NRC Handelsblad, 8 april 2014: ‘In de Tweede Kamer gaat veiligheid vóór’

“De Nederlandse overheid verzamelt langzaamaan meer en meer gegevens van burgers. De voorstellen van het kabinet die privacy van burgers kunnen schaden, stuiten op weinig weerstand in Eerste en Tweede Kamer. Het argument: we gebruiken de informatie alleen in specifieke gevallen. En voor uw eigen veiligheid. De politie gebruikt dit argument bijvoorbeeld bij het opvragen van telecominformatie. Zij mogen bij verdenking van een ernstig misdrijf persoonlijke informatie opvragen die bij een telefoonnummer hoort. In 2012 deed de politie dat in totaal 2,7 miljoen keer. Dat betekent dat er 7.557 keer per dag, 314 keer per uur, elke 12 seconden informatie opgevraagd werd.

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) wil in het kader van de opsporing van ernstige delicten, zoals moord, bedreiging of brandstichting, nog méér data van burgers opslaan. Deze week bespreekt de Tweede Kamer zijn voorstel om kentekens van auto’s voortaan vier weken te mogen bewaren. In 2010 noemde het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) het opslaan van kentekens van auto’s nog ,,een schending van de burgerrechten”. In de Tweede Kamer zien alleen de SP, D66 en de ChristenUnie weinig in dit plan. Sharon Gesthuizen (SP) zei: ,,Als iedereen een armband draagt en een satelliet registreert waar iedereen zich bevindt, is het nog makkelijker criminaliteit op te sporen. Waar ligt de grens?”

Minister Opstelten vindt de inbreuk op de privacy bij de opslag van kentekens wél proportioneel. Hij noemt de duur van de opslag ,,beperkt” en zegt dat alleen het kenteken wordt bewaard, niet de naam van de bestuurder. Bovendien kan niet elke agent straks bij die gegevens: alleen geautoriseerde opsporingsambtenaren krijgen die bevoegdheid. Zo zijn de privacybelangen van burgers voldoende beschermd, zegt de minister.

Vincent Böhre van stichting Privacy First vindt dat onzin. ,,Het wetsvoorstel van Opstelten is draconisch. Zodra het aangenomen wordt, spannen we een rechtszaak aan om de wet onrechtmatig te laten verklaren.” Böhre bestrijdt de ,,forse privacyschending” vanuit een klassiek principe: de overheid moet iedere onschuldige burger met rust laten. ,,Dat is hier absoluut niet het geval. Het is een disproportionele maatregel. Nu mogen de gegevens 24 uur bewaard worden. En daar worden nauwelijks misdrijven mee opgelost. Iedere automobilist is straks een potentiële verdachte.”

(…)

Als de overheid doorgaat met het invoeren van wetten die een inbreuk maken op het privéleven van niet-verdachte burgers, rest die burgers weinig meer dan de gang naar de rechter. En die maakt een andere afweging tussen privacy en veiligheid, bleek vanmorgen. Het Europese Hof van Justitie noemde de opslag van persoonsgegevens ,,een zeer omvangrijke en bijzonder ernstige inmenging in de fundamentele rechten” van burgers.”

Bron: NRC Handelsblad, 8 april 2014.