Paspoortproces

Sinds 2010 voerde Privacy First samen met 19 mede-eisers (burgers) een grootschalige rechtszaak tegen één van de zwaarste privacyschendingen uit de Nederlandse geschiedenis: de opslag van ieders vingerafdrukken onder de nieuwe Paspoortwet. Mede onder druk van deze rechtszaak werd de opslag van vingerafdrukken in 2011 grotendeels stopgezet.

Houten rechtbank voorzittershamer

Onder de nieuwe Paspoortwet van 2009 zouden de vingerafdrukken van iedereen die een Nederlands paspoort of identiteitskaart aanvroeg voor allerlei doeleinden in een centrale databank worden opgeslagen. Dit vormde een flagrante schending van ieders recht op privacy. In mei 2010 hebben Privacy First c.s. daarom o.l.v. SOLV Advocaten de Nederlandse Staat civielrechtelijk gedagvaard teneinde de opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met Europees privacyrecht. Mede onder druk van deze rechtszaak gingen vervolgens de Tweede Kamer en minister Donner (Binnenlandse Zaken) overstag en werd de opslag van vingerafdrukken in 2011 grotendeels stopgezet. Daarna werden ook de gewraakte bepalingen uit de Paspoortwet deels ingetrokken en werd in 2014 de verplichte afname van vingerafdrukken voor identiteitskaarten afgeschaft. In hoger beroep oordeelde het Gerechtshof Den Haag vervolgens dat de eerdere opslag van vingerafdrukken onrechtmatig was wegens strijd met het recht op privacy. Vervolgens verklaarde de Hoge Raad in 2015 de zaak van Privacy First c.s. echter alsnog niet-ontvankelijk en oordeelde de Raad van State in 2016 in parallelle bestuursrechtelijke zaken op vergelijkbare kritische wijze als eerder het Hof Den Haag. Daarmee staat sindsdien het verbod op de opslag van ieders vingerafdrukken in databanken nog steeds als een paal boven water.