donatieknop english

"De huidige anonieme OV-chipkaart is niet anoniem en schendt daarmee twee mensenrechten, aldus Stichting Privacy First. Aanstaande donderdag 28 februari vindt er een Algemeen Overleg plaats over de OV-chipkaart. Privacy First stuurde de Vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu van de Tweede Kamer een brief met punten die behandeld zouden moeten worden.

De stichting stelt dat de anonieme OV-chipkaart vanwege een uniek identificatienummer in de RFID-chip niet anoniem is. Het is hiermee nog steeds mogelijk om reizigers achteraf te identificeren en te traceren middels koppeling van transactiegegevens.

"In de optiek van Privacy First vormt dit een schending van twee mensenrechten, namelijk de vrijheid van beweging in combinatie met het recht op privacy, oftewel het klassieke recht om in eigen land vrij en anoniem te kunnen reizen." Er wordt dan ook gepleit voor het invoeren van een anonieme OV-chipkaart die daadwerkelijk anoniem is.

Kaartjes
Zolang er geen echte anonieme OV-chipkaarten en anonieme kortingskaarten bestaan, wil Privacy First dat de papieren kaartjes beschikbaar blijven voor reizigers die anoniem willen kunnen reizen. Tevens dient alsnog een “roze” anonieme kortingskaart voor kinderen en ouderen te worden ingevoerd.

Verder wil de stichting dat het verplicht in- en uitchecken voor studenten met een studenten OV-chipkaart wordt afgeschaft. Dit zou namelijk in strijd zijn met het recht van studenten om vrij en anoniem te kunnen reizen.

Opslag
Een ander punt dat in de brief aan bod komt zijn de huidige bewaartermijnen van OV-chipkaartgegevens. Die dienen volgens Privacy First tot een absoluut noodzakelijk minimum te worden teruggebracht. "Tevens dient aan reizigers de optie te worden geboden om hun reisgeschiedenis op ieder gewenst moment te kunnen wissen."

Bron: Security.nl, 25 februari 2013.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie wil met een wetswijziging mogelijk maken dat kentekens van alle motorvoertuigen vier weken worden opgeslagen en bewaard na de registratie via camera’s. Voorgesteld wordt dat het kenteken, de locatie en het tijdstip van vastlegging van het kenteken en de foto-opname van het voertuig kunnen worden bewaard (hierna: de “passagegegevens”).

Op dit moment worden kentekens die bij vergelijking geen ‘hit’  opleveren (oftewel niet overeenkomen met kentekens die al bij de politie bekend zijn) direct vernietigd. Het bewaren van gegevens wanneer het niet om een bekende van de politie gaat is niet toegestaan. Minister Opstelten wil met de wetswijziging mogelijk maken dat kentekens en daarmee verbonden gegevens kunnen worden vastgelegd, ongeacht of sprake is van een ‘hit’.

Het wetsvoorstel

In de voorgestelde wetswijziging  wordt bepaald dat de bewaarde gegevens kunnen worden geraadpleegd in geval van verdenking van bepaalde misdrijven en ter aanhouding van voortvluchtige.

De raadpleging vindt slechts plaats door politiegegevens, geautomatiseerd te vergelijken met de bewaarde passagegegevens om vast te stellen of de gegevens overeenkomen. “Dit houdt in dat alleen op basis van ‘hit no hit’ in de bewaarde gegevens kan worden gezocht, dat wil zeggen aan de hand van reeds bij de politie bekende onderzoeksgegevens”.

Privacy First

Volgens Privacy First is een dergelijke wet in overtreding met onder meer het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens en de privacywetgeving. Daarom stapt de privacyvoorvechter naar de rechter indien de Tweede en de Eerste Kamer het wetsvoorstel zal aannemen.

Wettelijke vereisten

Een eerder voorstel van de minister werd in 2010 teruggenomen nadat de Tweede kamer bezwaren had. Het College Bescherming Persoonsgegevens was toen  zeer kritisch over het wetsvoorstel en heeft toentertijd zelfs gezorgd voor het stopzetten van het gebruik van opgeslagen kentekens door enkele politiekorpsen, omdat dat tegen de wet is. (...)"

Lees HIER het hele artikel op het weblog van SOLV Advocaten.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Privacy First stapt naar de rechter als het parlement instemt met de plannen van Opstelten om beelden van kentekens voor vier weken op te slaan. Iedereen op de weg komt dan in een database terecht.

Privacy First wil naar de rechter stappen als de Tweede en Eerste Kamer instemmen met het nieuwe wetsvoorstel van minister Opstelten, waarbij beelden die door camera's van kentekens worden gemaakt, vier weken worden bewaard, terwijl er geen aanwijzingen zijn dat de mensen achter die kentekens een misdrijf zouden hebben begaan. Volgens de privacyvoorvechter is een dergelijke wet in overtreding met onder meer het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens en de privacywetgeving.

Opstelten diende het wetsvoorstel begin deze week in, waarna nu de behandeling in de Tweede Kamer kan beginnen. Een eerder wetsvoorstel werd door de minister in 2010 teruggenomen nadat de Tweede kamer er bezwaren tegen had. Het College Bescherming Persoonsgegevens was toen zeer kritisch over het wetsvoorstel.

Het CBP heeft zelfs gezorgd voor het stopzetten van het gebruik van opgeslagen kentekens door enkele politiekorpsen omdat dat tegen de wet was. Ondanks dat blijkt uit een brief van de minister dat diverse malen willens en wetens door opsporingsambtenaren (bij wijze van proef) kentekenregistraties werden bewaard zonder wettelijke basis.

Kritiek CBP grotendeels genegeerd

Naar aanleiding van het nieuwe advies van het CBP zegt de minister het wetsvoorstel te hebben aangescherpt, net als naar aanleiding van het advies van de Raad van State is gedaan. Daarmee, zegt de minister, wordt voorkomen dat de database van kentekens ook wordt gebruikt voor de opsporing van relatief lichte vergrijpen.

Het CBP heeft verder bedenkingen tegen de grootschaligheid van de gegevensverwerking en -opslag; immers van iedereen worden op de (snel)wegen beelden gemaakt. Verder vindt het CBP de bewaartermijn van vier weken niet voldoende onderbouwd. Het CBP is verder beducht voor een landelijk dekkend cameraweb, door koppeling met gemeentelijke camera's en andere camerabeheerders.

Privacy First wijst eveneens op al die bezwaren, maar zegt daarbij dat al die bezwaren door de minister worden genegeerd. In eerste instantie gaat de organisatie een lobby starten naar de Tweede Kamer, maar verzamelt nu al medestanders om eventueel naar de rechter te stappen, en in het uiterste geval naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens."

Bron: Webwereld, 15 februari 2013.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Stichting Privacy First bereidt juridische stappen voor tegen het wetsvoorstel over het bewaren en vastleggen van kentekens door de politie.

Stichting Privacy First beschouwt het wetsvoorstel van Opstelten als een bedreiging voor de maatschappij. “Iedere burger wordt door deze maatregel een potentiële verdachte. Je moet de overheid vertrouwen, maar die overheid wantrouwt zelf de burger,” aldus Privacy First voorzitter Bas Filippini. In een gezonde democratische rechtsstaat dient de overheid onschuldige burgers met rust te laten. “Met dit wetsvoorstel overschrijdt de overheid die principiële grens. Het collectief monitoren van alle automobilisten voor opsporing en vervolging is volstrekt disproportioneel en daarmee onrechtmatig.

Indien het parlement dit wetsvoorstel aanneemt zal Privacy First de Nederlandse Staat dagvaarden en de wet onverbindend laten verklaren wegens strijd met het recht op privacy. Indien nodig zullen Privacy First en individuele mede-eisers hiertoe doorprocederen tot aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Iedere burger die in deze rechtszaak wil participeren kan zich vanaf vandaag bij Privacy First aanmelden o.v.v. “ANPR Proces”."

Bron: BijzonderStrafrecht.nl, 15 februari 2013.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Als het voorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie om kentekens van alle auto's voor een periode van een maand te bewaren doorgaat, volgen er juridische stappen. Daarmee dreigt Stichting Privacy First. Onlangs liet Opstelten weten dat hij de bevoegdheid van politie wil uitbreiden om kentekens langer te bewaren. Dat zou mogelijk kunnen helpen bij de bestrijding van criminaliteit.

Volgens de huidige regels dienen deze gegevens binnen 24 uur te worden gewist. De vorige minister van Justitie (Hirsch Ballin) was in 2010 van plan om een vergelijkbaar voorstel in te dienen met een bewaartermijn van 10 dagen. Vervolgens verklaarde de Tweede Kamer dit onderwerp echter controversieel.

"Opstelten doet er met zijn huidige voorstel alsnog een paar scheppen bovenop", stelt Privacy First. De stichting beschouwt het wetsvoorstel van Opstelten als een bedreiging voor de maatschappij.

Verdacht
Iedere burger wordt door deze maatregel een potentiële verdachte. Je moet de overheid vertrouwen, maar die overheid wantrouwt zelf de burger," aldus Privacy First voorzitter Bas Filippini. "In een gezonde democratische rechtsstaat dient de overheid onschuldige burgers met rust te laten. Met dit wetsvoorstel overschrijdt de overheid die principiële grens."

Begin 2010 oordeelde het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) dat politiekorpsen zich niet aan de regels hielden door kentekens langer op te slaan dan wettelijk was toegestaan.

Volgens het CBP dienen alle kentekens die niet verdacht zijn (zogenaamde "no-hits") direct uit de databases te worden verwijderd. "Opstelten gaat hier nu dus lijnrecht tegenin door ook de kentekens van niet-verdachte burgers vier weken op te slaan", laat Privacy First weten.

Dagvaarding
Als het parlement het wetsvoorstel aanneemt zal Privacy First de Nederlandse Staat dagvaarden en de wet onverbindend laten verklaren omdat die in strijd met het recht op privacy is. Indien nodig zal de stichting doorprocederen tot aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg."

Bron: Security.nl, 14 februari 2013.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
woensdag, 13 februari 2013 15:33

Iedere automobilist wordt potentiële verdachte

Justitie wil alle automobilisten gaan volgen. Stichting Privacy First bereidt juridische stappen voor.

In een verregaand wetsvoorstel wil minister van Veiligheid en Justitie Opstelten de kentekens van alle auto's door middel van cameratoezicht en Automatic Number Plate Recognition (nummerplaatherkenning, ANPR) vier weken gaan opslaan voor opsporing en vervolging. Volgens de huidige regels dienen deze gegevens binnen 24 uur te worden gewist. De vorige minister van Justitie (Hirsch Ballin) was in 2010 van plan om een vergelijkbaar voorstel in te dienen met een bewaartermijn van 10 dagen. Vervolgens verklaarde de Tweede Kamer dit onderwerp echter controversieel. Opstelten doet er met zijn huidige voorstel alsnog een paar scheppen bovenop. Begin 2010 oordeelde het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) dat politiekorpsen zich niet aan de regels hielden door kentekens langer op te slaan dan wettelijk was toegestaan. Volgens het CBP dienen alle kentekens die niet verdacht zijn (zogenaamde "no-hits") direct uit de databases te worden verwijderd. Opstelten gaat hier nu dus lijnrecht tegenin door ook de kentekens van niet-verdachte burgers vier weken op te slaan.

Stichting Privacy First beschouwt het wetsvoorstel van Opstelten als een bedreiging voor de maatschappij. "Iedere burger wordt door deze maatregel een potentiële verdachte. Je moet de overheid vertrouwen, maar die overheid wantrouwt zelf de burger," aldus Privacy First voorzitter Bas Filippini. In een gezonde democratische rechtsstaat dient de overheid onschuldige burgers met rust te laten. Met dit wetsvoorstel overschrijdt de overheid die principiële grens. Het collectief monitoren van alle automobilisten voor opsporing en vervolging is volstrekt disproportioneel en daarmee onrechtmatig.

Indien het parlement dit wetsvoorstel aanneemt zal Privacy First de Nederlandse Staat dagvaarden en de wet onverbindend laten verklaren wegens strijd met het recht op privacy. Indien nodig zullen Privacy First en individuele mede-eisers hiertoe doorprocederen tot aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Iedere burger die in deze rechtszaak wil participeren kan zich vanaf vandaag bij Privacy First aanmelden o.v.v. “ANPR Proces”.

Gepubliceerd in Cameratoezicht

"Alle vingerafdrukken en pasfoto's van alle vreemdelingen in Nederland moeten worden opgeslagen in een database, die het Openbaar Ministerie (OM) mag raadplegen als een strafrechtelijk onderzoek is vastgelopen. De Tweede Kamer stemde gisteren in met een verandering van de Vreemdelingenwet, waarmee de database wordt geïntroduceerd. Wel moet de Eerste Kamer nog akkoord gaan met de wijziging.

Het is de bedoeling dat het systeem tien vingerafdrukken en een pasfoto gaat bevatten van elke vreemdeling die in Nederland woont, en niet afkomstig is uit Europese landen. VVD, PvdA, CDA, PVV, 50Plus en de SGP stemden voor. Ook GroenLinks bracht per ongeluk een positieve stem uit, maar liet weten dit te zullen corrigeren naar een tegenstem. 'Met dit project maakt Nederland vreemdelingen collectief tot potentiële verdachten', reageert Vincent Böhre, jurist van de stichting Privacy First. Hij doelt daarmee op de mogelijkheid dat het OM - weliswaar met toestemming van de rechter-commissaris - de gegevens mag inzien als een onderzoek naar ernstige strafbare feiten is vastgelopen. 'Dit gaat niet alleen over asielzoekers, maar over alle vreemdelingen, dus ook studenten en medewerkers van bedrijven.' Volgens SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen is de nieuwe wet om die reden 'stigmatiserend en discriminerend'. (...) Bij Nederlanders hoef je niet aan te komen met: u heeft niets met deze strafzaak te maken, maar wij gaan toch uw gegevens even nakijken.'

fraude bestrijden

Volgens staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie is de database nodig om de 'identiteit van vreemdelingen betrouwbaar vast te stellen' en om fraude te bestrijden. Met de gegevens zou het niet meer mogelijk zijn dat vreemdelingen zich uitgeven voor een ander. Er zijn echter geen rapporten over hoe vaak deze fraude voorkomt, melden diverse organisaties, waaronder stichting Vluchtelingenwerk. Naar verluidt zou dit in minder dan tien gevallen per jaar voorkomen. 'Wij vinden de wet daarom discriminerend, en vragen ons af of deze maatregel nodig is', aldus een woordvoerder. Vincent Böhre: 'Het gaat om schandalig kleine aantallen. Je kunt deze wet daar niet op baseren.'

Kamer wees database met autochtonen eerder af

(...) Een woordvoerder van de [Nederlandse Orde van Advocaten] laat weten teleurgesteld te zijn. 'Nu is onduidelijk wie er toegang heeft tot het systeem. Bovendien hoeft de noodzaak van die toegang niet te worden aangetoond, enkel en alleen omdat het een vreemdeling betreft. Dit hadden we graag duidelijker gezien, mede omdat er enkele jaren geleden een database om deze vragen niet doorging.' Dat betrof een soortgelijke database met gegevens van alle Nederlanders. Die maakte deel uit van de nieuwe Paspoortwet, die in 2009 werd aangenomen. Enkele jaren later, in 2011, rezen er echter twijfels over de betrouwbaarheid van de techniek en de bescherming van de gegevens. Nadat een meerderheid van de Tweede Kamer het vertrouwen in de database verloor, besloot minister Donner (Binnenlandse Zaken) het project voorlopig te stoppen. De ontwikkeling van de database gaat pas verder als het Europese Hof van Justitie in Luxemburg zich heeft gebogen over de vraag of het verzamelen van deze gegevens is toegestaan. Dat kan nog enkele jaren duren. Volgens jurist Vincent Böhre speelden deze bezwaren nauwelijks een rol in het debat over de verzameling gegevens van vreemdelingen. 'Kennelijk telt het belang van privacy voor hen minder zwaar mee. Ik hoop dat de Eerste Kamer deze ontwikkeling blokkeert.' Maar ook al zou de database volledig veilig zijn, dan nog heeft Böhre er problemen mee. 'Het gaat ons om het principe dat je een hele bevolkingsgroep criminaliseert.' (...)"

Bron: Nederlands Dagblad 31 januari 2013, pp. 1 & 10. Lees HIER het hele artikel bij het Nederlands Dagblad online.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"De Tweede Kamer stemt vandaag in met centrale opslag van vingerafdrukken, van vreemdelingen. Eerder wees ze zo'n database voor Nederlanders af.

De bezwaren waren groot, eind 2010. De apparatuur om vingerafdrukken te herkennen maakte fouten. Er leefden twijfels over privacy. Onduidelijk was welk probleem de overheid eigenlijk met centrale opslag van vingerafdrukken van alle Nederlanders zou oplossen.

En dus kwam die centrale opslag, onderdeel van de Paspoortwet, er niet. De Kamerleden zagen te veel problemen. Ook VVD en PvdA, inmiddels coalitiegenoten, waren behoorlijk kritisch. De PvdA noemde centrale opslag ,,dood en begraven", de VVD zag ,,aanzienlijke risico's".

En toch stemt de Tweede Kamer vandaag  opnieuw in met een wetsvoorstel dat zo'n centrale opslag regelt. Dit keer niet voor Nederlanders, maar voor vreemdelingen. VVD en PvdA zijn voor, net als CDA en PVV.

Volgens staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) is die database vooral nodig om identiteitsfraude te bestrijden. Opslag van vingerafdrukken van vreemdelingen moet een oplossing bieden voor fraude waarbij iemand zich voordoet als een persoon op wie hij of zij lijkt.

Hoe vaak dit soort lookalike-fraude precies voorkomt, is niet duidelijk, geeft Teeven toe. De Immigratie- en Naturalisatiedienst en de marechaussee registreren het aantal vervalste documenten, maar ,,het is niet altijd mogelijk om vast te stellen of sprake is van kwade opzet", zei Teeven vorige week.

Volgens de oppositie, SP en D66 onder andere, is het zonder die aantallen lastig vaststellen of de wet proportioneel is. En cijfers uit onderzoeken bevestigen hun twijfel.  Minder dan tien asielaanvragen worden jaarlijks afgewezen omdat een vreemdeling een paspoort bij zich heeft dat niet van hem is - dat is de lookalike-fraude die deze wet moet tegengaan.

In de wet over de opslag van vingerafdrukken voor vreemdelingen staat uitdrukkelijk dat die afdrukken gebruikt kunnen worden voor opsporing.  Bij de Paspoortwet was het risico dat politie en justitie die vingerafdrukken zouden kúnnen gebruiken, juist reden terughoudend te zijn.

,,Ongeoorloofd onderscheid", noemt SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen dit. ,,Het is discriminerend. Deze maatregel was ondenkbaar als het om Nederlanders zou gaan." Ze krijgt bijval van Vincent Böhre, van belangenorganisatie Privacy First. ,,Een hele bevolkingsgroep, in dit geval vreemdelingen, is hiermee bij voorbaat potentiële verdachte."

Waarom stemmen VVD en PvdA nu wel in met zo'n opslag voor vreemdelingen, terwijl zij het voor Nederlanders niet wilden? Volgens PvdA-Kamerlid Khadija Arib omdat nu ,,echt goed is gekeken of dit technisch kan".   Staatssecretaris Teeven zegt dat binnen de vreemdelingendiensten veel meer expertise bestaat over het gebruik van vingerafdrukken dan bij de gemeentebalies die de paspoorten verstrekken.

De kans dat deze opslag alsnog stuit op bezwaren, zoals bij de Paspoortwet gebeurde, is klein, schat Vincent Böhre. ,,Kennelijk heeft de politiek er minder moeite mee om de privacy van vreemdelingen te schenden."

Vreemdelingen kunnen ook nog eens minder tegen die Nederlandse staat beginnen. Als ze een visum willen, zullen ze hun vingerafdrukken wel moeten geven. Nederlanders daagden de overheid voor de rechter, vóór ze hun vingerafdrukken afgaven. Böhre: ,,Iemand die hier wil werken of studeren, kan hooguit achteraf eisen dat zijn afdrukken weer uit die database verdwijnen."

Regels gaan verder

Asielzoekers die in Nederland aankomen, moeten nu twee vingerafdrukken afgeven. Die gaan in een EU-database, ter controle of iemand ook in een andere lidstaat asiel heeft aangevraagd. Met de nieuwe wet gaat Nederland verder. Vingerafdrukken van asielzoekers, maar ook van 'gewone' migranten die hier langer dan drie maanden willen werken of studeren, gaan in een centrale opslag. Die krijgt zo data van veel meer mensen: in 2011 vroegen  er 58.950 een gewone verblijfsvergunning aan, tegenover 11.300 asielzoekers. Ze moeten straks afdrukken van alle vingers plus pasfoto afgeven."

Bron: NRC Handelsblad 29 januari 2013, p. 8. Tevens gepubliceerd in NRC Next 30 januari 2013, p. 8, onder de titel "Nederland slaat weer vingerafdrukken op, nu van vreemdelingen".

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Deze week stemt de Tweede Kamer over een wetsvoorstel ter afname van 10 vingerafdrukken van alle vreemdelingen (immigranten) voor o.a. opsporing en vervolging. Dit wetsvoorstel dateert oorspronkelijk uit maart 2009, oftewel uit de periode dat de Nederlandse regering louter privacyschendende wetgeving wist te produceren. Stichting Privacy First acht het wetsvoorstel in strijd met het recht op privacy en het verbod van zelf-incriminatie. Hieronder treft u de email aan die Privacy First vanmiddag aan relevante Kamerleden verzond:

Geachte Kamerleden,

Aanstaande dinsdag stemt u over het wetsvoorstel ter uitbreiding van het gebruik van biometrische kenmerken (vingerafdrukken en gezichtsscans) in de vreemdelingenketen. Stichting Privacy First adviseert u hierbij om tégen dit wetsvoorstel te stemmen, met name gezien het disproportionele karakter ervan. Dit blijkt reeds uit het gebrek aan kwantificering van e.e.a. en de relatief lage fraudecijfers zoals die door voormalig minister Gerd Leers (CDA) in zijn nota bij het wetsvoorstel d.d. 13 juli 2012 zijn vermeld.[1] Zoals bij alle mensenrechten vereist ook een inbreuk op het recht op privacy (art. 8 EVRM) in dit verband een harde cijfermatige noodzaak i.p.v. vage vermoedens en wishful thinking. Des te zorgwekkender is het dan ook dat onder dit wetsvoorstel bij iedere vreemdeling maar liefst 10 vingerafdrukken zullen worden afgenomen ‘ter compensatie’ voor het feit dat de biometrische techniek ontoereikend is om met één of twee vingerafdrukken te kunnen volstaan. Of dienen deze 10 vingerafdrukken in werkelijkheid vooral het opsporingsbelang achter het wetsvoorstel...? Vergelijk in dit verband de volgende overwegingen van minister Korthals van Justitie (VVD) d.d. 10 december 2001:

“In antwoord op de vraag van het [CDA] ben ik niet bereid om van alle Nederlanders vingerafdrukken te nemen in het belang van de opsporing. Dit middel is buitenproportioneel gelet op bijvoorbeeld het aantal aangeboden sporenzaken op jaarbasis, in geheel Nederland ca. 10.000. Voorts is het praktisch onuitvoerbaar omdat alle tien de vingers en eventueel de handpalmen moeten worden afgenomen, wil het zinvol zijn voor de opsporing. Dat vergt een te groot beslag op de capaciteit van de politie. Dit nog afgezien van de administratieve verwerking en controle. In het kader van het nieuwe identiteitsbewijs wordt mogelijk een biometrisch kenmerk opgenomen zoals bijvoorbeeld een vingerafdruk. Daar gaat het er om te bepalen dat de bezitter van het identiteitsbewijs ook daadwerkelijk de persoon is die op dat bewijs staat vermeld. Daarvoor is wellicht één vingerafdruk voldoende, dat is echter volstrekt onvoldoende voor de opsporing.”[2]

Met andere woorden: onder het mom van fraudebestrijding wordt met dit wetsvoorstel een centraal opsporingsregister van vreemdelingen (immigranten) gecreëerd, precies zoals dat enkele jaren geleden ook dreigde te gebeuren met de vingerafdrukken van alle Nederlanders. De diverse redenen waarom dit laatste project halverwege 2011 op aandringen van uw Kamer (!) is teruggedraaid acht Privacy First bij u bekend en evenzeer van toepassing op onderhavig wetsvoorstel. Daarnaast heeft dit wetsvoorstel een stigmatiserende werking, aangezien een gehele bevolkingsgroep (in dit geval immigranten) hierdoor bij voorbaat als potentiële verdachte wordt beschouwd. Dit vormt een omkering van de onschuldpresumptie en is in strijd met het verbod van zelf-incriminatie. In die zin vormt dit wetsvoorstel een collectieve schending van zowel art. 6 (nemo tenetur) als art. 8 EVRM (privacy en lichamelijke integriteit). Bij de Paspoortwet leidt dit sinds 2009 tot een Nederlands en Europees sneeuwbaleffect aan rechtszaken. Privacy First hoopt dan ook dat uw Kamer het voortschrijdend inzicht heeft om een herhaling van deze geschiedenis te voorkomen.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First 

[1] Zie Nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II, 2011-2012, 33192, nr. 6, pp. 2-3, 5-6, 23, 25-27.

[2] Brief van de minister van Justitie (Benk Korthals) d.d. 10 december 2001, Kamerstukken II, 2001-2002, 19637 (Vluchtelingenbeleid), nr. 635, p. 7.

Update 29 januari 2013: het wetsvoorstel (nr. 33192) is vanmiddag helaas door de Tweede Kamer aangenomen (video; zie vanaf 19m36s). D66, SP, ChristenUnie en de Partij voor de Dieren stemden tegen. Lees ook het verslag bij Privacy Barometer en het artikel vandaag in NRC Handelsblad. Volgende halte: Eerste Kamer...

Update 29 jan. 2013, 21.45u: GroenLinks laat weten te hebben willen tegenstemmen en zal het stemverslag laten corrigeren.

Update 30 jan. 2013: bij de regeling van werkzaamheden vandaag is de tegenstem van GroenLinks aan de Tweede Kamer medegedeeld.

Update 31 januari 2013: het artikel in NRC Handelsblad verscheen tevens in NRC Next. Lees ook het artikel vandaag in het Nederlands Dagblad.

Update 8 februari 2013: klik HIER voor de actuele status van dit wetsvoorstel in de Eerste Kamer.

Update 6 maart 2013: vandaag verzond Privacy First een vergelijkbare versie van bovenstaande email aan de Commissie voor Immigratie & Asiel van de Eerste Kamer.

Gepubliceerd in Wetgeving

In het kader van een openbare consultatie verzocht het ministerie van Binnenlandse Zaken Privacy First onlangs om een reactie op het huidige kabinetsvoorstel ter herziening van artikel 13 Grondwet (brief-, telefoon- en telegraafgeheim). Ons commentaar op het concept-wetsvoorstel treft u hieronder aan (klik HIER voor de versie in pdf):

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Plaatsvervangend Directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving
Dhr. mr. W.J. Pedroli
Postbus 20011
2500 EA Den Haag

Amsterdam, 29 december 2012

Betreft: Commentaar Privacy First op concept-wetsvoorstel tot wijziging van artikel 13 Grondwet

Geachte heer Pedroli,

Op 16 oktober jl. verzocht u Stichting Privacy First om een reactie te geven op het concept-wetsvoorstel tot wijziging van artikel 13 Grondwet. Privacy First is u erkentelijk voor uw verzoek en voorziet u hierbij graag van kritisch commentaar. Daarbij zij allereerst opgemerkt dat Privacy First de wens van dit kabinet om het huidige, archaïsche artikel 13 Grondwet te moderniseren volledig onderschrijft. Privacy First betreurt het echter dat het kabinet niet de kans heeft gegrepen om ook andere ‘grondrechten in het digitale tijdperk’ te vernieuwen en te versterken.

Positieve aspecten
In de optiek van Privacy First vormen het eerste en derde lid van het huidige concept-wetsvoorstel ter herziening van artikel 13 Grondwet krachtige ankerpunten voor een toekomstbestendig recht op vertrouwelijke communicatie. Het eerste lid moderniseert terecht het oude brief-, telefoon- en telegraafgeheim tot een techniekonafhankelijk (of techniekneutraal) brief- en telecommunicatiegeheim. Het derde lid vormt een juiste waarborg voor de horizontale uitwerking hiervan. Privacy First onderschrijft bovendien de ruime interpretatie die in de concept-memorie van toelichting (MvT) aan diverse relevante begrippen gegeven wordt. Het tweede lid van het concept-wetsvoorstel bevat echter een systematische disbalans die onze maatschappij in minder democratische tijden uit het rechtsstatelijke lood zou kunnen doen slaan. Het is dan ook met name dit tweede lid waarop de kritiek van Privacy First zich richt. Andere punten van kritiek betreffen de notificatieplicht en verkeersgegevens alsmede het ontbreken van een rechtsvergelijkende paragraaf in de MvT.

Rechterlijke machtiging en nationale veiligheid
Terecht stelt de MvT dat “in het licht van artikel 13 (…) de bescherming van de burger tegen inbreuken van de overheid voorop [staat], met name in het licht van optreden van politie en inlichtingendiensten. (…) Het stellen van de eis van een rechterlijke machtiging in de Grondwet geeft een sterke en duidelijke rechtsstatelijke waarborg.”[1] Het is dan ook onbegrijpelijk dat in het tweede lid van het concept-wetsvoorstel het domein van de nationale veiligheid van rechterlijk toezicht wordt uitgezonderd. Daar waar de machtsconcentratie het hoogst is, dienen immers de juridische checks & balances het krachtigst te zijn om (toekomstig) machtsmisbruik te voorkomen. In het licht van de Europese geschiedenis is de uitzondering in lid 2 zelfs volstrekt onverantwoord: ook in onze contreien is een democratische rechtsstaat helaas geen statisch gegeven. Daarnaast geeft e.e.a. een gevaarlijk signaal aan het buitenland. De uitzondering in lid 2 acht Privacy First bovendien onverstandig met het oog op mogelijke technologische ontwikkelingen in de (verre) toekomst.[2] Hetzelfde geldt in verband met de (verdere) oprekking van het begrip “nationale veiligheid”. Ook in de toekomst dient de Nederlandse bevolking tegen willekeurige inbreuken op het communicatiegeheim beschermd te zijn; de huidige formulering van lid 2 biedt hiertoe geen enkele garantie.

Het toevoegen van een extra ‘rechterlijke laag’ zou het huidige stelsel van intern en extern toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (en daarmee de democratische rechtsstaat) versterken. Het systeem van rechterlijk toezicht in een land als Canada kan in dit opzicht een bron van inspiratie vormen. Een dergelijke rechterlijke check zou tevens in lijn zijn met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens:

“The Court has indicated, when reviewing legislation governing secret surveillance in the light of Article 8 [ECHR], that in a field where abuse is potentially so easy in individual cases and could have such harmful consequences for democratic society as a whole, it is in principle desirable to entrust supervisory control to a judge.”[3]

In het licht hiervan is de huidige formulering van lid 2 niet opportuun. Privacy First adviseert dan ook om dit lid als volgt te herzien:

“Beperking van dit recht is mogelijk in de gevallen bij de wet bepaald met machtiging van de rechter of, in het belang van de nationale veiligheid, met machtiging van één of meer bij de wet aangewezen ministers.” [doorstreping Privacy First]

Als eventueel alternatief voor de invoering van rechterlijk toezicht in het veiligheidsdomein adviseert Privacy First om de bestaande Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) te upgraden tot een krachtiger onafhankelijk toezichtsorgaan à la het Belgische of Duitse model, met algehele, verplichte toetsing vooraf i.p.v. steekproefsgewijs toezicht achteraf.

Notificatieplicht
Een tweede punt van kritiek betreft het ontbreken van expliciete grondwettelijke vermelding van een notificatieplicht bij inbreuken op het brief- en telecommunicatiegeheim. Een notificatieplicht versterkt immers de rechtsbescherming voor burgers en draagt bij aan correcte naleving van de wet door de overheid, ook in het veiligheidsdomein. Evenals rechterlijke machtiging biedt dit de beste garanties tegen misbruik op korte én lange termijn.

Verkeersgegevens
In de optiek van Privacy First dienen ook verkeersgegevens onder de reikwijdte van artikel 13 Grondwet te vallen. Deze gegevens zien immers vaak mede op de inhoud van communicatie; dit blijkt zelfs met zoveel woorden uit de MvT zelf, waar terecht SMS en de onderwerp-regel van email als voorbeelden worden genoemd.[4] Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor zoekopdrachten in zoekmachines. Daarnaast kan uit verkeersgegevens in combinatie met andere (al dan niet real-time verzamelde) gegevens alsnog de inhoud van communicatie tussen individuen en/of bedrijven worden afgeleid. Een krachtig regime van artikel 13 Grondwet in combinatie met rechterlijk toezicht is dus ook hier geboden.

Rechtsvergelijking
Tenslotte mist Privacy First in de huidige MvT een rechtsvergelijkende paragraaf waarin het huidige artikel 13 Grondwet vergeleken wordt met grondwettelijke best practices uit landen met hetzij een civil law, hetzij een common law traditie. Met een nieuw artikel 13 Grondwet als internationale state-of-the-art zou Nederland zich bovendien positief kunnen onderscheiden en haar vroegere positie als mensenrechtelijk gidsland enigszins kunnen heroveren.

Privacy First hoopt u met dit advies van dienst te zijn. Desgevraagd zijn wij graag tot een nadere toelichting op bovenstaande punten bereid.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First


Vincent Böhre
director of operations


[1] MvT, pp. 18, 20.

[2] Vergelijk MvT, p. 11, 1e alinea.

[3] EHRM 22 nov. 2012, Telegraaf vs. Nederland (Appl.no. 39315/06), r.o. 98. Vergelijk tevens ibid., r.o. 98-102.

[4] MvT, p. 18.

Update 8 februari 2013: lees ook de kritische adviezen van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Bits of Freedom en het College voor de Rechten van de Mens.

Gepubliceerd in Wetgeving
Pagina 32 van 38

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon