donatieknop english
dinsdag, 21 april 2020 11:10

5G Voorlopig Nee

Vandaag begint de stichting Stop5GNL een kort geding tegen de Staat. Privacy First staat achter dit kort geding, gezien de grote onduidelijkheid over de gezondheidsrisico’s van 5G-technologie. Belangrijk is dat 5G een geheel nieuwe technologie is. Anders dan bij 4G worden de frequenties gericht op de gebruikers gestraald door de zendmast. Hiervoor zijn massale aantallen zendmasten noodzakelijk die deze hoogfrequente straling "beamen".

Statutair doel van Privacy First is "het behouden en bevorderen van het recht op privacy, alsmede de persoonlijke vrijheid van leefomgeving", alles in de ruimste zin des woords. Privacy First staat daarbij voor eigen keuzes in een vrije omgeving en gaat uit van de basisprincipes van onze rechtsstaat, conform artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Binnen deze brede privacybenadering staat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, een vrije leefomgeving en het recht op lichamelijke integriteit centraal. Indien de schadelijkheid van 5G niet goed onderzocht en afdoende afgedekt is, worden bovenstaande zaken direct geschonden. In dit verband heeft onze overheid bovendien de mensenrechtelijke plicht om te waken voor onze gezondheid. Onbegrijpelijk dus dat juist de Europese Unie de drijvende kracht is achter 5G en de lidstaten pusht om nog dit jaar deze technologie in te voeren.

Naast bovenstaande risico's levert 5G tevens andere privacy-risico’s op, namelijk vanuit de zogenaamde Smart Grids en Smart Cities. Deze netwerken, waarin miljarden apparaten met elkaar verbonden zijn en met elkaar communiceren, zijn een groot gevaar voor onze privacy. Het wordt hoog tijd dat er een brede maatschappelijke discussie komt over de voor- en nadelen van deze netwerken en in hoeverre er in de nabije toekomst nog eigen keuzevrijheid is in een vrije omgeving. Er worden miljarden geïnvesteerd in deze “smart” netwerken zonder dat er voor de burger altijd duidelijke voordelen zijn. Tevens is het de vraag of alle “smart” oplossingen gebaseerd zijn op privacy by design en privacy enhanced technology.

Wij vinden het een goede zaak dat de nationale privacy toezichthouder (Autoriteit Persoonsgegevens) strak gaat optreden richting gemeenten en overheidsinstellingen die Smart Grids willen implementeren en hiervoor duidelijke uitgangspunten en regels opstelt voor de implementatie en consequenties daarvan voor onze vrije, open democratische samenleving. Privacy First is altijd bereid om hierin kritisch mee te denken.

Wat het kort geding betreft: hoog tijd voor goed onafhankelijk onderzoek naar alle gezondheidsrisico's en mogelijke alternatieve technologieën indien blijkt dat de zogenaamde economische voordelen niet opwegen tegen de schadelijke effecten. Zodat Nederland met recht een privacy gidsland kan worden.

Voor een vrije en gezonde samenleving!

Bas Filippini,
voorzitter Privacy First


Update 1 mei 2020: zie ook column 5G Voorlopig Nee: kort geding 4 mei.

Gepubliceerd in Columns

Privacy en ‘privacy by design’ blijkt voor het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vooral op papier te bestaan. Privacy organisaties zijn niet welkom in het Informatieberaad Zorg, een gesprekstafel van het Ministerie die belangrijke knopen doorhakt over beveiliging en privacy bij digitale zorgcommunicatie. Hoe het echt werkt bleek zeer recent uit de ‘Corona opt-in’, waarin privacy en het medisch beroepsgeheim zonder pardon buitenspel werden gezet. Niemand uit de privacywereld werd om advies gevraagd.

In 2018 verzocht de Tweede Kamer in een motie om privacy- en burgerrechtenpartijen actief te betrekken in het Informatieberaad Zorg (IBZ). In het IBZ maken partijen uit de zorgsector met het Ministerie van Volksgezondheid belangrijke plannen en afspraken over de ontwikkeling van digitale zorgcommunicatie. Privacy First voert al jaren lobby en actie op dit thema, onder meer via onze campagne Specifieke Toestemming.

In reactie op de aanmelding van Privacy First voor deelname aan het IBZ liet minister Bruins echter weten dat het IBZ geen plaats ziet voor de privacyorganisatie aan haar gesprekstafel. “Het beraad is namelijk een bestuurlijke samenwerking van deelnemers uit het zorgveld. De kerngroep van het Informatieberaad Zorg bestaat uit deelnemers van de leden van dit beraad. Daardoor kan de Stichting ook niet deelnemen aan de Kerngroep als voorportaal voor het Informatieberaad”, aldus de Minister. Volgens het ministerie kan Privacy First haar inbreng op het gebied van privacy en beveiliging kwijt in de landelijke expertgroep Informatieveiligheid en privacy (IV&P), waar Privacy First reeds lid van is en “waar onze inbreng zeer welkom is.” Afgelopen week bleef het echter oorverdovend stil in deze hoek.

Toetsing en correctie door privacyexperts

Privacy First schrijft vandaag in een reactie aan het ministerie dat de rol van de expertgroep IV&P niet zwaar genoeg is om een verschil te maken in de besluitvorming van de kerngroep IBZ, die in de huidige hiërarchie het laatste woord heeft in de besluitvorming over privacy en veiligheid.

De adviserende rol van deze expertgroep zou daarom moeten worden vervangen door een toetsende en zo nodig corrigende rol. Zodra dit het geval is, wordt ons inziens voldoende recht gedaan aan de intentie van genoemde Kamermotie, en biedt deelname aan de Expertcommunity IV&P voldoende perspectief.

Burgerperspectief onderbelicht

Volgens Privacy First is het van groot belang dat naast de belangen van de zorgpartijen ook de belangen van burgers formele vertegenwoordiging krijgen in het Informatieberaad. Op dit moment hebben burgerrechtenorganisaties en onafhankelijke privacy- en beveiligingsexperts geen evidente plek in het IBZ, terwijl deze partijen wel nodig zijn om de maatschappelijke implicaties van voorstellen op waarde te schatten en zo nodig alternatieven aan te dragen. NGO’s zoals Privacy First kunnen de burger in brede zin vertegenwoordigen en perspectieven bieden die anders wellicht onderbelicht zouden blijven.

Privacy by design als uitgangspunt

Privacy First wil onder meer bijdragen aan het realiseren van privacy by design in de architectuur van zorg-ICT, een eis waaraan veel toepassingen in de zorgcommunicatie niet voldoen. Dit terwijl er het afgelopen decennium meerdere moties in het parlement zijn aangenomen die hierop aansturen, en dit tevens een vereiste is onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Om een kritische toetsing op privacy-implicaties van voorstellen mogelijk te maken, dienen partijen van buiten de zorg een afdoende sterke rol te krijgen in de governance-structuur van het IBZ.

In het IBZ dienen volgens Privacy First procedures te komen waarmee onafhankelijk wordt getoetst of de architectuur van huidige en toekomstige zorgcommunicatie voldoet aan het vereiste van privacy by design. Kruisbestuiving tussen privacy- en burgerrechtenorganisaties en de zorgpartijen die nu de knopen doorhakken in het IBZ is daarbij cruciaal. De belangen van zorgkoepels en andere stakeholders zijn immers niet noodzakelijkerwijs dezelfde als die van burgers (soms niet-patiënten) in brede zin. Burgerrechtenorganisaties zoals Privacy First zijn bij uitstek geschikt om deze belangen te vertegenwoordigen.


Lees HIER de hele brief die Privacy First vandaag aan het ministerie van VWS verzond (pdf).

Gepubliceerd in Medische privacy

Een noodsituatie vergt noodmaatregelen. Daar zijn we ons terdege van bewust. Maar ook noodmaatregelen moeten proportioneel, transparant en toetsbaar zijn. En daar lijkt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) nu toch een belangrijke steek te hebben laten vallen. Omdat die haar goedkeuring heeft gegeven aan een problematische noodmaatregel, de zogenaamde ‘corona opt-in’, waarmee het medisch beroepsgeheim systematisch buitenspel wordt gezet. De medische privacy van alle Nederlandse burgers komt hiermee in gevaar.

Waar gaat het om? Ruim de helft van alle Nederlanders heeft nog geen toestemming gegeven om hun medische gegevens via het Landelijk Schakelpunt (LSP) te laten uitwisselen door zorgverleners. Daardoor is er een groot niemandsland van potentiële corona-patiënten waarvan huisartsenposten en ziekenhuizen niet weten wat hun medische achtergrond is. Terwijl ze daar wel behoefte aan hebben, als de nood aan de man komt. Vandaar dat ze aan het ministerie van VWS gevraagd hebben om daar iets voor te regelen.

Het ministerie van VWS heeft hiervoor de zogenaamde ‘corona opt-in’ bedacht. Een verwarrende term, omdat er door die maatregel juist géén expliciete toestemming (opt-in) meer vereist is; er wordt uitgegaan van een soort stilzwijgende toestemming dat je gegevens gedeeld mogen worden via het LSP. Tenzij je alsnog bezwaar maakt. De nieuwe praktijk wordt daarmee: wie zwijgt, stemt toe (opt-out). Wat wettelijk gezien gewoon niet mag.

De Autoriteit Persoonsgegevens vindt deze ‘corona opt-in’ niet bezwaarlijk, met dien verstande dat de patiënt nog wel even ter plekke toestemming moet geven. In haar reactie op het voorstel stelt de AP:
“Artsen op de huisartsenpost of spoedeisende hulp mogen alleen met toestemming van coronapatiënten het medisch dossier bij hun huisarts inzien via een elektronisch uitwisselingssysteem. Wie nog geen toestemming heeft gegeven, kan dat ter plekke doen. Dat mag in dit geval ook mondeling. Alleen als een patiënt niet in staat is om toestemming te geven, is inzage zonder toestemming toegestaan.”

Medisch beroepsgeheim massaal omzeild

Klinkt logisch en redelijk. Vooral ook vanwege de extra voorwaarden die de AP heeft toegevoegd, zoals: dat deze maatregel tijdelijk is, en dat de gegevens alleen ingezien mogen worden door de huisartsenpost of de spoedeisende hulp. Maar toch kleven er aan deze oplossing belangrijke bezwaren. We noemen er vier (maar er zijn er nog meer).

Ten eerste is er een technisch probleem. Je kunt als patiënt wel zéggen dat je toestemming geeft, maar dan kan de arts nog steeds niet in je dossier. Degene die je dossier moet ontsluiten is namelijk de huisarts die je medische gegevens heeft vastgelegd in zijn patiëntdossier. Deze noodmaatregel is nou juist bedoeld om het beroepsgeheim dat daarop rust te omzeilen. Hoe dit logistiek moet worden gerealiseerd, wordt niet helder uit de brief van de AP. Maar wie is ingewijd in de technische kant van het LSP, weet dat dit alleen maar kan door álle dossiers waarvoor nog geen toestemming voor uitwisseling is gegeven, alsnog te ontsluiten (via een update van huisarts-systemen). Een volkomen disproportionele maatregel. En ook nog bloedlink, getuige het tweede probleem.

Het tweede probleem is ook technisch van aard: de raadpleging van je dossier zou beperkt moeten blijven tot de zorgverleners die direct bij je behandeling zijn betrokken. Maar dat is in het LSP technisch niet mogelijk. Dit informatiesysteem biedt geen mogelijkheid tot gericht opvragen: het is alles of niets. In dit geval dus alles, oftewel iedere zorgverlener aangesloten op het LSP. Dat zijn tienduizenden potentiële ingangen voor hackers. De Eerste Kamer, die het LSP in 2011 unaniem verwierp, noemde het systeem daarom destijds “een dossier met duizend deuren aan de achterkant.”

Schijnzeggenschap

De ‘corona opt-in’ biedt daarmee slechts een schijnzeggenschap aan de patiënt – het derde bezwaar. Ongeacht of de patiënt toestemming geeft, zal diens dossier namelijk technisch al open staan voor raadpleging vanuit tienduizenden toegangspunten. De toestemming die patiënten volgens de AP moeten geven, is daarmee niets meer dan een holle formaliteit. Door in haar brief aan het Ministerie van Volksgezondheid ten onrechte te stellen dat deze toestemming een harde eis is om het dossier raadpleegbaar te maken, gaat de AP voorbij aan de verstrekkende technische implicaties van deze maatregel – en daarmee ook de juridische.

Daarmee komen we aan bij het vierde en overkoepelende bezwaar. De AP houdt officieel toezicht op de naleving van privacywetten, maar nergens in haar brief valt te lezen op welke wettelijke basis de ‘corona opt-in’ is gebaseerd. Evenmin wordt duidelijk waarom de AP van mening is dat de voorgestelde ‘corona opt-in’ een noodzakelijke en proportionele maatregel en dat dit probleem niet op een minder ingrijpende manier kan worden opgelost. Van een privacytoezichthouder in crisistijd mogen we een transparant en grondiger onderbouwd oordeel verwachten, waarbij bovenstaande gevolgen van de ‘corona opt-in’ expliciet worden meegewogen.

Toezicht op naleving van de privacywetgeving en de principes van het privacyrecht zijn de kerntaken van de AP, juist in crisistijd. Als iemand nu het hoofd koel moet houden en niet mee moet gaan in overhaaste crisismaatregelen met onoverzienbare gevolgen, is het de nationale toezichthouder op de privacy.


Platform Bescherming Burgerrechten
Privacy First
Humanistisch Verbond
Stichting KDVP


Dit gezamenlijke standpunt is eerder tevens gepubliceerd op https://platformburgerrechten.nl/2020/04/10/ap-sta-ons-bij/ en https://specifieketoestemming.nl/ap-sta-ons-bij/.

Gepubliceerd in Wetgeving
zaterdag, 11 april 2020 16:54

Corona app: zegen of vloek?

Opiniestuk Telegraaf

Horror-app leidt tot meer angst en wantrouwen

Vanuit Privacy First zijn wij fel tegen iedere surveillance-app en al zeker niet een die het medisch beroepsgeheim ondermijnt. Een mobiel EPD (elektronisch patiëntendossier) waarin iedere burger een potentiele verdachte is en tevens en masse alle bewegingen worden nagegaan, levert in onze ogen schijnverdenkingen en -zekerheden op, verdachtmakingen, stigmatisering en zelfcensuur. Dit vormt een enorme inbreuk op ieders bewegingsvrijheid, om nog maar niet te spreken van datalekken en hacking. Tevens zal het niet bij deze app blijven: er zijn meer (toekomstige) ziekten en gedrag in kaart te brengen. En waarom dan niet meteen het hele dossier, gekoppeld aan triage? De geschiedenis leert dat dit soort maatregelen nooit worden teruggedraaid en alleen maar worden uitgebreid.

In ons rechtssysteem is het heel simpel. We gaan uit van legitieme doelbinding, oftewel: wat is het probleem, wat is het doel en hoe kunnen we dit bereiken? De eerste vraag kunnen we al niet beantwoorden; we meten namelijk vrijwel niet. De bevolking wordt dagelijks angst aangejaagd op basis van zeer selectieve cijfers inzake intensivecare-opnames en sterfgevallen. De totale besmette populatie is onbekend en het aantal mensen dat geneest wordt niet gerapporteerd. Wat we hier zien is een crisis aangejaagd door emotie bij gebrek aan cijfers. En dan is een app de oplossing? Waarvoor precies?

Naast doelbinding zijn noodzaak en proportionaliteit (is er een redelijke verhouding tussen het middel en het doel?) cruciaal. In deze crisis is het grootste probleem een capaciteitsprobleem in de gezondheidszorg. Dan lijkt me duidelijk waar de aandacht naartoe moet gaan: capaciteitsuitbreiding met man en macht. Mensen, ic-bedden, mondkapjes, kleding, beademingsapparatuur et cetera. En natuurlijk testcapaciteit voor de gehele bevolking, zowel op infectie als op antilichamen. Zo komen we tot feiten en het vaststellen van het echte probleem. Volgens de laatste schattingen heeft 95% van onze bevolking helemaal niets en die zou nu continu met een app gecontroleerd moeten worden?

Een ander vereiste is subsidiariteit: wat zijn de alternatieve oplossingen voor een dergelijke horror-app, die alleen maar leidt tot meer angst en wantrouwen? Welke privacyvriendelijke alternatieven zijn er? Onze overheid krijgt nu vanuit vertrouwen zes weken de tijd om zijn zaakjes op orde te krijgen en de burger heeft daarom het recht om iets terug te krijgen. Welke behandelmethoden en testmiddelen zijn reeds voorhanden die de burger weer vertrouwen kunnen geven?

Alle opties dienen te worden onderbouwd met cijfers. En testen kan gewoon via ons huidige gezondheidssysteem, dus via de huisarts. Niks nieuws onder de zon. Indien iemand besmet getest wordt, kan die in overleg met de huisarts of wellicht de GGD zelf actie ondernemen. Via dezelfde huisarts kan een burger natuurlijk altijd op basis van vrijwilligheid medische gegevens delen (eventueel via een privacyvriendelijke app) om anderen te helpen in het vinden van de beste behandelmethode. Uit onze analyse blijkt echter dat anonieme apps vrijwel onmogelijk zijn.

Dus fix the fundamentals, test en los het echte probleem op in plaats van apps te bouwen. Dan kunnen we op 28 april weer aan het werk en applaudiseren voor alle ondernemende Nederlanders die deze operatie uiteindelijk financieren.

Bas Filippini,
voorzitter Privacy First

Gepubliceerd in de zaterdageditie van De Telegraaf, 11 april 2020: https://www.telegraaf.nl/watuzegt/805422902/de-kwestie-zijn-corona-apps-een-zegen-of-een-vloek.

Gepubliceerd in Columns

Met grote zorg heeft Privacy First gisteren kennisgenomen van het voornemen van de Nederlandse overheid om speciale apps te gaan inzetten ter bestrijding van de Corona-crisis. Privacy First ziet het gebruik van dergelijke apps als een gevaarlijke ontwikkeling, aangezien dit kan leiden tot talloze onterechte verdenkingen, stigmatisering, onnodige onrust en paniek. Zelfs “geanonimiseerd” kunnen de gegevens uit dergelijke apps via koppeling alsnog tot individuele personen herleid worden. Bij grootschalig gebruik leidt dit tot een surveillance maatschappij waarin iedereen geobserveerd en geregistreerd wordt en men zich voortdurend gemonitord waant, met een maatschappelijk chilling effect tot gevolg. Groot risico is dat de verzamelde data voor meerdere doelen zullen worden gebruikt en misbruikt door bedrijven en overheden. In handen van criminele organisaties vormen deze data bovendien een goudmijn voor criminele activiteiten. Voor Privacy First wegen deze risico’s van “Corona apps” niet op tegen de veronderstelde voordelen.

Het recht op anonimiteit in de openbare ruimte is een klassiek grondrecht en cruciaal voor het functioneren van onze democratische rechtsstaat. Een democratisch besluit tot opheffing hiervan is onacceptabel. Mocht alsnog besloten worden tot grootschalige inzet van “Corona apps”, dan dient dit dus strikt anoniem en op zuiver vrijwillige basis te gebeuren. Met individuele toestemming vooraf zonder enige vorm van druk, volledig geïnformeerd en voor een legitiem, specifiek doel. Privacy by design (het inbouwen van privacybescherming in de techniek) dient daarbij leidend te zijn. Voor Privacy First zijn dit harde juridische voorwaarden die niet onderhandelbaar zijn. Mocht hier niet aan voldaan worden, dan zal Privacy First dit bij de rechter aanvechten.

Gepubliceerd in Wetgeving

Momenteel wordt de wereld hard getroffen door het Corona-virus. Deze pandemie vormt niet alleen een aanslag op de gezondheid, maar kan ook leiden tot een crisis voor de mensenrechten, waaronder het recht op privacy.

Onder het recht op privacy vallen de bescherming van ieders persoonlijke levenssfeer, persoonsgegevens, vertrouwelijke communicatie, het huisrecht en het recht op lichamelijke integriteit. Privacy First is opgericht om deze rechten te beschermen en te bevorderen. Niet alleen in tijden van vrede en voorspoed, maar ook in tijden van crisis.

Juist in deze tijd komt het er op aan om onze maatschappelijke vrijheid en persoonlijke levenssfeer te blijven bewaken. Angst mag daarbij geen rol spelen. In diverse landen zien we echter draconische wetgeving, maatregelen en infrastructuren doorgevoerd worden. Daarbij staat veel op het spel, namelijk het behoud van ieders vrijheid, autonomie en menselijke waardigheid.

Privacy First monitort de ontwikkelingen en reageert proactief zodra overheden maatregelen dreigen te treffen die niet strikt noodzakelijk en proportioneel zijn. In dit verband acht Privacy First de volgende maatregelen in principe onrechtmatig:
- Massa surveillance
- Gedwongen controle achter de voordeur
- Afschaffing van anonieme of contante betaalmogelijkheden
- Heimelijke inzet van cameratoezicht en biometrie
- Elke vorm van inbreuk op het medisch beroepsgeheim.

Privacy First zal er op toezien dat gerechtvaardigde maatregelen slechts tijdelijk zullen gelden en opgeheven worden zodra de Corona-crisis voorbij is. Van nieuwe structurele, permanente noodwetgeving mag geen sprake zijn. Gedurende de maatregelen moeten effectieve rechtsmiddelen beschikbaar zijn en dienen privacy-toezichthouders kritisch te blijven.

Ter effectieve bestrijding van het Corona-virus kan bovendien vooral een beroep worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Veel is mogelijk op basis van vrijwilligheid en met individuele, volledig geïnformeerde en specifieke toestemming vooraf.

Zoals altijd is Privacy First bereid te assisteren bij de ontwikkeling van privacyvriendelijk beleid en privacy by design, zoveel mogelijk in samenwerking met relevante organisaties en experts. Juist in deze tijd kan Nederland (en de Europese Unie) immers een internationaal voorbeeld zijn voor de bestrijding van een pandemie mét behoud van privacyrechten en democratische waarden. Alleen op deze manier zal de Corona-crisis onze wereld niet duurzaam kunnen verzwakken, maar komen we er samen sterker uit.

Gepubliceerd in Wetgeving

Vandaag heeft de rechtbank in Den Haag uitspraak gedaan over de inzet van het algoritmesysteem SyRI (Systeem Risico Indicatie) door de overheid. De rechter besloot dat de overheid moet stoppen met het profileren van burgers met grootschalige data-analyse om fraude met sociale voorzieningen op te sporen. Nederlanders zijn niet langer ‘bij voorbaat verdacht’.

De rechtszaak tegen de Nederlandse Staat was aangespannen door een coalitie van maatschappelijke organisaties, bestaand uit het Platform Bescherming Burgerrechten, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Privacy First, Stichting KDVP, vakbond FNV, de Landelijke Cliëntenraad en auteurs Tommy Wieringa en Maxim Februari.

De rechtbank komt tot het oordeel dat SyRI in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. SyRI maakt een onevenredig grote inbreuk op het privéleven van burgers. Dat geldt niet alleen voor mensen die door SyRI als verhoogd risico worden aangemerkt, maar voor iedereen waarvan de gegevens door SyRI worden geanalyseerd. Volgens de rechtbank is SyRI niet transparant en daarom niet controleerbaar. De inbreuk op het privéleven is voor burgers niet te voorzien en zij kunnen zich er niet tegen verweren.

De rechtbank noemt daarnaast het reële risico van discriminatie en stigmatisering van burgers in zogenaamde probleemwijken waar SyRI is ingezet. Dit op grond van sociaal-economische status en mogelijk migratieachtergrond. Er is een risico op vooroordelen bij de inzet van SyRI dat niet te controleren is. Mr. Ekker en mr. Linders, advocaten van de eisende partijen: "De rechtbank bevestigt dat het grootschalig koppelen van persoonsgegevens in strijd is met fundamentele mensenrechten, waaronder de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, EU-recht en Nederlands recht. Deze uitspraak is daarom ook belangrijk voor andere Europese landen en op internationaal niveau."

Voortaan mogen persoonsgegevens van onverdachte burgers niet zomaar meer worden samengevoegd uit verschillende bronnen, als daar geen gegrond vermoeden aan ten grondslag ligt.

Streep in het zand 

"Dit vonnis is een belangrijke streep in het zand tegen ongebreidelde dataverzameling en risicoprofilering. De rechter roept hiermee een duidelijke halt toe aan massale surveillance van onschuldige burgers. SyRI en vergelijkbare systemen dienen nu per direct te worden afgeschaft", aldus directeur Vincent Böhre van Privacy First.

"We hebben vandaag op alle grote fundamentele punten gelijk gekregen. Dit is een tijdige overwinning voor de rechtsbescherming van alle burgers in Nederland," aldus Tijmen Wisman van het Platform Bescherming Burgerrechten. 

Ook mede-eiser vakbond FNV keurt SyRI op principiële gronden af. "Wij zijn blij dat de rechter nu definitief een streep door SyRI haalt", aldus Kitty Jong, vicevoorzitter van FNV.

Kentering

De partijen hopen dat de uitspraak een kentering inluidt in de wijze waarop de overheid omspringt met data van burgers. Ze voelen zich daarin gesterkt door de overwegingen van de rechtbank: deze gelden niet alleen voor SyRI, maar ook voor vergelijkbare praktijken. Zo hebben veel gemeenten eigen datakoppelsystemen die burgers profileren voor allerhande beleidsdoeleinden. Een koppelwetsvoorstel met een nog grotere reikwijdte dan SyRI zal het mogelijk maken om ook databases van private partijen te koppelen met overheidsdatabases. De uitspraak van de rechtbank Den Haag stelt echter paal en perk aan deze Big Data praktijken. Het is volgens de eisende partijen daarom cruciaal dat het SyRI-vonnis doorwerkt in het huidige en toekomstige politieke beleid.

Maatschappelijke discussie

De rechtszaak tegen SyRI dient zowel een juridisch als een maatschappelijk doel. Met dit vonnis zien eisers beide doelen gerealiseerd worden. Merel Hendrickx van het PILP-NJCM: "Het was naast het stoppen van SyRI evenzeer onze insteek om een maatschappelijke discussie op gang te brengen over de manier waarop de overheid met haar burgers omgaat in een digitaliserende samenleving. Deze uitspraak laat zien hoe belangrijk het is om die maatschappelijke discussie te voeren."

Hoewel de wettelijke aanname van SyRI in 2014 geruisloos verliep, zwol de discussie over de rechtmatigheid van het systeem aan na aankondiging van de rechtszaak. Inzet van SyRI in twee wijken in Rotterdam-Zuid leidde begin 2019 tot protest onder de inwoners en discussie in de gemeenteraad. Niet veel later trok burgemeester Aboutaleb de stekker uit het onderzoek wegens twijfels over de wettelijke grondslag. In juni 2019 onthulde de Volkskrant dat SyRI sinds haar invoering nog niet één fraudeur had opgespoord. In oktober 2019 schreef VN-rapporteur Philip Alston in een kritische brief aan de rechtbank grondige twijfels te hebben over de rechtmatigheid van SyRI. Eind november 2019 won SyRI een Big Brother Award.

De coalitie werd tijdens de rechtszaak vertegenwoordigd door Anton Ekker (Ekker Advocatuur) en Douwe Linders (SOLV Advocaten) en wordt gecoördineerd door het Public Interest Litigation Project (PILP) van het NJCM.

De volledige uitspraak van de rechtbank staat HIER online. 

Gepubliceerd in Rechtszaken

Fundamentele rechtszaak tegen massale risicoprofilering van onverdachte burgers

Op dinsdag 29 oktober as. om 9.30 uur vindt in de Rechtbank Den Haag de rechtszitting plaats in de bodemprocedure van een brede coalitie van maatschappelijke organisaties tegen het Systeem Risico Indicatie (SyRI). SyRI licht met geheime algoritmen complete woonwijken door om burgers te profileren op het risico dat ze frauderen met sociale voorzieningen. Volgens de coalitie van eisers vormt dit systeem een bedreiging voor de rechtsstaat en moet SyRI onrechtmatig worden verklaard.

De groep eisers, bestaande uit de Stichting Platform Bescherming Burgerrechten, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Stichting Privacy First, Stichting KDVP en de Landelijke Cliëntenraad, daagde in maart 2018 het Ministerie van Sociale Zaken voor de rechter. Auteurs Tommy Wieringa en Maxim Februari, die zich eerder zeer kritisch uitspraken over SyRI, sloten zich op persoonlijke titel bij de procedure aan. In juli 2018 voegde ook FNV zich bij de coalitie.

De partijen laten zich vertegenwoordigen door Anton Ekker (Ekker Advocatuur) en Douwe Linders (SOLV Advocaten). De zaak wordt gecoördineerd door het Public Interest Litigation Project (PILP) van het NJCM.

Sleepnetmethode op onverdachte burgers

SyRI koppelt op grote schaal persoonsgegevens van burgers uit overheidsdatabases. De centraal bijeengebrachte gegevens worden vervolgens geanalyseerd met geheime algoritmen. Dit moet uitwijzen of burgers een risico vormen om zich schuldig te maken aan één van de vele fraudevormen en overtredingen die het systeem bestrijkt. Leidt de analyse van SyRI tot een risicomelding, dan wordt een burger opgenomen in het zogeheten Register Risicomeldingen, dat inzichtelijk is voor overheidsinstanties.

Met deze sleepnetmethode licht SyRI alle inwoners van een wijk of gebied door. Hiervoor gebruikt het systeem vrijwel alle gegevens die overheden over burgers bewaren. Het gaat om 17 datacategorieën, die tezamen een zeer indringend en volledig beeld geven van iemands privéleven. Op dit moment beslaat SyRI de databases van de Belastingdienst, de Inspectie SZW, UWV, SVB, gemeenten en IND. Volgens de Raad van State, dat een negatief advies gaf over het SyRI-wetsvoorstel, viel er nauwelijks een gegeven te bedenken dat niet binnen de reikwijdte van het systeem valt. Voormalig voorzitter Kohnstamm van de Autoriteit Persoonsgegevens, die eveneens negatief advies over het systeem uitbracht, noemde de aanname van de SyRI-wetgeving destijds “dramatisch”.

Bedreiging voor de rechtsstaat

SyRI is volgens de eisende partijen een black box met grote risico’s voor de democratische rechtsstaat. Het is voor een burger die zonder aanleiding door SyRI kan worden doorgelicht volstrekt onduidelijk welke gegevens daarvoor worden gebruikt, welke analyses daarmee worden uitgevoerd en wat hem of haar al dan niet tot 'risico' maakt. Bovendien zijn burgers door de heimelijke werking van SyRI ook niet in staat om een onjuiste risicomelding te weerleggen. De rechtsgang en de daarbij horende procedures worden met de inzet van SyRI ondoorzichtig.

SyRI ondermijnt daarmee de vertrouwensrelatie tussen de overheid en haar burgers; deze burgers zijn in feite bij voorbaat verdacht. Vrijwel alle informatie die ze delen met de overheid, vaak om in aanmerking te komen voor basale voorzieningen, kan zonder verdachtmaking of voorafgaand vermoeden op heimelijke wijze tegen hen worden gebruikt.

De partijen bij deze procedure zijn niet tegen het bestrijden van fraude door de overheid. Zij vinden alleen dat dit op grond van een concrete verdenking dient te gebeuren. Er mag niet middels sleepnetacties in het privéleven van niet-verdachte Nederlandse burgers worden gezocht naar mogelijke risico's op fraude. Deze disproportionele methode doet volgens de eisende partijen meer kwaad dan goed. Er bestaan betere en minder ingrijpende vormen van fraudebestrijding dan SyRI.

Nog niet één fraudeur opgespoord

De in totaal vijf SyRI-onderzoeken die sinds de wettelijke invoering werden aangekondigd, hebben inmiddels tienduizenden burgers binnenstebuiten gekeerd, maar spoorden tot nu toe nog niet één fraudeur op. Dit werd eind juni 2019 onthuld door de Volkskrant, die de hand wist te leggen op evaluaties van SyRI-onderzoeken. De onderzoeken mislukten doordat de analyses niet klopten, door gebrek aan capaciteit en tijd bij de uitvoerende instanties, maar ook omdat er binnen de overheid onenigheid is over SyRI.

Zo trok burgemeester Aboutaleb van Rotterdam afgelopen zomer de stekker uit het SyRI-onderzoek in twee wijken in Rotterdam-Zuid, omdat het Ministerie in tegenstelling tot de gemeente ook politiegegevens en zorggegevens wilde gebruiken bij het onderzoek. De inzet van SyRI leidde tevens tot protest onder de inwoners van de wijken, die duidelijk lieten merken zich beledigd en oneerlijk behandeld te voelen.

VN uit zorgen over SyRI

De VN-rapporteur op het gebied van extreme armoede en mensenrechten Philip Alston schreef de rechtbank eerder deze maand aan over zijn zorgen omtrent SyRI en verzocht de rechters met klem de zaak grondig te beoordelen. Volgens de rapporteur zijn er meerdere fundamentele rechten in het geding. SyRI wordt in de brief beschreven als een digitaal equivalent van een sociaal rechercheur die elk huishouden in een gebied zonder toestemming bezoekt en doorzoekt op frauduleuze zaken; in de analoge wereld zou zo’n massale klopjacht direct tot grote weerstand leiden, maar bij een digitaal instrument als SyRI wordt ten onrechte een ‘wat niet weet, wat niet deert’ mentaliteit gehanteerd.

Praktische informatie

De zitting is openbaar toegankelijk voor het publiek en zal plaatsvinden op dinsdag 29 oktober as. vanaf 9.30u in het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60 in Den Haag. Privacy First nodigt u van harte uit om de zitting bij te wonen. Zaaknummer: C/09/550982 HA ZA 18/388 (Nederlands Juristen Comité c.s./Staat). Klik HIER voor een routebeschrijving.

Bron: campagnewebsite Bijvoorbaatverdacht.nl.

Update 20 november 2019: de uitspraak van de rechtbank staat vooralsnog gepland op 5 februari 2020 om 10.00u. De pleitnota van onze advocaten kunt u HIER downloaden (pdf).

Gepubliceerd in Rechtszaken

Op 1 en 2 juli as. wordt Nederland in Genève kritisch onder de loep genomen door het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties. Dit comité is het VN-orgaan dat toezicht houdt op de naleving van één van de oudste en belangrijkste mensenrechtenverdragen ter wereld: het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR of BUPO-verdrag). Periodiek wordt ieder land dat partij is bij dit verdrag door het VN Mensenrechtencomité beoordeeld. Begin volgende week zal de Nederlandse regering zich bij het Comité moeten verantwoorden over diverse actuele privacykwesties die mede door Privacy First zijn geagendeerd.

De laatste Nederlandse sessie bij het VN Mensenrechtencomité dateert uit juli 2009, toen minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin zich in Genève moest verantwoorden voor de destijds geplande centrale opslag van vingerafdrukken onder de nieuwe Paspoortwet. Dit kwam de Nederlandse regering op de nodige kritiek van het Comité te staan. Nu, 10 jaar later, is Nederland opnieuw 'aan de beurt'. In dit verband had Privacy First reeds eind 2016 een kritische rapportage (pdf) over Nederland bij het Comité ingediend en dit onlangs met een nieuwe rapportage (pdf) aangevuld. Kort samengevat heeft Privacy First bij het Comité onder meer de volgende actuele kwesties aangekaart:

- beperkte ontvankelijkheid van belangenorganisaties bij collectieve rechtszaken

- grondwettelijk toetsingsverbod

- profiling

- Automatische Nummerplaat Herkenning (ANPR)

- grenscontrole-camerasysteem @MIGO-BORAS

- OV-chipkaart

- digitale zorgcommunicatie (EPD)

- mogelijke herinvoering van telecom-bewaarplicht

- nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten ('Sleepwet')

- PSD2

- Passenger Name Records (PNR)

- afschaffing raadgevend referendum

- verbod op oorlogspropaganda.

De Nederlandse sessie bij het Comité zal op maandagmiddag 1 juli en dinsdagochtend 2 juli as. live te volgen zijn via UN Web TV. Naast diverse privacykwesties hebben meerdere Nederlandse organisaties ook talloze andere mensenrechtenkwesties bij het Comité geagendeerd; klik HIER voor een overzicht, inclusief de door het Comité reeds eerder vastgestelde List of Issues (waaronder de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, mogelijke herinvoering van een telecom-bewaarplicht, camerasysteem @MIGO-BORAS en medische privacy bij zorgverzekeraars). De uiteindelijke conclusies ('Concluding Observations') van het Comité volgen waarschijnlijk over enkele weken. Privacy First ziet een kritisch oordeel met vertrouwen tegemoet.

Update 26 juli 2019: gistermiddag heeft het Comité haar oordeel (“Concluding Observations”) over de Nederlandse mensenrechtensituatie gepubliceerd, waaronder de volgende kritische adviezen met betrekking tot twee Nederlandse privacy-kwesties die mede door Privacy First bij het Comité waren aangekaart:

The Intelligence and Security Services Act

The Committee is concerned about the Intelligence and Security Act 2017, which provides intelligence and security services with broad surveillance and interception powers, including bulk data collection. It is particularly concerned that the Act does not seem to provide for a clear definition of bulk data collection for investigation related purpose; clear grounds for extending retention periods for information collected; and effective independent safeguards against bulk data hacking. It is also concerned by the limited practical possibilities for complaining, in the absence of a comprehensive notification regime to the Dutch Oversight Board for the Intelligence and Security Services (CTIVD) (art. 17).
The State party should review the Act with a view to bringing its definitions and the powers and limits on their exercise in line with the Covenant and strengthen the independence and effectiveness of CTIVD and Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) that has been established by the Act.

The Market Healthcare Act

The Committee is concerned that the Act to amend the Market Regulation (Healthcare) Act allows health insurance company medical consultants access to individual records in the electronic patient registration without obtaining a prior, informed and specific consent of the insured and that such practice has been carried out by health insurance companies for many years (art. 17).
The State party should require insurance companies to refrain from consulting individual medical records without a consent of the insured and ensure that the Bill requires health insurance companies to obtain a prior and informed consent of the insured to consult their records in the electronic patient registration and provide for an opt-out option for patients that oppose access to their records.

Het Comité uit haar zorgen over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv of 'Sleepwet') en stelt dat deze wet dient te worden herzien. Het Comité is met name bezorgd over de nieuwe mogelijkheden voor grootschalige interceptie en hacking, de verlenging van bewaartermijnen en de gebrekkige mogelijkheden om klachten in te dienen. Tevens dienen de onafhankelijkheid en effectiviteit van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de nieuwe Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) te worden versterkt.

Met betrekking tot het (formeel reeds ingetrokken, maar in praktijk gecontinueerde) Wetsvoorstel inzage medische dossiers door zorgverzekeraars oordeelt het Comité dat dergelijke inzage slechts toegestaan is na toestemming van de patiënt. Tevens dient de wetgeving te voorzien in een opt-out voor patiënten die dergelijke inzage niet wensen. De huidige praktijk van inzage van medische dossiers door verzekeraars dient dan ook per direct te worden beëindigd.

Tijdens de sessie in Genève kwamen tevens de Nederlandse afschaffing van het referendum en het camerasysteem @MIGO-BORAS kritisch ter sprake. Privacy First betreurt het dat het Comité deze (evenals diverse andere actuele) onderwerpen in haar eindoordeel onbenoemd laat. Niettemin toont de rapportage van het Comité vandaag aan dat het thema privacy ook bij de Verenigde Naties steeds hoger en kritischer op de agenda staat. Privacy First juicht deze ontwikkeling toe en zal dit de komende jaren blijven aansporen. Tevens zal Privacy First erop toezien dat Nederland de diverse aanbevelingen van het Comité zal implementeren.

De volledige Nederlandse sessie bij het VN-Comité staat online bij UN Web TV (1 juli en 2 juli). Zie ook de uitgebreide VN-verslagen, deel 1 en deel 2 (pdf).

Gepubliceerd in Wetgeving
vrijdag, 03 mei 2019 09:40

Vaccinatie en zelfbeschikkingsrecht

Commentaar door Privacy First voorzitter Bas Filippini 

Momenteel speelt wereldwijd een media-campagne inzake vaccineren, ingezet in mei 2017. Zoals vaker op het gebied van privacy viert hierin de incidentgedreven (politieke) waan van de dag hoogtij. Het incident wordt telkens uitvergroot en aangevuld met doemscenario’s en onjuiste interpretaties van cijfers, nu weer leidend tot een oproep voor verplichte vaccinaties.

Ik heb hier al eerder een genuanceerd stuk over geschreven. Zelf ben ik voorstander van vaccineren en sta ik achter het principe van vaccinaties. Waar ik in deze discussie echter zeer veel moeite mee heb is de wijze waarop het debat (niet) gevoerd wordt. Feit is immers dat er binnen de bevolking zorgen en vragen bestaan inzake het Rijksvaccinatieprogramma, de verstrengeling met de vaccinatie-industrie en mogelijk negatieve gevolgen op korte en langere termijn.

Onder het recht op privacy valt ook het recht op lichamelijke integriteit en fysieke zelfbeschikking. Vanuit Privacy First staan wij daarbij voor eigen keuzes in een vrije omgeving. Ik zie beide principes in de vaccinatie-discussie onder vuur liggen. Laten we in de eerste plaats nu eens een open en kritische discussie voeren over de zorgen en vragen van kritische of bezorgde burgers. Het is immers altijd goed als oud beleid ter discussie wordt gesteld en mogelijk wordt bijgesteld. De “waarom”-vraag moet altijd gesteld kunnen worden, ook door een minderheid die er anders over denkt. De overheid zal in dit geval met argumenten en onafhankelijk bewijs en cijfers moeten komen. Niet met dwang en nieuwe wetgeving.

Het is dus interessant om te weten wat de zogenaamde “anti-vaxxers” aan vragen en zorgen hebben. Wat daarbij opvalt is dat een groot deel achter het principe van vaccineren staat maar zijn/haar vraagtekens heeft bij een aantal zaken, welke niet veel anders zijn dan bij andere onderwerpen in het medisch-ethische werkveld. Het gaat om de volgende vragen:

Inhoud van vaccins en combinaties van vaccins:

  • Wat is precies de inhoud van een specifiek vaccin of inenting?
  • Welke stoffen en conserveringsmiddelen worden toegevoegd?
  • Wat is de exacte lijst met ingrediënten alsmede de productiedetails?

Veiligheid & bijwerkingen:

  • Hoe veilig zijn vaccins en combinaties van vaccins?
  • Wat zijn de risico’s op het immuunsysteem en ziektes nu en op latere leeftijd?
  • Waarom is er geen openheid over risico’s en bijwerkingen van vaccins en wordt hier zo krampachtig over gedaan door overheid en industrie?
  • Ouders zien hun kinderen reageren op een vaccinatie en voelen zich niet erkend en serieus genomen. Hoe wordt het totaal aantal reacties en bijwerkingen gemeten en gepubliceerd?
  • Waarom vindt de discussie inzake vaccineren zo verschillend plaats ten opzichte van ander medicijngebruik, mogelijke bijwerkingen en onderlinge wisselwerking?
  • Waarom is er geen afstemming op de persoon (in overleg met de huisarts of consultatiebureau-arts) in plaats van one size fits all?

Het Rijksvaccinatieprogramma:

  • De leeftijdsgrenzen zijn verlaagd, de frequentie verhoogd, combinaties van vaccins uitgebreid en tevens worden er ineens vaccinaties toegevoegd welke niets met kinderen te maken hebben en in de calculaties meegenomen. Hoe komt dit beleid tot stand en wat is de invloed van een miljarden-industrie hierin?
  • Wat zijn de gevolgen van de vaccinatie-cocktail op het immuunsysteem van kinderen?
  • Is de huidige startleeftijd en opvolgende frequentie goed onderzocht en wat zou de meest optimale vorm zijn gezien ook de verschillen in de startleeftijd en frequentie in verschillende landen?
  • Waarom kunnen burgers niet kiezen voor specifieke vaccins, bijvoorbeeld polio en een eventueel gedifferentieerde vaccinatie frequentie per specifiek vaccin?
  • Waarom is er geen keuzevrijheid in het type toediening: intraveneus of oraal per specifiek vaccin?

Onafhankelijk beleid van de overheid:

  • Het is inmiddels duidelijk dat er een belangenverstrengeling mogelijk is en aangetoond in het verleden, waarbij de farmaceutische industrie en haar lobbyisten in veel gevallen het commerciële belang boven dat van het individu stellen. Wat is precies de rol van de farmaceutische industrie inzake lobby, deelname aan overheidswerkgroepen en het Rijksvaccinatieprogramma en de onafhankelijkheid van de overheid en vertegenwoordigers van de overheid hierin?
  • In hoeverre kunnen onafhankelijke onderzoeken worden opgestart naar het mogelijk voorkomen van ziektes bij kinderen en volwassenen in de gevaccineerde groep ten opzichte van niet-gevaccineerde bevolkingsgroepen, bijvoorbeeld de “Bible belt” of andere groepen over de laatste 80 jaar sinds de introductie van vaccins?
  • Hoe kan de overheid een echt onafhankelijk beleid voeren, gebaseerd op open en onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek waarbij criteria worden opgesteld welke ook weer ter discussie kunnen staan bij nieuwe data en feiten?
  • Hoe kan de farmaceutische industrie waarborgen dat er geen fouten worden gemaakt bij de productie van virussen en vaccins en voorkomen dat deze in de samenleving terechtkomen? Is hier een onafhankelijke controle op door overheden?
  • Hoe kan de lobby en de monopolistische macht en kennis van de farmaceutische industrie, buiten het zicht van de burger, beteugeld worden?

Informatievoorziening:

  • Loopt de vaccinatiegraad werkelijk terug en op welke cijfers is dat gebaseerd? Wordt de HPV Meidenprik ineens in de tellingen meegenomen, de ACWY voor meningokokken en het feit dat mogelijk veel vluchtelingen en immigranten niet zijn ingeënt?
  • Is er momenteel wel een probleem anders dan in de afgelopen 50 jaar waar eens in de zoveel tijd een epidemie uitgebroken is met een vele malen lager aantal slachtoffers dan verkeersdoden, drugs- en alcoholdoden?
  • Hoe kan het dat niet-gevaccineerden een risico zijn voor gevaccineerden, even los van de nog niet gevaccineerde zuigelingen?
  • Ook gevaccineerden kunnen altijd de betreffende ziekten krijgen, dus vaccinatie biedt geen garantie; zie bijvoorbeeld de recente bof-uitbraak onder studenten of de 93% bescherming bij een steward die vervolgens de mazelen krijgt en ineens onder-gevaccineerd zou zijn en bij 1 prik meer, 97% beschermd zou zijn geweest?
  • Wat is de rol van hygiëne en schoon water op het voorkomen van dergelijke ziekten, gezien de directe relatie met oorlogsgebieden en slechte hygiënische omstandigheden?
  • Waarom leest de website van de WHO als het jaarverslag van een multinational qua omzet en penetratiegraad van vaccins per regio met duidelijke omzet-uitschieters tijdens de vogel- en varkensgriep?

Dit zijn allemaal goede en reële vragen van onafhankelijk denkende burgers die antwoorden en voorlichting vereisen van de overheid. In het huidige waan-van-de-dag-denken zien we vaker op de achtergrond een hijgende (farmaceutische) industrie, bang voor het verlies of verkleining van hun door overheden voorgeschreven, risicoloze miljardenbusiness. Ik krijg sterk de indruk dat er een grote slag te winnen is bij veel meer transparantie, inspraak, betrokkenheid en communicatie tussen burgers en overheid. Zoals op vele maatschappelijke terreinen momenteel. Er wordt nog teveel uitgegaan van een domme, op nepnieuws reagerende burger die niet voor zichzelf kan denken. Dat dit irriteert bij een bevolking waarvan meer dan 50% op HBO-niveau functioneert zien we steeds meer terugkomen.

Bij mijn afwegingen inzake privacy-vraagstukken ga ik bij voorkeur eerst van de basisprincipes uit, in dit geval de integriteit en zelfbeschikkingsrecht over het eigen lichaam, wat een grondrecht is. Vervolgens wordt dit afgezet tegen andere rechten vanuit proportionaliteit, subsidiariteit en doelbinding. Daar wordt beleid op gemaakt, uitvoering op afgestemd en eventuele technologische ondersteuning in geboden. Afwijkingen op genuanceerd beleid dienen daarbij in zwaarwegende gevallen te worden onderbouwd vanuit onafhankelijke cijfers en voorzien van tijdelijkheid, in plaats van weer nieuwe structurele en vrijheidsbeperkende wetgeving.

Mogelijke oplossingsrichtingen zouden kunnen liggen in:

  • Duidelijke voorlichting en controle op de productie en samenstelling van vaccins;
  • Onafhankelijke effectstudies naar de risico’s en bijwerkingen van vaccins en onderzoek naar het bestaan van diverse ziekten op latere leeftijd, ook ten opzichte van niet-gevaccineerde populaties;
  • Een gedifferentieerde aanpak binnen een algemeen voorgesteld Rijksvaccinatieprogramma inzake aantal, type, wijze van toediening en frequentie van vaccinaties;
  • Een zeer duidelijke scheiding tussen overheid en industrie alsmede strikte controle op integriteit en belangenverstrengeling;
  • Een open en transparante informatievoorziening, ook inzake negatieve effecten en bijwerkingen, met participatie van belanghebbenden.

Verplichte vaccinatie heeft ook nog een andere nuance. Gaat het over een verplicht vaccin tijdens een epidemie met een tijdelijkheid of standaard een geheel verplicht vaccinatieprogramma? En hoe gaat dat in de toekomst als er nieuwe vaccins en vaccinfrequenties in het programma worden opgenomen, zonder enige democratische besluitvorming?

Zullen biochips en andere chips in een onbewaakt moment hier ook deel van gaan uitmaken en worden we dan als gehele bevolking verplicht gechipt door onze overheid? Hoe kunnen burgers dit soort zaken voorkomen in de politieke waan van de dag waarin bij elk uitvergroot incident wordt geroepen om een sterke man of vrouw die nu maar eens knopen moet doorhakken? Hoe wordt er met medisch-ethische zaken rekening gehouden en het zelfbeschikkingsrecht op het lichaam van elke burger? Een democratie is zo sterk en fatsoenlijk als zij omgaat met haar minderheden en zeker haar grondrechten.

Hoog tijd dus voor antwoorden in plaats van repressie en dwang en een open en transparant, onafhankelijk Rijksvaccinatieprogramma waarin alle gesprekspartners betrokken en serieus worden genomen. Slechte vragen bestaan alleen voor geloofsfanatici, niet voor wetenschappers!

Gepubliceerd in Columns
Pagina 2 van 8

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon