donatieknop english
dinsdag, 07 april 2015 16:46

Van trajectcontrole naar total control?

Column door Bas Filippini,
voorzitter Privacy First 

Rechtszaak tegen trajectcontrole

Op 28 april as. dient mijn rechtszaak tegen trajectcontroles boven de Nederlandse snelwegen en wellicht in de toekomst alle openbare wegen en weggetjes in Nederland. Trajectcontrole is ooit ingevoerd onder een algemene bepaling in de Politiewet. De vereiste specifieke wetgeving met privacywaarborgen ontbreekt sindsdien nog steeds. Het volgen van alle automobilisten in de openbare ruimte over een langere periode zonder redelijke verdenking van een strafbaar feit is in de optiek van Privacy First een zware inbreuk op de privacy en disproportioneel. Reden waarom dit middel in Duitsland verboden is. Ik heb bewust te hard gereden omdat ik wil aantonen dat de overheid met mijn boete middels trajectcontrole, zonder specifieke wettelijke basis, gebruik heeft gemaakt van onwettig bewijs en dat ik en alle andere Nederlanders onze boete(s) om deze reden terug moeten krijgen.

De laatste jaren wordt de burger vanuit techniek geconfronteerd met steeds meer nieuwe maatregelen van de overheid om diezelfde burger te kunnen controleren. In breder verband wil ik daarom van de rechter weten hoe ver we mogen gaan in Nederland met de controle en spionage van burgers in de openbare ruimte. En, als dit plaatsvindt, onder welke voorwaarden, met welke waarborgen en met welke technologie? De overheid heeft immers tot taak de privacy van burgers te beschermen en hierop alléén inbreuk te maken als dit per doelomschrijving strikt gerechtvaardigd is.

Inmiddels zijn we aangekomen op een kantelpunt waarin technologie leidend is en alle burgers in plaats van potentiële (buitenlandse) spionnen onderwerp van spionage zijn geworden (zie de onthullingen van Edward Snowden). Inkomsten, efficiency en controle zijn daarbij leidend voor de overheid.

In het kort hieronder mijn argumenten tegen trajectcontroles op een rij:

Wettelijke basis ontbreekt

Navraag inzake trajectcontrole leert dat er geen specifieke wettelijke basis voor bestaat. Trajectcontroles zijn ingevoerd onder een algemene politiebepaling (art. 3 Politiewet). Hiermee gaat gepaard dat er geen privacywaarborgen zijn voor de uitvoering van trajectcontroles, tegen misbruik van gegevens, doelbinding etc. Duidelijk toezicht op de gegevens is niet geregeld en ook is het onduidelijk wie er allemaal toegang tot de gegevens heeft en wat ermee gebeurt. Het beheer is neergelegd bij private partijen, waaronder een Amerikaans bedrijf (CSC) dat onder de Patriot Act valt.

Omkering van het klassieke rechtsprincipe

Trajectcontrole is een systeem dat uitgaat van 100% controle, oftewel total control. Bij total control worden middels profiling potentiële verdachten uit de database gefilterd. Met andere woorden, iedereen is een verdachte en wordt gevolgd, ook niet-hardrijders, keurige belastingbetalers etc. Waarvan je verdacht wordt, wordt niet meegedeeld. In een fatsoenlijke rechtsstaat word je echter pas gecontroleerd en gevolgd als je met rede verdacht bent van een strafbaar feit.

Overheid heeft taak privacy te beschermen

Het wordt door de huidige overheidsdienaren volkomen vergeten, maar de overheid staat ten dienste van de burger en niet andersom. Miljoenenverspillende technische speeltjes en experimenten van ICT-bedrijven zijn nog geen reden om deze taak te verzaken en de privacy van de burger niet serieus te nemen noch te beschermen. De overheid is inmiddels de grootste privacyschender en belangrijk hierin is dat de burger geen keuze meer heeft. Privacyschendende systemen en regelgeving worden opgedrongen aan de burger, die middels belastingen voor zijn/haar eigen controle betaalt. Bij commerciële bedrijven is er tenminste nog enige mate van keuzevrijheid, al zal de overheid hierin strak moeten regisseren en optreden waar nodig (zie Google, Facebook etc). Trajectcontrole is naar mijn mening een disproportionele maatregel naar de burger die geen overtreding begaat. Er zijn voldoende privacyvriendelijke alternatieven om op snelheidsovertredingen te controleren.

Trajectcontroles als onderdeel van total control

Trajectcontroles staan niet op zichzelf en zijn inmiddels onderdeel van een enorm controle-apparaat dat zijn weerga niet kent, denk aan ANPR (automatische nummerplaatherkenning), @MIGO BORAS (vriend van wie?) grenscontrole, elektronische slotgrachten rond steden, kentekenparkeren, OV-chipkaarten, reisdatabases, etc. Er wordt als het ware een elektronische gevangenis zonder weerga opgetuigd, waarbij wettelijke waarborgen ontbreken en kentekens en OV-chipkaarten fungeren als elektronische enkelbanden.

Dit staatsapparaat geeft het doorgeslagen controle- een efficiencydenken binnen de overheid weer, waarin de burger geen rol speelt en gewantrouwd wordt. Zoals de waard is... De controlewaanzin in de openbare ruimte gaat steeds verder en zal eindigen achter de voordeur van die verschrikkelijke en lastige burgers, middels slimme energiemeters en 2-weg elektronische apparatuur, sympathiek "The Internet of Things" genoemd. In werkelijkheid een paard van Troje en een democratisch monster, zeker in combinatie met een ander nieuw speeltje binnen de overheid, "Big Data".

Inmiddels heeft de overheid het Orwelliaans genoemde "Servicehuis Parkeer- en Verblijfsrechten" opgericht (dit is geen grap) waarin alle kentekens van alle parkeerders en in de toekomst alle reis- en verblijfsgegevens kunnen worden opgeslagen. De overheid die gaat bepalen wat mijn reis- en verblijfsrechten zijn, met invoering van kilometerheffing via een sluwe omweg? Of op basis van je type auto,  je rechtsverleden etc? Een verdere stap in centralisering van de total control organisatie ten behoeve van de eindejaarscijfers van enkele grote ICT-leveranciers, dat mag duidelijk zijn. Hoe meer centralisatie, hoe groter en ingewikkelder de projecten, hoe meer verspilling, onduidelijkheid en hoe hoger de winsten. Als het vervolgens niet toegestaan is in Nederland, dan tuigen we gewoon een werkgroep op die in Brussel hiervoor gaat lobbyen. Mooi voorbeeld is de gedwongen chip in de auto voor zogenaamde "bots-analyse" (eCall), nadat alle andere redenen geen hout sneden. Na de verplichtstelling via de EU om alle huis-, tuin- en keukendieren in Europa verplicht te chippen (enorme omzet voor twee chipleveranciers) is nu de auto aan de beurt met het kenteken als chip aan je oor, een echte "melkkoe" dus.

Function creep, oftewel het oprekken van grenzen (van fatsoen)

De burger en maatschappij worden continu weer verrast met nieuwe feiten en toepassingen van eerder voor andere doelen ingestelde controlemaatregelen. Waren de camera's er in eerste instantie voor veilig rijden, inmiddels is trajectcontrole een ordinaire boetemachine waaruit niet te ontsnappen valt en worden alle ANPR-gegevens realtime door de Politie gedeeld met de Belastingdienst. Liefst via geheime convenanten en werkgroepen, denk aan de werkgroep uitwisseling gegevens naar de politie waarbij de directeur van Translink (OV chipkaart) gezellig aanschuift. Ja, die chipkaart waarvan vervoersgegevens absoluut niet voor andere doelen gebruikt zouden worden. Het is kortom niet duidelijk wie er van welke gegevens gebruik maakt en wat er verder mee gebeurt. Gaan reis- en verblijfsgegevens inmiddels ook naar Sociale Zaken en andere ministeries, naar "de NSA kijkt met u mee" uitwisselingsprogramma's, etc? Voor wie waren we er ook alweer? Voor onszelf of die lastige burger? Waar blijft de menselijke maat in de doorgekoppelde en door centrale meldkamers overgenomen Nationale Politie zonder regionale kantoren? Waar is die buurtagent die zelfstandige beslissingen kan nemen op basis van de lokale en bekende omgeving en daarmee ook een grote preventieve werking heeft?

Vorming van een excuusmaatschappij: heb jij wel een geldig excuus of alibi?

Door de continue controle en profiling voelen burgers zich (on)gemerkt steeds meer bespied. Dit kan leiden tot zelfcensuur en een beperking van de vrije meningsuiting en dus de pluriformiteit van een gezonde democratische samenleving en rechtsstaat. Het is straks nodig om altijd een excuus te hebben. De continue profiling dwingt met andere woorden de burger in een positie om uit te moeten gaan leggen aan de overheid (Belastingdienst, Politie & Justitie, Sociale Zaken) waarom hij/zij ergens is geweest, hoe vaak en wat de reden daarvan ook weer was. De burger als continue verdachte en wee diegene die "afwijkend" gedrag vertoont ten opzichte van het "normaal" gedrag. Inmiddels gaat het die kant al op voor Nederlanders met een vinkje achter hun naam, kinddossier of geloofsovertuiging. Tevens worden automobilisten al steeds meer lastiggevallen over waar ze op welk tijdstip rijden en parkeren en of ze bereid zijn (nu nog vrijwillig) om van reisgedrag te veranderen. Privacy First krijgt hier steeds meer klachten over.

De overheid en enkele grote commerciële privacyschenders houden zelf niet van controle en wisselen uw en mijn gegevens inmiddels (via geheime convenanten) op grote schaal uit met de Belastingdienst, Politie en Justitie. Wordt er vervolgens een rechtzaak gewonnen door Privacy First en anderen, dan voelt diezelfde overheid zich niet geroepen iets met de uitspraak te doen. In Amsterdam start de meldtekst op parkeerautomaten nog steeds met de tekst dat het invoeren van het kenteken sinds 1 juli 2013 verplicht is en ook het opheffen van de Wet bewaarplicht telecomgegevens is geen reden voor de overheid om hier voortaan vanaf te zien. Er wordt duidelijk met twee maten gemeten.

Nederland Privacy Gidsland

Trajectcontrole is onderdeel van een veel grotere controlewaanzin van de overheid over niet met rede verdachte burgers, ontbeert een wettelijk kader en is daarmee onwettig en hoort maar op twee plaatsen thuis: in de prullenbak of in een dictatuur waar dit soort praktijken normaal zijn.

Privacy First staat voor het inzetten van slimme technologie om uitvoering te geven aan een juist beleid binnen wettelijke kaders door de overheid. In het geval van trajectcontrole door alleen overtreders te registreren en een goed wettelijk en uitvoeringskader in te stellen. Met een duidelijke eigen verantwoordelijkheid hierin en waarborgen van en voor de burger inzake het gebruik van zijn/haar gegevens. Privacy First staat voor een  "privacy by design" aanpak met inzet van "privacy enhanced technology" en "privacy impact analyses" om tot een goed beleid en uitvoering te komen. Met daarin de beste technologie, zodat Nederland hierin vooroploopt en internationaal Privacy Gidsland kan worden met een nieuw exportproduct. Dan kunnen de ICT-bedrijven gewoon blijven doorgroeien, maar dan wel met een privacyvriendelijk alternatief. Als lichtend voorbeeld voor de wereld!

Gepubliceerd in Columns

Momenteel is het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bezig met een inventarisatie van de Nederlandse grondrechtensituatie. Dit zal waarschijnlijk later dit jaar uitmonden in een rapportage genaamd 'De Staat van de Grondrechten' en een bijbehorend Nationaal Actieplan Mensenrechten. In dat kader vroeg BZK onlangs om input bij diverse maatschappelijke organisaties, waaronder Privacy First. Hieronder ons advies:

Top 7 van issues die een plaats verdienen in de Staat van de Grondrechten & Nationaal Actieplan Mensenrechten:

1. Actieve naleving, bescherming, bevordering en promotie van het recht op privacy

Toelichting: privacy is zowel een Nederlands grondrecht als een universeel mensenrecht. Zoals bij alle mensenrechten is de Nederlandse overheid dan ook verplicht om het recht op privacy 1) na te leven, 2) te beschermen, 3) te bevorderen en 4) te promoten middels goede wetgeving en beleid. Sinds ‘9/11’ is echter vrijwel louter sprake van inperking i.p.v. bevordering van het recht op privacy. Dit vormt een schending van bovengenoemde algemene plicht om het recht op privacy actief te bevorderen. Hetzelfde geldt voor verwante rechten en beginselen zoals de onschuldpresumptie en het verbod van zelf-incriminatie (nemo tenetur).

2. Constitutionele toetsing

Toelichting: Nederland kent slechts constitutionele “toetsing” door ambtenaren en Kamerleden bij de ontwikkeling van nieuwe wetgeving. Een Nederlands Constitutioneel Hof bestaat helaas niet en constitutionele toetsing van formele wetgeving door de rechterlijke macht is in Nederland vreemdgenoeg verboden. Mede hierdoor is de Nederlandse Grondwet de laatste decennia een dode letter geworden. Het verdient dan ook aanbeveling om z.s.m. een Constitutioneel Hof in te voeren en het verbod van constitutionele toetsing af te schaffen.

3. Collectieve rechtsmiddelen

Toelichting: door rechtsbeperkende ontwikkelingen in de jurisprudentie van de Hoge Raad is het de laatste jaren steeds moeilijker geworden voor stichtingen en verenigingen om de door hen behartigde maatschappelijke belangen in rechte te kunnen verdedigen middels het collectief actierecht (art. 3:305a BW en art. 1:2 lid 3 Awb). Het effectief en efficiënt functioneren van de Nederlandse rechtsstaat en rechtseconomie is hierdoor ernstig onder druk komen te staan. Het verdient dan ook aanbeveling om het collectief actierecht van overheidswege voortaan actief na te leven, te beschermen en te bevorderen, bijvoorbeeld door de landsadvocaat niet langer te instrueren om te pleiten voor niet-ontvankelijkheid van stichtingen en verenigingen in relevante rechtszaken. Tevens dient het verbod van direct beroep tegen algemeen verbindende voorschriften (art. 8:3 Awb) te worden afgeschaft.

4. Vrijwillige i.p.v. verplichte biometrie

Toelichting: uitgangspunt in een gezonde democratische rechtsstaat dient te zijn dat burgers nimmer verplicht mogen worden om hun unieke lichaamskenmerken (biometrische persoonsgegevens) af te staan aan de overheid of het bedrijfsleven. Dit vormt immers een schending van het recht op privacy en de lichamelijke integriteit. Bij bedrijven, dienstverleners, werkgevers etc. vormt dit bovendien een oneerlijke handelspraktijk. Met de geplande invoering van een identiteitskaart zonder vingerafdrukken zet de Nederlandse overheid op dit terrein een eerste stap in de goede richting. In lijn hiermee adviseren wij de Nederlandse overheid om op Europees niveau te pleiten voor een paspoort met vrijwillige i.p.v. verplichte afgifte van vingerafdrukken.

5. Anonimiteit in de openbare ruimte

Toelichting: het recht om in eigen land anoniem en onbespied te kunnen reizen wordt de laatste jaren in toenemende mate illusoir, met name door zaken als OV-chipkaarten, cameratoezicht, GSM-tracering etc. Zowel de overheid als het bedrijfsleven zijn verplicht om het recht op privacy in de zin van anonimiteit in de openbare ruimte actief te herstellen, te beschermen en te bevorderen, bijvoorbeeld door invoering van anonieme OV-chipkaarten die daadwerkelijk anoniem zijn (privacy by design), afschaffing van cameratoezicht tenzij strikt noodzakelijk, ontwikkeling van privacyvriendelijke mobiele telefonie en apps, etc. Bij alle wetgeving en beleid terzake dienen privacy en individuele keuzevrijheid, noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit leidende beginselen te zijn.

6. Privacy by design

Toelichting: alle privacygevoelige informatietechnologie dient te voldoen aan de hoogste standaarden van privacy by design. Dit kan door gebruikmaking van privacy enhancing technologies (PET), waaronder state-of-the-art encryptie en compartimentering i.p.v. centralisering en koppeling van ICT. Op Europees niveau dient dit een harde juridische plicht te worden voor zowel overheid als bedrijfsleven met actief toezicht en handhaving terzake.

7. Privacy-educatie

Toelichting: qua mensenrechteneducatie dreigt Nederland de laatste jaren een derdewereldland te worden. Op termijn brengt dit het voortbestaan van onze democratische rechtsstaat in gevaar. Dit geldt ook voor het recht op privacy. Een privacyvriendelijke toekomst begint bij de jeugd. Daartoe dient privacy-educatie verplicht te worden gesteld in het lager, middelbaar en hoger onderwijs. De overheid heeft hierin een actieve rol te vervullen.

Gepubliceerd in Wetgeving

In het kader van een openbare consultatie verzocht het ministerie van Binnenlandse Zaken Privacy First onlangs om een reactie op het huidige kabinetsvoorstel ter herziening van artikel 13 Grondwet (brief-, telefoon- en telegraafgeheim). Ons commentaar op het concept-wetsvoorstel treft u hieronder aan (klik HIER voor de versie in pdf):

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Plaatsvervangend Directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving
Dhr. mr. W.J. Pedroli
Postbus 20011
2500 EA Den Haag

Amsterdam, 29 december 2012

Betreft: Commentaar Privacy First op concept-wetsvoorstel tot wijziging van artikel 13 Grondwet

Geachte heer Pedroli,

Op 16 oktober jl. verzocht u Stichting Privacy First om een reactie te geven op het concept-wetsvoorstel tot wijziging van artikel 13 Grondwet. Privacy First is u erkentelijk voor uw verzoek en voorziet u hierbij graag van kritisch commentaar. Daarbij zij allereerst opgemerkt dat Privacy First de wens van dit kabinet om het huidige, archaïsche artikel 13 Grondwet te moderniseren volledig onderschrijft. Privacy First betreurt het echter dat het kabinet niet de kans heeft gegrepen om ook andere ‘grondrechten in het digitale tijdperk’ te vernieuwen en te versterken.

Positieve aspecten
In de optiek van Privacy First vormen het eerste en derde lid van het huidige concept-wetsvoorstel ter herziening van artikel 13 Grondwet krachtige ankerpunten voor een toekomstbestendig recht op vertrouwelijke communicatie. Het eerste lid moderniseert terecht het oude brief-, telefoon- en telegraafgeheim tot een techniekonafhankelijk (of techniekneutraal) brief- en telecommunicatiegeheim. Het derde lid vormt een juiste waarborg voor de horizontale uitwerking hiervan. Privacy First onderschrijft bovendien de ruime interpretatie die in de concept-memorie van toelichting (MvT) aan diverse relevante begrippen gegeven wordt. Het tweede lid van het concept-wetsvoorstel bevat echter een systematische disbalans die onze maatschappij in minder democratische tijden uit het rechtsstatelijke lood zou kunnen doen slaan. Het is dan ook met name dit tweede lid waarop de kritiek van Privacy First zich richt. Andere punten van kritiek betreffen de notificatieplicht en verkeersgegevens alsmede het ontbreken van een rechtsvergelijkende paragraaf in de MvT.

Rechterlijke machtiging en nationale veiligheid
Terecht stelt de MvT dat “in het licht van artikel 13 (…) de bescherming van de burger tegen inbreuken van de overheid voorop [staat], met name in het licht van optreden van politie en inlichtingendiensten. (…) Het stellen van de eis van een rechterlijke machtiging in de Grondwet geeft een sterke en duidelijke rechtsstatelijke waarborg.”[1] Het is dan ook onbegrijpelijk dat in het tweede lid van het concept-wetsvoorstel het domein van de nationale veiligheid van rechterlijk toezicht wordt uitgezonderd. Daar waar de machtsconcentratie het hoogst is, dienen immers de juridische checks & balances het krachtigst te zijn om (toekomstig) machtsmisbruik te voorkomen. In het licht van de Europese geschiedenis is de uitzondering in lid 2 zelfs volstrekt onverantwoord: ook in onze contreien is een democratische rechtsstaat helaas geen statisch gegeven. Daarnaast geeft e.e.a. een gevaarlijk signaal aan het buitenland. De uitzondering in lid 2 acht Privacy First bovendien onverstandig met het oog op mogelijke technologische ontwikkelingen in de (verre) toekomst.[2] Hetzelfde geldt in verband met de (verdere) oprekking van het begrip “nationale veiligheid”. Ook in de toekomst dient de Nederlandse bevolking tegen willekeurige inbreuken op het communicatiegeheim beschermd te zijn; de huidige formulering van lid 2 biedt hiertoe geen enkele garantie.

Het toevoegen van een extra ‘rechterlijke laag’ zou het huidige stelsel van intern en extern toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (en daarmee de democratische rechtsstaat) versterken. Het systeem van rechterlijk toezicht in een land als Canada kan in dit opzicht een bron van inspiratie vormen. Een dergelijke rechterlijke check zou tevens in lijn zijn met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens:

“The Court has indicated, when reviewing legislation governing secret surveillance in the light of Article 8 [ECHR], that in a field where abuse is potentially so easy in individual cases and could have such harmful consequences for democratic society as a whole, it is in principle desirable to entrust supervisory control to a judge.”[3]

In het licht hiervan is de huidige formulering van lid 2 niet opportuun. Privacy First adviseert dan ook om dit lid als volgt te herzien:

“Beperking van dit recht is mogelijk in de gevallen bij de wet bepaald met machtiging van de rechter of, in het belang van de nationale veiligheid, met machtiging van één of meer bij de wet aangewezen ministers.” [doorstreping Privacy First]

Als eventueel alternatief voor de invoering van rechterlijk toezicht in het veiligheidsdomein adviseert Privacy First om de bestaande Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) te upgraden tot een krachtiger onafhankelijk toezichtsorgaan à la het Belgische of Duitse model, met algehele, verplichte toetsing vooraf i.p.v. steekproefsgewijs toezicht achteraf.

Notificatieplicht
Een tweede punt van kritiek betreft het ontbreken van expliciete grondwettelijke vermelding van een notificatieplicht bij inbreuken op het brief- en telecommunicatiegeheim. Een notificatieplicht versterkt immers de rechtsbescherming voor burgers en draagt bij aan correcte naleving van de wet door de overheid, ook in het veiligheidsdomein. Evenals rechterlijke machtiging biedt dit de beste garanties tegen misbruik op korte én lange termijn.

Verkeersgegevens
In de optiek van Privacy First dienen ook verkeersgegevens onder de reikwijdte van artikel 13 Grondwet te vallen. Deze gegevens zien immers vaak mede op de inhoud van communicatie; dit blijkt zelfs met zoveel woorden uit de MvT zelf, waar terecht SMS en de onderwerp-regel van email als voorbeelden worden genoemd.[4] Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor zoekopdrachten in zoekmachines. Daarnaast kan uit verkeersgegevens in combinatie met andere (al dan niet real-time verzamelde) gegevens alsnog de inhoud van communicatie tussen individuen en/of bedrijven worden afgeleid. Een krachtig regime van artikel 13 Grondwet in combinatie met rechterlijk toezicht is dus ook hier geboden.

Rechtsvergelijking
Tenslotte mist Privacy First in de huidige MvT een rechtsvergelijkende paragraaf waarin het huidige artikel 13 Grondwet vergeleken wordt met grondwettelijke best practices uit landen met hetzij een civil law, hetzij een common law traditie. Met een nieuw artikel 13 Grondwet als internationale state-of-the-art zou Nederland zich bovendien positief kunnen onderscheiden en haar vroegere positie als mensenrechtelijk gidsland enigszins kunnen heroveren.

Privacy First hoopt u met dit advies van dienst te zijn. Desgevraagd zijn wij graag tot een nadere toelichting op bovenstaande punten bereid.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First


Vincent Böhre
director of operations


[1] MvT, pp. 18, 20.

[2] Vergelijk MvT, p. 11, 1e alinea.

[3] EHRM 22 nov. 2012, Telegraaf vs. Nederland (Appl.no. 39315/06), r.o. 98. Vergelijk tevens ibid., r.o. 98-102.

[4] MvT, p. 18.

Update 8 februari 2013: lees ook de kritische adviezen van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Bits of Freedom en het College voor de Rechten van de Mens.

Gepubliceerd in Wetgeving
Pagina 5 van 5

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon