donatieknop english

Op 28 januari as. (de Europese Dag van de Privacy) worden tijdens de Nationale Privacy Conferentie van ECP en Privacy First de jaarlijkse Nederlandse Privacy Awards uitgereikt. Deze Awards bieden een podium aan bedrijven en overheden die privacy zien als een kans om zich positief te onderscheiden en privacyvriendelijk ondernemen en innoveren tot norm te maken.

Genomineerden

Dit jaar heeft opnieuw een groot aantal hoogwaardige inzenders zich voor deelname aan de Nederlandse Privacy Awards aangemeld. Na een eerste selectie en diverse bedrijfsbezoeken heeft de onafhankelijke vakjury de volgende genomineerden bepaald, in willekeurige volgorde:

Publicroam
In de bibliotheek, in een koffiebar, een hotel, loggen de meeste mensen in op het lokale WiFi netwerk. Vaak met één lokaal wachtwoord, wat op alle tafels staat. Bij onderwijsinstellingen werden de risico’s als eerste onderkend, later ook bij de overheid. Zo ontstonden Eduroam en Govroam. Maar waarom niet gewoon voor iedereen en overal als gast veilig en gemakkelijk op WiFi? Dat idee is opgepakt door Publicroam en valt op veel plekken in goede aarde. Verschillende grote gemeenten en organisaties, zoals alle bibliotheken zijn al aangesloten of sluiten aan. Eén account en bij alle deelnemers automatisch en veilig online, met serieus respect voor privacy.

Candle
Candle is een project dat gericht is op het ontwikkelen van alternatieve smart systemen in en rondom het huis, met als basis dat er geen verbinding met het internet en een cloud noodzakelijk is. Candle is als projectorganisatie met studenten vanuit de universiteit, hogeschool en kunstenaarscollectieven gericht op praktische hardware-oplossingen, gecombineerd met open source software. Zo kunnen diverse huishoudelijke apparaten zoals de cv, camera's, sensoren etc eenvoudig hierop aangesloten worden. De smart oplossing zonder de Big Tech bedrijven en hun data driven modellen is dus mogelijk en eenvoudig te realiseren en Candle laat dat zien. Inmiddels zijn er diverse oplossingen die daadwerkelijk in de praktijk gebracht kunnen worden door bedrijven. Candle is in de kern privacy by design en opent de ogen voor alternatieve smart systemen.

Skotty
Het ambitieniveau van Skotty is hoog; de beste zijn in veilige digitale communicatie. Skotty biedt een veilig alternatief voor het regelmatig versturen van e-mails met bijlagen. Bij de ontwikkeling van Skotty stond privacy by design centraal. In de architectuur is het uitgangspunt geen toegang te willen tot gegevens over gebruikers. Via de browser worden databestanden versleuteld verzonden en opgeslagen. Skotty heeft geen toegang tot de data in de bestanden, alleen het gebruikersprofiel en is daarmee met recht een zero knowledge provider.

NUTS
NUTS wil als stichting bijdragen aan het creëren van een Open Source Community die privacyvriendelijke oplossingen voor het delen van persoonsgegevens in de zorg biedt. NUTS werkt aan een decentrale benadering van toestemmingsverlening. Patiënten krijgen regie over wie toegang krijgt tot hun gegevens. De stichting nodigt iedereen uit om – binnen de lijnen van het Manifest van de stichting – bij te dragen aan open source oplossingen. Privacy staat bovenaan in de benadering. NUTS beperkt zich tot processen rond authenticatie en identificatie, adressering en logging. Daarmee onderscheidt NUTS zich als een hoeder van privacy bij het delen van gegevens in de zorg.

Rabobank en Deloitte
Voor het in aanmerking komen voor (sociale) huurwoningen zijn veel persoonlijke gegevens noodzakelijk. Woningcorporaties hebben vanuit een ambitie om efficiënter te werken en daarbij recht te doen aan de vertrouwelijkheid van klantinformatie gezocht naar andere oplossingen. Uitgangspunten daarbij zijn dataminimalisatie en regie voor de potentiële huurder. Door de Rabobank is een Wallet (app) ontwikkeld die de gebruiker in staat stelt veilig via DigiD op het juiste moment in het proces een inkomenstoets te doen. Door Deloitte is een Zero Knowledge Proof algoritme ontwikkeld dat dataminimalisatie mogelijk maakt. Hiermee krijgt de potentiële huurder meer regie op zijn gegevens en wordt de hoeveelheid data geminimaliseerd. 

Jury Nederlandse Privacy Awards

De jury bestaat uit onafhankelijke privacy-experts uit diverse sectoren:
- Bas Filippini, oprichter en voorzitter Privacy First
- Paul Korremans, partner Comfort-IA; functionaris gegevensbescherming; tevens bestuurslid Privacy First
- Marie-José Bonthuis, eigenaar IT’s Privacy
- Esther Janssen, advocaat Informatierecht en grondrechten, bureau Brandeis
- Marc van Lieshout, managing director iHub, Radboud Universiteit Nijmegen
- Melanie Rieback, CEO en co-founder Radically Open Security
- Nico Mookhoek, privacy jurist en eigenaar NMLA
- Wilmar Hendriks, founder Control Privacy (tevens lid Raad van Advies Privacy First)
- Alex Commandeur, senior adviseur BMC Advies.

Uitreiking Awards

Tijdens de Nationale Privacy Conferentie op 28 januari as. in Nieuwspoort (Den Haag) worden alle genomineerde projecten door de inzenders aan het publiek gepresenteerd. De Nederlandse Privacy Awards zullen vervolgens door Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66) worden uitgereikt in drie categorieën: 1) Bedrijfsoplossingen, 2) Consumentenoplossingen en 3) Aanmoedigingsprijs.

Privacy First organiseert de Nederlandse Privacy Awards met steun van Stichting Democratie & Media, in samenwerking met ECP. Klik HIER voor een impressie van de Nederlandse Privacy Awards 2019. Media zijn van harte welkom om verslag van het evenement te doen. Neem voor nadere informatie en verzoeken om interviews contact op met Privacy First.

FG7A4979m

Gepubliceerd in Nederlandse Privacy Awards
maandag, 16 december 2019 17:02

Privacy First jaarverslag 2018

Hierbij publiceert Stichting Privacy First graag haar jaarverslag 2018: klik HIERpdf om de pdf-versie te downloaden. Bij dit jaarverslag hoort tevens onze jaarrekening 2018 (pdf, reeds in april 2019 gepubliceerd). In ons jaarverslag leest u alles over onze voornaamste activiteiten in 2018 (en deels alvast 2019), waaronder onze Nederlandse Privacy Awards, onze campagne rond het referendum tegen de Sleepwet, onze rechtszaken, onze lobby, onze evenementen en projecten.

Privacy First heeft opnieuw een positief en turbulent jaar achter de rug. De publicatie van dit jaarverslag is daardoor vertraagd, maar immer actueel. Ondanks de komst van de Europese privacywet AVG staat het recht op privacy in Nederland nog steeds onder enorme druk. Een krachtige organisatie als Privacy First blijft daarom cruciaal en uw steun als sponsor of donateur is en blijft daarbij onmisbaar. Klik HIER om donateur van Privacy First te worden!

Gepubliceerd in Jaarverslagen

"Op steeds meer scholen hangen beveiligingscamera's in bijvoorbeeld de kantine, bij de kapstokken of op het schoolplein. Dat blijkt uit een rondgang van het NOS Jeugdjournaal langs twintig basis- en middelbare scholen en betrokken instanties. Sommige scholen hebben zelfs meer dan veertig camera's op het terrein. Ze moeten zich houden aan privacyregels, maar worden niet actief gecontroleerd op de naleving daarvan, tenzij er een klacht is.
(...)
Privacyexperts maken zich soms zorgen over het gebrek aan controle, maar ook over de aanwezigheid van camera's an sich. Scholen moeten altijd een geldige reden hebben om een camera op te hangen. Beelden mogen alleen worden bekeken als daar aanleiding toe is en mogen sowieso niet langer dan vier weken worden bewaard. Ook moeten er bordjes hangen, waarop staat dat er cameratoezicht is.
(...)
Jurist Simone van Dijk van stichting Privacy First betwijfelt of scholen wel zulke zware veiligheidsproblemen hebben, om de aanwezigheid van camera's te rechtvaardigen. Ook vindt zij dat toezicht op scholieren primair bij het schoolpersoneel en de leraren ligt en dat cameratoezicht mogelijk averechts kan werken.

"Als er een incident is, komt dat vanzelf wel aan het licht, via gesprekken", zegt Van Dijk. "Door camera's op te hangen heb je kans dat leraren minder gaan opletten. Ook leerlingen kunnen denken: 'ik zeg er maar niets van, want het staat toch op camera'. Kinderen hebben recht op privacy", vervolgt zij. "Ze moeten de gelegenheid hebben fouten te maken die niet voor iedereen zichtbaar zijn.""


Bron: NOS en NOS Jeugdjournaal, 12 december 2019. Bekijk hieronder de hele reportage van het NOS Jeugdjournaal (tevens in kortere versie uitgezonden in meerdere NOS Journaals):

Gepubliceerd in Cameratoezicht

Rechtbank behandelt beroep van OV-reiziger inzake vier structurele privacy-inbreuken. Autoriteit Persoonsgegevens weigert deze inbreuken te onderzoeken of te handhaven.

Op 16 december 2019 zal de Rechtbank Gelderland in twee direct op elkaar volgende rechtszittingen de beroepen van Michiel Jonker behandelen tegen de afwijzing van twee handhavingsverzoeken door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). In juli 2018 verzocht Jonker in twee handhavingsverzoeken de AP om onderzoek en handhaving inzake:

  1. De weigering door vervoerbedrijf Connexxion van privacyvriendelijke, contante betaling voor eenmalige buskaartjes in de bus.
  2. Het weigeren van de terugbetaling van resterend saldo op anonieme OV-chipkaarten als de houder zijn NAW-gegevens niet aan Nederlandse Spoorwegen (NS) verstrekt.
  3. Het weigeren van internationale treintickets door NS-medewerkers aan stationsbalies als kopers hun NAW-gegevens niet aan NS verstrekken.
  4. Het in rekening brengen, sinds 2 juli 2018, van extra “servicekosten” als houders van anonieme OV-chipkaarten contant betalen voor het opwaarderen van het saldo op deze kaarten.

De AP weigerde deze inbreuken op de privacy serieus te onderzoeken, omdat volgens de AP een "globaal (bureau)onderzoek" reeds zou hebben uitgewezen dat er geen sprake was van enige overtreding. Volgens de AP is de verwerking van persoonsgegevens in sommige gevallen niet aangetoond en zou daar dus geen sprake van zijn (2, 3, 4). Met betrekking tot de verkoop van internationale tickets van buitenlandse vervoerbedrijven door NS verklaarde de AP zichzelf eerst ten onrechte onbevoegd, maar beweert nu, nadat Jonker daartegen bezwaar maakte, dat Jonker op dit punt niet om handhaving zou hebben verzocht. Met betrekking tot de weigering van contante betaling in de bus (1) vindt de AP dat de inbreuk op de privacy acceptabel is. Ook wekt de AP, in navolging van Connexxion, de schijn dat er allerlei andere privacyvriendelijke betaalmogelijkheden voorhanden zijn, terwijl er in Jonkers woonplaats Arnhem slechts één plek is waar dat kan, maar dan wel tegen betaling van een extra toeslag. Jonker vindt dat er op die manier sprake is van privacy-discriminatie: het nadelig behandelen van mensen die met privacy willen blijven reizen.

Jonker: "Het gaat in deze zaken om drie dingen. Ten eerste dat mensen met behoud van privacy van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken, niet alleen in een vergezochte theorie, maar ook gewoon in de dagelijkse praktijk. Het gaat er dan om dat er voldoende verkooppunten zijn waar je contant kunt betalen voor alle soorten vervoerbewijzen, en zonder dat je een extra toeslag hoeft te betalen ten opzichte van reizigers die er noodgedwongen in berusten dat hun persoonsgegevens zonder hun instemming worden verwerkt. En dat vervoerbedrijven ook geen reizigers misleiden, of stiekem hun gegevens verzamelen.

Ten tweede gaat het erom dat vervoerbedrijven niet met willekeur persoonsgegevens mogen verzamelen, als ze maar met wat algemene kreten zwaaien, bijvoorbeeld "veiligheid" of "fraudepreventie", zonder duidelijk te maken om welk specifiek, concreet probleem het nu eigenlijk gaat.

Ten derde gaat het erom dat de AP als toezichthouder en handhaver niet zomaar mag weigeren om iets te onderzoeken. Nu trekt de AP uit haar eigen weigering om het te onderzoeken, de conclusie dat er dus niks aan de hand is. Dat is alsof een politie-agent na de melding van een inbraak weigert het betreffende huis binnen te stappen, maar in plaats daarvan zegt: ik ga daar niet naar binnen, dus ik zie geen inbraak, dus er is geen inbraak, dus ik hoef daar niet naar binnen te gaan. Daar is een heel simpel woord voor: wegkijken. Veel Nederlandse toezichthouders, waaronder de AP, hebben nogal de neiging weg te kijken en op die manier aan struisvogelpolitiek te doen. Maar we betalen die toezichthouders wel van ons belastinggeld. Dat doen we niet om ze te laten wegkijken."

Gevraagd of hij bijvoorbeeld "veiligheid" dan geen serieus thema vindt, antwoordt Jonker: "Natuurlijk vind ik dat een serieus thema. Juist daarom verdient het een serieuze behandeling. Maar dat is iets heel anders dan het thema veiligheid misbruiken om precies te gaan bijhouden welke routes miljoenen onschuldige reizigers op welke momenten afleggen. Ik ben voor een serieuze analyse van concrete veiligheidsproblemen, gevolgd door maatwerk om die specifieke problemen ook echt tegen te gaan. Connexxion heeft niet aannemelijk gemaakt dat contante betaling de veiligheid op zelfs maar één buslijn in de regio serieus in gevaar zou brengen. Ik woon al meer dan twintig jaar in Arnhem. Ik ging met lijn 3 naar de dierentuin, op een mooie, zonnige ochtend. Nooit geweten dat dat onveilig was... Het moet proportioneel blijven. Maar proportionaliteit kan heel subjectief worden opgevat. Dan mag je als vervoerbedrijf alles van reizigers eisen. Dat is op dit moment de basishouding van de AP. Als vervoerbedrijven iets willen, vindt de AP het dus nodig, en wil daarom niet handhaven of serieus onderzoeken."

Gevraagd naar zijn verwachtingen over de rechtszaken, antwoordt Jonker: "Sinds de uitspraken van de Rechtbank Gelderland in twee andere beroepsprocedures, op 5 september van dit jaar, ben ik zeer sceptisch over de kwaliteit van de rechtspraak van deze instantie. Tegen die uitspraken ben ik in hoger beroep gegaan bij de Raad van State. Ik heb de rechtbank verzocht om met de behandeling van deze nieuwe zaken te wachten tot de Raad van State uitspraak heeft gedaan, om een zinloze herhaling van zetten te voorkomen. Ook zijn er inmiddels prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over reisgegevens van OV-gebruikers. Dat wil ik ook graag afwachten, om alle partijen tijd en geld te besparen. Maar de rechtbank heeft dat verzoek helaas meteen afgewezen."

De rechtszittingen vinden plaats op 16 december 2019 om 10:30 uur in de Rechtbank Gelderland, Walburgstraat 2-4 te Arnhem. Klik HIER voor het beroepschrift van Jonker in de zaak over de weigering van contante betaling in de bus door vervoerbedrijf Connexxion (pdf).

Jonker wordt in beide zaken gesteund door Stichting Privacy First en Maatschappij Voor Beter OV.

Update 17 december 2019: de twee rechtszaken werden op 16 december jl. behandeld door een meervoudige kamer van de rechtbank. Een vertegenwoordiger van Privacy First was als toehoorder aanwezig. Jonker had een enkele pleitnota voor beide zittingen gemaakt, maar de rechter stond hem niet toe die voor te lezen. Desgevraagd verwees de voorzittende rechter naar het "te ruste leggen" van de zogeheten "Nieuwe zaaksbehandeling" per 13 februari 2018, en gaf aan dat de rechtbank inmiddels werkt aan de hand van de zogeheten "professionele standaard", waarin niet meer is voorzien in de mogelijkheid voor partijen om een schriftelijk voorbereid pleidooi te houden. Jonker: "Natuurlijk moest ik daar ter zitting in berusten, immers de rechter bepaalt wat er ter zitting mag worden ingebracht. Maar het is een teken aan de wand hoe het er met onze rechtspraak voorstaat. Mijns inziens is het weigeren van pleidooien in strijd met artikel 6 van het EVRM (recht op een eerlijk proces), omdat in zo'n pleidooi de omstandigheden van het concrete geval en de ethische implicaties daarvan rechtstreeks kunnen worden verduidelijkt en bespreekbaar gemaakt. Achteraf heb ik op internet proberen na te gaan wat daarover te vinden is. In een publicatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken uit 2015 ("De praktijk van de Nieuwe zaaksbehandeling in het bestuursrecht") bleek dat sommige rechters mijn mening op dit punt delen." Voor de pleitnota van Jonker, klik HIER (pdf).

Tijdens beide zittingen werd eerst Jonkers verzoek behandeld om de zaken aan te houden in afwachting van uitspraken van het Hof van Justitie van de EU (HvJ EU) en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) over met name de eisen die moeten worden gesteld aan het aantonen van een noodzaak voor de verwerking van persoonsgegevens in het openbaar vervoer. De AP, NS en Connexxion zagen geen aanleiding om de zaken aan te houden. De rechtbank gaat het overwegen en zal partijen t.z.t. op de hoogte stellen van zijn standpunt.

In de eerste zitting kwam naast de vraag of er een noodzaak voor de privacy-inbreuken is aangetoond, ook de vraag aan de orde naar de precieze omvang van de verantwoordelijkheid van verwerkingsverantwoordelijken zoals NS. Is NS verantwoordelijk voor het gedrag van haar eigen baliemedewerkers, als die zonder noodzaak NAW-gegevens opeisen bij de aankoop van internationale treintickets? Jonker betoogde van wel, en op dit punt leek de AP het met hem eens te zijn. Daarnaast betoogde Jonker dat de verantwoordelijkheid voor gegevensverwerking niet mag worden zoekgemaakt tussen (binnenlandse of buitenlandse) "verwerkingsverantwoordelijken" en "verwerkers".

Voor het eerst deed NS zelf een uitspraak over het doel waarmee NS legitimatie eist wanneer iemand het restsaldo op een anonieme OV-chipkaart terugvraagt. Volgens NS is dat om een "drempelverhogend effect" te creëren om personen af te schrikken die een gestolen anonieme OV-chipkaart proberen in te leveren. Jonker wees erop dat, als dit klopt, er sprake is van een illegale handeling van NS, omdat het eisen van legitimatie om mensen af te schrikken, niet rechtmatig is en NS daartoe ook niet bevoegd is. Ook wees Jonker erop dat in geval van het teruggeven van saldo van meer dan dertig euro, er in opdracht van NS wel degelijk persoonsgegevens worden verwerkt, namelijk door Translink Systems (TLS).

Met betrekking tot het in rekening brengen van zogeheten "servicekosten" bij het contant betalen voor het opladen van anonieme OV-chipkaarten met bankbiljetten aan de balie, zonder dat er gelijkwaardige, privacyvriendelijke alternatieven zijn, werden er geen nieuwe argumenten ingebracht.

In de tweede rechtszitting ging het onder andere over de vraag of de noodzakelijkheid voor het verwerken van persoonsgegevens ten behoeve van de uitvoering van een contract (art. 6 lid 1 onder b AVG) afgeleid kan worden uit willekeurige, algemeen geformuleerde doelen die een verwerkingsverantwoordelijke (Connexxion) heeft vastgesteld, of dat er ook sprake moet zijn van een objectiveerbare, materiële noodzaak. Jonker betoogde dat uit de aangeleverde documentatie geen noodzaak viel af te leiden voor het weigeren van contant geld in de regio Arnhem-Nijmegen. Connexxion betoogde dat het niet nodig was om zo'n noodzaak voor deze regio aan te tonen, en zelfs niet eens om een "risicoprofiel per regio of per buslijn" op te stellen. Ook zag Connexxion voor zichzelf geen plicht of verantwoordelijkheid om te zorgen voor alternatieve, toegankelijke manieren voor privacyvriendelijk betalen. Dit omdat de verkooppunten volgens Connexxion niet door haarzelf worden bepaald, maar door de Stadsregio Arnhem-Nijmegen. Jonker betoogde dat een verwerkingsverantwoordelijke bij het treffen van maatregelen die een inbreuk vormen op de privacy, zelf verantwoordelijk blijft voor het zorgen voor een alternatief (subsidiariteitsbeginsel).

Ten slotte wees Connexxion erop dat Jonker niet verplicht is om het OV te gebruiken. Jonker reageerde dat het OV geen "winkel met prullaria" is, maar een essentiële publieke nutsfunctie waarvan hij en talloze andere mensen afhankelijk zijn om maatschappelijk te kunnen participeren.

Voorafgaand aan de zitting had Connexxion schriftelijk verzocht om Jonker te veroordelen tot het vergoeden van haar proceskosten vanwege "kennelijk onredelijk gebruik van het procesrecht". Na een vraag hierover van één van de rechters trok Connexxion dat verzoek aan het eind van de zitting in.

Gevraagd naar zijn indruk over de zittingen, zei Jonker: "Als je kijkt naar de letter van de wet en de bedoeling van de wetgever, sta ik sterk. Maar ik weet inmiddels uit ervaring dat dat niet alles zegt over de uitkomst van rechtszaken. Het zal er mede van afhangen of de rechters bereid zijn om niet alleen te kijken naar theoretische, algemene, niet-onderbouwde verhalen van NS en Connexxion, maar ook naar hoe het in de feitelijke praktijk functioneert, en naar de manier waarop de verschillende inbreuken op de privacy elkaar versterken. Cumulatief ontstaan er daardoor grote effecten waardoor er van de privacy weinig overblijft."

Update 6 februari 2020: de rechtbank Gelderland heeft op 4 februari jl. uitspraak gedaan in beide zaken, en deze op 5 februari gepubliceerd. De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond, waarbij de rechtbank de argumentaties van de AP volgde.

Jonker: "Wat ik al vermoedde, is opnieuw gebeurd: de rechtbank heeft de argumentatie van de AP overgenomen en herhaalt die nog eens, maar gaat niet in op argumenten die ik daartegenin heb gebracht. Daar zwijgt de rechtbank over, of hij verwerpt ze zonder inhoudelijk te onderbouwen waarom.

Gevraagd naar een voorbeeld, antwoordt Jonker: "Als het bijvoorbeeld gaat om de weigering van contante betaling in de bus, dan verwijst de rechtbank, net als de AP, naar een door een conglomeraat van overheden en vervoerbedrijven gezamenlijk opgesteld "Actieprogramma Sociale Veiligheid in het OV", maar negeert wat ik over de inhoud van dat plan heb gezegd. Ik heb aangevoerd dat uit dat de tekst van dat plan geen noodzaak blijkt voor de weigering van contante betaling in de bus. De rechtbank stelt: er is een plan, daarin wordt een doel genoemd, en dus is de verwerking van persoonsgegevens nodig. Dat is geen rechtspraak, maar het napraten van een bestuursorgaan. De rechtbank stelt zich op deze manier niet op als een onafhankelijke uitlegger van de wet, maar als een verlengstuk van een conglomeraat van polder-organisaties, en als advocaat van de bestuurlijke consensus die binnen dat conglomeraat is gevormd. Die consensus is kennelijk dat reële privacy, zoals die tot 2014 in het OV bestond, mag en moet worden afgeschaft. Als de bestuursrechtspraak zo functioneert, kun je de scheiding der machten net zo goed opheffen. En dan kan ik beter mijn wetskennis aan de wilgen hangen en me omscholen door middel van een cursus 'Hoe kom ik in het gevlei bij machthebbers'. We zien hier dat de afbraak van de rechtsstaat zich in het hoofd van de rechters al voltrokken heeft, zonder dat zij dat zelf willen beseffen."

Gevraagd naar zijn volgende stappen, geeft Jonker aan in hoger beroep te zullen gaan bij de Raad van State. "Ik had verzocht om beide zaken aan te houden in afwachting van een uitspraak van de Raad van State in de zaak over privacy in het OV waarover de rechtbank op 5 september vorig jaar uitspraak deed, omdat die op enkele cruciale punten overlapt met de huidige zaak. De rechtbank heeft dat verzoek afgewezen omdat de zaken niet op alle punten met elkaar overeenkomen. Maar dat was ook niet mijn betoog. Het gaat immers om verschillende zaken. Ik had betoogd dat de uitkomst van de huidige zaken voorspelbaar is als de Raad van State mijn hoger beroep ongegrond zou verklaren, en dat het dus zin had om af te wachten of dat gebeurt. Maar nu ben ik dus genoodzaakt om voorafgaand daaraan weer twee separate procedures bij de Raad van State aan te spannen, en daarvoor griffierechten te betalen. Op deze manier werpt de rechtbank voor de burger een zo groot mogelijke hindernis op om tot zijn recht te komen. Deze mentaliteit is een zorgwekkende ontwikkeling met het oog op het behoud van de rechtsstaat. Het enige wat ik nu kan doen, is hopen dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State anders met de materie omgaat, en dat ondertussen de publieke opinie in toenemende mate wakker wordt over wat hier aan het gebeuren is. Niet alleen met onze privacy, maar ook met onze rechtsstaat."

Zie voor de volledige uitspraken van de rechtbank op rechtspraak.nl ECLI:NL:RBGEL:2020:619 en ECLI:NL:RBGEL:2020:622.

Media:
Omroep Gelderland, 5 februari 2020: Arnhemse privacystrijder krijgt van rechter ongelijk over anoniem reizen
De Gelderlander, 5 februari 2020: Arnhemse privacyvechter Jonker vangt bot in zaak over anoniem reizen met het ov
Security.nl, 5 februari 2020: Arnhemmer verliest zaken over privacy in het openbaar vervoer
Tweakers, 6 februari 2020: Interview met Michiel Jonker - privacyactivist uit idealisme en irritatie.

Update 10 maart 2020: op 6 maart jl. heeft Jonker bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hoger beroep ingediend tegen de beide uitspraken van de rechtbank. In zijn hoger beroep gaat Jonker ook in op fundamentele vragen met betrekking tot "connectiviteit" en "autoritair denken". Jonker: "Na de uitspraken van de rechtbank op 4 februari jongstleden, was het me duidelijk dat er sprake is van twee fundamentele problemen als het gaat om rechtspraak over privacy. Het eerste probleem is de trend om de digitalisering van alles kritiekloos te omarmen, in plaats van daarin bewuste keuzes te maken: wat wel, en wat (nog) niet? En zo ja, hoe kan privacy dan op een reële manier worden gewaarborgd? Dat wordt dan 'connectiviteit' genoemd. Helaas hollen niet alleen bedrijven en ministeries achter die trend aan, maar ook de toezichthouder en sommige rechters.

Het tweede probleem is de autoritaire manier van denken die daarmee gepaard gaat, maar waarvan de toezichthouder en sommige rechters zich onvoldoende bewust lijken te zijn. De mens wordt gereduceerd tot een instrument voor de verwezenlijking van digitale ambities, en wordt dan niet langer gezien als een individu met een vrije wil, verantwoordelijkheid en rechten. In combinatie met elkaar leiden deze twee trends tot een totalitaire inrichting van de maatschappij, als er niet tijdig grenzen aan worden gesteld. Ik hoop dat de Raad van State dat nu zal doen, met verwijzing naar artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat beschermt het privéleven, wat meer is dan alleen persoonsgegevens."

Daarnaast heeft Jonker voor één van de vier onderdelen van zijn hoger beroep tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, waarin hij de Raad van State verzoekt om de AP te gelasten snel in te grijpen om het technisch buiten werking stellen van het zogeheten "ATB-systeem" voor de verkoop van internationale treintickets vooralsnog te stoppen, totdat de AP daar onderzoek naar heeft gedaan, in samenwerking met andere toezichthouders binnen de EU.

Jonker: "De AP en de rechtbank hebben feiten genegeerd die ik al op 31 januari 2019 onder de aandacht van de AP bracht, namelijk dat NS en andere railvervoerbedrijven aantoonbaar voornemens waren het ATB-systeem af te schaffen. Met dat systeem worden al tientallen jaren privacyvriendelijke, internationale treintickets verkocht. In februari 2020 bleek mij dat het ATB-systeem in november 2019 is afgeschaft. Als gevolg daarvan word ik nu verplicht om bij treinreizen naar Duitsland of Frankrijk mijn naam op te geven als ik een ticket koop, en die naam wordt dan verwerkt in een systeem. Als ik naar Frankrijk ga moet ik ook nog mijn geboortedatum opgeven. In de rechtszitting op 16 december 2019 heeft NS daar echter over gezwegen. Op die manier heeft NS niet alleen in samenwerking met andere vervoerbedrijven de privacy bij die tickets afgeschaft, maar ook heeft NS de rechtbank op dit punt willens en wetens misleid. Ik wil dat de Raad van State de AP verplicht om de afschaffing van het ATB-systeem nu alsnog te gaan onderzoeken, en om van de vervoerbedrijven te verlangen dat die het ATB-systeem als infrastructuur technisch in stand houden totdat het onderzoek is voltooid, zodat er geen onomkeerbare situatie ontstaat."

Voor het volledige hoger-beroepschrift van Jonker, getiteld "Lof der individualiteit - privacy, connectiviteit en autoritair denken", klik HIER (pdf, 191 pp).

Update 26 november 2020: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft aangekondigd drie hoger beroepen van Jonker inzake privacy in het openbaar vervoer ter zitting te zullen behandelen op maandag 8 februari 2021. Het betreft de volgende zaken:

- Contante betaling in de bus; AP en Connexxion (zaaknr. 2020-01625)
aanvang: 9:30u.

- Aanschaf internationale treintickets, restsaldo OV-chipkaart, servicekosten OV-chipkaart; AP, NS en mogelijk anderen (zaaknr. 2020-01629)
aanvang: 10:30u.

- Privacy-discriminatie bij OV-chipkaart; de-anonimisering van "anonieme" OV-chipkaart (zaaknr. 2019-07478)
aanvang: 11:30u.

Alle drie de zaken worden behandeld in het gebouw van de Afdeling bestuursrechtspraak aan de Kneuterdijk 22 in Den Haag.

Update 26 januari 2021: op 15 januari jl. heeft Jonker de motivering van zijn hoger beroepen aangevuld vanwege recente ontwikkelingen. In zijn aanvulling, getiteld "Bewegingscontrole en bewegingsbeperking", brengt Jonker naar voren dat een combinatie van attitudes bij vervoerbedrijven, de Nederlandse staat en sommige Nederlandse rechters het grondrecht van Nederlandse burgers dreigt uit te schakelen op bewegingsvrijheid met behoud van privacy, ook in situaties waar het niet nodig is dat grondrecht aan te tasten. Hij pleit voor een onafhankelijke rechterlijke toetsing waarbij de bedoeling van geldende wetten en verdragen wordt gerespecteerd.

Als gevolg van persoonlijke omstandigheden die verband houden met Covid-19, is Jonker verhinderd voor de geplande zittingen op 8 februari 2021. Hij heeft zich bereid verklaard om vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak schriftelijk te beantwoorden.

Jonker: "Het is vervelend, maar het is niet anders. Ik hoop dat de Afdeling zelf naar wegen zoekt om het proces toch op een faire manier te laten plaatsvinden, mede met het oog op het maatschappelijke belang ervan."

Update 15 februari 2021: vanwege een falende video-verbinding op 8 februari jl. heeft de Raad van State de behandeling van Jonkers hoger beroepen tot nader orde uitgesteld.

Jonker: "Het is voor alle betrokkenen heel frustrerend. Ik begrijp het belang van een zitting waarin live van gedachten kan worden gewisseld. Als dat technisch niet lukt, ben ik persoonlijk bereid om, gezien de uitzonderlijke omstandigheden, schriftelijk te reageren op eventuele vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en op inbreng van andere partijen ter zitting, zoals die in de zittingsaantekeningen is vastgelegd. Het is in het belang van alle OV-reizigers dat de zaak niet voor onbepaalde tijd wordt aangehouden. Het is aan de Afdeling bestuursrechtspraak om te bepalen hoeveel uitstel de zaak kan verdragen, met andere woorden: op welk moment de rechtszekerheid van OV-reizigers vereist dat de behandeling op enige wijze wordt voortgezet. Zoals het gezegde luidt: justice delayed is justice denied..."

Update 8 juli 2021: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 5 juli jl. de drie hoger beroepen van Jonker over privacy in het OV behandeld in drie opeenvolgende zittingen. In elke zitting ging het over de weigering van de AP om (voldoende) onderzoek te doen en de weigering van de AP om handhavend op te treden:

Zitting 1: de weigering van contante betaling in de bus door Connexxion.

Zitting 2: drie inbreuken op de privacy door NS:
a) verwerking persoonsgegevens bij teruggave van restsaldo op "anonieme" OV-chipkaarten aan de eigenaar;
b) NS eist persoonsgegevens van reizigers die aan de balie een internationaal treinkaartje binnen de EU willen aanschaffen;
c) NS brengt extra service-kosten in rekening aan reizigers die aan de balie privacy-vriendelijk (en dus contant) willen betalen voor het opladen van hun "anonieme" OV-chipkaart.

Zitting 3: drie inbreuken op de privacy door NS:
a) ontbrekende anonimiteit van de tot voor kort als "privacy-vriendelijk" verkochte "anonieme" OV-chipkaart, en het bedrog van NS daarover totdat het uitkwam;
b) privacy-discriminatie van houders van een voordeelurenabonnement (VDU): zij krijgen geen voordeelurenkorting als zij reizen met een "anonieme" OV-chipkaart;
c) privacy-discriminatie bij de uitvoering van de regeling Geld Terug Bij Vertraging (GTBV): houders van "anonieme" OV-chipkaarten krijgen alleen hun geld terug als zij hun OV-chipkaart feitelijk de-anonimiseren, waardoor niet alleen de vertraagde reis, maar ook alle andere reizen door NS en/of TLS geregistreerd kunnen worden.

Jonker: "De zeven inbreuken op de privacy die in deze drie zittingen werden behandeld, geven een beeld hoe Nederlandse vervoerbedrijven gezamenlijk aan alle kanten proberen om de reisgegevens (plaatsen en tijden van de privé-reizen van mensen) buit te maken, en om het reizigers die hun privacy proberen te behouden, zo moeilijk mogelijk te maken. Dit wordt gestimuleerd door verschillende ministeries, andere overheidsinstanties (bijvoorbeeld het CBS) en allerlei en gremia uit het zogenoemde "maatschappelijke middenveld" (de polder). De Autoriteit Persoonsgegevens weigert ertegen op te treden. De data-roof is in volle gang. Het lijkt of ook rechters die niet willen stoppen. Mijn analyse van oktober 2019 dat er in Nederland sprake is van een conglomeraat van overheden en bedrijven dat reële privacy in het openbaar vervoer wil afschaffen, wordt op deze manier opnieuw bevestigd.

Als de Raad van State gaat oordelen dat deze willekeur van vervoerbedrijven bij het verwerken van persoonsgegevens is toegestaan, en die willekeur daarmee gaat legaliseren, dan is het duidelijk dat privacy in Nederland in rechte niet meer wordt beschermd en daarmee in de praktijk wordt afgeschaft. Het grondrecht op privacy is er dan niet meer. In plaats daarvan is privacy dan alleen nog een gunst die in sommige gevallen aan sommige mensen wordt verleend, met willekeur en op instrumentele gronden, bijvoorbeeld politieke of relationele gronden - maar aan andere mensen niet. De overheid en grote bedrijven mogen dan, zonder onze toestemming, ongehinderd tot diep in ons privé-leven doordringen en ons via die weg aansturen, belonen en straffen."

Een interview met Jonker, video-samenvattingen van de drie zittingen en de integrale video-opnamen van de zittingen zijn te vinden op de site van Potkaars: https://potkaars.nl/blog/2021/7/7/de-veronderstelling-dat-je-het-recht-hebt-anoniem-door-het-leven-te-gaan-ter-discussie-gesteld-door-de-ns

Media:
Volkskrant verslaggeverscolumn 6 juli 2021: Privacy bestaat niet meer, en dat lieten we zelf gebeuren 

Update 22 november 2021: op 10 november 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in de drie hoger beroepen die Jonker had ingesteld tegen de weigeringen van de AP om handhavend op te treden tegen de aantasting van privacy in het openbaar vervoer:

- zaak OV-chipkaart: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2021:2509 

- zaak-Connexxion (contante betaling): http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2021:2511 

- zaak-NS 3e tranche (o.a. internationale treintickets): http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2021:2514.

De Raad van State verklaarde alle hoger beroepen op alle onderdelen ongegrond. Jonker geeft aan de uitspraken nog nader te zullen bestuderen wanneer hij "weer energie heeft verzameld", voordat hij definitieve conclusies trekt. Wel wil hij al het volgende kwijt:

Jonker: "Met deze uitspraken heeft de Raad van State het recht op privacy in het openbaar vervoer afgeschaft. Iedere individuele reiziger mag overal gevolgd en geregistreerd worden, zonder dat daarvoor een specifieke noodzaak hoeft te worden aangetoond. Het is bijvoorbeeld voldoende dat een vervoerbedrijf het zelf 'efficiënt' vindt om dat te doen. Volgens de interpretaties van de Raad van State biedt de AVG daar geen bescherming tegen. Artikelen 5 en 6 AVG zijn door de RvS op deze manier betekenisloos gemaakt. Nadat vervoerbedrijven zoals NS en Connexxion de privacy feitelijk al hadden afgeschaft, heeft de Raad van State dat nu achteraf voorzien van juridische goedkeuring en het daarmee gelegaliseerd. Ik heb in 2019 al een analyse aangeleverd aan de Tweede Kamer en de Raad van State over wat er met privacy in het OV aan het gebeuren is. Daar heeft de Tweede Kamer niets mee gedaan. Nu blijkt ook de Raad van State die analyse en mijn andere argumenten nagenoeg volledig te hebben genegeerd."

Gevraagd of dit voor hem persoonlijk een klap is, antwoordt Jonker: "Ja, althans in zoverre dat ik dit al enige tijd zag aankomen, zoals ik afgelopen zomer ook in een interview heb aangegeven. Het is goed dat de rechtszittingen op 5 juli van dit jaar integraal op video zijn opgenomen en gepubliceerd bij dat interview. Zo kan iedereen zelf zien tot welk bedroevend niveau de heren rechters zich op sommige momenten verlaagden. Het is me nu definitief duidelijk dat Nederland op wezenlijke punten, waaronder het grondrecht op privacy, geen rechtsstaat meer is. Vorige week was er in het nieuws dat de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak met veel bombarie 'oprechte excuses' aanbood voor het feit dat de Raad van State in de Toeslagenaffaire allerlei zaken had genegeerd. Zulke excuses vind ik volstrekt ongeloofwaardig en opportunistisch. Die worden alleen gegeven omdat de hoge rechters in die zaak betrapt zijn en het daar niet meer onder het vloerkleed kunnen vegen. Zoals de uitspraken in mijn hoger beroepen laten zien, denderen die rechters ondertussen gewoon door als uitvoerders van het machtsapparaat waar ze deel van uitmaken. Ik zie ze niet langer als rechters, maar als prelaten, bekleed met de arrogantie van de macht. Onze machthebbers willen dat wij geen reële privacy meer hebben, maar alleen nog genadebrood eten voor zover zij ons dat met hun gedigitaliseerde systemen toestaan, in de vorm van tijdelijke gunsten. Zo van: je moet erop vertrouwen dat wij jou nu eventjes niet zullen volgen, ook al hebben wij al onze beloften op dat punt in het verleden gebroken..."

Gevraagd wat hij nu verder gaat doen, antwoordt Jonker: "Ten eerste ga ik nu onderzoeken hoe ik me als individuele onderdaan - niet langer burger - het beste kan verhouden tot het feit dat we niet meer in een rechtsstaat leven. Zonder privacy is er geen werkelijke vrijheid, en wordt het moeilijker om onze vrijheid te verdedigen of te herstellen. Voor mij is dit een groot verlies. Ik zal waarschijnlijk ook steun zoeken bij geestverwanten, om te kijken of er mogelijkheden zijn voor het leggen van een basis voor een terugkeer van de rechtsstaat. Ik begrijp dat veel mensen zich hier niet erg druk om maken zolang er maar brood op de plank is en er van tijd tot tijd feest kan worden gevierd. Ik sta daar anders in, vooral ook met het oog op de langere termijn.

Ten tweede zal ik, wanneer ik mijn energie weer verzameld heb, kijken of het zinvol is om over deze drie uitspraken een verzoekschrift in te dienen bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Er is mij al geadviseerd dat dat niet kansrijk is, omdat het EHRM tegenwoordig in veel gevallen dezelfde anti-rechtsstatelijke houding aanneemt als de Nederlandse Raad van State. 90% van de verzoekschriften wordt niet eens in behandeling genomen, en ik heb begrepen dat men in de burelen van het EHRM privacy-zaken soms ridiculiseert. Ze maken zich boos over wat er in Polen met het constitutionele hof aldaar gebeurt, niet omdat dat anti-rechtsstatelijk is - we hebben in Nederland niet eens een constitutioneel hof - maar omdat het niet in lijn is met de wensen van centrale machthebbers in de EU. Bij Polen of bij de Brexit en Noord-Ierland wordt er door de EU gezwaaid met het belang van 'the rule of law', maar voor de EU en het EHRM zijn de rechtsstaat en privacy in de praktijk vooral economische en politieke instrumenten, geen zelfstandige of intrinsieke doelen.

Ik zal proberen te kijken of het indienen van een verzoekschrift in die omstandigheden toch zinvol kan zijn, als signaal of ter documentatie voor later. Bijvoorbeeld om de verantwoordelijkheid voor de afschaffing van reële privacy-bescherming in het openbaar vervoer op alle juridische niveaus zichtbaar en aantoonbaar te maken."

Privacy First steunt Jonker indien hij besluit een verzoekschrift bij het EHRM in te dienen. 

Media:
Security.nl, 23 november 2021: Privacyactivist verliest hoger beroep over anonieme OV-chipkaart 
Tweakers, 23 november 2021: Autoriteit Persoonsgegevens hoeft van Raad van State niet op te treden tegen NS 
TechnologIE, privacy en recht, 10 december 2021: Privacy activist loses appeal over anonymous OV chip card! 

Update 2 maart 2022: op 25 februari jl. heeft Jonker een verzoekschrift verzonden naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM, ECtHR), waarin hij naar voren brengt dat de drie uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 10 november 2021 niet in overeenstemming zijn met artikel 8 en 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM, ECHR).

Het Engelstalige verzoekschrift (een zogeheten "application") heeft als titel: "Public Transport - a Railroad to Surveillance?". In het verzoekschrift stelt Jonker het belang van materieel recht ("substantive justice") centraal. Als het Europese mensenrechtenverdrag alleen formeel en procedureel wordt geïnterpreteerd, wordt het recht op privacy niet adequaat beschermd. Jonker: "Het was een hele klus om het volgens de regels van het Europese Hof te doen. Uiteindelijk ging het om een pakket van 993 pagina's: het aanvraagformulier van 13 pagina's, een annex van 19 pagina's en de overige bijlagen: 961 pagina's - allemaal enkelzijdig afgedrukt en handmatig doorgenummerd. Ik hoop dat ik aan alle regels heb voldaan. Als het Europese Hof mijn verzoekschrift desondanks niet-ontvankelijk zou verklaren, dan zou dat duidelijk maken dat individuele Europese burgers in de praktijk geen toegang hebben tot het hof dat hun mensenrechten dient te beschermen. Ik hoop natuurlijk dat het hof ziet dat dit om een serieuze zaak gaat: de mogelijkheid voor Nederlandse en Europese burgers om met het openbaar vervoer te reizen zonder continu gemonitord te worden. Als wij geen China 2.0 willen worden, dan is openbaar vervoer met behoud van privacy van cruciaal belang."

Voor de tekst van Jonkers verzoekschrift, klik HIER (pdf). 

Media: 
TechnologIE, privacy en recht, 10 mei 2022: Dutch public transport - a railroad to surveillance?

Update 6 oktober 2022: op 8 september jl. heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) het verzoekschrift van Jonker niet-ontvankelijk verklaard en daarmee geweigerd de zaak in behandeling te nemen. Het hof motiveert deze beslissing summier: "Op grond van zijn jurisprudentie (...), in het licht van het materiaal waarover hij beschikt en voor zover de zaken waarover geklaagd wordt binnen zijn competentie vallen, is het Hof van oordeel dat deze niet aannemelijk maken dat er sprake zou zijn van een aantasting van de rechten en vrijheden zoals bedoeld in het Verdrag of de daarbij behorende Protocollen en dat er niet voldaan is aan de ontvankelijkheidsvereisten in artikelen 34 en 35 van de Conventie." (vertaling door Jonker)

Na het raadplegen van de jurisprudentie waarnaar het EHRM verwijst (twee eerdere uitspraken van het EHRM), spreekt Jonker van een "bizarre beslissing die de geloofwaardigheid van de rechtbescherming die artikel 8 EVRM heet te bieden, fundamenteel aantast". Uit de weigering van het Hof om deze zaak zelfs maar te in behandeling te nemen, blijkt volgens Jonker dat "de privacy van reizigers in het openbaar vervoer in het geheel niet wordt beschermd door de rechterlijke instantie die, als alle andere bescherming faalt, als enige nog een waarborg kan bieden, en ook moet bieden, dat artikel 8 van het EVRM daadwerkelijk wordt toegepast."

Het EHRM verwijst naar twee eerdere uitspraken in zaken die volgens het EHRM kennelijk "in wezen gelijk" zijn aan de door Jonker naar voren gebrachte zaak. Het lijkt of het EHRM de behandeling van Jonkers zaak om die reden niet nodig vindt en hem daarom niet-ontvankelijk heeft verklaard. De twee zaken waarnaar het EHRM verwijst, hebben beide betrekking op bedrijven die enkele werknemers hadden ontslagen na hen te hebben gemonitord en misdragingen te hebben geconstateerd. In die zaken kwam het EHRM tot de conclusie dat het ontslag, ondanks de heimelijke verwerking van persoonsgegevens, niet onrechtmatig was. Het EHRM lijkt het heimelijk monitoren van werknemers door hun eigen werkgever, op grond van concrete verdenkingen, gelijk te stellen aan het monitoren van de privé-reizen van miljoenen OV-gebruikers door vervoerbedrijven.

Jonker: "Het EHRM stelt het recht van een werkgever om zijn eigen medewerkers tijdens werktijd voldoende te controleren na een specifieke verdenking, ten onrechte gelijk aan een recht van een vervoerbedrijf om privégegevens van willekeurige reizigers te verzamelen, zonder dat die klanten van enige overtreding worden verdacht. Eigenlijk zegt het EHRM hiermee twee dingen: 1. OV-reizigers mogen qua gegevensverwerking behandeld worden alsof ze geen klanten van het vervoerbedrijf zijn, maar werknemers van dat bedrijf. En 2. OV-reizigers mogen qua gegevensverwerking behandeld worden alsof er op hen een concrete verdenking rust. Op deze manier blijft er van het recht op privacy natuurlijk niets over. Als iedere privépersoon mag worden behandeld als een verdachte werknemer, dan leven we in een surveillance-maatschappij. Artikel 8, tweede lid van het EVRM staat surveillance alleen toe voor zover die noodzakelijk is in een democratische samenleving. Dat wordt door het EHRM op deze wijze genegeerd."

Gevraagd wat de verklaring zou kunnen zijn voor deze beslissing van het EHRM, antwoordt Jonker: "Ik kan natuurlijk niet in het hoofd van de betreffende rechter kijken. Het enige waar ik op af kan gaan, is de summiere motivering en de jurisprudentie waarnaar verwezen wordt. Door de zaak niet eens in behandeling te nemen, maakt het EHRM het onmogelijk om hierover duidelijkheid te krijgen, want tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. Op deze manier maakt het EHRM natuurlijk een lachertje van het idee dat er sprake zou zijn van kenbaar recht. Maar als ik mag raden naar mogelijke redenen, dan zie ik er twee. Ten eerste denk ik dat het EHRM, met zijn enorme werklast en structureel gebrek aan personeelscapaciteit, heel pragmatisch zoveel mogelijk zaken niet-ontvankelijk wil verklaren, en dus naar redenen zoekt - desnoods voorwendselen - om dat te kunnen doen. Dus dan denkt zo´n rechter: waar vind ik jurisprudentie waarmee ik deze zaak terzijde kan schuiven? Wie zoekt zal vinden, en als zo'n rechter dan iets ziet wat op het eerste gezicht bruikbaar lijkt, dan denkt-ie: waarom niet? Dat het dan om een heel ander soort zaak gaat, maakt voor zo'n rechter dan niet uit, want de indiener van het verzoekschrift kan toch niets meer doen als de zaak niet-ontvankelijk wordt verklaard. Ik denk dat de directe reden voor de niet-ontvankelijkheidsverklaring heel oppervlakkig en pragmatisch kan zijn."

Een tweede mogelijke reden ziet Jonker in het feit dat een vervoersbewijs, bijvoorbeeld een treinticket, door de rechter wordt opgevat als een "contract" en om die reden wordt gelijkgesteld aan het arbeidscontract dat een werknemer heeft met zijn werkgever. Jonker: "Hier zie je de politieke doorwerking van het neoliberalisme in de opvattingen van rechters die onafhankelijk de wet zouden moeten uitleggen. Ze wensen niet meer te zien dat er een verschil is tussen een contract waarvoor een werknemer willens en wetens heeft getekend toen hij vrijwillig werk aanvaardde, en de algemene voorwaarden die een vervoerbedrijf eenzijdig heeft opgesteld en oplegt aan miljoenen OV-reizigers die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer. Dit is tekenend voor de manier waarop de EU en kennelijk ook het EHRM een neoliberale logica hebben geïnternaliseerd die in strijd is met internationale verdragen zoals het EVRM. Ik heb in mijn verzoekschrift aan het EHRM op het misbruik van het contractbegrip gewezen en aangegeven dat er geen democratische noodzaak bestaat voor de betreffende aantastingen van de privacy. Ik heb aangegeven dat de Raad van State heeft geweigerd om de zaak rechtstreeks aan het EVRM te toetsen. Maar nu weigert het EHRM zelf óók om de zaak inhoudelijk aan het EVRM te toetsen. Tja, als het EHRM weigert mijn verzoekschrift te behandelen, dan kunnen er over het cruciale punt van de verhouding tussen een democratische noodzaak en de bepalingen in een door een bedrijf opgesteld contract ook geen argumenten worden gewisseld. Er ontstaat dan een juridisch stilzwijgen dat de weg vrijmaakt voor een voortzetting van het machtsmisbruik. Er is dan geen rechtsbescherming." Voor Jonkers nadere analyse van de door het EHRM genoemde jurisprudentie, zie HIER (pdf).

Gevraagd welke conclusies hij trekt uit de zaak, antwoordt Jonker: "Juridisch gezien is dit het einde van het verhaal. Ik constateer dat zowel Nederlandse rechters als het Europese mensenrechtenhof weigeren het grondrecht op privacy in het openbaar vervoer te beschermen. Als die rechters met steekpenningen omgekocht waren, had de uitkomst niet slechter kunnen zijn. Dit is slechts één voorbeeld van de manier waarop privacy in naam wordt gerespecteerd, maar in feite wordt geëlimineerd. Eén van de gevolgen daarvan is dat er van mijn vertrouwen dat we in een zogeheten 'rechtsstaat' zouden leven, weinig meer over is. Het recht - 'de rule of law' - is gereduceerd tot een retorisch middel om bepaalde politieke doelen te dienen."

Jonker vergelijkt wat er in de EU op dit moment met de privacy van inwoners gebeurt, met de drie Poolse delingen aan het eind van de achttiende eeuw. "Europese machthebbers wilden Polen niet alleen als reëel bestaande staat van de kaart vegen, maar probeerden na de laatste deling ook de herinnering aan wat Polen ooit geweest was, uit te wissen. Het duurde meer dan honderdtwintig jaar voordat Polen weer boven water kwam, in een nieuwe, andere vorm. Tegenwoordig vinden we het gedrag dat de grote Europese mogendheden destijds vertoonden, misdadig - kijk maar hoe we denken over Poetin en zijn huidige poging om Oekraïne op te delen. Misschien zullen we ooit op dezelfde manier kijken naar de manier waarop Europese machthebbers tegenwoordig onze privacy om zeep helpen, met collaboratie van rechters op alle niveaus. Die machthebbers en rechters zullen niet worden gestraft, net zo min als Catharina de Grote, de Habsburgers, de Pruisische vorsten en hun dienaren destijds werden gestraft om wat ze met Polen deden. Door het falen en de hypocrisie van zogenaamde vertegenwoordigers van de Europese rechtsorde, begin ik de laatste tijd meer begrip te krijgen voor mensen die de EU als een onderdrukker zien. Ik hoop bijvoorbeeld dat de Oekraïners, wanneer ze de Russische aanvallers eenmaal hebben verdreven, zich vervolgens niet van de weeromstuit met huid en haar aan een steeds imperialistischer EU zullen zullen overleveren, maar hun vrijheid, inclusief hun privacy, ook dan zullen verdedigen. Maar ik vrees het ergste."

Hij trekt een zuur gezicht. "Ik heb sinds het begin van deze zaak in 2014 consequent mijn zogenaamd anonieme OV-chipkaart gebruikt, terwijl ik jaarlijks ook 60 euro betaalde voor mijn dalurenkaart die 40% korting had moeten bieden, maar die door NS ongeldig werd verklaard in combinatie met de anonieme OV-chipkaart. Ik heb dus acht jaar lang 66% te veel betaald voor mijn treinreizen in de daluren, plus een abonnement dat NS mij niet toestond te gebruiken met behoud van privacy. Jaarlijks gaat het dan toch om enkele honderden euro's. Dat geld zal ik nooit meer terugkrijgen, dat is door NS gestolen. Dit is Nederland, een land van dieven met witte boorden."

Is dat dan het einde van het verhaal voor wat betreft privacy in het openbaar vervoer? Jonker: "Misschien nog niet helemaal. Naar aanleiding van één onderdeel van de zaak, namelijk het eisen van persoonsgegevens bij internationale treintickets, heb ik om juridisch-technische redenen in 2020 een tweede handhavingsverzoek ingediend. Inmiddels heeft de AP naar aanleiding daarvan een onderzoek gestart. Ook heeft de SP daarover recentelijk schriftelijke kamervragen gesteld aan de minister. Dat loopt dus nog. Maar gezien het ontbreken van Europese of internationaalrechtelijke rechtsbescherming, vraag ik me af of er voldoende politieke druk kan ontstaan om de privacy van internationale treinreizigers serieus te gaan nemen. En zelfs als dat gebeurt, zou dat niet meer zijn dan een druppel op een gloeiende plaat. Want de systematische, grootschalige privacy-schending met het Nederlandse OV-chipkaart-systeem, die wordt gewoon toegestaan - dat wil zeggen door de AP gedoogd en door de rechters gelegaliseerd of niet behandeld."

Gevraagd welke conclusies hij voor zichzelf trekt, antwoordt Jonker: "Ik heb in deze zaak de juridische weg tot het einde toe gevolgd, mede om te testen of er uiteindelijk nu wel of geen sprake is van rechtsbescherming op het gebied van privacy. Als je het als een experiment ziet, dan is de uitkomst na acht jaar procederen duidelijk: er is geen serieuze rechtsbescherming, de AVG en artikel 8 EVRM worden in de praktijk misbruikt als wassen neuzen. Er lopen nog een paar andere privacy-procedures, die wil ik netjes afmaken, maar ik verwacht er niet veel meer van. Als het recht faalt, blijft de politiek over. Maar ik ben geen politiek dier. En bovendien is het ontwikkelen van politieke kracht afhankelijk van het bewustzijn van mensen. Misschien dat ik op een bescheiden manier iets kan bijdragen aan privacy-bewustzijn."

Jonker zegt dat hij in één van zijn motiveringen aan de raad van State, op 29 april 2020, schreef over wat hij "de banaliteit van het derde kwaad" noemt. "Dat hoofdstuk eindigde als volgt: 'Dit derde kwaad, de sluipende eliminatie van humaan bewustzijn, kan niet op spectaculaire wijze bedwongen worden met tanks of raketten, maar alleen door middel van aanwending van individueel en collectief bewustzijn, de daaruit voortvloeiende collectieve wil, en de daar weer uit voortvloeiende wetgeving, rechtspraak en wetshandhaving.' Dus ik denk dat het zaak is om te werken aan nieuw bewustzijn als basis om uit te groeien boven de huidige, technocratische tunnelvisie. Het echte probleem is humanitair, niet technisch. Alleen door humaniteit centraal te stellen, kunnen we komen tot een herstel van een humane rechtsstaat. De afgelopen tweeënhalf jaar, sinds de coronacrisis, zijn er al enorm veel mensen wakker geworden over hoe we onze vrijheid en humaniteit steeds verder dreigen te verliezen. Dus ik denk dat er zeker een basis gelegd is die verder kan groeien. Of dat genoeg is om op dit punt een ramp te voorkomen, daar durf ik geen voorspelling over te doen. Het gaat erom nieuwe bronnen te vinden en tegelijk oude bronnen van humaniteit en recht te blijven kennen en respecteren."

Vindt hij dat niet een beetje zweverig en passief? Jonker: "Nee hoor. Het is een misverstand om te denken dat bewustzijn zou betekenen dat je niet meer bereid bent om ergens voor te knokken. Kijk naar Oekraïne. Daar is razendsnel een collectief bewustzijn gegroeid over humane en nationale waarden die men wil beschermen en verdedigen. Desnoods ook met geweld van wapenen. Ik hoop natuurlijk dat het hier in Nederland nooit nodig zal zijn. Maar dat kan ik ook niet uitsluiten. Je ziet dat onze huidige regering niet bijster geïnteresseerd is in redelijke argumenten. Maar als boeren met tractoren snelwegen blokkeren, dan neemt de interesse van onze regering in een dialoog opeens toe. Iets vergelijkbaars hebben we gezien met de Gele Vestjes in Frankrijk. Waarom is de Franse overheid wel bereid om alle Franse burgers effectief te beschermen tegen extreem hoge energieprijzen, terwijl de Nederlandse regering er tot voor kort indirect blijk van gaf hele bevolkingsgroepen voor de bus te willen gooien? Dat heeft alles te maken met die Gele Vestjes. Wie weet zullen er ooit gele, groene of paarse vestjes nodig zijn om onze privacy te verdedigen of terug te winnen."

Gepubliceerd in Mobiliteit

Afgelopen vrijdag heeft Stichting Privacy First zich aangemeld voor deelname aan het Informatieberaad Zorg. Het zou voor het eerst zijn dat een organisatie met ANBI-status wordt toegelaten tot het overlegorgaan van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De ANBI-status van Privacy First zou echter ook zomaar het struikelblok kunnen zijn.

Het Informatieberaad Zorg

Het Informatieberaad Zorg is een bestuurlijke samenwerking tussen, tot op heden, uitsluitend deelnemers uit het zorgveld en het Ministerie van VWS. In het Informatieberaad werken overheid en zorgpartijen samen aan een basis waarin zorggegevens veilig en betrouwbaar uitgewisseld kunnen worden.

In het AO Gegevensuitwisseling in de zorg van 9 oktober jl. heeft Minister Bruins (VWS) op verzoek van het Kamerlid Van Kooten-Arissen aangegeven Privacy First voor te dragen als lid van de kerngroep van het Informatieberaad Zorg. De aanleiding hiervoor is een eerdere motie van de Tweede Kamer waarin de Minister wordt opgeroepen "privacy- en burgerrechtenorganisaties actief te betrekken in de kerngroep en de expertcommunities van het Informatieberaad Zorg".

Privacy by Design

In toenemende mate zien we dat er naar privacy en de AVG verwezen wordt als struikelblok voor de uitwisseling van gegevens. In onze optiek komt privacy pas te laat in beeld bij beleidsontwikkeling. Het gebruik van 'privacy by design' kan helpen om dit te voorkomen.

Privacy by design zorgt ervoor dat privacy een kerncomponent wordt van producten of diensten. Tijdens de ontwikkeling wordt privacy een integraal onderdeel van het product of dienst, zonder afbreuk te doen aan de functionaliteit daarvan.

De ambitie van Privacy First is het zoeken naar een duurzame inbedding van het privacybelang in de zorg. We willen laten zien hoe dit kan helpen de uitwisseling van gegevens effectiever en efficiënter te maken en zo de kwaliteit van de zorg te verhogen.

Gaat het ook gebeuren?

Als gevolg van de opzet van het Informatieberaad Zorg zijn de criteria voor toelating primair gericht op belangenorganisaties die artsen of patiënten vertegenwoordigen. Als burgerrechtenorganisatie en ANBI-statushouder is Privacy First een 'vreemde eend in de bijt'. Hiermee ontstaat de vraag hoe de aangenomen Kamermotie zich verhoudt tot deze criteria. Nog belangrijker is de vraag hoe de huidige leden van het Informatieberaad hier naar kijken en of zij zich comfortabel voelen bij de deelname van Privacy First.

Onze kennismaking met het Ministerie van VWS op 26 november jl. was in ieder geval een constructieve en zeer interessante uitwisseling van inzichten over visie op de zorg. Onze hoop is dat de huidige leden van het Informatieberaad op eenzelfde wijze naar onze brief zullen kijken.

Meer duidelijkheid verwachten we na een stemming in het Informatieberaad Zorg op 10 februari 2020.


Referenties:

Privacy Company, De zeven principes van privacy by design
https://www.privacycompany.eu/blogpost-nl/hoe-pas-je-de-zeven-principes-van-privacy-by-design-toe-in-jouw-organisatie 

Informatieberaad Zorg
https://www.zorginstituutnederland.nl/over-ons/programmas-en-samenwerkingsverbanden/informatieberaad-zorg

OfficieleBekendmakingen.nl, Motie van de leden Van Kooten-Arissen en Hijink
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29515-426.html

Open brief van Privacy First aan het Informatieberaad Zorg (pdf).

Gepubliceerd in Medische privacy
woensdag, 06 november 2019 17:24

Dataroof

Column: Dataroof

Door Simone van Dijk


In een koffer onder mijn bed liggen spulletjes van vroeger. Spulletjes waar ik waarde aan hecht en al die jaren heb bewaard. Hiertussen zitten ook mijn getuigschriften en rapporten van mijn basis- en middelbare school. Deze getuigschriften en rapporten zijn allemaal handgeschreven. Ik heb daar een versie van en wellicht heeft de school daar ook nog enige tijd een versie van bewaard. Na verloop van tijd zijn de versies van school vernietigd. Weg, niet meer terug te vinden.

Over de tijd tussen de rapporten is niets over mij gedocumenteerd. Hoe ik precies presteerde op een woensdag in november, hoe mijn stemming was, hoe mijn psychische of fysieke toestand was, waar ik was, met wie ik omging en wat ik deed, is niet bekend en niet meer terug te halen. Wellicht een getuigenis van een oud-leraar die zich nog iets over mij herinnert, een specifieke gebeurtenis. Maar niets is terug te halen tot op een bepaalde dag, een bepaalde tijd. Alleen mijn getuigschriften en rapporten zijn er nog. En alleen ingeval ik beslis de inhoud hiervan aan iemand bekend te maken wordt deze informatie over mij geopenbaard. Anders niet.

Dat is nu anders. Google is bezig de openbare scholen massaal te voorzien van Chromebooks (zie Volkskrant, 1 november 2019, reportage over Google en basisonderwijs). Een laptop die draait op het besturingssysteem Chrome van Google en waarmee kinderen werken op de online harde schijf (cloud) van Google. De Chromebooks zijn goedkoop en de software wordt gratis geleverd. De verkoop hiervan is dan ook niet de core business van Google. De Chromebooks zijn slechts een middel om te verkrijgen waar het Google daadwerkelijk om gaat. Data, het liefst zoveel mogelijk.

Data is de olie van deze tijd. Bedrijven als Google worden exorbitant rijk omdat zij in data handelen. Onze data. Merkwaardig genoeg blijken wij telkens weer bereid om deze zo waardevolle data gratis weg te geven. En niet alleen onze data, ook de data van onze kinderen.

Ouders, leraren maar ook de overheid lijken zich niet bewust van wat er speelt. Kinderen laten via de Chromebooks digitale sporen achter die gebruikt kunnen worden om het gedrag van onze kinderen te voorspellen en te sturen. Deze data kan direct uit de leerresultaten worden gehaald, maar ook nog uit de zogenaamde ‘restdata’. Dit is informatie zoals welk thema stel je als achtergrond in, welke kleur buttons kies je, hoe snel of hoe langzaam typ je, welke spelfouten maak je, wat is je locatie, wie zijn je contacten, hoe klinkt je stem en hoe is je gezichtsuitdrukking die via de camera op de laptop kan worden gefilmd.

Aan de hand van al deze data kan onder andere voorspeld worden wat de persoonlijkheid van onze kinderen is, wat hun gevoelens zijn, wanneer ze kwetsbaar zijn, wanneer ze moe zijn, wanneer ze zich zorgen maken, wat hun seksuele geaardheid is en uiteindelijk ook wat hun politieke voorkeur is of zal zijn. Daarnaast kan deze informatie gecombineerd worden met data van klasgenootjes, broertjes en zusjes en data van de ouders. Op deze manier kan Google ook inzicht krijgen over wat zich binnen een gezin afspeelt. Al deze informatie zou je normaal gesproken niet zomaar prijsgeven. En zeker niet zomaar met duizenden bedrijven en mensen delen waarvan je niet weet wie ze zijn en wat ze met deze informatie over jou gaan doen.

Al deze data wordt opgeslagen en zal er nooit meer ‘niet’ zijn. Alles wat onze kinderen in hun jeugd doen en denken blijft voor altijd bekend. Niet zozeer bij henzelf maar bij ‘hen’, wie dat dan ook mogen zijn. Een permanent record wordt over onze kinderen bijgehouden en opgeslagen.

Het gedrag van onze kinderen kan niet alleen voorspeld worden, maar ook gestuurd, gemanipuleerd. Zo kunnen onze kinderen verleid worden tot de koop van bepaalde producten en tot het maken van politieke keuzes, zonder dat zij het gevoel hebben dat ze worden gestuurd. Niet alleen de persoonlijke vrijheid van onze kinderen komt hiermee in het geding, maar ook onze democratie.

En aan wie geven we die data? Ingeval van Google Chromebooks aan Google die het vervolgens aan honderden of misschien wel duizenden bedrijven kan doorverkopen. Bedrijven met medewerkers die we niet kennen. We hebben geen idee aan wie het wordt verkocht, wat ze er mee doen, welke conclusies er over onze kinderen worden getrokken en welke gevolgen deze voor onze kinderen kunnen hebben, nu en in de toekomst. Google stelt dat zij deze data niet doorverkoopt. Maar zelfs als dit waar zou zijn dan nog zou je niet willen dat Google deze data over onze kinderen in haar bezit heeft.

Via Google Chromebooks geven wij ouders, scholen, maar ook zeker de overheid al deze waardevolle en gevoelige informatie over onze kinderen gratis en zonder enige nadere overdenking weg. Informatie die wij zelf in een koffer onder ons bed hebben staan. Informatie waar wij zelf over beslissen of wij die met anderen delen.

Wij ontnemen onze kinderen de mogelijkheid om later zelf te beslissen wat zij over zichzelf in de openbaarheid willen brengen. Wij ontnemen hen het recht om ongezien fouten te kunnen maken. Wij brengen hun recht op vrijheid en democratie ernstig in het geding.

Er ligt dan ook niet alleen een taak voor de ouders en scholen om onze kinderen tegen deze ‘dataroof’ (Shoshana Zuboff, The Age of Surveillance Capitalism, NPO 2 VPRO Tegenlicht ‘De grote dataroof’) te beschermen, maar ook voor de overheid. Immers, moeten wij als land willen dat deze zo waardevolle en gevoelige informatie van onze toekomstige generatie in handen ligt bij Google en wellicht duizenden andere bedrijven of mogendheden waarvan wij niet weten wie zij zijn en wat hun intenties zijn?

Gepubliceerd in Kinderen en Privacy

Fundamentele rechtszaak tegen massale risicoprofilering van onverdachte burgers

Op dinsdag 29 oktober as. om 9.30 uur vindt in de Rechtbank Den Haag de rechtszitting plaats in de bodemprocedure van een brede coalitie van maatschappelijke organisaties tegen het Systeem Risico Indicatie (SyRI). SyRI licht met geheime algoritmen complete woonwijken door om burgers te profileren op het risico dat ze frauderen met sociale voorzieningen. Volgens de coalitie van eisers vormt dit systeem een bedreiging voor de rechtsstaat en moet SyRI onrechtmatig worden verklaard.

De groep eisers, bestaande uit de Stichting Platform Bescherming Burgerrechten, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Stichting Privacy First, Stichting KDVP en de Landelijke Cliëntenraad, daagde in maart 2018 het Ministerie van Sociale Zaken voor de rechter. Auteurs Tommy Wieringa en Maxim Februari, die zich eerder zeer kritisch uitspraken over SyRI, sloten zich op persoonlijke titel bij de procedure aan. In juli 2018 voegde ook FNV zich bij de coalitie.

De partijen laten zich vertegenwoordigen door Anton Ekker (Ekker Advocatuur) en Douwe Linders (SOLV Advocaten). De zaak wordt gecoördineerd door het Public Interest Litigation Project (PILP) van het NJCM.

Sleepnetmethode op onverdachte burgers

SyRI koppelt op grote schaal persoonsgegevens van burgers uit overheidsdatabases. De centraal bijeengebrachte gegevens worden vervolgens geanalyseerd met geheime algoritmen. Dit moet uitwijzen of burgers een risico vormen om zich schuldig te maken aan één van de vele fraudevormen en overtredingen die het systeem bestrijkt. Leidt de analyse van SyRI tot een risicomelding, dan wordt een burger opgenomen in het zogeheten Register Risicomeldingen, dat inzichtelijk is voor overheidsinstanties.

Met deze sleepnetmethode licht SyRI alle inwoners van een wijk of gebied door. Hiervoor gebruikt het systeem vrijwel alle gegevens die overheden over burgers bewaren. Het gaat om 17 datacategorieën, die tezamen een zeer indringend en volledig beeld geven van iemands privéleven. Op dit moment beslaat SyRI de databases van de Belastingdienst, de Inspectie SZW, UWV, SVB, gemeenten en IND. Volgens de Raad van State, dat een negatief advies gaf over het SyRI-wetsvoorstel, viel er nauwelijks een gegeven te bedenken dat niet binnen de reikwijdte van het systeem valt. Voormalig voorzitter Kohnstamm van de Autoriteit Persoonsgegevens, die eveneens negatief advies over het systeem uitbracht, noemde de aanname van de SyRI-wetgeving destijds “dramatisch”.

Bedreiging voor de rechtsstaat

SyRI is volgens de eisende partijen een black box met grote risico’s voor de democratische rechtsstaat. Het is voor een burger die zonder aanleiding door SyRI kan worden doorgelicht volstrekt onduidelijk welke gegevens daarvoor worden gebruikt, welke analyses daarmee worden uitgevoerd en wat hem of haar al dan niet tot 'risico' maakt. Bovendien zijn burgers door de heimelijke werking van SyRI ook niet in staat om een onjuiste risicomelding te weerleggen. De rechtsgang en de daarbij horende procedures worden met de inzet van SyRI ondoorzichtig.

SyRI ondermijnt daarmee de vertrouwensrelatie tussen de overheid en haar burgers; deze burgers zijn in feite bij voorbaat verdacht. Vrijwel alle informatie die ze delen met de overheid, vaak om in aanmerking te komen voor basale voorzieningen, kan zonder verdachtmaking of voorafgaand vermoeden op heimelijke wijze tegen hen worden gebruikt.

De partijen bij deze procedure zijn niet tegen het bestrijden van fraude door de overheid. Zij vinden alleen dat dit op grond van een concrete verdenking dient te gebeuren. Er mag niet middels sleepnetacties in het privéleven van niet-verdachte Nederlandse burgers worden gezocht naar mogelijke risico's op fraude. Deze disproportionele methode doet volgens de eisende partijen meer kwaad dan goed. Er bestaan betere en minder ingrijpende vormen van fraudebestrijding dan SyRI.

Nog niet één fraudeur opgespoord

De in totaal vijf SyRI-onderzoeken die sinds de wettelijke invoering werden aangekondigd, hebben inmiddels tienduizenden burgers binnenstebuiten gekeerd, maar spoorden tot nu toe nog niet één fraudeur op. Dit werd eind juni 2019 onthuld door de Volkskrant, die de hand wist te leggen op evaluaties van SyRI-onderzoeken. De onderzoeken mislukten doordat de analyses niet klopten, door gebrek aan capaciteit en tijd bij de uitvoerende instanties, maar ook omdat er binnen de overheid onenigheid is over SyRI.

Zo trok burgemeester Aboutaleb van Rotterdam afgelopen zomer de stekker uit het SyRI-onderzoek in twee wijken in Rotterdam-Zuid, omdat het Ministerie in tegenstelling tot de gemeente ook politiegegevens en zorggegevens wilde gebruiken bij het onderzoek. De inzet van SyRI leidde tevens tot protest onder de inwoners van de wijken, die duidelijk lieten merken zich beledigd en oneerlijk behandeld te voelen.

VN uit zorgen over SyRI

De VN-rapporteur op het gebied van extreme armoede en mensenrechten Philip Alston schreef de rechtbank eerder deze maand aan over zijn zorgen omtrent SyRI en verzocht de rechters met klem de zaak grondig te beoordelen. Volgens de rapporteur zijn er meerdere fundamentele rechten in het geding. SyRI wordt in de brief beschreven als een digitaal equivalent van een sociaal rechercheur die elk huishouden in een gebied zonder toestemming bezoekt en doorzoekt op frauduleuze zaken; in de analoge wereld zou zo’n massale klopjacht direct tot grote weerstand leiden, maar bij een digitaal instrument als SyRI wordt ten onrechte een ‘wat niet weet, wat niet deert’ mentaliteit gehanteerd.

Praktische informatie

De zitting is openbaar toegankelijk voor het publiek en zal plaatsvinden op dinsdag 29 oktober as. vanaf 9.30u in het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60 in Den Haag. Privacy First nodigt u van harte uit om de zitting bij te wonen. Zaaknummer: C/09/550982 HA ZA 18/388 (Nederlands Juristen Comité c.s./Staat). Klik HIER voor een routebeschrijving.

Bron: campagnewebsite Bijvoorbaatverdacht.nl.

Update 20 november 2019: de uitspraak van de rechtbank staat vooralsnog gepland op 5 februari 2020 om 10.00u. De pleitnota van onze advocaten kunt u HIER downloaden (pdf).

Gepubliceerd in Rechtszaken

Masterclass Privacy – The Next Step: privacy bekeken vanuit juridisch, technologisch, economisch, psychologisch en ethisch perspectief

Vanaf 30 oktober t/m 11 december 2019 vindt bij de UvA Academy een speciale Masterclass plaats over privacy, genaamd The Next Step. De Masterclass is geschikt voor privacy professionals zoals privacy officers, functionarissen gegevensbescherming, cybersecurity specialisten, marketeers, advocaten, juristen, beleidsmedewerkers, managers en adviseurs die te maken hebben met juridische, economische, ethische, technische en organisatorische vraagstukken en verandertrajecten met betrekking tot privacy en de verwerking, opslag en gebruik van persoonsgegevens.

In zeven modules worden talrijke privacyonderwerpen onderwezen door diverse vakdocenten. In week 7 zal Privacy First meedoen aan het Lagerhuisdebat.

De Masterclass zal onder andere ingaan op:

  • Wat is privacy?
  • Wat zijn de achtergronden en veranderingen in wet- en regelgeving op het gebied van privacy en welke impact hebben deze op mensen, overheid en organisaties?
  • Consumenten en persoonsgegevens;
  • Technische ontwikkelingen;
  • Impact van digitale technologie op de privacy van individuen;
  • Ethisch perspectief op privacy en persoonsgegevens;
  • Hoe kunnen consumenten hun privacy (beter) beschermen;
  • Privacy binnen een organisatie, met aandacht voor cultuur, beleid, programmering en monitoring;
  • Sectorspecifieke verschillen, uitdagingen en oplossingen onder meer in de zorg, bij de overheid en in de financiële sector;
  • Werken aan praktijkcasussen en vraagstukken die spelen bij deelnemers en hun organisaties.

  Klik HIER voor meer informatie en om u aan te melden.

Gepubliceerd in Evenementen

Deze week vond in de Tweede Kamer (Vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat) een interessant 'rondetafelgesprek' plaats over de toegang tot data in het openbaar vervoer. Naarmate de hoeveelheid data (waaronder persoonsgegevens) in het openbaar vervoer toeneemt, is er sprake van een toenemende druk om deze data met diverse partijen te delen en voor allerlei doelen te gaan gebruiken. Dit staat op gespannen voet met het recht op privacy van de individuele reiziger. Privacy First maakt zich al jaren sterk voor het recht op privacy en anonimiteit in het openbare domein, waaronder het openbaar vervoer. Wij reageerden daarom direct positief op de uitnodiging van de Tweede Kamer om aan dit rondetafelgesprek deel te nemen. Aan alle deelnemers werd verzocht om vooraf hun voornaamste standpunten kenbaar te maken middels korte position papers (maximaal twee A4). Klik HIER voor de position paper van Privacy First (pdf) en HIER voor de position papers van de overige genodigden, waaronder CBS, Translink en reizigersvereniging Rover. De belangrijkste standpunten van Privacy First luiden als volgt:

1. Iedere reiziger heeft recht op anonimiteit in het openbaar vervoer.
2. Alleen geanonimiseerde, geaggregeerde data mogen - onder strikte waarborgen - gedeeld worden.
3. Geen massa-surveillance in het openbaar vervoer.
4. Transparantie bij privacy-inbreuken.
5. Privacy-waarborgen bij reizigersonderzoek.
6. Aantoonbaar gebruik van privacy by design.

Privacy First maakte van de gelegenheid gebruik door voor het rondetafelgesprek een OV-ervaringsdeskundige bij uitstek af te vaardigen: privacy-activist Michiel Jonker voerde namens ons het woord. Enig gevoel van urgentie ten aanzien van privacy bleek bij de aanwezige Kamerleden en overige genodigden echter grotendeels afwezig, aldus Jonker in zijn eerste reactie na afloop. Zijn algehele kritische impressie van het rondetafelgesprek zal Privacy First spoedig op deze pagina publiceren. Hieronder kunt u alvast de video van de volledige sessie terugkijken en uw eigen conclusies trekken.

Update 8 oktober 2019: lees HIER de gehele impressie en analyse die Michiel Jonker (op persoonlijke titel) schreef naar aanleiding van het rondetafelgesprek op 10 september jl. (pdf, 67 pp).

Update 8 juli 2021: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 5 juli jl. de drie hoger beroepen van Jonker over privacy in het OV behandeld in drie opeenvolgende zittingen. In elke zitting ging het over de weigering van de AP om (voldoende) onderzoek te doen en de weigering van de AP om handhavend op te treden:

Zitting 1: de weigering van contante betaling in de bus door Connexxion.

Zitting 2: drie inbreuken op de privacy door NS:
a) verwerking persoonsgegevens bij teruggave van restsaldo op "anonieme" OV-chipkaarten aan de eigenaar;
b) NS eist persoonsgegevens van reizigers die aan de balie een internationaal treinkaartje binnen de EU willen aanschaffen;
c) NS brengt extra service-kosten in rekening aan reizigers die aan de balie privacy-vriendelijk (en dus contant) willen betalen voor het opladen van hun "anonieme" OV-chipkaart.

Zitting 3: drie inbreuken op de privacy door NS:
a) ontbrekende anonimiteit van de tot voor kort als "privacy-vriendelijk" verkochte "anonieme" OV-chipkaart, en het bedrog van NS daarover totdat het uitkwam;
b) privacy-discriminatie van houders van een voordeelurenabonnement (VDU): zij krijgen geen voordeelurenkorting als zij reizen met een "anonieme" OV-chipkaart;
c) privacy-discriminatie bij de uitvoering van de regeling Geld Terug Bij Vertraging (GTBV): houders van "anonieme" OV-chipkaarten krijgen alleen hun geld terug als zij hun OV-chipkaart feitelijk de-anonimiseren, waardoor niet alleen de vertraagde reis, maar ook alle andere reizen door NS en/of TLS geregistreerd kunnen worden.

Jonker: "De zeven inbreuken op de privacy die in deze drie zittingen werden behandeld, geven een beeld hoe Nederlandse vervoerbedrijven gezamenlijk aan alle kanten proberen om de reisgegevens (plaatsen en tijden van de privé-reizen van mensen) buit te maken, en om het reizigers die hun privacy proberen te behouden, zo moeilijk mogelijk te maken. Dit wordt gestimuleerd door verschillende ministeries, andere overheidsinstanties (bijvoorbeeld het CBS) en allerlei en gremia uit het zogenoemde "maatschappelijke middenveld" (de polder). De Autoriteit Persoonsgegevens weigert ertegen op te treden. De data-roof is in volle gang. Het lijkt of ook rechters die niet willen stoppen. Mijn analyse van oktober 2019 dat er in Nederland sprake is van een conglomeraat van overheden en bedrijven dat reële privacy in het openbaar vervoer wil afschaffen, wordt op deze manier opnieuw bevestigd.

Als de Raad van State gaat oordelen dat deze willekeur van vervoerbedrijven bij het verwerken van persoonsgegevens is toegestaan, en die willekeur daarmee gaat legaliseren, dan is het duidelijk dat privacy in Nederland in rechte niet meer wordt beschermd en daarmee in de praktijk wordt afgeschaft. Het grondrecht op privacy is er dan niet meer. In plaats daarvan is privacy dan alleen nog een gunst die in sommige gevallen aan sommige mensen wordt verleend, met willekeur en op instrumentele gronden, bijvoorbeeld politieke of relationele gronden - maar aan andere mensen niet. De overheid en grote bedrijven mogen dan, zonder onze toestemming, ongehinderd tot diep in ons privé-leven doordringen en ons via die weg aansturen, belonen en straffen."

Een interview met Jonker, video-samenvattingen van de drie zittingen en de integrale video-opnamen van de zittingen zijn te vinden op de site van Potkaars: https://potkaars.nl/blog/2021/7/7/de-veronderstelling-dat-je-het-recht-hebt-anoniem-door-het-leven-te-gaan-ter-discussie-gesteld-door-de-ns

Media:
Volkskrant verslaggeverscolumn 6 juli 2021: Privacy bestaat niet meer, en dat lieten we zelf gebeuren 

Update 2 maart 2022: op 25 februari jl. heeft Jonker een verzoekschrift verzonden naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM, ECtHR), waarin hij naar voren brengt dat de drie uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 10 november 2021 niet in overeenstemming zijn met artikel 8 en 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM, ECHR).

Het Engelstalige verzoekschrift (een zogeheten "application") heeft als titel: "Public Transport - a Railroad to Surveillance?". In het verzoekschrift stelt Jonker het belang van materieel recht ("substantive justice") centraal. Als het Europese mensenrechtenverdrag alleen formeel en procedureel wordt geïnterpreteerd, wordt het recht op privacy niet adequaat beschermd. Jonker: "Het was een hele klus om het volgens de regels van het Europese Hof te doen. Uiteindelijk ging het om een pakket van 993 pagina's: het aanvraagformulier van 13 pagina's, een annex van 19 pagina's en de overige bijlagen: 961 pagina's - allemaal enkelzijdig afgedrukt en handmatig doorgenummerd. Ik hoop dat ik aan alle regels heb voldaan. Als het Europese Hof mijn verzoekschrift desondanks niet-ontvankelijk zou verklaren, dan zou dat duidelijk maken dat individuele Europese burgers in de praktijk geen toegang hebben tot het hof dat hun mensenrechten dient te beschermen. Ik hoop natuurlijk dat het hof ziet dat dit om een serieuze zaak gaat: de mogelijkheid voor Nederlandse en Europese burgers om met het openbaar vervoer te reizen zonder continu gemonitord te worden. Als wij geen China 2.0 willen worden, dan is openbaar vervoer met behoud van privacy van cruciaal belang."

Voor de tekst van Jonkers verzoekschrift, klik HIER (pdf). 

Media: 
TechnologIE, privacy en recht, 10 mei 2022: Dutch public transport - a railroad to surveillance?

Update 6 oktober 2022: op 8 september jl. heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) het verzoekschrift van Jonker niet-ontvankelijk verklaard en daarmee geweigerd de zaak in behandeling te nemen. Het hof motiveert deze beslissing summier: "Op grond van zijn jurisprudentie (...), in het licht van het materiaal waarover hij beschikt en voor zover de zaken waarover geklaagd wordt binnen zijn competentie vallen, is het Hof van oordeel dat deze niet aannemelijk maken dat er sprake zou zijn van een aantasting van de rechten en vrijheden zoals bedoeld in het Verdrag of de daarbij behorende Protocollen en dat er niet voldaan is aan de ontvankelijkheidsvereisten in artikelen 34 en 35 van de Conventie." (vertaling door Jonker)

Na het raadplegen van de jurisprudentie waarnaar het EHRM verwijst (twee eerdere uitspraken van het EHRM), spreekt Jonker van een "bizarre beslissing die de geloofwaardigheid van de rechtbescherming die artikel 8 EVRM heet te bieden, fundamenteel aantast". Uit de weigering van het Hof om deze zaak zelfs maar te in behandeling te nemen, blijkt volgens Jonker dat "de privacy van reizigers in het openbaar vervoer in het geheel niet wordt beschermd door de rechterlijke instantie die, als alle andere bescherming faalt, als enige nog een waarborg kan bieden, en ook moet bieden, dat artikel 8 van het EVRM daadwerkelijk wordt toegepast."

Het EHRM verwijst naar twee eerdere uitspraken in zaken die volgens het EHRM kennelijk "in wezen gelijk" zijn aan de door Jonker naar voren gebrachte zaak. Het lijkt of het EHRM de behandeling van Jonkers zaak om die reden niet nodig vindt en hem daarom niet-ontvankelijk heeft verklaard. De twee zaken waarnaar het EHRM verwijst, hebben beide betrekking op bedrijven die enkele werknemers hadden ontslagen na hen te hebben gemonitord en misdragingen te hebben geconstateerd. In die zaken kwam het EHRM tot de conclusie dat het ontslag, ondanks de heimelijke verwerking van persoonsgegevens, niet onrechtmatig was. Het EHRM lijkt het heimelijk monitoren van werknemers door hun eigen werkgever, op grond van concrete verdenkingen, gelijk te stellen aan het monitoren van de privé-reizen van miljoenen OV-gebruikers door vervoerbedrijven.

Jonker: "Het EHRM stelt het recht van een werkgever om zijn eigen medewerkers tijdens werktijd voldoende te controleren na een specifieke verdenking, ten onrechte gelijk aan een recht van een vervoerbedrijf om privégegevens van willekeurige reizigers te verzamelen, zonder dat die klanten van enige overtreding worden verdacht. Eigenlijk zegt het EHRM hiermee twee dingen: 1. OV-reizigers mogen qua gegevensverwerking behandeld worden alsof ze geen klanten van het vervoerbedrijf zijn, maar werknemers van dat bedrijf. En 2. OV-reizigers mogen qua gegevensverwerking behandeld worden alsof er op hen een concrete verdenking rust. Op deze manier blijft er van het recht op privacy natuurlijk niets over. Als iedere privépersoon mag worden behandeld als een verdachte werknemer, dan leven we in een surveillance-maatschappij. Artikel 8, tweede lid van het EVRM staat surveillance alleen toe voor zover die noodzakelijk is in een democratische samenleving. Dat wordt door het EHRM op deze wijze genegeerd."

Gevraagd wat de verklaring zou kunnen zijn voor deze beslissing van het EHRM, antwoordt Jonker: "Ik kan natuurlijk niet in het hoofd van de betreffende rechter kijken. Het enige waar ik op af kan gaan, is de summiere motivering en de jurisprudentie waarnaar verwezen wordt. Door de zaak niet eens in behandeling te nemen, maakt het EHRM het onmogelijk om hierover duidelijkheid te krijgen, want tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. Op deze manier maakt het EHRM natuurlijk een lachertje van het idee dat er sprake zou zijn van kenbaar recht. Maar als ik mag raden naar mogelijke redenen, dan zie ik er twee. Ten eerste denk ik dat het EHRM, met zijn enorme werklast en structureel gebrek aan personeelscapaciteit, heel pragmatisch zoveel mogelijk zaken niet-ontvankelijk wil verklaren, en dus naar redenen zoekt - desnoods voorwendselen - om dat te kunnen doen. Dus dan denkt zo´n rechter: waar vind ik jurisprudentie waarmee ik deze zaak terzijde kan schuiven? Wie zoekt zal vinden, en als zo'n rechter dan iets ziet wat op het eerste gezicht bruikbaar lijkt, dan denkt-ie: waarom niet? Dat het dan om een heel ander soort zaak gaat, maakt voor zo'n rechter dan niet uit, want de indiener van het verzoekschrift kan toch niets meer doen als de zaak niet-ontvankelijk wordt verklaard. Ik denk dat de directe reden voor de niet-ontvankelijkheidsverklaring heel oppervlakkig en pragmatisch kan zijn."

Een tweede mogelijke reden ziet Jonker in het feit dat een vervoersbewijs, bijvoorbeeld een treinticket, door de rechter wordt opgevat als een "contract" en om die reden wordt gelijkgesteld aan het arbeidscontract dat een werknemer heeft met zijn werkgever. Jonker: "Hier zie je de politieke doorwerking van het neoliberalisme in de opvattingen van rechters die onafhankelijk de wet zouden moeten uitleggen. Ze wensen niet meer te zien dat er een verschil is tussen een contract waarvoor een werknemer willens en wetens heeft getekend toen hij vrijwillig werk aanvaardde, en de algemene voorwaarden die een vervoerbedrijf eenzijdig heeft opgesteld en oplegt aan miljoenen OV-reizigers die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer. Dit is tekenend voor de manier waarop de EU en kennelijk ook het EHRM een neoliberale logica hebben geïnternaliseerd die in strijd is met internationale verdragen zoals het EVRM. Ik heb in mijn verzoekschrift aan het EHRM op het misbruik van het contractbegrip gewezen en aangegeven dat er geen democratische noodzaak bestaat voor de betreffende aantastingen van de privacy. Ik heb aangegeven dat de Raad van State heeft geweigerd om de zaak rechtstreeks aan het EVRM te toetsen. Maar nu weigert het EHRM zelf óók om de zaak inhoudelijk aan het EVRM te toetsen. Tja, als het EHRM weigert mijn verzoekschrift te behandelen, dan kunnen er over het cruciale punt van de verhouding tussen een democratische noodzaak en de bepalingen in een door een bedrijf opgesteld contract ook geen argumenten worden gewisseld. Er ontstaat dan een juridisch stilzwijgen dat de weg vrijmaakt voor een voortzetting van het machtsmisbruik. Er is dan geen rechtsbescherming." Voor Jonkers nadere analyse van de door het EHRM genoemde jurisprudentie, zie HIER (pdf).

Gevraagd welke conclusies hij trekt uit de zaak, antwoordt Jonker: "Juridisch gezien is dit het einde van het verhaal. Ik constateer dat zowel Nederlandse rechters als het Europese mensenrechtenhof weigeren het grondrecht op privacy in het openbaar vervoer te beschermen. Als die rechters met steekpenningen omgekocht waren, had de uitkomst niet slechter kunnen zijn. Dit is slechts één voorbeeld van de manier waarop privacy in naam wordt gerespecteerd, maar in feite wordt geëlimineerd. Eén van de gevolgen daarvan is dat er van mijn vertrouwen dat we in een zogeheten 'rechtsstaat' zouden leven, weinig meer over is. Het recht - 'de rule of law' - is gereduceerd tot een retorisch middel om bepaalde politieke doelen te dienen."

Jonker vergelijkt wat er in de EU op dit moment met de privacy van inwoners gebeurt, met de drie Poolse delingen aan het eind van de achttiende eeuw. "Europese machthebbers wilden Polen niet alleen als reëel bestaande staat van de kaart vegen, maar probeerden na de laatste deling ook de herinnering aan wat Polen ooit geweest was, uit te wissen. Het duurde meer dan honderdtwintig jaar voordat Polen weer boven water kwam, in een nieuwe, andere vorm. Tegenwoordig vinden we het gedrag dat de grote Europese mogendheden destijds vertoonden, misdadig - kijk maar hoe we denken over Poetin en zijn huidige poging om Oekraïne op te delen. Misschien zullen we ooit op dezelfde manier kijken naar de manier waarop Europese machthebbers tegenwoordig onze privacy om zeep helpen, met collaboratie van rechters op alle niveaus. Die machthebbers en rechters zullen niet worden gestraft, net zo min als Catharina de Grote, de Habsburgers, de Pruisische vorsten en hun dienaren destijds werden gestraft om wat ze met Polen deden. Door het falen en de hypocrisie van zogenaamde vertegenwoordigers van de Europese rechtsorde, begin ik de laatste tijd meer begrip te krijgen voor mensen die de EU als een onderdrukker zien. Ik hoop bijvoorbeeld dat de Oekraïners, wanneer ze de Russische aanvallers eenmaal hebben verdreven, zich vervolgens niet van de weeromstuit met huid en haar aan een steeds imperialistischer EU zullen zullen overleveren, maar hun vrijheid, inclusief hun privacy, ook dan zullen verdedigen. Maar ik vrees het ergste."

Hij trekt een zuur gezicht. "Ik heb sinds het begin van deze zaak in 2014 consequent mijn zogenaamd anonieme OV-chipkaart gebruikt, terwijl ik jaarlijks ook 60 euro betaalde voor mijn dalurenkaart die 40% korting had moeten bieden, maar die door NS ongeldig werd verklaard in combinatie met de anonieme OV-chipkaart. Ik heb dus acht jaar lang 66% te veel betaald voor mijn treinreizen in de daluren, plus een abonnement dat NS mij niet toestond te gebruiken met behoud van privacy. Jaarlijks gaat het dan toch om enkele honderden euro's. Dat geld zal ik nooit meer terugkrijgen, dat is door NS gestolen. Dit is Nederland, een land van dieven met witte boorden."

Is dat dan het einde van het verhaal voor wat betreft privacy in het openbaar vervoer? Jonker: "Misschien nog niet helemaal. Naar aanleiding van één onderdeel van de zaak, namelijk het eisen van persoonsgegevens bij internationale treintickets, heb ik om juridisch-technische redenen in 2020 een tweede handhavingsverzoek ingediend. Inmiddels heeft de AP naar aanleiding daarvan een onderzoek gestart. Ook heeft de SP daarover recentelijk schriftelijke kamervragen gesteld aan de minister. Dat loopt dus nog. Maar gezien het ontbreken van Europese of internationaalrechtelijke rechtsbescherming, vraag ik me af of er voldoende politieke druk kan ontstaan om de privacy van internationale treinreizigers serieus te gaan nemen. En zelfs als dat gebeurt, zou dat niet meer zijn dan een druppel op een gloeiende plaat. Want de systematische, grootschalige privacy-schending met het Nederlandse OV-chipkaart-systeem, die wordt gewoon toegestaan - dat wil zeggen door de AP gedoogd en door de rechters gelegaliseerd of niet behandeld."

Gevraagd welke conclusies hij voor zichzelf trekt, antwoordt Jonker: "Ik heb in deze zaak de juridische weg tot het einde toe gevolgd, mede om te testen of er uiteindelijk nu wel of geen sprake is van rechtsbescherming op het gebied van privacy. Als je het als een experiment ziet, dan is de uitkomst na acht jaar procederen duidelijk: er is geen serieuze rechtsbescherming, de AVG en artikel 8 EVRM worden in de praktijk misbruikt als wassen neuzen. Er lopen nog een paar andere privacy-procedures, die wil ik netjes afmaken, maar ik verwacht er niet veel meer van. Als het recht faalt, blijft de politiek over. Maar ik ben geen politiek dier. En bovendien is het ontwikkelen van politieke kracht afhankelijk van het bewustzijn van mensen. Misschien dat ik op een bescheiden manier iets kan bijdragen aan privacy-bewustzijn."

Jonker zegt dat hij in één van zijn motiveringen aan de raad van State, op 29 april 2020, schreef over wat hij "de banaliteit van het derde kwaad" noemt. "Dat hoofdstuk eindigde als volgt: 'Dit derde kwaad, de sluipende eliminatie van humaan bewustzijn, kan niet op spectaculaire wijze bedwongen worden met tanks of raketten, maar alleen door middel van aanwending van individueel en collectief bewustzijn, de daaruit voortvloeiende collectieve wil, en de daar weer uit voortvloeiende wetgeving, rechtspraak en wetshandhaving.' Dus ik denk dat het zaak is om te werken aan nieuw bewustzijn als basis om uit te groeien boven de huidige, technocratische tunnelvisie. Het echte probleem is humanitair, niet technisch. Alleen door humaniteit centraal te stellen, kunnen we komen tot een herstel van een humane rechtsstaat. De afgelopen tweeënhalf jaar, sinds de coronacrisis, zijn er al enorm veel mensen wakker geworden over hoe we onze vrijheid en humaniteit steeds verder dreigen te verliezen. Dus ik denk dat er zeker een basis gelegd is die verder kan groeien. Of dat genoeg is om op dit punt een ramp te voorkomen, daar durf ik geen voorspelling over te doen. Het gaat erom nieuwe bronnen te vinden en tegelijk oude bronnen van humaniteit en recht te blijven kennen en respecteren."

Vindt hij dat niet een beetje zweverig en passief? Jonker: "Nee hoor. Het is een misverstand om te denken dat bewustzijn zou betekenen dat je niet meer bereid bent om ergens voor te knokken. Kijk naar Oekraïne. Daar is razendsnel een collectief bewustzijn gegroeid over humane en nationale waarden die men wil beschermen en verdedigen. Desnoods ook met geweld van wapenen. Ik hoop natuurlijk dat het hier in Nederland nooit nodig zal zijn. Maar dat kan ik ook niet uitsluiten. Je ziet dat onze huidige regering niet bijster geïnteresseerd is in redelijke argumenten. Maar als boeren met tractoren snelwegen blokkeren, dan neemt de interesse van onze regering in een dialoog opeens toe. Iets vergelijkbaars hebben we gezien met de Gele Vestjes in Frankrijk. Waarom is de Franse overheid wel bereid om alle Franse burgers effectief te beschermen tegen extreem hoge energieprijzen, terwijl de Nederlandse regering er tot voor kort indirect blijk van gaf hele bevolkingsgroepen voor de bus te willen gooien? Dat heeft alles te maken met die Gele Vestjes. Wie weet zullen er ooit gele, groene of paarse vestjes nodig zijn om onze privacy te verdedigen of terug te winnen."

Gepubliceerd in Mobiliteit
woensdag, 11 september 2019 13:04

Website psd2meniet.nl is live!

Website is live!

Na een ontwerp- en bouwtraject van twee maanden is onze website www.psd2meniet.nl live. De website is ontwikkeld door Marc Smits. Onze projectpagina biedt informatie over PSD2 en over ontwikkelingen rondom het PSD2-me-niet register. We breiden de website voortdurend uit. Hierover kunt u via onze PSD2-nieuwsbrieven op de hoogte blijven.

Duidelijke informatie over risico's

De kern van het project is direct duidelijk verwoord: 'welke betalingen houdt u liever geheim?' De website wijst bezoekers op de privacyrisico's van PSD2. De site is zo opgezet dat het zowel individuen als professionals aanspreekt. Beseffen politieke partijen, vakbonden en patiëntenorganisaties dat zij een belangrijke verantwoordelijkheid richting hun achterban hebben?

Informatie in dossiers

Op de website staan in een aantal blokken dossiers. Over bijzondere persoonsgegevens, over ons project en het PSD2-me-niet register. Gedurende het project zal steeds informatie worden toegevoegd en bijgewerkt en voegen we dossiers toe. Heeft u een vraag of zoekt u specifieke informatie? Laat het ons dan weten!

Neem direct een kijkje op de site!

Opvallend logo

Zoals u ziet heeft ons PSD2-project een eigen, opvallend beeldmerk. Een QR-code in een zakelijke en frisse kleurstelling. We kozen voor een QRcode om duidelijk te maken dat achter de term PSD2 veel schuilgaat. Ook geeft de QR-code eigentijdse mogelijkheden. Wie nu de QR-code scant komt bij het inschrijfformulier voor nieuwsbrieven. Tijdens een presentatie kan het publiek zich bijvoorbeeld direct inschrijven voor onze nieuwsbrief. Op later moment kan deze link eenvoudig aangepast worden.

We hopen dat de website u bevalt, en dat het de informatie biedt die mensen (en organisaties) motiveert om PSD2 een stuk privacyvriendelijker te maken!

Gepubliceerd in PSD2
Pagina 8 van 65

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Deelnemer Privacycoalitie

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon