donatieknop english
vrijdag, 08 december 2017 14:27

Hoge Raad stuurt aan op privacy by design

Sinds 2013 voerde de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen een fundamentele rechtszaak tegen de private opvolger van het Elektronisch Patiëntendossier: het Landelijk Schakelpunt (LSP). Eind vorige week besloot de Hoge Raad dat het LSP vooralsnog niet in strijd is met het huidige privacyrecht. In het oordeel van de Hoge Raad ligt echter de opdracht besloten dat het LSP snel zal moeten gaan voldoen aan het wettelijke vereiste van 'privacy by design'. Dit vormt een belangrijk precedent en legt de lat voor de toekomst hoog.

Private doorstart EPD: Landelijk Schakelpunt

In april 2011 werd het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) door de Eerste Kamer unaniem verworpen, voornamelijk wegens privacybezwaren. Door diverse marktpartijen (waaronder zorgverzekeraars) werd vervolgens echter vrijwel ditzelfde EPD in private vorm doorgestart als Landelijk Schakelpunt (LSP) voor grootschalige, centrale uitwisseling van medische gegevens. Het LSP is sindsdien nationaal ‘uitgerold’: veel huisartsen zijn inmiddels (onder druk van zorgverzekeraars) op het LSP aangesloten. Ook hebben miljoenen Nederlanders inmiddels ‘toestemming’ gegeven voor uitwisseling van hun medische gegevens via het LSP. Probleem met deze ‘toestemming’ is echter dat deze dusdanig breed en algemeen is, dat deze vrijwel onmogelijk rechtmatig geacht kan worden. Dit was dan ook één van de principiële bezwaren waarop de rechtszaak van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VP Huisartsen) tegen het LSP betrekking had. Andere bezwaren tegen het LSP hebben o.a. betrekking op het feit dat de architectuur van het LSP inherent onveilig en privacyschendend is: via het LSP is ieder aangesloten medisch dossier voor duizenden zorgverleners inzichtelijk. Dit is in strijd met het recht op privacy van de patiënt en het medisch beroepsgeheim van behandelend artsen. Bovendien is hierbij geen sprake van privacy by design, bijvoorbeeld middels end-to-end encryptie. In wezen is het LSP hierdoor zo lek als een mandje, ideaal voor function creep (doelverschuiving) en mogelijk misbruik door kwaadwillenden.

Campagne SpecifiekeToestemming.nl

Privacy First heeft hierover de laatste jaren talloze malen alarm geslagen richting politiek en media. Zelfs op VN-niveau heeft Privacy First het Nederlandse LSP actief aangekaart. Op initiatief van Privacy First en het Platform Bescherming Burgerrechten is sinds april 2014 bovendien een grootschalige internetcampagne gelanceerd ter behoud en bevordering van het recht op medische privacy: www.SpecifiekeToestemming.nl. Deze campagne wordt sindsdien gesteund door tal van maatschappelijke organisaties, zorgverleners en academici. Kern van de campagne is dat specifieke toestemming (weer) het leidende principe moet worden bij de uitwisseling van medische gegevens. Bij specifieke toestemming kunnen patiënten voorafgaand aan het delen van hun medische gegevens bepalen of, en zo ja welke, gegevens mogen worden gedeeld met welke zorgverleners voor welke doeleinden. Dat beperkt de risico's en maakt het mogelijk voor patiënten om controle te houden over de uitwisseling van hun medische data. Dit in tegenstelling tot de generieke toestemming die geldt bij het LSP. Bij generieke toestemming is niet te voorzien door wie iemands medische gegevens kunnen worden ingezien, gebruikt, uitgewisseld etc. Generieke toestemming is daarmee per definitie in strijd met twee klassieke uitgangspunten in het privacyrecht: het beginsel van doelbinding en het recht op vrije, voorafgaande en volledig geïnformeerde toestemming bij de verwerking van persoonsgegevens.

Privacy by design

Mede onder druk van onze campagne SpecifiekeToestemming.nl werd het wetsvoorstel Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens in de zorg (wetsvoorstel 33509) door de Tweede Kamer in 2014 aangescherpt en werden door de Eerste Kamer in 2016 twee cruciale moties aangenomen: de motie-Bredenoord (D66) c.s. over de verdere uitwerking van dataprotectie-by-design als het uitgangspunt voor de elektronische verwerking van medische gegevens en de motie-Teunissen (PvdD) c.s. inzake het decentraal (i.p.v. centraal) toegankelijk houden van medische dossiers. Onder deze nieuwe wet wordt specifieke (“gespecificeerde”) toestemming verplicht; dit dient nu geïmplementeerd te worden in alle bestaande en toekomstige systemen voor de uitwisseling van medische gegevens, waaronder het huidige LSP. Bovendien wordt onder de nieuwe Europese privacywetgeving privacy by design een harde juridische plicht: reeds vanaf het allereerste ontwerp dienen privacy en dataprotectie in alle relevante hardware en software te worden ingebouwd. In dit verband zijn er de laatste jaren reeds diverse marktontwikkelingen gaande die er op duiden dat bij nieuwe systemen specifieke toestemming de norm wordt en dat privacy by design de nieuwe standaard wordt. Een goed voorbeeld hiervan in de medische context is Whitebox Systems dat al in 2015 een Nationale Privacy Innovatie Award won.

Rechtszaak VP Huisartsen

Sinds maart 2013 voerde VP Huisartsen een grootschalige civiele rechtszaak tegen de private beheerder van het LSP: de Vereniging van zorgaanbieders voor zorgcommunicatie (VZVZ). Na teleurstellende uitspraken door de rechtbank Utrecht en het Hof Arnhem stelde VP Huisartsen eind 2016 cassatie in bij de Hoge Raad. In cassatie kreeg deze zaak (via Pro Bono Connect, op advies van Privacy First) ondersteuning door advocatenkantoor Houthoff Buruma. Bij de Hoge Raad diende Privacy First vervolgens samen met het Platform Bescherming Burgerrechten een amicus curiae-brief (PDF) in ter ondersteuning van de standpunten van VP Huisartsen, in lijn met onze gezamenlijke campagne SpecifiekeToestemming.nl. In het advies (“conclusie”) van de Advocaat-generaal bij de Hoge Raad werd vervolgens uitgebreid aan deze amicus curiae-brief gerefereerd. Op 1 december jl. heeft de Hoge Raad uiteindelijk uitspraak gedaan. In deze uitspraak sluit de Hoge Raad zich helaas grotendeels aan bij de eerdere argumentatie van het Hof Arnhem. Privacy First kan zich daarbij echter niet aan de indruk onttrekken dat het LSP (zelfs voor de Hoge Raad) blijkbaar “too big to fail” is: dit gebrekkige systeem is inmiddels dusdanig groot dat men het wellicht niet onrechtmatig durft te verklaren. Toch is er ook een belangrijk lichtpunt, en wel in de slotoverweging van de Hoge Raad:

“[Het hof heeft] onderkend dat de zorginfrastructuur ook kan worden ingericht op een wijze waarbij meer onderscheid tussen (soorten) gegevens en (categorieën) zorgaanbieders kan worden gemaakt, en waarbij in het bijzonder gegevensuitwisseling op basis van toestemming bij voorbaat desgewenst kan worden beperkt tot spoedeisende gevallen. In zijn oordeel ligt besloten dat deze inrichting meer en beter in overeenstemming is met de beginselen die aan de Privacyrichtlijn en de Wbp ten grondslag liggen, maar ten tijde van het wijzen van het bestreden arrest nog niet van VZVZ kon worden geëist. Van VZVZ mag volgens het hof wel worden verwacht dat zij, zodra dit voor haar technisch mogelijk en uitvoerbaar is, het systeem aanpast door daarin meer keuzevrijheid te bieden.

Deze overwegingen zijn niet onbegrijpelijk. Daarbij verdient nog opmerking dat gelet op de (...) ambities van VZVZ met het systeem en op de veranderingen in de regelgeving (...), waarbij ‘privacy by design’ en ‘privacy by default’ uitdrukkelijk tot uitgangspunt zijn genomen (art. 25 leden 1 en 2 Algemene verordening gegevensbescherming), eens te meer in de rede ligt wat het hof van VZVZ verwacht.” (5.4.4)

Evenals het Hof Arnhem stuurt de Hoge Raad hiermee duidelijk aan op implementatie van specifieke toestemming en privacy by design in het LSP. De Hoge Raad creëert hiermee een positief precedent dat ook in bredere zin (voor andere systemen) de toon voor de toekomst zet. Privacy First zal de ontwikkelingen hieromtrent actief blijven volgen en e.e.a. indien nodig opnieuw bij de rechter (laten) aankaarten.

 

Lees HIER het hele arrest van de Hoge Raad en HIER de eerdere conclusie van de Advocaat-generaal.
De amicus curiae brief van Privacy First en het Platform Bescherming Burgerrechten vindt u HIER in pdf.

Commentaar VP Huisartsen: http://www.vphuisartsen.nl/nieuws/cassatieberoep-vphuisartsen-verloren-toch-winst/

Commentaar SpecifiekeToestemming.nl: http://specifieketoestemming.nl/werk-aan-de-winkel-na-teleurstellend-vonnis-over-lsp/ .

Gepubliceerd in Medische privacy

"De Belastingdienst mag data over leaserijders, afkomstig van politiecamera's, niet langer gebruiken voor boetes, aldus de Hoge Raad.

Minimaal drie miljard kentekenfoto's ontvangt de Belastingdienst jaarlijks van voertuigen op de Nederlandse wegen, maar die zijn sinds vrijdag grotendeels waardeloos. De beelden worden rechtstreeks doorgestuurd vanuit honderden kentekencamera's van de politie. Een ideaal middel om de routes van een kwart miljoen automobilisten te volgen die bij de Belastingdienst hebben gemeld dat ze hun zakelijke auto niet privé gebruiken. Maar ook een grove inbreuk op de privacy, waarvoor geen toereikende wettelijke grondslag bestaat, zo oordeelde vrijdag de Hoge Raad.

U verklaart als leaserijder minder dan 500 kilometer per jaar privé te hebben gereden, maar de camera's signaleerden uw auto op plaatsen die niet overeenkomen met uw rittenadministratie? Dan was u tot nu toe mogelijk de klos, op basis van de kentekenfoto's. Deze praktijk moet nu stoppen, zo luidt het vonnis.

Drie leaserijders hadden bezwaar gemaakt tegen naheffingen die hun op basis van de kentekenbeelden waren opgelegd. Ze vinden de systematische controle van hun reisbewegingen een schending van hun privacy. Daarin geeft de Hoge Raad hen gelijk. „Het gaat hier namelijk niet om één of enkele waarnemingen in de openbare ruimte, maar om het systematisch verzamelen, vastleggen, bewerken en jarenlang bewaren van gegevens over de bewegingen van voertuigen op diverse plaatsen in Nederland", aldus de Raad in een persbericht.

In zo'n geval is volgens Europees recht een precieze wettelijke grondslag vereist en die ontbreekt in Nederland. Daarvoor zal een nieuwe wet moeten worden opgesteld waarin wordt beargumenteerd waarom de inbreuk op de privacy noodzakelijk is. Dat kan jaren duren, als zo'n wet er ooit komt.

Betekent dit nu dat al die leaserijders die op basis van kentekenbeelden een naheffing kregen opgelegd geld kunnen terugvorderen? „Nee", zegt fiscaal jurist Clemens Meerts, die twee van de drie leaserijders bijstaat die bezwaar aantekenden. „De naheffingen van mensen die geen bezwaar maakten, hebben formele rechtskracht gekregen. Daar valt niets meer aan te doen."

Dat wordt bevestigd door een woordvoerder van de Belastingdienst. Die laat weten dat de fiscus op zoek gaat naar andere manieren om automobilisten op grote schaal in de gaten te houden. Ook zegt de woordvoerder dat de fiscus meerdere mogelijkheden heeft om leaserijders te controleren. „Bijvoorbeeld met locatiegegevens op basis van boetes door het Centraal Justitieel Incassobureau."

De Belastingdienst gebruikt de miljarden kentekenbeelden ook om te kijken welke geschorste voertuigen toch nog rondrijden en om mensen met belastingschulden op te sporen. Het is zeer de vraag of de beelden daarvoor nog wel mogen worden gebruikt. Nieuwe rechtszaken zouden daar ook een einde aan kunnen maken.

De organisatie voor privacybescherming Privacy First is blij met de uitspraak van de Hoge Raad. Privacy First voert rechtszaken tegen trajectcontroles waarmee snelheidsovertredingen worden gemeten. „Bij trajectcontroles worden de reisbewegingen van alle automobilisten geregistreerd en bewaard in politiedatabanken. Hiervoor bestaat evenmin een specifieke wettelijke basis, zoals door de Hoge Raad vereist", stelt directeur Vincent Böhre. Hij hoopt met de uitspraak van vrijdag ook de trajectcontroles uit te bannen."

Bron: NRC Handelsblad, zaterdag 25 februari 2017, rubriek Economie, p. 10. Tevens online beschikbaar op https://www.nrc.nl/nieuws/2017/02/24/fiscus-mag-geen-kentekens-verzamelen-6971403-a1547618.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Hoge Raad verbiedt inzet snelwegcamera's

De Belastingdienst mag het autogebruik van leaserijders niet controleren met behulp van camera's langs de snelweg. Dat heeft de Hoge Raad vrijdag geoordeeld. Dit arrest maakt het de fiscus heel moeilijk leaserijders te betrappen op liegen over hun autogebruik.
(...)
De Hoge Raad vindt dat de Belastingdienst met de cameracontrole te veel inbreuk maakt op het privéleven van de betrokkenen. De Nederlandse wet kent geen grondslag om camerabeelden voor belastingdoeleinden te gebruiken. De Belastingdienst handelt hiermee volgens de Hoge Raad ook in strijd met het Europees verdrag voor de mensenrechten. Het gaat hier namelijk, aldus het arrest, 'niet om één of enkele waarnemingen in de openbare ruimte, maar om het systematisch verzamelen, vastleggen, bewerken en jarenlang bewaren van gegevens over de bewegingen van voertuigen op diverse plaatsen in Nederland'.

Vincent Böhre van Privacy First, een stichting die opkomt voor de privacy van burgers, reageert: 'De Belastingdienst schendt op flagrante wijze de wet. Wat ons betreft komt de Tweede Kamer direct terug van reces om het kabinet ter verantwoording te roepen.'

Böhre roept alle leaserijders die een naheffing hebben gekregen op bezwaar aan te tekenen. Het ministerie van Financiën laat weten dat alleen naheffingen die nog niet onherroepelijk zijn vastgesteld voor bezwaar in aanmerking komen. Hoeveel deze uitspraak de schatkist gaat kosten, is niet bekend. De Autoriteit Persoonsgegevens, die in 2014 al vraagtekens plaatste bij de opsporingsmethode van de Belastingdienst, noemt het arrest 'zowel helder als duidelijk'."

Bron: Volkskrant, zaterdag 25 februari 2017, p. 10.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"De Vereniging van Praktijkhoudende Huisartsen (VPHuisartsen) is deze week bij de Hoge Raad in cassatie gegaan tegen de invoering van het Landelijk Schakelpunt (LSP), de infrastructuur voor het uitwisselen van vertrouwelijke medische patiëntgegevens.

Volgens VPHuisartsen is er een gigantisch groot en duur systeem opgezet zonder van te voren adequaat onderzoek te doen. Niet naar het doel ervan, niet welke vragen het eigenlijk oplost en niet naar de risico’s die deze landelijke infrastructuur met zich meebrengt. De organisatie maakt zich vooral zorgen over de privacy-impact. Door het LSP zou de vertrouwelijkheid en de privacy in de spreekkamer namelijk eindigen.

"Het zijn niet meer de dokter en de patiënt die samen bepalen wie welke gegevens in mag zien. Eenmaal ja gezegd tegen het LSP betekent dat een derde partij kan bepalen, zonder toestemming van de huisarts en patiënt, met wie nog meer het patiëntendossier van de huisarts gedeeld mag worden. Je digitale dossierkast staat open, je weet niet wie er informatie uithaalt, je weet niet welke informatie er gezien wordt en je weet niet wat er met die informatie gebeurt", zo liet een aangesloten huisarts eerder tegenover de rechter weten.

Rechtsgang

Bij de rechtbank Midden-Nederland en in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden trok VPHuisartsen aan het kortste eind. Daarmee leek voor de Vereniging van Praktijkhouders de kous af, ondanks het feit dat er een aantal principiële rechtsvragen onbeantwoord bleven. "Maar de bescherming van het beroepsgeheim, de privacy van patiënten en daarmee de vraag naar de rechtmatigheid van het LSP blijft voor VPHuisartsen vanuit principiële en professionele redenen de drijfveer voor de gang naar de Hoge Raad", zo laat de organisatie op de eigen website weten.

Mede op aandringen van VPH-leden en enkele maatschappelijke organisaties zoals Privacy First heeft de projectgroep Pro Bono Connect van het Nederlands Juristen Comité van de Mensenrechten, de mogelijkheid van cassatie onderzocht. Pro Bono Connect is een organisatie van advocaten die vrijwillig en onbetaald hun expertise inzetten bij mensenrechtenvraagstukken, ten dienste van maatschappelijke organisaties. Mocht de Hoge Raad de zaak behandelen dan kan het nog anderhalf jaar duren voordat er een uitspraak komt. Eind maart werd bekend dat 10 miljoen Nederlanders inmiddels toestemming hebben gegeven om hun medische gegevens via het LSP uit te laten wisselen."

Bron: https://www.security.nl/posting/473981/Huisartsen+in+cassatie+tegen+invoering+van+LSP, 10 juni 2016.

Gepubliceerd in Medische privacy

Sinds 2010 voerde Privacy First een megazaak tegen één van de zwaarste privacyschendingen in de Nederlandse geschiedenis: de centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet. In deze zaak werd Privacy First echter achtereenvolgens niet-ontvankelijk verklaard, ontvankelijk verklaard én in het gelijk gesteld, maar tenslotte alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Hoe kon dit gebeuren? En wat betekent dit voor de rechtsbescherming in Nederland?

Civiele rechter

Sinds mei 2010 voerde Stichting Privacy First samen met 19 mede-eisers (burgers) een grootschalige rechtszaak tegen de centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet (Paspoortproces). Dit was een civielrechtelijke zaak. Individuele burgers konden voor deze kwestie immers niet bij de bestuursrechter terecht. Burgers konden namelijk slechts bij de bestuursrechter terecht als zij daartoe eerst een individueel besluit zouden uitlokken: een bestuurlijke weigering om een paspoort (of ID-kaart) te verstrekken na een individuele weigering om vingerafdrukken te laten afnemen. Men kon dus slechts bestuursrechtelijk procederen als men bereid was om jarenlang zonder paspoort (of ID-kaart) door het leven te gaan. De bepaling in de Paspoortwet over centrale opslag van vingerafdrukken (art. 4b) was (en is) bovendien nog niet in werking getreden. De bestuursrechter was daarom onbevoegd om deze bepaling te toetsen. Rechtstreeks beroep tegen wetgeving is in het Nederlandse bestuursrecht (in tegenstelling tot andere landen) bovendien onmogelijk. De bestuursrechter kon art. 4b Paspoortwet dan ook slechts individueel en indirect ("exceptief") aan hogere privacywetgeving toetsen nadat dit artikel in werking getreden zou zijn, dus pas nadat centrale opslag (en uitwisseling) van ieders vingerafdrukken een fait accompli zou zijn. Om massale privacyschending te voorkomen resteerde voor Privacy First c.s. dus slechts de civiele rechter als enige bevoegde rechter. Sinds jaar en dag is de civiele rechter immers bij uitstek de rechter waar nationale wetgeving rechtstreeks aan hogere (privacy)wetgeving kan worden getoetst, zelfs als die nationale wetgeving nog niet in werking getreden is maar wel een dreigende privacyschending inhoudt.

Sterke zaak

Privacy First kon (als relevante stichting) deze zaak civielrechtelijk voeren in het algemeen belang, namens iedere Nederlander. Sinds begin jaren 90 kan dit middels een speciale procedure in het Burgerlijk Wetboek: de zogeheten 'algemeen-belangactie' onder art. 3:305a BW. Ook de Hoge Raad leek hiertoe alle seinen op groen te hebben gezet, althans tot de dagvaarding van de Staat door Privacy First c.s. in mei 2010. In juli 2010 doorbrak de Hoge Raad echter zijn eerdere jurisprudentie door te verklaren dat belangenorganisaties nog slechts bij de civiele rechter terecht zouden kunnen als voor individuele burgers geen bestuursrechtelijke rechtsgang openstond. Voor de kwestie in ons Paspoortproces konden burgers nu echter juist niet bij de bestuursrechter terecht. Dus hadden Privacy First c.s. nog steeds een sterke zaak. Bovendien leken de nieuwe ontvankelijkheidscriteria van de Hoge Raad niet van toepassing op algemeen-belangacties, maar slechts op zogeheten 'groepsacties' (namens een bepaalde groep mensen i.p.v. de hele bevolking).

Onbegrijpelijk oordeel Hoge Raad

In februari 2011 verklaarde de rechtbank Den Haag ons Paspoortproces onterecht niet-ontvankelijk. Vervolgens stelden Privacy First c.s. hoger beroep in. Mede onder druk van dit hoger beroep werd de centrale (en decentrale, gemeentelijke) opslag van vingerafdrukken in de zomer van 2011 (grotendeels) stopgezet en werd de afname van vingerafdrukken voor ID-kaarten in januari 2014 afgeschaft. Een maand later (18 februari 2014) verklaarde het Hof Den Haag Privacy First vervolgens alsnog - in het algemeen belang - ontvankelijk en oordeelde dat centrale opslag van vingerafdrukken in strijd was met het recht op privacy. Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken reageerde not amused en eiste cassatie bij de Hoge Raad. Tegen alle verwachtingen in (Privacy First had immers vrijwel alle wetgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie én rechtsliteratuur aan haar zijde) verklaarde de Hoge Raad vervolgens op 22 mei jl. zowel Privacy First als de 19 mede-eisers (burgers) niet-ontvankelijk. Volgens de Hoge Raad kunnen deze individuele burgers immers bij de bestuursrechter terecht en is ook voor Privacy First daardoor de weg naar de civiele rechter afgesloten. Dit terwijl de laatste jaren nu juist was gebleken dat onze mede-eisers niet bij de bestuursrechter terecht konden, althans niet ter toetsing van art. 4b Paspoortwet (centrale opslag van vingerafdrukken). In talloze bestuursrechtelijke zaken verklaarden de bestuursrechters van diverse rechtbanken zich daartoe de laatste jaren onbevoegd. Voor Privacy First als belanghebbende organisatie stond de weg naar de bestuursrechter daardoor evenmin open. Dat de Hoge Raad nu oordeelt alsof dit niet zo is, is simpelweg onbegrijpelijk. Van procederende burgers kan bovendien niet gevergd worden dat zij jarenlang zonder paspoort door het leven gaan. Evenmin kan van burgers gevergd worden dat zij eerst hun privacy laten schenden (vingerafdrukken afstaan en zelfs laten opslaan) voordat zij dit kunnen laten toetsen. Dat de Hoge Raad dit wel lijkt te vereisen is niet alleen onbegrijpelijk (en in strijd met eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad zelf), maar ook ronduit verwerpelijk.

Gat in de rechtsbescherming

Het oordeel van de Hoge Raad creëert een juridisch vacuüm: ter toetsing van massale, dreigende privacyschending (zoals centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet) kunnen burgers en organisaties hierdoor wellicht noch bij de civiele rechter, noch bij de bestuursrechter terecht. Dit slaat een groot gat in de Nederlandse rechtsbescherming zoals die de laatste decennia gold. De Hoge Raad schuift de zaak weliswaar door naar de hoogste bestuursrechter (Raad van State), maar het is hoogst onzeker of de Raad van State centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet alsnog zal kunnen en willen toetsen. De Hoge Raad had het oordeel van de Raad van State in een viertal actuele, parallelle bestuursrechtelijke zaken rond de Paspoortwet dan ook eerst dienen af te wachten alvorens uitspraak te doen in het Paspoortproces van Privacy First. Door dit niet te doen is de Hoge Raad geheel voorbarig op de stoel van de Raad van State gaan zitten, zet het de Raad van State onder zware druk en neemt de Hoge Raad een enorm risico. Mocht de Raad van State binnenkort immers anders oordelen dan de Hoge Raad (namelijk dat de Raad van State terzake onbevoegd is), dan slaat de Hoge Raad hiermee een gigantische flater én creëren de Hoge Raad en Raad van State gezamenlijk een enorm gat in de Nederlandse rechtsbescherming in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Indiening procesdossier Privacy First bij Raad van State

Privacy First is de laatste jaren reeds inhoudelijk betrokken geweest bij de bestuursrechtelijke zaken tegen de Paspoortwet die nu bij de Raad van State dienen. Naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad zal Privacy First bovendien het gehele Paspoortproces-dossier integraal (door de advocaat in één van deze zaken) laten indienen bij de Raad van State. Dit ter versterking van de argumenten van de betreffende burger tegen centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet. Blijkens de uitspraak van de Hoge Raad is het nu immers aan de Raad van State om hierover alsnog een oordeel te vellen. 
 
Meervoudige schending EVRM

Privacy First c.s. wachten het oordeel van de Raad van State met spanning af. Tegelijkertijd overweegt Privacy First alvast zelf een klacht in te dienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg wegens schending van art. 8 EVRM (recht op privacy) én art. 6 en 13 EVRM (recht op toegang tot de rechter en een effectief rechtsmiddel). Ondanks de kafkaëske anticlimax bij de Hoge Raad (en afhankelijk van het uiteindelijke oordeel van de Raad van State) ligt daarmee wellicht een Europese veroordeling van Nederland in het verschiet.

Oproep

Ons Paspoortproces heeft Privacy First de laatste jaren enorm veel geld gekost: minstens EUR 100.000 (!) aan advocaatkosten, geheel betaald uit donaties aan Privacy First. Dit drukt al jarenlang verschrikkelijk zwaar op de beperkte middelen die een kleine stichting als Privacy First tot haar beschikking heeft. Hier bovenop heeft de Hoge Raad Privacy First ook nog eens veroordeeld tot betaling van EUR 5.088 aan proceskosten. Hierbij doet Privacy First dan ook nogmaals een dringend beroep op uw financiële steun. Stort uw financiële bijdrage op IBAN: NL95ABNA0495527521 t.n.v. Stichting Privacy First te Amsterdam o.v.v. "Paspoortproces" of maak uw donatie rechtstreeks over via onze donatiemodule. Bij voorbaat dank voor uw hulp!

Lees HIER de hele uitspraak. Ons hele procesdossier staat HIER online.

Update 15 oktober 2015: eind mei dit jaar heeft de advocaat van Louise van Luijk het volledige civiele procesdossier van Privacy First c.s. ingediend bij de bestuursrechters van de Raad van State. Dit ter versterking van de argumenten van Louise tegen de afname en opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet. Louise is één van de Nederlandse burgers die hier al jarenlang bestuursrechtelijk tegen procederen en gedurende die periode (om processuele redenen) zonder paspoort door het leven moeten gaan. Klik HIER voor een eerdere reportage over Louise in het tv-programma VARA Ombudsman uit maart 2011 (vanaf 21m11s). Deze week heeft Privacy First (op advies van Stibbe Advocaten) bovendien een zelfstandig verzoek tot voeging in de zaak van Louise bij de Raad van State ingediend; klik HIER voor het hele document (pdf). Privacy First hoopt dat de Raad van State dit verzoek spoedig zal inwilligen; dit mede in het belang van de ontvankelijkheid van belangenorganisaties in dit type rechtszaken. De rechtszitting in de zaak van Louise zal op donderdag 3 december as. bij de Raad van State plaatsvinden.

Update 4 november 2015: de Raad van State heeft het verzoek tot voeging van Privacy First vrijwel direct en nauwelijks beargumenteerd afgewezen; klik HIER (pdf). Hierop heeft Privacy First een klacht en verzoek tot heroverweging ingediend bij de voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak; klik HIER (pdf). Vervolgens heeft de Raad van State dit opnieuw afgewezen met als argument dat "niet valt in te zien om welke reden Privacy First zich niet eerder al, naast het voeren van de civielrechtelijke procedure, tot de bestuursrechter had kunnen wenden teneinde deel te nemen aan de bestuursrechtelijke procedure"; klik HIER (pdf). Privacy First interpreteert dit aldus dat Privacy First in een eerder stadium bestuursrechtelijk ontvankelijk zou zijn geweest en zal daar in toekomstige rechtszaken haar voordeel mee doen. Ook had Privacy First volgens de Raad van State blijkbaar tegelijkertijd civielrechtelijk én bestuursrechtelijk kunnen procederen. Voorzover Privacy First bekend is vormt dit een breuk met de heersende rechtsleer dat niet tegelijkertijd door dezelfde partij over dezelfde kwestie bij twee verschillende rechters kan worden geprocedeerd. (Om deze reden hadden Privacy First c.s. er sinds 2010 voor gekozen om louter civielrechtelijk te procederen.) Ook met deze kennis c.q. trendbreuk zal Privacy First in nieuwe rechtszaken haar voordeel doen. Het bevreemdt Privacy First echter dat de Raad van State het in deze zaak reeds te laat acht voor onze voeging. Art. 8:26 Awb bepaalt immers letterlijk dat "de bestuursrechter tot de sluiting van het onderzoek ter zitting ambtshalve, op verzoek van een partij of op hun eigen verzoek, belanghebbenden in de gelegenheid kan stellen als partij aan het geding deel te nemen", oftewel zelfs tot de sluiting van de zitting op 3 december as. Blijkbaar had de Raad van State er simpelweg geen zin in. Privacy First ziet desondanks het oordeel van de Raad van State over de eerdere (de)centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet met vertrouwen tegemoet. Bij gebreke van een kritisch oordeel terzake staat voor de bestuursrechtelijk procederende burgers (onder wie Louise van Luijk) bovendien een uiterst kansrijke weg open naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, zowel i.v.m. het recht op toegang tot de rechter en een effectief rechtsmiddel (art. 6 en 13 EVRM) als het recht op privacy (art. 8 EVRM).

Gepubliceerd in Rechtszaken

Vandaag heeft de Hoge Raad een uiterst teleurstellende uitspraak in ons Paspoortproces gedaan door de hele zaak rücksichtslos niet-ontvankelijk te verklaren; zie http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:1296. Bij Privacy First overheerst momenteel verslagenheid; nader commentaar volgt medio volgende week. Privacy First c.s. zullen zich nu gaan bezinnen op mogelijke stappen richting het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, zowel wegens privacyschending (art. 8 EVRM) als wegens gebrek aan toegang tot de rechter en een effectief rechtsmiddel (art. 6 en 13 EVRM). De Hoge Raad schuift de hete brij immers door naar de bestuursrechter, terwijl de bestuursrechter de laatste jaren juist onbevoegd bleek om te oordelen over centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet en individuele burgers alleen bij de bestuursrechter terecht kunnen als zij bereid zijn om jarenlang zonder paspoort door het leven te gaan.

Kafka in het kwadraat dus.

Wordt vervolgd.

Update 28 mei 2015: Lees HIER ons nader commentaar.

Gepubliceerd in Biometrie

Vandaag heeft het Europees Hof van Justitie (EU Hof) in Luxemburg een langverwachte uitspraak gedaan in een viertal Nederlandse zaken over de opslag van vingerafdrukken onder de Nederlandse Paspoortwet. Het EU Hof deed dit op verzoek van de Nederlandse Raad van State. Het EU Hof oordeelt dat de opslag van vingerafdrukken in databanken buiten de werking van de Europese Paspoortverordening valt. Het Hof laat de rechterlijke toetsing van dergelijke opslag daarmee over aan nationale rechters en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Aanleiding voor de uitspraak

In de vier Nederlandse zaken hadden burgers geweigerd om hun vingerafdrukken (en gezichtsscans) af te staan bij de aanvraag van een nieuw paspoort of identiteitskaart. Om deze reden werd hen een nieuw paspoort of identiteitskaart geweigerd. Hun daaropvolgende rechtszaken hierover belandden in 2012 bij de Raad van State, dat vervolgens besloot om het EU Hof om verduidelijking van relevante Europese wetgeving (Europese Paspoortverordening) te vragen alvorens zelf uitspraak in de zaken te doen. Het EU Hof oordeelde vervolgens in een vergelijkbare Duitse zaak in 2013 (zaak Schwarz) dat de verplichting om vingerafdrukken af te staan onder de Paspoortverordening niet onrechtmatig was. Van grondige toetsing door het EU Hof aan de privacyrechtelijke vereisten van noodzaak en proportionaliteit was in deze Duitse zaak echter geen sprake. Bovendien weigerde het EU Hof om de Nederlandse (grondiger beargumenteerde) zaken met de Duitse zaak samen te voegen, hoewel de Raad van State hier wel nadrukkelijk om had verzocht. De uitspraak van het EU Hof in de Duitse zaak stelde vervolgens de Raad van State (en 300 miljoen Europese burgers) voor een teleurstellend fait accompli. Tijdens de rechtszitting eind 2014 in de Nederlandse zaken bij het EU Hof bleken nieuwe argumenten en nieuw feitenmateriaal aan dovemansoren gericht: het EU Hof wenste niet op de Duitse zaak terug te komen en bleek ongeïnteresseerd in het inmiddels gebleken gebrek aan noodzaak en proportionaliteit van vingerafdruk-afname (lage paspoort-fraudestatistieken) en de enorme foutenpercentages bij biometrische vingerafdruk-verificatie (25-30%). In die zin verbaast de huidige uitspraak van het EU Hof Stichting Privacy First helaas niet.

Lichtpuntje: ID-kaart zonder vingerafdrukken

Enig lichtpuntje in de uitspraak van het EU Hof is de bevestiging dat nationale identiteitskaarten niet onder de werking van de Europese Paspoortverordening vallen. De Nederlandse Staat lijkt reeds op dit oordeel van het Hof geanticipeerd te hebben door de afname van vingerafdrukken voor identiteitskaarten per 20 januari 2014 afgeschaft te hebben. In die zin brengt de uitspraak van het EU Hof geen verandering in de huidige situatie, maar bevestigt wel dat de invoering van een "vingerafdrukvrije" ID-kaart begin 2014 een juiste keuze van de Nederlandse regering was. De meeste andere Europese lidstaten hebben overigens nooit identiteitskaarten met vingerafdrukken gekend; onder de Europese Paspoortverordening gold verplichte afname van vingerafdrukken immers slechts voor paspoorten. Dat Nederland in de periode 2009-2014 verder wenste te gaan dan de rest van Europa was dan ook voor eigen risico van Nederland zelf.

EU Hof laat oordeel over databank-opslag over aan nationale rechters en Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Het EU Hof in Luxemburg oordeelt dat eventuele opslag en gebruik van vingerafdrukken in databanken niet onder de werking van de Europese Paspoortverordening valt en laat de toetsing van dergelijke opslag over aan nationale rechters en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. In de diverse (meer dan een dozijn) individuele zaken die tot nu toe in Nederland tegen de Paspoortwet aanhangig zijn gemaakt heeft de bestuursrechter tot nu toe echter geoordeeld dat dergelijke toetsing buiten zijn bevoegdheid valt, aangezien de betreffende bepalingen van de Paspoortwet (nog) niet in werking zijn getreden. Het is nu aan de Raad van State om hierover te oordelen. Tegelijkertijd buigt de Hoge Raad zich momenteel over het collectieve civielrechtelijke Paspoortproces van Privacy First en 19 mede-eisers (burgers) waarin dergelijke toetsing reeds succesvol door het Gerechtshof Den Haag is verricht en nu aan de Hoge Raad voorligt. In februari 2014 oordeelde het Hof Den Haag terecht dat centrale opslag van vingerafdrukken in strijd is met het recht op privacy. In die zin volgt de zaak van Privacy First de lijn van het EU Hof: toetsing van databank-opslag door de nationale rechter, eventueel gevolgd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ook de huidige individuele zaken bij de Raad van State zullen binnenkort wellicht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens worden voortgezet. Privacy First hoopt dat deze complexe wisselwerking tussen verschillende rechters uiteindelijk het gewenste privacyresultaat oplevert: afschaffing van de afname en opslag van vingerafdrukken voor paspoorten!

Lees HIER de volledige uitspraak van het EU Hof.

Update 17 april 2015: helaas leidde de uitspraak van het EU Hof gisteren tot veel misleidende berichtgeving via het ANP (zie bijvoorbeeld HIER bij de Volkskrant). Beter is het commentaar bij SOLV Advocaten, dit Engelstalige commentaar van prof. Steve Peers en onderstaand commentaar door de Telegraaf vandaag:

"Wangedrocht.

Een databank van vingerafdrukken, afgestaan bij het aanvragen van een paspoort, lijkt een stap dichterbij te zijn gekomen. Dat zou kunnen worden afgeleid uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie.

De Raad van State had de rechters in Luxemburg om een oordeel gevraagd in vier zaken van burgers die weigerden hun vingerafdrukken af te staan. Zij kregen geen paspoort en gingen in beroep. In een vergelijkbare Duitse zaak sprak het Hof eerder uit dat een verplichte vingerafdruk niet onrechtmatig is onder de Europese wetgeving.

In de Nederlandse zaak bepaalde het Hof gisteren dat de opslag van vingerafdrukken een bevoegdheid is van de lidstaten. De nationale rechter moet dat dus toetsen. Nederland wilde als enige lidstaat een centraal register van vingerafdrukken; een bestand dat zelfs toegankelijk zou zijn voor de geheime diensten. De Paspoortwet die dit regelt is nog niet in werking getreden en vorig jaar oordeelde het gerechtshof in Den Haag dat een centrale opslag in strijd is met het recht op privacy.

Uit onderzoek blijkt dat zo'n databank tal van risico's met zich meebrengt, variërend van lekken in de beveiliging tot oneigenlijk gebruik en criminele manipulatie. Daarmee staat vast dat dit hele systeem een wangedrocht is dat nooit moet worden ingevoerd."   Bron: Telegraaf 17 april 2015, p. 2.

Gepubliceerd in Biometrie

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon