donatieknop english

Vandaag verzoekt Privacy First samen met drie andere Nederlandse mensenrechtenorganisaties en een aantal individuele gebruikers van Facebook, WhatsApp en Instagram aan Mark Zuckerberg om stelling te nemen in het publieke debat over de gevolgen van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaak Schrems.

Het Europese Hof van Justitie vernietigde op 6 oktober 2015 het Safe Harbour-besluit dat de grondslag was voor de doorgifte van persoonsgegevens vanuit de EU naar de VS door Facebook. Het Hof van Justitie oordeelde dat de wetgeving in de VS tekortschiet omdat het geen beschermingsniveau biedt dat vergelijkbaar is met dat in de EU. Zo heeft de NSA toegang tot de Facebook-content van gebruikers in de EU, zonder dat die enige rechtsbescherming hebben. Volgens het Hof van Justitie is dit een inbreuk op de essentie van het fundamentele recht op privacy. Deze problemen zijn nog steeds niet opgelost.

Na de uitspraak is Facebook doorgegaan met de doorgifte van persoonsgegevens vanuit de EU naar de VS. Bas Filippini van Privacy First: "Zolang er geen passend beschermingsniveau is in de VS, is doorgifte duidelijk in strijd met het EU-privacyrecht. Dat is een schending van de privacy van miljoenen gebruikers. Als dit niet binnenkort wordt opgelost, zullen wij juridische stappen ondernemen."

Tot op heden heeft Facebook zich opvallend afzijdig gehouden van het publieke debat na het vonnis van het Hof van Justitie. Ton Siedsma van Bits of Freedom: "Wij verzoeken Facebook om zich publiekelijk te mengen in het debat over de oplossing van dit probleem, en om druk te zetten op de autoriteiten om zo’n oplossing te bereiken. Het zou goed zijn als Facebook haar huidige en toekomstige beleid over de doorgifte van persoonsgegevens publiekelijk bekend zou maken."

Facebook ontving vandaag een sommatiebriefpdf, met als deadline 15 januari 2016 om een oplossing te vinden. Als die niet bereikt wordt, zal een kort geding tegen Facebook aanhangig worden gemaakt bij de Rechtbank Den Haag, met als eis dat Facebook per direct stopt met de doorgifte van persoonsgegevens naar de VS. Dit betreft alle diensten van Facebook, inclusief WhatsApp en Instagram.

"Zo lang de VS geen passende bescherming biedt tegen mass surveillance, mogen persoonsgegevens niet worden doorgegeven naar de VS. Een rechtszaak tegen Facebook onderstreept de urgentie om dit op te lossen", zegt Jelle Klaas van het Public Interest Litigation Project (PILP, NJCM). "Ons doel is niet om de computerschermen van miljoenen gebruikers op zwart te zetten, maar om het niveau van privacybescherming te verhogen. Hopelijk vinden de wetgevers snel een oplossing."

Klik HIERpdf(pdf) voor de volledige sommatiebrief van Privacy First c.s. aan Facebook.

Update 21 januari 2016: vlak voor het verstrijken van de deadline reageerde Facebook per fax op onze sommatiebrief, klik HIERpdf (pdf). Ondanks de ongeldigheid van Safe Harbour bestaat volgens Facebook nog steeds een bruikbare rechtsbasis voor de doorgifte van persoonsgegevens vanuit de EU naar de VS. Privacy First c.s. betwisten dit en hebben vandaag een reactie naar Facebook gestuurd, klik HIERpdf (pdf).

Na onze sommatiebrief nam Facebook publiekelijk stelling in de discussie over een nieuw voorgestelde surveillance-wet in Engeland:

“Governments should not be able to compel the production of private communications content absent authorization from an independent and impartial judicial official. (...) Surveillance laws should not permit bulk collection of information. The principles require that the Government specifically identify the individuals or accounts to be targeted and should expressly prohibit bulk surveillance.” Aldus Facebook.

Precies op deze aspecten schiet de rechtsbescherming in de VS volgens het Europese Hof van Justitie echter tekort. In onze brief van hedenmiddag hebben Privacy First c.s. Facebook daarom verzocht haar standpunt ook uit te dragen in het debat over mass surveillance in de VS. Over dit onderwerp vinden momenteel onderhandelingen plaats tussen de EU en de VS. Het zou goed zijn als Facebook zich daar inhoudelijk in mengt, in lijn met het standpunt dat Facebook heeft over het Engelse wetsvoorstel.

Als er niet op korte termijn een oplossing wordt gevonden voor de fundamentele privacyproblemen waar het Europese Hof van Justitie op heeft gewezen, overwegen Privacy First c.s. om een kort geding aanhangig te maken bij de rechtbank Den Haag.

Gepubliceerd in Rechtszaken

"Privacywaakhonden en ict'ers verontrust

Een nieuwe conceptwet geeft de politie verregaande bevoegdheden om in computers te kunnen inbreken. Privacywaakhonden en ict-experts vinden die wet veel te ver gaan. ,,De aanslagen in Parijs worden gebruikt om een politiestaat in te voeren."

Vlak voor het weekend begon, gooide de ministerraad er afgelopen vrijdagmiddag nog snel een belangrijk persbericht uit. Ministers Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) en Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) dienen vier wetsvoorstellen uit het actieprogramma Integrale aanpak Jihadisme in bij de Tweede Kamer. De maatregelen om het Jihadisme te bestrijden, zijn van groot belang, onderstreept de regering.

Onderdeel van die maatregelen is een uitbreiding van de bevoegdheden om onderzoek te doen in computers van criminelen en terroristen. De naam van het wetsvoorstel staat niet vermeld in het persbericht, maar desgevraagd bevestigt het ministerie van Veiligheid en Justitie dat het gaat om de wet Computercriminaliteit III, die al sinds 2013 in de maak is. De omstreden wet kan met steun van VVD en PvdA rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer. Maar die partijen zullen andere partijen nodig hebben om de wet door de Eerste Kamer te loodsen.

Webcams

De conceptwet geeft de politie ongekend veel bevoegdheden. Ze mag stiekem inbreken in computers, data kopiëren, toevoegen en wissen. De politie mag meekijken met webcams, afluisteren via de microfoon van een computer en live meekijken wat iemand typt. Er mag zelfs worden ingebroken bij onschuldige derden om bij een verdachte uit te komen. Privacyorganisatie Bits of Freedom spreekt van de meest verregaande wet ter wereld op dit gebied.

De conceptwet heeft dan ook tientallen bezorgde reacties opgeleverd van hoogleraren, ict'ers en privacywatchers. En ook nu klinkt kritiek. ,,Een overheid die mag inbreken in systemen en computers om zo aan informatie te komen, begeeft zich op glad ijs," meent voorzitter Lotte de Bruijn van branchevereniging Nederland ICT. ,,Stel dat de politie het recht zou hebben om zich zonder toestemming toegang te verschaffen tot woningen, zouden we dat accepteren? Ook al zouden ze daarmee verdachte buren kunnen afluisteren? Ik denk het niet."

Anderen vinden het bezwaarlijk dat de overheid baat heeft bij softwarelekken, om zo andermans computer binnen te komen. ,,Als de overheid te weten komt dat in veelgebruikte software een lek zit, kan ze dat geheim houden zodat de politie dat lek eerst mag misbruiken. Daarmee maakt de minister de hele maatschappij onveiliger, in plaats van veiliger," zegt Rejo Zenger van Bits of Freedom.

Ongepast

Zenger vindt het niet chic dat de wet nu in het kader van terrorismebestrijding aan de Kamer wordt gepresenteerd. ,,Het is absoluut ongepast dat de minister van Veiligheid en Justitie de aanslagen in Parijs gebruikt voor het doordrukken van zijn wetsvoorstel. De minister wil al lang de bevoegdheden van de politie uitbreiden. Dat verdient een grondig debat in het parlement, zonder dat dit heel erg wordt gestuurd door de gebeurtenissen in Parijs." Voorzitter Bas Filippini van Privacy First noemt de maatregelen zelfs het doodknuppelen van de rechtsstaat. ,,Na de aanslagen in Parijs wordt jacht gemaakt op snotneuzen van tussen de 20 en 30 jaar. In plaats van dat politie- en inlichtingendiensten zich schamen dat ze die mannen niet beter in beeld hadden, stelt Nederland voor om 16 miljoen burgers onder de knoet te houden. Een politiestaat, daar moeten we niet naartoe willen.""

Bron: Algemeen Dagblad 30 november 2015, p. 5. Tevens gepubliceerd in AD/Rotterdams Dagblad, AD/Haagsche Courant, AD/Utrechts Nieuwsblad, AD/Amersfoortse Courant, AD/De Dordtenaar, AD/Groene Hart, AD/Rivierenland, BN/De Stem, Dagblad Tubantia/Twentsche Courant, De Stentor/Gelders Dagblad, De Gelderlander, Eindhovens Dagblad, Provinciale Zeeuwse Courant en o.a. online op http://www.ad.nl/ad/nl/1012/Nederland/article/detail/4198274/2015/11/30/Nieuwe-wet-opent-alle-computers-voor-politie.dhtml.

Lees HIER de eerdere kritiek van Privacy First op dit draconische wetsvoorstel.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
vrijdag, 31 juli 2015 13:48

Belgische 'opt-in' bij WiFi-tracking

Deze week werd bekend dat, als het aan de Belgische Privacycommissie ligt, in België voortaan een opt-in i.p.v. opt-out geldt bij WiFi-tracking in winkels en andere openbare gelegenheden. Om aan de hand van WiFi-signalen van mobiele telefoons getraceerd te kunnen worden door bedrijven zullen mensen in België dus vooraf geïnformeerd moeten worden en toestemming moeten geven. Dit i.p.v. toestemming of bezwaar achteraf (opt-out) zoals die momenteel in Nederland lijkt te gelden en gedoogd lijkt te worden door het Nederlandse College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). België gaat hiermee dus een stap verder dan Nederland, en dat is goed nieuws. Nieuws dat in Nederland navolging verdient. Hieronder een korte eerste reactie van Privacy First op BNR Nieuwsradio:


Klik HIER voor een eerdere discussie met Privacy First over dit onderwerp op Radio 1.

Gepubliceerd in Online Privacy

Vandaag werd bekend dat, als het aan de Belgische Privacycommissie ligt, in België voortaan een opt-in i.p.v. opt-out geldt bij WiFi-tracking in winkels en andere openbare gelegenheden. Om aan de hand van WiFi-signalen van mobiele telefoons getraceerd te kunnen worden door bedrijven zullen mensen in België dus vooraf geïnformeerd moeten worden en toestemming moeten geven. Dit i.p.v. toestemming of bezwaar achteraf (opt-out) zoals die momenteel in Nederland lijkt te gelden en gedoogd lijkt te worden door het Nederlandse College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). België gaat hiermee dus een stap verder dan Nederland, en dat is goed nieuws. Nieuws dat in Nederland navolging verdient. Hieronder een korte eerste reactie van Privacy First op BNR Nieuwsradio:



Bron: http://www.bnr.nl/?service=player&type=archief&fragment=2015073017205560.
Klik HIER voor een eerdere discussie met Privacy First over dit onderwerp op Radio 1.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Enkele fragmenten uit een artikel door TNO-wetenschapper David Langley in het FD van zaterdag 25 juli 2015:

"Met draadloos verbonden dingen — het 'internet of things'— valt geld te verdienen. Vermijd de valkuil om voor één productvariant te kiezen en smeed allianties buiten de eigen sector. En let op: wetgeving voor privacybescherming biedt kansen.

Wereldwijd zijn technologieontwikkelaars hard bezig met het 'internet of things', waar fysieke objecten als auto's, kleren en zelfs koeien met internet worden verbonden. Ook veel Nederlandse ondernemers hebben het gevoel dat ze de innovatiekansen met beide handen moeten aanpakken. De vraag is alleen: hoe?

(...)

Naast deze zakelijke overwegingen ontstaan er door het internet of things nieuwe maatschappelijke vraagstukken waarmee ondernemers rekening moeten houden. Een daarvan is wetgeving rond het gebruik van de gigantische en almaar uitdijende hoeveelheid data die wordt geproduceerd. In een opmerkelijke rechtszaak, die grote invloed kan hebben, stapte Bas Filippini van het Nederlandse Privacy First naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens om in het geweer te komen tegen privacyschending door een voorloper van het internet of things: de trajectcontroles op snelwegen. Omdat de snelheid van alle automobilisten continu wordt gevolgd, belandt, aldus Filippini, 'iedere automobilist [...] nu in een politiedatabank als potentiële verdachte en Joost mag weten hoe die data gebruikt worden.' Dit is strijdig met het hard bevochten principe van onze democratische rechtsstaat: er mag pas privacyinbreuk worden gemaakt als er een concrete aanwijzing van een strafbaar feit is. Het is een opmerkelijke zaak omdat binnenkort niet alleen ons rijgedrag, maar, door het internet of things, al ons fysiek gedrag door vele organisaties in binnen- en buitenland op de voet zal worden gevolgd, nog veel meer dan nu al, via onze mobiele telefoons, het geval is.

'Privacy is ouderwets'

Sommigen, zoals de futuroloog Jeremy Rifkin, beweren dat privacy een ouderwets idee is, een eigenaardigheid van het industriële tijdperk. Maar toch vinden veel mensen het geen prettig idee wanneer organisaties en onbekenden vrijwel onbeperkt inzage hebben in hun levens.

Er komt nieuwe EU-wetgeving, de Algemene Verordening Gegevensbescherming, die de privacywetgeving bijwerkt naar de kenmerken van digitale technologieën. De toegestane verwerking van gegevens via het internet of things kan daardoor drastisch beperkt worden. Verwerking mag in veel gevallen alleen met toestemming van de burger. Wat blijft er van het internet of things over wanneer burgers deze toestemming massaal weigeren?

Dit probleem biedt ook een innovatiekans voor Nederland. We kunnen met ideeën komen voor toepassingen waarin de bescherming van onze data in het ontwerp ingebouwd is. Waar ieder individu zelf kiest waarvoor zijn of haar data gebruikt worden op basis van de voordelen die de persoon zelf ziet. Dit past niet in het Facebook- en Googlemodel van vrije commerciële toegang tot persoonlijke data, maar het kan wel de toekomst van het internet of things worden.

(...) Zo kan Nederland een voorloper worden, in plaats van dat andere landen ons achter zich laten."

Bron: Financieel Dagblad 25 juli 2015, rubriek Anders denken, p. 5. Het volledige artikel is gratis online beschikbaar op http://fd.nl/fd-outlook/1112133/nieuwste-technologiestap-vraagt-om-aanvalsplan.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Wanneer een politieagent je daarom vraagt, moet je jezelf in Nederland kunnen identificeren door een geldig identiteitsbewijs te laten zien. Ook de kassière bij de supermarkt kan je daarom vragen, maar alleen wanneer je alcohol wilt kopen en er twijfel is over je leeftijd. Met je identiteitsbewijs toon je dan hoe oud je bent en even later loop je tevreden de winkel uit.

Online ontbreekt zo'n middel om jezelf te identificeren en vooral bedrijven vinden dat lastig. Want met wie doen ze eigenlijk zaken? In Nederland hebben we wel DigiD, maar dat wordt eigenlijk alleen gebruikt door de overheid. Bij DigiD kies je zelf een gebruikersnaam en wachtwoord, dat bij de registratie wordt gekoppeld aan jouw burgerservicenummer: het unieke nummer van iedere persoon in de Basisregistratie Personen (BRP). Log je verolgens met je DigiD in op een website van de overheid, dan weet die overheid met wie het op dat moment zaken doet. In 2014 logden de 12 miljoen uitgegeven DigiD's samen 158 miljoen keer in.

DigiD is hiermee voor de overheid een succes, maar alle andere organisaties en bedrijven staan met lege handen. Webshops willen graag weten of hun klant wel de persoon is die hij zegt te zijn, of hij oud genoeg is, en kredietwaardig. Volgens branchevereniging Thuiswinkel.org hebben de ruim 45.000 Nederlandse webwinkels daarom momenteel maar één grote vraag: waar blijft eID? eID Stelsel is de naam voor de opvolger van DigiD, die de Nederlandse overheid nu aan het ontwikkelen is. eID moet alle benodigde manieren van online identificatie tussen burgers, overheid én bedrijven mogelijk maken.

(...)

In het programma eID (www.eid-stelsel.nl) werkt de overheid samen met wetenschappers en bedrijfsleven aan het nieuwe stelsel dat in 2017 klaar moet zijn. (...) Binnenkort starten enkele pilots, waarbij een klein groepje consumenten inlogt bij overheidsdiensten en commerciële diensten met een identificatiemiddel dat voldoet aan het nieuwe stelsel. Het voordeel van dit nieuwe stelsel is dat het identificatiemiddel niet door de overheid uitgegeven hoeft te zijn; bedrijven kunnen ook identificatiemiddelen uitgeven, bijvoorbeeld een klantenkaart of een app op je smartphone. De identiteit van de burger staat daarom online en is op afroep beschikbaar. Een naam voor het nieuwe stelsel is er ook al, Idensys. (...)

Om vaart te maken en omdat bedrijven niet willen investeren in weer een nieuw identificatiesysteem, is besloten het nieuwe stelsel te bouwen als uitbreiding op eHerkenning (www.eherkenning.nl). eHerkenning is 'de DigiD voor bedrijven', maar is anders dan DigiD geen overheidsdienst maar alleen een afsprakenstelsel. De overheid beheert het stelsel, voornamelijk bedrijven voeren het uit.

Hoewel websites straks gewoon een Idensys-login krijgen zoals ze nu een DigiD-knop hebben, werkt het verder helemaal anders dan DigiD én eID ooit was gedacht te werken. Komt bij DigiD de identificatie van de overheid, bij eHerkenning en dadelijk dus ook bij Idensys komt die van een makelaar, een tussenpartij. Deze 'ídentity provider' kent jou en met hem heb je afgesproken hoe jij je wilt identificeren, met een smartcard, je smartphone of toch gewoon gebruikersnaam en wachtwoord. Klopt de identificatie, dan krijgt die makelaar een pseudoniem voor jou en daarmee kan hij vervolgens kijken of jij gemachtigd bent de dienst te gebruiken waarvoor je wilt inloggen. Dat kijken doet hij in het BSN-koppelregister waarin de pseudoniemen gekoppeld zijn aan de Burgerservicenummers. De makelaar is dus allesbepalend inzake de veiligheid en het BSN-koppelregister als het gaat om privacy.

Om Idensys te baseren op eHerkenning is niet onomstreden. Een 'netwerkgebaseerd identiteitsmodel' zoals Idensys kenmerkt zich door veel schakels die allemaal vertrouwd moeten worden. De meest verdachte schakel is de makelaar, een marktpartij en de enige die alle transacties ziet. Weliswaar ziet hij niet wat er in de transactie gebeurt, maar hij weet wel met welke diensten iedere 'pseudoniem' zaken doet. (...) Ook ontbreekt [vooralsnog] de optie om anoniem diensten te gebruiken, iets wat bijvoorbeeld bij online medische diensten zeker wenselijk is. (...)

Waar blijft het debat?

Door de keuzes die bij Idensys worden gemaakt, zou je een publiek debat verwachten, maar dat ontbreekt volledig. Het College Bescherming Persoonsgegevens ontbreekt in de eID-werkgroepen en kon ons niet vertellen bij eID betrokken te zijn. "Ook Privacy First is niet betrokken en ook nog nooit gevraagd", zegt Vincent Böhre van Privacy First. "Blijkbaar wil men eerst een heel project afronden. Terwijl men nu door een privacy-kritische club te laten meepraten, fouten voorkomt en uiteindelijk maatschappelijk draagvlak creëert." Privacy First is voorstander van een opt-in waarbij mensen de keuze houden om het eID-systeem te gebruiken of niet. "De overheid mag niet eisen dat burgers hun zaken digitaal afhandelen en dat via een eID doen, de Algemene wet bestuursrecht verbiedt dat. Veel mensen in Nederland hebben geen computer of internet, de manier zonder eID moet daarom blijven bestaan", zegt Böhre. (...)"

Bron: Computer!Totaal, juli/augustus 2015, pp. 54-58 (openbare preview).

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"(...) Sinds eind 2009 is in Nederland de Wet Bewaarplicht Telecommunicatiegegevens (WBT) van kracht. Deze wet verplicht internet- en telefonieproviders gegevens over het communicatiegedrag van hun klanten op te slaan en te bewaren, zodat het opvragen ervan mogelijk wordt door overheden. BIT was destijds al tegen dit plan, net als diverse privacy- en burgerrechtenvoorvechters zoals Bits of Freedom en Privacy First (...). Hoewel - vergeleken met het aantal verzoeken bij een consumenten provider - het aantal verzoeken bij een zakelijke internet provider zoals BIT relatief laag is, is de ISP zeer kritisch over deze wet die het opslaan van dergelijke gegevens verplicht en het opvragen ervan mogelijk maakt. Deze wet zal binnenkort in de Tweede Kamer geëvalueerd worden. (...)"

Bron: http://www.marqit.nl/newsitem/12680/bit-geeft-openheid-over-data-en-ntd-verzoeken-via-transparancy-report-2013, 25 februari 2014.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Als organisatie die privacy hoog in het vaandel heeft staan past natuurlijk ook privacyvriendelijke hosting van onze website. Dus draaien de websites van Privacy First (privacyfirst.nl en privacyfirst.eu) sinds deze maand op de servers van Greenhost in Amsterdam. Hier ging een grondige verkenning van buitenlandse mogelijkheden aan vooraf, variërend van hosting vanuit een nucleaire bunker in Zweden tot VPN-tunnels naar Zwitserland en een oud fort in de Noordzee. Greenhost liet deze buitenlandse concurrentie echter ver achter zich door de getoonde klantvriendelijkheid en snelle respons, duurzaamheid en lage kosten voor betrouwbare, veilige hosting met gebruikmaking van Privacy by Design. Zelfs de fysieke locatie is een pré: Greenhost is in Amsterdam gevestigd op een steenworp afstand van Privacy First. Daarnaast is Greenhost al jaren een vertrouwde partner van menige maatschappelijke organisatie, waaronder Bits of Freedom. Wat voor Privacy First echter de doorslag gaf is dat Greenhost zich al jaren een privacy-pionier toont waar menig ICT-bedrijf een voorbeeld aan zou kunnen nemen, ook tegen de politieke waan van de dag in. Zo stopte Greenhost in 2009 met het loggen van emailgegevens en riep andere bedrijven op hetzelfde te doen. Ook schreef Greenhost begin 2011 een praktische handleiding voor de beveiliging van internetverkeer: de Basic Internet Security Manual. Deze initiatieven getuigen niet alleen van lef en leiderschap, maar ook van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap in de zin van privacyvriendelijk ondernemerschap. In die zin hebben Greenhost en Privacy First een gedeelde maatschappijvisie. Privacy First ziet de samenwerking met Greenhost de komende jaren dan ook vol vertrouwen tegemoet!

Gepubliceerd in Online Privacy

Eerder dit jaar kwam minister Opstelten met het onzalige plan om de politie de bevoegdheid te geven uw computer (in binnen- én buitenland!) te kunnen hacken en tevens van u te kunnen eisen dat u uw versleutelde bestanden in het bijzijn van oom agent ontsleutelt en braaf aan de Staat overdraagt. In het kader van een internetconsultatie liet Privacy First aan de minister weten dat wij een aantal principiële bezwaren tegen zijn plannen hebben:

Excellentie,

Hierbij adviseert Stichting Privacy First u om het concept-wetsvoorstel 'versterking bestrijding computercriminaliteit' in te trekken, en wel om een elftal principiële redenen: 

  1. Dit concept-wetsvoorstel vormt in onze optiek een typische bouwsteen voor een politiestaat, niet voor een democratische, op vrijheid en vertrouwen gebaseerde rechtsstaat.
  2. Nederland heeft de algemene mensenrechtelijke plicht om het recht op privacy voortdurend te bevorderen i.p.v. te beperken. Door dit wetsvoorstel schendt Nederland deze algemene plicht.
  3. Dit wetsvoorstel is niet strikt noodzakelijk (i.t.t. mogelijk “nuttig” of “handig”) in een democratische samenleving. Het wetsvoorstel vormt daarmee een schending van art. 8 EVRM.
  4. Door dit wetsvoorstel wordt tevens het verbod van zelfincriminatie (nemo tenetur) met voeten getreden.
  5. Function creep (doelverschuiving) is een universeel verschijnsel. Dat zal ook gelden voor dit wetsvoorstel. Het wetsvoorstel legt daarmee de basis voor toekomstig machtsmisbruik.
  6. Dit wetsvoorstel zet de vertrouwensrelatie tussen de Nederlandse overheid en de Nederlandse bevolking op scherp. Dit zal leiden tot een maatschappelijk chilling effect.
  7. Door dit wetsvoorstel komen klassieke verworvenheden zoals de persvrijheid en journalistieke bronbescherming, klokkenluiders, de vrijheid van meningsuiting, vrije informatievergaring, vertrouwelijke communicatie en het recht op een eerlijk proces ernstig onder druk te staan. Dit is funest voor de dynamiek in een vrije democratische rechtsstaat.
  8. Dit wetsvoorstel en bijbehorende technologie zullen worden geïmporteerd en misbruikt door minder democratische regimes in het buitenland. Het wetsvoorstel vormt daarmee een internationaal precedent voor een wereldwijde Rule of the Jungle i.p.v. de Rule of Law.
  9. Het wetsvoorstel ontbeert vooralsnog een grondige en onafhankelijke Privacy Impact Assessment.
  10. Dit wetsvoorstel creëert een impuls voor suboptimale (door de overheid te kraken, want anders illegale?) i.p.v. optimale (‘onkraakbare’) ICT-beveiliging.
  11. De aanpak van cybercrime vergt multilaterale samenwerking en coördinatie i.p.v. unilateraal 'paniekvoetbal' zoals dit wetsvoorstel.


Hoogachtend,

Stichting Privacy First

Gepubliceerd in Wetgeving

Stichting Privacy First organiseert regelmatig een netwerkborrel met een prominente spreker rond een actueel thema. Zo organiseerden wij in september dit jaar een avond met het Hoofd van de AIVD. Op 22 oktober jl. was het de beurt aan een spreker uit de wereld van cyber security. Spreker was ditmaal de heer Wil van Gemert, Directeur Cyber Security van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV, ministerie van Veiligheid en Justitie). Als discussie-moderator hadden wij onderzoeksjournalist Brenno de Winter ingeschakeld. Klik HIER voor de uitnodiging aan onze relaties. Wilt u voortaan ook een uitnodiging ontvangen? Mail ons! Hieronder volgt een verkorte weergave van de lezing en de discussie met het publiek:

Introductie Privacy FirstBas Filippini

Voorzitter Bas Filippini geeft een korte inleiding op het werk van Stichting Privacy First en introduceert Wil van Gemert en Brenno de Winter. Filippini memoreert dat de overheid steeds meer verwacht dat burgers alles digitaal doen. Met name ouderen en mensen met principiële bezwaren raken hierdoor in de knel. Tegelijkertijd krijgt de overheid steeds meer bevoegdheden om in het digitale privédomein van de burger te kunnen meekijken. Een actuele ontwikkeling op dit terrein is het plan van minister Opstelten om computers van burgers te kunnen gaan hacken. Privacy First is fel tégen dit plan, onder meer vanwege de schending van het briefgeheim. De overheid hoort de privacy van de burger te waarborgen. In die zin hebben Privacy First en de overheid hetzelfde doel, weliswaar vanuit verschillend perspectief. De hackplannen van Opstelten dreigen de privacy – en daarmee de democratie – echter af te breken. Filippini geeft vervolgens het woord aan Wil van Gemert.

Trends in cyber security

De heer Van Gemert dankt Privacy First voor de uitnodiging en trapt af met een komisch reclamefilmpje over spraakverwarring; klik HIER. Evenals in het filmpje draait het bij cyber security om vertrouwen, kennis en bewustzijn. Daarnaast draait het om het vinden van de juiste balans tussen taken en verantwoordelijkheden. In zijn lezing zal Van Gemert achtereenvolgens ingaan op huidige trends in cyber security, de taken van de overheid, publiek-private samenwerking, het Cyber Security Beeld Nederland, en "security versus privacy?": is hier sprake van een tegenstelling of vult e.e.a. elkaar juist aan? En wat zijn de actuele uitdagingen? Bij cyber security draait alles om de vertrouwelijkheid, betrouwbaarheid, integriteit en continuïteit van gegevens in de digitale informatiesamenleving. Een eerste wereldwijde trend die Van Gemert hierbij signaleert is ‘Big Data’: de enorme hoeveelheid data die voortdurend opgeslagen wordt en die dagelijks toeneemt. Hoe kunnen we daar op een goede manier mee omgaan? Een tweede trend is hyperconnectiviteit: het aantal digitale (internet)verbindingen neemt exponentieel toe. Zo ontstaat een “Internet of Things”. Nederland heeft de één na hoogste internetdichtheid ter wereld; dat geeft Nederland op dit terrein een bijzondere positie. Een derde trend is het verdwijnen van grenzen, zowel in tijd en afstand als qua werk/privé. Deze trends vereisen een verandering in zowel de manier waarop bedrijven zakendoen als de rol van de overheid bij het waarborgen van een veilige samenleving. Deze trends hebben ook invloed op mensen, op consumenten, bijvoorbeeld door de nieuwe mogelijkheden van mobiele telefonie. Big Data kan worden gebruikt om real-time, heel gericht een commerciële aanbieding te doen aan een individu, bijvoorbeeld een reisverzekering als je op Schiphol bent. Op de vraag van Van Gemert hoeveel aanwezigen in de zaal dit een prettig idee vinden gaan echter nul handen omhoog. Van Gemert zelf vindt het ook geen prettig idee: je privacy wordt hierdoor geschaad, je krijgt het gevoel dat je gevolgd wordt. Relatief veel jongeren lijken het echter prima te vinden.Wil van Gemert

Invloed van social media

Een belangrijk aspect bij cyber security is mobiliteit: bedrijven willen hun klanten overal kunnen bereiken en werknemers zijn steeds minder gebonden aan een vaste werkplek bij hun werkgever. Voor bedrijven, politieke partijen en de overheid worden ook social media steeds belangrijker om te weten wat er in een markt of maatschappij speelt. Een interessante casus is het recente incident met Vueling Airlines, waarbij het radiocontact verloren ging en men enige tijd rekening hield met een mogelijke kaping. Sinds 2001 is de procedure dat een dergelijk vliegtuig (‘renegade’, SPF) begeleid wordt door F16’s. Stel echter dat alle passagiers aan boord gaan twitteren dat er niets aan de hand is, hoe ga je daar dan mee om als overheid? Dat zijn vragen die momenteel bij de overheid spelen. Een ander aspect heeft betrekking op de rol van de overheid: van een monopoliepositie naar een meer afhankelijke rol. Het grootste deel van de cyberinfrastructuur is immers in handen van bedrijven. Daarnaast is er een autoriteitsvraagstuk: social media hebben invloed op de mate waarin een overheidscampagne wel of niet aanslaat bij een bevolking. Een recent voorbeeld is de overheidscampagne voor inentingen tegen baarmoederhalskanker. Een volgend aspect is dat cyber security ‘community driven’ is: de gemeenschap maakt zichzelf eigenaar van een bepaald probleem, bijvoorbeeld bij het Dorifel-virus. Die gemeenschap bestaat uit onderzoekers, relevante bedrijven, hackers etc. Deze ‘community’ kan soms helderheid rond een bepaalde kwestie verschaffen, anders dan bijvoorbeeld bij klassieke opsporing waarbij de regie bij de overheid ligt. Bij veel bedrijven is het digitale IQ echter nog laag; het is voor de overheid dan ook een uitdaging om het digitale IQ bij bedrijven te verhogen, aldus Van Gemert.

Gebrek aan security-concept in cyberspace

Nederland is een land van zeeën en dijken: als het water doorsijpelt bouwen we er een dijk omheen. Die klassieke manier van crisisbeheersing (containment, ofwel indammen) is in cyberspace bijna onmogelijk. Bedrijven weten vaak niet waar hun data zich precies bevindt, hoe het met elkaar verbonden is en welk effect het heeft als er ergens uitval is. Naast de menselijke factor kennen platforms, applicaties en infrastructuren allemaal hun eigen problemen, en door de interactie tussen die vier niveaus wordt een securityprobleem vaak heel omvangrijk. In de fysieke wereld kennen we een safety-concept; denk bijvoorbeeld aan de veiligheidsregels op een bouwplaats. Maar geldt er in cyberspace ook een security-concept? En welke rollen hebben de overheid, de private sector en de burger daarin? Momenteel is dat nog onvoldoende helder. Op de snelweg gelden bepaalde veiligheidseisen en verkeersregels. Maar iedere burger kan ook een computer kopen en onbeveiligd de digitale snelweg op.Wil van Gemert

Publiek-private samenwerking

Sinds anderhalf jaar heeft Nederland een Nationale Cyber Security Strategie. Onderdeel daarvan was de installatie van een Cyber Security Raad: een onafhankelijk adviesorgaan voor de overheid. In de Nationale Cyber Security Strategie is onder meer afgesproken dat Nederland jaarlijks een Cyber Security Beeld Nederland van dreigingen en actoren maakt. Verder is er sinds begin 2012 de operationele directie binnen de NCTV, die uit twee onderdelen bestaat: 1) het Nationaal Cyber Security Centrum, NCSC (dat onder meer als expertisecentrum fungeert) en 2) een beleidscluster (dat onder meer de beantwoording van Kamervragen en vragen vanuit de private sector ondersteunt). Uitgangspunt hierbij is publiek-private samenwerking; zo ontstaan nieuwe coalities met nieuwe vormen van participatie tussen de overheid en het bedrijfsleven, maar ook met belangenorganisaties. In de Cyber Security Raad en in het NCSC participeren zowel de overheid als private partijen en deskundigen. Een onderwerp waar men zich bijvoorbeeld gezamenlijk mee bezighoudt is cloudcomputing. Tevens heeft het NCSC sinds kort een ICT Response Board; bij deze publiek-private samenwerking kan een groep mensen uit de overheid en het bedrijfsleven bij incidenten en crisissituaties worden opgeroepen ter advies en assistentie. Daarnaast zijn er op verschillende terreinen ISACs: Information Sharing and Analytical Committees, bijvoorbeeld voor de vitale infrastructuur op het terrein van energie, water, financiën etc. Ook dit is publiek-private samenwerking.

Dreigingen in cyberspace

Cyber security staat de laatste tijd volop in de actualiteit en uit negatieve incidenten komen soms positieve initiatieven voort. Zo was er een unaniem verzoek van de Tweede Kamer om een meldpunt security breaches op te richten. Van Gemert vertelt in dit verband het volgende: “De Diginotar-affaire heeft duidelijk gemaakt dat de volgende vraag relevant is: wat kan de overheid in het geval van een crisis? Hoe kan de overheid een bedrijf dat een essentiële rol vervult, verplichten om mee te werken om te voorkomen dat maatschappelijke ontwrichting ontstaat en de maatschappij schade lijdt? Hebben wij die mogelijkheden überhaupt? Onze conclusie in juli dit jaar was bevestigend, indien we de noodtoestand zouden kunnen verklaren op een cyberincident.” Verder zou niet alleen geïnvesteerd moeten worden in de detectie van datalekken, maar ook in de juiste response hierop, aldus Van Gemert. De rol van de overheid richt zich daarbij op coördinatie, communicatie en consultatie. In juli dit jaar verscheen het tweede nationaal Cyber Security Beeld van dreigingen, doelwitten en actoren. De grootste dreiging gaat uit van buitenlandse overheden (spionage) en cybercriminaliteit. In tegenstelling tot wat veel mensen denken gaat van cyberterrorisme vooralsnog een kleinere dreiging uit. Verder kan de samenwerking tussen ‘hacktivisten’ en buitenlandse statelijke actoren (lees: geheime diensten) tot zorgen leiden.Wil van Gemert


Privacy & security

Over de verhouding tussen privacy en security stelt Van Gemert dat er wat hem betreft "geen privacy zonder security bestaat. Als je geen security organiseert, zul je uiteindelijk ook geen privacy hebben. Je moet wel degelijk maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat je privacy beschermd wordt. Zowel privacy als security hebben belang bij elkaar. Informatiebeveiliging op dat terrein en afspraken daaromtrent zijn dus noodzakelijk. Ook ter bescherming van de privacy publiceren we vanuit het NCSC dagelijks adviezen over kwetsbaarheden die bedrijven en burgers zouden kunnen raken. Onze website www.waarschuwingsdienst.nl is erop gericht om burgers beter bewust te maken en te wapenen tegen dreigingen. Wij zijn echter geen toezichthouder; we kunnen niets opleggen. Wij kunnen slechts adviseren en best practices aandragen. Tussen 12 en 22 november as. zal de overheid samen met private partners 10 dagen lang aandacht besteden aan ‘awareness’ via de campagne Alert Online. Deze campagne is zowel op het bedrijfsleven als op burgers gericht.”

Van Gemert benadrukte tenslotte nog het belang van digitale grondrechten en de zelfredzaamheid van burgers door kennis en bewustwording. Voor de discussie met het publiek poneert Van Gemert drie onderwerpen: 1) Hoe verhouden security en vrijheid zich conceptueel tot elkaar? En kan security ook zorgen voor privacy? 2) Wat is de rol van Privacy First? Is dat altijd in de oppositie, of ook in een coalitie? 3) Wat is de rol in cyberspace van onze handhavende en toezichthoudende instanties, bijvoorbeeld de politie? Wat is hun rol bij individuele noodhulp en handhaving in cyberspace?Wil van Gemert
sheet privacyfirst challenges

Discussie met het publiek

Hoewel Van Gemert niet verantwoordelijk is voor cyber crime, is hij desondanks bereid om namens het ministerie van Veiligheid en Justitie ook daarover het een en ander te zeggen. Op een vraag vanuit het publiek over de internationale consequenties die ‘ingrijpen’ in cyberspace vanuit Nederland kan hebben antwoordt Van Gemert dat het concept van virtualiteit vraagt om een andere benadering dan een territoriale benadering indien onduidelijk is waar een bepaalde server zich bevindt. Hij maakt hierbij een vergelijking met de vroegere ontwikkeling van het zeerecht in internationale wateren. Verder zou wellicht het land waar de schade optreedt het aanknopingspunt moeten vormen qua jurisdictie. Eenduidige antwoorden bestaan op dit terrein echter nog niet; de nationale en internationale regels terzake zijn nog niet helder. Brenno de Winter benadrukt dat Nederlandse hacking-activiteiten in het buitenland een gevaarlijke internationale precedentwerking kunnen hebben. Wat indien een land als Iran zich dezelfde bevoegdheden toebedeelt? Door anderen in het publiek wordt deze zorg gedeeld.

Een andere vraag in het publiek heeft betrekking op publiek-private samenwerking als bij Diginotar. Ook wordt gerefereerd aan Israëlische tapcentrales in Nederland. Maakt Nederland zichzelf hiermee niet ontzettend kwetsbaar? Van Gemert antwoordt dat deze vraag voor de overheid sinds de Diginotar-affaire inderdaad prominent is geworden. Op de kwestie van tapcentrales wil hij echter niet ingaan, aangezien hij hier niet beleidsmatig bij betrokken is. Hierna wordt vanuit het publiek opgemerkt dat, bij de publiek-private samenwerking op het terrein van cyber security, Nederlandse maatschappelijke organisaties structureel buiten de deur worden gehouden. Ook De Winter merkt op dat het NCSC door velen gezien wordt als een onbereikbare vesting waar je niet gehoord wordt. Van Gemert antwoordt hierop dat vanuit het NCSC wel degelijk contact met belangenorganisaties wordt gezocht. De vraag is daarbij ook welke rol die belangenorganisaties willen hebben: oppositie of coalitie? “Ik ben ervan overtuigd dat wij nieuwe vormen van samenwerking moeten zoeken tussen overheid, bedrijfsleven, burgers én belangenorganisaties, die ervoor zorgen dat onze samenleving veiliger wordt. Het zoeken van dat contact is ook de reden dat ik hier sta,” aldus Van Gemert. Een andere vraag vanuit het publiek gaat over detectie van hack-pogingen. In hoeverre wordt dit door de overheid aan bedrijven uitbesteed? Van Gemert antwoordt hierop dat de overheid zelf detecteert aan de hand van verkeersgegeBrenno de Wintervens (niet op content) voorzover het de vitale (overheids)infrastructuur betreft; bij bedrijven is dergelijke detectie aan die bedrijven zelf. Vanuit het publiek wordt in dit verband opgemerkt dat de overheid ook een rol zou kunnen gaan spelen om per bedrijfssector relevante kennis en ervaring bij elkaar te brengen. Een andere opmerking vanuit het publiek heeft betrekking op het eerder veronderstelde gebrek aan internationale regelgeving: waarom conformeert Nederland zich niet aan het reeds bestaande Verdrag van Boedapest over Cybercriminaliteit en waarom worden de mogelijkheden van dit verdrag onvoldoende benut? Verdere opmerkingen gaan over samenwerking tussen Nederlandse gemeenten, de banken en telecomsector. Ook wordt gevraagd hoe groot de dreiging van cyber warfare is en hoe Nederland zich hierop voorbereidt. Van Gemert refereert hierop aan cyber als het “fifth battlefield” na de vier domeinen land, zee, lucht en ruimte. Dit is een reëele ontwikkeling; inmiddels zijn er zo’n 20 landen die er de capaciteit voor hebben. In Nederland wordt veel bezuinigd, maar op cyberterrein wordt bij Defensie juist geïnvesteerd. Bij cyber war speelt overigens ook een nieuw toerekeningsvraagstuk: welk land veroorzaakt de schade en hoe moet ik hierop reageren? Tijdens de discussie wordt tevens gerefereerd aan de US Patriot Act en de risico’s van opslag van gegevens in de cloud. “Denk goed na over wat je in de cloud zet”, adviseert Van Gemert. Hierna rijst vanuit het publiek de vraag in hoeverre de overheid de bescherming van persoonsgegevens als vitaal beschouwt voor onze infrastructuur, in hoeverre de overheid oog heeft voor de risico’s van identiteitsfraude en -diefstal door de koppeling van persoonsgegevens aan BSN-nummers, of men de inhoud van het WRR-rapport iOverheid onderschrijft en of het uitroepen van een cyber-noodtoestand gelijk staat aan een ramp- of oorlogssituatie waarbij reguliere wetgeving kan worden opgeheven met alle privacyrisico’s van dien. Verder wordt opgemerkt dat een politiebevoegdheid om computers van burgers te kunnen hacken impliceert dat computergegevens van burgers ook ongemerkt zouden kunnen worden veranderd en vervolgens tegen diezelfde burgers zouden kunnen worden gebruikt. Van Gemert antwoordt dat persoonsgegevens essentiële, kritieke data zijn die goed beschermd dienen te worden. Naast bedrijven dienen ook burgers zelf dit zich meer te realiseren. Wat een noodtoestand betreft antwoordt Van Gemert dat die zelfs bij de watersnoodramp van 1953 niet werd afgekondigd. Op cyberterrein is geen aanvullende, nieuwe wetgeving voor een noodtoestand noodzakelijk. De bestaande wetgeving voor een noodtoestand kan alleen in een uiterste situatie toegepast worden. Een volgend discussiepunt betreft de jarenlange afhankelijkheid van de NederlandWil van Gemertse overheid ten opzichte van Microsoft: waarom duurt deze situatie (met bijbehorende privacyrisico’s) immer voort? Desgevraagd verduidelijkt Van Gemert vervolgens zijn eerdere opmerkingen over een cyber-noodtoestand: die kan niet worden ingeroepen indien sprake is van een incident, maar slechts indien sprake is van maatschappelijke ontwrichting op grote schaal. Vervolgens wordt vanuit het publiek gevraagd in hoeverre de overheid de verantwoordelijkheid heeft om geen wetgeving en beleid te maken die door andere landen kan worden gekopieerd en misbruikt, net zoals bepaalde dual use apparatuur niet door bedrijven aan bepaalde landen mag worden geleverd. Van Gemert antwoordt hierop dat voor bepaalde goederen inderdaad VN-sanctielijsten bestaan; de AIVD controleert daarop. Een vrij internet in het buitenland wordt met name ondersteund door het ministerie van Buitenlandse Zaken. In het algemeen geldt verder dat je als democratische samenleving altijd een morele guideline hebt waarlangs je dient te opereren. Hierna komt de discussie in het publiek weer terug op het punt van een eventuele overheidsbevoegdheid om in het buitenland te kunnen hacken. Vormt toestemming van een rechter-commissaris in dat kader voldoende waarborg tegen misbruik? Elders in het publiek wordt opgemerkt dat bij het tappen van telefoongesprekken de rechter-commissaris tegenwoordig een soort stempelmachine is. Ook wordt gesteld dat er eerder door Van Gemert te gemakkelijk werd gesproken over vijf domeinen van oorlogvoering. In het internationale recht gelden van oudsher slechts drie oorlogsdomeinen: land, zee en lucht. In de ruimte geldt sinds de jaren 70 het principe van peaceful use of outer space. Waarom dan niet ook een vergelijkbaar, nieuw principe van peaceful use of cyberspace?

Ter reactie op een vraag over de waarborging van privacy antwoordt Van Gemert dat hij waarde hecht aan helderheid over wat wel en niet mag. Middels opsporingsbevoegdheden kan soms ook juist iemands onschuld worden aangetoond. De uitdaging is het vinden van de balans tussen cyber security en privacy, aldus Van Gemert. Vervolgens wordt vanuit het publiek gewezen op de gevaren van koppeling van persoonsgegevens en function creep. DaarBrenno de Winternaast is onze democratische rechtsstaat geen statisch gegeven. Houdt men hier bij de overheid rekening mee? Van Gemert herhaalt hierop dat de uitdaging ligt in het vinden van de juiste balans. Ook wordt de roep vanuit het parlement om nieuwe wetgeving na een incident niet altijd opgevolgd door de overheid, bijvoorbeeld bij terrorismewetgeving en noodwetgeving. Vanuit het publiek wordt vervolgens opgemerkt dat voor een huiszoeking een huiszoekingsbevel nodig is, wat controleerbaar is voor de burger. Die controleerbaarheid ontbreekt bij het hacken van een computer. Van Gemert antwoordt dat die controle voor de burger vaak ook ontbreekt bij tappen of observeren, zeker als het niet tot een zaak voor de rechter komt. De Winter merkt in dit verband op dat bestaande notificatieplichten evenmin worden nageleefd door de overheid. Vanuit het publiek wordt aangevuld dat door alle registratie ook de onschuldpresumptie van burgers onder druk komt te staan. Hierdoor verandert de maatschappij en gaan mensen zich conformeren aan een ‘alziende overheid’. Van Gemert benadrukt hierop nogmaals dat "privacy en security niet zonder elkaar kunnen". In zijn optiek zijn dit soort discussies belangrijk om hierover meer helderheid te krijgen en stappen vooruit te kunnen zetten. Tenslotte benadrukt Van Gemert nogmaals het belang van een security-concept in cyberspace met voldoende aandacht voor privacy.

Tenslotte

De Winter geeft het laatste woord aan Stichting Privacy First. Voorzitter Bas Filippini dankt Van Gemert voor de open hand die hij vanavond aan de oppositie heeft aangereikt. In de optiek van Privacy First zijn dit soort discussies cruciaal. De laatste jaren was er te weinig sprake van dialoog met de privacybeweging, kwam er steeds meer overheid en steeds minder burgerparticipatie. Privacy First gaat dan ook graag in op de uitnodiging om onderdeel te kunnen worden van de coalitie. “Wij zullen een luis in de pels zijn, maar daar moet je tegen kunnen,” zo eindigt Filippini.Wil van Gemert en Bas Filippini

Gepubliceerd in Metaprivacy
Pagina 2 van 3

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon