donatieknop english
woensdag, 06 november 2019 17:24

Dataroof

Column: Dataroof

Door Simone van Dijk


In een koffer onder mijn bed liggen spulletjes van vroeger. Spulletjes waar ik waarde aan hecht en al die jaren heb bewaard. Hiertussen zitten ook mijn getuigschriften en rapporten van mijn basis- en middelbare school. Deze getuigschriften en rapporten zijn allemaal handgeschreven. Ik heb daar een versie van en wellicht heeft de school daar ook nog enige tijd een versie van bewaard. Na verloop van tijd zijn de versies van school vernietigd. Weg, niet meer terug te vinden.

Over de tijd tussen de rapporten is niets over mij gedocumenteerd. Hoe ik precies presteerde op een woensdag in november, hoe mijn stemming was, hoe mijn psychische of fysieke toestand was, waar ik was, met wie ik omging en wat ik deed, is niet bekend en niet meer terug te halen. Wellicht een getuigenis van een oud-leraar die zich nog iets over mij herinnert, een specifieke gebeurtenis. Maar niets is terug te halen tot op een bepaalde dag, een bepaalde tijd. Alleen mijn getuigschriften en rapporten zijn er nog. En alleen ingeval ik beslis de inhoud hiervan aan iemand bekend te maken wordt deze informatie over mij geopenbaard. Anders niet.

Dat is nu anders. Google is bezig de openbare scholen massaal te voorzien van Chromebooks (zie Volkskrant, 1 november 2019, reportage over Google en basisonderwijs). Een laptop die draait op het besturingssysteem Chrome van Google en waarmee kinderen werken op de online harde schijf (cloud) van Google. De Chromebooks zijn goedkoop en de software wordt gratis geleverd. De verkoop hiervan is dan ook niet de core business van Google. De Chromebooks zijn slechts een middel om te verkrijgen waar het Google daadwerkelijk om gaat. Data, het liefst zoveel mogelijk.

Data is de olie van deze tijd. Bedrijven als Google worden exorbitant rijk omdat zij in data handelen. Onze data. Merkwaardig genoeg blijken wij telkens weer bereid om deze zo waardevolle data gratis weg te geven. En niet alleen onze data, ook de data van onze kinderen.

Ouders, leraren maar ook de overheid lijken zich niet bewust van wat er speelt. Kinderen laten via de Chromebooks digitale sporen achter die gebruikt kunnen worden om het gedrag van onze kinderen te voorspellen en te sturen. Deze data kan direct uit de leerresultaten worden gehaald, maar ook nog uit de zogenaamde ‘restdata’. Dit is informatie zoals welk thema stel je als achtergrond in, welke kleur buttons kies je, hoe snel of hoe langzaam typ je, welke spelfouten maak je, wat is je locatie, wie zijn je contacten, hoe klinkt je stem en hoe is je gezichtsuitdrukking die via de camera op de laptop kan worden gefilmd.

Aan de hand van al deze data kan onder andere voorspeld worden wat de persoonlijkheid van onze kinderen is, wat hun gevoelens zijn, wanneer ze kwetsbaar zijn, wanneer ze moe zijn, wanneer ze zich zorgen maken, wat hun seksuele geaardheid is en uiteindelijk ook wat hun politieke voorkeur is of zal zijn. Daarnaast kan deze informatie gecombineerd worden met data van klasgenootjes, broertjes en zusjes en data van de ouders. Op deze manier kan Google ook inzicht krijgen over wat zich binnen een gezin afspeelt. Al deze informatie zou je normaal gesproken niet zomaar prijsgeven. En zeker niet zomaar met duizenden bedrijven en mensen delen waarvan je niet weet wie ze zijn en wat ze met deze informatie over jou gaan doen.

Al deze data wordt opgeslagen en zal er nooit meer ‘niet’ zijn. Alles wat onze kinderen in hun jeugd doen en denken blijft voor altijd bekend. Niet zozeer bij henzelf maar bij ‘hen’, wie dat dan ook mogen zijn. Een permanent record wordt over onze kinderen bijgehouden en opgeslagen.

Het gedrag van onze kinderen kan niet alleen voorspeld worden, maar ook gestuurd, gemanipuleerd. Zo kunnen onze kinderen verleid worden tot de koop van bepaalde producten en tot het maken van politieke keuzes, zonder dat zij het gevoel hebben dat ze worden gestuurd. Niet alleen de persoonlijke vrijheid van onze kinderen komt hiermee in het geding, maar ook onze democratie.

En aan wie geven we die data? Ingeval van Google Chromebooks aan Google die het vervolgens aan honderden of misschien wel duizenden bedrijven kan doorverkopen. Bedrijven met medewerkers die we niet kennen. We hebben geen idee aan wie het wordt verkocht, wat ze er mee doen, welke conclusies er over onze kinderen worden getrokken en welke gevolgen deze voor onze kinderen kunnen hebben, nu en in de toekomst. Google stelt dat zij deze data niet doorverkoopt. Maar zelfs als dit waar zou zijn dan nog zou je niet willen dat Google deze data over onze kinderen in haar bezit heeft.

Via Google Chromebooks geven wij ouders, scholen, maar ook zeker de overheid al deze waardevolle en gevoelige informatie over onze kinderen gratis en zonder enige nadere overdenking weg. Informatie die wij zelf in een koffer onder ons bed hebben staan. Informatie waar wij zelf over beslissen of wij die met anderen delen.

Wij ontnemen onze kinderen de mogelijkheid om later zelf te beslissen wat zij over zichzelf in de openbaarheid willen brengen. Wij ontnemen hen het recht om ongezien fouten te kunnen maken. Wij brengen hun recht op vrijheid en democratie ernstig in het geding.

Er ligt dan ook niet alleen een taak voor de ouders en scholen om onze kinderen tegen deze ‘dataroof’ (Shoshana Zuboff, The Age of Surveillance Capitalism, NPO 2 VPRO Tegenlicht ‘De grote dataroof’) te beschermen, maar ook voor de overheid. Immers, moeten wij als land willen dat deze zo waardevolle en gevoelige informatie van onze toekomstige generatie in handen ligt bij Google en wellicht duizenden andere bedrijven of mogendheden waarvan wij niet weten wie zij zijn en wat hun intenties zijn?

Gepubliceerd in Kinderen en Privacy

Fundamentele rechtszaak tegen massale risicoprofilering van onverdachte burgers

Op dinsdag 29 oktober as. om 9.30 uur vindt in de Rechtbank Den Haag de rechtszitting plaats in de bodemprocedure van een brede coalitie van maatschappelijke organisaties tegen het Systeem Risico Indicatie (SyRI). SyRI licht met geheime algoritmen complete woonwijken door om burgers te profileren op het risico dat ze frauderen met sociale voorzieningen. Volgens de coalitie van eisers vormt dit systeem een bedreiging voor de rechtsstaat en moet SyRI onrechtmatig worden verklaard.

De groep eisers, bestaande uit de Stichting Platform Bescherming Burgerrechten, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Stichting Privacy First, Stichting KDVP en de Landelijke Cliëntenraad, daagde in maart 2018 het Ministerie van Sociale Zaken voor de rechter. Auteurs Tommy Wieringa en Maxim Februari, die zich eerder zeer kritisch uitspraken over SyRI, sloten zich op persoonlijke titel bij de procedure aan. In juli 2018 voegde ook FNV zich bij de coalitie.

De partijen laten zich vertegenwoordigen door Anton Ekker (Ekker Advocatuur) en Douwe Linders (SOLV Advocaten). De zaak wordt gecoördineerd door het Public Interest Litigation Project (PILP) van het NJCM.

Sleepnetmethode op onverdachte burgers

SyRI koppelt op grote schaal persoonsgegevens van burgers uit overheidsdatabases. De centraal bijeengebrachte gegevens worden vervolgens geanalyseerd met geheime algoritmen. Dit moet uitwijzen of burgers een risico vormen om zich schuldig te maken aan één van de vele fraudevormen en overtredingen die het systeem bestrijkt. Leidt de analyse van SyRI tot een risicomelding, dan wordt een burger opgenomen in het zogeheten Register Risicomeldingen, dat inzichtelijk is voor overheidsinstanties.

Met deze sleepnetmethode licht SyRI alle inwoners van een wijk of gebied door. Hiervoor gebruikt het systeem vrijwel alle gegevens die overheden over burgers bewaren. Het gaat om 17 datacategorieën, die tezamen een zeer indringend en volledig beeld geven van iemands privéleven. Op dit moment beslaat SyRI de databases van de Belastingdienst, de Inspectie SZW, UWV, SVB, gemeenten en IND. Volgens de Raad van State, dat een negatief advies gaf over het SyRI-wetsvoorstel, viel er nauwelijks een gegeven te bedenken dat niet binnen de reikwijdte van het systeem valt. Voormalig voorzitter Kohnstamm van de Autoriteit Persoonsgegevens, die eveneens negatief advies over het systeem uitbracht, noemde de aanname van de SyRI-wetgeving destijds “dramatisch”.

Bedreiging voor de rechtsstaat

SyRI is volgens de eisende partijen een black box met grote risico’s voor de democratische rechtsstaat. Het is voor een burger die zonder aanleiding door SyRI kan worden doorgelicht volstrekt onduidelijk welke gegevens daarvoor worden gebruikt, welke analyses daarmee worden uitgevoerd en wat hem of haar al dan niet tot 'risico' maakt. Bovendien zijn burgers door de heimelijke werking van SyRI ook niet in staat om een onjuiste risicomelding te weerleggen. De rechtsgang en de daarbij horende procedures worden met de inzet van SyRI ondoorzichtig.

SyRI ondermijnt daarmee de vertrouwensrelatie tussen de overheid en haar burgers; deze burgers zijn in feite bij voorbaat verdacht. Vrijwel alle informatie die ze delen met de overheid, vaak om in aanmerking te komen voor basale voorzieningen, kan zonder verdachtmaking of voorafgaand vermoeden op heimelijke wijze tegen hen worden gebruikt.

De partijen bij deze procedure zijn niet tegen het bestrijden van fraude door de overheid. Zij vinden alleen dat dit op grond van een concrete verdenking dient te gebeuren. Er mag niet middels sleepnetacties in het privéleven van niet-verdachte Nederlandse burgers worden gezocht naar mogelijke risico's op fraude. Deze disproportionele methode doet volgens de eisende partijen meer kwaad dan goed. Er bestaan betere en minder ingrijpende vormen van fraudebestrijding dan SyRI.

Nog niet één fraudeur opgespoord

De in totaal vijf SyRI-onderzoeken die sinds de wettelijke invoering werden aangekondigd, hebben inmiddels tienduizenden burgers binnenstebuiten gekeerd, maar spoorden tot nu toe nog niet één fraudeur op. Dit werd eind juni 2019 onthuld door de Volkskrant, die de hand wist te leggen op evaluaties van SyRI-onderzoeken. De onderzoeken mislukten doordat de analyses niet klopten, door gebrek aan capaciteit en tijd bij de uitvoerende instanties, maar ook omdat er binnen de overheid onenigheid is over SyRI.

Zo trok burgemeester Aboutaleb van Rotterdam afgelopen zomer de stekker uit het SyRI-onderzoek in twee wijken in Rotterdam-Zuid, omdat het Ministerie in tegenstelling tot de gemeente ook politiegegevens en zorggegevens wilde gebruiken bij het onderzoek. De inzet van SyRI leidde tevens tot protest onder de inwoners van de wijken, die duidelijk lieten merken zich beledigd en oneerlijk behandeld te voelen.

VN uit zorgen over SyRI

De VN-rapporteur op het gebied van extreme armoede en mensenrechten Philip Alston schreef de rechtbank eerder deze maand aan over zijn zorgen omtrent SyRI en verzocht de rechters met klem de zaak grondig te beoordelen. Volgens de rapporteur zijn er meerdere fundamentele rechten in het geding. SyRI wordt in de brief beschreven als een digitaal equivalent van een sociaal rechercheur die elk huishouden in een gebied zonder toestemming bezoekt en doorzoekt op frauduleuze zaken; in de analoge wereld zou zo’n massale klopjacht direct tot grote weerstand leiden, maar bij een digitaal instrument als SyRI wordt ten onrechte een ‘wat niet weet, wat niet deert’ mentaliteit gehanteerd.

Praktische informatie

De zitting is openbaar toegankelijk voor het publiek en zal plaatsvinden op dinsdag 29 oktober as. vanaf 9.30u in het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60 in Den Haag. Privacy First nodigt u van harte uit om de zitting bij te wonen. Zaaknummer: C/09/550982 HA ZA 18/388 (Nederlands Juristen Comité c.s./Staat). Klik HIER voor een routebeschrijving.

Bron: campagnewebsite Bijvoorbaatverdacht.nl.

Gepubliceerd in Rechtszaken

Een groep maatschappelijke organisaties dagvaardt vandaag de Nederlandse staat om het Systeem Risico Indicatie, kortweg SyRI. Volgens de eisers is het risicoprofileringssysteem een ‘black box’ die een risico vormt voor de democratische rechtsstaat en moet de toepassing hiervan worden gestopt.

De coalitie van eisers bestaat uit het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Stichting Privacy First, Stichting KDVP, de Stichting Platform Bescherming Burgerrechten en de Landelijke Cliëntenraad (LCR). Auteurs Tommy Wieringa en Maxim Februari hebben zich op persoonlijke titel als eisers aangesloten. Als ambassadeurs van de rechtszaak spraken zij zich reeds meerdere malen fel uit tegen SyRI.

De procedure wordt behandeld door Deikwijs Advocaten en is opgezet door het Public Interest Litigation Project (PILP) van het NJCM.

Sleepnetacties met geheime algoritmes op onverdachte burgers

SyRI koppelt op grote schaal persoonsgegevens van onverdachte burgers uit databanken van overheden en bedrijven. Een geheim algoritme voorspelt vervolgens of ze een risico vormen om één van de vele wetten die het systeem beslaat te overtreden. Leidt de analyse van SyRI tot een risicomelding, dan wordt een burger opgenomen in het zogeheten Register Risicomeldingen, dat inzichtelijk is voor een groot aantal overheidsinstanties.

SyRI is een ‘black box’ die grote risico’s bevat voor de democratische rechtsstaat. Het is voor een burger die zonder enkele aanleiding door SyRI kan worden doorgelicht, volstrekt onduidelijk welke gegevens daarvoor worden gebruikt, welke analyses daarmee worden uitgevoerd en wat hem of haar al dan niet tot risico maakt. Bovendien is de burger door de heimelijke werking van SyRI ook niet in staat om een onjuiste risicomelding te weerleggen.

Volgens de coalitie schendt SyRI meerdere fundamentele rechten en wordt de vertrouwensrelatie tussen de overheid en haar burgers door het systeem ondermijnd. Burgers zijn bij voorbaat verdacht en vrijwel alle informatie die ze delen met de overheid kan zonder verdachtmaking of concrete aanleiding op heimelijke wijze tegen hen worden gebruikt.

Ministerie weigert transparantie over werkwijze

Ondanks fundamentele bezwaren van de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens over de rechtmatigheid van het systeem, werd de wetgeving voor SyRI eind 2014 als hamerstuk aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. SyRI wordt echter al ingezet sinds 2008. Sindsdien zijn er tientallen onderzoeken uitgevoerd waarbij gehele wijken in verschillende Nederlandse steden door SyRI zijn doorgelicht. Sinds de wettelijke vastlegging werd het systeem in Eindhoven en Capelle aan den IJssel ingezet. Onlangs is aangekondigd dat SyRI zal worden toegepast in de wijken Rotterdam Bloemhof en Hillesluis en Haarlem Schalkwijk.

Een Wob-verzoek leverde nauwelijks informatie op over de tientallen SyRI-onderzoeken die zowel voor als na de wettelijke vastlegging in 2014 zijn uitgevoerd. Door inzage te geven in de gebruikte gegevens en risicomodellen zouden calculerende burgers weten waarop ze moeten letten wanneer zij fraude plegen, zo luidt de reden van het Ministerie van Sociale Zaken om geen openheid van zaken te geven. Volgens de eisers is dit in strijd met onder meer de informatieplicht en het recht op een eerlijk proces.

Meer informatie

Rondom de rechtszaak is de voorlichtingscampagne ‘Bij Voorbaat Verdacht’ gestart. Op de campagnewebsite www.bijvoorbaatverdacht.nl worden updates over de rechtszaak geplaatst en zal een publiekssamenvatting van de dagvaarding verschijnen. De volledige dagvaarding is te raadplegen op de website van Deikwijs Advocaten www.deikwijs.nl (pdf). 

Update 16 oktober 2018: de rechtbank Den Haag heeft FNV toegelaten als mede-eiser in de rechtszaak.

Update 23 april 2019: de rechtszitting zal plaatsvinden op 29 oktober 2019 bij de rechtbank Den Haag. Iedereen is van harte welkom om de zaak bij te wonen! 

Gepubliceerd in Rechtszaken

Een groep maatschappelijke organisaties, aangevoerd door het Platform Bescherming Burgerrechten, start een bodemprocedure tegen de Nederlandse Staat over het risicoprofileringssysteem SyRI. De rechtszaak heeft ten doel een halt toe te roepen aan de risicoprofilering van onverdachte burgers in Nederland.

Naast de juridische coalitie die bestaat uit het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Stichting Privacy First, Stichting KDVP en Stichting Platform Bescherming Burgerrechten, heeft auteur Tommy Wieringa zich als mede-eiser bij de rechtszaak aangesloten. Hij zal met publicist en filosoof Maxim Februari optreden als ambassadeur van de campagne die rondom de rechtszaak zal worden gevoerd. De procedure wordt behandeld door Deikwijs Advocaten en is opgezet door het Public Interest Litigation Project (PILP) van het NJCM.

Werking van SyRI

In SyRI, het Systeem Risico Indicatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), worden op grote schaal persoonsgegevens van Nederlandse burgers samengevoegd en geanalyseerd. Met behulp van geheime algoritmen worden burgers vervolgens onderworpen aan een risicoanalyse. Wanneer volgens SyRI sprake is van een verhoogd risico op overtreding van één van de vele wetten die het systeem bestrijkt, worden zij opgenomen in het Register Risicomeldingen, dat toegankelijk is voor vele overheidsinstanties.

Iedere burger kan heimelijk worden onderworpen aan profilering in SyRI. Hij/zij weet niet welke gegevens zijn gebruikt, welke analyses zijn toegepast en wat hem of haar al dan niet tot een ‘risico’ maakt. SyRI kan echter ingrijpende gevolgen hebben. Overheidsinstanties kunnen naar aanleiding van een risicomelding maatregelen treffen waarbij ze boetes opleggen, uitkeringen intrekken of een strafrechtelijke procedure starten. Het is voor de burger onmogelijk te achterhalen hoe een risicomelding tot stand is gekomen en een onjuiste melding te weerleggen. In de praktijk komt dit neer op een omkering van de bewijslast.

Bedreiging voor de rechtsstaat

De toepassing van SyRI betekent een schending van fundamentele rechten, waaronder het recht op een eerlijk proces. Het algemeen belang van fraudebestrijding kan dat niet rechtvaardigen. Gevoelige gegevens worden door de overheid gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor deze zijn verzameld, zonder enige vorm van onafhankelijk toezicht. Er zijn onvoldoende waarborgen om te voorkomen dat de risicoprofielen die SyRI over burgers maakt, worden ingezet in andere domeinen. Deze ‘black box’ levert grote risico’s op voor de democratische rechtsstaat. De informatiemacht van de overheid wordt op ondoorzichtige wijze uitgebreid en de vertrouwensrelatie tussen overheid en burgers wordt ondermijnd. Burgers worden bij voorbaat verdacht en vrijwel alle informatie die zij delen met de overheid kan zonder verdachtmaking of concrete aanleiding tegen hen worden gebruikt.

Fundamentele bezwaren genegeerd

Ondanks fundamentele bezwaren van de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens over de rechtmatigheid van het systeem, werd de wetgeving voor SyRI als hamerstuk aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer. Sinds de invoering eind 2014 zijn in twee SyRI-projecten duizenden Nederlandse burgers door het systeem geprofileerd – daarbij de 21 projecten die voor de wettelijke invoering van het systeem plaatsvonden niet meegeteld.

In strijd met het EVRM

De coalitie is van mening dat SyRI in strijd is met het recht op privacy zoals neergelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dat recht wordt door de Nederlandse Staat met voeten getreden. Het wordt niet ingezet als toets voor het handelen van de overheid, maar juist misbruikt om bevoegdheden op te rekken. De EU-lidstaten hebben in de nieuwe Europese Privacyverordening (Algemene Verordening Gegevensbescherming, AVG) allerlei uitzonderingen ingebouwd die systemen zoals SyRI mogelijk moeten maken. Met een beroep op de fundamentele mensenrechten hoopt de coalitie een halt toe te roepen aan dit soort praktijken.

Publieke lancering

Op vrijdagavond 19 januari as. zal de procedure door advocaten Anton Ekker en Douwe Linders aan pers en publiek worden toegelicht in theater De Nieuwe Liefde in Amsterdam. Tegelijk wordt deze avond de publiekscampagne Bij Voorbaat Verdacht gelanceerd. Op deze bijeenkomst zullen Tommy Wieringa en Maxim Februari spreken, evenals hoogleraar Vincent Icke van de Universiteit Leiden en dr. Aline Klingenberg van de Rijksuniversiteit Groningen.

De campagne beoogt een publieke discussie op gang te brengen over de inzet van risicoprofilering door de overheid en de impact die dit heeft op individuele rechten en vrijheden en het functioneren van de democratische rechtsstaat. Op de campagnewebsite zullen informatie en updates over de rechtszaak verschijnen. Daarnaast zal de campagne met Wob-verzoeken, juridisch en journalistiek onderzoek en interviews met deskundigen publieke voorlichting geven over risicoprofileringspraktijken in Nederland.

Meer informatie over de kick-off bijeenkomst is te vinden op de website van De Nieuwe Liefde.

Volg het twitteraccount van Bij Voorbaat Verdacht voor updates over de campagne en de rechtszaak.

De dagvaarding zal worden gepubliceerd op de website van Deikwijs Advocaten en op de website van PILP.

Bron: https://platformburgerrechten.nl/2018/01/12/ngos-starten-rechtszaak-tegen-de-staat-over-risicoprofilering-van-nederlandse-burgers/, 12 januari 2018.

Update 19 januari 2018: Lees alles over de campagne en de rechtszaak tegen SyRI op https://bijvoorbaatverdacht.nl. Hier leest u tevens hoe u kunt nagaan of u zelf in het Register Risicomeldingen van SyRI bent opgenomen.

Gepubliceerd in Rechtszaken

Vandaag heeft het Nederlandse kabinet zijn langverwachte voorstel voor een nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel vormt een acute bedreiging voor de privacy van iedere Nederlander.

De voornaamste dreiging voor het recht op privacy in het wetsvoorstel bestaat uit de invoering van een massale internettap (sleepnet-bevoegdheid). De door het kabinet veronderstelde noodzaak hiervan is tot op heden echter niet aangetoond. Reeds hierom acht Privacy First het wetsvoorstel onrechtmatig. 

Daarnaast voorziet het wetsvoorstel onder meer in brede hack-bevoegdheden en bijbehorende decryptieverplichtingen (dit laatste zelfs op straffe van hechtenis), directe toegang tot databanken van overheid en bedrijfsleven, internationale uitwisseling van ongeëvalueerde bulk-data en eindeloze koppeling, datamining en profiling in massale hoeveelheden gegevens van voornamelijk onschuldige burgers. Deze excessieve uitbreiding van bevoegdheden gaat bovendien niet gepaard met bijbehorende waarborgen, zoals privacy by design. Ondanks het (eerder door Privacy First geadviseerde) versterkte toezicht op de diensten kan Privacy First dan ook niet anders concluderen dan dat het huidige wetsvoorstel in de kern ronduit totalitair is. In een wereld die in toenemende mate gekenmerkt zal worden door Big Data en het Internet of Things zal dit wetsvoorstel zich dan ook met name goed lenen voor toekomstig machtsmisbruik.

Privacy First herhaalt hierbij haar eerdere waarschuwing dat dit wetsvoorstel alsnog grondig ingeperkt danwel verworpen dient te worden. Bij gebreke hiervan behoudt Privacy First zich het recht voor om het wetsvoorstel, zodra van kracht, door de rechter te laten toetsen en onrechtmatig te laten verklaren.


Beluister tevens de reactie van Privacy First vanochtend bij BNR Nieuwsradio. Nader commentaar van Privacy First op het wetsvoorstel volgt binnenkort bij de parlementaire behandeling.

Gepubliceerd in Wetgeving

Column door Bas Filippini, 
voorzitter Privacy First  

Big Data: oplossing voor welk probleem?

Het nieuwste speeltje van de aan informatie en controle verslaafde overheid en bedrijfsleven heet Big Data. Legers ambtenaren (van politie en justitie) en managers in het bedrijfsleven volgen momenteel allen dezelfde door Silicon Valley-bedrijven gesponsorde workshops, seminars en daaraan gekoppelde opleidingen en boeken. De hypnotiserende boodschap luidt dat Big Data de toekomst is, niet meer weg te denken is als oplossing voor alle problemen en dat het onontkoombaar is en we er maar mee te leven hebben. Sterker nog, dat we onze maatschappij hieraan moeten aanpassen. Dus onze principes van de democratische rechtsstaat, onze verhoudingen burger-overheid en burger-bedrijfsleven volledig moeten gaan veranderen, om “mee” te kunnen in de “noodzakelijke” veranderingen.

Profiling naar real-time

Centraal in Big Data-oplossingen staat het opslaan van alle mogelijk te vergaren gegevens van burgers in centrale databases om vervolgens vanuit data-analyse snel de “outliers” (afwijkingen van het groepspatroon) eruit te kunnen filteren. Dit filteren van afwijkingen ten opzichte van “standaard” of “normaal” gedrag wordt profiling genoemd. Profiling wordt niet alleen achteraf statisch ingezet, maar steeds meer dynamisch (voorspellend gedrag op basis van ingestelde triggers) en real-time. Met andere woorden, voordat je het weet worden burgers en consumenten in deze nieuwbenoemde revolutie voortdurend geregistreerd, gemonitord, geselecteerd op (potentieel en toekomstig) afwijkend gedrag, 24 uur per dag, real-time door overheid en bedrijfsleven.

Internet of Things

Aanvullend hierop wordt het “Internet of Things” in stelling gebracht. Een infrastructuur van (RFID-)chips in alle mogelijke gebruiksvoorwerpen die 24 uur per dag, overal ter wereld met elkaar in contact staan en informatie over het voorwerp, de gebruikers, locaties etc. etc. doorgeven en een volledige controlestructuur moeten gaan bewerkstelligen. Wederom als grote verlosser van al onze problemen gepresenteerd, maar in werkelijkheid een potentieel massavernietigingswapen tegen onze persoonlijke vrijheid.

Nietsontziende marketing- en lobbymachine

In de discussie met ambtenaren en bedrijfsleven valt telkens op dat deze door industriële lobby gedreven ontwikkeling als een soort nieuwe religie geen tegenstanders duldt. Het opslaan van alle informatie van dieren, vervolgens de burger en consument en nu dus ook alle gebruiksvoorwerpen is cruciaal om Big Data goed te kunnen laten functioneren, is het pandoer.

Hierbij wordt eraan voorbijgegaan dat deze data en informatie niet van hen is maar van diezelfde burger en consument. Uitgangspunt is dat de burger het allemaal wel prima vindt en dat de wet en regelgeving anders maar veranderd dienen te worden voor het heilige hogere doel. Er wordt een ongekend felle en nietsontziende lobby in Brussel en in nationale staten gevoerd om dit soort “total control” systemen fashionable en trendy te maken zonder rekening te houden met de basisprincipes van onze rechtsstaat.

Bijvoorbeeld het rechtsprincipe dat van iemand die niet met rede verdacht wordt van een strafbaar feit geen informatie en Big Data hoeven te worden bijgehouden. En dat er een strikte doelbinding moet zijn, dat noodzakelijke dataverzameling proportioneel voor dat doel moet zijn en dat dataminimalisatie en privacyvriendelijke alternatieven voorrang hebben.

Big Data: big maatschappelijke discussie

Privacy First ziet in Big Data eenzelfde gevaar voor de mensheid als kernenergie en nucleaire technologie. Hier moet dus zeer zorgvuldig mee worden omgegaan. Gaan we er een massavernietigingswapen tegen onze vrijheid van maken en het fundament onder onze democratische rechtsstaat wegslaan? Of gaan we juist vanuit een infrastructuur gebaseerd op Privacy by Design een aantal nuttige toepassingen op geselecteerde bestanden gebruiken? Dit is de wezenlijke vraag waar in onze ogen per direct een brede maatschappelijke discussie over gevoerd zou moeten worden.

Goedbedoelende ambtenaren willen 100% zekerheid

In de discussie met politie, justitie en Belastingdienst valt telkens op dat de incidentgedreven politieke waan van de dag regeert. Ambtenaren zijn er heilig van overtuigd dat er geen zaken opgelost kunnen worden zonder alle mogelijke informatie van burgers op te slaan, iedere burger als potentiële verdachte op de koop toenemend. Er wordt dan vaak een incidenteel geval bijgehaald zoals de Deventer moordzaak en andere zaken die opgelost zouden zijn door middel van reeds opgeslagen informatie.

Dat wij als samenleving accepteren dat een aantal zaken niet opgelost worden of met iets meer inspanning, moeite en goed speurwerk opgelost worden als dat de vrijheid van diezelfde samenleving openhoudt, wordt vergeten. In een normale bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen ook niet veranderd vanwege één of twee incidenten, maar wordt het incident opgelost hetzij geaccepteerd als collateral damage. In normaal Nederlands: waar gehakt wordt vallen spaanders.

Total Control als utopie wordt gepresenteerd als “cool” door overheid en bedrijfsleven

Wij hebben momenteel nog geen enkel rapport of bewijs gevonden dat bepaalde zaken niet opgelost of voorkomen kunnen worden zonder het opslaan van alle reis- en verblijfdata, communicatie en andere gegevens van alle burgers vooraf. Anders dan dat het wel lekker “gemakkelijk” is voor het opsporingsapparaat. Dat echter zelfs terroristen niet kunnen worden geprofiled met behulp van Big Data wordt keer op keer bevestigd door deskundigen.

Daarentegen is er juist een overvloed aan rapporten over massale datalekken, gehackte databases waardoor gevoelige data op straat komen te liggen, fouten en gebrek aan samenwerking bij politie, justitie en geheime diensten, misbruik en function creep van informatie bij overheidsdiensten, NSA-schandalen en bedrijven die op slinkse wijze informatie van klanten misbruiken. Voor welk probleem precies gaan wij als maatschappij nu eerst een oplossing vinden, het eerste of het tweede?

Ik wil als burger geen overheid die mij in een elektronische gevangenis zet zodat diezelfde overheid 100% van alle mogelijke zaken kan controleren, voorkomen en oplossen. Wij moeten als vrije samenleving leren leven met zaken die niet opgelost worden, zolang dit niet structurele incidenten zijn. Het wordt hoog tijd dat deze discussie over veiligheid en vrijheid van de samenleving wordt gevoerd. Betaal ik als burger de overheid vanuit mijn vrijheidsdenken of ben ik er voor het veiligheidsdenken van de overheid?

Veel ambtenaren zijn vanuit het laatste principe met alle goede bedoelingen bezig de beste en mooiste elektronische gevangenis te bouwen vanuit Big data, Internet of Things en profiling. Daarbij zijn zij zich vaak onbewust van de potentiële gevaren van deze ontwikkelingen.

Privacyvervuiling negatief bijproduct van de informatierevolutie

Waar het negatieve bijproduct van de industriële revolutie milieuvervuiling was, is vrijheids- en privacyvervuiling het onlosmakelijke negatieve bijproduct van de informatierevolutie. Het wordt hoog tijd dat dit issue ook in deze hoedanigheid wordt opgepakt door de overheid en het bedrijfsleven en dat we de principes van onze democratische rechtsstaat die in enkele duizenden jaren zijn ontwikkeld niet binnen enkele jaren verloochenen voor zogenaamde oplossingen voor niet-bestaande problemen. Privacy First wil geen elektronische gevangenis om de kerstbonus van enkele miljardairs in Silicon Valley veilig te stellen en ziet daarentegen juist vele kansen in privacy-duurzame oplossingen met informatietechnologie. Laat systeemontwerpers liever dáár hun kerstbonus mee verdienen!

Naar een veilig en vrij Privacy Gidsland

Privacy First wil van Nederland een veilig Privacy Gidsland maken en als positief voorbeeld en referentiekader laten dienen voor de rest van de wereld. Wij zullen onze eigen weg moeten gaan waar andere landen continu het zwart-wit denken promoten en het niet zo nauw nemen met de principes van een democratische rechtsstaat. Vanuit onze basisprincipes wordt dan vervolgens nagedacht over uitvoering en beleid, met respect voor de positie van de individuele burger en de menselijke maat. Dan pas kun je gaan nadenken over in te passen technologie.

Uitgangspunt hierin is het neerzetten van duurzame en innovatieve technologische infrastructuren die vele decennia meekunnen, opgesteld vanuit “privacy by design” en “privacy enhancing technogy”.

Privacy First gaat daartoe graag het gesprek aan met overheid en bedrijfsleven. Voorkomen is immers beter dan genezen en “beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald”. Daarbij mag privacy best wat kosten, het is immers een universeel mensenrecht en de hoeksteen van onze maatschappij! Niet alles is een kille berekening in spreadsheets en efficiency ten koste van de burger. De overheid is er nog steeds voor de burger en niet andersom. Dat besef is echter niet altijd aanwezig, zo is ons opgevallen. De grenzen worden door de overheid voortdurend opgezocht in het ongelijke speelveld met de burger. Het wordt hoog tijd dat hier een principiële streep in het zand getrokken wordt.


Update Privacy First:
zie https://www.security.nl/posting/453005/Privacy+First:+big+data+is+bedreiging+voor+rechtsstaat.

Gepubliceerd in Columns

Wie in Eindhoven een avondje gaat stappen wordt continu in de gaten gehouden door "slim" cameratoezicht met microfoons en monitoring van social media. De gemeente, de politie en ICT-bedrijf Atos denken Eindhoven op deze manier veiliger te kunnen maken. Privacy First zet hier grote vraagtekens bij en overweegt juridische stappen. Hieronder een eerste reactie van Privacy First voorzitter Bas Filippini bij RTL Nieuws en een radio-interview met Filippini bij Omroep Brabant:

RTL 13nov2015 6

© RTL Nieuws

Interview Omroep Brabant, 12 november 2015:



Hieronder enkele eerdere nieuwsberichten over dit Orwelliaanse project:
http://www.nrcq.nl/2015/08/22/hoe-de-politie-misdaad-opspoort-nog-voordat-die-heeft-plaatsgevonden 
http://www.nrc.nl/handelsblad/2015/10/17/de-slimme-stad-kan-een-dom-idee-worden-1546062 
http://www.nrc.nl/nieuws/2015/10/16/techbedrijven-azen-massaal-op-nederlandse-steden-als-potentiele-klant 
http://www.ed.nl/regio/eindhoven/rennen-en-roepen-voor-test-sensorsystemen-op-stratumseind-1.5430984 

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Privacyvoorvechters hebben geen goed woord over voor de plannen van Achmea om verzekeringskortingen te geven in ruil voor persoonlijke gegevens. "Privacy-discriminatie" wordt genoemd, en het plan zou een "gevaarlijke ontwikkeling" zijn.

Privacy als ruilmiddel

De plannen van Achmea, maar ook intiatieven als die van ING om klantgegevens te verkopen, zorgen ervoor dat 'privacy een ruilmiddel wordt', stellen zowel Reinout Barth van PrivacyBarometer als Vincent Böhre van de stichting Privacy First.

Privacydiscriminatie

"Een dergelijk plan is privacydiscriminatie", zegt Böhre. "Het zorgt ervoor dat iemands privacy niet meer vanzelfsprekend is, maar iets dat is af te kopen. Daardoor betalen rijke mensen en mensen die geven om hun privacy méér voor een verzekering dan wie het niet uitmaakt."

Die conclusie ondersteunt ook Barth van PrivacyBarometer. "Privacy gaat zo geld kosten, terwijl het toch een recht blijft. Wil je dat echt een voorrecht maken voor mensen die het wel willen of kunnen betalen?"

Ook digitale burgerrechtenorganisatie Bits Of Freedom schrijft dat in een blogpost. "Privacy is niet dood, maar het wordt wel voor de rijken." BoF doelt daarmee niet op de korting, maar op het feit dat Achmea de gegevens voor 'een groter doel' verzamelt.

Vrijwillig of niet?

Dat klanten de keuze wel zelf kunnen maken, vinden zowel Barth als Böhre positief. "Dat is gelijk ook het enige positieve aan het plan", zegt die eerste. Böhre beaamt dat: "Dat het opt-in is, is goed. Maar dat moet het wel altijd blijven."

(...)

'Function creep'

Alle organisaties waarschuwen bovendien voor 'function creep', een term die betekent dat er iets anders met de gegevens gebeurt dan aanvankelijk de bedoeling was.

Zo kunnen alle gegevens door de politie of opsporingsdiensten worden opgevraagd. Barth (PrivacyBarometer): "Je neemt een kastje in je auto omdat je daarmee korting krijgt, maar later blijkt dat de politie die gegevens ook wel handig vindt voor opsporingsdoeleinden."

Veranderingen in de voorwaarden

Bovendien kan er in de toekomst van alles veranderen in de voorwaarden van de verzekeraar. Die kan bijvoorbeeld in een keer beslissen dat die gegevens nu ook door mogen worden verkocht, bijvoorbeeld aan adverteerders.

"Daar heb je dan niet voor getekend, maar die gegevens blijven jaren bewaard zodat ze alsnog gebruikt mogen worden."

(...)

Big data

De privacyvoorvechters zijn niet fel tegen 'big data', maar niet in de huidige vorm. Barth: "Big data is waardevol als je het niet toepast op de individuele gebruiker. Adviseer de overheid dan bijvoorbeeld welke gebieden onveilig zijn."

Niet persé slecht

Ook Böhre is niet persé tegen het plan van Achmea. Daar moeten echter wel waarborgen aan zitten. "Je moet de data uiteraard versleuteld opslaan", zegt hij. "Privacy by design, dus zorgen dat de anonimiteit wordt meegenomen in het ontwerp van het systeem. En je zult moeten zorgen dat iedere medewerker die bij de data kan grondig wordt gescreend.""

Bron: http://www.pcmweb.nl/nieuws/privacy-organisaties-fel-tegen-omstreden-plannen-achmea.html,
4 oktober 2015. 

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Amsterdam wil de slimste stad van de wereld worden, door het gebruik van meta-data. Digitale sporen die we achterlaten als we bijvoorbeeld met onze ov-chipkaart inchecken voor de metro, of online kaartjes kopen voor een museum.

De gemeente wil met het project Amsterdam Smart City al deze digitale sporen gebruiken om de Amsterdammer slimmer te maken.

'Je laat de hele dag signalen achter als je met je telefoon over straat loopt', vertelt Ger Baron van Amsterdam Smart City. 'En al deze signalen zijn te gebruiken voor heel veel slimme toepassingen in de stad. Een mooi voorbeeld is een project wat nu op IJburg speelt. Traffic Link heet het. Met deze app kunnen bewoners van IJburg zien wat het ideale moment voor hen is om van huis te vertrekken naar werk of school'.

Privacy
Ja, dit klinkt natuurlijk prachtig. Maar heeft het gebruik van deze data niet allerhande gevolgen voor je privacy? Vincent Böhre, Privacy First, erkent dat iedereen constant sporen achterlaat. 'Het kan zijn dat gegevens uit die sporen worden gebruikt. Maar dan moet je daar wel vooraf toestemming voor hebben gegeven.'"

Klik HIER voor het hele item over dit onderwerp in het AT5 journaal van 12 januari 2015.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Persoonlijke aanbiedingen doen, dat is voor marketeers ,,de heilige graal". Albert Heijn kan die al vijftien jaar niet vinden. Het kostte het bedrijf een nieuwe Bonuskaart en een nieuwe database.

Met de invoering van de nieuwe Bonuskaart, nu ongeveer een jaar geleden, grijpt Ahold eigenlijk terug op het verre verleden. ,,In 1887 had meneer Albert Heijn een winkel waarin hij zijn klanten persoonlijk kon bedienen, omdat hij ze allemaal bij naam kende en wist wat zijn klanten bij hem kochten", zegt Roderick van der Haagen, projectleider bij de invoering van de kaart. De nieuwe kaart geeft geregistreerde klanten per e-mail extra korting op basis van hun eerdere aankoopgedrag. Dat moet de 'persoonlijke aandacht' weer terugbrengen in de winkels van Albert Heijn. ,,Het biedt die vertrouwde persoonlijke service van vroeger, maar dan in een nieuw jasje."

Persoonlijke service wil in de 21ste eeuw niet zeggen dat het kassameisje van de ene op de andere dag je naam kent. Het 'nieuwe jasje' waar Van der Haagen over spreekt komt in de vorm van datasets die opgeslagen liggen in 'Pallas', het datacenter van Albert Heijn. Dankzij slimme berekeningen kent de computer de grote klantenschare op een manier die de hedendaagse kassamedewerker nooit zou kunnen evenaren. Misschien zelfs wel beter dan meneer Albert Heijn in 1887.
(...) 
,,Het vertalen van big data naar persoonlijke marketing is op het moment de heilige graal in de marketingwereld", zegt Marco van Bilsen van marketingbedrijf BrandLoyalty.

Albert Heijn worstelt al jaren met die 'heilige graal'. Het probleem is niet dat klanten hun aankoopgegevens niet af willen staan. Daartoe blijkt de klantenschare maar al te bereid. ,,Het lijkt haast in de volksaard te zitten. De Nederlandse koopmansgeest verkiest een paar cent korting boven de eigen privacy", verzucht Vincent Böhre van de stichting Privacy First. Tegelijkertijd lukte het de grootgrutter maar niet om al die informatie om te zetten in een persoonsgerichte marketingstrategie.
(...) 
Uiteindelijk zat een ernstig vervuilde database ('corrupt' in jargon) het gebruik van de data en de personalisering van de aanbiedingen in de weg. Onder andere doordat klanten onderling Bonuskaarten uitwisselden, konden er geen zinnige uitspraken meer worden gedaan over iemands aankoopgeschiedenis.

Albert Heijn schoof de personalisering van de Bonuskaart op de lange baan. Ook kritiek van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) speelde daarbij een rol. Het College oordeelde dat de supermarkt de klant onvoldoende had geïnformeerd over de registratie van persoonsgegevens. Volgens Albert Heijn was 'de tijd er nog niet rijp voor'.
(...)
Volgens de supermarkt is het uitwisselen van Bonuskaarten vooral in het nadeel van de klant zelf. Een student die zijn streepjescode met jonge ouders ruilt, zit niet te wachten op aanbiedingen voor babyvoeding en luiers.

Effectieve persoonlijke marketing staat of valt met een aankoopgeschiedenis die toegeschreven kan worden aan één klant. Albert Heijn doet er alles aan om de nieuwe database schoon te houden. Zo krijgt iedere klant nog maar één Bonuskaart. Dat voorkomt dat meerdere mensen op dezelfde streepjescode boodschappen doen. Daarnaast mogen kassamedewerkers hun eigen Bonuskaart niet meer scannen als de klant die vergeten is. (...)"

Bron: NRC Handelsblad, zaterdag 3 januari 2015, Economie, p. 30. Tevens deels gepubliceerd op http://www.nrcq.nl/2015/01/03/waarom-albert-heijn-met-de-bonuskaart-vijftien-jaar-achterloopt.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
Pagina 1 van 2

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon