Actieve openbaarmaking van verwerkingsregisters: van papieren plicht naar publieke waarde

Oproep aan kabinet: stel het actief openbaar maken van het register van verwerkingen wettelijk verplicht. 

Het recht om te weten wat er met jouw gegevens gebeurt is vastgelegd in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Toch blijkt het moeilijk om erachter te komen hoe en waar je gegevens worden verwerkt bij de overheid. Open State Foundation en Privacy First roepen het nieuwe kabinet op om het initiatief te nemen tot een wettelijke verplichting om het register van verwerkingen actief openbaar te maken.

Overheidsorganisaties en bedrijven verwerken op grote schaal persoonsgegevens zonder dat burgers zich hier actief bewust van zijn. Zo hebben veel burgers überhaupt nog nooit van een verwerkingsregister gehoord. In deze registers moeten overheden en bedrijven verplicht cruciale informatie over het doel en de voorwaarden van alle verwerkingen opnemen. Gegevensverwerkingen zijn vaak ingrijpend; zo beïnvloeden ze toegang tot financiële diensten, sociale voorzieningen, verzekeringen, werk en mobiliteit. Burgers hebben dan ook het recht om kennis te nemen van waar en hoe hun gegevens worden verwerkt.

Voor overheden weegt de plicht om openbaar te zijn extra zwaar. Burgers hebben geen invloed op gegevensverwerking op basis van wettelijke taken. Transparantie hierover is geen luxe, maar een randvoorwaarde van onze democratische rechtsstaat. De informatie moet bovendien laagdrempelig toegankelijk zijn: zonder aanvraag of inlog, in begrijpelijke taal en digitaal toegankelijk.

Transparantie als basis

Als je niet weet welke informatie de overheid over jou opslaat heb je ook geen zicht op rechtmatige verwerkingen en kunnen onjuiste verwerkingen niet worden opgespoord.

Vaak komt de informatie pas naar boven bij journalistiek onderzoek of met individuele verzoeken – met een expliciet beroep op de Wet open overheid (Woo) en gegevensbeschermingsrechten (AVG) of privacyrechten (Grondwet, EVRM).

Voorbeelden van verwerkingen met zeer ingrijpende gevolgen:

  • kredietchecks (creditscoring door handelsinformatiebureaus)
  • zwarte lijsten (financiële instellingen, Gemeentelijk Incidenten Register, FSV-registratie Belastingdienst)
  • systematische profilering (zonder betekenisvolle menselijke tussenkomst).

De gevolgen van deze verwerkingen raken burgers direct in hun dagelijks leven, nu nog regelmatig zonder dat zij weten hoe of waarom.

Wantrouwen groeit bij gebrek aan openheid

Terughoudendheid in informatieverstrekking over verwerkingen wordt regelmatig ingegeven door vrees voor reputatieschade, voor aansprakelijkheid of (ironisch) verlies van vertrouwen. Het gevolg is dat juist wanneer misstanden aan het licht komen, het vertrouwen in de overheid nog meer schade oploopt. Het is dan ook tijd voor een wettelijke verplichting om het register van verwerkingen actief openbaar te maken. Dit zien wij als een logische en noodzakelijke volgende stap in de ontwikkeling van een transparante digitale rechtsstaat.

Van passief naar actief openbaar

De AVG kent transparantie niet als bijzaak, maar als fundamenteel beginsel. Artikel 5 lid 1 onder a bepaalt dat persoonsgegevens moeten worden verwerkt op een wijze die “rechtmatig, behoorlijk en transparant” is. Artikel 12 verplicht tot duidelijke en toegankelijke communicatie. Overweging 39 benadrukt dat informatie “eenvoudig toegankelijk en begrijpelijk” moet zijn.

Het “register van de verwerkingsactiviteiten” van artikel 30 AVG bevat precies de informatie die nodig is om gegevensverwerkingen te kunnen begrijpen en toetsen.

Ook binnen de Wet open overheid (Woo) past dit: transparantie is daar een dragend beginsel, met een duidelijke inspanningsverplichting voor overheden. In het rapport ‘Aan de slag met de inspanningsverplichting’ wordt het verwerkingsregister al genoemd als voorbeeld van informatie waarvan actieve openbaarmaking veel impact kan maken.

Publieke waarde

Het structureel publiceren van verwerkingsregisters levert meerdere voordelen op. Het verlaagt de drempel voor burgers om hun rechten uit te oefenen, en voorkomt extra werk en de spoed die komt door individuele verzoeken. Tegelijkertijd versterkt het de interne kwaliteit: informatie wordt beter vindbaar en actueler. Bij ongewijzigd beleid blijft deze administratieve last – en kostenpost – bestaan, bij de overheid en bij het bedrijfsleven.

Daar staat tegenover dat openbaarmaking vraagt om een kwaliteitsslag. Registers moeten geschikt worden gemaakt voor publieke raadpleging. Dat vergt investering, maar biedt ook een kans om bestaande administratieve lasten effectiever in te richten. Zonder prikkel tot verbetering blijven registers nu vaak achter in kwaliteit en actualiteit.

Het is tijd om burgers te vertrouwen met de informatie over hoe hun gegevens worden verwerkt.


Dit artikel is tevens gepubliceerd bij iBestuur