere verdragspartij onder de loep genomen door het toezichthoudende verdragsorgaan in Genève: het VN-Comité tegen Marteling. Uitspraken van het VN-Comité vormen gezaghebbende richtsnoeren voor de naleving en interpretatie van het verdrag. Deze dinsdag en woensdag is Nederland “aan de beurt”: op dinsdag zal Nederland door de Comitéleden over diverse onderwerpen aan de tand worden gevoeld, gevolgd door antwoorden van de Nederlandse regeringsdelegatie op woensdag. Vervolgens zal het Comité een reeks kritische aanbevelingen (“Concluding Observations”) aan Nederland doen.

Ter voorbereiding van de Nederlandse sessie stuurden Stichting Privacy First, het College voor de Rechten van de Mens en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) onlangs zogeheten ‘schaduwrapportages’ over Nederland naar het Comité in Genève. Zowel Privacy First als het NJCM stelden hierbij de kwestie van Taser-wapens (stroomstootwapens) bij de Nederlandse politie nadrukkelijk aan de orde. Privacy First deed dit middels een speciale brief aan het Comité; klik HIERpdf. In deze brief attendeert Privacy First het Comité op de intentie van minister Opstelten om iedere Nederlandse politieagent binnenkort een eigen Taser-wapen te geven. (Nu zijn nog ‘slechts’ de arrestatieteams van de Nederlandse politie met Taser-wapens uitgerust.) In de optiek van Privacy First kan het gebruik van Taser-wapens immers gemakkelijk leiden tot schending van het internationale verbod op foltering (marteling van overheidswege) en het daaraan verwante recht op lichamelijke integriteit (dit laatste recht is onderdeel van het recht op privacy). Taser-wapens verlagen immers de geweldsdrempel en laten nauwelijks uiterlijke sporen achter. Tegelijkertijd kunnen Taser-wapens ernstige fysieke en mentale schade veroorzaken. In combinatie met het huidige gebrek aan wapentraining bij de Nederlandse politie levert dit ernstige risico’s op voor de Nederlandse bevolking. Wij hebben het VN-Comité dan ook verzocht om de Nederlandse delegatie hierover kritisch te ondervragen en Nederland te adviseren om géén Taser-wapens voor het hele Nederlandse politiekorps in te voeren. Afgelopen vrijdag vernam Privacy First vanuit Genève dat het VN-Comité dit onderwerp inderdaad kritisch aan de orde zal gaan stellen. Privacy First zal u deze week graag van e.e.a. op de hoogte houden.

Update 13 mei 2013, 23.00u: een livestream van de sessie is te volgen via deze hyperlink (dinsdag 10-15u, woensdag vanaf 15u).

Update 14 mei 2013, 15.00: vandaag werd de Nederlandse delegatie in Genève (onder leiding van de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger bij de VN) kritisch door het Comité ondervraagd over tal van onderwerpen, waaronder... Tasers. De Nederlandse antwoorden volgen morgenmiddag om 15.00u. Hieronder de relevante fragmenten in tekst en mp3:  

Comitélid Nora Sveaass (Noorwegen): “I then want to bring the attention to something that I’ve been informed of, namely that the State [of the Netherlands] is planning on a pilot of using Taser weapons as a regular weapon within the police force. And the pilot is supposed to take place, I understand, the last half of this year, so it’s probably just around the corner. This Committee has on many different occasions warned against the use of Tasers, both in special situations and especially as a regular weapon to all the police, as I understand the plans are. And there are a lot of reasons for this, I won’t go into the detail, because these have been described both by this Committee and by a lot of others, because, first of all, health reasons, physical as well as psychological. So I would hope that you would rethink and perhaps change the decision of implementing a pilot and also doing it in practice.”
Audio:

Comitélid Fernando Mariño Menéndez (Spanje): “I’m also concerned by the decision that we’ve heard about to generalize the use of Tasers by all regular police officers, as just referred to by Mrs. Sveaass, that the Tasers will be used as an [armament] for standard use across the Kingdom of the Netherlands. That’s our understanding, perhaps we’re wrong, perhaps there is a special protocol governing the use of Tasers. Our position as a Committee is that Tasers shouldn’t be used at all. If they are to be used, and this seems to be dangerous, then they need to be used in very specific cases and properly regulated. We’d like to know what’s happening in the Kingdom of the Netherlands.”
Audio:


Update 14 mei 2013, 16.45u: vanmiddag werd Privacy First-medewerker Vincent Böhre over dit onderwerp geïnterviewd op jongerenzender FunX. Beluister hieronder het hele fragment:



Update 15 mei 2013: vanmiddag vond de Nederlandse 'repliek' plaats op de vragen die het VN-Comité gisteren stelde. In onderstaand audiofragment hoort u hoe de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger in Genève de risico's van de Nederlandse plannen rond Taser-wapens ontkent en bagatelliseert. De Comitéleden zagen hierin geen aanleiding om hun kritische opmerkingen van gisteren af te zwakken of in te trekken. Privacy First verwacht dan ook dat het Comité in zijn spoedig uit te vaardigen Concluding Observations scherpe kritiek op de Nederlandse Taser-plannen zal uiten. Het Comité publiceerde vanavond overigens alvast een persbericht over de Nederlandse sessie; klik HIER.



Update 16 mei 2013: Een volledige videoregistratie van beide zittingsdagen van het VN-Comité staat HIER online. De Concluding Observations van het Comité over Nederland volgen pas op vrijdagmiddag 31 mei (uiterlijk 3 juni) as., zo vernam Privacy First vandaag telefonisch vanuit Genève.

Update 22 mei 2013: naar aanleiding van de Nederlandse sessie bij het VN-Comité vorige week heeft D66 vandaag alvast een reeks kritische Kamervragen ingediend bij minister Opstelten; klik HIER.

Update 31 mei 2013: Zoals eerder door Stichting Privacy First was voorspeld en zoals vanavond is bericht door EenVandaag heeft het VN-Comité tegen Marteling zich vanmiddag negatief uitgesproken over de plannen van minister Opstelten om de hele Nederlandse politie met Taser-wapens te gaan uitrusten:

The Committee is concerned about the pilot plan to be reportedly launched to distribute electrical discharge weapons to the entire Dutch police force, without due safeguards against misuse and proper training for the personnel. The Committee is concerned that this may lead to excessive use of force (arts. 2, 11 and 16). The Committee recommends to the State party, in accordance with articles 2 and 16 of the Convention, to refrain from flat distribution and use of electrical discharge weapons by police officers. It also recommends adopting safeguards against misuse and providing proper training for the personnel to avoid excessive use of force. In addition, the Committee recommends that electrical discharge weapons should be used exclusively in extreme limited situations where there is a real and immediate threat to life or risk of serious injury, as a substitute for lethal weapons.” (par. 27. Klik HIER voor het hele document.)

Stichting Privacy First hoopt dat deze afwijzende stellingname van het VN-Comité zal leiden tot een heroverweging en stopzetting van de Nederlandse plannen om iedere Nederlandse politieagent met een Taser-wapen te gaan uitrusten. Tevens hoopt Privacy First dat de aangekondigde pilot terzake niet zal worden uitgevoerd.

sitestat

Gepubliceerd in Wetgeving

Deze week bleek uit de beantwoording van Kamervragen over de heimelijke inzet van drones door de Nederlandse politie dat een specifieke wettelijke grondslag hiervoor ontbreekt. Minister Opstelten baseert de huidige inzet van drones voor opsporing op de algemene politietaak in artikel 3 van de Politiewet. Dit vage, summiere artikel is echter nooit voor dit doel geschreven. Artikel 8 lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) vereist daarentegen dat iedere privacy-inbreuk van overheidswege expliciet, voldoende toegankelijk en voorzienbaar, met waarborgen tegen misbruik (waaronder privacyschending en function creep) is vastgelegd in nationale wetgeving. Een specifieke wettelijke basis voor de inzet van drones bestaat echter niet, laat staan dat een dergelijke wettelijke basis voldoende toegankelijk, voorzienbaar en met privacywaarborgen omkleed zou zijn voor Nederlandse burgers. De inbreuk op de privacy door de huidige inzet van drones vormt daarmee een schending van art. 8 EVRM en is derhalve onrechtmatig.

Zonder specifieke wettelijke basis conform art. 8 lid 2 EVRM vormt iedere politie-drone een ondeugdelijk opsporingsmiddel dat niet mag worden ingezet. Deze inzet dient dan ook per direct te worden gestaakt. In individuele strafzaken is het aan de rechter om informatie die met politie-drones is vergaard als onrechtmatig bewijs buiten het strafproces te laten.

Privacy First doet hierbij een dringend beroep op de Tweede Kamer om een moratorium op de verdere inzet van drones in te stellen. Een dergelijk moratorium kan pas worden opgeheven nadat een breed democratisch debat heeft plaatsgevonden en de eventuele inzet van drones op behoorlijke wijze zal zijn gereguleerd. Bij politiek gedogen van de huidige situatie behoudt Privacy First zich het recht voor om een dergelijk moratorium bij de rechter af te dwingen.

Gepubliceerd in Wetgeving

Op dinsdag 24 mei jl. nam de Eerste Kamer een belangrijke motie aan waarin een aantal privacygaranties bij nieuwe wetgeving worden bevestigd en versterkt. De motie werd met overweldigende meerderheid aangenomen (slechts de VVD stemde tegen). Een week eerder (tijdens het Kamerdebat over digitale dataverwerking) was de motie door senator Hans Franken (CDA) ingediend en hadden zelfs minister Donner en staatssecretaris Teeven laten weten dat "er allemaal dingen in staan waar wij best mee kunnen leven." Hoewel de motie formeel gezien niet juridisch bindend is, is de inhoud ervan dat deels wel en komt aan de motie tevens groot politiek gewicht toe. De gehele motie luidt als volgt:

MOTIE VAN HET LID FRANKEN C.S.

Voorgesteld 17 mei 2011

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat het grondrecht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer in onze democratische rechtsstaat van groot belang is,

overwegende, dat er tendensen zijn om bij nieuwe wetgeving de mogelijke beperkingen op dit grondrecht uit te breiden en te versterken,

overwegende voorts, dat bij het totstandbrengen van nieuwe wetgeving uitdrukkelijk aandacht moet worden gegeven aan de vraag of de beperkingen op het grondrecht tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer gerechtvaardigd zijn,

overwegende, dat voor de beantwoording van deze vraag aansluitend aan de verdragsverplichting moet worden getoetst aan de volgende criteria:

  • 1. De noodzaak, effectiviteit en hanteerbaarheid van de maatregel,

  • 2. De proportionaliteit: de inbreuk mag niet groter zijn dan strikt noodzakelijk is,

  • 3. De resultaten van een Privacy Impact Assessment, zodat vooraf is onderzocht welke risico's de maatregel met zich meebrengt,

  • 4. De mogelijkheid van een effectief toezicht en controle op de uitvoering van de maatregel, te realiseren door onder meer audits door de onafhankelijke toezichthouder,

  • 5. Beperking van de geldigheidsduur door een horizonbepaling of in ieder geval een evaluatiebepaling,

verzoekt de regering bij wetsvoorstellen, waarbij van een beperking op het grondrecht van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer sprake is, de hierboven genoemde criteria in de afweging en besluitvorming te betrekken en daarvan in de memorie van toelichting bij het betreffende wetsvoorstel verslag te doen,

en gaat over tot de orde van de dag.


Ondertekenaars:

Franken (CDA)

Tan (PvdA)

Strik (GroenLinks)

Holdijk (SGP)

Slagter-Roukema (SP)

Staal (D66)

Gepubliceerd in Wetgeving

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon