donatieknop english

Het lichaam is onaantastbaar

De discussie rondom vaccineren laait regelmatig opnieuw op. Afgelopen week is door de daling in vaccinatiegraad weer gediscussieerd over het verplicht vaccineren (al dan niet beperkt tot kinderdagverblijven). Het medisch beroepsgeheim, de medische privacy, de integriteit van en het zelfbeschikkingsrecht over het menselijk lichaam staan steeds meer onder druk.

De burger vertrouwt momenteel de overheid niet meer en stelt zich kritischer op. En dat is niet zo gek als je de discussies over onder andere de Donorwet, de ‘Sleepwet’ en de afschaffing van het referendum volgt. De burger wordt niet meer serieus genomen als volwassen gesprekspartner. Als noodgreep wordt er vervolgens door de overheid dwang gebruikt om diezelfde burger in het gareel te houden.

Toenemende invloed bedrijfsleven

Daarnaast constateer ik een voortdurende invloed van de lobby door het bedrijfsleven en in dit geval de vaccinatie-industrie op centraal georganiseerde overheden. Ook nu weer wordt groots uitgepakt in alle media en wordt de angstkaart volop getrokken. Hierdoor ontstaat er een ongelijk speelveld met de individuele burger in informatie, geld, tijd, menskracht en andere middelen. De legitieme vragen en zorgen van burgers leiden nauwelijks tot heroverwegingen van beleid.

Verplichte vaccinatie leidt tot inbreuk op integriteit van het lichaam

De rechten op lichamelijke integriteit en onaantastbaarheid van het lichaam zijn onder meer verankerd in onze Grondwet en in Europese verdragen. In de discussie omtrent het vaccineren zou het dus moeten gaan over deze principiële benadering van de inbreuk op de integriteit van het lichaam van de individuele burger. Een (structurele) verplichting tot vaccinatie zal door Privacy First altijd aangevochten worden.

Open discussie nodig inzake vaccinatieprogramma’s

Vanuit Privacy First is het zelfbeschikkingsrecht over het lichaam leidend en willen wij graag een bijdrage leveren aan een gedegen discussie inzake de noodzaak van de verschillende vaccins en het vaccinatieprogramma. Daarnaast is eerlijke, onafhankelijke en goede communicatie naar de burger noodzakelijk. Deze informatie en communicatie is nodig zodat burgers, in een open en vrije samenleving, goed geïnformeerd en geadviseerd weloverwogen keuzes kunnen maken.

Onder de bevolking heerst een groeiende onrust over de werking en bijwerkingen van vaccinaties. Het is aan de overheid om op basis van onafhankelijk onderzoek op de veelgestelde vragen en zorgen antwoord te geven. Het kan daarbij niet zo zijn dat de burger die zich kritisch opstelt direct geframed wordt als een door nepnieuws geïnspireerde populist. Instanties die niet meer flexibel met de “waarom-vraag” kunnen omgaan en tot zelfcensuur promoten, leiden immers tot ondergronds verzet en gesloten discussies. Vanuit maatschappelijk oogpunt is dat zeer onwenselijk.

Is onze optiek is een onafhankelijke en professionele aanpak vanuit de overheid en het goed informeren van ouders en artsen inzake het aantal, type en wijze van vaccineren een belangrijk uitgangspunt. Dit vanuit het respect voor ieders lichamelijke integriteit, de geldende ethische normen en waarden en vanuit de gedachten van keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid.

In plaats van de discussie te richten op symptoombestrijding, zou Privacy First daarom willen adviseren aan de oorzaken van het wantrouwen onder de burger te werken middels:

  1. Goede voorlichting vanuit onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek;
  2. Dwarsverbanden met de industrie strikt af te grenzen en een onafhankelijk vaccinatie-programma te ondersteunen met de juiste prikkels aan belanghebbenden;
  3. Ethische implicaties en privacy by design mee te nemen bij voortschrijdende medisch-technologische ontwikkelingen.

Wij staan dan ook achter het standpunt van het nieuwe kabinet om vaccinaties niet verplicht te stellen en geen keuzediscriminatie toe te passen op kinderopvang en scholen, maar het beleid te richten op betere communicatie. Bovenstaande aandachtspunten zouden daarbij leidend moeten zijn.

Voor een vrije en gezonde samenleving!


Bas Filippini,
voorzitter Stichting Privacy First

 

Update 16 juli 2018: tevens gepubliceerd door Brabants Dagblad, zie https://www.bd.nl/opinie/het-lichaam-is-onaantastbaar~a38a4036/.

Gepubliceerd in Columns

Privacy First is een politiek neutrale organisatie. Wel is Privacy First altijd graag bereid om met iedere politicus in gesprek te gaan of als spreker op te treden bij een politiek symposium. Daarbij zonderen wij geen enkele persoon of partij uit: de ervaring leert ons juist dat gesprekken of optredens bij onze "privacy-opponenten" vaak wederzijds het meest leerzaam, nuttig en inspirerend zijn. Vaak blijkt er sprake van gedeelde principes, visies en idealen. Zo kreeg Privacy First dit jaar onder meer het podium bij GroenLinks, maar ook bij de SGP Jongeren. Hieronder een voorbeeld van een toespraak die Privacy First voorzitter Bas Filippini eerder dit jaar gaf bij het D66-symposium "Privacy van de 19de naar de 21ste eeuw":


"Een definitie van privacy is niet eenvoudig te geven. Privacy First ziet de definitie van privacy vanuit een democratische rechtsstaat. Voor ons is privacy persoonlijke vrijheid en zodoende de basis van de democratische rechtsstaat. Als het in het klein al niet goed gaat met onze vrijheid, wat is dan het resultaat in het groot?

Tijdens de voorbereidingen voor deze presentatie waren twee zaken belangrijk. Ten eerste is daar de recente Big Brother-brief van minister Van der Steur. Dat is precies de richting waarop het volgens ons niet op moet gaan, want die brief is ingegeven door incidenten en de politieke waan van de dag. Er vond in Brussel een aanslag plaats en vervolgens komt de minister met allerlei voorstellen om de vrijheid nog verder te beknotten en in te perken. Deze brief is op 24 juni naar de Tweede Kamer gestuurd. Eerder dit jaar vergeleek Alexander Pechtold bij Nieuwsuur de privacy-beweging met de anti-houtzagerijbeweging uit de 17de eeuw. Ik dacht dat D66 juist pro privacy was, dan verwacht je zo’n vergelijking niet van de voorman. En voor privacy zijn is dus niet tegen vooruitgang zijn!

Discussies kunnen wel degelijk voor de privacy en voor de vooruitgang worden gevoerd, want dat kan prima samengaan. Sterker nog, als je er goed over nadenkt, dan kun je de rechtsstaat enorm versterken met behulp van technologie. Privacy First pleit voor eigen keuzes in een vrije omgeving. Het is zodoende belangrijk dat die omgeving ook vrij blijft.

De burger nemen wij als zelfstandig individu serieus. 47% van onze bevolking heeft inmiddels minimaal een HBO-opleiding en ook zonder opleiding kunnen burgers grote verantwoordelijkheid aan.

Wij hebben enorme verkeersstromen in Nederland en dat gaat vrijwel altijd goed, omdat wij daaraan meedoen vanuit vertrouwen in elkaar. Wij gaan dus niet uit van wantrouwen. Met vertrouwen gaat het altijd wel goed en valt veel uiteindelijk ook wel mee. Als je de hele dag naar incidenten gaat kijken, bijvoorbeeld als je werkt in een ziekenhuis, dan zie je de hele dag patiënten en wat er mis gaat. Zo werkt dat bij politie en justitie ook een beetje, is onze ervaring. Vervolgens komt er een leverancier van nieuwe technologie en we gaan prachtige speeltjes implementeren en daar moeten we ook nog wat voor organiseren. Dan komt men erachter dat er ook nog wetgeving is of dat sommige technologie helemaal niet voldoet aan de principes van de rechtsstaat. Om dan vervolgens de wetgeving maar aan te passen! Bas Filippini

In een rechtsstaat zoals ik ernaar kijk, zou je eerst moeten kijken naar de principes, dan naar wetgeving, daarna naar de uitvoering en dan pas kijk je naar wat je kunt ondersteunen met slimme technologie. Aansluitend bij Alexander Pechtold, het internet is bij uitstek het platform waar vraag en aanbod bij elkaar kunnen komen. Gebruik als overheid daarom het internet om de actieve participatie van burgers te gaan vergroten. En niet met het platgeslagen uitgangspunt dat een referendum slechts bestaat uit ‘ja’ of nee’. Hebben wij weleens een goede discussie met z’n allen gevoerd over welke typen referenda er zouden kunnen zijn? Welke typen van elektronische burgerparticipatie zouden er mogelijk kunnen zijn? En met welke technieken? Wat zijn de voors en tegens ervan? Als je een ideeënbus hiervoor opent bij een willekeurige krant, dan komen er ook ontzettend veel ideeën van burgers. Hoe vergroot je burgerparticipatie? Kijk ook naar andere landen, kijk ook naar Zwitserland. Daar wordt burgerparticipatie serieus genomen. Daar krijgen de burgers aan het begin van het jaar een hele waslijst om keuzes te maken. Ik zeg niet dat dat het Walhalla is, maar ik vind wel dat je naar alle mogelijkheden moet kijken hoe je informatietechnologie kunt gaan inzetten ter versterking van onze democratie die eigenlijk pas honderd jaar een beetje op ons huidige niveau functioneert. Daarvoor hebben we elkaar tweeduizend jaar de koppen ingeslagen.

Laten wij weer eens kijken naar die waan van de dag. Terrorisme wordt inmiddels gelijkgesteld met criminaliteit in de Big Brother-brief van Van de Steur. Wij zien een enorm glijdende schaal in aanvullingen en uitbreidingen op ingevoerde wetgeving voor terrorisme, de zogenaamde ‘function creep’. Heel veel maatregelen worden in eerste instantie ingevoerd met een legitieme reden. Een crimineel doet iets, maar ik vraag me altijd af hoe vaak dat voorkomt en of alle processen van de organisatie daarvoor moeten worden aangepast. In het bedrijfsleven passen we ook niet de gehele organisatie aan op een enkele uitzondering. Daar zeggen wij dat uitzonderingen de regel bevestigen. Uitzonderingen bevestigen de regel dat wij in onze democratie uitgaan van liefde, vertrouwen en vrijheid in plaats van angst, haat en controle. Ik zie de laatste drie woorden als standaard-pandoer om de democratie aan te tasten.

Even praktisch, want wat staat onder andere in de Big Brother-brief van minister Van der Steur? Dat alle kentekens gedurende vier weken zullen worden opgeslagen. Het is een sleepnetverhaal. Big Data, Internet of Things, dat zijn zaken waar die ministeries blijkbaar toch enorm opgewonden van raken. Maar dat zijn enorme atoombommen voor onze persoonlijke vrijheid die tot gedragsveranderingen kunnen leiden en ‘chilling’ effecten kunnen veroorzaken in de maatschappij. Het lijkt soms net alsof mensen niet goed weten aan welk hendeltje zij eigenlijk trekken. Wij noemen dat ‘goedbedoeld amateurisme’ als je dit soort zaken gaat implementeren.

Verder hebben wij daar het registreren van negatief gedrag, het elimineren van anoniem bellen en nog veel meer. Op basis van allerlei wiskundige formules kunnen wij allerlei bewegingen zien, zoals energieverbruik gekoppeld aan de kentekens in Nederland, waardoor wij precies kunnen zien of jij in het gevarengebied valt. Oftewel of je de volgende bent in het rijtje fraudeurs, mogelijke fraudeurs etcetera. Deze tendens wordt ondersteund door campagnes van het bedrijfsleven dat het ‘cool’ is om met deze zaken bezig te zijn, namelijk het inruilen van je eigen privacy en integriteit voor diensten van de overheid en het bedrijfsleven. Ik vind dat principes die zo basaal voor onze maatschappij zijn, geen ruilmiddel mogen zijn om dienstverlening te krijgen.

Maar denk ook aan discriminatie. Mijn anonieme OV-chipkaart geeft namelijk geen recht op kortingen. Dat is eigenlijk discriminatie van mensen die voor privacy gaan. De drie basisprincipes van liefde, vrijheid en vertrouwen lijken hele softe begrippen, maar als je er goed naar kijkt, dan zijn die begrippen veel harder en veel basaler om juist harde uitvoering te garanderen. Denk ook aan de NSA en de minachting die zij hebben voor de burger, welke als ‘zombies’ uit 1984 worden neergezet. Dat ging niet over spionnen, maar over de eigen burgers. De burger is er dus voor de overheid, terwijl wij dachten dat de overheid er juist voor de burger was. D66 30juni2016 5

Je zult zodoende duidelijke ‘checks and balances’ moeten inzetten, omdat er sprake is van een ongelijk speelveld tussen enerzijds de individuele burger en anderzijds het bedrijfsleven en de overheid met heel veel geld. Wij hebben goede advocaten en voeren regelmatig rechtszaken die handen vol met geld kosten. En dan zie je dus hoe moeilijk het is om als individu zaken te veranderen in een rechtsstaat. Wij pleiten er zodoende ook voor om dat makkelijker te gaan maken.

Wij geloven in onze missie ‘Nederland Privacy Gidsland’. Ik maak graag een vergelijking tussen ‘straat-terrorisme’ en ‘staats-terrorisme’. Dat laatste wordt gerealiseerd door langdurige vrijheidsbeperking in telkens weer nieuwe wetgeving. Het gaat in ‘slices’ en tel je die allemaal bij elkaar op, dan krijg je een heel naar gevoel, een beetje een ongemakkelijk gevoel. Je ziet een elektronische gevangenis, een uitstekende elektronische gevangenis die prachtig is gemaakt en de meest efficiënte ter wereld is. Maar daar hebben wij niet om gevraagd. Mag dat óók?

Hoog tijd dus voor politieke actie. Het is nu tijd voor een echte maatschappelijke discussie over de inzet van hi-tech middelen en platformen én met privacyvriendelijke technologie. En ik denk dat wij daar als Nederland goede sier mee kunnen maken, ook economisch. Want net als bij duurzaamheid is aan privacy geld te verdienen.

Ik denk dus dat actievoeren nieuwe stijl ook bedrijfsmatig kan zijn. Het hoeft niet altijd een lampionnentocht in de Himalaya te zijn, want dat vergeet men vaak de volgende dag. Ik wil de middelen van onze rechtsstaat inzetten en dat zijn niet alleen rechtszaken, maar ook politieke lobby en informele gesprekken vanuit een positieve grondhouding. Wij gaan zodoende voor Nederland Privacy Gidsland in plaats van overal tegen te zijn!"


Onlangs verscheen in het D66-magazine 'Idee' tevens een uitgebreid interview met Privacy First directeur en jurist Vincent Böhre; klik HIER voor het hele interview (pdf).

Gepubliceerd in Columns

Naar aanleiding van de recente aanslagen in Parijs werd Stichting Privacy First vandaag geïnterviewd door BNR Nieuwsradio. Hoe kan Nederland het beste op dit soort aanslagen reageren? Hoe kan terrorisme worden bestreden zonder dat de privacy van onschuldige burgers wordt opgeofferd? Beluister hieronder het hele interview met Vincent Böhre van Privacy First:



Bron: http://www.bnr.nl/?service=player&type=archief&fragment=20151120113610420 (deel 1) en http://www.bnr.nl/?service=player&type=archief&fragment=20151120114430300 (deel 2).

Gepubliceerd in Privacy First in de media

In het kader van een openbare consultatie verzocht het ministerie van Binnenlandse Zaken Privacy First onlangs om een reactie op het huidige kabinetsvoorstel ter herziening van artikel 13 Grondwet (brief-, telefoon- en telegraafgeheim). Ons commentaar op het concept-wetsvoorstel treft u hieronder aan (klik HIER voor de versie in pdf):

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Plaatsvervangend Directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving
Dhr. mr. W.J. Pedroli
Postbus 20011
2500 EA Den Haag

Amsterdam, 29 december 2012

Betreft: Commentaar Privacy First op concept-wetsvoorstel tot wijziging van artikel 13 Grondwet

Geachte heer Pedroli,

Op 16 oktober jl. verzocht u Stichting Privacy First om een reactie te geven op het concept-wetsvoorstel tot wijziging van artikel 13 Grondwet. Privacy First is u erkentelijk voor uw verzoek en voorziet u hierbij graag van kritisch commentaar. Daarbij zij allereerst opgemerkt dat Privacy First de wens van dit kabinet om het huidige, archaïsche artikel 13 Grondwet te moderniseren volledig onderschrijft. Privacy First betreurt het echter dat het kabinet niet de kans heeft gegrepen om ook andere ‘grondrechten in het digitale tijdperk’ te vernieuwen en te versterken.

Positieve aspecten
In de optiek van Privacy First vormen het eerste en derde lid van het huidige concept-wetsvoorstel ter herziening van artikel 13 Grondwet krachtige ankerpunten voor een toekomstbestendig recht op vertrouwelijke communicatie. Het eerste lid moderniseert terecht het oude brief-, telefoon- en telegraafgeheim tot een techniekonafhankelijk (of techniekneutraal) brief- en telecommunicatiegeheim. Het derde lid vormt een juiste waarborg voor de horizontale uitwerking hiervan. Privacy First onderschrijft bovendien de ruime interpretatie die in de concept-memorie van toelichting (MvT) aan diverse relevante begrippen gegeven wordt. Het tweede lid van het concept-wetsvoorstel bevat echter een systematische disbalans die onze maatschappij in minder democratische tijden uit het rechtsstatelijke lood zou kunnen doen slaan. Het is dan ook met name dit tweede lid waarop de kritiek van Privacy First zich richt. Andere punten van kritiek betreffen de notificatieplicht en verkeersgegevens alsmede het ontbreken van een rechtsvergelijkende paragraaf in de MvT.

Rechterlijke machtiging en nationale veiligheid
Terecht stelt de MvT dat “in het licht van artikel 13 (…) de bescherming van de burger tegen inbreuken van de overheid voorop [staat], met name in het licht van optreden van politie en inlichtingendiensten. (…) Het stellen van de eis van een rechterlijke machtiging in de Grondwet geeft een sterke en duidelijke rechtsstatelijke waarborg.”[1] Het is dan ook onbegrijpelijk dat in het tweede lid van het concept-wetsvoorstel het domein van de nationale veiligheid van rechterlijk toezicht wordt uitgezonderd. Daar waar de machtsconcentratie het hoogst is, dienen immers de juridische checks & balances het krachtigst te zijn om (toekomstig) machtsmisbruik te voorkomen. In het licht van de Europese geschiedenis is de uitzondering in lid 2 zelfs volstrekt onverantwoord: ook in onze contreien is een democratische rechtsstaat helaas geen statisch gegeven. Daarnaast geeft e.e.a. een gevaarlijk signaal aan het buitenland. De uitzondering in lid 2 acht Privacy First bovendien onverstandig met het oog op mogelijke technologische ontwikkelingen in de (verre) toekomst.[2] Hetzelfde geldt in verband met de (verdere) oprekking van het begrip “nationale veiligheid”. Ook in de toekomst dient de Nederlandse bevolking tegen willekeurige inbreuken op het communicatiegeheim beschermd te zijn; de huidige formulering van lid 2 biedt hiertoe geen enkele garantie.

Het toevoegen van een extra ‘rechterlijke laag’ zou het huidige stelsel van intern en extern toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (en daarmee de democratische rechtsstaat) versterken. Het systeem van rechterlijk toezicht in een land als Canada kan in dit opzicht een bron van inspiratie vormen. Een dergelijke rechterlijke check zou tevens in lijn zijn met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens:

“The Court has indicated, when reviewing legislation governing secret surveillance in the light of Article 8 [ECHR], that in a field where abuse is potentially so easy in individual cases and could have such harmful consequences for democratic society as a whole, it is in principle desirable to entrust supervisory control to a judge.”[3]

In het licht hiervan is de huidige formulering van lid 2 niet opportuun. Privacy First adviseert dan ook om dit lid als volgt te herzien:

“Beperking van dit recht is mogelijk in de gevallen bij de wet bepaald met machtiging van de rechter of, in het belang van de nationale veiligheid, met machtiging van één of meer bij de wet aangewezen ministers.” [doorstreping Privacy First]

Als eventueel alternatief voor de invoering van rechterlijk toezicht in het veiligheidsdomein adviseert Privacy First om de bestaande Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) te upgraden tot een krachtiger onafhankelijk toezichtsorgaan à la het Belgische of Duitse model, met algehele, verplichte toetsing vooraf i.p.v. steekproefsgewijs toezicht achteraf.

Notificatieplicht
Een tweede punt van kritiek betreft het ontbreken van expliciete grondwettelijke vermelding van een notificatieplicht bij inbreuken op het brief- en telecommunicatiegeheim. Een notificatieplicht versterkt immers de rechtsbescherming voor burgers en draagt bij aan correcte naleving van de wet door de overheid, ook in het veiligheidsdomein. Evenals rechterlijke machtiging biedt dit de beste garanties tegen misbruik op korte én lange termijn.

Verkeersgegevens
In de optiek van Privacy First dienen ook verkeersgegevens onder de reikwijdte van artikel 13 Grondwet te vallen. Deze gegevens zien immers vaak mede op de inhoud van communicatie; dit blijkt zelfs met zoveel woorden uit de MvT zelf, waar terecht SMS en de onderwerp-regel van email als voorbeelden worden genoemd.[4] Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor zoekopdrachten in zoekmachines. Daarnaast kan uit verkeersgegevens in combinatie met andere (al dan niet real-time verzamelde) gegevens alsnog de inhoud van communicatie tussen individuen en/of bedrijven worden afgeleid. Een krachtig regime van artikel 13 Grondwet in combinatie met rechterlijk toezicht is dus ook hier geboden.

Rechtsvergelijking
Tenslotte mist Privacy First in de huidige MvT een rechtsvergelijkende paragraaf waarin het huidige artikel 13 Grondwet vergeleken wordt met grondwettelijke best practices uit landen met hetzij een civil law, hetzij een common law traditie. Met een nieuw artikel 13 Grondwet als internationale state-of-the-art zou Nederland zich bovendien positief kunnen onderscheiden en haar vroegere positie als mensenrechtelijk gidsland enigszins kunnen heroveren.

Privacy First hoopt u met dit advies van dienst te zijn. Desgevraagd zijn wij graag tot een nadere toelichting op bovenstaande punten bereid.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First


Vincent Böhre
director of operations


[1] MvT, pp. 18, 20.

[2] Vergelijk MvT, p. 11, 1e alinea.

[3] EHRM 22 nov. 2012, Telegraaf vs. Nederland (Appl.no. 39315/06), r.o. 98. Vergelijk tevens ibid., r.o. 98-102.

[4] MvT, p. 18.

Update 8 februari 2013: lees ook de kritische adviezen van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Bits of Freedom en het College voor de Rechten van de Mens.

Gepubliceerd in Wetgeving

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon