donatieknop english

"De gemeente Amsterdam hoeft een inwoonster voorlopig geen paspoort zonder haar vingerafdrukken af te geven. Volgens de Raad van State is niet aangetoond dat de privacy van de vrouw wordt geschaad.

De vrouw weigert haar vingerafdrukken op te laten nemen in de chip op het paspoort, omdat dit in strijd zou zijn met haar recht op privacy. De vrouw spande daarom een spoedprocedure aan bij de Raad van State, waarin ze stelde dat Amsterdam haar een paspoort zonder vingerafdrukken moet geven.

De raad oordeelt dinsdag dat het afgeven van een paspoort zonder vingerafdrukken zou betekenen dat Europese regels niet zouden worden toegepast. Dat kan volgens de raad alleen als 'ernstige twijfel bestaat of die regels in overeenstemming zijn met het recht op privacy'. Die ernstige twijfel is er volgens de Raad van State onvoldoende.

De raad tekent bij het vonnis overigens wel aan dat voor de beantwoording van deze vraag diepgaand onderzoek nodig is, wat bij een dergelijke spoedprocedure niet mogelijk is. In een zogenoemde bodemprocedure doet de Raad van State later een einduitspraak in de zaak. Bij de Raad van State spelen op dit moment nog enkele andere procedures over de opslag van vingerafdrukken in het paspoort.

Vingerafdrukken worden sinds 2009 bij de aanvraag van een paspoort afgenomen. Dat gebeurt op grond van Europese regels. De afdrukken worden opgeslagen in een chip in het reisdocument.

De stichting Privacy First laat weten met verbazing kennis te hebben genomen van de uitspraak. Volgens de privacyorganisatie toont de rechter zich in deze zaak 'vooral een lakei van de Europese Commissie in plaats van een dienaar van de mensenrechten in eigen land'."

Bron: Novum

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"La proposta del primo cittadino van der Laan rafforza la possibilità già prevista dalla legge di perquisire i cittadini sulla base del semplice sospetto nelle zone a rischio. Proteste dal partito liberale D66 e delle associazioni: "Superato ogni limite".

Il comune di Amsterdam vuole dotare la polizia di body scanner "portatili" che consentano di 'guardare' attraverso i vestiti dei sospetti e di individuare facilmente armi o altri oggetti non consentiti. Non si tratta di una promessa "elettorale" giustizierista di Geert Wilders ma di un annuncio del primo cittadino della capitale olandese, il sindaco laburista Eberhard van der Laan ripreso con gran clamore dalla stampa nazionale. Per il borgomastro, l'introduzione di questi sofisticati strumenti, che avrebbero in dotazione un sensore capace di "fiutare" anche droghe o esplosivi, potrebbe rappresentare un valido aiuto per implementare la politica di "stop and search" ossia la possibilità riconosciuta dalla legge olandese alla polizia, di condurre, sulla base del semplice sospetto, perquisizioni casuali in zone della città considerate a rischio.
(...)
Due anni e mezzo dopo, le parole del sindaco di Amsterdam riaprono il caso ma il partito laburista, per bocca dell'ufficio stampa, cerca di smorzare, preventivamente, le polemiche: "La discussione non è ancora iniziata ma noi pensiamo si possa trattare serenamente del tema magari individuando dei limiti a tutela della privacy: per esempio, noi diremmo no a scanner come quelli impiegati all'aeroporto di Schipol, che fotografano i contorni del corpo e consentono immagini in alta definizione". Intanto, il tema è stato all'ordine del giorno in commissione sicurezza del comune, lo scorso giovedi, ma l'aula ha deciso di riaggiornare il dibattito a gennaio 2013, probabilmente per spegnere le vigorose, benchè isolate, proteste che si sono levate proprio alla vigilia dell'inizio della campagna elettorale per le elezioni politiche di settembre. Si è fatto sentire, infatti, il partito liberale D66, piccolo ma influente movimento che per bocca del capogruppo in consiglio comunale Jan Paternotte ha fatto sapere al sindaco che non ha alcuna intenzione di prendere in considerazione la proposta: "La facoltà, per la polizia di fermare in strada chiunque, senza ragione, ed effettuare perquisizioni è già una misura estremamente invasiva e potenzialmente discriminatoria ma con il bodyscan superiamo ogni limite", ha tuonato Paternotte e ha concluso: "E' davvero necessario che la polizia di Amsterdam possa venire a conoscenza di ogni dettaglio della vita privata dei cittadini?". Dello stesso avviso l'associazione "Privacy First" che ha attaccato l'idea del borgomastro, annunciando mobilitazioni ed azioni legali per contrastare l'eventuale misura."

Lees het hele artikel in het Italiaanse dagblad il Fatto Quotidiano HIER
Een steenkolen-Engelse vertaling ervan vindt u HIER bij Google Translate.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Op de laatste dag voor het zomerreces (13 juli 2012) stemde de ministerraad in met een wetsvoorstel van staatssecretaris Teeven (Veiligheid & Justitie) om de beelden van private bewakingscamera's voortaan sneller openbaar te kunnen maken. In het programma Juridische Zaken (BNR Nieuwsradio) werd voorzitter Bas Filippini van Stichting Privacy First om een reactie gevraagd. In principe staat Privacy First negatief tegenover het publiceren van beelden van bewakingscamera's, tenzij er sprake is van een redelijke verdenking van een ernstig misdrijf, bijvoorbeeld een gewapende overval waarbij de daders vol in beeld staan. Het is echter niet aan de burger zelf, maar aan de officier van justitie om te bepalen of de beelden van een dergelijk misdrijf gepubliceerd mogen worden. Daarbij dient strikt te worden getoetst aan de beginselen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit. Beluister hieronder het volledige interview met Bas Filippini:



De draai die BNR hieraan gaf kunt u HIER lezen.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Als de Amsterdamse politie mobiele bodyscanners met röntgenstraling gaat inzetten om burgers op straat te scannen, kan het een rechtszaak tegemoet zien.

Vandaag kwam televisiezender AT5 met het bericht dat de politie onderzoek doet om mobiele bodyscans in te zetten. De scanners, die door kleding heen kunnen kijken, zouden volgens de politie een goede aanvulling op preventief fouilleren zijn.
(...)

Rechtszaak

Als de politie de scanners ook daadwerkelijk gaat inzetten, zal Stichting Privacy First het Amsterdamse politiekorps alsmede de verantwoordelijke burgemeester Van der Laan persoonlijk voor de rechter slepen wegens schending van de menselijke waardigheid, de onschuldpresumptie, schending van de privacy, aantasting van de lichamelijke integriteit en het in gevaar brengen van de gezondheid van alle Amsterdammers.

"De invoering van mobiele röntgenscanners brengt immers zowel de privacy als de gezondheid van onschuldige burgers actief in gevaar", aldus de privacyvoorvechter."

Lees HIER het hele bericht bij Security.nl

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"De gemeente Amsterdam bekijkt de mogelijkheid om bodyscanners met röntgenstraling in te zetten op straat.

Burgemeester Eberhard van der Laan (PvdA) geeft donderdag in de gemeenteraad uitleg over het onderzoek van de Amsterdamse politie naar de mogelijkheden tot het inzetten van zogeheten 'scanpalen' als aanvulling op het preventief fouilleren.

De Amsterdamse D66-fractie wil dat de gemeente direct stopt met het onderzoek.

Privacy

D66 vindt de aantasting van de privacy te groot. De partij vindt preventief fouilleren al een zwaar middel en noemt de bodyscanner die met straling door kleding heen kan kijken 'echt een aantal stappen te ver'. "De politie hoeft niet alles van de Amsterdammer te weten", reageert D66-fractievoorzitter Jan Paternotte woensdag.

Volgens de burgemeester maakt het onderzoek naar de 'naaktscans' deel uit van een bredere, landelijke discussie over de inzet van wapencontroles.

"In Amsterdam willen we voorkomen dat onschuldige mensen worden gefouilleerd en tegelijkertijd de pakkans vergroten van mensen die wel wapens bij zich dragen. Daar zouden deze technologische middelen aan kunnen bijdragen", aldus een woordvoerder van Van der Laan. Ook de inzet van 'handdetectoren', zoals in de beveiliging gebruikt worden, behoort tot de mogelijkheden.

(...)

Rechter

Stichting Privacy First kondigt aan naar de rechter te stappen, mocht de Amsterdamse politie besluiten bodyscanners in te zetten op straat.

Naast het korps wordt dan ook burgemeester Eberhard van der Laan gedaagd, kondigt de stichting aan. Gebruik van de scanner zou de menselijke waardigheid, de onschuldpresumptie en de privacy van passanten aantasten.

Ook de lichamelijke integriteit en de gezondheid van de Amsterdammers zou in het geding komen door de invoering van mobiele röntgenscanners. Privacy First doet een dringende oproep aan de gemeenteraad om de politie terug te fluiten en de invoering van 'naaktscanners' te verbieden."

Lees HIER het hele bericht bij NU.nl

Gepubliceerd in Privacy First in de media
zaterdag, 23 juni 2012 18:29

Nationaal Privacy Debat 2012

Op 11 juni jl. vond in Den Haag het langverwachte Nationaal Privacy Debat plaats. Privacy First somt voor u de aspecten op die ons het meest opvielen, te beginnen met het treffende pleidooi van Brenno de Winter voor een Privacy Deltaplan:

“Het Nationaal Privacy Debat is een unieke kans iets moois te beginnen en mensen uit te dagen mee te doen met de maatschappelijke discussie. Laten we die kans grijpen en werken aan een Deltaplan. Nederland weer tot voorbeeldland maken. Een voorbeeld als rechtstaat voor wat betreft de bescherming van de burger. Daarin zijn we op ons best!”

Brenno de Winter.  © Sebastiaan ter Burg

Hierna was het woord aan Anthony House (Google), die aan het einde van zijn keynote speech de volgende vraag aan het publiek stelde:

“Are the principles of data protection that were developed in the 1970s still good today? Do we need to start from scratch on privacy principles?”

Uit de stilte in de zaal en enkele antwoorden die hierop volgden viel (gelukkig) op te maken dat de klassieke privacybeginselen nog altijd voldoen, in elk geval grotendeels.

Daarna was het de beurt aan de eerste paneldiscussie, waarbij de centrale vraag was wat momenteel de voorkeur heeft: meer wettelijke regelgeving of meer zelfregulering? Uit de reacties vanuit het panel en vanuit de zaal bleek de voorkeur in overheersende mate uit te gaan naar beide opties samen i.p.v. slechts het één of het ander. Net als in de financiële sector is goede wetgeving en strakke handhaving ook voor de ICT-sector inmiddels bittere noodzaak gebleken. Die wetgeving vormt echter slechts een minimale, snel verouderende ondergrens. Het is dan ook aan de ICT-sector zelf om altijd op het hoogste, meest privacyvriendelijke (oftewel klantvriendelijke) niveau te opereren. Dit is een belangrijk selling point en biedt belangrijke concurrentievoordelen. In die zin kunnen wetgeving en zelfregulering elkaar goed aanvullen.

Vervolgens was er een toespraak van Joost Farwerck (KPN) die onder meer aangaf dat privacy tegenwoordig een zeer hoge prioriteit heeft bij een breed Nederlands publiek: uit onderzoek van KPN was gebleken dat het publiek hier na een goede gezondheidszorg en goed onderwijs de meeste waarde aan hecht. Mede daarom heeft KPN een intern Privacy Awareness programma en een externe Privacy Missie opgesteld. Farwerck pleitte er tenslotte voor om van het Nationaal Privacy Debat een terugkerend evenement te maken. (Later die dag pleitte ook Arie van Bellen (ECP-EPN) hiervoor.) Privacy First sluit zich daar graag bij aan.

Interessant tijdens de tweede panelsessie (over privacy en beveiliging) waren vooral de parallellen die werden getrokken met de veiligheid in andere sectoren, zoals de levensmiddelenindustrie en de luchtvaartsector, zowel qua regelgeving en zelfregulering als qua toezicht en handhaving. Eerder op de dag had Vincent Böhre (Privacy First) een vergelijkbare parallel getrokken met vroegere ontwikkelingen op het terrein van milieubescherming. Veel deelnemers aan het debat waren het erover eens dat het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) enerzijds te weinig middelen en bevoegdheden heeft, maar anderzijds ook de bestaande privacywetgeving te zwak handhaaft. Verder maakte Walter van Holst (Mitopics) vanuit het publiek terecht de opmerking dat er meer nadruk moet worden gelegd op dataminimalisatie. Wat er niet is hoeft immers ook niet beveiligd te worden.

Het woord was hierna aan Bart de Koning: journalist en auteur van het boek 'Alles onder controle, de overheid houdt u in de gaten'. De Koning wees in zijn toespraak op een aantal positieve recente ontwikkelingen, waaronder het verzet tegen de vingerafdrukken in het paspoort, nieuwe cookiewetgeving, netneutraliteit en politieke aandacht voor de risico’s van de Amerikaanse Patriot Act. Tegelijkertijd waarschuwde hij voor negatieve ontwikkelingen zoals het voorstel om alle kentekenplaten van RFID-chips te gaan voorzien. Ook is Nederland nog steeds koploper in afluisteren. Verder constateerde hij dat de media (inclusief Elsevier) tegenwoordig meer aandacht aan privacy besteden dan voorheen en dat de burger ook steeds meer de overheid in de gaten houdt i.p.v. andersom. “De burger gluurt terug” en dit kan “een disciplinerend effect hebben op de Staat”, aldus De Koning. Voor de toekomst gaf De Koning de volgende richtsnoeren mee aan het publiek: 1) eerst denken, dan doen, 2) dataminimalisatie, 3) openbaarheid, 4) effectiviteit, 5) horizonbepalingen en 6) een permanent debat. Verder pleitte De Koning voor invoering van constitutionele toetsing (bij de rechterlijke macht), een Constitutioneel Hof en steviger toezicht door het CBP. In dit verband maakte hij een vergelijking met Duitsland, waar ANPR (automatische nummerplaatherkenning) verboden is.

Bart de Koning.  © Sebastiaan ter Burg

Vervolgens was er ruimte voor discussie met het publiek, waarbij vooral Joyce Hes (Stichting Bescherming Burgerrechten) een belangrijk punt aanstipte: veel openbare discussies (waaronder de periodieke Privacycafe’s in Felix Meritis) worden gevoerd met privacyvoorstanders. Politici en ambtenaren die kritisch tegenover privacy staan komen bij dergelijke debatten zelden opdagen. Dit laatste is niet goed voor de discussie.

Joyce Hes en Frénk van der Linden.  © Sebastiaan ter Burg

Tenslotte stelde Bart de Koning nog dat vooral de etnische ‘onderklasse’ het slachtoffer is van stelselmatige privacyschendingen, waaronder preventieve huiszoekingen. Privacy First onderschrijft al deze punten.

De derde panelsessie had als thema “privacy en overheid”:

© IDG Nederland

© IDG Nederland

Namens Stichting Privacy First beet Bas Filippini als volgt het spits af:

“Waar wij ons op richten zijn eigen keuzes in een vrije omgeving. Bij eigen keuzes denk je natuurlijk aan keuzevrijheid, en een vrije omgeving betekent dat wij ernaar streven om de omgeving zo vrij mogelijk te houden voor de gemiddelde burger in Nederland. Dit tenzij je met rede verdacht wordt van een strafbaar feit: dan kun je privacy inwisselen voor veiligheid. Dat is onze filosofie. Wij beredeneren dingen eerst vanuit principes, getoetst aan de Grondwet. Dan kijken we naar de uitvoering: zijn er voldoende checks & balances? Hoe zetten we beleid neer en hoe gaan we dat uitvoeren? En daarna kijken we pas naar technologie. Ik zeg altijd: “je kunt met een mes iemand neersteken, maar je kunt er ook een boterham mee smeren.” Technologie is voor velen “de heilige graal” waar men alles aan ophangt, zonder die eerste drie stappen te zetten: 1) principes, 2) beleid, 3) uitvoering, en dan pas gaan kijken hoe je slimme dingen kunt doen met technologie. Vaak worden de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit overschreden, en dat is erg jammer. Bij de overheid zijn veel mensen die het graag anders zouden willen doen, maar als zij het ergens niet mee eens zijn worden ze al snel als klokkenluider gezien, en dat werkt stigmatiserend. Zo vaart de Titanic dus richting de ijsschots, met als huidig resultaat: steeds meer profiling. Daarmee bedoelen wij geen gerichte profiling bij een redelijke verdenking van een strafbaar feit, maar het volgen van een gehele populatie en kijken of er “iets fout zit”, op basis van outliers, de afwijkingen van het gemiddelde. Dat vinden wij een groot gevaar, omdat iedereen dan een verdachte wordt. Daardoor krijg je heel veel zelfcensuur bij mensen, zowel bij ambtenaren als bij burgers op straat.”

Bas Filippini.  © IDG Nederland

Bas Filippini.  © IDG Nederland

Tijdens het vervolg van het paneldebat sprongen allereerst de opmerkingen van Ronald Leenes (Universiteit van Tilburg) eruit: hij waarschuwde terecht voor een verlies van vertrouwen bij burgers in de overheid indien die overheid het recht op privacy niet serieus neemt. “De afweging of een inbreuk op de privacy noodzakelijk is in een democratische samenleving wordt door de overheid op een aantal dossiers nauwelijks gemaakt”, aldus Leenes. Data worden volgens Leenes domweg verzameld “omdat het kan”, er is een enorm vertrouwen in de technologie, men denkt dat meer informatie leidt tot betere beslissingen, er is onvoldoende aandacht bij de overheid voor alternatieven om dezelfde doelen te bereiken, en er is sprake van onkunde. Hierbij waarschuwde Leenes onder meer voor de huidige plannen om prostituees centraal te gaan registreren. Ook benadrukte hij dat privacy niet alleen een individueel recht is, maar ook een sociale functie heeft.

Ronald Leenes en Wilmar Hendriks.  © IDG Nederland

Anderen in het panel wezen op de gevaren van risicoprofilering. Ook werd de drogredenering “je hoeft niets te vrezen als je niets te verbergen hebt” unaniem ontkracht: iedereen heeft immers het recht om zijn of haar privéleven simpelweg voor zichzelf te houden. Bovendien is het kernelement van vrijheid nu juist dat je iets te verbergen mág hebben. Verder werd opgemerkt dat er hard moet worden gewerkt aan de kennis en het bewustzijn over privacy bij de overheid. Sommigen in het panel benadrukten incompetentie bij de overheid i.p.v. opzet. Bas Filippini antwoordde hierop dat er vaak wel degelijk een agenda achter dingen zit, namelijk beleid vanuit de Verenigde Staten en de Europese Unie. “Hoe richt je je samenleving in? Doe je dat op basis van angst, haat en controle, of op basis van vertrouwen, vrijheid en liefde?”, aldus Filippini.

Bas Filippini.  © IDG Nederland

Frénk van der Linden en Bas Filippini.  © IDG Nederland

Bas Filippini, Kees Verhoeven en Sander Duivestein.  © IDG Nederland

Vervolgens was er discussie met het publiek, waarbij Jeroen Terstegge (PrivaSense) terecht opmerkte dat men dient te waken voor het uitvoeren van Privacy Impact Assessments (PIA’s) door rechtstreeks betrokken ambtenaren i.p.v. door een onafhankelijke toezichthouder, bijvoorbeeld een Chief Privacy Officer. Op dit terrein dient er meer zelfkritiek binnen de overheid te zijn, los van de externe rol van het CBP. Een ander opvallend punt vanuit het publiek werd aan het einde van de panelsessie gemaakt door Dimitri Tokmetzis (Sargasso): verzekeringen zijn oorspronkelijk bedoeld om risico’s te spreiden, maar door profiling worden risico’s juist geïndividualiseerd. Dit gaat ten koste van de solidariteit in onze samenleving.

Hierna gaf Pim Takkenberg (KLPD) een toespraak rond het thema privacy en opsporing, waarbij hij concreet inging op de dilemma’s rond de ontmanteling van een zogeheten botnet: een netwerk van gekaapte computersystemen. Volgens Takkenberg is het wettelijk kader in dit verband soms nog “onvoldoende specifiek”, bijvoorbeeld bij 1) het op afstand “betreden” (oftewel hacken) van computersystemen door de politie en 2) internationale samenwerking bij de bestrijding van cybercrime. Ook bij publiek-private samenwerking loopt de politie in dit verband vooralsnog “op eieren”, aldus Takkenberg. Op een vraag vanuit het publiek over de effectiviteit van de bewaarplicht telecomgegevens (dataretentie) antwoordde Takkenberg dat je “soms dingen even de tijd moet geven om te zien wat het op termijn oplevert.” Dit sterkt het standpunt van Privacy First dat deze maatregel nooit ingevoerd had mogen worden. Tenslotte stelde Takkenberg dan ook terecht dat de politie niet gebaat is bij teveel informatieverzameling, maar hier juist heel selectief in moet zijn.

Pim Takkenberg.  © Sebastiaan ter Burg

De paneldiscussie over privacy en opsporing die hierop volgde nam een onverwachte wending door het commentaar van Jan Grijpink (Universiteit Utrecht, voorheen tevens Justitie) over de recente verwikkelingen rond het biometrisch paspoort. Op de vraag waar hij zich in de privacydiscussie aan ergerde antwoordde Grijpink het volgende:

“De discussie over het biometrische paspoort, dat vind ik een heel mooi voorbeeld van hoe een te hardnekkig drammen – als ik het zo mag zeggen – op de privacykant, de veiligheidskant omver haalt. Als we nu zover zijn dat we zeggen “we halen de vingerafdrukken weer van het paspoort af”, dan ben ik heel tevreden. In 2002 had ik graag willen voorkomen dat we vingerafdrukken op het paspoort zouden zetten, want het is helemaal niet nodig om met vingerafdrukken te controleren wie de houder is. Dat is gewoon een overbodige handeling geweest. Maar op het moment dat je vingerafdrukken op dat paspoort zet, moet je kunnen controleren of die vingerafdrukken nog de correcte vingerafdrukken zijn, en of degene die beweert dat hij erbij hoort ook echt die persoon is. Dat heeft geleid tot een besluitvorming van de verschillende ministers die verantwoordelijk waren om vier vingers in een gemeentelijke databank onder te brengen, en als je dat dus niet hebt, dan is de burger eigenlijk rechteloos als hij rondloopt met een document met twee vingers, omdat het document ook bestemd is om aan anderen te geven. Als het iets is voor jezelf, is dat nog tot daar aan toe, maar een paspoort is er om aan een andere autoriteit af te staan. Als wij een paspoort uitdelen, dan controleren we niet eens met diezelfde biometrie of het echt wordt uitgedeeld aan de persoon die officieel de houder is. Óf geen vingerafdrukken, óf helemaal goed. Allebei dreigen we nu af te breken door een te hardnekkig drammen op één aspect van de privacy. Dat is waar ik me wel druk over maak.”

André Elissen, Jan Grijpink en Wilbert Tomesen.  © IDG Nederland

Hierop vroeg Vincent Böhre (Privacy First) aan Grijpink naar diens inschatting over het risico van function creep bij de opslag van vingerafdrukken in gemeentelijke databanken.

Vincent Böhre.  © IDG Nederland

Daarop antwoordde Grijpink als volgt:

“Als je alleen de vingers op het paspoort zet, dan ben je gewoon alle controle kwijt voor de bescherming van de betrokkene. Ik heb mij er altijd hard voor gemaakt dat vier vingers – de twee op het paspoort en twee andere – bij de gemeente berusten om te kunnen controleren of het nog steeds de juiste persoon is en of er niets aan het document is veranderd. Daarmee kan je ook jezelf vrijpleiten als je van iets wordt beschuldigd met zo’n document. De vraag of dat dan kan leiden tot function creep: ja, alles kan leiden tot function creep. Maar ik denk dat als je het goed organiseert, en daar ben ik natuurlijk wel een groot voorstander van, ook vanwege het feit dat wij met keteninformatisering ook de grootschalige infrastructuren maken om dat goed te beheren, dan denk ik dat je daar de overheid in zekere zin ook een beetje in mag vertrouwen. Ik heb er 40 jaar in rondgelopen. Ik zie dat in de privacydiscussie heel vaak een soort spook van de overheid wordt gemaakt. Ik herken dat niet. Heel veel overheidsmensen doen getrouw hun werk.”

Eenieder concludere hieruit het zijne... ;)

Tijdens de paneldiscussie stond tevens de vraag centraal over het wel of niet vrijgeven van Nederlandse cijfers over telefoon- en internettaps. Namens Bits of Freedom pleitte Simone Halink terecht voor meer transparantie terzake. Vanuit de hoek van de KLPD (en een oud-AIVD’er in de zaal) werd echter al snel duidelijk dat men in dit verband totaal niet bereid was om openheid van zaken te verschaffen. De leidde vervolgens tot een verharding van de discussie waarbij de privacyvoorvechters en de (oud-)vertegenwoordigers van politie en justitie lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan. Grijpink merkte tijdens deze discussie het volgende op:

“Ik wil een aspect erbij brengen waardoor je ook voorzichtig moet zijn met die harde roep om gegevens en om metingen. Speciaal, heel duidelijk in mijn dossier, identiteitsfraude, dan maak je gebruik van de identiteit van een ander. Als dat slaagt, dan is het onzichtbaar. En als de betrokkene dood is, dan merkt hij ook niks. Dus dat is een mooi voorbeeld dat als je gaat meten, je het verkeerde antwoord krijgt. En verkeerde conclusies, en verkeerde beelden, is voor de opsporing misschien wel erger dan als iets bekend wordt. In het geval van identiteitsfraude is het heel duidelijk. Er werd mij gevraagd: “Hoe erg is het probleem?” Ik zei: “De vraag stellen betekent dat je het niet begrijpt. Je moet eerst een situatie hebben dat je zeker weet dat je degene die geslaagd fraudeert te pakken hebt.” Er is maar één situatie die ik ken: dat zijn de cellen van Justitie. Toen zei Donner: “Dan gaan we kijken.” En wat bleek: 15% had de verkeerde identiteit. De helft daarvan kenden we niet eens. En dat zit dan gewoon in de gevangenis. Met andere woorden: cijfers zijn maar tot op zekere hoogte echt bruikbaar, en in het maatschappelijk debat gaan ze vaak de mist in.”

Hierop benadrukte Böhre het belang van het besef dat privacy een mensenrecht is, waarbij de proportionaliteitsvraag zowel in individuele als in collectieve zin fundamenteel is. De discussie dient daarom altijd gevoerd te worden op basis van harde feiten en cijfers. Vage aannames over look-alike fraude zijn geen excuus om een hele bevolking met biometrische paspoorten op te zadelen. Vanuit het panel volgde hierop geen ontkennende reactie. Het belang van een verdere discussie op basis van feiten en cijfers leek ook vanuit de zaal erkend te worden. In die zin fungeerde het Nationaal Privacy Debat hopelijk als de afsluiting van een tijdperk van fact-free politics.

Bij een eerstvolgend Nationaal Privacy Debat zal Privacy First graag weer actief aanwezig zijn. In de tussentijd dient het debat met alle relevante partijen permanent te worden gevoerd.

Een volledige videoregistratie van het hele (6,5 uur durende) Nationaal Privacy Debat kunt u HIER bekijken.
Meer foto's van het evenement vindt u HIER en HIER.

Naschrift Privacy First: bovenstaand verslag is tevens integraal gepubliceerd in het vakblad Privacy & Compliance 3-4/2012, pp. 46-49.

Gepubliceerd in Metaprivacy

Op 11 juni 2012 vindt in Den Haag het Nationaal Privacy Debat plaats. (Klik HIER voor de aankondiging hiervan op televisie in november 2011.) Met een serie webcasts scherpt Webwereld in de aanloop naar dit nationale evenement alvast de meningen. Onder leiding van journalist Brenno de Winter kruisen steeds enkele deskundigen de degens over een aspect van het thema privacy. In deze vierde video praat De Winter met Vincent Böhre van Stichting Privacy First en social-mediakenner Jan Willem Alphenaar over het doembeeld van de bewakingsstaat, waarin de overheid de burger permanent in de gaten houdt. Volgens Privacy First zijn we niet naar zo'n maatschappij op weg, maar zitten we er al middenin. Hoe heeft dit zo ver kunnen komen en wat valt er tegen te doen?
Bekijk hieronder de webcast:


© Nationaal Privacy Debat / IDG Nederland

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Op woensdagavond 2 mei jl. vonden in het Amsterdamse Verzetsmuseum een viertal lezingen en discussie plaats over de vraag in hoeverre de bevolkingsregistratie in de jaren 30 en 40 te vergelijken is met de huidige situatie. Naast Annemiek Gringold (Hollandse Schouwburg), Peter Romijn (NIOD) en Bob de Graaff (Universiteit Utrecht) nam Vincent Böhre namens Privacy First deel aan het debat:

"Vincent Böhre, voorzitter van het Platform Bescherming Burgerrechten en werkzaam bij Privacy First, trok een aantal tekenende parallellen tussen het biometrisch paspoort, waar hij in 2009 een WRR-onderzoek naar deed, en het Persoonsbewijs van 1940. "Allereerst werden zowel het Persoonsbewijs als het hedendaagse biometrisch paspoort ingevoerd in 'oorlogstijd'; waar destijds de Tweede Wereldoorlog woedde, accepteren we tegenwoordig allerlei registraties mede onder druk van de War on Terror die al tien jaar bezig is. Er is bovendien bij beide sprake van propaganda; in de voorlichtingsfolder van de overheid staat dat het nieuwe paspoort er is om fraude tegen te gaan. Dat het biometrisch paspoort nog vier, vijf andere doelen dient, waaronder strafrechtelijk onderzoek, is nooit verteld in voorlichtingscampagnes."

Verder gold zowel het Persoonsbewijs als het biometrisch paspoort als een prestigeproject van de Nederlandse overheid, beide werden gepresenteerd als een state-of-the-art product waarmee Nederland een voortrekkersrol vervulde. Ten slotte wordt het identiteitsbewijs ingezet als controle-instrument; een bevolking biometrisch in kaart brengen is een krachtig middel om verzet te breken. Ook in Irak en Afghanistan worden identificatiebewijzen ingezet om opstandelingen te bestrijden.
Volgens Böhre is het verzet in Nederland er hedendaags wel degelijk, maar via andere wegen. "Er lopen op dit moment meerdere rechtszaken tegen de verplichte vingerafdruk in het paspoort. In plaats van een bombardement op het Centrale Bevolkingsregister, kunnen we vandaag de dag spreken van een juridisch bombardement.""

Lees HIER het hele verslag van de avond op de website van het Platform Bescherming Burgerrechten.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Deze week verscheen in het Franse webmagazine 'OWNI' een uitstekend artikel van internetjournalist Jean-Marc Manach over biometrie. Tal van actuele problemen en onzekerheden rond biometrie passeren in dit artikel de revue. Ook komt de Nederlandse situatie aan bod:

"20% d'empreintes inutilisables

Les eurodéputés rappellent également qu'aux Pays-Bas, une étude menée sur plus de 400 passeports a révélé que les empreintes digitales étaient inutilisables dans plus de 20% des cas...

Sophia in 't Veld, de l'Alliance des démocrates et libéraux pour l'Europe (ADLE) révéla par ailleurs qu'au Pays-Bas, les passeports biométriques avaient été justifiés au motif de la lutte contre la fraude et l'usurpation d'identité, mais que le ministère de l'Intérieur avait toujours refusé de rendre public le nombre de cas recensés, au motif que le chiffre serait «inconnu», «pas public», «confidentiel» ou «secret».

Or, des documents obtenus par l'ONG Privacy First révèlent que les autorités n'ont dénombré que 46 cas d'usurpation en 2008, 33 en 2009 et 21 en 2010, sur une population de 17 millions d'habitants..."

Het hele artikel staat HIER online.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Belangenorganisaties vervullen een belangrijke rol in de samenleving en in het – waartoe ik mij hier beperk – bestuursrechtelijke rechtsbedrijf. Zij bieden een platform voor belangenarticulatie aan burgers en bedrijven. Daarmee zijn zij een bruikbaar aanspreekpunt voor bestuur en wetgever. Een rol die des te belangrijker is nu er steeds minder organisatie van belangen plaatsvindt via politieke partijen. De kwaliteit van besluitvorming en regelgeving is gebaat bij betrokkenheid van belangenorganisaties. Bovendien kan via deze organisaties de stem van burgers en bedrijven op effectieve wijze worden gehoord. Ook in het kader van de rechtsbescherming zijn belangenorganisaties belangrijk. In veel gevallen nemen zij het voortouw in procedures en zorgen zij dat de kwaliteit van besluitvorming en regelgeving door de rechter wordt getoetst. Daarbij hebben de organisaties meestal veel verstand van zaken. Verder kan zo in meer algemene zin een rechterlijk oordeel worden verkregen over een kwestie, zonder dat er een serie individuele zaken aanhangig hoeft te worden gemaakt. Geen overbodige luxe, mede gelet op de dreigende verhoging van griffierechten.

(...) Toch zijn er de afgelopen jaren in het bestuursrecht pogingen gedaan om juist hun rol terug te dringen.

Een voorbeeld van dat laatste bieden de Afdelingsuitspraken van het najaar van 2008 (LJN BF3913, LJN BF3912, LJN BF3911 en LJN BG1156). Daarin wordt de drempel voor de ontvankelijkheid van belangenorganisaties verhoogd. Er worden zwaardere eisen gesteld aan het onderscheidend vermogen van statutaire doelstellingen. Verder wordt strenger de hand gehouden aan de eis van feitelijke werkzaamheden. Daaronder kan niet meer worden begrepen het louter in rechte opkomen tegen een besluit. Uiteindelijk heeft deze nieuwe lijn de positie van belangenorganisaties gelukkig niet wezenlijk beperkt. (...)

Een ander gevaar voor de positie van de belangenorganisaties vloeit voort uit jurisprudentie van de civiele rechter in procedures over de rechtmatigheid van regelgeving. Als bekend, kan er vanwege artikel 8:2 Awb bij de bestuursrechter niet rechtstreeks worden opgekomen tegen algemeen verbindende voorschriften. De rechtmatigheid daarvan kan daardoor bij de burgerlijke rechter worden betwist. Belangenorganisaties kunnen dat doen op de voet van de collectieve en algemeen belang actie van artikel 3:305a BW. In een procedure van de Stichting Privacy First tegen het biometrisch paspoort verklaarde de rechtbank (sector civiel) deze organisatie echter niet ontvankelijk. Dit omdat de rechtmatigheid van de Paspoortwet ook indirect bij de bestuursrechter zou kunnen worden getoetst in een zaak van een individuele burger tegen het besluit tot weigering van een paspoort vanwege het niet afgeven van vingerafdrukken (2 februari 2011, LJN BP2860). Daarbij lijkt een belangrijke rol te hebben gespeeld het voorkomen van de betrokkenheid van twee soorten rechters met het risico van 'rechtsoneenheid'. Hoewel op zich een legitiem belang, kunnen er serieuze vraagtekens bij dat oordeel worden geplaatst omdat het in lijkt te gaan tegen de bedoelingen van de wetgever. Bovendien is het gevolg daarvan dat de mogelijkheden van belangenorganisaties om te procederen tegen regelgeving ernstig in het gedrang komen. Zij kunnen immers niet zelf bij de bestuursrechter een procedure entameren. Verder is het onwaarschijnlijk dat zij als belanghebbende zouden worden toegelaten tot de procedure van de betrokken individuele burger. Daarbij laat deze paspoortzaak ook goed zien wat het gevolg is van het terugdringen van de rol van belangenorganisaties. Nu zijn er in het hele land diverse procedures gevoerd met alle rechtsonzekerheid van dien en wordt thans nog gewacht op het hoger beroep (bijv. LJN BP8841, LJN BT7650, LJN BR7082, en LJN BR4658). Bovendien blijkt dat de deskundige inbreng van de genoemde belangenorganisatie een toegevoegde waarde zou hebben gehad. Het is dan ook te hopen dat de uitspraak van de rechtbank in hogere instantie(s) wordt gecorrigeerd. Een alternatief daarvoor zou kunnen zijn het mogelijk maken van direct beroep tegen algemeen verbindende voorschriften (waaronder formele wetgeving) bij de bestuursrechter via het wijzigen van artikel 8:2 Awb. Deze optie heeft de voorkeur omdat daarmee het genoemde gevaar van 'rechtsoneenheid' zou kunnen worden weggenomen met behoud van de positie van belangenorganisaties."

Lees HIER het hele artikel van prof. Tom Barkhuysen bij NJBlog.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
Pagina 15 van 20

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon