donatieknop english

Door onze gastcolumnist. 

Het zal u maar gebeuren, u heeft een vakantie gepland met uw gezin binnen de EU, in Bulgarije. Uw vakantie eindigt in een nachtmerrie. Eén van uw kinderen was in goed vertrouwen met de lokale jeugd gaan stappen. Vervolgens is uw kind in hechtenis genomen. Men geeft niet aan waarom uw kind wordt vastgehouden, een tolk is niet voorhanden en de gevangenisomstandigheden zijn slecht: de bezettingsgraad is 155 procent, vies eten, slechte hygiëne en geen medische zorg. Na maanden van voorarrest, en met hulp van een door u gefinancierde dure advocaat en tolk, heeft u het geluk dat uw kind naar Nederland mag; de rechter heeft een vonnis geveld. Het jaar erop besluit u naar Polen op vakantie te gaan, maar aan de grens wordt uw kind wederom opgepakt. Het Europees Arrestatiebevel (EAB) bleek nog steeds van kracht en men weigert om het EAB te laten vervallen. Fictie? Nee, het is realiteit. Tussen 2005 en 2010 zijn er in de EU 54.689 EAB's uitgevaardigd, waarvan 11.630 mensen zijn uitgeleverd.

Het EAB werd door de EU in het leven geroepen i.v.m. de terroristische dreiging en om het mogelijk te maken om EU-burgers te straffen voor zware vergrijpen binnen een EU-lidstaat. Inmiddels zijn zware vergrijpen als moord en terrorisme verworden tot rekbare begrippen als "corruptie" en "vreemdelingenhaat". Te pas en te onpas maken landen hier gebruik van. Koplopers in het indienen van een EAB-verzoek zijn in volgorde van hoogte van aantallen: Polen, gevolgd door Duitsland, Roemenië, Frankrijk en Hongarije.

Pogingen aan het adres van de Nederlandse Overheid lopen uit op niets. Minister Opstelten geeft geen krimp. Ook hogerop wil het niet lukken. Ondanks verzoeken aan de Europese Justitiecommissaris, Viviane Reding, ingediend door het Advocatencollectief, Fair Trial International, Amnesty International, Anti Folter Comité, en vele anderen, legt de Commissie alles naast zich neer. De enige aanpassing die zal worden gedaan, aldus mevrouw Reding in een toelichting in het Europees Parlement op 8 juni 2011, is het aanpassen van het bestaande Rapport. Deze aanpassingen voorzien erin dat de EU-landen niet te pas en te onpas een verzoek indienen. Het vergrijp moet straks proportioneel getoetst worden. Is het vergrijp klein en de kosten hoog, dan wordt een verzoek niet meer gehonoreerd. Verder moeten uitvoerende lidstaten informatie kunnen verzamelen om te checken of het bewijsmateriaal volgens de geldende rechtsnormen is verkregen en heeft men recht op juridische bijstand in beide landen.

Waar wringt dan nog de schoen? Wel, in Nederland kan een Nederlandse rechter niet toetsen of uw Nederlandse kind terecht of onterecht gevangen zit in een EU-lidstaat. Dat is vervelend, want in Nederland is in de Grondwet vastgelegd dat een onafhankelijke rechter toetst of er sprake is van een strafbaar feit, en zo ja, wat de straf is die hierop volgt. Ingeval van het EAB is dit niet van toepassing en mag alleen de Internationale Rechtshulpkamer (IRK) te Amsterdam het Arrestatiebevel inzien op inhoud, en verder niets. Er wordt dus niet getoetst of gecheckt of de inhoud klopt. Zodoende is de Nederlandse burger uitgeleverd aan de rechtspraak van het betreffende EU-land. Het moge duidelijk zijn dat zowel de rechtspraak alsook de wetgeving per land verschilt. Het blijft dan ook de vraag waarom minister Opstelten zich niet hard maakt voor de Nederlandse bevolking en paal en perkt stelt aan wat wij accepteren en wat niet. Ook is het onbegrijpelijk waarom de Tweede Kamer dit probleem niet tot één van haar eerste prioriteiten maakt.

Iedere Nederlandse burger wordt geacht de wet te kennen. Moeten we ons nu ook gaan verdiepen in de wetten van alle EU-lidstaten?

Het slechte nieuws is dat het dus allemaal helemaal niet meevalt. Net zomin dat dodelijke ziektes, ongelukken enz. alleen bij anderen voorkomen, wordt de kans dat iemand uit uw familie of kennissenkring straks gevangen zit binnen de EU jaarlijks groter. U kunt de ontwikkelingen over het EAB volgen via Google en via elke andere zoekmachine.

Gepubliceerd in Columns

Hedenmiddag verzond Privacy First de volgende brief aan de EPD-woordvoerders in de Tweede Kamer:

"Geachte Kamerleden,

Geheel terecht wees de Eerste Kamer onlangs met algemene stemmen het wetsvoorstel ter invoering van een landelijk Elektronisch Patiëntendossier (EPD) af, met name gezien de enorme privacyrisico's die dit EPD met zich zou meebrengen. Het is dan ook met grote zorg dat Privacy First inmiddels heeft kennisgenomen van ontwikkelingen die duiden op een mogelijke 'doorstart' van ditzelfde EPD langs private, buitenparlementaire weg. Een dergelijke 'doorstart' getuigt niet alleen van minachting van het democratisch proces, maar tevens van ontkenning van de risico's en zorgen op basis waarvan wettelijke invoering van een landelijk EPD (L-EPD) onlangs geen doorgang vond. Hierbij doet Privacy First dan ook een dringend beroep op u om deze ontwikkeling een halt toe te roepen en de relevante bewindspersoon ter verantwoording te roepen. In privacyrechtelijke zin blijft de Nederlandse overheid in de optiek van Privacy First immers onverminderd verantwoordelijk voor de privacy-inbreuken die uit een 'privaat L-EPD' zullen voortvloeien, juist ook gezien het feit dat een dergelijk systeem door de Eerste Kamer nadrukkelijk om privacyredenen is verworpen.

In lijn met de recentelijk aangenomen motie Franken dringt Privacy First er in dit verband tevens bij u op aan om zo spoedig mogelijk een onafhankelijke, openbare Privacy Impact Assessment (PIA) uit te (laten) voeren naar zowel 1) een landelijk EPD zoals dit betrokken private partijen voor ogen staat als naar 2) mogelijke alternatieven voor dit L-EPD. De criteria van noodzakelijkheid, proportionaliteit, subsidiariteit en keuzevrijheid dienen bij de uitvoering van deze PIA leidend te zijn. Een belangrijke rol bij de PIA zou moeten toekomen aan privacy by design en privacy enhancing technologies, waaronder bijvoorbeeld geavanceerde patiëntenpassen of personal health records. Totdat deze PIA zal zijn afgerond dienen geen onomkeerbare stappen richting een private doorstart van het L-EPD te worden gezet.

In de visie van Privacy First dient het Landelijk Schakelpunt (LSP) van het L-EPD conform de wens van de Eerste Kamer te worden omgevormd naar kleinschalige regionale systemen. Voor regionale uitwisseling is een LSP onnodig: daartoe volstaan immers regionale schakelpunten (RSP's), eventueel aangevuld met bovenregionale push-communicatie. Dit bevordert de beveiliging en vermindert de risico's van misbruik die aan een L-EPD inherent zijn."

Gepubliceerd in Medische privacy

Op dinsdag 24 mei jl. nam de Eerste Kamer een belangrijke motie aan waarin een aantal privacygaranties bij nieuwe wetgeving worden bevestigd en versterkt. De motie werd met overweldigende meerderheid aangenomen (slechts de VVD stemde tegen). Een week eerder (tijdens het Kamerdebat over digitale dataverwerking) was de motie door senator Hans Franken (CDA) ingediend en hadden zelfs minister Donner en staatssecretaris Teeven laten weten dat "er allemaal dingen in staan waar wij best mee kunnen leven." Hoewel de motie formeel gezien niet juridisch bindend is, is de inhoud ervan dat deels wel en komt aan de motie tevens groot politiek gewicht toe. De gehele motie luidt als volgt:

MOTIE VAN HET LID FRANKEN C.S.

Voorgesteld 17 mei 2011

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat het grondrecht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer in onze democratische rechtsstaat van groot belang is,

overwegende, dat er tendensen zijn om bij nieuwe wetgeving de mogelijke beperkingen op dit grondrecht uit te breiden en te versterken,

overwegende voorts, dat bij het totstandbrengen van nieuwe wetgeving uitdrukkelijk aandacht moet worden gegeven aan de vraag of de beperkingen op het grondrecht tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer gerechtvaardigd zijn,

overwegende, dat voor de beantwoording van deze vraag aansluitend aan de verdragsverplichting moet worden getoetst aan de volgende criteria:

  • 1. De noodzaak, effectiviteit en hanteerbaarheid van de maatregel,

  • 2. De proportionaliteit: de inbreuk mag niet groter zijn dan strikt noodzakelijk is,

  • 3. De resultaten van een Privacy Impact Assessment, zodat vooraf is onderzocht welke risico's de maatregel met zich meebrengt,

  • 4. De mogelijkheid van een effectief toezicht en controle op de uitvoering van de maatregel, te realiseren door onder meer audits door de onafhankelijke toezichthouder,

  • 5. Beperking van de geldigheidsduur door een horizonbepaling of in ieder geval een evaluatiebepaling,

verzoekt de regering bij wetsvoorstellen, waarbij van een beperking op het grondrecht van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer sprake is, de hierboven genoemde criteria in de afweging en besluitvorming te betrekken en daarvan in de memorie van toelichting bij het betreffende wetsvoorstel verslag te doen,

en gaat over tot de orde van de dag.


Ondertekenaars:

Franken (CDA)

Tan (PvdA)

Strik (GroenLinks)

Holdijk (SGP)

Slagter-Roukema (SP)

Staal (D66)

Gepubliceerd in Wetgeving

Deze week vond in de Eerste Kamer een belangrijk beleidsdebat met minister Donner en staatssecretaris Teeven plaats over 'de rol van de overheid bij digitale dataverwerking'. In de week voor het debat had Privacy First haar standpunten terzake aan de Eerste Kamer kenbaar gemaakt. Het doet ons deugd dat veel van deze standpunten deze week 'Kamerbreed' zijn overgenomen (door enkele partijen zelfs letterlijk) en dat ook de bewindslieden Donner en Teeven er niet ongevoelig voor bleken te zijn. Dit geldt zowel voor klassieke rechten en beginselen die nodig herbevestigd dienden te worden als voor enkele nieuwe uitgangspunten:

- het recht op uitdrukkelijke, voorafgaande en volledig geïnformeerde toestemming van de burger bij het gebruik van zijn persoonsgegevens, zowel door de overheid als door bedrijven;

- strikte doelbinding en noodzakelijkheid bij het gebruik van persoonsgegevens;

- het recht van de burger op inzage, correctie en eventuele verwijdering van zijn persoonsgegevens; 

- privacy, keuzevrijheid, transparantie en effectiviteit als leidende beginselen bij de opstelling van nieuwe wetgeving;

- het belang van evaluatie- en horizonbepalingen in (nieuwe) wetgeving;

- openbare kosten-batenanalyses;

- openbaarheid van departementale haalbaarheidsstudies, pilots en onderzoeksrapportages;

- invoering van privacy impact assessments (PIA's) en privacy by design;

- ondersteuning van het wetgevend proces d.m.v. expert-meetings en externe advisering.

Zeer teleurstellend was echter de uitspraak van minister Donner dat het vernietigen van opgeslagen vingerafdrukken bij gemeenten nog maanden zou gaan vergen. Hetzelfde geldt voor het feit dat er nog steeds geen 'vingerafdrukvrije' identiteitskaart bestaat; ook dit had allang kunnen worden geïmplementeerd. Privacy First had er onlangs bij de minister op aangedrongen om dit proces met de grootst mogelijke spoed uit te voeren (hetzij door wijziging van relevante regelgeving, hetzij door technische aanpassingen).

Het concept-stenogram van het Kamerdebat staat HIER online. Onze eigen audio-opnamen van het debat zijn HIER te downloaden. Een groot aantal interessante passages uit het debat (zowel van Kamerleden als bewindslieden) vindt u HIER.

Gepubliceerd in Wetgeving

Ten behoeve van het beleidsdebat in de Eerste Kamer op 17 mei as. over digitale dataverwerking heeft Stichting Privacy First vandaag per email aan de Kamerleden onderstaande aandachtspunten ingebracht. Privacy First hoopt dat deze aandachtspunten leidend zullen zijn in het debat tussen de Kamerleden en de bewindspersonen.

Het motto van Privacy First is “eigen keuzes in een vrije omgeving”. Voor de burger vertaalt dit zich in:

-  het recht op uitdrukkelijke, voorafgaande en volledig geïnformeerde toestemming van de burger bij het gebruik van zijn persoonsgegevens, zowel door de overheid als door bedrijven;

-  elk gebruik van persoonsgegevens dient strikt noodzakelijk en doelgebonden te zijn;

-  de burger heeft te allen tijde het recht op inzage, correctie en eventuele verwijdering van zijn persoonsgegevens;

-  relevante wetgeving dient voor de burger kenbaar en toegankelijk te zijn;

-  geen nieuwe wetgeving zonder voorafgaand democratisch (maatschappelijk) debat.


Voor de overheid en het parlement vertaalt dit zich als volgt:

-  privacy, keuzevrijheid, transparantie en efficiëntie als leidende beginselen bij de opstelling van nieuwe wetgeving;

-  een voorkeur voor formele wetten i.p.v.  Algemene Maatregelen van Bestuur en ministeriële regelingen;

-  geen zogeheten ‘nationale koppen’ (aanvullingen) op Europese implementatiewetgeving;

-  verplichte evaluatie- en horizonbepalingen;

-  een integrale benadering door elke nieuwe wet in samenhang met andere, reeds bestaande wetten en verdragen te beschouwen;

-  een integrale benadering door elke nieuwe technische applicatie in samenhang met andere, reeds bestaande technische applicaties te beschouwen;

-  openbare kosten-batenanalyses;

-  openbaarheid van relevante ambtelijke haalbaarheidsstudies, pilots en onderzoeksrapportages;

-  het verplicht stellen van privacy impact assessments (PIA), privacy by design en privacy enhancing technologies (PET);

-  ondersteuning van het wetgevend proces d.m.v. expert-meetings en externe advisering.


Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande punten is Privacy First te allen tijde bereikbaar.

Gepubliceerd in Wetgeving

Hedenmiddag verzond Privacy First de volgende brief aan minister Donner:

Geachte heer Donner, 

In uw brief van 26 april jl. aan de Tweede Kamer deed u de toezegging om de wettelijke status van de Nederlandse identiteitskaart (NIK) zodanig aan te passen dat de Europese Paspoortverordening niet langer op dit document van toepassing zou zijn. Hierdoor zouden niet langer vingerafdrukken in de NIK hoeven worden opgenomen. Tijdens het algemeen overleg met de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken d.d. 27 april jl. werd door meerdere Kamerleden aan u gevraagd op welke termijn dit zou worden gerealiseerd. U antwoordde hierop als volgt:

“Als ik het praktisch en snel kan oplossen via een [Algemene Maatregel van Bestuur] of andere regeling, heeft dat prioriteit boven het regelen bij wet. De nationale ID-kaart wil ik snel aanpakken (...).”

Uw toezegging om de NIK ‘vingerafdrukvrij’ te maken verscheen vorige week breed in de nationale media. Sindsdien verkeren veel Nederlandse burgers in de veronderstelling dat men nu reeds een ‘NIK zonder vingerafdrukken’ kan aanvragen. Groot is dan ook hun teleurstelling als in het gemeentehuis blijkt dat dit nog niet het geval is, getuige ook de emails van burgers die Privacy First hierover dagelijks ontvangt. Deze actuele situatie van rechtsonzekerheid werkt nieuwe maatschappelijke onrust in de hand. In afwachting van de benodigde wetswijziging verzoekt Privacy First u dan ook met klem om de opname van vingerafdrukken in de NIK per direct stop te zetten. Dit kan hetzij via een AMvB of ministeriële regeling, hetzij langs (tijdelijke) technische weg. Een derde voorlopige oplossing kan bestaan uit het desgevraagd verstrekken van een NIK zonder vingerafdrukken met een geldigheidsduur van 12 maanden, zoals dit ook reeds mogelijk is bij personen van wie tijdelijk geen vingerafdrukken kunnen worden afgenomen.

Tevens geeft Privacy First u nadrukkelijk in overweging om, naast de beëindiging van de opslag van vingerafdrukken in gemeentelijke databanken, ook de opslag van vingerafdrukken in paspoorten geheel stop te zetten. Hierbij citeert Privacy First graag de brief die uw voorganger (staatssecretaris Bijleveld-Schouten) reeds in november 2009 ontving van de burgemeester van Roermond:

“Gedurende de periode 12 oktober t/m 7 november 2009 zijn in Roermond 448 reisdocumenten afgegeven. Bij het verifiëren van de vingerscans bij afgifte bleek van 55 personen maar één vinger verifieerbaar te zijn en van 42 personen bleken géén vingers verifieerbaar te zijn. Dit betekent dat van 21% van de personen die hun reisdocument kwamen afhalen, de bij het aanvragen van het document genomen vingerscan van zo slechte kwaliteit is geweest dat deze niet verifieerbaar is.

Ingevolge artikel 50A van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN) dient het verifiëren van vingerscans te gebeuren indien er twijfel is aan de identiteit van de afhaler. Mocht zich de situatie voordoen dat er daadwerkelijk aan de identiteit van een afhaler wordt getwijfeld zou het dus zo kunnen zijn dat een bonafide afhaler wiens uiterlijk zodanig is gewijzigd dat twijfels over de identiteit rijzen, 21% kans loopt om zonder reisdocument weer naar huis te moeten gaan of in het ergste geval als fraudeur te worden aangehouden.”

Naast de risico’s die burgers (ook in de toekomst, in binnen- en buitenland) lopen door de enorme foutenpercentages in de gebruikte biometrische techniek rijst tevens de vraag of Nederland de Europese Paspoortverordening in juridische zin nog kan blijven uitvoeren. Artikel 1 lid 2 van deze verordening vereist immers dat het opslagmedium in het document ‘voldoende geschikt is om de integriteit en authenticiteit van de gegevens te garanderen’. Nu bij 1 op de 5 Nederlanders niet aan dit vereiste wordt voldaan, vormt dat een grond om verdere uitvoering van de Paspoortverordening per direct in te trekken.

Graag verneemt Privacy First welke stappen u onderneemt om de opname van vingerafdrukken in de NIK alsnog per direct stop te zetten. Tevens ziet Privacy First graag uw reactie tegemoet op bovengenoemde bezwaren tegen verdere uitvoering van de Europese Paspoortverordening.

Hoogachtend,

 
Stichting Privacy First

Gepubliceerd in Biometrie

Privacy First roept Tweede Kamer op tot stopzetting opslag paspoortbiometrie en intrekking nieuwe Paspoortwet. 

Vandaag heeft stichting Privacy First een brief aan de Tweede Kamer verzonden i.v.m. het algemeen overleg over de nieuwe Paspoortwet van 27 april as. met minister Donner. De inhoud van onze brief luidt als volgt:

Nog geen twee jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe Paspoortwet staat deze wet opnieuw hoog op de agenda van de Tweede Kamer. Na een relatief geruisloos parlementair traject werd de nieuwe Paspoortwet op 9 juni 2009 zonder stemming door de Eerste Kamer aangenomen. Voor velen kwam dit destijds als een donderslag bij heldere hemel: van enig democratisch debat over deze ingrijpende wet was immers vrijwel geen sprake geweest. Geconfronteerd met dit fait accompli volgden anderhalf jaar van toenemende weerstand in de vorm van burgerprotesten, petities, wetenschappelijke en politieke kritiek, bezwaarprocedures, rechtszaken en zelfs afkeurende moties van gemeenteraden. In die zin keert de nieuwe Paspoortwet nu als een maatschappelijke boomerang bij de Tweede Kamer terug. Ten overvloede zet Stichting Privacy First de voornaamste bezwaren tegen de huidige wet nogmaals op een rij:

- onder de Europese Paspoortverordening is slechts de opname van twee vingerafdrukken en een gezichtsscan in reisdocumenten verplicht. Dit ter (veronderstelde) bestrijding van fraude met diezelfde reisdocumenten. In de nieuwe Paspoortwet gaat Nederland echter 3 stappen verder door deze gegevens (plus twee extra vingerafdrukken) tevens in databanken op te slaan voor een breed scala aan andere doeleinden, waaronder opsporing en vervolging, terrorismebestrijding, rampenbestrijding en inlichtingenwerk in Nederland en derde landen. Gezien het volstrekt ongerechtvaardigde en disproportionele karakter hiervan vormt dit een collectieve schending van het recht op privacy en lichamelijke integriteit van iedere Nederlander met een nieuw reisdocument;

- van bovenstaande doeleinden in de nieuwe Paspoortwet zijn de meeste burgers nooit op de hoogte gebracht; dit vormt een schending van hun recht op ‘informed consent’ bij de verwerking van hun biometrische persoonsgegevens;

- burgers die bezwaar hebben tegen de verplichte opslag worden gedwongen tot jarenlange procedures en moeten gedurende die periode zonder geldig reis- en identiteitsdocument door het leven zien te gaan, met alle nadelen en risico’s van dien;

- de opslag van biometrische gegevens (zowel in het reisdocument als in een databank) creëert een nieuwe vorm van fraude: biometrische identiteitsfraude. Deze vorm van fraude kan jarenlang ongedetecteerd blijven en iemand een leven lang blijven achtervolgen;

- hetzelfde geldt voor de op afstand uitleesbare RFID-chip in het document: ook dit creëert nieuwe risico’s van identiteitsfraude;

- de veiligheid van de opslag in databanken (hetzij ‘centraal’, hetzij ‘decentraal’) kan onmogelijk (volledig) worden gegarandeerd;

- opslag in databanken leent zich bij uitstek voor identificatie i.p.v. verificatie en werkt function creep in de hand;

- bij uitgifte van het reisdocument vindt in het algemeen geen biometrische verificatie plaats. Het is hierdoor onbekend in hoeverre de reisdocumenten die onder de nieuwe Paspoortwet in omloop zijn gebracht in biometrische zin functioneren. Tijdens het parlementaire rondetafelgesprek over de nieuwe Paspoortwet van 20 april jl. bleek in dit kader een foutenpercentage (bij verificatie van vingerafdrukken) van maar liefst 21%.

Naar aanleiding van deze bezwaren doet Privacy First hierbij een dringend beroep op de Tweede Kamer om de opslag van biometrische gegevens (in het bijzonder vingerafdrukken) per direct stop te zetten en de nieuwe Paspoortwet van 2009 in te trekken of deze langs de volgende lijnen te herzien:

- de afname van biometrische gegevens dient vrijwillig te worden;

- opslag van deze gegevens in gemeentelijke of nationale databanken dient te worden opgeheven;

- Nederland dient het huidige model van opslag bij gemeenten te verlaten en te kiezen voor het Duitse model van vrijwillige opslag in de chip van het document;

- voor binnenlands gebruik dient een alternatief identiteitsdocument zonder biometrie te worden ontwikkeld.

 
Gepubliceerd in Biometrie

Onderste steen in biometrisch paspoortdossier dient boven te komen. 

Vandaag vond in de Tweede Kamer een belangrijke hoorzitting over de nieuwe Paspoortwet plaats. Tussen een dozijn betrokken instanties, topambtenaren en experts schitterde de belangrijkste partij echter door afwezigheid: het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR). Agentschap BPR was voor de hoorzitting van vandaag uitdrukkelijk uitgenodigd en stond reeds op de lijst van deelnemers. Afgelopen maandag werd echter bekend dat minister Donner de deelname van BPR alsnog heeft tegengehouden.

Agentschap BPR ressorteert onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en is sinds jaar en dag de nationale ‘spin in het web’ van de nieuwe Paspoortwet. Onder leiding van agentschap BPR is dit web echter dusdanig gesloten geraakt dat vrijwel niemand weet wat zich er de laatste jaren heeft afgespeeld. Dit bracht de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) er in 2009 toe om het biometrische paspoort te betitelen als een ‘black box’ die opengebroken diende te worden. Vervolgens slaagde de WRR hier echter nauwelijks in. Bij kenners van agentschap BPR wekte dit geen verbazing: het ‘bastion’ BPR staat al jaren bekend als één van de meest gesloten overheidorganisaties van Nederland. Vanuit andere departementen klinken over BPR structurele klachten over gebrekkige samenwerking en slechte omgang met kritiek. Dit bleek ook weer vandaag tijdens de hoorzitting over de nieuwe Paspoortwet, waarin drie voormalige ambtenaren verklaarden hoe zij na kritiek op het biometrische paspoort door BPR tot persona non grata waren verklaard.

In opdracht van BPR zijn de laatste 12 jaar talloze onderzoeken, haalbaarheidsstudies en pilots over het biometrische paspoort uitgevoerd. Veel van deze studies zijn echter nooit gepubliceerd. Tegelijkertijd duiden de openbare conclusies van deze studies veelal op een tunnelvisie ter invoering van biometrie.

Door het blokkeren van de participatie van agentschap BPR aan deze hoorzitting laadt minister Donner de verdenking op zich dat hier iets niet klopt. Dat hier iets stinkt. Dat hier wellicht sprake is van een beerput die zijn weerga niet kent. Een beerput die ten koste gaat van het recht op privacy van 16 miljoen Nederlanders en die tevens de veiligheid en het imago van Nederland schaadt.

Het deksel van deze beerput moet eraf. Daartoe dient Privacy First vanaf vandaag een serie WOB-verzoeken in bij alle relevante instanties in binnen- en buitenland. De onderste steen in het biometrische paspoortdossier dient immers boven te komen.

Indien minister Donner niets te verbergen heeft, hoeft hij niets te vrezen. ;)

Gepubliceerd in Wob-procedures
zaterdag, 26 maart 2011 13:53

Paspoortwet terug bij de Tweede Kamer

In het televisieprogramma De Ombudsman (VARA) van 25 maart 2011 reageerde Louise van Luijk op de negatieve uitspraak van de Haagse bestuursrechter in haar rechtszaak tegen de verplichte opslag van vingerafdrukken onder de nieuwe Paspoortwet. Ook was er een reactie vanuit de politiek: op 20 april 2011 komt er een speciale hoorzitting en zal de Tweede Kamer zich opnieuw over de Paspoortwet gaan buigen. Bekijk hieronder het hele fragment:

Gepubliceerd in Videocorner

In de late avond van donderdag 10 maart 2011 heeft de Utrechtse gemeenteraad met overweldigende meerderheid een motie aangenomen ter stopzetting van de gemeentelijke opslag van biometrische gegevens (vingerafdrukken en gezichtsscans) bij de aanvraag van een nieuw paspoort of identiteitskaart. Op initiatief van D66 Utrecht en gesteund door vrijwel alle andere lokale fracties (behalve het CDA) roept de motie zowel de Tweede Kamer als de Minister van Binnenlandse Zaken op om de huidige opslag van biometrie stop te zetten en daartoe de Paspoortwet aan te passen.

De opslag van vingerafdrukken is verplicht onder de nieuwe Paspoortwet van juni 2009 en ligt sindsdien in toenemende mate onder vuur. Reeds enkele weken nadat de nieuwe Paspoortwet was aangenomen werden er door het VN-Mensenrechtencomité in Genève kritische vragen over gesteld. Sindsdien is er sprake van toenemend maatschappelijk verzet en kritiek op lokaal, nationaal en Europees niveau. Op gemeentelijk niveau gebeurde dit allereerst in de Zaanstreek in februari 2010, gevolgd door kritiek vanuit de gemeenteraden van onder meer Purmerend, Amsterdam, Huizen, Nijmegen, Oldenzaal en Amersfoort. Deze ontwikkeling bereikt nu een hoogtepunt met de oproep van de Utrechtse gemeenteraad aan de Tweede Kamer en de verantwoordelijke Minister om de gemeentelijke opslag van vingerafdrukken en gezichtsscans stop te zetten en de Paspoortwet op dit punt te wijzigen. Een audio-opname van dit historische moment vindt u HIER.

Stichting Privacy First juicht deze Utrechtse motie van harte toe en hoopt dat de Tweede Kamer de motie spoedig zal overnemen. In de optiek van Privacy First zijn gemeenten overigens ook nu reeds bevoegd om (in afwijking van de Paspoortwet) de huidige opslag van vingerafdrukken zelfstandig stop te zetten. Dit gezien het feit dat gemeenten als overheidsorganen rechtstreeks gebonden zijn aan (en derhalve zelfstandig uitvoering dienen te geven aan) hoger internationaal en Europees recht terzake, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en vergelijkbare bepalingen van EU-recht. Indien gemeenten niet een dergelijke eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid zouden hebben, zou mensenrechtenbescherming op gemeentelijk niveau in feite illusoir worden. Gemeenten kunnen zich hierbij beroepen op 1) het recht op privacy en bescherming van persoonsgegevens, 2) het recht op lichamelijke integriteit, 3) het beginsel van ‘nemo tenetur’ en 4) het recht op individuele eigendom van de biometrische gegevens van hun inwoners.

Privacy First en 21 mede-eisers hebben in mei 2010 de Nederlandse Staat gedagvaard wegens schending van de mensenrechten door de nieuwe Paspoortwet. Momenteel werkt Privacy First aan de voorbereiding van het hoger beroep in deze rechtszaak bij het Hof Den Haag.

Meer over de Utrechtse motie leest u in Binnenlands Bestuur en Webwereld.

Gepubliceerd in Biometrie
Pagina 21 van 22

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon