Hoger beroep in zaak Privacy First tegen ANPR-massasurveillance
Vast beleid van Stichting Privacy First is om massale privacyschendingen bij de rechter aan te vechten en onrechtmatig te laten verklaren. Privacy First deed dit de laatste jaren (vaak in coalitieverband) met succes tegen de centrale opslag van ieders vingerafdrukken onder de Paspoortwet, tegen de opslag van ieders communicatiegegevens onder de Wet bewaarplicht telecommunicatie en tegen massale risicoprofilering door het Systeem Risico Indicatie (SyRI). Een kwestie die zich bij uitstek ook voor een dergelijke rechtszaak leent betreft de controversiële Nederlandse wetgeving inzake automatische nummerplaatherkenning (Automatic Number Plate Recognition, ANPR) zoals die sinds 2019 geldt. Privacy First voert sinds 2021 een rechtszaak tegen de Staat om de ANPR-wetgeving onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met Europees privacyrecht. Op 9 juli as. vindt bij het Gerechtshof Den Haag de rechtszitting in het hoger beroep van deze zaak plaats.
Strijd met Europees privacyrecht
Onder de ANPR-wet (art. 126jj Sv.) worden sinds 2019 de kentekens en locaties van miljoenen auto’s in Nederland (oftewel ieders reisbewegingen) continu vier weken in een centrale politiedatabank opgeslagen voor o.a. opsporing en vervolging, ongeacht of men ergens van verdacht wordt. Dit is totaal niet noodzakelijk, volstrekt disproportioneel en bovendien ineffectief, zo bleek de afgelopen jaren uit diverse onderzoeken. Toezicht ontbreekt en het systeem kan eenvoudig worden misbruikt. De huidige ANPR-wetgeving vormt daarmee een massale privacyschending en hoort in onze optiek niet thuis in een vrije democratische rechtsstaat.
Zaak van lange adem
Na een eerder kort geding verklaarde de rechtbank Den Haag Privacy First begin 2024 ontvankelijk in de bodemprocedure. Dit tussenvonnis heeft sindsdien belangrijke precedentwerking voor vergelijkbare zaken, zeker nu vanuit de Nederlandse politiek de mogelijkheden voor belangenorganisaties om rechtszaken te voeren steeds meer beperkt dreigen te worden. Inhoudelijk stelde de rechtbank Privacy First vervolgens echter in het ongelijk. Privacy First heeft daarna hoger beroep ingesteld bij het Hof Den Haag. Tevens heeft Privacy First een reeks Woo-verzoeken ingediend bij diverse betrokken overheidsorganisaties. In juni 2025 bepaalde het Hof Den Haag vervolgens dat de rechtszitting in hoger beroep in juli 2026 zou plaatsvinden.
Onderscheid ANPR “hits” en “no hits”
De ANPR-wetgeving waar de rechtszaak van Privacy First om draait ziet vooral op de massale verzameling en opslag van ieders “historische” ANPR-data, ook wel “no hits” genoemd. Dit betreft vrijwel louter onschuldige burgers en dient te worden onderscheiden van de al vele jaren bestaande politiepraktijk waarbij kentekens van verdachte personen (zogeheten “hits”) kunnen worden gebruikt voor opsporing en vervolging van misdrijven.
Kansrijke zaak
Via Pro Bono Connect heeft Privacy First het advocatenkantoor CMS ingeschakeld om deze rechtszaak pro bono voor ons te voeren. De zaak wordt tevens al jaren gesteund door het Europese Digital Freedom Fund. Indien nodig zal Privacy First de zaak tot aan de hoogste Europese rechters voortzetten. Gezien recente Europese jurisprudentie en standpunten van de Autoriteit Persoonsgegevens acht Privacy First de kans op een succesvolle rechtsgang inmiddels hoger dan ooit.
Datum en locatie
Onze langverwachte rechtszitting in hoger beroep zal op donderdag 9 juli as. om 13.30u bij het Hof Den Haag plaatsvinden. Deze rechtszitting is openbaar: u bent van harte welkom. Zaaknummer: 200.347.782/01 (Stichting Privacy First vs. de Staat).