donatieknop english

"D66, GroenLinks en SP stellen Kamervragen over de Wet bewaarplicht voor telecommunicatiegegevens. Het kabinet handhaaft de bewaarplicht, hoewel het Europees Hof dit jaar de Europese richtlijn heeft vernietigd. Een wetsvoorstel over een gewijzigde bewaarplicht ligt nu bij de Tweede Kamer.

De Kamerleden Verhoeven, Schouw, Van Tongeren en Gesthuizen vragen het kabinet om te erkennen dat de bewaarplicht strijdig is met het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Als de verplichtingen inderdaad strijdig zijn, zoals de Raad van State stelt in zijn advies, dan levert dat een conflict op met Artikel 94 van de Grondwet.

Verder zijn er mogelijk gevolgen voor de Internet Service providers. Mogelijk zouden die een vergoeding kunnen eisen van de Nederlandse Staat als de wet toch wordt uitgevoerd. Ook zou kunnen blijken dat providers door hun klanten voor de rechter worden gesleept wegens het onrechtmatig bewaren van gegevens.

Deze partijen hebben al meermalen opgeroepen tot een bevriezing van de bewaarplicht. Internetprovider BIT start samen met Privacy First, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, de Groep Publiekstijdschriften van het Nederlands Uitgeversverbond, NDP Nieuwsmedia en de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten een kort geding tegen de Staat."

Bron: http://www.telecompaper.com/nieuws/oppositie-wil-dat-bewaarplicht-wordt-bevroren--1054241, 10 december 2014.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
zaterdag, 06 december 2014 11:55

Kort geding tegen Bewaarplicht Telecommunicatie

Een brede coalitie van organisaties en ondernemingen start een kort geding tegen de Staat. Onder meer Stichting Privacy First, internetprovider BIT, de Nederlandse Vereniging van Journalisten en de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten eisen dat de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie wordt afgeschaft. De wet is in strijd met fundamentele grondrechten die privéleven, communicatie en persoonsgegevens beschermen, zo oordeelden zowel de Raad van State als het Europees Hof van Justitie eerder. De Nederlandse regering weigert niettemin de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie buiten werking te stellen.

Op 8 april 2014 heeft het Europees Hof van Justitie de Europese Dataretentierichtlijn 2006/24/EG in zijn geheel en met terugwerkende kracht ongeldig verklaard. Volgens het Hof is het lange tijd vastleggen van communicatiegegevens van iedereen, zonder concrete verdenking, in strijd met het fundamentele recht op privacy. Er moeten volgens het Hof objectieve criteria worden toegepast om de noodzaak van verzamelen en opslaan vast te stellen, en er moet voorafgaande controle zijn door een onafhankelijke instantie of rechter. Het onbeperkt ongericht verzamelen van metadata (verkeersgegevens) in het kader van zogenaamde 'mass surveillance' is volgens het Hof niet toegestaan.

In Nederland is regelgeving op dit gebied vastgelegd in de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie, die grotendeels overeenkomt met de Dataretentierichtlijn. De wet houdt in dat telecombedrijven en internetproviders diverse gegevens over internet- en telefoniegebruik zes tot twaalf maanden moeten bewaren zodat Justitie die kan gebruiken voor opsporing en vervolging. De Raad van State oordeelde onlangs dat de wet in strijd is met de grondrechten die privéleven, communicatie en persoonsgegevens beschermen. De Nederlandse regering legt het advies van de Raad van State echter naast zich neer en weigert de wet buiten werking te stellen. Naleving van de wet zal worden gehandhaafd.

Vincent Böhre van Privacy First: "Door deze mass surveillance worden de privacyrechten van burgers massaal geschonden. Het is onacceptabel dat de Nederlandse regering hier aan vast blijft houden nadat de hoogste Europese rechter al in april duidelijk heeft gezegd dat deze privacyschending niet is toegestaan."

Thomas Bruning, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten: "Telecombedrijven en internetproviders zijn nu verplicht een grote hoeveelheid gegevens over de communicatie van alle burgers te bewaren. Ook van journalisten. En ze moeten die gegevens op verzoek aan de overheid verstrekken. Er is geen enkele waarborg voor bronbescherming."

"De Nederlandse regelgeving is in strijd is met de geldende Europese fundamentele grondrechten", zo stelt Fulco Blokhuis, partner bij Boekx Advocaten, die inmiddels een dagvaarding heeft opgesteld. "Dat is even verontrustend als onwenselijk. Het handhaven van deze wet is onrechtmatig, zowel richting burgers als richting bedrijven die verkeersgegevens onder zich hebben en moeten houden."

Alex Bik van internetprovider BIT: "Bij de invoering van de wet verschool de Nederlandse regering zich achter het argument dat dat nu eenmaal moest van Europa, maar nu de Europese regeling met terugwerkende kracht is afgeschaft geldt dat argument plotseling niet meer. Dat klopt niet."

Otto Volgenant van Boekx Advocaten: "Nu minister Opstelten van Veiligheid en Justitie de Nederlandse wet voor de bewaarplicht van telecomgegevens niet wil afschaffen, gaan we de rechter verzoeken de wet buiten werking te stellen, dan wel te verbieden dat deze wet nog wordt toegepast. We zullen zeer binnenkort een kort geding aanhangig maken."

Update 12 januari 2015: het kort geding tegen de Staat over de bewaarplicht van telecomgegevens zal plaatsvinden in een openbare rechtszitting op woensdag 18 februari 2015 om 11.00 uur bij de Rechtbank Den Haag. Inmiddels heeft ook het gerenommeerde Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) zich bij de coalitie van eisende organisaties aangesloten. Klik pdfHIER voor de dagvaarding (pdf), klik HIER voor het persbericht van Boekx Advocaten en HIER voor het bericht dat vanochtend bij de Telegraaf verscheen.

Update 30 januari 2015: gisteren vond in de Tweede Kamer een hoorzitting ("rondetafelgesprek") plaats over de bewaarplicht van telecomgegevens. Klik pdfHIER voor het schema van de hoorzitting (pdf) en pdfHIER voor de voorafgaande gespreksnotitie van Privacy First aan de Tweede Kamer (pdf). Tijdens de hoorzitting kwamen voornamelijk het gebrek aan noodzakelijkheid en proportionaliteit van de huidige bewaarplicht aan bod. Andere aspecten die door Privacy First werden ingebracht hadden betrekking op het maatschappelijke chilling effect en mogelijke function creep (doelverschuiving) van de bewaarplicht.

Update 13 februari 2015: vandaag diende de landsadvocaat namens de Staat een Conclusie van Antwoord tegen de dagvaarding in; klik pdfHIER (pdf, 9 MB). De ontvankelijkheid van de eisende organisaties zal niet door de Staat worden aangevochten, zo heeft de landsadvocaat telefonisch aan onze advocaten meegedeeld. Het geding zal zich daardoor meteen op de inhoud i.p.v. de procedurele vereisten van de zaak kunnen toespitsen. Dit is een baanbrekende ontwikkeling: in vergelijkbare rechtszaken werd de ontvankelijkheid van eisende partijen vrijwel altijd aangevochten door de Staat. Een cruciale rechtszaak over dergelijke ontvankelijkheid (Paspoortproces tegen de opslag van vingerafdrukken) wordt momenteel door Privacy First tegen de Staat gevoerd bij de Hoge Raad. Privacy First beschouwt de erkenning van ontvankelijkheid door de landsadvocaat in het kort geding over de telecom-bewaarplicht als sterke ondersteuning voor deze en toekomstige rechtszaken rond het recht op privacy. In een tijd waarin de toegang tot de rechter voor individuele burgers in toenemende mate onder financiële druk staat, vormt de ontvankelijkheid van maatschappelijke organisaties als Privacy First bovendien een belangrijke waarborg voor een functionerende democratische rechtsstaat.

Update 18 februari 2015: voor een volle zaal (veel ambtenaren, burgers, studenten en journalisten) kruisten Privacy First c.s. en de Staat vandaag de juridische degens; klik pdfHIER voor het pleidooi van onze advocaten (pdf) en pdfHIER voor de pleitnota van de landsadvocaat (pdf). De rechter luisterde aandachtig en stelde geen vragen. De datum van het vonnis is vooralsnog bepaald op woensdag 11 maart 2015.

Update 11 maart 2015:
in een baanbrekend vonnis heeft de rechter vandaag de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie buiten werking gesteld! Lees HIER ons nieuwsbericht.

Gepubliceerd in Rechtszaken

In het kader van een openbare consultatie verzocht het ministerie van Binnenlandse Zaken Privacy First onlangs om een reactie op het huidige kabinetsvoorstel ter herziening van artikel 13 Grondwet (brief-, telefoon- en telegraafgeheim). Ons commentaar op het concept-wetsvoorstel treft u hieronder aan (klik HIER voor de versie in pdf):

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Plaatsvervangend Directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving
Dhr. mr. W.J. Pedroli
Postbus 20011
2500 EA Den Haag

Amsterdam, 29 december 2012

Betreft: Commentaar Privacy First op concept-wetsvoorstel tot wijziging van artikel 13 Grondwet

Geachte heer Pedroli,

Op 16 oktober jl. verzocht u Stichting Privacy First om een reactie te geven op het concept-wetsvoorstel tot wijziging van artikel 13 Grondwet. Privacy First is u erkentelijk voor uw verzoek en voorziet u hierbij graag van kritisch commentaar. Daarbij zij allereerst opgemerkt dat Privacy First de wens van dit kabinet om het huidige, archaïsche artikel 13 Grondwet te moderniseren volledig onderschrijft. Privacy First betreurt het echter dat het kabinet niet de kans heeft gegrepen om ook andere ‘grondrechten in het digitale tijdperk’ te vernieuwen en te versterken.

Positieve aspecten
In de optiek van Privacy First vormen het eerste en derde lid van het huidige concept-wetsvoorstel ter herziening van artikel 13 Grondwet krachtige ankerpunten voor een toekomstbestendig recht op vertrouwelijke communicatie. Het eerste lid moderniseert terecht het oude brief-, telefoon- en telegraafgeheim tot een techniekonafhankelijk (of techniekneutraal) brief- en telecommunicatiegeheim. Het derde lid vormt een juiste waarborg voor de horizontale uitwerking hiervan. Privacy First onderschrijft bovendien de ruime interpretatie die in de concept-memorie van toelichting (MvT) aan diverse relevante begrippen gegeven wordt. Het tweede lid van het concept-wetsvoorstel bevat echter een systematische disbalans die onze maatschappij in minder democratische tijden uit het rechtsstatelijke lood zou kunnen doen slaan. Het is dan ook met name dit tweede lid waarop de kritiek van Privacy First zich richt. Andere punten van kritiek betreffen de notificatieplicht en verkeersgegevens alsmede het ontbreken van een rechtsvergelijkende paragraaf in de MvT.

Rechterlijke machtiging en nationale veiligheid
Terecht stelt de MvT dat “in het licht van artikel 13 (…) de bescherming van de burger tegen inbreuken van de overheid voorop [staat], met name in het licht van optreden van politie en inlichtingendiensten. (…) Het stellen van de eis van een rechterlijke machtiging in de Grondwet geeft een sterke en duidelijke rechtsstatelijke waarborg.”[1] Het is dan ook onbegrijpelijk dat in het tweede lid van het concept-wetsvoorstel het domein van de nationale veiligheid van rechterlijk toezicht wordt uitgezonderd. Daar waar de machtsconcentratie het hoogst is, dienen immers de juridische checks & balances het krachtigst te zijn om (toekomstig) machtsmisbruik te voorkomen. In het licht van de Europese geschiedenis is de uitzondering in lid 2 zelfs volstrekt onverantwoord: ook in onze contreien is een democratische rechtsstaat helaas geen statisch gegeven. Daarnaast geeft e.e.a. een gevaarlijk signaal aan het buitenland. De uitzondering in lid 2 acht Privacy First bovendien onverstandig met het oog op mogelijke technologische ontwikkelingen in de (verre) toekomst.[2] Hetzelfde geldt in verband met de (verdere) oprekking van het begrip “nationale veiligheid”. Ook in de toekomst dient de Nederlandse bevolking tegen willekeurige inbreuken op het communicatiegeheim beschermd te zijn; de huidige formulering van lid 2 biedt hiertoe geen enkele garantie.

Het toevoegen van een extra ‘rechterlijke laag’ zou het huidige stelsel van intern en extern toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (en daarmee de democratische rechtsstaat) versterken. Het systeem van rechterlijk toezicht in een land als Canada kan in dit opzicht een bron van inspiratie vormen. Een dergelijke rechterlijke check zou tevens in lijn zijn met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens:

“The Court has indicated, when reviewing legislation governing secret surveillance in the light of Article 8 [ECHR], that in a field where abuse is potentially so easy in individual cases and could have such harmful consequences for democratic society as a whole, it is in principle desirable to entrust supervisory control to a judge.”[3]

In het licht hiervan is de huidige formulering van lid 2 niet opportuun. Privacy First adviseert dan ook om dit lid als volgt te herzien:

“Beperking van dit recht is mogelijk in de gevallen bij de wet bepaald met machtiging van de rechter of, in het belang van de nationale veiligheid, met machtiging van één of meer bij de wet aangewezen ministers.” [doorstreping Privacy First]

Als eventueel alternatief voor de invoering van rechterlijk toezicht in het veiligheidsdomein adviseert Privacy First om de bestaande Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) te upgraden tot een krachtiger onafhankelijk toezichtsorgaan à la het Belgische of Duitse model, met algehele, verplichte toetsing vooraf i.p.v. steekproefsgewijs toezicht achteraf.

Notificatieplicht
Een tweede punt van kritiek betreft het ontbreken van expliciete grondwettelijke vermelding van een notificatieplicht bij inbreuken op het brief- en telecommunicatiegeheim. Een notificatieplicht versterkt immers de rechtsbescherming voor burgers en draagt bij aan correcte naleving van de wet door de overheid, ook in het veiligheidsdomein. Evenals rechterlijke machtiging biedt dit de beste garanties tegen misbruik op korte én lange termijn.

Verkeersgegevens
In de optiek van Privacy First dienen ook verkeersgegevens onder de reikwijdte van artikel 13 Grondwet te vallen. Deze gegevens zien immers vaak mede op de inhoud van communicatie; dit blijkt zelfs met zoveel woorden uit de MvT zelf, waar terecht SMS en de onderwerp-regel van email als voorbeelden worden genoemd.[4] Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor zoekopdrachten in zoekmachines. Daarnaast kan uit verkeersgegevens in combinatie met andere (al dan niet real-time verzamelde) gegevens alsnog de inhoud van communicatie tussen individuen en/of bedrijven worden afgeleid. Een krachtig regime van artikel 13 Grondwet in combinatie met rechterlijk toezicht is dus ook hier geboden.

Rechtsvergelijking
Tenslotte mist Privacy First in de huidige MvT een rechtsvergelijkende paragraaf waarin het huidige artikel 13 Grondwet vergeleken wordt met grondwettelijke best practices uit landen met hetzij een civil law, hetzij een common law traditie. Met een nieuw artikel 13 Grondwet als internationale state-of-the-art zou Nederland zich bovendien positief kunnen onderscheiden en haar vroegere positie als mensenrechtelijk gidsland enigszins kunnen heroveren.

Privacy First hoopt u met dit advies van dienst te zijn. Desgevraagd zijn wij graag tot een nadere toelichting op bovenstaande punten bereid.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First


Vincent Böhre
director of operations


[1] MvT, pp. 18, 20.

[2] Vergelijk MvT, p. 11, 1e alinea.

[3] EHRM 22 nov. 2012, Telegraaf vs. Nederland (Appl.no. 39315/06), r.o. 98. Vergelijk tevens ibid., r.o. 98-102.

[4] MvT, p. 18.

Update 8 februari 2013: lees ook de kritische adviezen van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Bits of Freedom en het College voor de Rechten van de Mens.

Gepubliceerd in Wetgeving

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon