donatieknop english

Op 23 juni 2020 is de ‘Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten’ aangenomen. Op basis van deze nieuwe wet komt in het Handelsregister van de KvK informatie te staan over alle uiteindelijk belanghebbenden (‘ultimate beneficial owners’ / UBO’s) van in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten. Daarbij moet worden aangegeven welk belang de UBO heeft, te weten van 25-50%, 50-75% of meer dan 75%. Van de UBO worden in ieder geval de naam, de geboortemaand en het geboortejaar en de nationaliteit openbaar voor iedereen raadpleegbaar, met alle privacy-risico’s van dien. De wet geeft maar zeer beperkte mogelijkheden voor afscherming van informatie. Dit is alleen mogelijk voor personen die door de politie worden beveiligd, voor minderjarigen en voor wie onder curatele is gesteld. Het gevolg zal zijn dat van vrijwel alle UBO’s openbaar bekend zal worden welk belang ze hebben. De wet treedt op korte termijn in werking. Daarna hebben juridische entiteiten nog achttien maanden om hun UBO’s te registreren. De gevolgen van deze nieuwe wetgeving zullen ingrijpend zijn. Het is een wet die beoogt witwassen tegen te gaan, maar zwartmaken bewerkstelligt.

Europese richtlijn

Deze wetswijziging vloeit voort uit de Europese vijfde anti-witwasrichtlijn, die lidstaten verplicht persoonsgegevens van UBO’s te registreren en voor het publiek openbaar te maken. Het doel hiervan is het tegengaan van witwassen en terrorismefinanciering. Het voor iedereen inzichtelijk maken van persoonsgegevens van UBO’s, inclusief het belang dat de UBO in de onderneming heeft, draagt volgens de Europese wetgever bij aan dat doel. De openbaarheid zou een afschrikkende werking hebben op personen die geld willen witwassen of terrorisme willen financieren.

Massale privacyschending

De vraag is of het middel het doel niet voorbijschiet. Het voor iedereen toegankelijk maken van de persoonsgegevens van alle UBO’s aan eenieder is een ‘blanket measure’ van preventieve aard. 99,9% van de UBO’s heeft niets met witwassen of financiering van terrorisme te maken. Het is een schending van de privacy die in de optiek van Privacy First niet proportioneel is. In het privacyrecht is een belangrijk principe dat gegevens die voor het ene doel zijn verzameld niet voor een ander doel mogen worden gebruikt. Het zou voldoende moeten zijn als de informatie over UBO’s beschikbaar is voor die overheidsdiensten die zich bezighouden met de bestrijding van witwassen en de bestrijding van terrorisme. Het gaat te ver om die informatie volledig openbaar te maken. De European Data Protection Supervisor oordeelde al dat deze privacyschending niet proportioneel is. Maar dat oordeel heeft niet geleid tot aanpassing van de Europese richtlijn.

Tijdens de Nederlandse parlementaire behandeling van deze wet kwam er uit verschillende hoeken fundamentele kritiek. Het bedrijfsleven roerde zich omdat men lastenverzwaring vreest en privacyrisico’s ziet. Familiebedrijven waarvan de UBO’s tot nu toe buiten de openbaarheid bleven hebben veel privacy te verliezen. Ook was er veel aandacht voor de positie van partijen die groot belang hechten aan bescherming van betrokkenen, zoals kerkgenootschappen en maatschappelijke organisaties. Helaas heeft dit niet tot aanpassing van de regelgeving geleid.

Rechtszaak

Privacy First zal een rechtszaak starten tegen het UBO-register wegens schending van het Europees privacyrecht. De Nederlandse wet en ook de bovenliggende Europese richtlijn zijn in strijd met het Europese Handvest voor de Grondrechten en met de AVG. Het is aan de rechter om daar een grondige toetsing op te doen. Privacy First heeft eerder met succes de geldigheid van wetgeving aan de orde gesteld, bijvoorbeeld in de procedure over de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie.

Privacy First voert haar strategische procedures over privacy veelal met een coalitie van belanghebbenden. Privacy First inventariseert momenteel welke partijen hieraan een bijdrage kunnen leveren. Zou u (of uw organisatie) graag als mede-eiser aan deze rechtszaak willen deelnemen? Neem dan contact met ons op, of met onze advocaat Otto Volgenant van Boekx Advocaten. Als u Privacy First hierin financieel wilt steunen kunt u tevens donateur worden.

Gepubliceerd in Rechtszaken

Deze week vond in de Eerste Kamer een zeer kritische deskundigenbijeenkomst plaats over een relatief complex maar belangrijk onderwerp: de nieuwe Wet digitale overheid. Door deze wet zal o.a. het verouderde DigiD vervangen worden door nieuwe digitale eID-middelen voor burgers om bij de overheid te kunnen inloggen en zaken te kunnen regelen. Aan de huidige opzet van de nieuwe wet en de bijbehorende infrastructuur kleven echter een aantal privacyrisico's. De Eerste Kamer had daarom Privacy First voor deze gelegenheid uitgenodigd om een position paper in te dienen en spreker te zijn. Klik HIER voor het volledige programma, alle sprekers en position papers. Hieronder volgt de volledige tekst van onze inbreng en het videoverslag van de gehele bijeenkomst:

Position paper:

Geachte Kamerleden,

Dank voor uw uitnodiging om deel te nemen aan de deskundigenbijeenkomst over de Wet digitale overheid (Wdo). Stichting Privacy First heeft een aantal kritische kanttekeningen bij deze wet. Hieronder zullen wij dit kort uiteenzetten.

Allereerst wil Privacy First in dit verband graag benadrukken dat burgers te allen tijde het recht hebben, en zullen moeten blijven hebben, om langs niet-digitale weg met de overheid te communiceren of zaken te doen, hetzij telefonisch, op papier of in persoon. Voor grote groepen in de samenleving is en blijft dit cruciaal voor hun maatschappelijke participatie. Bovendien biedt de ‘klassieke’ analoge ruimte vaak betere privacybescherming dan het digitale domein.

Dit brengt ons op ons voornaamste punt van zorg inzake de Wet digitale overheid, namelijk eID. Bij een gecentraliseerde infrastructuur kunnen eID-bedrijven die de certificaten (sleutels) verstrekken precies zien waar mensen inloggen. Daarnaast zijn er certificaten (digitale handtekeningen) voor het ondertekenen van documenten en bestaat het risico dat bedrijven exact kunnen weten welke documenten mensen ondertekenen. Dit leidt tot talloze privacyrisico’s, zeker waar het privacygevoelige transacties (en dus gevoelige persoonsgegevens) betreft. Wat is het verdienmodel van deze bedrijven? En wat kunnen zij doen met al deze gegevens, ook via platforms zoals Facebook en Google?

Dit pleit voor een decentrale i.p.v. centrale architectuur met dataminimalisatie en privacy by design. Dat brengt ons op een actueel onderwerp dat bij deze wet van belang is, namelijk de invoering van een op attributen gebaseerd stelsel naast het eID-stelsel. Biedt de huidige Wdo meer controle over het afschermen van persoonsidentificatiegegevens en beschermt het de privacy van de burger? Ons antwoord is nee. In 2017 was men daar dichterbij dan nu. De Wdo kent een lange aanloop en is van een uitwerking van een infrastructuur voor digitale overheidsdienstverlening versmald tot een “Wet op de inlogmiddelen”. In 2017 was het streven nog deels om te komen tot een raamwet voor een op attributen gebaseerd stelsel. In de eerdere versie van de wet werd daarom nog duidelijk onderscheid gemaakt tussen identificatie/authenticatiediensten enerzijds en attributendiensten anderzijds. De definitie was eens: “De attributendienst is een partij die ten behoeve van elektronische dienstverlening een verklaring afgeeft over bepaalde kenmerken of gegevens van een natuurlijke persoon (bijvoorbeeld leeftijd of beroep) of een rechtspersoon (bijvoorbeeld erkend bedrijf).”

Tevens zou deze dienst zowel door een overheidsorganisatie als door een private partij geleverd kunnen worden en moest er iets worden geregeld voor erkenning. Men stelde in de Memorie van Toelichting: “Aan attributendiensten worden in op basis van dit wetsvoorstel vast te stellen uitvoeringsregelgeving technische en organisatorische eisen gesteld en er wordt voorzien in een erkenningsstelsel, op gelijke wijze als bij authenticatiediensten. Op dit moment zijn er nog geen publieke en private attributendiensten operationeel, maar met uitbreiding van de digitale dienstverlening zal ook de behoefte aan elektronische ondersteuning van deze functie toenemen. Deze attributendiensten kunnen publiek of privaat zijn. Te denken valt bijvoorbeeld aan een generieke attributendienst die leeftijdsverificatie mogelijk maakt op basis van de basisregistratie personen. Tot nu toe verrichten publieke dienstverleners waar nodig zelf de leeftijdscontrole aan de hand van de eigen klantadministratie (die in de regel is afgeleid van de BRP). Het wetsvoorstel bevat een basis voor het stellen van technische en organisatorische eisen aan publieke en private attributendiensten. Of in de toekomst behoefte bestaat aan een publieke attributendiensten is nog onderwerp van onderzoek.”

De realisatie van die toekomst en behoefte lijkt nu te zijn geblokkeerd. Terwijl die behoefte er inmiddels vooral bij gemeenten wel is. Ook zij waren in 2017 nog overtuigd dat je iemand niet hoefde te identificeren om deel te nemen aan, bijvoorbeeld, een online peiling. De huidige Wdo ondersteunt dat echter niet. De definitie van attributendienst is immers geschrapt uit de Wet en op grond van art. 12 Wdo is de ministeriële aanwijsbevoegdheid beperkt tot het aanwijzen van een attribuut dat naar het oordeel van de Minister van belang is voor de identificatie van ondernemingen of rechtspersonen.

Het idee dat kenmerken/attributen een belangrijke rol spelen in het terugdringen van de online-identificatiedrift van publieke organisaties is in zijn geheel verloren gegaan. Qua privacy en dataminimalisatie is dit een grote misser. Dikwijls volstaat immers dat ik aantoon wat ik ben (inwoner van Amsterdam) in plaats van wie ik ben op basis van mijn BSN. In de huidige afgeslankte Wdo ontbreekt hiervoor het wettelijke kader. Alles is gericht op authenticatie en het verstrekken van persoonsidentificatiegegevens. Dit terwijl de wet eerder wel ruimte bood om met attributen toegang te krijgen tot digitale dienstverlening. Een actueel voorbeeld hiervan is overigens IRMA, dat begin 2018 de allereerste Nederlandse Privacy Award won.

Deze wet is dus een gemiste kans om als aanvulling op de eIDAS-verordening te dienen en een op attributen gebaseerd privacy-centrisch eID-stelsel in Nederland neer te zetten. Integendeel: met deze wet worden met een waaier aan regelingen juist hoge drempels opgeworpen voor private partijen (waaronder stichtingen) om goede, privacyvriendelijke middelen en voorzieningen te laten erkennen en aan te bieden aan burgers.

Privacy First betreurt dit en hoopt dat uw Kamer hier alsnog positieve veranderingen in zal kunnen bewerkstelligen.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First

Mondelinge toelichting:

Geachte Kamerleden,

Nogmaals dank voor uw uitnodiging om aan deze bijeenkomst deel te nemen. Onze voornaamste punten van kritiek op de huidige Wet digitale overheid hebben wij reeds uiteengezet in onze position paper. Kort gezegd gaat het daarbij voornamelijk om de kwetsbaarheden en privacyrisico’s van het nieuwe eID-stelsel, waaronder de volgende aspecten:

- De centrale i.p.v. decentrale opzet van de infrastructuur. Over het algemeen is een centrale opzet riskanter en onveiliger dan een decentrale architectuur. Een decentrale opzet is ook meer in lijn met moderne privacyvereisten zoals dataminimalisatie en privacy by design. Bovendien leent dit zich minder goed voor grootschalige hacks of heimelijke toegang, massale datalekken en function creep, oftewel sluipende doelverschuiving. Niet voor niets is er de laatste jaren in diverse gevoelige domeinen een ontwikkeling van centrale naar decentrale infrastructuren zichtbaar, bijvoorbeeld op het terrein van biometrie en in de medische wereld. Ook bij een uitermate gevoelig persoonsgegeven als het BSN en allerlei gevoelige transacties tussen burgers, bedrijven en overheden zou dus bij uitstek voor een decentrale opzet gekozen moeten worden. Dat zou ook meer passen bij het idee van informationele zelfbeschikking en de slogan ‘Regie op gegevens’ van het ministerie van Binnenlandse Zaken zelf.

- In dit verband is het een gemiste kans dat het wettelijk kader tot op heden onvoldoende gebaseerd is op een stelsel dat werkt aan de hand van minimale attributen (d.w.z. relevante kenmerken) van personen i.p.v volledige identificatie waarbij veel meer persoonsgegevens worden verwerkt dan strikt noodzakelijk is. Een actueel voorbeeld van een dergelijk privacyvriendelijk alternatief is IRMA (I Reveal My Attributes) dat op 28 januari 2018, de Europese Dag van de Privacy, de allereerste Nederlandse Privacy Award won. Vanuit gemeenten, en wellicht ook andere overheden, lijkt daar ook steeds meer behoefte aan. Waarom wordt dit tot op heden niet wettelijk gefaciliteerd?

- Een ander aspect dat wij in onze position paper abusievelijk onvermeld hadden gelaten, is dat eID-middelen open source dienen te zijn. Dat is immers de meest effectieve manier om onbetrouwbare partijen buiten de deur te houden en de veiligheid en privacy te waarborgen. Open source zou daarom als harde eis toegevoegd moeten worden voor de toelating van eID-middelen.

- Tevens zouden wij hier graag nogmaals willen benadrukken dat het eID-stelsel zoals nu in de Wet digitale overheid beoogd is, per definitie enorme risico’s voor de privacy van burgers teweeg zal brengen, gezien de commerciële aard van nieuwe eID-aanbieders, waaronder techbedrijven met dubieuze businessmodellen en schimmige profileringspraktijken. Deze risico’s lijken in dit wetstraject nog niet te zijn geadresseerd. Dit dient alsnog op democratische en toekomstbestendige wijze te gebeuren op het niveau van de parlementaire wet zelf en niet in lagere, bestuurlijke regelgeving.

Dank voor uw aandacht.

(...)

Tijdens de bijeenkomst werden door de Kamerleden talloze kritische vragen gesteld, zie onderstaand videoverslag. Mede naar aanleiding van deze bijeenkomst is de Eerste Kamer voornemens om de verdere behandeling van de Wet digitale overheid tot na de zomer uit te stellen.

Gepubliceerd in Wetgeving

Aankomende dinsdag 16 juni 2020 staat op de agenda van de Eerste Kamer het aannemen van de ‘Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten’: https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/35179_implementatiewet_registratie . Die wet wijzigt onder andere de Handelsregisterwet 2007. In het Handelsregister van de KvK komt dan informatie over de uiteindelijk belanghebbende (‘ultimate beneficial owners’ / ‘UBO’s) van in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten. Deze informatie wordt dan dus openbaar voor iedereen raadpleegbaar, met alle privacy-risico’s van dien.

Europese richtlijn

Deze wetswijziging vloeit voort uit de Europese vijfde anti-witwasrichtlijn, die lidstaten verplicht persoonsgegevens van UBO’s te registreren en voor het publiek openbaar te maken. Het doel hiervan is het tegengaan van witwassen en terrorismefinanciering. Het voor iedereen inzichtelijk maken van persoonsgegevens van UBO’s, inclusief het belang dat de UBO in de onderneming heeft, draagt volgens de Europese wetgever bij aan dat doel.

Massale privacyschending

Hierbij rijst de vraag of het middel het doel niet voorbijschiet. Het openbaar maken van de persoonsgegevens van UBO’s aan eenieder is een ‘blanket measure’ van preventieve aard. Het is een schending van de privacy die in de optiek van Privacy First niet proportioneel is. Het allergrootste deel van de UBO’s heeft immers niets te maken met witwassen of financiering van terrorisme. Het zou voldoende moeten zijn als de informatie over UBO’s beschikbaar is voor de overheidsdiensten die zich bezig houden met de bestrijding van witwassen en de bestrijding van de financiering van terrorisme. Het gaat te ver om die informatie volledig openbaar te maken.

De European Data Protection Supervisor oordeelde al dat deze privacyschending niet proportioneel is: https://edps.europa.eu/sites/edp/files/publication/17-02-02_opinion_aml_en.pdf . Maar dat oordeel heeft niet geleid tot aanpassing van de Richtlijn.

Juridische stappen

Privacy First overweegt om juridische stappen tegen het UBO-register te nemen wegens schending van het Europees privacyrecht. Zou u (of uw organisatie) graag als mede-eiser aan een dergelijke rechtszaak tegen het UBO-register willen deelnemen of Privacy First hierin financieel willen steunen? Neem dan contact met ons op of wordt donateur!

Gepubliceerd in Wetgeving

Vanmiddag vindt in de Tweede Kamer een belangrijk debat plaats over de invoering van Passenger Name Records (PNR): massale, jarenlange opslag van allerlei gegevens van vliegtuigpassagiers ter veronderstelde bestrijding van misdaad en terrorisme. Privacy First heeft hier grote bezwaren tegen en stuurde eind vorige week onderstaande brief naar de Tweede Kamer. Het Kamerdebat vanmiddag stond eerder geagendeerd op 14 mei 2018, maar werd toen (na een vergelijkbare brief van Privacy First) tot nader order geannuleerd. Na een nieuwe schriftelijke vragenronde vindt het debat nu alsnog plaats. Hieronder volgt de volledige tekst van onze actuele brief:


Geachte Kamerleden,

Maandagmiddag 11 maart as. debatteert u met minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) over de Nederlandse implementatie van de Europese richtlijn inzake Passenger Name Records (PNR). Zowel de Europese PNR-richtlijn als de beoogde Nederlandse implementatiewet zijn in de optiek van Privacy First juridisch onhoudbaar. Hieronder zetten wij dit kort voor u uiteen.

Vakantieregister

In het PNR-wetsvoorstel van de minister zullen talloze gegevens van alle vliegtuigpassagiers met vertrek of aankomst in Nederland 5 jaar lang in een centrale overheidsdatabank bij de nieuwe Passenger Information Unit worden bewaard en gebruikt ter voorkoming, opsporing, onderzoek en vervolging van misdrijven en terrorisme. Gevoelige persoonsgegevens (waaronder naam- en adresgegevens, telefoonnummers, emailadressen, geboortedata, reisdata, ID-documentnummers, bestemmingen, medepassagiers en betaalgegevens) van vele miljoenen passagiers zullen daardoor jarenlang beschikbaar zijn t.b.v. datamining en profiling. In wezen wordt iedere vliegtuigpassagier hierdoor behandeld als potentiële crimineel of terrorist. In 99,99% van de gevallen betreft het echter volstrekt onschuldige burgers, voornamelijk vakantiegangers en zakenreizigers. Dit vormt een flagrante schending van hun recht op privacy en vrijheid van beweging. Vorig jaar heeft Privacy First dit reeds betoogd in de Volkskrant en bij BNR Nieuwsradio. Wegens privacybezwaren bestond er de laatste jaren veel politieke weerstand tegen dergelijke massale PNR-opslag en werd dit sinds 2010 diverse malen verworpen door zowel de Nederlandse Tweede Kamer als het Europees Parlement. In 2015 waren ook de Nederlandse regeringspartijen VVD en PvdA nog mordicus tegen. VVD en PvdA spraken destijds van een "vakantieregister" en dreigden zélf naar het Europees Hof van Justitie te stappen als de Europese PNR-richtlijn zou worden aangenomen. Na de aanslagen in Parijs en Brussel leken veel politieke bezwaren echter als sneeuw voor de zon verdwenen en werd de PNR-richtlijn in 2016 alsnog een feit. Tot op heden is de juridisch vereiste maatschappelijke noodzaak en proportionaliteit van deze richtlijn echter nog steeds niet aangetoond.

Europees Hof

In de zomer van 2017 deed het Europees Hof van Justitie een belangrijke uitspraak over het vergelijkbare PNR-verdrag tussen de EU en Canada. Het Hof verklaarde dit verdrag ongeldig wegens strijd met het recht op privacy. Het Hof stelde hierbij onder meer dat “gegevens van een luchtreiziger na diens vertrek slechts mogen worden bewaard indien op grond van objectieve criteria kan worden aangenomen dat deze luchtreiziger een risico kan vormen in het kader van de strijd tegen terrorisme en ernstige grensoverschrijdende criminaliteit.” (Zie Advies 1/15 (26 juli 2017), par. 207.) Door deze uitspraak staat sindsdien de Europese PNR-richtlijn juridisch op losse schroeven. De Nederlandse regering heeft daarom terechte “zorgen over de toekomstbestendigheid van de PNR-richtlijn” (zie Nota naar aanleiding van verslag, p. 23). Privacy First verwacht dat de huidige PNR-richtlijn binnenkort ter toetsing aan het Europees Hof van Justitie zal worden voorgelegd en onrechtmatig zal worden verklaard. Daarna zal dezelfde situatie ontstaan als enkele jaren geleden bij de Europese telecom-bewaarplicht: zodra deze Europese richtlijn ongeldig is verklaard, zal de Nederlandse implementatiewetgeving in kort geding buiten werking worden gesteld.

Massa surveillance

Het huidige Nederlandse PNR-wetsvoorstel lijkt bij voorbaat onrechtmatig wegens gebrek aan aantoonbare noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit. Het wetsvoorstel komt neer op massa-surveillance van grotendeels onschuldige burgers; reeds in de Tele2-zaak (2016) verklaarde het Europees Hof dit type wetgeving illegaal. Bij de VN Mensenrechtenraad deed Nederland vervolgens de algemene toezegging “to ensure that the collection and maintenance of data for criminal [investigation] purposes does not entail massive surveillance of innocent persons.” Nederland lijkt die belofte nu te verbreken. Bij iedere passagier worden immers talloze volstrekt overbodige data opgeslagen die jarenlang door allerlei Nederlandse, Europese en zelfs niet-Europese overheidsinstanties kunnen worden gebruikt. Bovendien is de effectiviteit van PNR tot op heden nooit aangetoond, aldus ook de minister zelf: “statistische onderbouwing is niet voorhanden” (zie Nota naar aanleiding van verslag, p. 8). Het risico op onterechte verdenkingen en discriminatie (door feilbare algoritmes bij profiling) is bij het voorgestelde PNR-systeem levensgroot, wat tevens de kans op vertragingen en gemiste vluchten bij onschuldige passagiers verhoogt. Tegelijkertijd zullen gezochte personen vaak onder de radar blijven en alternatieve reisroutes kiezen. Verder wordt in het wetsvoorstel met geen woord gerept over de rol en mogelijkheden van geheime diensten, terwijl die onder de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten directe, afgeschermde toegang tot de centrale PNR-databank zullen krijgen. Meest kwalijke aspect aan het Nederlandse PNR-wetsvoorstel is echter dat dit twee stappen verder gaat dan de PNR-richtlijn zelf: Nederland kiest er immers zélf voor om ook de data van passagiers op alle intra-EU vluchten op te slaan. Onder de PNR-richtlijn is dit niet verplicht, en had Nederland dit bovendien kunnen beperken tot louter vooraf geselecteerde (risico)vluchten. Dit zou in lijn geweest zijn met het advies van de meeste experts op dit terrein: targeted i.p.v. mass surveillance, zo gericht mogelijk, oftewel louter gericht op die personen waarop een redelijke verdenking rust, conform de principes van onze democratische rechtsstaat.

Advies Privacy First

Privacy First adviseert u hierbij met klem om het huidige wetsvoorstel te verwerpen en dit desgewenst te vervangen door een privacyvriendelijke versie. Mocht dit ertoe leiden dat Nederland door de Europese Commissie voor het EU Hof van Justitie zal worden gedaagd wegens gebrek aan implementatie van de huidige Europese PNR-richtlijn, dan verwacht Privacy First dat Nederland deze zaak glansrijk zal winnen. Van EU-lidstaten mag immers niet worden verwacht dat zij privacyschendende EU-regels implementeren. Dit geldt eveneens voor de nationale implementatie van relevante resoluties van de VN Veiligheidsraad (in casu UNSC Res. 2396 (2017)) die op gespannen voet staan met internationale mensenrechten. Privacy First heeft in dit verband reeds gewaarschuwd voor misbruik van het Nederlandse (ook voor PNR gebruikte) TRIP-systeem door andere VN-lidstaten. Nederland heeft hierin een eigen grondwettelijke en internationaalrechtelijke verantwoordelijkheid.

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Hoogachtend,

Stichting Privacy First


Update 19 maart 2019: vandaag heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel helaas vrijwel ongewijzigd aangenomen; slechts GroenLinks, SP, PvdD en Denk stemden tegen. Een principiële motie van GroenLinks en SP om een rechtszaak van de Europese Commissie tegen de Nederlandse regering over de Europese PNR-richtlijn uit te lokken werd helaas verworpen. Enig lichtpuntje is de breed aangenomen motie ter juridische herbeoordeling en mogelijke herziening van de PNR-richtlijn op Europees politiek niveau. (Slechts PVV en FvD stemden tegen deze motie.) Volgende halte: Eerste Kamer.

Update 4 juni 2019: ondanks recente herhaling van bovenstaande brief en overige kritische input van Privacy First heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel vandaag helaas aangenomen. Slechts GroenLinks, Partij voor de Dieren en SP stemden tegen. Dit ook ondanks de onlangs in Duitsland (bij het vergelijkbare Duitse PNR-systeem) gebleken enorme foutenpercentages (“false positives”) van maar liefst 99,7%, zie https://www.sueddeutsche.de/digital/fluggastdaten-bka-falschtreffer-1.4419760. In Duitsland en Oostenrijk zijn inmiddels grootschalige rechtszaken gestart om de Europese PNR-richtlijn door het Europees Hof van Justitie onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met het recht op privacy, zie de Duits-Engelse campagnewebsite https://nopnr.eu en https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/15/burgers-in-verzet-tegen-opslaan-passagiersgegevens-a3960431. Zodra het Europees Hof de PNR-richtlijn in deze zaken onrechtmatig verklaart, zal Privacy First de Nederlandse PNR-wet in kort geding buiten werking laten stellen. Tevens heeft Privacy First gisteren Nederlandse PNR-wet geagendeerd bij het VN Mensenrechtencomité in Genève. Op 1-2 juli as. zal de algehele Nederlandse mensenrechtensituatie (inclusief Nederlandse schendingen van het recht op privacy) door dit Comité kritisch onder de loep genomen worden.

Gepubliceerd in Wetgeving
woensdag, 02 januari 2019 14:57

Nieuwjaarscolumn Privacy First

Stand van zaken 

Een Nieuwjaarscolumn schrijven over de stand van zaken met betrekking tot privacy en de bescherming van een ieders persoonlijke levenssfeer valt me dit jaar zwaar. Op enkele lichtpuntjes na is de privacy in Nederland en de rest van de wereld in zeer zwaar weer terecht gekomen. Na de onthullingen van Snowden in 2013 leek de wereld wakker te worden geschud inzake het gebruik en misbruik door geheime diensten van ieders bewegingen op internet en online in het algemeen. Ook het toenemend aantal datalekken, hacks bij overheden en bedrijven zouden tot inkeer leiden dat grootschalige en centrale opslag van data niet de oplossing is. De Arabische lente in 2015 zou een grootschalige verandering brengen door het vrije gebruik van (social) media welke nog niet eerder vertoond was.

De Europese Unie stemde met succes tegen uitwisseling van data en reisbewegingen, bereidde de huidige AVG-wetgeving voor en leek onder aanvoering van het privacy-alerte Duitsland het lichtende alternatief voor de wereld te kunnen worden. Helaas liep het anders. Onder Obama werd Snowden weggezet als verrader, klokkenluiders moesten voortaan harder worden aangepakt, Julian Assange moest onderduiken en het vermoorden van verdachten zonder vorm van proces met drone-aanvallen werd op grote schaal ingevoerd. Buitengerechtelijke executies met collateral damage... terwijl de discussie over waterboarding ging... Dergelijke side-way discussies zijn inmiddels gemeengoed in de politiek alsmede het framen en blamen (vaak op de persoon in plaats van de inhoud) van de gepolariseerde tegenstanders in het debat.

Als wij vanuit Privacy First terugkijken op 2018 zien we een groot aantal gebieden waarin de privacy-afbraak duidelijk zichtbaar is:

Overheid & privacy

Dit jaar is het referendum inzake de Sleepwet gehouden en is vervolgens het referendum direct afgeschaft. In een tijd van ongekende technische mogelijkheden om referenda op velerlei wijze in te zetten in een shared democracy. Ongekend. Met het referendum is verder niets gedaan, de Sleepwet werd gewoon ingevoerd en een belangrijk rapport inzake het functioneren van de AIVD werd achtergehouden door de minister. Dat vindt men anno 2018 niet meer iets om zich druk over te maken en kan zonder consequenties gebeuren. Ook het recente Staatscommissierapport van Remkes zal wellicht in de welbekende la verdwijnen.

Angst voor behoud van positie en de politieke waan van de dag regeert in de incidentgedreven cultuur om geen fouten te maken bij de heren en dames “beroepspolitici”. Het woord zegt het al: eerst je baan of beroep en dan pas de vertegenwoordiging van de burger. Incidenten worden telkens uitvergroot om dwingende en verruimde wetgeving door te drukken. Zonder toetsing aan uitgangspunten zoals noodzaak & doelbinding, subsidiariteit en proportionaliteit. De overheid staat steeds verder van de burger, deze wordt niet vertrouwd maar wordt wel geacht volledig transparant te zijn voor diezelfde overheid. Een overheid die ook telkens weer zaken te verbergen blijkt te hebben voor de burger. Een overheid die vanuit de wetgeving verplicht is privacy te beschermen en zelfs te promoten, maar helaas zelf nog steeds de grootste privacyschender is.

Medische wereld & privacy

In deze hoek was het echt raak in 2018. Middels verschillende gecoördineerde media offensieven worden wij vanuit de EU en in de lidstaten bestookt met de voordelen van het afstaan van ons recht op lichamelijke integriteit en onze menselijkheid. Het delen van biometrische gegevens met de VS gaat onverminderd door. Verder was er de roep om verplichte DNA-databanken vanuit de politie, het verplicht vaccineren, het nut van smart medicijnen met chips en het verder uitfaseren van alternatieve geneeswijzen. Vervolgens de voorzichtige start met genetische tests van verzekeringsmaatschappijen, het steeds verder opheffen van het medisch geheim door zorgverzekeraars, de wet op orgaandonatie en de popularisering van het chippen van mensen (de cyborg als hoogste ideaal in de Silicon Valley propaganda), om maar een aantal zaken te noemen.

Wanneer wordt de burger verplicht gechipt? Alle (huis)dieren in de EU zijn u al voorgegaan. En dan nu weer het Elektronisch Patiëntendossier, eerst afgeschoten in de Eerste Kamer en via een omweg weer terug op de agenda bij de minister met ferme taal. Het wordt gewoon vanuit commerciële belangen door de strot geduwd bij de huisartsen en alternatieven zoals Whitebox worden niet serieus genomen. De invloed van Big Pharma middels lobby in overheidslichamen en zitting in overheidswerkgroepen is sterk voelbaar. In nauwe samenwerking met enkele ICT-bedrijven met hun ideaal van grote en gecentraliseerde netwerken en systemen. Hun kerstbonus en groei over de rug van onze vrijheid en welzijn.

Media & privacy

We kunnen “fakenews” natuurlijk niet overslaan. Belangrijk voor het hebben van privacy is dat je je eigen mening kunt vormen en dat je de mening van anderen respecteert en daarvan kunt leren. Tevens is een onafhankelijke pers aan linker- en rechterzijde van het spectrum essentieel in een democratische rechtsstaat. Deze heeft als taak de gekozen en ongekozen vertegenwoordigers uit de politiek en overheid te controleren op hun functioneren. De journalistiek en pers moet daarom tot in de haarvaten van de samenleving kunnen doordringen, met andere woorden van lokaal nieuws t/m landelijk en globaal nieuws.

Sinds het ontstaan van onze nieuwsgaring is op feiten gebaseerd nieuws al een lastige opgave. Persdienst, PR of propaganda is niet altijd gemakkelijk uit elkaar te houden. Ook in deze tijd van snelle technologische veranderingen met nieuwe mogelijkheden zullen deze weer tegen het licht van de principes van de journalistiek gehouden moeten worden. Daarin niets nieuws. Wat wel nieuw is, is dat de Europese Unie en onze eigen minister denken zich bezig te moeten houden met uitbestede censurering van nieuws via feitelijk bewezen onbetrouwbare, globale social media bedrijven.

Waar Facebook & Google zich in de rechtszaal moeten verantwoorden voor het verspreiden van Nepnieuws en censurering van accounts wordt de controle daarop aan hen uit handen gegeven door onze eigen overheid. De privacyschenders en nepnieuwsverspreiders als hoeders van onze privacy en journalistiek. De wereld op zijn kop. Deze minister en overheid ondergraven de rechtsstaat met deze uitbesteding en dedain voor de zelfdenkende burger. Tijd voor een structurele verandering van onze media vanuit nieuwe technologie zoals blockchain en een door de overheid op te zetten Mediabureau dat alle media subsidieert middels een bijdrage van de burger, op basis van hun bereik en leden. Alle media dus, ook de zogenaamde alternatieve media. In plaats van deze media weg te censureren.

Finance & privacy

Ook op financieel vlak is de uitholling van je privacy steeds meer een feit. Feit is dat de Belastingdienst al in detail het uitgavenpatroon kent van alle bedrijven en burgers. En nu via de nieuwe Sleepwet real-time deze informatie wettelijk gedekt kan doorspelen aan de diensten (de AIVD kijkt met u mee). Daarnaast wordt de introductie van een goedbedoeld initiatief als PSD2 volkomen ondoordacht en privacy-onvriendelijk ingevoerd; aan de basisvoorwaarden inzake het eigenaarschap van de bankdata (van de burger / rekeninghouder) wordt geen invulling gegeven. Simpele principes als selectieve deling van bankgegevens in type betalingspost of per periode zijn niet mogelijk. Ook worden betalingsgegevens van derden die geen toestemming geven meegezonden.

De campagne “cash = crimineel” gaat onverminderd door. Het recht op cash en anoniem betalen verdwijnt, ondanks waarschuwingen van nu ook DNB dat de rol van cash cruciaal is in onze samenleving. Onze opinie in brede zin is reeds eerder in ons publieksdebat over dit thema weergegeven. Een laatste ontwikkeling is verdergaande koppeling middels Big Data en profiling in de incasso- en overheidswereld. Het financieel afsluiten van burgers van het elektronisch geldsysteem als nieuwe vorm van boete in plaats van boetes betalen ligt steeds meer op de loer. In China wordt hier al volop mee geëxperimenteerd en ook binnen Europa gaan er stemmen op in deze richting, vanuit (vermeend) terrorisme. Het zal met andere woorden in de toekomst steeds lastiger worden je stem te verheffen en je te organiseren tegen machtsmisbruik van overheden en bedrijven: met 1 druk op de knop kun je niet meer pinnen, reizen of enige online handeling verrichten en ben je als elektronische paria verbannen uit de maatschappij.

Openbare ruimte & privacy

In 2018 is de privacy in de openbare ruimte steeds verder bergafwaarts gegaan. Waar Nederland te klein was 20 jaar geleden met de ID-plicht zijn alle overheden en gemeenten in Europa momenteel bezig met zogenaamde “smart” city concepten. Als je vervolgens vraagt wat de voordelen en het nut hiervan zijn anders dan dat de burger permanent in het vizier komt, wordt er vaag wat over verkeersproblematiek geroepen en dat de killer-applicaties pas zichtbaar worden als het netwerk van beacons er ligt. Er is met andere woorden geen enkel hard cijfer te geven inzake de noodzaak, subsidiariteit en proportionaliteit en al zeker niet afgezet tegen basale burgerrechten als privacy.

Om een greep te noemen:

  • ANPR wetgeving per 1 januari 2019 (alle vervoersbewegingen op de openbare weg 4 weken in een centrale politiedatabank)
  • Reis- en verblijfsdatabase van alle vervoersbewegingen van Europese burgers en kilometerheffing per 2023
  • Noodchips verplicht in elk voertuig met 2-weg communicatievoorbereiding (afluister- en volgapparatuur in de volksmond) per 1 januari 2019
  • Camera’s & 2-weg communicatie in de openbare ruimte, onder andere ingebouwd in straatlantaarns via invoering “Smart City”
  • Besluit tot extra camera’s in het openbaar vervoer per 2019
  • Invoering Smart City en invoering van unlimited “beacons” (klinkt zoveel beter dan elektronische concentratiekamp-palen)
  • Het koppelen van alle verkeerscentrales en meldkamers (ook beveiligingsbedrijven voor privé).

De burger wordt permanent gecontroleerd en in de gaten gehouden door onzichtbare en onbekende ogen.

Privédomein & privacy

Dat overheid en bedrijven graag een kijkje achter de voordeur willen nemen weten we al lang, maar de mate waarmee dit afgelopen jaar werd gepromoot is buiten elke proportie. Om te beginnen met de energiebedrijven, welke verplicht “slimme meters” door de strot van burgers duwen. Via een “afspraak voor het plaatsen van een slimme meter” waar je niet om gevraagd hebt is het vrijwel onmogelijk om uit de handen van de paarse krokodil te blijven. Na meerdere afzeggingen van mijn kant en telefoontjes naar Nuon bleven ze gewoon doorduwen. Ik heb er nog steeds geen en daar zal het ook bij blijven.

Dit jaar was wederom het jaar van Silicon Valley, waar enkele ongekozen dictatoriale bestuurders met de macht van landen, hun utopieën aan de burger willen wegzetten als trendy en modern. Zelfrijdende auto’s halen de autonomie en plezier van de burger weg (op miljoenen verkeersbewegingen per dag is het aantal ongelukken zeer klein) terwijl ieder kind al kan zien dat een mengvorm de enige optie is. Uitermate enge 1984 implementaties zijn de zogenaamde Smart Speakers van deze social media bedrijven. Ook de speelgoed wereld duikt met Smart Toys in deze enorme behoefte die we allemaal schijnen te hebben. Wat deze ontwikkeling gaat betekenen voor onze privacy laat zich raden. Manipulatie en afpersing middels zaken uit het privéleven zullen sterk toenemen, in combinatie met gemanipuleerde feiten en beelden.

Kinderen & privacy

Kinderen hebben de toekomst en bovenstaande zaken beloven niet veel goeds voor onze kinderen en jeugd. Schermverslaving neemt sterk toe en opgevoed in propaganda en nepnieuws zou er veel meer aandacht aan het vormen van een eigen mening en eigen verantwoordelijkheid gegeven moeten worden. In het onderwijs worden gedachteloos centrale leerlingvolgsystemen ingevoerd, informatie uitgewisseld met ouders en staat het digibord en Ipad tegenwoordig centraal. Het eerste wat kinderen dagelijks zien is een scherm met Google erop... Big Brother.

De online afhankelijkheid van social media en internet leidt tot impulsgedreven, “waan van de dag” kinderen, los van enig historisch besef of onderliggende verbanden. Ook op universiteiten wordt steeds eenzijdiger gedacht en worden niet lekker liggende meningen geëxcommuniceerd. Oorzaken van problemen worden niet bestudeerd, het boek niet gelezen, maar wel een mening erover. Schreeuwen vanuit de geldende zelfcensuur, anders lig je niet lekker in de eigen groep. Hetzelfde patroon zie je in de huidige politieke meningsvorming inzake diverse onderwerpen waar een op feiten gebaseerde discussie niet meer mogelijk is. En waar de mening van de burger als irrelevant wordt gezien. Essentieel voor de ontwikkeling van een gezonde democratie is goed onderwijs met name gericht op eigen meningsvorming en een kritische en zelfreflecterende geest in plaats van volgend robotdenken.

Enkele positieve zaken?

Het is erg lastig aan te geven waar nu de positieve ontwikkelingen op het vlak van privacy liggen. Feit is dat door de invoering van de AVG met bijbehorende potentiële boetes privacy meer in het vizier van bedrijven en burgers is gekomen dan de onthullingen van Snowden. Het gevaar van de AVG daarentegen is dat het privacy beperkt tot databescherming en administratieve rompslomp.

Een andere positieve ontwikkeling is dat we steeds meer initiatieven zien (weliswaar nog kleinschalig) waar bedrijven en overheden privacybescherming als zakelijke of PR-kans zien, getuige ook het aantal inschrijvingen voor de Nederlandse Privacy Awards 2019. Thema’s die hierin terugkomen zijn tools voor anonieme communicatie (mail, search, browser), mogelijke alternatieven voor sociale netwerken (berichtendiensten à la Whatsapp, Facebook, Instagram en Twitter) op basis van abonnementen en blockchain en “privacy by design” projecten bij grote organisaties en bedrijven.

Privacy First heeft enkele top advocaten pro deo aan zich gebonden die bereid zijn op te treden in onze rechtszaken. Wat we daarbij wel zien is dat de rechterlijke macht het lastig vindt om buiten de gebaande paden vooruitstrevende uitspraken te doen in de verschillende rechtszaken, zoals kentekenparkeren, trajectcontrole, ANPR, Sleepwet etc. Privacy First wordt al jaren zwaar ondergefinancierd en veel van onze sympathisanten vinden het onderwerp toch ook een beetje eng, waardoor men ons wel moreel steunt maar niet durft te doneren. Je loopt toch in de kijker als je je bezighoudt met zaken als privacy. Zo erg is het dus al, angst en zelfcensuur... twee slechte raadgevers! Hoog tijd voor een overheid die serieus met privacy aan de slag gaat.

Staatkundige vernieuwing moet urgent op de agenda

Privacy First is groot voorstander van staatkundige vernieuwing (zie onze eerdere Nieuwjaarscolumn in 2017 inzake “shared democracy”), uitgaande van de principes van de democratische rechtsstaat en de universele verklaring van de rechten van de mens van de VN. Onze democratie is pas 150 jaar oud en moet aangepast worden aan deze tijd en daarmee moet de inrichting van de EU en lidstaten structureel veranderen. Met daarin een centrale en actieve rol voor de burger. Overheden moeten technologische ontwikkelingen centraal stellen in uitvoering en beleid ter versterking van de democratie en daarmee een antwoord formuleren op de centralisatie van de daarmee gepaarde macht bij grote multinationals en overheidsdiensten.

Privacy First stelt dat het opzetten van een ministerie van Technologie na industrie en landbouw de hoogste prioriteit geniet om bij te blijven bij de razendsnelle ontwikkelingen en hier adequaat beleid op te kunnen voeren. Vanuit een onafhankelijke rol en toetsing aan het EVRM en de Grondwet in de lidstaten. Zonder slachtoffer te worden van de toenemende lobby in deze sector. Het wordt tijd voor een minister van ICT & Privacy, die alle ontwikkelingen integraal volgt en optreedt met voldoende bevoegdheden, in combinatie met een Constitutioneel Hof ter toetsing van de kernwaarden van onze democratische samenleving en Grondwet.

De burger moet gefaciliteerd worden in privacybescherming en privacyvriendelijke alternatieven voor de huidige diensten van de techbedrijven. Privacy First heeft al een aantal tips voor 2019 voor de gewone burger:

  • Let op zogenaamde “Smart” initiatieven op basis van Big data & Profiling; ver van weg blijven!
  • Let op Cash = crimineel campagne; blijf minimaal 50% van alle uitgaven anoniem en in cash betalen!
  • Let op je communicatie via onder andere Google, Apple, Facebook en Microsoft. Zoek of ontwikkel nieuwe platformen, gebaseerd op Quantum AI encryptie en gebruik alternatieve (TOR) netwerken en zoekmachines
  • Let op je medische gegevens en lichamelijke integriteit. Gebruik je recht om geen medische informatie te laten uitwisselen anders dan met Whitebox-achtige initiatieven
  • Let op je recht om anoniem te kunnen zijn thuis en in de openbare ruimte. Voer campagne tegen kilometerheffing, chips in je kentekenplaat, ANPR en kentekenparkeren
  • Let op je juridische rechten om zelf rechtszaken te voeren bijvoorbeeld tegen persoonlijke afvalpassen, camera’s etc
  • Let op “slimme” meters, speakers, speelgoed en andere “slimme” zaken in je huis welke aangesloten zijn op internet. Koop alleen “privacy by design” oplossingen met “privacy enhanced” technologie!

Zomaar wat tips. Nederland en Europa als Privacy gidsland in de wereld, met baanbrekende initiatieven en oplossingen voor huidige schijnbare tegenstellingen inzake privacy en veiligheid, dat is het streven van Privacy First. We zijn er echter nog ver vandaan en raken steeds meer uit koers. Mede omdat een integrale visie op onze maatschappij en democratie 3.0 ontbreekt. Dus dobberen we stuurloos verder, stapje voor stapje in de manipulatiemachine van grote bedrijven en eigenbelang bij overheden. We hebben nog vele gele hesjes nodig voordat er iets verandert. Privacy First wil graag bijdragen aan het vormen en uitdragen van een integrale, positieve toekomstvisie. Vanuit de principes van onze samenleving en de verhoging van onze vrijheid in gebondenheid. We zullen het samen moeten doen. Steun Privacy First actief met een gulle donatie voor je eigen vrijheid en die van je kinderen in 2019!

Op een open en vrije samenleving! Ik wens iedereen veel privacy in 2019 en verder!


Bas Filippini,
voorzitter Privacy First

Gepubliceerd in Columns

De laatste maanden heerst er een collectieve campagne in de media en politiek inzake het torpederen van het zelfbeschikkingsrecht over je eigen lichaam en het recht op lichamelijke integriteit. Deze grondwettelijke rechten zijn echter onderdeel van het recht op privacy en vormen daarmee de basis van onze democratische rechtsstaat.

Eerst de wettelijke donorplicht, de lopende discussie inzake verplicht vaccineren en dan nu weer de verplichte DNA-database. Ik heb hier middels mijn columns al in een vroeg stadium onze opinie over gegeven, vanuit de principes van onze rechtsstaat waar Privacy First voor staat. Voor sommigen lijkt de roep om dwang en verplichting wellicht legitiem; het gaat immers om ogenschijnlijk legitieme doelen vanuit sterk uitvergrote incidenten. Maar juist daarvoor geldt dat uitzonderingen de regel bevestigen. En dat er slechts in uitzonderlijke gevallen tijdelijk een uitzondering gemaakt kan worden op de regel van lichamelijke integriteit, en dan louter vanuit vrijwilligheid en vertrouwen. Met andere woorden: het vrijwillig afstaan van organen, DNA en deelname aan vaccinatieprogramma's, met daarin individuele keuzevrijheid in de uitvoering.

Wij zien de huidige tendens van verdere inmenging van overheden in de persoonlijke levenssfeer niet losstaand van vele andere (technologische) ontwikkelingen en de daaraan gerelateerde function creep: het steeds verder oprekken van de mogelijkheden binnen het initieel gecreëerde kader of wetgeving. Die oprekking wordt vervolgens zonder toetsing aan fundamentele rechtsprincipes ongemerkt in onze wetgeving en samenleving doorgevoerd. Vanuit incidentgedreven waan-van-de-dag-politiek kunnen emotionele keuzes voortkomen die haaks staan op het menszijn op langere termijn. Denk bijvoorbeeld aan het steeds verder verplichten van orgaandonatie. Middels verplichte vaccinatie met nieuwe technologie van (bio)chips zou een bevolking verplicht gechipt kunnen worden. En tot slot kan een verplichte DNA-databank leiden tot tal van discriminerende maatregelen vanuit DNA-profiling.

Dit zijn zomaar enkele scenario’s waar we in versneld tempo doorheen zouden kunnen worden geduwd door overheden en industriële belangen. Opvallend zijn telkens de Orwelliaanse omgekeerde redeneringen vanuit de promotors:

  • Iedere burger is een potentiële verdachte. De overheid is er niet voor de burger, maar andersom. Op naar permanente en volledige controle van die burger zonder enige vorm van verschoningsrecht.
  • Wantrouwen in plaats van vertrouwen. Vanuit het principe “de uitzondering wordt de regel” in plaats van de uitzondering bevestigt de regel.
  • Burgergegevens zijn van de overheid. Massale centralisatie van gegevens in plaats van decentrale en kleinschalig georganiseerde gegevensopslag. Met andere woorden het centraal toe-eigenen van persoonlijke data door overheden met daarin onduidelijke of slecht geregelde uitvoering in controle, het doorgeven van data aan andere overheidsdiensten en geen eigen regie en eigenaarschap bij de burger.
  • Loslaten van menselijke principes. Door gebrekkige uitvoering en handhaving in de praktijk worden de uitzonderingen sterk uitvergroot in de media en vindt de discussie telkens plaats in de volgende omgekeerde volgorde: technologische mogelijkheden --> uitvoering --> aanpassing van wetgeving. Oftewel “omdenken”.

Dit in plaats van eerst na te denken over waar de handhaving en uitvoering verkeerd gaat, wat de principes zijn die gehandhaafd moeten worden en hoe de uitvoering te gaan regelen, waarbij de implicaties van toekomstige technologische ontwikkelingen in beeld worden gebracht.

Eeuwenlang hebben grote filosofen en rechtsgeleerden nagedacht over het inrichten van onze menselijke samenleving en zijn de daarbij behorende principes en uitgangspunten ontwikkeld. Gaan wij dit nu in een paar jaar laten afbreken vanwege enkele grote PR-campagnes vanuit het bedrijfsleven, de interviews en columns in enkele media en nieuwe technologische mogelijkheden? Met mogelijkheden die alle menselijke waardigheid ondergraven indien verkeerd toegepast? Het gaat hier om een de-humaniseringstrend op grote schaal. En men staat erbij en kijkt ernaar. Het verkwanselen van principes is blijkbaar het mantra van deze eeuw?

Privacy First gaat uit van principes, in eerste instantie de basisprincipes van het menszijn, vanuit het respect voor elkaar en de onderlinge verschillen waarvan we kunnen leren. Vanuit vertrouwen. Keuzes uit angst zijn veelal verkeerde keuzes. Wat in het klein geldt, geldt in het groot net zo. Wij gaan uit van de menselijke maat en eigen keuzes in een vrije omgeving. En natuurlijk technologie en mogelijkheden om de mens te ondersteunen. Je kunt tenslotte met een mes iemand doodsteken of er een boterham mee smeren, oftewel technologie positief inzetten.

In alle gevallen is het uitgangspunt van liefde en vertrouwen leidend, dit zijn de basis-menselijke eigenschappen. Dus goede en eerlijke voorlichting, onderbouwd door controleerbare feiten, het serieus nemen (vertrouwen) van de burger en onafhankelijk optreden van de belangen van het bedrijfsleven zijn cruciaal in het oplossen van sociaal-maatschappelijke vraagstukken. Het framen en belachelijk maken van andersdenkenden, het op de persoon spelen en het verplichtingscircus zeker niet. Dit leidt immers tot zelfcensuur, het ondergronds gaan van andersdenkenden en het uitsluiten van groepen in onze samenleving.

Voor een vrije samenleving!

Bas Filippini,
voorzitter Privacy First

Gepubliceerd in Columns

Vanmiddag vindt in de Tweede Kamer een belangrijk debat plaats over de invoering van Passenger Name Records (PNR): massale, jarenlange opslag van allerlei gegevens van vliegtuigpassagiers ter bestrijding van misdaad en terrorisme. Privacy First heeft hier grote bezwaren tegen en stuurde dit weekend onderstaande brief naar de Tweede Kamer. Beluister tevens het interview hierover met Privacy First vanochtend op BNR Nieuwsradio:

  (bron: BNR)

Update 14 mei 2018, 10.15u: zojuist is het Kamerdebat geannuleerd en "tot nader order uitgesteld".  

 

Geachte Kamerleden,

Deze maandagmiddag debatteert u met minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) over de Nederlandse implementatie van de Europese richtlijn inzake Passenger Name Records (PNR). Zowel de Europese PNR-richtlijn als de beoogde Nederlandse implementatiewet zijn in de optiek van Privacy First juridisch onhoudbaar. Hieronder zetten wij dit kort voor u uiteen.

Vakantieregister

In het PNR-wetsvoorstel van de minister zullen talloze gegevens van alle vliegtuigpassagiers met vertrek of aankomst in Nederland 5 jaar lang in een centrale overheidsdatabank bij de nieuwe Passenger Information Unit worden bewaard en gebruikt ter voorkoming, opsporing, onderzoek en vervolging van misdrijven en terrorisme. Gevoelige persoonsgegevens (waaronder naam- en adresgegevens, telefoonnummers, emailadressen, geboortedata, reisdata, ID-documentnummers, bestemmingen, medepassagiers en betaalgegevens) van vele miljoenen passagiers zullen daardoor jarenlang beschikbaar zijn t.b.v. datamining en profiling. In wezen wordt iedere vliegtuigpassagier hierdoor behandeld als potentiële crimineel of terrorist. In 99,99% van de gevallen betreft het echter volstrekt onschuldige burgers, voornamelijk vakantiegangers en zakenreizigers. Dit vormt een flagrante schending van hun recht op privacy en vrijheid van beweging. Onlangs heeft Privacy First dit ook in de Volkskrant betoogd. Wegens privacybezwaren bestond er de laatste jaren veel politieke weerstand tegen dergelijke massale PNR-opslag en werd dit sinds 2010 diverse malen verworpen door zowel de Nederlandse Tweede Kamer als het Europees Parlement. In 2015 waren ook de Nederlandse regeringspartijen VVD en PvdA nog mordicus tegen. VVD en PvdA spraken destijds van een "vakantieregister" en dreigden zélf naar het Europees Hof van Justitie te stappen als de Europese PNR-richtlijn zou worden aangenomen. Na de recente aanslagen in Parijs en Brussel leken veel politieke bezwaren echter als sneeuw voor de zon verdwenen en werd de PNR-richtlijn in 2016 alsnog een feit. Tot op heden is de juridisch vereiste maatschappelijke noodzaak en proportionaliteit van deze richtlijn echter nog steeds niet aangetoond.

Europees Hof

In de zomer van 2017 deed het Europees Hof van Justitie een belangrijke uitspraak over het vergelijkbare PNR-verdrag tussen de EU en Canada. Het Hof verklaarde dit verdrag ongeldig wegens strijd met het recht op privacy. Het Hof stelde hierbij onder meer dat “gegevens van een luchtreiziger na diens vertrek slechts mogen worden bewaard indien op grond van objectieve criteria kan worden aangenomen dat deze luchtreiziger een risico kan vormen in het kader van de strijd tegen terrorisme en ernstige grensoverschrijdende criminaliteit.” (Zie Advies 1/15 (26 juli 2017), par. 207.) Door deze uitspraak staat sindsdien de Europese PNR-richtlijn juridisch op losse schroeven. De Nederlandse regering heeft daarom terechte “zorgen over de toekomstbestendigheid van de PNR-richtlijn” (zie recente Nota naar aanleiding van verslag, p. 23). Privacy First verwacht dat de huidige PNR-richtlijn binnenkort ter toetsing aan het Europees Hof van Justitie zal worden voorgelegd en onrechtmatig zal worden verklaard. Daarna zal dezelfde situatie ontstaan als enkele jaren geleden bij de Europese telecom-bewaarplicht: zodra deze Europese richtlijn ongeldig is verklaard, zal de Nederlandse implementatiewetgeving in kort geding buiten werking worden gesteld.

Massa surveillance

Het huidige Nederlandse PNR-wetsvoorstel lijkt bij voorbaat onrechtmatig wegens gebrek aan aantoonbare noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit. Het wetsvoorstel komt neer op massa-surveillance van grotendeels onschuldige burgers; reeds in de Tele2-zaak (2016) verklaarde het Europees Hof dit type wetgeving illegaal. Bij de VN Mensenrechtenraad deed Nederland in dit verband vorig jaar de algemene toezegging “to ensure that the collection and maintenance of data for criminal [investigation] purposes does not entail massive surveillance of innocent persons. Nederland lijkt die belofte nu te verbreken. Bij iedere passagier worden immers talloze volstrekt overbodige data opgeslagen die jarenlang door allerlei Nederlandse, Europese en zelfs niet-Europese overheidsinstanties kunnen worden gebruikt. Bovendien is de effectiviteit van PNR tot op heden nooit aangetoond, aldus ook de minister zelf: “statistische onderbouwing is niet voorhanden” (zie Nota naar aanleiding van verslag, p. 8). Het risico op onterechte verdenkingen en discriminatie (door feilbare algoritmes bij profiling) is bij het voorgestelde PNR-systeem levensgroot, wat tevens de kans op vertragingen en gemiste vluchten bij onschuldige passagiers verhoogt. Tegelijkertijd zullen gezochte personen vaak onder de radar blijven en alternatieve reisroutes kiezen. Verder wordt in het wetsvoorstel met geen woord gerept over de rol en mogelijkheden van geheime diensten, terwijl die onder de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten directe, afgeschermde toegang tot de centrale PNR-databank zullen kunnen krijgen. Meest kwalijke aspect aan het Nederlandse PNR-wetsvoorstel is echter dat dit nog twee stappen verder gaat dan de PNR-richtlijn zelf: Nederland kiest er immers zélf voor om ook de data van passagiers op alle intra-EU vluchten op te slaan. Onder de PNR-richtlijn is dit echter niet verplicht, en had Nederland dit bovendien kunnen beperken tot louter vooraf geselecteerde (risico)vluchten. Dit zou in lijn geweest zijn met het advies van de meeste experts op dit terrein: targeted i.p.v. mass surveillance, zo gericht mogelijk, oftewel louter gericht op die personen waarop een redelijke verdenking rust, conform de principes van onze democratische rechtsstaat.

Advies Privacy First

Privacy First adviseert u hierbij met klem om het huidige wetsvoorstel te verwerpen en dit desgewenst te vervangen door een privacyvriendelijke versie. Mocht dit ertoe leiden dat Nederland door de Europese Commissie voor het EU Hof van Justitie zal worden gedaagd wegens gebrek aan implementatie van de huidige Europese PNR-richtlijn, dan verwacht Privacy First dat Nederland deze zaak glansrijk zal winnen. Van EU-lidstaten mag immers niet worden verwacht dat zij privacyschendende EU-regels implementeren. Nederland heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid.

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Hoogachtend,

Stichting Privacy First

Gepubliceerd in Wetgeving

"Als het aan de Tweede Kamer ligt, kunnen de vluchtgegevens van alle Nederlanders binnenkort voor vijf jaar worden opgeslagen in een overheidsdatabase.

Woensdag debatteert de Kamer over het wetsvoorstel dat dit mogelijk maakt. De Kamer is in ruime meerderheid voor, maar tegenstanders waarschuwen voor ‘ernstige en disproportionele’ schending van de privacy van burgers.

De nieuwe wet verplicht luchtvaartmaatschappijen de gegevens van alle passagiers standaard aan te leveren. Daardoor ontstaat er een database waarin passagiersgegevens maximaal vijf jaar mogen worden bewaard. Minister Grapperhaus van Justitie is verplicht de wet in Nederland uit te voeren, op basis van een Europese richtlijn die in 2016 werd aangenomen in het Europees Parlement.

(...)

Volgens Vincent Böhre van belangenorganisatie Privacy First is de wet verre van proportioneel. Hij wijst erop dat veruit de meeste vliegende reizigers op vakantievluchten zitten. ‘Voor minder dan 1 procent van de passagiers maak je 100 procent collectief verdacht.’ Böhre hekelt daarnaast de enorme hoeveelheid informatie die in de database zal worden opgeslagen. ‘Reisinformatie zegt ontzettend veel over wie je bent en wat je doet. Je kunt een heel profiel van mensen maken aan de hand van hun bewegingen. Het is een grote inbreuk op de privacy.’

Gerrit-Jan Zwenne, hoogleraar recht en informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden, denkt dat de wet veel problemen met zich mee kan brengen. (...) De hoogleraar benadrukt dat de wet ook in strijd kan zijn met eerdere uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie. ‘Vergelijkbare wetten zijn door het hof al eerder geannuleerd.’ Het is volgens hem denkbaar dat hetzelfde gebeurt met deze wet. De wet zou dan over een paar jaar alweer aangepast moeten worden. (...)

Wat zeggen je reisgegevens over jou? ‘Meer dan je zou denken’, zegt Vincent Böhre van Privacy First. ‘Je wilt in ieder geval niet dat ze in verkeerde handen vallen.’ Drie voorbeelden:

Iemand thuis?

De database bestaat uit vertrek- en terugkomstinformatie van miljoenen mensen. Er staat dus in wanneer mensen van huis weg zijn. Böhre: ‘Dat is behoorlijk gevaarlijk. Je kunt eruit afleiden wanneer iemands huis verlaten is. Dat is hele nuttige data voor criminelen. Omdat nu alle data van miljoenen mensen elektronisch wordt opgeslagen levert dat een risico op hacks op. Dat is een risico dat iedereen aangaat.’

Intieme informatie

In het register wordt ook opgeslagen met wie iedereen reist. Er staat ook in naast wie je op de stoel zit. Böhre: ‘Daaruit kun je de relaties tussen mensen afleiden. En dat breekt in op je privacy. Mensen kunnen allerlei redenen hebben om hun relaties verborgen te willen houden. Het kunnen geheime relaties zijn waarmee mensen zelfs gechanteerd kunnen worden. Het zijn heel gevoelige data. Je hele sociale leven kan in die data verstopt zitten.’

Medische redenen

De meeste mensen reizen met het vliegtuig om vervolgens langere tijd ergens te verblijven. Uitzonderingen daarop kunnen opvallen in de data. Böhre: ‘Mensen die naar een ongewoon land gaan voor een korte periode, reizen vaak voor een medische ingreep. Medische informatie behoort tot de meest gevoelige. Zulke informatie wil je privé houden, de mogelijkheid dat het nu in een grote database komt waarin allerlei patronen te ontdekken zijn, brengt dat in gevaar.’"

Bron: Volkskrant 25 april 2018, pp. 6-7. Lees hier het volledige artikel: https://beta.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/mag-de-overheid-straks-uw-reisgegevens-voor-vijf-jaar-bewaren-~b0f514e2/.

Gepubliceerd in Wetgeving

"De Staat moet zo snel mogelijk stoppen met het verstrekken van persoonsgegevens aan kerken. Die oproep doet Privacy First aan het kabinet.

Nu krijgen kerken automatisch de persoonsgegevens doorgespeeld van meer dan vijf miljoen Nederlanders die ooit zijn ingeschreven bij een kerk. Wie verhuist, krijgt daardoor op het nieuwe adres meteen een brief van de kerk in de buurt – vaak met aangehechte acceptgiro.

,,Deze situatie is ongewenst en kan niet meer door de beugel”, zegt directeur Vincent Böhre van Privacy First. ,,Het kabinet wil dat burgers meer de regie houden over hun persoonsgegevens. Dat betekent volgens ons ook dat je zelf toestemming moet geven voor het delen van je gegevens met kerkelijke instellingen.”

In 2016 steunde de hele Tweede Kamer – met uitzondering van de christelijke partijen – een motie van D66 om persoonsgegevens niet langer automatisch te delen met kerken. Oud-minister Plasterk van Binnenlandse Zaken besloot om dat uiterlijk begin 2018 te regelen.

Overgang

Maar het nieuwe kabinet heeft dat besluit teruggedraaid. Onder druk van coalitiepartijen CDA en ChristenUnie is in het regeerakkoord afgesproken dat voor kerkelijke organisaties ‘een overgangsregeling’ gaat gelden. In de praktijk betekent dit dat er voorlopig niets verandert. ,,De vormgeving van de overgangsregeling is nog onderwerp van overleg”, zegt een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Volgens Privacy First moet de regeling zo snel mogelijk worden beëindigd, omdat vanaf 25 mei strengere Europese privacywetgeving in werking treedt. ,,Het huidige gedoogbeleid voor kerken kan echt niet meer”, zegt Böhre. ,,Het bijhouden van een administratie voor religieuze groeperingen is geen taak van de overheid.”

Database

Wijzigingen in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) worden nu automatisch doorgegeven aan kerken. Dat gebeurt niet alleen bij een verhuizing: ook bij trouwen, scheiden, geboorte en overlijden. De kerkelijke database – SILA – bevat de persoonsgegevens van ruim vijf miljoen Nederlanders. Wie geen post meer van de kerk wenst te ontvangen, moet zichzelf uitschrijven.

In 2016 was de VVD in de Tweede Kamer fel tegen het delen van de persoonsgegevens met kerken. De partij vergeleek de gegevensuitwisseling met de situatie waarbij de Turkse regering adressen van Turkse Nederlanders kreeg om ze vervolgens een stemadvies te sturen."


Bron: Algemeen Dagblad 16 april 2018, p. 6 en https://www.ad.nl/politiek/kabinet-stop-delen-persoonsgegevens-met-kerk~ae2f6d72/.

Gepubliceerd in Wetgeving

Een groep maatschappelijke organisaties dagvaardt vandaag de Nederlandse staat om het Systeem Risico Indicatie, kortweg SyRI. Volgens de eisers is het risicoprofileringssysteem een ‘black box’ die een risico vormt voor de democratische rechtsstaat en moet de toepassing hiervan worden gestopt.

De coalitie van eisers bestaat uit het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Stichting Privacy First, Stichting KDVP, de Stichting Platform Bescherming Burgerrechten en de Landelijke Cliëntenraad (LCR). Auteurs Tommy Wieringa en Maxim Februari hebben zich op persoonlijke titel als eisers aangesloten. Als ambassadeurs van de rechtszaak spraken zij zich reeds meerdere malen fel uit tegen SyRI.

De procedure wordt behandeld door Deikwijs Advocaten en is opgezet door het Public Interest Litigation Project (PILP) van het NJCM.

Sleepnetacties met geheime algoritmes op onverdachte burgers

SyRI koppelt op grote schaal persoonsgegevens van onverdachte burgers uit databanken van overheden en bedrijven. Een geheim algoritme voorspelt vervolgens of ze een risico vormen om één van de vele wetten die het systeem beslaat te overtreden. Leidt de analyse van SyRI tot een risicomelding, dan wordt een burger opgenomen in het zogeheten Register Risicomeldingen, dat inzichtelijk is voor een groot aantal overheidsinstanties.

SyRI is een ‘black box’ die grote risico’s bevat voor de democratische rechtsstaat. Het is voor een burger die zonder enkele aanleiding door SyRI kan worden doorgelicht, volstrekt onduidelijk welke gegevens daarvoor worden gebruikt, welke analyses daarmee worden uitgevoerd en wat hem of haar al dan niet tot risico maakt. Bovendien is de burger door de heimelijke werking van SyRI ook niet in staat om een onjuiste risicomelding te weerleggen.

Volgens de coalitie schendt SyRI meerdere fundamentele rechten en wordt de vertrouwensrelatie tussen de overheid en haar burgers door het systeem ondermijnd. Burgers zijn bij voorbaat verdacht en vrijwel alle informatie die ze delen met de overheid kan zonder verdachtmaking of concrete aanleiding op heimelijke wijze tegen hen worden gebruikt.

Ministerie weigert transparantie over werkwijze

Ondanks fundamentele bezwaren van de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens over de rechtmatigheid van het systeem, werd de wetgeving voor SyRI eind 2014 als hamerstuk aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. SyRI wordt echter al ingezet sinds 2008. Sindsdien zijn er tientallen onderzoeken uitgevoerd waarbij gehele wijken in verschillende Nederlandse steden door SyRI zijn doorgelicht. Sinds de wettelijke vastlegging werd het systeem in Eindhoven en Capelle aan den IJssel ingezet. Onlangs is aangekondigd dat SyRI zal worden toegepast in de wijken Rotterdam Bloemhof en Hillesluis en Haarlem Schalkwijk.

Een Wob-verzoek leverde nauwelijks informatie op over de tientallen SyRI-onderzoeken die zowel voor als na de wettelijke vastlegging in 2014 zijn uitgevoerd. Door inzage te geven in de gebruikte gegevens en risicomodellen zouden calculerende burgers weten waarop ze moeten letten wanneer zij fraude plegen, zo luidt de reden van het Ministerie van Sociale Zaken om geen openheid van zaken te geven. Volgens de eisers is dit in strijd met onder meer de informatieplicht en het recht op een eerlijk proces.

Meer informatie

Rondom de rechtszaak is de voorlichtingscampagne ‘Bij Voorbaat Verdacht’ gestart. Op de campagnewebsite www.bijvoorbaatverdacht.nl worden updates over de rechtszaak geplaatst en zal een publiekssamenvatting van de dagvaarding verschijnen. De volledige dagvaarding is te raadplegen op de website van Deikwijs Advocaten www.deikwijs.nl (pdf). 

Update 16 oktober 2018: de rechtbank Den Haag heeft FNV toegelaten als mede-eiser in de rechtszaak.

Update 23 april 2019: de rechtszitting zal plaatsvinden op 29 oktober 2019 bij de rechtbank Den Haag. Iedereen is van harte welkom om de zaak bij te wonen! 

Gepubliceerd in Rechtszaken
Pagina 1 van 7

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon